Aanhef
Burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht en de burgemeester van de gemeente Utrecht; ieder voor zover het de eigen bevoegdheden betreft;
Gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, en het bepaalde in Afdeling 7.2. (Bijzondere bepalingen over bezwaar) van de Algemene wet bestuursrecht;
Overwegende dat:
•zij bevoegd zijn tot het nemen van beslissingen op bezwaarschriften gericht tegen de door of namens hen genomen besluiten;
•het gewenst is ter invulling van deze bevoegdheid een beleidsregel vast te stellen over de behandeling van bezwaarschriften door onder hun verantwoordelijkheid werkzame functionarissen;
•een mogelijk informele behandeling bijdraagt aan vertrouwen van belanghebbenden door de focus te leggen op een rechtvaardige oplossing en de menselijke maat naast een juridische procedure.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Definities
Deze beleidsregel verstaat onder:
•behandelaar: functionaris die het bezwaarschrift onder zich heeft;
•bestuursorgaan: burgemeester en wethouders onderscheidenlijk de burgemeester;
•bezwaarmaker: indiener van het bezwaarschrift of diens gemachtigde.
Artikel 2 Doel
Deze beleidsregel heeft als doel uitleg te geven over het proces van behandeling van bezwaarschriften gericht tegen besluiten, die door of namens het bestuursorgaan zijn genomen.
Artikel 3 Afbakening
Deze beleidsregel is van toepassing op het ambtelijk horen en het voorbereiden van de beslissing op bezwaar.
Artikel 4 Informele behandeling
Indien het bezwaarschrift daartoe aanleiding geeft, kan de behandelaar onderzoeken of het bezwaarschrift informeel kan worden afgehandeld.
Artikel 5 Uitoefening bevoegdheden
De behandelaar oefent de bevoegdheden uit de hierna genoemde artikelen van de Algemene wet bestuursrecht zelfstandig uit:
a.verzoeken om een schriftelijke machtiging aan een gemachtigde (artikel 2:1, derde lid);
b.stellen van een termijn aan de bezwaarmaker (artikel 6:6);
c.verzenden van stukken (artikel 6:17);
d.het afzien van het horen van een belanghebbende (artikel 7:3);
e.ter inzage leggen van het bezwaarschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken, dan wel toezenden daarvan aan een belanghebbende of gemachtigde (artikel 7:4, tweede lid);
f.al dan niet op verzoek van een belanghebbende afzien van het op de hoogte stellen van het verhandelde tijdens een hoorzitting van een andere belanghebbende, voor zover geheimhouding om gewichtige reden is geboden (artikel 7:6, vierde lid).
Artikel 6 Voorbereiding hoorzitting
1De behandelaar bepaalt de wijze waarop, de plaats waar en het tijdstip wanneer wordt gehoord. Tijdens het horen krijgen bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en de vertegenwoordiger van de afdeling, die namens het bestuursorgaan het bestreden besluit heeft genomen, de gelegenheid om hun standpunt toe te lichten.
2Indien de behandelaar daarom verzoekt, dient de vertegenwoordiger van het organisatieonderdeel, die namens het bestuursorgaan het bestreden besluit heeft genomen, voorafgaand aan de hoorzitting een verweerschrift in.
3Indien de behandelaar daarom verzoekt, verschijnt de vertegenwoordiger van het organisatieonderdeel, die namens het bestuursorgaan het bestreden besluit heeft genomen, in persoon op de hoorzitting om het besluit namens het bestuursorgaan toe te lichten en vragen te beantwoorden.
4De behandelaar kan uit eigen beweging bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen op de hoorzitting te verschijnen.
Artikel 7 Ambtelijk horen
Het ambtelijk horen wordt uitgevoerd door een functionaris, die werkzaam is onder de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan. De functionaris, die is belast met het ambtelijk horen en het voorbereiden van de beslissing op bezwaar, is niet betrokken geweest bij de voorbereiding van het besluit waartegen bezwaar is gemaakt.
Artikel 8 Openbaarheid hoorzitting
Als de behandelaar beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn, die zich tegen openbaarheid van de hoorzitting verzetten, vindt de hoorzitting plaats achter gesloten deuren.
Artikel 9 Verslaglegging
Ten behoeve van de verslaglegging kan de hoorzitting worden opgenomen.
Artikel 10 Nader onderzoek
1De behandelaar is bevoegd nader onderzoek te doen als dit na afloop van de hoorzitting wenselijk wordt geacht.
2Indien de behandelaar dit nodig acht kan, naar aanleiding van het nader onderzoek, een nieuwe hoorzitting worden gepland. Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze beleidsregel die betrekking hebben op de hoorzitting, zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. De voorzitter bepaalt zo nodig het onderwerp van de nieuwe hoorzitting.
Artikel 11 Verdaging
De behandelaar kan, als de termijn van zes weken, genoemd in artikel 7:10, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht, onvoldoende is voor het voorbereiden van een beslissing op bezwaar, de beslissing verdagen voor ten hoogste zes weken.
Hoofdstuk 2 Slotbepalingen
Artikel 12 Intrekking
De huidige Verordening inzake de behandeling van bezwaar- en beroepschriften Verordening inzake de behandeling van bezwaar- en beroepschriften | Lokale wet- en regelgeving, wordt voor zover het betreft de bepalingen die gaan over de bevoegdheden van burgemeester en wethouders en burgemeester, ingetrokken.
Artikel 13 Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking de dag na bekendmaking in het gemeenteblad.
Artikel 14 Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als Beleidsregel voor de behandeling van bezwaarschriften gericht tegen besluiten van burgemeester en wethouders en de burgemeester gemeente Utrecht