Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregel Kader kwaliteitstoezicht Wmo 2021GGD regio Utrecht, gemeente Utrecht

Gemeente Utrecht · geldt sinds 5 juni 2025

Aanhef

Burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht,

Gelet op

•de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

•de artikelen artikel 2.1.1, tweede lid en ;,artikel 6.1, eerste lid, Wmo;

•artikel 5.1, negende lid, Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht 2024;

•Het Mandaatbesluit aanwijzingsbevoegdheid toezichthouders Wmo 2015 gemeente Utrecht;

Overwegende dat

•het college per 1 maart 2024 met de GGDrU is overeengekomen dat zij toezicht op de kwaliteit , zullen uitvoeren voor en namens het college;

•kaders voor toezicht en handhaving randvoorwaardelijk zijn voor het uitvoeren van toezicht en handhaving;

Besluiten de volgende beleidsregel vast te stellen:

Bijlage 1. Bevoegdheden en plichten van de toezichthouder

Toezicht Wmo heeft vanuit de wet bijzondere bevoegdheden ten aanzien van de uitvoering van het toezicht. Daartegenover staat ook een aantal plichten.

Algemene wet bestuursrecht (Awb)

Een toezichthouder heeft de volgende plichten op grond van de Awb:

1legitimatieplicht (art. 5:12, Awb)

2de plicht om het evenredigheidsbeginsel in acht te nemen (art.5:13, Awb)

De Awb benoemt voor de uitvoering van toezicht de volgende rechten en bevoegdheden:

1bevoegdheid om plaatsen te betreden, desnoods met politie. En om zich daarbij te laten vergezellen door personen die daartoe door de toezichthouder zijn aangewezen. Uitzondering daarop is een woning, als de bewoner daarvoor geen toestemming heeft gegeven (art 5:15, Awb)

2bevoegdheid om apparatuur mee te nemen, desnoods met politie (art 5:15, Awb)

3het recht om inlichtingen te vorderen (art 5:16, Awb)

4het recht om van personen inzage te vorderen in het identiteitsbewijs (art 5:16a, Awb)

5het recht op inzage van zakelijke gegevens en bescheiden en daarvan kopieën te maken (art 5:17, Awb)

6de bevoegdheid om zaken te onderzoeken, verpakkingen te openen en om monsters te nemen (art 5:18, Awb)

7de bevoegdheid om vervoermiddelen te onderzoeken (art 5:19, Awb).

Iedereen is verplicht om binnen een redelijke termijn alle medewerking te verlenen aan de toezichthouder (art 5:20, Awb).

Wmo2015 geeft zelf eveneens een aantal bevoegdheden en plichten aan de toezichthouder Wmo:

1) Inzage dossiers en verwerking persoonsgegevens

•De bevoegdheid om dossiers in te zien voor zover dat voor de taakuitvoering noodzakelijk is (art 6.1 lid 2 Wmo). Het gaat hierbij om dossiers die met betrekking tot cliënten worden opgesteld door onder meer zorgaanbieders, wijkteams en indicatiestellers. Ook dossiers die Veilig Thuis opstelt, kunnen worden ingezien.

•Daarnaast is toezicht Wmo bevoegd tot het verwerken van persoonsgegevens, waaronder gegevens betreffende de gezondheid van de cliënt alsmede andere bijzondere persoonsgegevens als bedoeld in de (uitvoeringswet) Algemene verordening gegevensbescherming.

•Toezicht Wmo moet deze bevoegdheden toetsen aan het proportionaliteitsvereiste en noodzakelijkheidsvereiste.

Toezicht Wmo houdt geen toezicht op de kwaliteit van uitvoering door Veilig Thuis zelf, dit is in

de wet belegd bij de Inspectie gezondheidszorg en jeugd (IGJ).

2) Geheimhoudingsplicht

Art. 3.4 lid 3 Wmo geeft aan dat het Toezicht Wmo een geheimhoudingsplicht heeft voor de cliëntgegevens die voor de beroepskracht onder het beroepsgeheim vallen. Deze geheimhoudingsplicht geldt tegenover iedereen. Als het documenten betreft, gaat deze plicht boven de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Deze geheimhoudingsplicht is belangrijk omdat zorgaanbieders en beroepskrachten, zonder zekerheid over de geheimhouding van deverstrekte gegevens, een te grote terughoudendheid zouden kunnen hebben om gegevens aan de toezichthouder te verstrekken. De geheimhoudingsplicht van het Toezicht Wmo geeft de grens aan van wat gerapporteerd kan worden. Daarnaast betekent de AVG dat het Toezicht Wmo bewust omgaat met de gegevens van derden en dat processen, waarbij gegevens worden verwerkt, zijn afgestemd met de privacy-officer en opgenomen in het verwerkingsregister.

Tot slot

Toezicht Wmo heeft de bevoegdheid om een VOG op te vragen van medewerkers, die ondersteuning verlenen aan cliënten, of andere personen die beroepsmatig met de cliënten in contact kunnen komen. Indien Toezicht Wmo redelijkerwijs mag vermoeden dat een beroepskracht niet (meer) voldoet aan de eisen voor het afgeven van een VOG, kan Toezicht Wmo verlangen dat de aanbieder ervoor zorgt dat de beroepskracht binnen tien weken een VOG overlegt, die niet ouder is dan drie maanden (art. 3.5, lid 2, Wmo).

Bijlage 2. Verdeling toezichturen per gemeente

Tabel b1 Verdeling toezichturen per gemeente aan de hand van inwonersaantal

Gemeente

Inkoopregio

Aantal inwoners per 1-1-19

Beschikbare regionale uren (incl. regio-overstijgende uren)

Houten

Lekstroom

49.911

834uren

IJsselstein

Lekstroom

34.160

Lopik

Lekstroom

14.473

Nieuwegein

Lekstroom

63.036

Vijfheerenlanden

Lekstroom

55.712

Amersfoort

Regio Amersfoort

156.286

1.120 uren

Baarn

Regio Amersfoort

24.767

Bunschoten

Regio Amersfoort

21.576

Leusden

Regio Amersfoort

30.030

Soest

Regio Amersfoort

46.194

Woudenberg

Regio Amersfoort

13.166

De Ronde Venen

Utrecht West

44.059

709uren

Montfoort

Utrecht West

13.996

Oudewater

Utrecht West

10.201

Stichtse Vecht

Utrecht West

64.336

Woerden

Utrecht West

52.197

Renswoude

Vallei

5.259

349uren

Rhenen

Vallei

20.004

Veenendaal

Vallei

65.589

Bunnik

Zuidoost Utrecht

15.192

749uren

De Bilt

Zuidoost Utrecht

42.824

Utrechtse Heuvelrug

Zuidoost Utrecht

49.515

Wijk bij Duurstede

Zuidoost Utrecht

23.762

Zeist

Zuidoost Utrecht

63.934

Deelnemende gemeenten

980.179

3.761 uren

Eemnes

9.113

Utrecht

352.866

Totaal GGDrU

1.342.158

Tabel b2 Overzicht indicatieve toezichturen per activiteit Wmo onderzoek

Activiteiten

Aantal uren

Bestaande uit een combinatie van:

Toezicht op locatieniveau

Per locatie 10 uur

Dossiercontrole: ondersteuningsplan, registratie, locatiebezoek, gesprekken cliënten, professionals, locatiemanager, observaties, reistijd binnen de regio

Toezicht bij ambulante voorzieningen

Per cliënt 5 uur

Dossiercontrole: op onder andere beschikking, ondersteuningsplan, registratie, gesprek cliënt en begeleider, observatie, reistijd binnen de regio

Toezicht op beleid

Per toezicht 5 uur

Analyse beleidsdocumenten, controle MIC/MIM en calamiteiten, controle personeelsdossier VOG en diploma, gesprek kwaliteitsmanager

Administratie en rapport

Per toezicht 13 uur

Inplannen, afstemmen gemeente/inkoopregio/wijkteam, opstellen conceptrapport, tweede lezer, hoor wederhoor, zienswijzen, definitief rapport en afstemming gemeente/inkoopregio

Herstelaanbod en hercontrole

Voor beleid 2 uur

Per locatie 4 uur

(her)beoordeling van beleidsdocumenten (her)beoordeling van uitvoering op een locatie

Aantal uren per onderzoek zijn afhankelijk van onder meer:

•De grootte van de steekproef

•Inzet herstelaanbod en hercontrole

•Flexibiliteit in toezicht: minder locaties, meer dossiercontrole etc.

•De uren voor afstemming: afhankelijk van de inkoopregio.

Tabel b3 Indicatieve berekening toezichturen per onderzoek afhankelijk van grootte en type voorziening.

Grootte en type voorziening

Steekproef

Uren praktijk

Uren beleid

Uren admin rapport

Uren herstel

Totaal

kleine aanbieder

ambulante ondersteuning

2x

5

5

13

3

31

grote aanbieder

Hulp bij huishouden

6x

5

5

13

3

51

kleine aanbieder

kortdurend verblijf

1x

10

5

13

3

31

midden aanbieder beschermd wonen

3x

10

5

13

3

51

grote aanbieder dagbesteding

5x

10

5

13

3

71

Subtotaal

235

Bijlage 3. Toetsingskader toezicht Wmo per 1/1/2021

Het toetsingskader is gebaseerd op

•de wettelijke normen uit de Wmo 2015

•de ondergrensnormen die samen met de gemeenten in 2015 zijn opgesteld

•de inkoopeisen van de inkoopregio’s en gemeenten. Het toetsingskader geldt voor de 24

•gemeenten waarvoor GGDrU het Wmo toezicht uitvoert. Specifieke kwaliteits- of

•contracteisen die niet zijn opgenomen in het dit toetsingskader, kunnen door een

•inkoopregio /gemeente toegevoegd worden aan het jaarplan.

In dit toetsingskader zijn de verschillende normen en voorwaarden uitgewerkt en

geconcretiseerd, met als doel de praktijk en de kwaliteit op uniforme en transparantie wijze te

beoordelen. Het toetsingskader heeft geldt voor alle voorzieningen en Wmo-aanbieders: Zorg

in Natura, Pgb aanbieders, gesubsidieerde partijen en Algemene voorzieningen.

In het toetsingskader zijn niet alle voorwaarden en uitwerkingen van toepassing op

voorzieningen waarbij producten gemoeid zijn, zoals hulpmiddelen en woningaanpassingen.

Ook wordt bij sommige voorwaarden wordt onderscheid gemaakt tussen ambulante

voorzieningen en locatie-gebonden voorzieningen.

Begrippenlijst

•ondersteuningsplan; het plan dat door de aanbieder wordt opgesteld waarin de

•ondersteuningsdoelen zijn beschreven. Dit wordt ook wel een zorg(leef)plan,

•begeleidingsplan of plan van aanpak genoemd

•intake; het gesprek dat de aanbieder voert met de cliënt en/of diens vertegenwoordiger

•waarin de ondersteuningsbehoeften worden uitgevraagd en wordt bekeken of dit past bij

•het aanbod. Dit wordt in sommige gemeenten door het wijkteam /sociaal team gedaan.

•medewerkers: alle betaalde en niet betaalde krachten die werken bij de aanbieder

•(stagairs, vrijwilligers, professionals, ervaringsdeskundigen)

•professionals: de betaalde en geschoolde mensen die verantwoordelijkheid dragen voor de

•ondersteuning van de cliënten.

•ambulante ondersteuning; de ondersteuning die cliënten individueel krijgen, veelal in de

•thuissituatie. In sommigen gemeenten worden andere termen gehanteerd zoals:

•ambulante begeleiding, begeleiding individueel, dagactiviteiten individueel, praktische en

•specialistische begeleiding.

•kortdurend verblijf: het verblijf van cliënten bij een aanbieder ter ontlasting van de mantelzorger, zoals respijtzorg en logeerweekenden.

Thema 1. Cliënten

1.1 Norm: Cliëntgerichte ondersteuning

De voorziening wordt doelmatig, doeltreffend en cliëntgericht verstrekt (art. 3.1, tweede lid sub a, Wmo). De voorziening is afgestemd op de reële behoefte(n) van de cliënt en andere vormen van zorg of hulp (art. 3.1, tweede lid sub b, Wmo).

Samenvatting

De geboden ondersteuning dient overeen te komen met de gestelde doelen vanuit het indicatiebesluit van de gemeente. Er wordt in samenwerking met de cliënt een concreet ondersteuningsplan opgesteld, waaruit minimaal blijkt welke voorziening geboden wordt, wat de ondersteuningsbehoeften zijn en welke doelen (SMART) daaraan gekoppeld worden. Hierbij wordt zorgvuldige dossiervoering verwacht van de aanbieder. De ondersteuning en de ontwikkeling van de cliënt wordt regelmatig geëvalueerd en waar nodig bijgesteld.

Herstelaanbod

Indien een of meer van de voorwaarden een beoordeling ‘voldoet niet’ heeft, dan is dat in principe aanleiding om geen herstelaanbod aan te bieden.

Voorwaarden

Uitwerking

1.1.1 De ondersteuning wordt structureel geboden en draagt bij aan de zelfredzaamheid en/of participatie van de cliënt

□ De ondersteuning door de aanbieder is tijdig gestart volgens contractafspraken van de betreffende gemeente(n)

□ De ondersteuning wordt geboden met de frequentie die past bij de ondersteuningsbehoefte(n) van de cliënt

□ De ondersteuning heeft als resultaat: bevordering zelfredzaamheid, bevordering participatie en/of ontlasting van mantelzorg

□ De eigen kracht en regie van de cliënt wordt (waar mogelijk) gestimuleerd. Indien mogelijk wordt gewerkt naar afbouw en/of beëindiging van de ondersteuning

□ De continuïteit van de ondersteuning is geborgd; voldoende personeelsbezetting, goede bereikbaarheid en een regeling bij uitval van een medewerker

1.1.2 De aanbieder heeft in samenspraak met de cliënt een ondersteuningsplan opgesteld waarin het doel, de aard en de intensiteit van de ondersteuning is vastgelegd

□ Er vindt een intake plaats met de cliënt, waarin de hulpvragen in kaart worden gebracht/verdiept wanneer de gemeente een plan heeft opgesteld

□ In een intake/kennismaking worden wederzijdse verwachtingen afgestemd

□ In een intake/kennismaking word gekeken of de cliënt en de geboden ondersteuning bij elkaar passen, indien een locatie gebonden voorziening: of de cliënt past binnen de huidige groep

□ Er is een digitaal of schriftelijk cliëntdossier, waarin zaken zoals het intakeverslag, plan van aanpak, ondersteuningsplan, risico-inventarisatie is opgenomen

□ Het ondersteuningsplan is per individuele cliënt opgesteld en is passend bij

-de behoeften en mogelijkheden van de cliënt

-het plan van aanpak en beschikking van de indicatiesteller

□ De gestelde doelen zijn SMART geformuleerd

□ De aanbieder zorgt ervoor voor dat de cliënt en/of diens vertegenwoordiger betrokken is bij het ondersteuningsplan*

□ Het ondersteuningsplan is passend bij de afgegeven beschikking vanuit de gemeente

□ Het ondersteuningsplan wordt binnen de gestelde termijn volgens contractafspraak gemeente, na de start van de ondersteuning voltooid en ondertekend door de cliënt en de verantwoordelijke professional

□ De aanbieder werkt methodisch (bv. Volgens ZRM of vraaggericht werken), heeft passende richtlijnen ontwikkeld en geïmplementeerd voor het opstellen van het ondersteuningsplan en het cliëntdossier

□ De cliënt heeft de mogelijkheid (op aanvraag) zijn/haar dossier in te zien

□ De client begrijpt het ondersteuningsplan en/of laat zich vertegenwoordigen door een naaste/wettelijk vertegenwoordiger die het ondersteuningsplan begrijpt

1.1.3 Het ondersteuningsplan wordt adequaat uitgevoerd en periodiek geëvalueerd met de cliënt

□ Minimaal 1 x per jaar en indien nodig vaker, wordt het ondersteuningsplan en de ontwikkeling van de cliënt geëvalueerd

□ Het ondersteuningsplan wordt na de evaluatie, waar nodig, binnen 1 maand bijgesteld

□ Wijzigingen in de situatie van een cliënt, die aanpassing vergen in de ondersteuning (zwaarte of soort), worden binnen een maand gesignaleerd, geregistreerd en opgepakt, en indien nodig teruggekoppeld aan de indicatiesteller

1.2 Norm: Afstemming in de keten

De voorziening is afgestemd op de reële behoefte(n) van de cliënt en andere vormen van zorg of hulp (art. 3.1, tweede lid sub b, Wmo)

Samenvatting

De ondersteuning die de cliënt vanuit de Wmo ontvangt is zoveel mogelijk gericht op één plan, waarbij op diverse leefgebieden verschillende zorgprofessionals actief kunnen zijn. Indien de cliënt meerdere vormen van ondersteuning ontvangt, is nodig dat deze op elkaar zijn afgestemd, bijvoorbeeld door middel van overleg, gezamenlijke evaluaties, multidisciplinaire overleg, en indien nodig het aanwijzen van een casusregisseur. De afspraken die voorvloeien uit de afstemming met ketenpartners dienen vastgelegd te worden. Ook is er toestemming van de cliënt vereist voor de samenwerking en uitwisseling van gegevens.

Herstelaanbod

Indien twee of meer van de voorwaarden een beoordeling ‘voldoet niet’ hebben, dan is dat in principe aanleiding om geen herstelaanbod aan te bieden

Voorwaarden

Uitwerking

1.2.1 De aanbieder draagt er zorg voor dat het netwerk en ketenpartners (betrokken bij de cliënt) in kaart worden gebracht (indien nodig)

Indien van toepassing (hangt af van de voorziening en de ondersteuningsvraag van cliënten):

□ Bij aanvang van de ondersteuning worden het professionele (ketenpartners) en persoonlijke netwerk van een cliënt in kaart gebracht en indien nodig betrokken

□ Indien afstemming en samenwerking niet nodig wordt geacht, wordt dit beargumenteerd teruggekoppeld aan de indicatiesteller

□ Er is zicht op de behoeften van de mantelzorger in het ondersteuningsproces van de cliënt en hier wordt op ingespeeld.

□ Er is een vaste contactpersoon in het (professionele) netwerk aangewezen door de cliënt (in geval van nood)

□ Het sociale netwerk van de cliënt wordt waar nodig en mogelijk actief betrokken in de ondersteuning

1.2.2 De aanbieder stemt de ondersteuning (indien nodig) af op andere zorg of hulp, draagt zorg voor toestemming van de cliënt en legt gemaakte afspraken met ketenpartners vast

Indien van toepassing (hangt af van de voorziening en de ondersteuningsvraag van cliënten):

□ Zijn op individueel niveau concrete afspraken gemaakt over de samenwerking en uitwisseling met ketenpartners betrokken bij de cliënt (bv. andere zorgverlener of behandelaar)

□ Zijn namen, contactgegevens, rol en verantwoordelijkheid van betrokken ketenpartners en gemaakte afspraken in het cliëntdossier opgenomen

□ Informeren alle bij de cliënt betrokken professionals elkaar over bijzonderheden in de situatie en ontwikkeling van de cliënt

□ Wordt de toestemming van de cliënt voor afstemming en uitwisseling tussen ketenpartners per nieuwe situatie (mondeling of schriftelijk) gevraagd en vastgelegd

1.3 Norm: Rechten van de cliënt

De voorziening wordt verstrekt met respect voor en inachtneming van de rechten van de cliënt (art. 3.1, tweede lid sub d, Wmo)

Samenvatting

De bejegening door de medewerkers (betaald en onbetaald) richting cliënten is passend en correct en wordt geborgd door onder andere een gedragscode of gedragsregels. De aanbieder borgt de algemene rechten van de cliënt door het uitvoeren van passend beleid omtrent privacy, klachten en medezeggenschap.

Gegevensuitwisseling van (gevoelige) persoonsgegevens dient (conform de geldende wet- en regelgeving) alleen plaats te vinden met toestemming van de cliënt (of vertegenwoordiger).

Herstelaanbod

Indien voorwaarde 1.3.1 een beoordeling heeft ‘voldoet niet’ heeft, dan is dat in principe aanleiding om geen herstelaanbod aan te bieden.

Indien voorwaarde 1.3.2 een beoordeling ‘voldoet niet’ heeft, dan is dat in principe aanleiding om geen herstelaanbod aan te bieden.

Voorwaarden

Uitwerking

1.3.1 De aanbieder draagt er zorg voor dat de medewerkers de cliënten passend en correct bejegenen.

□ De medewerkers bejegenen de cliënten op passende en correcte wijze.

□ De medewerkers (betaald en onbetaald) worden door middel van vastgelegde richtlijnen (bv. gedragscode of gedragsregels) geïnstrueerd hoe zij cliënten conform de richtlijnen dienen te bejegenen

1.3.2 Er is passend privacybeleid ontwikkeld en geïmplementeerd

□ De privacy van cliënten wordt op correcte wijze behandeld

□ Het privacybeleid is geactualiseerd naar aanleiding van relevante privacywetgeving (AVG) waaronder beleid datalek

□ cliënten worden bij aanvang van de ondersteuning en periodiek geïnformeerd over de omgang met privacy

□ Het privacybeleid is in begrijpelijke taal (B1) geformuleerd en is voor cliënten toegankelijk (de privacyverklaring staat bv op website of een folder)

□ In de praktijk zijn de medewerkers op de hoogte van de werkwijze omtrent privacy en wordt het beleid nageleefd

1.3.3 De aanbieder treft een regeling voor de afhandeling van klachten over gedragingen van de aanbieder jegens cliënten

□ Cliënten hebben de mogelijkheid een klacht in te dienen, bij een persoon anders dan de eigen begeleider

□ De onafhankelijkheid en objectiviteit van de klachtenbehandeling worden voldoende geborgd, bv door externe klachtenmogelijkheid en/of onafhankelijke vertrouwenspersoon

□ De aanbieder draagt er zorg voor dat cliënten op de hoogte zijn van de klachtenregeling (bv. bespreken intake, of plaatsen op website)

□ Cliënten zijn op de hoogte van de klachtenmogelijkheid

□ De aanbieder registreert en analyseert klachten periodiek en neemt indien nodig maatregelen

1.3.4 De aanbieder geeft cliënten de mogelijkheid tot inspraak op het beleid en voorgenomen besluiten binnen de organisatie die van belang zijn voor de cliënt

□ De aanbieder zorgt voor inspraakmogelijkheden

□ De geboden inspraakmogelijkheden zijn passend bij de geboden voorziening/ doelgroep (bv cliëntenraad, KTO, huiskameroverleg)

□ Cliënten nemen deel aan/worden gemotiveerd tot deelname aan de inspraakmogelijkheden

□ Cliënten worden bij aanvang van de ondersteuning op de hoogte gesteld van de inspraakmogelijkheden

□ De inspraakmogelijkheden zijn schriftelijk vastgelegd in een beleidsdocument of op de website

□ De inspraak van cliënten is een blijvend onderwerp waar de aanbieder aan werkt

Thema 2. Professionaliteit

2.1 Norm: Professionele standaard

De voorziening wordt verstrekt in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de professionele standaard (art. 3.1, tweede lid sub c, Wmo)

Samenvatting

De professional is vakbekwaam. De aanbieder draagt daarvoor zorg door passend beleid op het gebied van kwaliteitszorg, personeelsbeleid (waaronder opleiding en scholing), intervisiemomenten, een verantwoorde inzet van stagiaires en vrijwilligers, omgang met en uitwisseling van (gevoelige) persoonsgegevens.

Herstelaanbod

Indien voorwaarde 2.1.1 een beoordeling ‘voldoet niet’ of ‘voldoet grotendeels niet’ heeft, dan is dat in principe aanleiding om geen herstelaanbod aan te bieden.

Voorwaarden

Uitwerking

2.1.1 Kwalificaties van medewerkers zijn passend bij de ondersteuning

□ De professionals en/of aanbieder hebben indien van toepassing een beroepsregistratie en handelen conform de beroepscode

□ De professionals hebben passende kwalificaties (qua opleiding en/of ervaring, conform contractafspraken met de gemeenten en eventuele eisen vanuit beroepsgroep)

□ De vrijwilligers hebben passende kwalificaties (qua opleiding en/of ervaring, conform contractafspraken met de gemeenten)

□ De stagiairs hebben passende kwalificaties (qua opleiding en/of ervaring, conform contractafspraken met de gemeenten)

□ De ervaringsdeskundigen hebben passende kwalificaties (qua opleiding en/of ervaring, conform contractafspraken met de gemeenten)

□ De aanbieder heeft concrete functieprofielen met daarbij behorende takenpakket en (diploma, opleiding, ervaring, taal) eisen opgesteld

□ Als bij de dienstverlening vrijwilligers, stagiairs, onbetaalde ervaringsdeskundigen worden ingezet dan is dat altijd aanvullend op en onder leiding van de professional

□ De cliënten worden zoveel mogelijk door vaste begeleider(s) ondersteund

2.1.2 De aanbieder heeft aantoonbaar passend personeelsbeleid ontwikkeld, geïmplementeerd en geborgd

□ De aanbieder heeft passend personeelsbeleid voor professionals ten aanzien van (bij)scholing, intervisie, supervisie, teamoverleg, casuïstiek en opleidingen

□ De aanbieder voorziet structureel in scholings/ -opleidingsmogelijkheden voor de professionals en indien van toepassing stagiairs/vrijwilligers

□ De professional houdt zijn kennis en vaardigheden structureel bij conform beleid aanbieder en eventuele contractafspraken met de gemeenten

□ De aanbieder heeft passend beleid met betrekking tot de begeleiding en scholing van stagiaires, vrijwilligers en ervaringsdeskundigen (begeleiding, supervisie, scholing)

□ De stagiaires, vrijwilligers en ervaringsdeskundigen worden opgeleid en begeleid conform beleid aanbieder en eventuele contractafspraken met de gemeenten.

2.1.3 Betaalde beroepskrachten en vrijwilligers, die worden ingezet door de organisatie en werken met de cliënten, zijn in het bezit van een geldige VOG (screeningsprofiel “gezondheidszorg en welzijn van mens en dier”) bij aanvang van de werkzaamheden met cliënten

□ De aanbieder heeft beleid opgesteld omtrent VOG (aanvang dienstverband en her aanvraag)

□ Elke professional heeft een geldige VOG in zijn dossier bij de start van de werkzaamheden

□ Elke stagiair en vrijwilliger heeft een geldige VOG in zijn dossier bij de start van de werkzaamheden

□ De VOG is maximaal 3 maanden voorafgaand aan het ingaan van het arbeidscontract afgegeven

□ Indien een medewerker pas na een proefperiode de VOG dient te overleggen, voert de beroepskracht tijdens de proefperiode geen werkzaamheden uit zonder supervisie van een andere professional.

□ Indien een medewerker geen VOG kan overleggen worden de overwegingen om iemand wel aan te nemen schriftelijk vastgelegd door de aanbieder

□ De VOG wordt conform contractafspraken gemeente opnieuw aangevraagd

2.2 Norm: Kwaliteitsverbetering

De aanbieder draagt er zorg voor dat de voorziening van goede kwaliteit is (art. 3.1, eerste lid, Wmo)

Samenvatting

De aanbieder draagt er zorg voor dat de voorziening van goede kwaliteit is en blijft, door aantoonbare continue kwaliteitsverbetering door middel van een PDCA-cyclus of kwaliteitsmanagementsysteem.

Herstelaanbod

Indien voorwaarde 2.2.1 een beoordeling ‘voldoet niet’ heeft, dan is dat in principe aanleiding om geen herstelaanbod aan te bieden.

Voorwaarden

Uitwerking

2.2.1 De aanbieder draagt er zorg voor dat kwaliteit van de voorziening geborgd is (Art. 3.1, eerste lid, Wmo)

en werkt aantoonbaar aan continue kwaliteitsverbetering

□ De aanbieder werkt aantoonbaar aan kwaliteitsverbetering, door middel van bijvoorbeeld een keurmerk HKZ, ISO of KIWA

□ De aanbieder heeft werkwijzen en procedures vastgelegd, bijvoorbeeld in een kwaliteitshandboek

□ De aanbieder heeft werkwijzen en procedures geïmplementeerd en evalueert deze jaarlijks

□ De professionals werken conform de werkwijzen en procedures

□ De input van cliënten wordt minimaal jaarlijks uitgevraagd en gebruikt om de kwaliteit te verbeteren, bijvoorbeeld door een tevredenheidsonderzoek

□ De input van professionals wordt minimaal jaarlijks door de aanbieder uitgevraagd en gebruikt om kwaliteit te verbeteren, bijvoorbeeld door tevredenheidsonderzoek of functioneringsgesprekken

Thema 3. Veiligheid

3.1 Norm: Veilige verstrekking

De voorziening wordt in elk geval veilig verstrekt (art. 3.1, tweede lid sub a, Wmo)

Samenvatting

De veiligheid van de cliënt wordt gewaarborgd. Dit betekent dat er inzicht is in de sociale, mentale en fysieke gezondheid van de cliënt en hierop wordt geanticipeerd. De veiligheid van medewerkers wordt gewaarborgd. De locaties/ ruimtes van de aanbieder waar de cliënten verblijven (beschermd, maatschappelijke opvang, dagbesteding en kortdurend verblijf) zijn toegankelijk, beschikbaar en veilig voor de doelgroep en medewerkers.

Herstelaanbod

Indien voorwaarde 3.1.1 en/of 3.1.2 een beoordeling ‘voldoet niet’ of ‘voldoet grotendeels niet’ heeft, dan is dat in principe aanleiding om geen herstelaanbod aan te bieden.

Voorwaarden

Uitwerking

3.1.1 De aanbieder draagt zorg voor de sociale, mentale en fysieke veiligheid van cliënten en de medewerkers

□ De aanbieder draagt zorg voor een risico-inventarisatie op individueel cliëntniveau (bv medicatie, psychische klachten, suïcidaliteit, valrisico)

□ De professionals zijn op de hoogte van de cliënt risico-inventarisatie

□ De professionals dragen zorg voor de acties voortvloeiende uit de cliënt risico-inventarisatie (zoals afspraken over valpreventie, dichte deur beleid, beheer eigen medicatie, opschalen naar ketenpartner, inlichten contactpersoon)

□ De individuele risico-inventarisatie per cliënt wordt jaarlijks of vaker geëvalueerd en indien nodig bijgesteld

□ De aanbieder heeft beleid opgesteld voor de veiligheid van medewerkers, met betrekking tot: privégegevens medewerkers, afbakening beschikbaarheid, ongewenst gedrag van cliënten zoals roken, drugsgebruik en agressie

3.1.2 De aanbieder draagt zorg voor de veiligheid van de locatie, voorziening en hulpmiddelen

□ De aanbieder draagt zorg voor een risico-inventarisatie met betrekking tot de fysieke ruimte en hulpmiddelen waar de ondersteuning wordt geboden (brandveiligheid, gebruik materiaal, valrisico)

□ De professionals zijn op de hoogte van deze risico-inventarisatie

□ De professionals dragen zorg voor de acties voortvloeiende uit deze risico-inventarisatie

□ De risico-inventarisatie wordt jaarlijks of vaker geëvalueerd en indien nodig bijgesteld

□ De ruimten, voorzieningen en hulpmiddelen van de aanbieder zijn bruikbaar, toegankelijk, bereikbaar en veilig voor verblijf/gebruik van cliënten

3.1.3 De aanbieder registreert en behandelt incidenten en draagt zorg voor het evalueren en leren hiervan

□ De aanbieder draagt zorg voor een intern beleid op gebied van het registreren en analyseren van incidenten en/of calamiteiten (MIC/ MIM)

□ Professionals zijn hiervan op de hoogte en passen dit ook toe in de praktijk

□ Verbeterpunten naar aanleiding van incidenten worden aantoonbaar opgepakt en geïmplementeerd

3.2 Norm: Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

De aanbieder stelt een meldcode vast waarin stapsgewijs wordt aangegeven hoe met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt omgegaan en die er redelijkerwijs aan bijdraagt dat zo snel en adequaat mogelijk hulp kan worden geboden (art. 3.3, eerste lid, Wmo)

Samenvatting

De aanbieder heeft de 5 stappen van de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling opgenomen, geïmplementeerd en geborgd in de organisatie en zorgt ervoor dat professionals conform de meldcode

werken.

Herstelaanbod

Indien voorwaarde 3.2.1 een beoordeling ‘voldoet niet’ heeft, dan is dat in principe aanleiding om geen herstelaanbod aan te bieden.

Voorwaarden

Uitwerking

3.2.1 De aanbieder heeft een meldcode vastgesteld en werkt conform deze meldcode

□ De aanbieder heeft een meldcode opgesteld die voldoet aan de landelijke eisen (waarin een aandachtsfunctionaris is aangewezen en de stappen zijn opgenomen)

□ Nieuwe professionals, stagiaires en vrijwilligers worden ingewerkt op de Meldcode

□ De kennis over de meldcode wordt structureel, en minimaal jaarlijks, bevorderd

□ Medewerkers werken conform de meldcode

3.3 Norm: Melden calamiteiten en geweldsincidenten

De aanbieder doet bij de toezichthoudende ambtenaar, onverwijld melding van iedere calamiteit die bij de verstrekking van een voorziening heeft plaatsgevonden en geweld bij de verstrekking van een voorziening (art. 3.4, eerste en tweede lid, Wmo)

Samenvatting

De aanbieder werkt volgens het calamiteitenprotocol van de gemeenten in de regio Utrecht.; waar bij calamiteiten en geweldsincidenten onverwijld worden gemeld.

Herstelaanbod

Indien voorwaarde 3.3.1 een beoordeling heeft: voldoet niet of grotendeels niet. Dan is dat in principe aanleiding om geen herstelaanbod aan te bieden.

Voorwaarden

Uitwerking

3.3.1 Calamiteiten en geweldsincidenten worden gemeld en onderzocht

□ De aanbieder werkt volgens het calamiteitenprotocol van GGD regio Utrecht

□ De aanbieder doet onverwijld melding van een calamiteit of geweldsincident bij de toezichthouder

□ De medewerkers zijn hiervan op de hoogte

□ Als een (zelf)onderzoek naar de calamiteiten heeft plaatsgevonden waarbij verbeterpunten zijn opgesteld, stelt de aanbieder een verbeterplan op en voert deze uit

3.4 Norm: Hygiëne en gezondheid

De voorziening wordt in elk geval veilig verstrekt (art. 3.1, tweede lid sub a, Wmo):

-de aanbieder neemt hygiënemaatregelen in acht ter voorkoming van gezondheidsklachten en ziekte(n) onder cliënten en personeel.

-de aanbieder draagt zorg voor passende maatregelen om de gezondheid van personeel en cliënten onder alle omstandigheden zoveel mogelijk te waarborgen.

Samenvatting

Er is hygiënebeleid opgesteld passend bij de locatie en de geboden ondersteuning en dit beleid wordt in de praktijk ook daadwerkelijk nageleefd. De aanbieder neemt op beleids- en praktijkniveau de verantwoordelijkheid om de gezondheid van cliënten en personeel te beschermen, door passende maatregelen te treffen en gezondheidsrisico’s waar mogelijk te beperken.

Herstelaanbod

Indien voorwaarde 3.4.1 en 3.4.2 een beoordeling ‘voldoet niet’ heeft, dan is dat in principe aanleiding om geen herstelaanbod aan te bieden.

Voorwaarden

Uitwerking

3.4.1 De aanbieder draagt zorg voor passende hygiënemaatregelen

□ De aanbieder heeft een hygiënebeleid (o.a. handhygiëne, sanitair, voedsel, werkkleding etc.) en voldoet bij verwerking van voedsel aan de HACCP-richtlijnen

□ Medewerkers werken conform het hygiënebeleid

Indien er gewerkt wordt met dieren (verzorging of recreatief):

□ Is er beleid omtrent de omgang met dieren

□ Worden maatregelen getroffen om zoönose te voorkomen

3.4.2 De aanbieder draagt ten allen tijden zorg voor passende maatregelen ter bescherming van cliënten en personeel

□ Ten tijde van een uitbraak infectieziekte, griepseizoen of andere omstandigheden zoals een hittegolf houdt de aanbieder zich aan landelijke maatregelen of maatregelen die voor die specifieke voorziening geldend zijn

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.