Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels voor huisgebonden beroepen en bedrijven

Gemeente Urk · geldt sinds 26 oktober 2004

Hoofdstuk 3 Planologische uitgangspunten

Paragraaf 3.2 Voorschriften

Artikel 1 Gebied waarop de beleidsregels van toepassing zijn

Deze beleidsregels zijn van toepassing op alle percelen in de gemeente Urk waaraan krachtens vigerende bestemmingen een functie is wonen toegekend en waar bovendien sprake is van een zelfstandige woning.

Artikel 2 Voorschriften

Aan huisgebonden beroepen en (kleinschalige) bedrijfsmatige activiteiten zijn in overeenstemming met de woonfunctie en mogen geen ernstige hinder voor het woonmilieu opleveren c.q. geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de buurt. Hiertoe gelden de volgende voorwaarden en bepalingen:

1de woning moet blijven voldoen aan het Bouwbesluit en de Bouwverordening;

2het gebruik past qua aard, omvang en ruimtelijke uitstraling –naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders- in de woonomgeving,

3personeel in dienst is niet toegestaan;

4de beroeps- en/of bedrijfsactiviteiten worden door de (hoofd)bewoner uitgeoefend;

5afhankelijk van de grootte en indeling van de woning mag van de begane grondvloeroppervlakte ten hoogste 30% worden gebruikt met een maximum van 45 m2;

6geen vergunning- en/of meldingsplicht op grond van de Wet milieubeheer en/of andere milieuwetgeving is van toepassing. Dit betekent dat het activiteiten betreft die passen binnen categorie 1 van de VNG-uitgave “Bedrijven en milieuzonering”;

7detailhandel is niet toegestaan, uitgezonderd een (zeer) beperkte en incidentele verkoop van vakgerelateerde producten aan klanten;

8een vorm van horeca is niet toegestaan.

9het gebruik mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken en heeft geen nadelige invloed op de normale afwikkeling van het verkeer;

10reclame-uitingen zijn niet toegestaan, behalve hetgeen op grond van de gemeentelijke Algemene Plaatselijke Verordening en Welstandsnota mogelijk is;

Artikel 3 Uitvoering

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om met inachtneming van artikel 2 lid 2 te bepalen of een activiteit in de woonfunctie past.

Artikel 4 Datum van inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op de eerste dag na de bekendmaking daarvan.

Artikel 5 Citeertitel

Deze regeling kan worden aangehaald als “Beleidsregels voor huisgebonden beroepen en bedrijven”.Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders der gemeente Urk, d.d. 14 oktober 2004,De secretaris, De burgemeester,

Hoofdstuk 4 Toelichting op beleidsregels

Artikel 1 Gebied waarop de beleidsregels van toepassing zijn

De beleidsregels zijn van toepassing op het grondgebied van de gemeente Urk. De beleidsregels geven een uitleg van wat wordt geacht binnen de woonfunctie te vallen. De regels zijn van toepassing indien in de vigerende bestemming de functie wonen is opgenomen en wanneer bovendien sprake is van ene zelfstandige wooneenheid. Daarmee wordt bedoeld dat het beleid niet geldt voor bijzondere wooneenheden in gebouwen die niet alleen voor wonen bestemd zijn (bijv. gemengde bebouwing). Indien het bestemmingsplan meer toelaat dan deze beleidsregels, prevaleert uiteraard het bestemmingsplan.

Artikel 2 Voorschriften

1Dit spreekt voor zich. In alle gevallen dient het bouwen en gebruik te voldoen aan wettelijke bepalingen c.q. algemeen verbindende voorschriften.

2Het gebruik dient qua aard, omvang en ruimtelijke uitstraling in de woonomgeving te passen. Dit houdt onder meer verband met geluidsoverlast, verkeershinder, parkeerproblemen, reclame-uitingen, opslag e.d. zo past opslag van materiaal op de openbare weg of op het eigen terrein niet in een woonomgeving, niet zo min als reclameborden. Het college van burgemeester en wethouders bepaald of een activiteit wel of niet in overeenstemming is met de woonomgeving.

3De bedrijven mogen geen personeelsleden in dienst hebben met het oog op de kleinschaligheid van het bedrijf.

4Alleen de (hoofd)bewoner van de woning mag activiteiten ontplooien, zonder personeelsleden (dus ook geen familiebedrijf met inwonende kinderen of andere familiaire banden). Voor het uitoefenen van bepaalde aan-huis-verbonden beroepen is dit anders. Een huisarts of fysiotherapeut werkt veelal alleen, maar heeft vaak wel een assistente in dienst, hetgeen echter niet zal zorgen voor meer negatieve ruimtelijke effecten.

5Beroepen en bedrijfsmatige activiteiten mogen plaatsvinden in woningen op een beperkt gedeelte van het vloeroppervlak (1/3 deel van de woning, met een maximum van 45 m2). De achterliggende gedachte hierbij is, dat in overwegende mate de woonfunctie gehandhaafd moet blijven. Door middel van deze voorwaarde wordt dit gewaarborgd.

6Het is ruimtelijk niet gewenst dat in woongebieden activiteiten worden uitgeoefend waarvoor een milieuvergunnings- of milieumeldingsplicht geld. Dergelijke activiteiten kunnen leiden tot extra overlast in woonwijken, hetgeen niet wenselijk wordt geacht.

7Het is niet toegestaan dat in woningen horeca- of detailhandelsactiviteiten plaatsvinden, omdat dit het voorzieningenniveau in de gemeente in gevaar zou kunnen brengen. Een uitzondering hierop is een (zeer) beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van het beroep en/of bedrijf (zoals bijvoorbeeld huidverzorgingsproducten door een schoonheidsspecialiste).

8Horeca-activiteiten: zie voorgaand punt 8.

9Voorkomen dient te worden dat de omgeving te veel hinder ondervindt van bijvoorbeeld auto´s die worden geparkeerd door klanten en leveranciers. Bij iedere aanvraag zal daarom specifiek naar het aantal aanwezige parkeerplaatsen gekeken worden en naar de verkeerssituatie in de buurt in het algemeen.

10Reclame-uitingen als borden en lichtbakken kunnen afbreuk doen aan de kwaliteit van de woonomgeving doordat er sprake kan zijn van uitzichthinder en lichthinder. De mogelijkheden voor het plaatsen van reclame-uitingen zijn o.a. geregeld in de Algemene Plaatselijke Verordening.

Artikel 3 Uitvoering

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om in geval van twijfel of bij een verschil van interpretatie te bepalen of sprake is van een activiteit die past binnen de woonfunctie of niet. Het college van burgemeester of wethouders is belast met de uitvoering van beleidsregels en is bevoegd om invulling te geven aan beleid, uiteraard voor zover geen afbreuk wordt gedaan aan de woonfunctie. Van de vereisten zoals genoemd in artikel 2 kan bij uitzondering (gemotiveerd) worden afgeweken, met uitzondering van het bepaalde in lid 2. Het bepaalde in artikel 2 lid 2 dient gewaarborgd te zijn.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.