Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders maken bekend dat zij op 9 januari 2025 het volgende besluit hebben genomen:
De provincie-brede Bodemkwaliteitskaart 2024 voor het beheergebied van de gemeente Urk vast te stellen en voor de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder en Zeewolde te erkennen als geldig bewijsmiddel voor de kwaliteit van toe te passen grond bij gemeentegrensoverschrijdend grondverzet.
Een bodemkwaliteitskaart is een kaart waarop de feitelijke kwaliteit van de bodem is weergegeven in het gebied waarop de kaart betrekking heeft. Door het gezamenlijk vaststellen (iedere gemeente besluit dit voor het eigen grondgebied) van één provincie-brede Bodemkwaliteitskaart wordt uitwisseling van grond over gemeentegrenzen eenvoudiger. De noodzaak van afzonderlijke partijkeuringen is dan vaak niet meer nodig. Het opnieuw gebruiken van grond wordt daardoor makkelijker en voor initiatiefnemers goedkoper.
De bodemkwaliteitskaart moet dienen enerzijds als milieuverklaring bodemkwaliteit (bewijsmiddel) van een vrijkomende partij grond uit het beheergebied en anderzijds als verklaring van de bodemkwaliteit voor de kwaliteit van de ontvangende bodem.
Tegen deze Bodemkwaliteitskaart is geen bezwaar of beroep mogelijk
Bodemkwaliteitskaart 2024
GEMEENTEN ALMERE, DRONTEN, LELYSTAD, NOORDOOSTPOLDER, URK EN ZEEWOLDE
14november 2024
3 Bodemkwaliteitskaart
3.3 Stap 3: Gegevensverzameling en gegevensbewerking
3.3.1 Selecteren beschikbare gegevens
De gegevens voor deze provincie-brede bodemkwaliteitskaart zijn afkomstig uit het bodeminformatiesysteem van de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek waarin de gemeenten hun bodemgegevens registreren en beheren. De Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek heeft de voor de bodemkwaliteitskaart representatieve en nieuw beschikbaar gekomen bodemonderzoeken geselecteerd. In bijlage 2 staat een overzicht van de onderzoeken die voor de actualisatie van de provincie-brede bodemkwaliteitskaart (2019) zijn gebruikt.
3.3.2 Het samenvoegen van punt- en mengmonsters
De dataset voor deze provincie-brede bodemkwaliteitskaart bestaat uit meng- en puntmonsters met meetgegevens. De landelijke IPO Werkgroep Achtergrondgehalten heeft onderzocht wat de invloed is van het meenemen van zowel punt- als mengmonsters op de berekening van percentielwaarden van de meetgegevens [9]. De resultaten laten zien dat percentielwaarden die zijn gebaseerd op een bestand met meetgegevens van zowel punt- als mengmonsters, vrijwel identiek zijn aan percentielwaarden die zijn gebaseerd op een bestand met meetgegevens van alléén mengmonsters. Er bestaan daarom geen praktische bezwaren tegen het berekenen van de bodemkwaliteit uit een bestand met meetgegevens, afkomstig van zowel punt- als mengmonsters. In dit project zijn de meetgegevens van de mengmonsters éénmaal meegenomen.
3.3.3 Het vervangen van waarden beneden de detectielimiet
Bij analyses komt het vaak voor dat een bepaalde stof in het grond(meng)monster aanwezig is in een concentratie beneden de detectiegrens van de gangbare analyseapparatuur. Hoewel de werkelijke waarde onbekend is (de waarde kan variëren van nul tot de detectielimiet) leveren deze monsters wél waardevolle informatie voor de verwachte gemiddelde bodemkwaliteit in een gebied. Voor deze analyseresultaten is de methode van de Handreiking bodemkwaliteitskaarten gehanteerd. Deze methode houdt in dat de gerapporteerde detectielimieten worden vermenigvuldigd met een factor 0,7 om tot een rekenwaarde te komen.
De opgegeven detectielimiet van een bepaalde stof verschilt van rapport tot rapport. Verhoogde detectielimieten komen voor bij verstoringen in de grond(meng)monstermatrix. Daarnaast zijn de detectielimieten in de loop der jaren lager geworden doordat nauwkeuriger analyseapparatuur wordt gebruikt.
3.3.4 Het opsporen van uitbijters
Ondanks dat er representatieve meetgegevens zijn geselecteerd, kan er sprake zijn van uitschieters in de dataset: extreem hoge of lage gehalten als gevolg van bijvoorbeeld typefouten tijdens de invoer, onbetrouwbare analyses of lokale verontreinigingen door lokale bronnen die niet als zodanig in het bodeminformatiesysteem zijn aangegeven. Hierbij worden vaak bij meerdere stoffen in hetzelfde monster relatief hoge gehalten aangetroffen. Per deelgebied en per stof zijn met een visuele methode (scatterplots) extreme gehalten gemarkeerd.
Voor de extreme gehalten is nagegaan of deze tot een lokale bron, type- of meetfout zijn te herleiden. In die situaties zijn de analyseresultaten uit de dataset verwijderd of aangepast. In bijlage 3 staat een overzicht van de uiteindelijk verwijderde uitbijters.
3.4 Stap 5: Controle indeling van het bodembeheergebied
3.4.1 Aantal en spreiding meetgegevens
De Handreiking bodemkwaliteitskaarten stelt de volgende minimale eisen aan het aantal en de spreiding van meetgegevens per deelgebied:
-Per deelgebied zijn voor alle stoffen ten minste 20 meetgegevens beschikbaar.
-De meetgegevens liggen voldoende verspreid over het deelgebied:
•Voor aaneengesloten deelgebieden bij een systematische indeling in 20 vakken zijn in tenminste 10 vakken één of meer meetgegevens beschikbaar.
•Voor elk niet-aaneengesloten deel van een deelgebied zijn ten minste 3 meetgegevens beschikbaar.
-Per beheergebied (het gebied waar de bodemkwaliteitskaart voor wordt opgesteld) moeten minimaal 30 PFAS-meetgegevens beschikbaar zijn per bodemlaag. Hiermee wordt gebruik gemaakt van de systematiek van de Handreiking bodemkwaliteitskaarten voor het uitbreiden van een bodemkwaliteitskaart met de stoffen kobalt, molybdeen en PCB. Deze systematiek mag volgens het Model Beleid toepassen PFAS houdende grond [10] ook voor PFAS-verbindingen worden gebruikt.
Na het samenstellen van de dataset voor de bodemkwaliteitskaart (§ 3.3.1), de voorbewerkingen (§ 3.3.3 en § 3.3.4), blijkt dat de onderscheiden deelgebieden ‘B3. Almere bedrijventerreinen’ en ‘B4. Dronten – Bebouwd gebied zandophoging’ niet voldoen aan de minimumeis die de Handreiking bodemkwaliteitskaarten stelt aan het aantal meetgegevens per niet-aaneengesloten deelgebieden. Het betreft dan de aantal beschikbare meetgegeven voor kobalt, molybdeen en PCB. In de handreiking bodemkwaliteitskaarten zijn voor kobalt, molybdeen en PCB’s onder voorwaarden aparte regels opgenomen. Als deze stoffen niet kwaliteitsklasse bepalend zijn, mogen verschillende bodemkwaliteitszones voor deze stoffen worden samengevoegd. In § 3.4.3 is hier nader op ingegaan.
De onderscheiden andere (niet-aaneengesloten) deelgebieden voldoen aan de minimumeisen van de Handreiking bodemkwaliteitskaarten. De onderscheiden PFAS-deelgebieden voldoen aan het Model Beleid toepassen PFAS houdende grond.
3.4.2 Splitsen van deelgebieden
Op stofniveau is bekeken of er een ruimtelijke clustering aanwezig is van hoge of lage gehalten. Op basis van ervaringen van WSP bij andere bodemkwaliteitskaarten is de ruimtelijke clustering onderzocht wanneer zware metalen, minerale olie en PFAS-verbindingen een variatiecoëfficiënt hoger dan 1,5 hebben en de stofgroepen polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en polychloorbifenylen (PCB) een variatiecoëfficiënt hoger dan 2. Een hoge variatiecoëfficiënt is een indicatie van een mogelijke ruimtelijke clustering met hogere of lagere gehalten.
De overzichten van de variatiecoëfficiënten staan in bijlage 4A en bijlage 4B (kolom ‘VC’). Hieruit blijkt, dat in alle deelgebieden voor zware metalen, PCB, PAK, minerale olie en/of enkele PFAS-verbindingen sprake is van een hoge variatiecoëfficiënt. De locaties waar de relatief hoge waarden zijn vastgesteld vertonen binnen de deelgebieden zelf geen ruimtelijke clustering. Er zijn daarom geen redenen om deelgebieden te splitsen.
3.4.3 Kobalt, Molybdeen en PCB
Zoals in § 3.4.1 voldoen de deelgebieden ‘B3. Almere bedrijventerreinen’ en ‘B4. Dronten – Bebouwd gebied zandophoging’ niet aan de minimumeisen van de Handreiking bodemkwaliteitskaarten voor niet-aaneengesloten deelgebieden. Het betreft de stoffen kobalt, molybdeen en/of PCB. De Handreiking bodemkwaliteitskaarten stelt dat in geval van dergelijke tekorten, de meetgegevens van verschillende deelgebieden voor deze stoffen mogen worden gecombineerd, mits de stoffen niet bepalend zijn voor de kwaliteitsklasse van de deelgebieden. Voor PCB geldt dit enkel wanneer ook sprake is van een vergelijkbaar gehalte organisch stof (te onderscheiden organisch stof percentages 0-4%, >4-8% en >8%). Voor alle deelgebieden zijn kobalt, en molybdeen en PCB niet (alleen) kwaliteitsklasse bepalend. De meetgegevens voor kobalt, molybdeen en PCB zijn daarom voor de deelgebieden B1 t/m B4 (deelgebieden die niet enkel (weg)bermen bevatten) van de bodemlaag 0-0,5 m-mv gecombineerd.
3.7 Stap 8: Bodemkwaliteit
3.7.1 Inleiding
De bodemkwaliteitskaart bestaat uit drie hoofdkaarten:
1Een kaart met uitgesloten locaties en gebieden.
2De ontgravingskaart.
3De toepassingskaart.
In de volgende paragrafen wordt nader ingegaan op de hoofdkaarten.
3.7.2 Kaart met uitgesloten locaties en gebieden
De gemeenten hebben voor deze provincie-brede bodemkwaliteitskaart een aantal locaties en gebieden uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart (zie hoofdstuk 4).
Om te achterhalen of een locatie of gebied onderdeel uitmaakt van de provincie-brede bodemkwaliteitskaart, moet een vooronderzoek volgens de NEN5725
10NEN 5725 – Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek.
worden uitgevoerd waaruit blijkt dat de betreffende locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart. Bij het vooronderzoek kan bodeminformatie worden verzameld via de website van het Bodemloket (www.bodemloket.nl) en de provincie Flevoland (https://ofgv.nazca4u.nl/rapportage/). De website van het Bodemloket wordt op termijn vervangen door het loket van de Basisregistratie Ondergrond, het BROloket (https://www.broloket.nl/ondergrondgegevens). In de nota bodembeheer (§ 3.6 en bijlage 6) is hier nader op ingegaan (www.lelystad.nl/notabodembeheer). Deze informatie moet worden getoetst aan de criteria in hoofdstuk 4.
Deze bodemkwaliteitskaart mag op de uitgesloten locaties en gebieden niet worden gebruikt:
-Als bewijsmiddel bij een milieuverklaring bodemkwaliteit voor functioneel hergebruik van grond die wordt ontgraven uit deze gebieden.
-Als bewijsmiddel bij een milieuverklaring bodemkwaliteit om de toepassingseis te bepalen als grond op deze locaties/gebieden wordt toegepast.
-Ter onderbouwing van de veiligheidsklasse (Arbo).
-Voor het verkrijgen van vrijstelling van bodemonderzoek bij omgevingsvergunningsaanvragen (activiteit bouwen en/of activiteit ruimtelijke ontwikkeling).
-Bij de interpretatie van een eindsituatie onderzoek na het beëindigen van een bodembedreigende activiteit als geen nulonderzoek bodem is uitgevoerd.
3.7.3 Provincie-brede ontgravingskaart op basis van algemene regels
De provincie-brede ontgravingskaart geeft de te verwachten kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond op een locatie/gebied die onderdeel uitmaakt van de provincie-brede bodemkwaliteitskaart. Deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond. Voorafgaand aan het grondverzet moet altijd informatie worden achterhaald waaruit blijkt dat de locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart. Deze informatie moet worden getoetst aan de criteria in hoofdstuk 4.
De ontgravingskwaliteit is net als de bodemkwaliteitsklasse gebaseerd op het gemiddelde gehalte van een bodemkwaliteitszone (zie bijlage 4A en bijlage 4B, kolom 'Gem') en getoetst aan de toetsingswaarden uit de Regeling 2022 en de normen uit het Handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. De bodemkwaliteitszones kunnen vallen in de ontgravingsklasse Landbouw/natuur, Wonen, Industrie, Matig verontreinigd of Sterk verontreinigd. Om het standstill-principe voor de bodemkwaliteit op gebiedsniveau te kunnen waarborgen, is de toetsing voor de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ voor het bepalen van de ontgravingskwaliteit strenger dan voor het bepalen van de bodemkwaliteit (zie ook § 3.6). De toetsingsmethodiek is opgenomen in bijlage 1 onder het kopje ‘Ontgravingskaart op basis van algemene regels’, ter vergelijking zie ook het kopje ‘Bodemkwaliteitsklasse’.
In tabel 3.2 is de te verwachten ontgravingsklasse per bodemkwaliteitszone aangegeven. De ontgravingskaart per bodemlaag is opgenomen in de kaartbijlagen 3. De kleuren in tabel 3.2 komen overeen met de gebruikte kleuren op de kaartbijlagen.
Om de ontgravingskaarten te kunnen gebruiken voor het (indicatief) vaststellen van een veiligheidsklasse bij graafwerkzaamheden is in bijlage 4C een overzicht opgenomen van de statistische parameters voor zware metalen PCB, PAK en minerale olie die zijn gebaseerd op de gemeten gehalten in de dataset van de provincie-brede bodemkwaliteitskaart.
Tabel 3.2 Verwachte ontgravingsklasse per bodemkwaliteitszone
Codering ‘B’: Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte.
Codering ‘T’: Bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 1 meter diepte.
Codering ‘O’: Bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2 meter diepte.
B. PFAS bovengrond: gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde.
T. PFAS tussenlaag: gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde.
1) In de bodemlagen 0-0,5 m-mv en 0,5-1 m-mv zijn de gemiddelde waarden van de PFAS-verbindingen lager dan de landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens/detectiegrens. Dit leidt niet tot beperkingen bij het toepassen van grond.
2) Betreft de bodemlaag 0-0,3 m-mv. De bodemlaag 0,3-0,5 m-mv valt in het omliggende deelgebied: bodemkwaliteitszone B1.
3) De bodemlaag dieper dan 1 meter is niet verdacht voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen.
3.7.4 Provincie-brede toepassingskaart op basis van algemene regels
De provincie-brede toepassingskaart is opgesteld aan de hand van de vastgestelde bodemkwaliteitsklasse en de (toekomstige) functie van de bodem. Op basis van deze dubbele toets, waarbij de strengste toets doorslaggevend is, wordt voor elke bodemkwaliteitszone de toepassingseis vastgesteld (zie bijlage 1 onder het kopje ‘Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem op basis van algemene regels’). Voorafgaand aan het grondverzet moet altijd informatie worden achterhaald waaruit blijkt dat de locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart. Deze informatie moet worden getoetst aan de criteria in hoofdstuk 4.
In tabel 3.3 is de toepassingseis op basis van de algemene regels onder de Omgevingswet per bodemkwaliteitszone aangegeven. Op de kaartbijlagen 4 staat per bodemlaag aangegeven welke toepassingseis er geldt. De kleuren in tabel 3.3 komen overeen met de gebruikte kleuren op kaartbijlage 1 (bodemfunctieklassenkaart) en de kaartbijlagen 4 (toepassingskaart op basis van algemene regels onder de Omgevingswet).
Tabel 3.3 Toepassingseisen per combinatie (voorkomende) bodemfunctie- en bodemkwaliteitsklasse (op basis van algemene regels en het Handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie).
Codering ‘B’: Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte.
Codering ‘T’: Bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 1 meter diepte.
Codering ‘O’: Bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2 meter diepte.
B. PFAS bovengrond: gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde.
T. PFAS tussenlaag: gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde.
1) De toepassingseisen voor PFAS-houdende grond zijn:
-Toepassingseis Landbouw/natuur: Landelijke achtergrondwaarden.
-Toepassingseis Industrie en Wonen: PFOA: 7,0 µg/kg ds, en andere PFAS-verbindingen: 3,0 µg/kg ds.
2) Betreft de bodemlaag 0-0,3 m-mv. De bodemlaag 0,3-0,5 m-mv valt in het omliggende deelgebied: bodemkwaliteitszone B1.
3.7.5 Provincie-brede toepassingskaart op basis van maatwerkregels
De gemeenten hebben in de gezamenlijke nota bodembeheer [3] gebiedsspecifiek beleid vastgesteld. Het gebiedsspecifieke beleid omvat onder meer de gedefinieerde Lokale Maximale Waarden die zijn weergegeven op de gebiedsspecifieke toepassingskaarten (opgenomen in de kaartbijlagen 5 van de bodemkwaliteitskaart 2019 [3]). De Lokale Maximale Waarden zijn onderbouwd en beschreven in § 4.3 van de nota bodembeheer. In 2020 de gemeente Noordoostpolder een addendum op de nota bodembeheer met aanvullend gebiedsspecifiek beleid voor bermen provinciale wegen in de gemeente bestuurlijk vastgesteld [3]. Het gebiedsspecifieke beleid is van rechtswege (overgangsrecht) gelijkgesteld aan het tijdelijk deel van het gemeentelijke omgevingsplan.
Als gevolg van de geactualiseerde bodemfunctieklassenkaart, ontgravingskaarten en toepassingskaarten en het aanvullende gebiedsspecifieke beleid van de gemeente Noordoostpolder, zijn ook de gebiedsspecifieke toepassingskaarten (2019) geactualiseerd (onder de Omgevingswet “op basis van maatwerkregels” genoemd). De geactualiseerde toepassingskaarten op basis van maatwerkregels zijn als kaartbijlage 5 in deze rapportage opgenomen. De kleuren in tabel 4.1 komen overeen met de gebruikte kleuren op kaartbijlage 1 (bodemfunctieklassenkaart) en kaartbijlagen 5 (gebiedsspecifieke toepassingskaarten).
Met de actualisatie van de toepassingskaarten op basis van maatwerkregels zijn de kaarten weer in lijn met het gemeentelijke grondstromenbeleid (zie de nota bodembeheer en het addendum van de gemeente Noordoostpolder).
Bijlage 1 Begrippenlijst
Begrippenlijst
Bagger(specie)
Materiaal dat is vrijgekomen uit de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam en dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, en ook van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter. Dit staat in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit.
Barium
Voor barium bestaat op dit moment geen norm. De destijds voor deze stof geldende normen zijn per 4 april 2009 (Staatscourant nr. 67, publicatie 7 april 2009) ingetrokken omdat de interventiewaarde bodemkwaliteit lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Dit blijft gehandhaafd. De onderzoeksgegevens over barium moeten wel in de bodemkwaliteitskaarten worden meegenomen, aangezien barium onderdeel uitmaakt van het stoffenpakket, met dien verstande dat geen eisen worden gesteld aan het aantal waarnemingen. Deze gegevens kunnen namelijk een indicatie zijn voor de aanwezigheid van antropogene bronnen die ook andere verontreinigingen met zich mee kunnen brengen.
Als verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrondwaarden worden aangetroffen als gevolg van een menselijke activiteit, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde bodemkwaliteit voor barium: 920 mg/kg ds (bij standaardbodem lutum 25%, organisch stof 10%).
Bodem
In de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet is het begrip bodem als volgt gedefinieerd:
“Vaste deel van de aarde met de zich daarin bevindende vloeibare en gasvormige bestanddelen en organismen.”
Tot de bodem behoort ten eerste het buitenste vaste deel van de aarde. Daarbij moet zo diep worden gegaan als de beïnvloeding van menselijke activiteiten in die bodem. Dit omvat zowel de organische als de minerale bestanddelen.
Ten tweede behoren ook de vloeibare delen tot de bodem. De vloeibare delen van de bodem zijn het water en de zich daarin bevindende stoffen.
In de zone waarin bodem door water is verzadigd, wordt gesproken van grondwater. Grondwater maakt dus ook onderdeel uit van de bodem.
Tot slot bestaat de bodem uit gasvormige bestanddelen. Deze gasvormige bestanddelen bestaan uit verschillende bodemgassen, zoals zuurstof, stikstof en methaan.
Bodembeheergebied
Gebied dat is aangewezen bij ministeriële regeling in het omgevingsplan of in de waterschapsverordening op grond van artikel 5.89o of 6.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. De aanwijzing van een bodembeheergebied is nodig als de gemeente of de waterkwaliteitsbeheerder via maatwerk soepelere kwaliteitseisen wil opnemen in het omgevingsplan of de waterschapsverordening. Zie: aanwijzing bodembeheergebied (instructieregel omgevingsplan).
Voor deze bodemkwaliteitskaart is het bodembeheergebied gedefinieerd als het grondgebied van de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde.
Bodemfunctieklassenkaart
Kaart waarop de verschillende bodemfuncties zijn aangegeven, waarbij het bodemgebruik is ingedeeld in de klassen ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Landbouw/natuur’ (artikel 5.89p van het Besluit bodemkwaliteit leefomgeving (artikel 1 Besluit bodemkwaliteit)). Zie: Indeling van de landbodem in de bodemfunctieklassenkaart. Onder het Besluit bodemkwaliteit (oud) is de functieklasse ‘Landbouw/natuur’ soms aangegeven als ‘Overig’.
De bodemfunctie bepaalt samen met de bodemkwaliteitsklasse van de ontvangende landbodem de kwaliteitseis voor het toepassen van grond of baggerspecie op de landbodem. Zie: Kwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie op de landbodem.
De bodemfunctieklasse bepaalt ook de terugsaneerwaarde bij de saneringsaanpak verwijderen van een verontreiniging bij saneren van de bodem (artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving).
Bodemkwaliteitskaart
Kaart als bedoeld in artikel 25c, derde lid van het Besluit bodemkwaliteit (artikel 1). De bodemkwaliteitskaart vormt de basis voor het vastleggen van de kwaliteitseisen die gelden op een locatie. In sommige gevallen kan de bodemkwaliteitskaart ook gebruikt worden als milieuverklaring bodemkwaliteit. Zie: Milieuverklaring op grond van een (water)bodemkwaliteitskaart.
Bodemkwaliteitsklasse
In de Handreiking bodemkwaliteitskaarten is aangegeven dat bodemkwaliteitszones afhankelijk van de gemiddelde kwaliteit worden ingedeeld in één van de vijf onderscheiden bodemkwaliteitsklassen:
-Klasse Landbouw/natuur.
-Klasse Wonen.
-Klasse Industrie.
-Klasse Matig verontreinigd.
-Klasse Sterk verontreinigd.
Bij de toetsingsmethodiek voor de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur’ wordt uitgegaan van een staffel voor het aantal toegestane overschrijdingen (zie onderstaand). Voor de bodemkwaliteitskaart van de gemeente is het basispakket van toepassing.
De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de bodemkwaliteitsklasse ‘Wonen’ is minder streng dan de toetsingsmethodiek voor het bepalen van de ontgravingsklasse (zie het kopje ‘Ontgravingskaart’ in deze bijlage). Met de minder strenge toets wordt voorkomen dat de bodemkwaliteit van een gebied op basis van één stof wordt ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse Industrie. Dit zou in de praktijk de ongewenste situatie kunnen opleveren dat ook voor alle overige stoffen minder strenge regels gelden en de concentraties kunnen toenemen tot de maximale waarden voor de functie Industrie. Hierdoor verslechtert de kwaliteit van het gebied.
Tabel B1 Staffel toegestane aantal overschrijdingen.
Aantal gemeten stoffen
Aantal toegestane overschrijdingen
1-6
0
Basispakket (7-15)
2
16-26
3
27-36
4
37-48
5
Klasse Landbouw/natuur:
-Alle gehalten voldoen aan de norm voor de klassegrens Landbouw/natuur, met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1.
-De overschrijding mag maximaal tweemaal de norm voor de klassegrens Landbouw/natuur bedragen.
-De overschrijding is lager dan de norm voor klassegrens Wonen (exclusief nikkel, zie tabel B3 bij 'Toetsingswaarden Regeling bodemkwaliteit 2022').
Klasse Wonen:
-Alle gehalten voldoen aan de klassegrens Wonen, met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1.
-De overschrijding mag maximaal de norm voor de klassegrens Wonen plus de norm voor de klassegrens Landbouw/natuur bedragen.
-De overschrijding mag maximaal de norm voor de klassegrens Industrie bedragen.
Klasse Industrie:
-De norm voor klassegrens Wonen wordt overschreden.
-De norm voor klassegrens Industrie wordt niet overschreden.
Klasse Matig verontreinigd:
-De norm voor klassegrens Industrie wordt overschreden.
-De interventiewaarde bodemkwaliteit wordt niet overschreden.
Klasse Sterk verontreinigd:
-De interventiewaarde bodemkwaliteit wordt overschreden.
Voor het effect van gehalten aan PFAS-verbindingen op de indeling in kwaliteitsklassen, zie het kopje ‘PFAS-gehalten en effect op de kwaliteitsklassen’.
Bodemkwaliteitszone
Een deel van een bodembeheergebied waarvoor geldt dat er sprake is van eenzelfde gebiedseigen bodemkwaliteit, waarbij zowel de verwachtingswaarde als de mate van variabiliteit van belang zijn. De spreiding van gehalten binnen een bodemkwaliteitszone is relatief laag. Een bodemkwaliteitszone is begrensd in het horizontale vlak én het verticale vlak (diepte). Wanneer een bodemkwaliteitszone uit meerdere gebieden bestaat die niet aan elkaar grenzen, worden de individuele gebieden aangeduid als ‘niet-aaneengesloten bodemkwaliteitszone’.
Bodemlagen
Onder de Omgevingswet is geen sprake (meer) van boven – en ondergrond zoals gebruikt is onder de Wet bodembescherming (oud) en het Besluit bodemkwaliteit (oud). Onder de Omgevingswet wordt gesproken over bodemlagen; bijvoorbeeld:
-Bodemlaag 0-0,5 m-mv (werd omschreven als bovengrond).
-Bodemlaag 0,5-2,0 m-mv (werd omschreven als ondergrond).
Bijzondere omstandigheden
Voor een binnen een bodemkwaliteitszone liggend gebied geldt dat er sprake is van bijzondere omstandigheden, als er voor dat gebied een afwijkende verwachtingswaarde geldt ten opzichte van de verwachtingswaarde van de betreffende bodemkwaliteitszone. Te denken valt aan voor bodemverontreiniging verdachte locaties, onderzochte locaties, locaties waar een sanering heeft plaatsgevonden of locaties met onvoorziene visuele waarnemingen (bodemvreemde materialen, kleur, geur). Ook beschermde gebieden zoals bijvoorbeeld voor de ecologie, archeologie, aardkundige waarden en cultuurhistorie vallen onder de bijzondere omstandigheden. In gebieden met bijzondere omstandigheden kunnen vanuit andere wet- en regelgeving aanvullende eisen worden gesteld.
Deelgebied
Deel van een bodembeheergebied waarvoor geldt dat dit op eenduidige wijze kan worden gekarakteriseerd door middel van de voor het bodembeheergebied geldende onderscheidende gebiedskenmerken. In tegenstelling tot de bodemkwaliteitszone is er voor het deelgebied nog geen toetsing uitgevoerd of het daadwerkelijk een bodemkwaliteitszone is. Wanneer een deelgebied uit meerdere terreinen bestaat die niet aan elkaar grenzen, worden de individuele gebieden aangeduid als ‘niet-aaneengesloten deelgebieden’.
Diffuse chemische bodemkwaliteit
De diffuse chemische bodemkwaliteit in een bepaald gebied is de verdeling van gehalten van stoffen in dat gebied waarvoor de bodemkwaliteitskaart is vastgesteld. Deze verdeling kan worden gekwantificeerd door statistische parameters (gemiddelde, percentielwaarden waaronder de 95-percentielwaarde).
Grond
Vast materiaal dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 mm. Het organische stof moet in een verhouding en met een structuur zijn zoals deze in de bodem van nature wordt aangetroffen. Dit geldt ook voor van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 mm, met uitzondering van baggerspecie (artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit).
Heterogeniteit
Wanneer de diffuse bodemverontreiniging in een zone zeer heterogeen is verdeeld, is de betrouwbaarheid van het gemiddelde gehalte in de zone ook kleiner. Bij zones met een hoge heterogeniteit kan de gemeente besluiten dat de bodemkwaliteitskaart in bepaalde situaties niet gebruikt mag worden als milieuverklaring bodemkwaliteit. Het vastgestelde gemiddelde gehalte heeft naar mening van de gemeente dan een te lage betrouwbaarheid. Een zekere heterogeniteit op zich hoeft overigens geen probleem te zijn zolang er geen sprake is van een gebruiksrisico. De heterogeniteit van een stof in een zone wordt bepaald door een index die volgt uit de volgende formule:
De beoordeling van de heterogeniteitsindex is als volgt:
Index < 0,2 : weinig heterogeniteit
0,2 < Index < 0,5 : beperkte heterogeniteit
0,5 < Index < 0,7 : er is sprake van heterogeniteit
Index > 0,7 : sterke heterogeniteit
Interventiewaarde bodemkwaliteit
Waarde die aangeeft dat bij overschrijding sprake is van significante risico's voor mens, plant of dier (bijlage I van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)). De interventiewaarden bodemkwaliteit staan in bijlage IIa van het Bal. Deze waarden bepalen onder andere het onderscheid tussen de activiteiten graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarden bodemkwaliteit en graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarden bodemkwaliteit.
Kwaliteitsklasse
Klasse waarin grond, baggerspecie, landbodem of waterbodem op grond van artikel 25d van het Besluit bodemkwaliteit ingedeeld kan worden op basis van milieuhygiënische kwaliteitseisen. De kwaliteitsklassen komen bij diverse milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving voor, waaronder bij het toepassen van grond of baggerspecie.
De kwaliteitseisen die de bovengrens vormen voor een kwaliteitsklasse staan in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit 2022. Zie: Kwaliteits- en bodemfunctieklassen bij activiteiten op of in de bodem.
Kwaliteitsklassen voor landbodem en grond
De normen van de kwaliteitseisen staan in tabel 1 van bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit 2022. Deze kwaliteitseisen bepalen in welke kwaliteitsklasse de landbodem of de grond valt. Voor sommige stoffen zijn de kwaliteitseisen soms getalsmatig hetzelfde. Bijvoorbeeld voor de meeste metalen is de kwaliteitseis 'Industrie' gelijk aan de Interventiewaarde bodemkwaliteit. Dan is er geen kwaliteitsklasse ‘matig verontreinigd’ mogelijk op basis van deze metalen. Hetzelfde geldt voor minerale olie, waarbij de kwaliteitseis 'Landbouw/natuur' en de kwaliteitseis 'Wonen' hetzelfde zijn. Er is dan geen kwaliteitsklasse 'Wonen' op basis van minerale olie mogelijk.
Kwaliteitsklassen voor landbodem en grond
Lokale bron (puntbron)
Duidelijk aanwijsbare bron voor een eventuele bodemverontreiniging zoals bijvoorbeeld een ondergrondse tank voor de opslag van olie, een chemische wasserij, een brandweeroefenplaats, een ontvettingsbad of een afleverzuil voor brandstof(fen).
Milieubelastende activiteit
Onder de Wet milieubeheer en het Activiteitenbesluit werd dit aangeduid als ‘bodembedreigende activiteiten’.
Een milieubelastende activiteit is een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken. Een wateronttrekkingsactiviteit en een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of zuiveringtechnisch werk zijn geen milieubelastende activiteiten in de zin van de Omgevingswet.
Lees meer over het begrip milieubelastende activiteit.
Milieuverklaring bodemkwaliteit en afleverbon
Schriftelijke verklaring over de milieuhygiënische kwaliteit van een partij bouwstof, grond, baggerspecie, mijnsteen of vermengde mijnsteen of de (water)bodem, die is afgegeven op grond van het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). De verklaring is bedoeld om als wettig bewijsmiddel te dienen dat aan de kwaliteitseisen is voldaan, behalve als sprake is van bewijs van onjuistheid of onvolledigheid. In het Bbk staan in hoofdstuk 2A regels voor de afgifte van milieuverklaringen bodemkwaliteit. De milieuverklaring bodemkwaliteit koppelt de informatie over de kwaliteit van de partij aan de onderzoeken en informatie die daaraan ten grondslag liggen. Dit kunnen een partijkeuring, (water)bodemonderzoek, (water)bodemkwaliteitskaart, productcertificaat of fabrikant-eigen-verklaring zijn. De uitwerking van deze regels staat in de Regeling bodemkwaliteit 2022. Zie: Milieuverklaring bodemkwaliteit.
Niet gezoneerd gebied
Gebieden kunnen worden gezoneerd wanneer er voldoende meetgegevens beschikbaar zijn om te voldoen aan de eisen uit de Handreiking bodemkwaliteitskaarten. Wanneer er onvoldoende meetgegevens beschikbaar zijn, kan de actuele diffuse chemische bodemkwaliteit van het gebied niet met een voldoende onderbouwing en betrouwbaarheid worden bepaald en wordt het deelgebied niet gezoneerd. Een gebied kan ook niet worden gezoneerd als niet wordt voldaan aan de eisen voor de spreiding van de meetgegevens uit de Handreiking bodemkwaliteitskaarten. Een niet gezoneerd gebied kan ook ontstaan als de gemeente er bewust voor kiest een gebied niet op te nemen in de bodemkwaliteitskaart (zie ook: Uitgesloten locaties en gebieden).
Niet-verdachte locatie voor bodemverontreiniging
Een locatie waar geen lokale bron, zoals bijvoorbeeld een ondergrondse huisbrandolietank of een chemische wasserij, een brandweeroefenplaats, een ontvettingsbad, een afleverzuil voor brandstof(fen)of een geval van ernstige bodemverontreiniging aanwezig is (geweest).
Onderscheidende gebiedskenmerken
Kenmerken in een gebied waarvan verwacht wordt dat deze een verband vertonen met de bodemkwaliteit. Bijvoorbeeld: bodemtype, geomorfologie, landgebruik, historie, gebiedsontwikkeling en huidig gebruik.
Ontgravingskaart op basis van algemene regels
De ontgravingskaart geeft de te verwachten kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond. Deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als milieuverklaring bodemkwaliteit voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond functioneel wordt toegepast. De ontgravingskwaliteit is gebaseerd op de te verwachten gemiddelde gehalten van een zone en getoetst aan de toetsingswaarden uit Regeling bodemkwaliteit 2022. De kaart doet dus alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken.
In de Handreiking bodemkwaliteitskaarten is aangegeven dat bodemkwaliteitszones afhankelijk van de gemiddelde kwaliteit worden ingedeeld in één van de vijf onderscheiden bodemkwaliteitsklassen:
-Klasse Landbouw/natuur.
-Klasse Wonen.
-Klasse Industrie.
-Klasse Matig verontreinigd.
-Klasse Stek verontreinigd.
Bij de toetsingsmethodiek voor Landbouw/natuur wordt uitgegaan van een staffel (zie tabel B1 bij 'Bodemkwaliteitsklasse') voor het aantal toegestane overschrijdingen.
Klasse Landbouw/natuur:
-Alle gehalten voldoen aan de norm voor de klassegrens Landbouw/natuur, met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1.
-De overschrijding mag maximaal tweemaal de norm voor de klassegrens Landbouw/natuur bedragen.
-De overschrijding is lager dan de norm voor klassegrens Wonen (exclusief nikkel, zie tabel B3 bij 'Toetsingswaarden regeling bodemkwaliteit 2022').
Klasse Wonen:
-De gehalten voldoen niet aan de klasse Landbouw/natuur en de norm voor klassegrens Wonen wordt niet overschreden.
Klasse Industrie:
-De norm voor klassegrens Wonen wordt overschreden.
-De norm voor klassegrens Industrie wordt niet overschreden.
Klasse Matig verontreinigd:
-De norm voor klassegrens Industrie wordt overschreden.
-De interventiewaarde bodemkwaliteit wordt niet overschreden.
Klasse Sterk verontreinigd:
-De interventiewaarde bodemkwaliteit wordt overschreden.
Voor het effect van gehalten aan PFAS-verbindingen op de indeling in kwaliteitsklassen, zie het kopje ‘PFAS-gehalten en effect op de kwaliteitsklassen’.
Percentiel/percentielwaarde
Waarde waar beneden een bepaald percentage van de analyseresultaten gelegen is. Bijvoorbeeld 80-percentiel: 80% van de analyseresultaten ligt beneden deze waarde.
PFAS-gehalten en effect op de kwaliteitsklassen
(Bron: https://iplo.nl/thema/bodem/regelgeving/hergebruik-bouwstoffen-grond-baggerspecie/kwaliteitseisen-toepassen-grond-baggerspecie/handelingskader-pfas/veldwerk-analyse-toetsing/)
Tot het moment dat de toepassingswaarden voor PFAS in de Regeling bodemkwaliteit 2022 zijn opgenomen is de toetsing aan de PFAS-verbindingen een aanvullende (losse) toets ten opzichte van de toetsing op de reguliere parameters en indeling in kwaliteitsklassen. Dat betekent dat eerst de toetsing plaatsvindt op basis van de reguliere parameters en op basis daarvan een indeling in kwaliteitsklasse plaatsvindt.
Vervolgens vindt de toetsing aan de toepassingswaarden uit het handelingskader voor de PFAS-verbindingen plaats. Aan de hand van de aanvullende toetsing stelt u vervolgens vast in hoeverre beperkingen aan de toepassing gelden, bijvoorbeeld een verbod op het toepassen in oppervlaktewater. Voor PFAS zijn de bijzondere toetsregels voor het toetsen aan de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur of maximale waarde wonen niet van toepassing, omdat nog geen toepassingswaarden zijn opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit 2022. Ook tellen de gemeten PFAS niet mee als gemeten stoffen bij de bijzondere toetsregels voor het toetsen aan de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur of maximale waarde wonen.
Bij de inbouw van het handelingskader in de Regeling bodemkwaliteit 2022 wordt de wijze van toetsen aan toepassingswaarden nader ingevuld. De toetsingsprogramma’s en BoToVa zijn nog niet ingericht op het toetsen op PFAS-analyses. Dat betekent dat tijdelijk de uitslagen uit toetsingsprogramma’s en BoToVa handmatig moeten worden geverifieerd voor PFAS.
Hieronder zijn 2 voorbeelden uitgewerkt
Voorbeeld 1
Als een partij grond op basis van de overige stoffen is gekwalificeerd in de bodemkwaliteitsklasse Wonen, dan moet aanvullend de PFAS-gehalten worden getoetst aan de toepassingswaarden uit het handelingskader. Dit kan leiden tot de volgende drie situaties:
•Als alle PFAS-gehalten zijn aangetoond beneden de rapportagegrens, dan blijft de indeling in kwaliteitsklasse Wonen staan en gelden geen aanvullende toepassingsvoorwaarden. De partij kan als bodemkwaliteit Wonen worden toegepast zonder aanvullende voorwaarden.
•Als één of meerdere PFAS-gehalten zijn aangetoond boven de rapportagegrens maar alle PFAS-gehalten voldoen aan de toepassingswaarden voor de bodemkwaliteitsklasse Wonen (7 µg/kg d.s. voor PFOA en 3 µg/kg d.s voor de overige PFAS), blijft de indeling in kwaliteitsklasse Wonen staan, maar gelden wel beperkingen aan de toepassing: in grondwaterbeschermingsgebieden.
•Als één of meerdere PFAS-gehalten zijn aangetoond boven de toepassingswaarden van 7 µg/kg d.s. voor PFOA en 3 µg/kg d.s voor de overige PFAS is deze niet toepasbaar onder de algemene regels van de Omgevingswet. Toepassing van de partij kan alleen plaatsvinden als voor dat gebied maatwerkregels in het gemeentelijke omgevingplan zijn opgenomen, of dat sprake is van overgangsrecht (voorheen gebiedsspecifieke beleid; er zijn voor 2024 in een nota bodembeheer Lokale Maximale Waarden door het bevoegd gezag zijn gedefinieerd en bestuurlijk vastgesteld).
Voorbeeld 2
Als een partij grond op basis van de overige stoffen is gekwalificeerd in de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/Natuur, dan moet aanvullend de PFAS-gehalten worden getoetst aan de landelijke achtergrondwaarden (1,9 µg/kg d.s voor PFOA en 1,4 µg/kg d.s voor de andere PFAS) en bij overschrijding daarvan ook toetsen aan de toepassingswaarden voor 7 µg/kg d.s. voor PFOA en 3 µg/kg d.s. voor de overige PFAS). Dit kan leiden tot de volgende vier situaties:
•Als alle PFAS-gehalten kleiner zijn dan de bepalingsgrens, blijft de indeling in kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur staan en gelden geen toepassingsvoorwaarden. Kortom alle toepassingen zijn toegestaan.
•Als een PFAS-gehalte aangetoond wordt boven de rapportagegrens (0,1 µg/kg d.s) maar beneden de landelijke achtergrondwaarden (van 1,9 µg/kg d.s. voor PFOA en 1,4 µg/kg d.s voor de andere PFAS), dan blijft de indeling in kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur staan, maar gelden wel toepassingsvoorwaarden: toepassing van grond op de landbodem in grondwaterbeschermingsgebieden is niet toegestaan, tenzij er sprake is van gebiedseigen grond.
•Als een PFAS-gehalte aangetoond wordt boven de landelijke achtergrondwaarde (van 1,9 µg/kg d.s voor PFOA en 1,4 µg/kg d.s voor de andere PFAS) en onder de toepassingswaarden van 7 ug/kg d.s. voor PFOA en 3 µg/kg d.s voor de overige PFAS, dan blijft de indeling in kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur staan, maar kan de partij uitsluitend toegepast in gebieden met de kwaliteitsklassen Wonen of Industrie als toepassingseis of in gebieden waarvoor verhoogde lokale achtergrondwaarden zijn vastgesteld.
•Als één of meerdere PFAS-gehalten zijn aangetoond boven de toepassingswaarden van 7 ug/kg d.s. voor PFOA en 3 µg/kg d.s voor de overige PFAS, dan valt de partij grond in de kwaliteitsklasse Matig verontreinigd of Sterk verontreinigd. Toepassing van de partij kan alleen plaatsvinden als voor dat gebied maatwerkregels in het gemeentelijke omgevingsplan zijn opgenomen, of dat sprake is van overgangsrecht (voorheen gebiedsspecifieke beleid; er zijn voor 2024 in een nota bodembeheer Lokale Maximale Waarden door het bevoegd gezag zijn gedefinieerd en bestuurlijk vastgesteld).
Standaarddeviatie
Ook wel ‘standaardafwijking’ genoemd. Het geeft de mate aan voor de spreiding van meetgegevens in een dataset. De berekening hiervan is als volgt:
Hierbij is n het aantal analyseresultaten, x een individueel analyseresultaat en ¯x het gemiddelde van de analyseresultaten.
Toepassingseis toe te passen grond op of in de bodem op basis van algemene regels
Deze kaart geeft de maximale kwaliteitseisen weer waaraan de toe te passen grond moet voldoen. Bij de toepassingskaart op basis van algemene regels wordt gekeken naar de vastgestelde bodemkwaliteit en de (toekomstige) functie van de bodem. Op basis van deze dubbele toets, waarbij de strengste toets doorslaggevend is, wordt voor elke bodemkwaliteitszone de toepassingseis vastgesteld.
1De gehalten aan PFAS-verbindingen moeten voldoen aan de landelijke achtergrondwaarden.
2Het gehalte aan PFOA moet voldoen aan 7 μg/kg ds en de gehalten aan de andere PFAS-verbindingen moeten voldoen aan 3 μg/kg ds.
Toetsing toepassen grond
Om te beoordelen of het toepassen van grond is toegestaan wordt de kwaliteit van de toe te passen grond vergeleken met de toepassingseis die geldt voor de ontvangende bodem. De kwaliteit van de toe te passen grond kan worden bepaald op basis van een bodemkwaliteitskaart, partijkeuring of een ander erkend milieuverklaring bodemkwaliteit. De toepassingseis kan worden bepaald op basis van de bodemkwaliteitskaart (gezoneerde gebieden) of bodemonderzoek van de ontvangende bodem (niet gezoneerde gebieden).
Toetsingswaarden Regeling bodemkwaliteit 2022 en Handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie
Om een zone te karakteriseren moet een toetsing plaatsvinden aan de gestelde normen uit de Regeling bodemkwaliteit 2022 en het Handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. Deze toetsingsnormen zijn in de onderstaande tabel weergegeven.
Tabel B3 Toetsingsnormen (in mg/kg ds voor standaardbodem -lutum 25%, org.stof 10%-, uitgezonderd PFAS-verbindingen -gemeten waarden-).
Stof
Maximale waarden Landbouw/natuur
Maximale waarden wonen
Maximale Waarden Industrie
Barium *
n.v.t.
Cadmium
0,60
1,2
4,3
Kobalt
15
35
190
Koper
40
54
190
Kwik
0,15
0,83
4,8
Lood
50
210
530
Molybdeen
1,5
88
190
Nikkel *
35
39
100
Zink
140
200
720
Som PAK
1,5
6,8
40
Som PCB
0,02
0,04
0,5
Minerale olie
190
190
500
PFOA
21PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten.
zonder vastgestelde achtergrondwaarde
0,0019
Andere PFAS-verbindingen zonder vastgestelde achtergrondwaarde
0,0014
PFOA
0,0019
0,007
Andere PFAS-verbindingen
0,0014
0,003
* De normstelling in de Regeling bodemkwaliteit voor barium en nikkel zijn door het voormalige Ministerie van VROM sinds 1 april 2009 gewijzigd (Staatscourant, 7 april 2009). Voor nikkel vindt voor schone grond (klasse Landbouw/natuur) geen toetsing meer plaats aan de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse wonen. Voor barium is besloten alle toetsingsnormen tijdelijk in te trekken als aangetoond kan worden dat er geen sprake is van een verontreiniging veroorzaakt door activiteiten van de mens. Als een verhoogd gehalte van barium is veroorzaakt door een activiteit door de mens, kan dit gehalte door het bevoegd gezag worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde bodemkwaliteit voor barium: 920 mg/kg ds.
Uitbijters
Een uitbijter is een gehalte in het gegevensbestand dat niet representatief is voor de diffuse chemische bodemkwaliteit in een deelgebied. De (potentiële) uitbijters worden met een visuele methode (scatterplots) inzichtelijk gemaakt. Het niet representatieve gehalte is het gevolg van duidelijk aantoonbare menselijke activiteiten: puntverontreinigingen, verdachte locaties, typfouten tijdens invoer.
Uitgesloten locaties en gebieden
Uitgesloten locaties en gebieden zijn terreinen die op beleidsmatige grond niet kunnen worden opgenomen in de bodemkwaliteitskaart of niet voldoen aan de minimumeisen voor het aantal en de spreiding van de meetgegevens uit de Handreiking bodemkwaliteitskaarten. Voorbeelden zijn onder andere terreinen waar sprake is van een sanering of verontreiniging door een lokale activiteit. Ook terreinen die in het beheer zijn van andere organisaties zoals Rijkswaterstaat (rijkswegen), de provincie (provinciale wegen), ProRail/NS Vastgoed (spoorgebonden gronden) worden soms uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart.
Variabiliteit
Mate waarin de gehalten binnen een bodemkwaliteitszone variëren.
Variatiecoëfficiënt
Maat voor de spreiding in gehalten (standaarddeviatie gedeeld door het gemiddelde).
Vrij grondverzet
Van vrij grondverzet is sprake als voorafgaand aan het grondverzet de kwaliteit van de grond niet hoeft te worden vastgesteld.
Wegberm
Onder de onverharde wegbermen wordt verstaan de strook grond naast de verharde (klinker- of asfalt)weg. De strook omvat de bodemlaag tot maximaal 0,5 meter diepte, en heeft gerekend vanuit de wegverharding een maximale breedte van 10 meter. De onverharde wegberm wordt begrensd door (zie ook figuur B1.1):
-de erfgrens of;
-de meest afgelegen insteek van een droge bermsloot of;
-de meest nabij gelegen insteek van een natte bermsloot of;
-als voorgaande niet aanwezig zijn, de overgang naar andere begroeiing (houtopstanden zoals hagen, struiken, bosschages, bos).
Voor wegbermen langs dijkwegen en voor wegbermen gelegen in gebieden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, de voormalige Ecologische Hoofdstructuur) geldt voor beide zijden van het wegvak een strook van maximaal 2 meter. Dit in verband met de ecologische functie van de wegbermen. Buiten de aangegeven strook mag in de wegbermen alleen schone grond worden toegepast.
Figuur B1.1 Begrenzing wegbermen (bron: brief van het voormalige Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart, kenmerk RWS/DVS‐2009/2932, 19 november 2009).
Bijlage 2 Dataset bodemkwaliteits-kaart
Dataset bodemkwaliteitskaart
INLEIDING
De Handreiking bodemkwaliteitskaarten stelt dat de meetgegevens niet ouder mogen zijn dan 5 jaar. Omdat naar verwachting de beschikbaar gekomen meetgegevens in de afgelopen 5 jaar niet afwijken van de meetresultaten die meer dan 5 jaar geleden beschikbaar zijn gekomen, is de dataset van de bodemkwaliteitskaart (2019) aangevuld met de meetgegevens die sindsdien beschikbaar zijn gekomen. Dit geeft een nog betere onderbouwing van de te verwachten diffuse chemische bodemkwaliteit.
De Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek heeft de voor de bodemkwaliteitskaart representatieve en nieuw beschikbaar gekomen bodemonderzoeken geselecteerd. Hieronder staat een overzicht van de onderzoeken die voor de actualisatie van de provincie-brede bodemkwaliteitskaart (2019) zijn gebruikt.
GESELECTEERDE ONDERZOEKEN
Onder-zoek ID
Locatie ID
Locatie-code
Locatienaam en Onderzoeksnaam
Rapport-nummer
Rapport-datum
813797
598644
NZ008800041
Houtwijk 20, Dronten
M20B0282_BVKK_246907
7-7-2021
813816
598663
NZ008800060
Oud Emmeloorderweg 16, Nagele
19260-AvA
6-8-2019
813827
598674
NZ008800071
Industrieterrein de Munt Locatie D, Emmeloord
201717
23-12-2020
813826
598673
NZ008800070
Baan 36, Ens
20-333
6-10-2020
813832
598679
NZ008800076
De Paal 14, Almere
AM21135
813828
598675
NZ008800072
Percelen Westgat, Urk
BO20200124
3-11-2020
813829
598676
NZ008800073
Wittevrouwen, Almere
21014501A
31-3-2021
813758
598605
NZ008800002
Trojestraat 70, Almere
420.299.104
9-4-2020
813825
598672
NZ008800069
Rister, Biddinghuizen
BO205091/TB
16-12-2020
813813
598660
NZ008800057
Betonstraat 8, Lelystad
181385
17-7-2018
813815
598662
NZ008800059
Onderduikersweg 3, Emmeloord
190064
22-2-2019
813831
598678
NZ008800075
Dronterweg 27, Dronten
m19b0138.r01
18-6-2019
813833
598680
NZ008800077
Emmelhage fase 3, Emmeloord
21-M9883
11-6-2021
813814
598661
NZ008800058
Homerusplein ong, Almere
19046601A
19-7-2019
813835
598682
NZ008800079
Steenstraat 9, Lelystad
20012.eva
8-6-2020
813824
598671
NZ008800068
Loofklapper, Biddinghuizen
BO205089/TB
16-12-2020
813812
598659
NZ008800056
Productieweg tussen 13 en 15, Emmeloord
B020180112
28-8-2018
813817
598664
NZ008800061
Espelerpad 6, Espel
EN05198
22-8-2019
813836
598683
NZ008800080
Zuiderkade 14A, Emmeloord
BO223439/JJS
4-4-2022
813834
598681
NZ008800078
Fort Ruigerhoek kavel 4021, Almere
21027801A
30-6-2021
813807
598654
NZ008800051
Koornmarktpoort, Dronten
BO213049/TB
25-1-2020
813804
598651
NZ008800048
Bumalaan, Emmeloord
21-M9684
3-2-2021
813779
598626
NZ008800023
Horsterweg 25, Zeewolde
20033001A
18-6-2020
813802
598649
NZ008800046
Bolderweg 34b, Almere
190775/dh/sh
25-2-2020
813838
598685
NZ008800082
Noordermiddenweg 19 en 21, Creil
200472
15-1-2021
813811
598658
NZ008800055
Schokkerhoek, Urk
190319
10-10-2019
813806
598653
NZ008800050
Sassenpoort, Dronten
BO205086/TB
18-12-2020
813819
598666
NZ008800063
Blokzijlerdwarsweg 12, Marknesse
BO20190146
1-11-2019
813759
598606
NZ008800003
Rhijnauwen/Fort de Gagel (sectie D, percelen 387 en 443),Almere
18099301A
14-2-2019
813764
598611
NZ008800008
Bedrijventerrein Ens, Ens
202082
17-2-2021
813823
598670
NZ008800067
Klein Brandt Sportpark (ong.), Almere
02P013696-ADV-01-RBH
5-7-2019
813761
598608
NZ008800005
Rode Klif, Lelystad
18289.eva
6-3-2019
813776
598623
NZ008800020
Sluisstraat 11, Lelystad
BO20180131
22-10-2018
813846
598693
NZ008800090
Oslolaan 4, Urk
BO20180110
30-8-2018
813798
598645
NZ008800042
Lisdoddeweg / Larserringweg, Lelystad
22107
21-6-2022
813830
598677
NZ008800074
Hospitaalpromenade (ong.), Almere
21024201A
21-4-2021
813808
598655
NZ008800052
Korenmaaier, Biddinghuizen
BO213420/TB
25-3-2021
813849
598696
NZ008800093
WERKTUIGENWERK 5 TE EMMELOORD
31857
13-10-2019
813763
598610
NZ008800007
Kreekbos Zuid (Hofje 3 en 4), Almere
20073401A
10-12-2020
813784
598631
NZ008800028
Oosterringweg 65I ,Bant
21115
29-3-2021
813786
598633
NZ008800030
Venelaan 1 te Rutten
20-M9345
15-6-2020
813805
598652
NZ008800049
Bouwweg 19, Lelystad
BO20180029
6-4-2018
813845
598692
NZ008800089
Westermeerweg 3, Tollebeek
1.224.195
10-1-2019
813775
598622
NZ008800019
Narcisstraat 14, Swifterbant
32067
4-12-2019
813847
598694
NZ008800091
Vlonderweg (naast nummer 6,) Almere
21027601A
3-6-2021
813768
598615
NZ008800012
Koningsbeltweg ten zuiden van nr. 31, Almere
21010701A
12-3-2021
813796
598643
NZ008800040
Oostvaardersdiep 16, Almere
480.423.100
23-12-2023
813787
598634
NZ008800031
Grietenij (ong.), Lelystad
210047
1-3-2021
813765
598612
NZ008800009
Kuilweg 12, Biddinghuizen
2027017
7-4-2020
813767
598614
NZ008800011
Koningsbeltweg (ten noorden van 72), Almere
21010601A
11-3-2021
813778
598625
NZ008800022
Oosterringweg 34, Luttelgeest
BO20200091
22-7-2020
813780
598627
NZ008800024
Nabij Larserdreef, Lelystad
14P003115-ADV01
29-5-2020
813782
598629
NZ008800026
Oogstveld 8, Ens
20260
26-10-2020
813789
598636
NZ008800033
Vollenhoverweg 25, Marknesse
21247-AvA
15-6-2021
813762
598609
NZ008800006
De Striptekenaar, Almere
20055902A
4-3-2021
813766
598613
NZ008800010
Meerveldstraat 59 te Almere
203008/JJS
30-1-2020
813773
598620
NZ008800017
Creilerpad 14, Creil
190639
31-7-2019
813774
598621
NZ008800018
Lindeweg 9, Emmelord
BO20190168
12-11-2019
813795
598642
NZ008800039
Lucernehof 58, Nagele
22273-AvA
14-10-2022
813809
598656
NZ008800053
Spieringweg 3, Dronten
19276-AvA
6-11-2019
813771
598618
NZ008800015
Creilerpad 19b, Creil
180329/dh/am
20-4-2018
813799
598646
NZ008800043
GROENEWOUDSEWEG 71, ZEEWOLDE
P21-0531-004
8-10-2021
813792
598639
NZ008800036
De Steiger 183 - 187 , Almere
153276
30-7-2021
813757
598604
NZ008800001
Homeruskwartier, Almere
420.299.105
16-6-2020
813841
598688
NZ008800085
Bisonweg 11, Swifterbant
10.608.004
22-12-2020
813777
598624
NZ008800021
Titaniumweg 4, Emmeloord
20033301A
10-6-2020
813821
598668
NZ008800065
Leemringweg 19, Kraggenburg
2020235
26-3-2020
813848
598695
NZ008800092
bodestraat almere
20025501A
30-4-2020
813800
598647
NZ008800044
Drietorensweg 36, Ens
201234/wj/sh
24-2-2021
813781
598628
NZ008800025
Oudebosweg 14 ,Dronten
21219-AvA
29-3-2021
813788
598635
NZ008800032
Parkwijk, Lelystad
180108_135125
19-1-2018
813820
598667
NZ008800064
Dronterringweg 1, Swifterbant
BO20200010
11-2-2020
813844
598691
NZ008800088
De Maalstroom te Swifterbant
BO204992/TB
18-12-2020
813785
598632
NZ008800029
De Deel nr. 22, Emmeloord
20-M9344
12-6-2020
813791
598638
NZ008800035
Revelsant 16, Emmeloord
2020-0062
13-2-2020
813760
598607
NZ008800004
Eggestraat 35, Nagele
182131
5-11-2018
813769
598616
NZ008800013
Rondebeltweg (ten oosten van nummer 110), Almere
21010801A
12-3-2021
813818
598665
NZ008800062
Akkerhof 3, Biddinghuizen
19051
1-4-2019
813793
598640
NZ008800037
Arendweg 17, Lelystad
xop.lls.20123.r01
16-6-2020
813783
598630
NZ008800027
Randstad 2002, Almere
2005N651/BST/rap1
14-7-2020
813810
598657
NZ008800054
Groene Velden, Lelystad
0235101 A
23-7-2002
813851
598698
NZ008800095
Ramsweg 8A, Ens
R69549
15-4-2020
813790
598637
NZ008800034
Ecopark, Emmeloord
BO214988/SK
22-12-2021
813837
598684
NZ008800081
Westgat 2a, Urk
18261
29-10-2018
813772
598619
NZ008800016
Hertenpad 2, Kraggenburg
18263-02
5-3-2019
813801
598648
NZ008800045
Onderstation Lelystad, Lelystad
M20B0184
11-12-2020
813840
598687
NZ008800084
Stationsuitbreiding , Almere
1277734
6-11-2020
813794
598641
NZ008800038
Vogelweg 47, Zeewolde
22ZP0016-01
26-4-2022
813850
598697
NZ008800094
Baardmeesweg 9, Zeewolde
D10032254 44
28-5-2021
813770
598617
NZ008800014
Hefbrugweg (nabij nr. 28), Almere-Buiten
18022801A
30-8-2018
813822
598669
NZ008800066
De Helling 15, Dronten
19-M8800
12-3-2019
813803
598650
NZ008800047
Paardenmarkt, Emmeloord
BO204605/AM
9-10-2020
813843
598690
NZ008800087
Kadoelenweg 16, Kraggenburg
1976.01.181.r1
23-1-2018
813852
598699
NZ008800096
Energieweg 3, Dronten
Z2021004029
3-9-2021
813839
598686
NZ008800083
Noordzijde 8-10, Emmeloord
190054
28-2-2019
813842
598689
NZ008800086
Van den Hamlaan 2, Dronten
1.224.167.001
30-4-2018
Bijlage 3 Specificatie uitbijter
Specificatie uitbijter
Onder-zoek ID
Locatie ID
Monster
Locatienaam en Onderzoeksnaam
uitbijter(s)
Reden
813844
598691
13-1
De Maalstroom te Swifterbant
Olie (6100)
Lokale verontreiniging
Alle overige potentiële uitbijters betroffen invoerfouten; deze zijn allen vervangen door de juiste gehalten.
Bijlage 4A Statistische parameters NEN5740 bodemkwaliteits-zones (waarden standaardbodem)
STATISTISCHE PARAMETERS NEN5740 BODEMKWALITEITSZONES (WAARDEN STANDAARDBODEM)
Bijlage 4B Statistische parameters PFAS-verbindingen bodemkwaliteits-zones (gemeten waarden)
STATISTISCHE PARAMETERS PFAS-VERBINDINGEN BODEMKWALITEITS-ZONES (GEMETEN WAARDEN)
Bijlage 4C Statistische parameters NEN5740 bodemkwaliteits-zones (gemeten waarden)
STATISTISCHE PARAMETERS NEN5740 BODEMKWALITEITSZONES (gemeten waarden)
Bijlage 5 Risicobeoordeling BKK-zone ‘B6 Bermen provinciale wegen NOP’
Risicobeoordeling BKK-zone ‘B6. Bermen provinciale wegen NOP’
Resultaten RisicotoolboxBodem.nl
Risico's behorende bij chemische bodemkwaliteit en functie
Algemeen
V. RTB:
V. rapport:
1.1.3.4
1.14
Naam berekening:
Modus:
Monstergroep:
Bodemgebruiksfunctie: Bijzonderheden:
<Nieuw>
berekenen risico’s actuele bodemkwaliteit
/Bkk bermen Flevoland/NOP
Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie Humane biobeschikbaarheid lood: 0,74
Status van deze berekening
De risicotoolbox berekent de risico’s van een chemische bodemkwaliteit voor milieu, mens en landbouwproductie die horen bij een ingevoerde chemische bodemkwaliteit en bodemfunctie. De risicotoolbox maakt hiervoor gebruik van wetenschappelijke modellen uit de normstellingspraktijk. Modellen kunnen slechts een voorspelling geven van te verwachten risico's. De kwaliteit van deze voorspellingen wordt bepaald door de betrouwbaarheid van de modellen en de mate waarin deze van toepassing zijn op de lokale situatie. De modellen achter de risicotoolbox hebben uiteenlopende betrouwbaarheden en de toepasselijkheid hangt sterk af van de lokale situatie. De verantwoordelijkheid voor de interpretatie van de resultaten ligt bij de gebruiker van het instrument.
Het bovenstaande betekent dat voorspellingen van risico's die zowel boven als onder bodemgebruiksvorm relevante - risicogrenswaarde liggen slechts indicatief zijn. Juist bij risicogrenswaarden liggen is het belangrijk om hierbij in de interpretatiefase stil te staan. De manieren rekenen :
1) Berekenen van de risico's van voorgestelde Lokale Maximale Waarden
2Rekenen aan de risico's van de actuele chemische bodemkwaliteit
Deze berekening is het resultaat van functie 2.
Functie 2: Rekenen aan de risico's van de actuele chemische bodemkwaliteit
Naast de eerste verplichte functie, waarin de risico's van Lokale Maximale Waarden worden berekend, kan de risicotoolbox ook de risico's van de actuele chemische bodemkwaliteit inzichtelijk maken.
De modelberekeningen zijn gebaseerd op de berekeningen in functie "1", uitgebreid met enkele aanvullende parameters. De uitkomsten geven de risico’s weer van de ingevoerde bodemkwaliteit in relatie tot de ingevoerde gebruiksfunctie. De ingevoerde bodemkwaliteit kan de gemiddelde bodemkwaliteit zijn van het betreffende gebied, maar er mag ook gekozen worden voor een andere percentielwaarde uit de verdeling van bodemkwaliteitsgegevens. Deze keuze dient te worden aangegeven bij het invoeren van de gegevens. De keuze voor een percentielwaarde heeft invloed op de betekenis van de uitslagen van de risicotoolbox, de gebruiker dient hier rekening mee te houden bij de interpretatie.
De uitkomsten in termen van risico’s zijn niet zonder meer van toepassing indien de ingevoerde bodemkwaliteit als
Resultaten
Ecologische risico's
Beschermingsniveau: Matig (Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie)
Stof Concentratie [mg/kg] (*) Concentratiegrens [mg/kg] Risico-index
som-PAK 66,00 40,00 1,65
(*) Let op: op de ingevoerde concentratie is de standaardbodemtypecorrectie toegepast
Humane risico's
Stof
Blootstelling [mg/kg lg/dag]
Risicogrens [mg/kg lg/dag]
Risico-index
som-PAK
Naftaleen
Anthraceen Benzo(a)anthraceen Benzo(a)pyreen Chryseen Fluorantheen Fenanthreen Benzo(ghi)peryleen Benzo(k)fluorantheen Indeno(123cd)pyreen
6,49E-06
6,12E-06
2,66E-06
2,13E-06
2,91E-06
7,02E-06
2,18E-05
1,96E-06
1,1E-06
2,17E-06
0,04
0,04
5E-05
5E-06
0,0005
0,0005
0,04
0,03
5E-05
5E-05
0,57
0,00
0,00
0,05
0,43
0,01
0,01
0,00
0,00
0,02
0,04
Ecologische (mengsel) risico's (msPAF)
Parameter
Waarde
PAF Anthraceen
PAF Benzo(a)anthraceen PAF Benzo(a)pyreen
PAF Chryseen
PAF Fluorantheen
PAF Fenanthreen
PAF Naftaleen
PAF Benzo(k)fluorantheen PAF Indeno(123cd)pyreen PAF Benzo(ghi)peryleen msPAF (mengsel)
20,70
15,60
23,90
19,30
38,50
48,70
12,20
4,58
31,70
19,30
77,80
Toelichting bij de resultaten
Ecologische risico's
De ecologische risico's in de risicotoolbox worden berekend door de concentratie van stoffen in de bodem (gecorrigeerd naar standaardbodem) te toetsen aan risicogrenswaarden. Deze risicogrenswaarden komen overeen met de grenswaarden die zijn gebruikt voor de afleiding van de Generieke Maximale Waarden. De ecologische grenswaarden worden beleidsmatig vastgesteld. Bij de onderbouwing van de grenswaarden wordt gebruik gemaakt van wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van stoffen op soorten. In deze onderbouwing kan er voor een aantal stoffen rekening worden gehouden met de effecten van doorvergiftiging.
Humane risico's
In de risicotoolbox wordt de blootstelling van mensen aan stoffen als gevolg van bodemgebruik berekend met het model CSOIL. Dit model wordt ook gebruikt voor de afleiding van landelijke normen (Landelijke Maximale Waarden). In de risicotoolbox wordt het model doorgerekend met de lokatiespecifieke bodemkwaliteit en bodemeigenschappen. CSOIL berekent een levenslang gemiddelde blootstelling voor de gekozen bodemfunctie. Aan de bodemfunctie zijn belangrijke blootstellingsparameters gekoppeld (bijvoorbeeld: mate van gewasconsumptie, blootstelling van kinderen via inname van grond).
Landbouw risico's
De berekeningen van de landbouwrisico's worden uitgevoerd met de methoden die zijn gehanteerd voor de onderbouwing van de LAC2006 waarden. In de risicotoolbox worden deze methoden zoveel mogelijk locatiespecifiek ingezet (dat wil zeggen: rekening houdend met het lokale bodemtype). Voor de stoffen en landbouwproducten waarvoor dit niet mogelijk is, wordt getoetst aan de generieke LAC-waarden.
Toxische druk (msPAF)
Naast de standaard ecologische risicobeoordeling wordt in de risicotoolbox ook de toxische druk (op ecosystemen) van stoffen en van het mengsel van stoffen berekend. Net als in de standaard ecologische risicobeoordeling vormen wetenschappelijke gegevens over de effecten van stoffen op soorten de basis voor deze berekening . Bij de bepaling van de toxische druk wordt verder rekening gehouden met de lokale bodemeigenschappen (organisch stof, lutum en zuurgraad) en met de generieke achtergrondwaarde (AW2000).
Let op: de berekening van toxische druk in de risicotoolbox is niet geschikt om het verspreiden van baggerspecie te toetsen. Gebruik hiervoor het instrument TOWABO.
Voor aanvullende informatie over de berekeningen in de risicotoolbox: zie www.risicotoolboxbodem.nl/methoden
Resultaten - grafisch
Invoergegevens
Stof
Concentratie [mg/kg]
Concentratie in
standaardbodem [mg/kg]
Type
Naftaleen
Anthraceen Benzo(a)anthraceen Benzo(a)pyreen Chryseen
Fluorantheen Fenanthreen Benzo(ghi)peryleen Benzo(k)fluorantheen Indeno(123cd)pyreen
0,50
2,90
7,60
6,20
8,20
16,00
8,90
5,90
3,30
6,50
0,50
2,90
7,60
6,20
8,20
16,00
8,90
5,90
3,30
6,50
P95
P95
P95
P95
P95
P95
P95
P95
P95
P95
Bodemeigenschappen:
Organisch stof: Lutum:
pH (CaCl2):
3,2 % 7,4 %
6
Overzicht kaartbijlagen
Kaartbijlage 1
-Bodemfunctieklassenkaart
Kaartbijlagen 2
-Bodemkwaliteitszonekaart
Kaartbijlagen 3
-Ontgravingskaarten op basis van algemene regels
Kaartbijlagen 4
-Toepassingskaarten op basis van algemene regels
Kaartbijlagen 5
-Toepassingskaarten op basis van maatwerkregels