Artikel 1
1Voor zowel de artistieke beoordeling van incidentele subsidie en projecten (op basis van de ASV 2008) als evaluaties en beleidsadvisering in meer algemene zin in de sector Cultuur kunnen burgemeester en wethouders adviescommissies van deskundigen – hierna te noemen De Commissie – instellen.
2De Commissie bestaat steeds uit tenminste drie onafhankelijke deskundige leden met stemrecht en een onafhankelijke voorzitter zonder stemrecht.
3Aan De Commissie wordt door Burgemeester en Wethouders een ambtelijk secretariaat toegevoegd. Het hoofd Culturele Zaken is verantwoordelijk voor het secretariaat.
4De taak, samenstelling en werkwijze van De Commissie wordt nader geregeld in een door burgemeester en wethouders vastgesteld huishoudelijk reglement.
Artikel 2
1Burgemeester en wethouders benoemen de voorzitter en de leden van De Commissie.
2Het lidmaatschap van De Commissie eindigt door het verstrijken van de zittingstermijn, opzegging, overlijden of ontslag door burgemeester en wethouders.
3Burgemeester en wethouders kunnen slechts tot ontslag van een lid van De Commissie overgaan, indien alle overige leden samen met de voorzitter hiertoe een schriftelijk en gemotiveerd verzoek hebben gedaan.
4Voor de benoeming van nieuwe leden op vacante plaatsen stelt De Commissie een voordracht op, die gebaseerd is op een open selectieprocedure.
5De Commissie wijst uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter aan.
6De leden hebben in De Commissie zitting op persoonlijke titel, zonder last of ruggespraak.
7In voorkomende gevallen kan De Commissie tijdelijk worden uitgebreid met een of meer externe deskundigen.
Artikel 3
1De voorzitter wordt benoemd voor een periode van vier jaar.
2De afgetreden voorzitter is terstond voor één periode van vier jaar herbenoembaar, tenzij hij reeds acht jaren aaneengesloten lid is.
3De stemgerechtigde leden hebben zitting voor twee jaren.
4Afgetreden leden zijn terstond voor één periode van twee jaren herbenoembaar, tenzij zij reeds vier jaren aaneengesloten lid zijn.
5De leden treden, niet gelijktijdig, af volgens een door De Commissie vastgesteld rooster.
Artikel 4
Een commissielid dat op enigerlei wijze persoonlijk, functioneel dan wel bestuurlijk betrokken is bij een voor subsidie ingediend project neemt geen deel aan de beraadslaging en besluitvorming over dit project.
Artikel 5
1Voorzitter en leden van De Commissie ontvangen een vergoeding voor hun werkzaamheden.
2Passend binnen het financiële kader van de afdeling Culturele Zaken stelt het hoofd van die afdeling de hoogte van de vergoeding vast.
Artikel 6
1De Commissie is bevoegd uit eigen beweging omtrent onderwerpen, liggende op het terrein van haar werkzaamheden, haar opvattingen aan burgemeester en wethouders kenbaar te maken en daaromtrent voorstellen te doen.
2De Commissie maakt haar oordeel kenbaar, hetzij door overlegging van de notulen van haar vergaderingen, hetzij door indiening van afzonderlijke door de voorzitter ondertekende adviezen of voorstellen aan burgemeester en wethouders.
Artikel 7
1De Commissie vergadert telkens als zij door de voorzitter daartoe bijeen geroepen wordt, of als een meerderheid van de stemhebbende leden dit verzoekt.
2De voorzitter bepaalt dag, uur en plaats van de vergadering.
Artikel 8
1De Commissie beraadslaagt noch besluit, als niet tenminste de meerderheid van het aantal stemhebbende leden aanwezig is.
2Besluiten worden bij meerderheid van stemmen genomen.
3Bij staking van de stemmen kan een afwezig lid achteraf een schriftelijke stem uitbrengen.
Artikel 9
1Indien het college van burgemeester en wethouders afwijkt van het advies motiveert het deze afwijking.
2Het advies is openbaar, zodra door of namens het College een besluit is genomen op basis van het advies.
Artikel 10
1Jaarlijks legt De Commissie verantwoording af van haar werkzaamheden in een jaarverslag.
2In dit jaarverslag wordt in ieder geval opgenomen:
-een lijst van alle positief beoordeelde en beadviseerde subsidieverzoeken
-een lijst van alle positief beoordeelde, maar om prioriteitsredenen negatief beadviseerde subsidieverzoeken
-een lijst van alle negatief beoordeelde subsidieverzoeken
-een overzicht van overige door De Commissie gegeven adviezen.
3.Het jaarverslag wordt ter kennisname aan burgemeester en wethouders en ter informatie aan de leden van de raadscommissie gepresenteerd uiterlijk op 31 mei van het jaar volgend op het verslagjaar.
Artikel 11
1Dit reglement treedt in werking met ingang van de dag, die volgt op de dag van publicatie van dit reglement.
2Per die datum vervalt het Basisreglement voor adviescommissies in de sector cultuur 2006 (Gemeenteblad van Utrecht 2006, nr. 52).
Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders d.d. 19 augustus 2008
De secretaris, De burgemeester,
Drs. A. Schuilenburg Mr. A. Wolfsen
Bekendmaking heeft plaatsgevonden op 3 september 2008.
Dit reglement is in werking getreden op 4 september 2008.