Gemeentelijke regelgeving

Verordening Sociaal Domein Urk 2024

Gemeente Urk · geldt sinds 25 januari 2025

4. Gezond en veilig opgroeien [Jeugdwet]

4.2 Uitgangspunten bij het bieden hulp

4.2a Afwegingsfactoren eigen kracht

1Bij de beoordeling van de eigen kracht maakt de gemeente gebruik van afwegingsfactoren.

2Bij gebruikelijke hulp zijn dat:

a.de opvoedkundige capaciteiten van ouders;

b.de beschikbaarheid van ouders. De gemeente kan rekening houden met acute omstandigheden die zich kunnen voordoen.

3Bij boven-gebruikelijke hulp zijn dat:

a.de behoeften en mogelijkheden van de jeugdige;

b.de intensiteit en duur van de benodigde hulp voor de jeugdige;

c.de mogelijkheden, draagkracht en de belastbaarheid van de ouders die te maken heeft met de zorgplicht. De gemeente verwacht van ouders dat zij hun (dagelijkse) leven zo inrichten om hun draagkracht en belastbaarheid zo groot mogelijk maken en houden;

d.de samenstelling van het gezin en de woonsituatie;

e.het belang van de ouders om te voorzien in een inkomen.

4Bij vervoer van en naar de jeugdhulplocatie als dat medisch noodzakelijk is of de jeugdige (nog) niet zelfredzaam is, zijn dat:

a.of de jeugdige in staat is om zelf te reizen;

b.de aanwezigheid van een auto of de mogelijkheid voor gebruik van het openbaar vervoer;

c.de afstand in verband met de tijd die nodig is voor het vervoer en de vraag of er een jeugdhulpvoorziening dichterbij is die ook geschikt is;

d.het tijdstip waarop de ritten uitgevoerd moeten worden;

e.het aantal dagen dat vervoer nodig is;

f.draagkracht en draaglast in het gezin.

5De gemeente verwacht van ouders dat zij:

a.zich in hoge mate inspannen om hulp van personen uit het sociaal netwerk te krijgen;

b.zich inspannen om hulp van niet door de gemeente gecontracteerde organisaties of instellingen binnen de gemeente Urk te krijgen. De gemeente kan voorbeelden geven aan ouders;

c.gebruik maken van aanspraken op grond van een aanvullende zorgverzekering, mits die is afgesloten.

6De inhoud van dit artikel is ook van toepassing op ouders in de zin van de Jeugd.

14. Bijlage: Richtlijn gebruikelijke hulp

Gebruikelijke hulp betreft verzorging, begeleiding en opvoeding van ouders voor kinderen met een normaal ontwikkelingsprofiel in verschillende levensfasen van het kind in relatie tot een kind met een behoefte aan jeugdhulp. Deze uitgangspunten zijn gebaseerd op de Beleidsregels indicatiestelling AWBZ 2014 en uitgewerkt in de CIZ indicatiewijzer versie 7.1. De gemeente neemt de leeftijd van het kind, de aard van de zorghandeling, de frequentie van de zorghandeling en de tijd die daarvoor nodig is als uitgangspunt.

Bandbreedte gebruikelijke hulp

Voor kinderen geldt dat er een bandbreedte is in het normale ontwikkelingsprofiel. Ook tussen kinderen van dezelfde leeftijd zonder behoefte aan jeugdhulp kan de omvang van de verzorging, begeleiding en opvoeding (per dag) verschillen. Het ene kind is nu eenmaal gemakkelijker of sneller zelfstandig dan het andere kind. Gebruikelijke hulp bij kinderen kan ook activiteiten omvatten die niet standaard bij alle kinderen voorkomen.

Boven-gebruikelijke hulp

Van boven-gebruikelijke hulp bij kinderen is pas sprake wanneer de omvang van de verzorging, begeleiding en opvoeding, waaronder toezicht meer is dan een gezond kind van dezelfde leeftijd gemiddeld nodig heeft. Dit kan betrekking hebben op chronische situaties.

Kinderen van 0 tot 3 jaar

•hebben bij alle activiteiten zorg van een ouder nodig;

•ouderlijk toezicht is 24 uur per dag zeer nabij nodig;

•zijn in toenemende mate zelfstandig in bewegen en verplaatsen;

•hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;

•hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;

•hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

Kinderen van 3 tot 5 jaar

•kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan binnenshuis korte tijd op gehoorafstand (bijv. ouder kan was ophangen in andere kamer);

hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;

•hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;

•kunnen zelf zitten, en op gelijkvloerse plaatsen zelf staan en lopen;

•hebben hulp, toezicht, stimulans, zindelijkheidstraining en controle nodig bij de toiletgang;

•hebben hulp en volledig stimulans en toezicht nodig bij aan- en uitkleden, eten en wassen, in- en uit bed komen, dag- en nachtritme en dagindeling bepalen;

•hebben begeleiding nodig bij hun spel en vrijetijdsbesteding;

•zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven;

•hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

Kinderen van 5 tot 12 jaar

•hebben vanaf 5 jaar een reguliere dagbesteding op school, oplopend van 22 tot 25 uur/week;

•kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan op enige afstand (bijv. kind kan buitenspelen in directe omgeving van de woning als ouder thuis is);

•hebben toezicht, stimulans en controle nodig en vanaf 6 jaar tot 12 jaar geleidelijk aan steeds minder hulp nodig bij hun persoonlijke verzorging zoals het zich wassen en tanden poetsen;

•hebben hulp nodig bij het gebruik van medicatie;

•zijn overdag zindelijk, en 's nachts merendeels ook; ontvangen zonodig zindelijkheidstraining van de ouders/verzorgers;

•hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische, geestelijke en emotionele ontwikkeling;

•hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;

•hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school, activiteiten ter vervanging van school of vrije tijdsbesteding gaan;

•hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

Kinderen van 12 tot 18 jaar

•hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen;

•kunnen vanaf 12 jaar enkele uren alleen gelaten worden;

•kunnen vanaf 16 jaar dag en nacht alleen gelaten worden;

•kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen;

•hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en maar weinig toezicht nodig;

•hebben bij gebruik van medicatie tot hun 18e jaar toezicht, stimulans en controle nodig;

•hebben tot 18 jaar een reguliere dagbesteding op school/opleiding;

•hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en ontwikkeling (bv. huiswerk of het zelfstandig gaan wonen);

•hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;

•hebben tot 17 jaar een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.