Aanhef
De raad van de gemeente Urk;gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders van 20 januari 2004;gelet op artikel 8 van de Tijdelijke referendumwet en artikel 160 van de Gemeentewet;overwegende dat de inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur de wijziging van de Verordening op het raadgevend correctief referendum noodzakelijk maakt;gezien het advies van commissie I van 9 februari 2004;besluit:vast te stellen de: ‘<vet>Verordening op het raadgevend correctief referendum’</vet>
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:a. de wet : de Tijdelijke referendumwet;b. een referendum: een correctief raadgevend referendum als bedoeld in de Tijdelijke referendumwet over de in artikel 8 van de wet genoemde besluiten van de gemeenteraad.
Artikel 2 Uitzonderingen
Een referendum kan niet worden gehouden over:a. een besluit van de raad inhoudende een algemeen verbindend voorschrift dan wel de intrekking daarvan, dat uitsluitend bestrekking heeft op:-1. de rechtspositie van ambtsdragers of gewezen ambtsdragers als zodanig dan wel hun nagelaten betrekkingen of hun rechthebbenden;-2. de gemeentelijke belastingen, bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet;b. een besluit van de raad, als bedoeld in artikel 1, eerste en derde lid, artikel 51, eerste en derde lid, artikel 61, eerste en derde lid, artikel 73, eerste en derde lid en artikel 96 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Artikel 3 Budget
Na de vaststelling dat er een referendum zal worden gehouden als bedoeld in artikel 105 van de wet, stelt de raad budget ter beschikking voor de voorlichting en de organisatie van een referendum.
Artikel 4 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op 1 april 2004.
Artikel 5 Citeerartikel
Deze verordening wordt aangehaald als: verordening op het correctief raadgevend referendum.