Gemeentelijke regelgeving

Financieringsstatuut gemeente Utrecht

Gemeente Utrecht · geldt sinds 30 april 2020

Aanhef

De raad van de gemeente Utrecht;

gelet op de Financiële Verordening;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 21 januari 2020;

b e s l u i t :

het Financieringsstatuut gemeente Utrecht vast te stellen.

5 Financieringsbeleid

5.1 Uitgangspunten, doelstellingen en taakvelden

5.1.1 Uitgangspunten van het financieringsbeleid

1Treasury voert haar taken risicomijdend uit met inachtneming van de wettelijke en interne kaders zoals onder andere opgesomd onder hoofdstuk 4;

2Treasury voert haar activiteiten uit uitsluitend voor de uitoefening van de publieke taak door de gemeente Utrecht.

5.1.2 Doelstellingen van het financieringsbeleid

1Het verzekeren van een duurzame toegang tot financiële markten tegen zo gunstig mogelijke condities;

2Het tijdig aantrekken van voldoende financieringsmiddelen teneinde het in de jaarlijkse begroting vastgestelde beleid te kunnen uitvoeren (beschikbaarheid);

3Het optimaliseren van kosten van financiering en opbrengsten op de uitzettingen;

4Het zorgdragen voor kosteneffectief, efficiënt en betrouwbaar betalingsverkeer;

5Het beheersen van risico’s die de financiële positie en (rente)resultaten zouden kunnen aantasten;

6Het realiseren van adequate treasury-informatiestromen ter ondersteuning van het beleid en de verantwoording hierover;

7Het bewaken van de ontwikkeling van de (netto) schuldpositie.

5.1.3 Taakvelden binnen het financieringsbeleid

Binnen het financieringsbeleid worden de volgende zeven taakvelden onderscheiden, voorzien van enige nadere duiding:

1Beleidsadvisering: dit betreft het, mede op grond van wettelijke ontwikkelingen, adviseren over financieringsbeleid, rente- of borgstellingenbeleid.

2Cash management:

a.Kasbeheer: dit betreft het afsluiten en beheren van alle gemeentelijke contracten met betrekking tot bancaire dienstverlening, inclusief financieringsovereenkomsten alsmede het inrichten en beheren van de gemeentelijke bankrekeningstructuur;

b.Saldobeheer: onder deze taak valt het beheren van geldmiddelen, rekening-courantsaldi en andere financiële vermogenswaarden van de gemeente alsmede het aantrekken of uitzetten van kortlopende geldmiddelen. Tevens het ondersteunen van gemeentelijke organisatieonderdelen gericht op het waarborgen en bewaken van een veilige en doelmatige afwikkeling van het betalingsverkeer en eventueel contant geldverkeer.

3Concernfinanciering:

a.Dit betreft het, mede aan de hand van een meerjarige financieringsplanning, aantrekken of uitzetten van langlopende geldmiddelen;

b.Het beheren van de portefeuilles van opgenomen geldleningen.

4Risicobeheer:

a.Dit betreft het binnen de kaders zoals hierna genoemd onder 5.4.2:

i.(adviseren aan het college over) uitlenen van geldmiddelen;

ii.(adviseren aan het college over) verstrekken van de bij de gemeente gevraagde borgstellingen;

iii.(adviseren aan het college over) de achtervangpositie van de gemeente in het Waarborgfonds Sociale Woningbouw;

b.Het beheren van de portefeuilles van verstrekte en gewaarborgde geldleningen.

5Relatiebeheer: deze taak behelst het opzetten en onderhouden van een netwerk van relaties met banken, financiële instellingen en bemiddelende organisaties voor geld- en kapitaalmarkt.

6Planning & Control, dit betreft:

a.Het creëren van informatiestromen om de treasuryfunctie controleerbaar en transparant te maken en het organiseren van overleg daarover;

b.Het opstellen van de volgende documenten ten behoeve van programmabegroting en in de jaarstukken: financieringsparagraaf, overzicht EMU-saldo, kasstroomoverzicht, staat van gewaarborgde geldleningen. Daarnaast bijdragen met betrekking tot treasurygerelateerde kengetallen, informatie over verbonden partijen en geprognosticeerde balans (alleen bij begroting);

c.Het adviseren over deelnemingen;

d.Het intern toerekenen van rente.

7Overige zaken en advies, o.a. het signaleren van en adviseren over relevante ontwikkelingen en risico’s die van invloed kunnen zijn op de financiële- of schuldpositie van de gemeente.

5.2 Cash management

5.2.1 Betalingsverkeer / kasbeheer

1Het betalingsverkeer wordt gemeentebreed zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd door één huisbank die voldoet aan minimale geschiktheidseisen en in haar handelen aantoonbaar aansluit bij de door de gemeente gehanteerde maatstaven ten aanzien van maatschappelijk verantwoord ondernemen en duurzaamheid;

2Deze huisbankier moet in staat zijn om een voor de gemeente toereikende kredietlimiet in rekening courant aan te bieden;

3Teneinde de continuïteit van het betalingsverkeer te waarborgen kan Treasury een bankcircuit aanhouden bij een andere dan de huisbankier;

4Uitsluitend Treasury is bevoegd tot het openen van bankrekeningen;

5Treasury treedt op als houder van alle gemeentelijke bankrekeningen;

6Schriftelijke of elektronische ondertekening van betalingsopdrachten aan banken dient altijd te geschieden door twee daartoe bevoegde functionarissen met gescheiden verantwoordelijkheden.

5.2.2 Saldo- en liquiditeitenbeheer

1De gemeente streeft naar concentratie van de liquiditeiten binnen één saldo- en rentecompensatiecircuit bij de bank met de gunstigste condities;

2Het saldobeheer van de gemeente Utrecht zal plaatsvinden met inachtneming van de Wet fido-bepalingen rond de kasgeldlimiet;

3Indien er een kortlopende liquiditeitsbehoefte ontstaat bepaalt Treasury op welke wijze en voorwaarden het aantrekken van deze middelen het voordeligst kan plaatsvinden;

4Toegestane vormen voor op te nemen korte geldleningen: zie 5.3.1, lid 4.

5Voor uitzettingen geldt het bepaalde onder 5.3.2;

6Bij aantrekken van financieringsmiddelen voor een periode van korter dan drie maanden worden offertes bij minimaal twee bankinstellingen en/of brokers opgevraagd alvorens een financieringsovereenkomst wordt afgesloten. Indien een bankinstelling en/of broker bij een specifieke uitvraag geen lating kan afgeven telt dit mee als gedane offerte.

5.3 Concernfinanciering

5.3.1 Financiering

1Financiering vindt in beginsel plaats op concernniveau. In uitzonderlijke, gemotiveerde en door de gemeenteraad geaccordeerde gevallen kan objectfinanciering plaatsvinden;

2Nieuwe op te nemen geldleningen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de meerjarig geprognosticeerde balans zoals opgenomen in de Programmabegroting dan wel liquiditeitenplanning;

3Nieuwe leningen worden beoordeeld op hun effect op de renterisiconorm en schuldpositie c.q. netto schuldquote;

4Toegestane vormen voor op te nemen geldleningen:

a.kortlopend: krediet in rekening courant, kas- en callgeldleningen;

b.langlopend: onderhandse (basisrente)leningen, roll-over leningen, Medium Term Notes, Schuldschein, obligatie.

5Toegestane aflossingswijzen: lineair, annuïtair, fixe of combinatie hiervan;

6Bij aantrekken van financieringsmiddelen voor een periode van drie maanden en langer worden offertes bij minimaal drie bankinstellingen en/of brokers opgevraagd alvorens een financieringsovereenkomst wordt afgesloten. Indien een bankinstelling en/of broker bij een specifieke uitvraag geen lating kan afgeven telt dit mee als gedane offerte;

7Rente-instrumenten (derivaten) worden terughoudend en uitsluitend gebruikt ter beperking van renterisico’s;

8Toegestane derivaten zijn: cap, FRA, swap en swaption.

5.3.2 Uitzettingen

Uitzettingen worden gedaan rekening houdend met de bepalingen rond Schatkistbankieren en met inachtneming van de bepalingen onder 5.4.2.

5.4 Risicomanagement

5.4.1 Renterisicobeheer

Voor het renterisicobeheer gelden de volgende uitgangspunten:

1De bepalingen in de Wet fido met betrekking tot de kasgeldlimiet en de renterisiconorm worden nageleefd;

2Ten aanzien van de renterisiconorm richten wij ons op een interne norm die strenger is dan Wet fido voorschrijft;

3Treasury zorgt voor bij het opnemen van nieuwe langlopende geldleningen voor een dusdanige spreiding dat binnen de wettelijke en interne renterisiconorm wordt geopereerd;

4Leningen met een rentetypisch korte looptijd die gekoppeld zijn aan een derivaat waarbij de rente voor een rentetypisch lange looptijd is vastgesteld, worden beschouwd als langlopende financiering. Deze leningen belasten daarmee de kasgeldlimiet niet.

5.4.2 Kredietrisicobeheer

De gemeente loopt kredietrisico’s op uitzettingen (o.a. verstrekte geldleningen) en gewaarborgde geldleningen. Uitzettingen kunnen uit hoofde van de publieke taak zijn, of, ingeval van (tijdelijk) overtollige geldmiddelen, uit hoofde van treasury. Hierbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:

1Bij het verstrekken van leningen en garanties uit hoofde van de publieke taak worden in acht genomen:

•de geldende wet- en regelgeving waaronder die inzake staatssteun;

•de bepalingen van het gemeentelijke Kader geldverstrekkingen.

2Bij het verstrekken van leningen en garanties uit hoofde van de publieke taak worden de daaraan verbonden risico’s voor zover mogelijk beperkt door het vestigen van zakelijke zekerheden;

3Het uitzetten van gelden uit hoofde van treasury en/of het aangaan van verbintenissen met betrekking tot financiële derivaten geschiedt, rekening houdend met de wettelijke bepalingen inzake Schatkistbankieren, slechts bij financiële ondernemingen die:

•gevestigd zijn in een lidstaat die ten minste beschikt over een AA-rating afgegeven door tenminste twee internationaal erkende ratingbureaus;

•voor henzelf of voor de door hen uitgegeven waardepapieren kunnen aantonen dat ze ten minste over een A-rating beschikken, afgegeven door ten minste twee internationaal erkende ratingbureaus;

4Er geldt een eerbiedigende werking voor contracten waarvan de tegenpartij gedurende de looptijd niet meer aan de in lid 3 genoemde criteria voldoet;

5Lid 3 is niet van toepassing op uitzettingen tegen waardepapieren waarvoor een solvabiliteitsratio van 0 procent geldt.

6 Organisatie en informatie

6.4 Informatievoorziening

6.4.1 Informatievoorziening aan Raad

Het college informeert de raad omtrent uitvoering van de treasuryfunctie middels de Financieringsparagraaf bij elke programmabegroting en jaarrekening en zoveel vaker als nodig is uit hoofde van de actieve informatieplicht van het college aan de gemeenteraad.

6.4.2 Informatievoorziening aan Treasury

De gemeentelijke organisatieonderdelen dienen Treasury tijdig, juist en volledig te informeren over relevante kasstromen. Dit betreft informatie van:

•(adviseur) businesscontrollers en planeconomen van organisatieonderdelen met betrekking tot in- en uitgaande kasstromen rond investeringen en grondexploitaties;

•de beleidsadviseur belast met de Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds.

Bijlage 1 Begripsomschrijvingen

Broker

Commercieel bemiddelend kantoor voor het aantrekken van financiering op de geld- of kapitaalmarkt. Ook wel intermediair genoemd.

Borgstelling

Zie Gewaarborgde geldlening.

Callgeld/daggeld

Aangetrokken c.q. uitgezette geldmiddelen voor een termijn van één tot enkele dagen.

Dekken

Term die binnen de financiële functie wordt gebruikt voor het opvangen van (extra) lasten uit (1) het verhogen van baten, (2) het verlagen van andere lasten of (3) door het onttrekken aan reserves.

Derivaat

Afgeleide financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te beheersen en financieringskosten te minimaliseren. Er bestaan twee soorten derivaten:

1Fixerend: hierbij wordt de rente over een zekere periode of per een zeker moment vastgelegd. Voordeel: de rentelasten zijn duidelijk en onafhankelijk van de beweging van de marktrente. Nadeel: er kan niet meer van een gunstige renteontwikkeling geprofiteerd worden. Voorbeelden hiervan:

o Forward Rate Agreement (FRA): voor geldmarkttransacties tot 1 jaar. Het rentepercentage over een in de toekomst op te nemen kortlopende lening wordt op de contractdatum vastgelegd;

o Swap: overeenkomst waarmee partijen vastleggen een serie rentebetalingen te ruilen: vast voor variabel of omgekeerd. De rentetypische looptijd wordt daarmee beïnvloed.

2Afschermend: tegen betaling van een premie wordt men gedurende een zekere periode behoed voor een negatieve renteontwikkeling. Heeft daarmee meer optioneel karakter. Voorbeelden hiervan:

o Cap: beschermt de koper, bij leningen, tegen hogere rente dan het afgesproken niveau;

o Swaption: geeft de koper het recht (‘optie’) om gedurende een bepaalde periode of op een bepaald moment een swap af te sluiten.

Financieren / financiering

Het feitelijk aantrekken van kort- of langlopende geldmiddelen bij externe geldgevers.

Geldmarkt

Markt voor het aantrekken of uitzetten van kortlopende geldmiddelen.

Gewaarborgde geldlening

Een door een instelling, vereniging of stichting van een bank opgenomen geldlening waarvoor de gemeente zich jegens de bank borg gesteld heeft voor het nakomen van de leningverplichtingen (rente en aflossing). Ook wel gegarandeerde geldlening of borgstelling genoemd.

Kapitaalmarkt

Markt voor het aantrekken of uitzetten van langlopende geldmiddelen.

Kasgeld

Aangetrokken c.q. uitgezette geldmiddelen voor een termijn van één week tot één jaar.

Kasgeldlimiet

Wettelijke limiet ter beperking van het renterisico op de kortlopende c.q. vlottende schuld. De limiet wordt uitgedrukt in een bedrag, dit als percentage van het begrotingstotaal (thans 8,5%).

Kredietlimiet

Faciliteit gekoppeld aan een bankrekening(stelsel) om voor een bepaald maximumbedrag ‘rood’ te staan tegen vooraf bekende rentecondities.

Kredietrisico

Het risico dat de gemeente financiële schade leidt als gevolg van betalingsproblemen van partijen waaraan de gemeente geldleningen of borgstellingen heeft verstrekt.

Liquiditeitenbeheer

De activiteiten die leiden tot het aantrekken en uitzetten van financiële middelen voor een periode van maximaal één jaar.

Liquiditeitenplanning

Een overzicht betreffende de over een bepaalde periode verwachte in- en uitgaande kasstromen. Daarbij worden drie kasstromen onderscheiden: exploitatie-, financiële- en investeringskasstromen.

Liquiditeitstypische looptijd

De looptijd van de lening in termen van aflossingen. Ofwel de periode die resteert totdat een lening algeheel is afgelost.

Mandaat

De bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen.

Medium term notes (MTN)

Verhandelbare schuldbekentenis aan toonder, met een minimum looptijd van 2 jaar. De MTN maakt deel uit van een programma en wordt veelal uitgegeven door een bank.

Obligatie

Een openbaar verhandelbare schuldbekentenis aan toonder, waarvan de voorwaarden veelal in een prospectus zijn vastgelegd.

Onderhandse lening

Een lening waarbij de voorwaarden in onderling overleg met de geldgevende partij tot stand komen. Dit maatwerkkarakter maakt de lening moeilijk verhandelbaar.

Rating

Een door een onafhankelijk bureau zoals Standard and Poors of Moody’s afgegeven en internationaal erkend oordeel over de kredietwaardigheid van financiële partijen. Ook wel creditrating genoemd. Ratings kennen een bereik van AAA (uitzonderlijk kredietwaardig) tot D (default).

Rekening courant

Lopende rekening bij een bank, al dan niet gekoppeld aan kredietlimiet.

Renterisico

Het risico dat voortvloeit uit de mogelijkheid dat in de toekomst de rentelasten van het vreemd vermogen hoger respectievelijk lager zullen zijn.

Rente-instrumenten

Zie onder Derivaten.

Renterisiconorm

Wettelijke limiet ter beperking van het renterisico op de langlopende c.q. vaste schuld. De limiet wordt uitgedrukt in een bedrag als percentage van het begrotingstotaal (thans 20%).

Rentetypische looptijd

De periode waarover de rente van een lening vast staat. Bedraagt dit minder dan 1 jaar dan wordt de lening door Wet fido als kortlopend gezien en bij 1 jaar of langer als langlopend.

Roll-over lening

Een lening met middellange of lange looptijd en variabele rente.

Schatkistbankieren

Het verplicht uitzetten van (tijdelijk) overtollige financieringsmiddelen bij ’s Rijks schatkist conform de regelgeving op grond van artikel 2 Wet fido, dit rekening houdend met een drempelbedrag dat aan de hand van het begrotingstotaal wordt berekend.

Schuldschein

Een leningovereenkomst voor middellange of lange termijn, rechtstreeks afgesloten tussen een geldnemer en een investeerder, waarbij een bank de operatie structureert. Kan gezien worden als tussenvorm van onderhandse en MTN-lening en is doorgaans naar Duits recht.

Treasurybeleid

Vastgestelde uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten, de organisatorische en administratieve kaders, de informatievoorziening en de administratieve organisatie ter uitvoering van de treasuryfunctie.

Treasuryfunctie

De uitvoering van alle activiteiten die zich richten op het sturen, beheersen en bewaken van de financiële posities, financiële stromen en de hieraan verbonden risico’s.

Uitzetting

Binnen de Wet fido gehanteerde term voor verstrekte geldleningen en beleggingen.

Vaste schuld

Schuldtitels met een looptijd van één jaar en langer.

Vlottende schuld

Schuldtitels met een looptijd tot één jaar.

Zekerheden

Zakelijke zekerheidsrechten die door de gemeente, in het kader van een verzoek om een lening of borgstelling, van de aanvrager gevraagd kunnen worden om het risicoprofiel van de verzochte steun te verlagen, bijvoorbeeld hypotheek- en pandrechten.

Bijlage 2 Rente- en disconteringspercentages

Overzicht van binnen Utrecht gehanteerde rentepercentages. Hierbij kan onderscheid gemaakt worden tussen:

•voorgeschreven percentages op basis van de BBV Notitie Rente en de BBV Notitie Grondbeleid in begroting en jaarstukken en

•niet voorgeschreven percentages.

Nr.

Omschrijving percentage

Percentage

Opm.

Voorgeschreven percentages:

1

Disconteringsvoet grondexploitatie

2%

2

Toe te rekenen rente aan grondexploitaties

1,58%

*

3

Renteomslag (toe te rekenen rente aan activa, via taakvelden)

2%

**

Niet voorgeschreven percentages:

4

Disconteringspercentage toekomstige kasstromen langjarig

> 10 jaar

4%

5

Rentevergoeding eigen vermogen (over limitatief bepaalde posten; zie hieronder)

2%

**

6

Percentage bij niet beschreven of voorgeschreven situaties

2%

* Dit is het percentage voor 2019; deze waarde dient op grond van BBV Notitie Grondbeleid in begroting en jaarstukken elk jaar herberekend te worden aan de hand van de balansposities en balansverhoudingen per einde van het voorafgaande jaar.

** Op grond van BBV Notitie rente wijzigt dit percentage alleen indien het berekende omslagpercentage meer dan 0,5 procentpunt afwijkt van het gehanteerde omslagpercentage.

Toelichtingen:

Ad 1 Disconteringsvoet grondexploitatie

Percentage o.b.v. stellige uitspraak in BBV Notitie Grondbeleid in begroting en jaarstukken:

“De disconteringsvoet die moet worden gehanteerd in de berekening van de contante waarde ten behoeve van het treffen van een verliesvoorziening voor negatieve grondexploitaties wordt voor alle gemeenten bepaald op 2% zijnde het maximale meerjarige streefpercentage van de Europese Centrale Bank voor inflatie binnen de Eurozone.”

Dit percentage blijft dus 2% totdat de ECB hier anders over besluit.

Ad 2 Toe te rekenen rente aan grondexploitaties

Percentage o.b.v. stellige uitspraak in BBV Notitie Grondbeleid in begroting en jaarstukken:

“De toegestane toe te rekenen rente aan de taakvelden 3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur en 8.2 Grondexploitatie (die vervolgens mag worden toegevoegd aan de post voorraden, bouwgronden in exploitatie (BIE)) moet worden gebaseerd op de daadwerkelijk betaalde rente over het vreemd vermogen. Het is niet toegestaan om rente over het eigen vermogen toe te rekenen aan de taakvelden 3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur en 8.2 Grondexploitatie (BIE). Het over het vreemd vermogen te hanteren rentepercentage moet als volgt worden bepaald:

•het rentepercentage van de direct aan de grondexploitatie gerelateerde financiering in het geval van projectfinanciering;

•het gewogen gemiddelde rentepercentage van de bestaande leningenportefeuille van de gemeente, naar verhouding vreemd vermogen/totaal vermogen, indien geen sprake is van projectfinanciering.

Indien de gemeente geen externe financiering heeft, dan wordt dus ook geen rente toegerekend aan de taakvelden 3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur en 8.2 Grondexploitatie (BIE). De rentetoerekening vindt plaats op basis van de bruto-boekwaarden van de grondexploitaties van de BIE per 1 januari. Ook over grondexploitaties waarbij de verantwoorde baten hoger zijn dan de lasten, waardoor de boekwaarde van een BIE negatief is, wordt rente (in dit geval een baat) toegerekend.”

Dit percentage wordt jaarlijks berekend door de Treasurer.

Ad 3 Renteomslag (toe te rekenen rente aan activa, via taakvelden)

De interne rente wordt berekend conform voorschriften uit de geldende BBV Notitie rente. Dit percentage wordt jaarlijks bij de Voorjaarsnota door de Treasurer (meerjarig) doorgerekend en aangepast indien het berekende omslagpercentage meer dan 0,5 procentpunt afwijkt van het gehanteerde omslagpercentage.

Ook dient op grond van een stellige uitspraak in de BBV Notitie rente een nacalculatorisch een correctie plaats te vinden indien de aan taakvelden toegerekende rentelasten meer dan 25% afwijken van de werkelijke rentelasten.

Ad 4 Disconteringspercentage toekomstige kasstromen langjarig > 10 jaar

Dit percentage, dat ook vastgelegd is in de gemeentelijke Waarderingsrichtlijnen, heeft betrekking op de waardering van toekomstige kasstromen, met name van erfpachten. Er is gekozen voor een percentage van 4% en niet voor een aan de actuele rentestand gekoppeld percentage. De rente is momenteel, historisch gezien, uitzonderlijk laag. Dat de rente ook richting de toekomst laag blijft is echter allerminst zeker. Het thans gekozen en met de accountant afgestemde percentage mag in historisch perspectief verantwoord genoemd worden en leidt bij (balans)waarderingen tot behoedzame uitkomsten.

Ad 5 Rentevergoeding eigen vermogen

In de BBV Notitie rente is de aanbeveling opgenomen om geen rente over eigen vermogen meer te berekenen. In Utrecht doen wij dat wel over enkele limitatief bepaalde posten. Dit betreft:

•De (financiële) vaste activa reserves m.b.t. investeringen met economisch nut (*);

•De programmareserves Stimuleringsfonds Volkshuisvesting, Utrechts Restauratiefonds, Revolverend Fonds Woningrenovatie en Reserve Woonfonds;

•POS: over het saldo van reserves, voorzieningen (debet èn credit op balans) en resultaat, tezamen aangeduid als ‘ResVo’ (conform de Spelregel interne rentetoerekening tot een maximum van 70 miljoen euro);

•De programmareserve Leningen Utrechtse Energie en de Programmavoorzieningen Bodemsanering en AMEV milieuprijs;

•Voorzieningen inzake duurzame waardeverminderingen.

(*) De gemeente bezit een aantal materiële vaste activa met economisch nut die in het verleden uit eigen middelen gefinancierd zijn en waaraan dus geen externe rentelasten verbonden waren. In de interne rentespelregel is echter bepaald dat rente wordt toegerekend aan alle gerede en lopende materiële vaste activa met economisch nut. Door middel van de vaste activa reserves wordt er voor gezorgd dat er per saldo geen rente wordt toegerekend aan de uit eigen middelen gefinancierde materiële activa.

Ad 6 Percentage bij niet beschreven of voorgeschreven situaties

Dit percentage wordt gehanteerd in alle gevallen waar geen ander percentage (wettelijk of eigen) is bepaald. Bij projecten met een investering groter dan 10 miljoen euro en met een looptijd langer dan 15 jaar wordt er in overleg met concernfinanciën (treasury) bepaald of het dan geldende renteomslagpercentage in voldoende mate de toekomstige (rente) risico’s afdekt.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.