Aanhef
De raad van de gemeente Urk,
op voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Urk d.d. 5 november 2024
gezien het advies van Commissie I d.d. 20 november 2024
besluit:
De Beleidsregels Ruimtelijke kwaliteit 2025 vast te stellen, en De Welstandsnota 2004 in te trekken per 1 januari 2025.
Prettig wonen in een omgeving met karakter
Introductie
De gemeente Urk heeft een uniek en eigen karakter. Het Oude Dorp is natuurlijk een blikvanger, maar daarnaast is het ook prettig wonen en werken in de diverse gebieden die de gemeente rijk is. Een goed begrip van de stedenbouwkundige kenmerken en bijbehorende bebouwing helpt bij het maken van goede plannen.
Ruimtelijke kwaliteit draagt bij aan belangrijke waarden zoals cultuur, welzijn en economie. Kortom; het draagt bij aan een prettige leefomgeving. Deze beleidsregels voor ruimtelijke kwaliteit vormen een actualisatie van het huidige welstandbeleid (2004), maar kijkt daarnaast breder en speelt beter in op de wensen van deze tijd.
De afgelopen periode zijn grote delen van de gemeente welstandsvrij geweest. Op sommige plekken heeft dit weinig effect gehad, maar op andere plekken zijn er ontwikkelingen die minder bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit op Urk. De gemeente heeft daarom besloten dat er nieuw beleid moet komen dat meer sturing geeft aan de kwaliteit van de omgeving en inspeelt op de diversiteit van de gemeente. Daarom zijn er verschillende ambitie niveaus toegepast op basis van de kenmerken van de verschillende gebieden.
Kennis van het gebied voor betere plannen
Elk gebied is kort geschetst in de vorm van gebiedskenmerken, gevolgd door de relevante criteria. Boven elke set criteria staat een ambitieniveau. Hiermee geeft de gemeente aan in welke mate de ruimtelijke kwaliteit per gebied een rol speelt. In de gebieden met een hogere ambitie zullen ontwerpen van situering tot detail kritisch beoordeeld worden. In basisgebieden zijn details minder belangrijk.
Tips voor ruimtelijke kwaliteit
Een bouwproject kan complexer zijn dan vooraf gedacht. Het is raadzaam om dit goed voor te bereiden. Kijk voor tips over ruimtelijke kwaliteit naar het stappenplan ruimtelijke kwaliteit in Bijlage III.
DEEL II THEMATISCHE CRITERIA (in de gehele gemeente toepasbaar)
Thematische Criteria (leeswijzer)
Sneltoets Criteria
Criteria sneltoets - Uitbouwen (bijbehorende bouwwerken)
Overal toepasbaar m.u.v. beschermd gezicht en monumenten
Criteria
De criteria voor dit gebied zijn voorschriften voor (veel voorkomende) kleine en/of eenvoudige bouwplannen die omgevingsvergunningplichtig zijn. Deze criteria omschrijven heel concreet en objectief hoe bouwwerken er uit dienen te zien om niet strijdig te zijn met de ruimtelijke kwaliteit in de gemeente. Het omgevingsplan is maatgevend voor wat betreft afmetingen, voorgevelrooilijnen, et cetera.
Criteria voor bijbehorende bouwwerken aan het hoofdgebouw
Vormgeving:
•De aan- of uitbouw is een ondergeschikte toevoeging aan het hoofdgebouw.
•Geen aan- of uitbouw aan een bestaande aan- of uitbouw, tenzij goed gedetailleerd.
•Eén bouwlaag met een van het hoofdgebouw afgeleide plattegrond.
•Plat afgedekt of met een van het hoofdgebouw afgeleide kapvorm, dakhelling en nokrichting.
•Vorm: kozijnen en ramen zijn gelijk aan of afgestemd op die van de kozijnen en ramen van het hoofdgebouw; bij serres een regelmatige verdeling van kozijnstijlen.
•Van het hoofdgebouw afgeleide detaillering.
Maatvoering
•Afstand van de aan- of uitbouw aan de zijgevel tot de voorgevel is minimaal 1,00 meter tenzij het omgevingsplan een andere plaatsing mogelijk maakt.
•(Goot) hoogte: niet hoger dan 0,3 meter, tenzij het omgevingsplan anders voorschrijft, boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw en onder de gootlijn van het hoofdgebouw (voorkant en zijkant).
Materiaal, kleur en detaillering
•Afgestemd op het hoofdgebouw of ondergeschikt donker materiaal- en kleurgebruik waardoor het hoofdgebouw het beeld blijft domineren. Boeiboorden en kozijnen zijn ook in wit mogelijk.
Criteria sneltoets - Dakkapellen
Overal toepasbaar m.u.v. beschermd gezicht en monumenten
Criteria voor dakkapellen
Een dakkapel is een bescheiden uitbouw in de kap, bedoeld om de lichttoetreding te verbeteren en het bruikbaar woonoppervlak te vergroten. Dakkapellen zijn, als ze zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, voor het straatbeeld bepalend. Dakkapellen zijn een ondergeschikte toevoeging aan een dakvlak.
Plaatsing
•Bij een mansardekap plaatsing alleen in het onderste dakvlak.
•Bij een andere kapvorm alleen op het onderste deel van het dakvlak.
•Dakkapellen niet boven elkaar plaatsen.
•Dakkapellen op flauwe kappen met een dakhelling kleiner dan 30° zijn niet toegestaan.
Maatvoering
•Hoogte: voorvlak verticaal gemeten maximaal 1.75 meter gemeten vanaf voet dakkapel tot aan bovenzijde boeiboord of daktrim.
•Breedte: aan voorgevel en zijgevel die grenst aan de openbare ruimte maximaal 2/3e van de breedte van het dakvlak (midden bouwmuur tot midden bouwmuur).
Dakkapellen op bijgebouwen
•Ondergeschikt uitvoeren, maximaal 1/3 van de breedte van het dakvlak of integraal opnemen in de kapvorm.
Vormgeving
•Bij meerdere dakkapellen regelmatige rangschikking op horizontale lijn.
•Bij voorkeur plat afgedekt.
•Voorvlak voorzien van kozijnen met beglazing, indeling en profielen afgestemd op woning.
•Het boeiboord heeft geen grotere hoogte dan 0,3m tenzij deze maat op de bestaande maatvoering van de woning aansluit.
Materiaal, kleur en detaillering
•Afgestemd op het hoofdgebouw. Zijwangen en boeiboorden dakkapel in donkere kleur of afgewerkt in kleur van het dakvlak. Boeiboorden en kozijnen zijn ook in wit mogelijk.
Criteria sneltoets – Erkers
Overal toepasbaar m.u.v. beschermd gezicht en monumenten
Criteria erkers
Als een erker zichtbaar is vanuit de openbare ruimte, zijn ze voor het straatbeeld bepalend.
Maatvoering
•De breedte van een erker mag niet meer dan 2/3 van de breedte van de gevel van de woning zijn.
•De erker is maximaal 1 meter diep.
•De erker mag gekoppeld zijn aan de entreeluifel.
•De erker is grotendeels transparant.
•De maatvoering en vormgeving zijn afgestemd op de kozijnen van het hoofdgebouw. Dit betekent in principe een breedte die gelijk is aan het bestaande woonkamerraam en een kozijnindeling die hieraan gerelateerd is.
Criteria sneltoets – Gevelwijzigingen
Overal toepasbaar m.u.v. beschermd gezicht en monumenten
Criteria voor kozijn- of gevelwijziging
In principe mag de samenhang en de ritmiek in straatwanden niet worden verstoord door incidentele kozijn- of gevelwijzigingen. Met name een kozijn- of gevelwijziging in de voor- of zijgevel, als deze gekeerd is naar de weg of het openbaar gebied, vraagt om een zorgvuldige vormgeving. Een kozijn- of gevelwijziging moet passen bij het karakter van het hoofdgebouw.
Maatvoering
•Diepte van de negge gelijk aan bestaande situatie.
•De oorspronkelijke profielafmetingen van het kozijn behouden.
Vorm
•De hoofdindeling komt overeen met de oorspronkelijke indeling. Een individuele wijziging leidt niet tot een wijziging van de oorspronkelijke geleding en indeling van de gehele gevel.
•Samenhang en ritmiek van de straatwand mag niet worden verstoord.
•De gevel van begane grond en verdieping(en) blijft samenhangend.
•Gevelopeningen niet geblindeerd met panelen of schilderwerk.
•Bestaande lateien, onderdorpels, raamlijsten, speklagen en/of rollagen in originele staat of in ieder geval in overeenstemming met op de vormentaal van andere in de gevel voorkomende lateien, onderdorpels en/of raamlijsten.
Materiaal en kleur
•Gebiedseigen toepassing van materiaal- en kleurgebruik.
•Geen opvallend en/of contrasterend kleurgebruik.
Criteria sneltoets – Erfafscheidingen
Overal toepasbaar m.u.v. beschermd gezicht en monumenten
Criteria erfafscheidingen
Een erfafscheiding is een bouwwerk, bedoeld om het erf af te bakenen van een buurerf of van de openbare weg. Erfafscheidingen aan de openbare weg zijn van grote invloed op de ruimtelijke kwaliteit. De gemeente streeft ernaar een rommelige indruk, door een te grote verscheidenheid aan erfafscheidingen, te voorkomen.
Vorm
•Een gedeelte van de erfafscheiding (minimaal 30 procent) moet een open constructie zijn in combinatie met begroeiing. (b.v. door middel van, gaas met hedera of vergelijkbaar).
•Gebruik duurzame materialen (duurzaam hout, metalen hekwerk met begroeiing, groen of een combinatie hiervan).
•Betonnen keerwanden, kunststof golfplaten, stalen damwand of andere materialen met een sterk utilitair karakter zijn niet toegestaan.
•Kleur: toepassing van gedekte kleuren of onbehandeld hout.
•Lange schuttingen (meer dan 6 meter) moeten visueel voldoende onderbroken worden door bijvoorbeeld: verschil in hoogte of afwisselende geledingen.
Criteria Reclame
Reclame criteria
Deze criteria gelden voor de hele gemeente inclusief het beschermd gezicht. Daar zijn nog enkele aanvullende richtlijnen opgenomen. Reclame is iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten met een commercieel belang. Reclames op borden, lichtreclames en spandoeken of vlaggen vormen een belangrijk en beeldbepalend element van de openbare ruimte. In gebieden met commerciële functies zijn reclames op zijn plaats en verhogen ze de visuele aantrekkingskracht van de omgeving, weliswaar verbonden aan een kritische grens.
Algemeen
•Een reclame dient geen afbreuk te doen aan de kwaliteit van de openbare ruimte.
•Een reclame moet passen bij de architectuur en functie van het betreffende pand.
•Er dienen losse letters toegepast te worden of een kleinschalige plaat als achtergrond, beiden goed geïntegreerd in de bestaande architectuur.
•De hoeveelheid, vormgeving, materiaaltoepassing, kleurstelling, typografie en bevestiging moeten passen bij de (cultuurhistorische-) bebouwingskarakteristieken van de omgeving en van het pand waarop de reclame wordt bevestigd.
Plaatsing
•Loodrecht op, of evenwijdig en vlak aan, de gevel.
•Geen reclame boven de raamdorpel van de bovenverdieping.
•Geen reclame op daken of dakgoten.
Vorm
•Reclame op de gevel; ontwerpen als zelfstandig element, afgestemd in maat, schaal en detaillering op de pui.
•Reclame integreren in de architectuur en tot het hoogst noodzakelijke beperken.
•Geen daglicht reflecterende reclame.
•Geen reclame in felle (neon) kleuren.
•Geen reclame die periodiek oplicht of beweegt.
•Geen lichtreclame binnen een woonwijk c.q. woonomgeving.
Maatvoering
•Reclames moeten zijn afgestemd op de architectuur van het pand en qua maat en positie in verhouding zijn met het gevelvlak (maatwerk).
•Reclame vlak op de gevel; maximaal 30 cm hoog en niet breder dan 1/3 van de breedte van het pand.
•Reclame haaks op de gevel; uitsteekarmaturen zijn maximaal 60x60 centimeter.
•Maximaal 1 vlaggenmast of banier per pand.
Reclame criteria bedrijventerreinen (niveau Midden)
Aantal
•Maximaal 1 reclame-uiting per gevel.
•Maximaal 1 vrijstaande reclame per perceel.
•Per bedrijf is op eigen terrein één vrijstaande reclame (-zuil) van beperkte omvang (0,5x2m) toegestaan, tenzij het omgevingsplan hoger toestaat.
Reclames vlak op de gevel
•De reclame moet zijn afgestemd op de architectuur/ gevelcompositie, Het moet zich qua maat en plaatsing verhouden tot het gevelvlak. Dat betekent maatwerk per pand.
Criteria zonnepanelen in veldopstelling
Algemeen
Uit het zonnebeleid van de gemeente Urk blijkt dat de prioriteit ligt bij zon op dak. Deze beleidsregels ruimtelijke kwaliteit borduren voort op de situering en inpassing hiervan. Indien realisatie van zonnepalen in veldopstelling mogelijk is op basis van het zonnebeleid, dan zijn de volgende criteria van toepassing uit het oogpunt van ruimtelijke kwaliteit.
Situering
•Veldopstellingen zijn mogelijk binnen de structuurlijnen van de landschappelijke verkaveling.
•De opstelling heeft een duidelijke rangschikking in een aansluitend, gelijkmatig patroon en eenvoudige vorm zoals een vierkant of rechthoek, op voldoende afstand van de perceelsgrens; of een vorm die de landschappelijke verkaveling volgt.
•De opstelling zo veel mogelijk als onderdeel van het achtererf positioneren achter de hoofdwoning (boerderij) in de vorm van een ‘moestuin’.
•Hoogte afhankelijk van de zichtbaarheid van de plek minimaliseren. Geen panelen in hoogte koppelen (boven elkaar plaatsen).
Landschappelijke inpassing en schaal
•Versterking van de bestaande landschapsstructuur (geen aantasting), ook bij verdiept aanleggen.
•Indien de panelen zichtbaar zijn vanaf de openbare weg of aansluiten bij het open landschap dan de panelen landschappelijk inpassen door middel van een groen (blijvende) inheemse beplanting die minimaal dezelfde hoogte heeft; tenzij dit ten opzichte van de cultuurhistorische waarden niet wenselijk is.
•Landschappelijke inpassing moet aansluiten bij de schaal en karakter van de bestaande omgeving en geïntegreerd zijn met de bestaande erfinrichting.
•De omvang van de opstelling is in goede verhouding met de schaal van het erf, de tuinaanleg of de agrarische verkaveling.
Type constructie en zonnepaneel/-collector/richting
•Per opstelling dient er 1 type constructie en zonnepaneel/-collector te worden toegepast in een kleur, inclusief omranding (donkerzwart/all black).
•Plaatsing in regelmatig patroon (in een rechthoek of op één lijn), waarbij de hoofdrichting aansluit bij de erfinrichting of de tuinaanleg. Alle panelen dienen in dezelfde richting te worden gelegd (dus niet landscape en portrait combineren).
Utilitaire ondersteunende bouwwerken
•Ondersteunende nutsgebouwtjes of andere bouwwerken liggen niet aan de naar openbaar toegankelijk gebied gerichte zijde; en zijn onopvallend gepositioneerd.
•Ondersteunende nutsgebouwtjes of andere bouwwerken zijn in gedekte tinten (grijs, antraciet).
•Eventuele hekwerken zijn transparant en terughoudend in kleur (bijvoorbeeld grijs).
Bijlage I Beeldkwaliteitplan Urk 2004
[Deze bijlage kunt u via de wetstechnische informatie als pdf document downloaden.]
Bijlage II Algemene Criteria
Algemene Criteria
1.Relatie tussen vorm, gebruik en constructie
Van een bouwwerk mag worden verwacht dat de verschijningsvorm een relatie heeft met het gebruik ervan en de wijze waarop het gemaakt is, terwijl de vormgeving daarnaast ook zijn eigensamenhang en logica heeft.
Een bouwwerk wordt primair gemaakt om te worden gebruikt. Hoewel het beleid slechts is gericht op de uiterlijke verschijningsvorm, kan de vorm van het bouwwerk niet los worden gedacht van de eisen vanuit het gebruik en de mogelijkheden die materialen en technieken bieden om een doelmatige constructie te maken. Gebruik en constructie staan aan de wieg van iedere vorm. Daarmee is nog niet gezegd dat de vorm altijd ondergeschikt is aan het gebruik of de constructie. Ook wanneer andere aspecten dan gebruik en constructie de vorm tijdens het ontwerpproces gaan domineren, mag worden verwacht dat de uiteindelijke verschijningsvorm een begrijpelijke relatie houdt met zijn oorsprong. Daarmee is tegelijk gezegd dat de verschijningsvorm meer is dan een rechtstreekse optelsom van gebruik en constructie.
2.Relatie tussen bouwwerk en omgeving
Van een bouwwerk mag worden verwacht dat het een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de openbare (stedelijke of landschappelijke) ruimte. Daarbij worden hogere eisen gesteld naarmate de openbare betekenis van het bouwwerk of van de omgeving groter is.
Bij het oprichten van een bouwwerk is sprake van het afzonderen en in bezit nemen van een deel van de algemene ruimte voor particulier gebruik. Gevels en volumes vormen zowel de externe begrenzing van de bouwwerken als ook de wanden van de openbare ruimte die zij gezamenlijk bepalen. Het bouwwerk is een particulier object in een openbare context. Het bestaansrecht van het bouwwerk ligt niet in het eigen functioneren alleen, maar ook in de betekenis die het heeft in zijn stedelijke of landschappelijke omgeving. Ook van een bouwwerk dat contrasteert met zijn omgeving, mag worden verwacht dat het zorgvuldig is ontworpen en de omgeving niet ontkent. Waar het om gaat is dat het bouwwerk een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de omgeving en de te verwachten ontwikkelingen daarvan. Over de wijze waarop dat bij voorkeur zou moeten gebeuren, kunnen de gebiedsgerichte criteria duidelijkheid verschaffen.
3.Betekenissen van vormen in sociaal-culturele context
Van een bouwwerk mag worden verwacht dat verwijzingen en associaties zorgvuldig worden gebruikt en uitgewerkt, zodat er concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit.
Voor vormgeving gelden in iedere cultuur bepaalde regels. Als vormen regelmatig in een bepaald verband zijn waargenomen, krijgen zij een zelfstandige betekenis en roepen zij, los van gebruik en constructie, bepaalde associaties op. Pilasters in classicistische gevels verwijzen naar zuilenstructuren van tempels, transparante gevels van glas en metaal roepen associaties op met techniek en vooruitgang. In iedere bouwstijl wordt gebruik gemaakt van verwijzingen en associaties naar wat eerder of elders al aanwezig was of naar wat in de toekomst wordt verwacht. De kracht of de kwaliteit van een bouwwerk ligt echter vooral in de wijze waarop die verwijzingen en associaties worden verwerkt en geïnterpreteerd binnen het kader van de actuele culturele ontwikkelingen, zodat concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit. Zorgvuldig gebruik van verwijzingen en associaties betekent onder meer dat er een bouwwerk ontstaat dat integer is ten opzichte van zijn tijd doordat het op grond van zijn uiterlijk in de tijd wordt geplaatst waarin het werd gebouwd of verbouwd.
4.Evenwicht tussen helderheid en complexiteit
Van een bouwwerk mag worden verwacht dat er structuur is aangebracht in het beeld, zonder dat de aantrekkingskracht door simpelheid verloren gaat. Een belangrijke eis die aan een ontwerp voor een bouwwerk mag worden gesteld is dat er structuur wordt aangebracht in het beeld. Een heldere structuur biedt houvast voor de waarneming en is bepalend voor het beeld dat men vasthoudt van een gebouw. Symmetrie, ritme, herkenbare maatreeksen en materialen maken het voor de gemiddelde waarnemer mogelijk de grote hoeveelheid visuele informatie die de gebouwde omgeving heeft, te reduceren tot een bevattelijk beeld. Het streven naar helderheid mag echter niet ontaarden in simpelheid. Een bouwwerk moet de waarnemer blijven prikkelen en intrigeren. Er mag best een beheerst beroep op de creativiteit van de voorbijganger worden gedaan. Van oudsher worden daarom helderheid en complexiteit als complementaire begrippen ingebracht bij het ontwerpen van bouwwerken. Complexiteit in de architectonische compositie ontstaat vanuit de stedenbouwkundige eisen en het programma van eisen voor het bouwwerk. Bij een gebouwde omgeving met een hoge belevingswaarde zijn helderheid en complexiteit tegelijk aanwezig in evenwichtige en spanningsvolle relatie.
5.Schaal en maatverhoudingen
Van een bouwwerk mag worden verwacht dat het een samenhangend stelsel van maatverhoudingen heeft dat beheerst wordt toegepast in ruimtes, volumes en vlakverdelingen. Ieder bouwwerk heeft een schaal die voortkomt uit de grootte of de betekenis van de betreffende bouwopgave. Grote bouwwerken kunnen uiteraard binnen hun eigen grenzen geleed zijn, maar worden onherkenbaar en ongeloofwaardig als ze er uitzien alsof ze bestaan uit een verzameling losstaande kleine bouwwerken. De maatverhoudingen van een bouwwerk zijn van groot belang voor de belevingswaarde ervan, maar vormen tegelijk één van de meest ongrijpbare aspecten bij het beoordelen van ontwerpen. De waarnemer ervaart bewust of onbewust de maatverhoudingen van een bouwwerk, maar waarom de maatverhoudingen van een bepaalde ruimte aangenamer, evenwichtiger of spannender zijn dan die van een andere, valt nauwelijks vast te stellen. Duidelijk is dat de kracht van een compositie groter is naarmate de maatverhoudingen een sterkere samenhang en hiërarchie vertonen. Mits bewust toegepast, kunnen ook spanning en contrast daarin hun werking hebben. De afmetingen en verhoudingen van gevelelementen vormen samen de compositie van het gevelvlak.
Hellende daken vormen een belangrijk element in de totale compositie. Als toegevoegde elementen (zoals een dakkapel, een aanbouw of een zonnecollector) te dominant zijn ten opzichte van de hoofdmassa en/of de vlakverdeling, verstoren zij het beeld, niet alleen van het object zelf maar ook van de omgeving waarin dat is geplaatst.
6.Materiaal, textuur, kleur en licht
Van een bouwwerk mag worden verwacht dat materiaal, textuur, kleur en licht het karakter van het bouwwerk zelf ondersteunen en de ruimtelijke samenhang met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan duidelijk maken. Door middel van materialen, kleuren en lichttoetreding krijgt een bouwwerk uiteindelijk zijn visuele en tactiele kracht: het wordt zichtbaar en voelbaar. De keuze van materialen en kleuren is tegenwoordig niet meer beperkt tot wat lokaal aan materiaal en ambtelijke kennis voorhanden is. Die keuzevrijheid maakt de keuze moeilijker en het risico van een onsamenhangend beeld groot. Als materialen en kleuren te veel los staan van het ontwerp en daarin geen ondersteunende functie hebben maar slechts worden gekozen op grond van decoratieve werking, wordt de betekenis ervan toevallig en kan het afbreuk doen aan de zeggingskracht van het bouwwerk. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer het gebruik van materialen en kleuren geen ondersteuning geeft aan de architectonische vormgeving of wanneer het gebruik van materialen en kleuren een juiste interpretatie van de aard en de ontstaansperiode van het bouwwerk in de weg staat.
Bijlage III Diversen
Stappenplan ruimtelijke kwaliteit
Natuurinclusieve aanbevelingen
Aanbevelingen voor zonnepanelen op het dak
Begrippenlijst
Aanbevelingen Natuurinclusief bouwen
Algemeen
Door natuurinclusief te bouwen en te ontwerpen, is het mogelijk een gezonde en aantrekkelijke buurt te creëren. En groen in de buurt levert veel meer op dan alleen maar een mooi plaatje. Groen zorgt voor verkoeling in de zomerhitte, zuivert de lucht en biedt volop ruimte aan mede-stadsbewoners, zoals de huismus, de gierzwaluw, de merel of gewone dwergvleermuizen. Juist dankzij deze bevolkingsgroepen komt de leefomgeving pas écht tot leven. Veel plekken in de gemeente bieden kansen om natuurinclusief te bouwen. Nieuwe woningen, de omliggende tuinen en het openbaar groen kunnen vele mogelijkheden bieden om vogels, insecten en vleermuizen nestgelegenheden en voedsel te bieden, en zo zorgen voor een grotere soortenrijkdom in de buurt. Door kleine openingen te maken in gevels en onder dakoverstekken of met behulp van nestkasten kunnen nestgelegenheden worden gemaakt voor vogels en vleermuizen.
Ook hagen, struiken, klimplanten en andere beplantingen kunnen een prima verblijfplaats bieden aan vele soorten. En alles wat bloeit of vruchten draagt biedt voedsel aan deze soorten rijkdom. Ook de waterloop aan de noordzijde en de oevers langs het water kunnen bijdragen aan de biodiversiteit.
Toolbox
De toolbox www.bouwnatuurinclusief.nl is een website voor architecten, gemeenten, projectontwikkelaars en-woningbouwcorporaties, maar ook voor particulieren. U kunt er informatie en inspiratie vinden over heel verschillende aspecten van natuurinclusief bouwen. Iedereen die betrokken is bij het initiatief, het ontwerp en de bouw van woningen in de gemeente wordt uitgedaagd om bij te dragen tot meer biodiversiteit in de buurt.
Natuurinclusieve maatregelen
•Aanplant van bomen (afhankelijk van de grootte van de tuin) zorgt voor verkoeling en schaduw in de tuin. Ook vangen zij fijnstof en geluid weg.
•Door ook inheemse plantensoorten en nectarplanten aan te planten, ‘rommelhoekjes’ met takken (snoeihout), boomstammen en dode bladeren en plantenresten te creëren worden vogels, insecten, amfibieën, egels en andere kleine zoogdieren aangetrokken naar de tuin.
•Het plaatsen van een insectenhotel, vlinderkasten en bijenstenen bevordert de variatie aan insecten.
•Open water in de vorm van een vijver of op kleinere schaal een waterschaal trekt vogels, amfibieën en libellen aan (Eco groen, 2022).
Aanbevelingen:
•Nest- en broedvoorzieningen, afgestemd op doelsoorten (vogels, vleermuizen, egels, etc.).
•De wens is nadrukkelijk om nestelvoorziening zoveel mogelijk te integreren in de gebouwen, al moet hierbij wel worden gelet op de onderhoudsvriendelijkheid van dergelijke voorzieningen.
•Aandacht voor een diversiteit aan inheemse insecten is van belang, omdat dit nodig is voor een evenwichtig systeem.
•Beschutting rondom de nestplaats is van groot belang.
•Mogelijkheid voor insecten- en wormenhotels in privétuinen.
•Voorzieningen aan gevels voor klimmende beplanting.
•Op de platte daken van aanbouwen en bergingen kunnen groene daken (sedum).
•Toepassing van verschillende soorten in een haag draagt eveneens bij aan de biodiversiteit.
•Verblijfplaatsen dienen noord of oost gericht te zijn.
Aanbevelingen Natuurinclusieve Erfafscheidingen
Natuurinclusieve erfafscheidingen
•Groene erfafscheidingen bieden schuilmogelijkheden en voedsel voor insecten, vogels en vele kleine diersoorten en vormen een onmisbare schakel in de leefomgeving van bijvoorbeeld de huismus.
•De keuze voor een haag in plaats van een schutting is een belangrijke bijdrage aan de biodiversiteit van je tuin. En nog meer met een gemengde haag of verschillende soorten hagen in verschillende delen van je tuin.
•Zorg bij gesloten erfafscheidingen zoals schuttingen of begroeide hekwerken voor een doorgang voor kleine zoogdieren zoals de egel en doe dat met de hele straat of buurt.
Hagen
•Bloeiende en besdragende haagsoorten, geven een afwisselend beeld en leveren voedsel, nestgelegenheid en een schuilplaats aan vogels, kleine zoogdieren, vlinders en andere insecten. Dat kunnen ook bloeiende klimplanten zijn, zoals de clematis of de wilde kamperfoelie.
Soorten hagen
•Hooggroeiende soorten (een mix van) de (haag) beuk, meidoorn, sleedoorn of veldesdoorn. De kornoelje is inheems, bloeit en geeft bessen. Van de hazelaar eten grotere vogels en muizen. De hondsroos, egelantier, aalbes, Gelderse roos of braam zijn laagblijvende hagen. Afhankelijk van de soort bloeien de hagen en krijgen ze bottels of bessen. Niet-inheemse alternatieven die bloeien en veel insecten aantrekken zijn onder meer de liguster, vuurdoorn of heesterganzerik.
Begroeide hekwerken
•Begroeide gaashekwerken bieden dieren een schuilplaats en voedsel wanneer de begroeiing bloeit of vruchten draagt.
•Plant voor zoveel mogelijk biodiversiteit meerdere soorten klimplanten die in verschillende seizoenen wat te bieden hebben, zoals andere nectar, bessen, nestmogelijkheden en insecten.
•Laat gaashekwerken begroeien met bijvoorbeeld kamperfoelie, hop, bosrank, klimrozen, wilde wingerd of bruidssluier. Kies bij een Hedera bij voorkeur voor de bloeiende variant.
Takkenril of takkenwal
•Is er ruimte naast je erfafscheiding om een takkenril te maken? Leg snoeigoed en bladafval langs de rand en laat dat uiteindelijk vergaan. Of maak een takkenril tussen twee rijen paaltjes als erfafscheiding. In een takkenril is volop leven; schimmels en mossen breken het snoeiafval af, het vormt zo weer nieuwe voeding voor de bodem.
•Biodiversiteit begint bij een rijke bodem; rottende bladeren en takken zorgen voor voeding van de bodem en een voedselbodem voor organismen. Dit soort plekken zijn bij uitstek fijn voor egels en andere insecteneters.
Aanbevelingen voor zonnepanelen op het dak
Algemeen
De gemeente wil het opwekken van duurzame energie stimuleren. Uit het zonnebeleid van de gemeente Urk blijkt dat de prioriteit ligt bij zon op dak. Deze beleidsregels Omgevingskwaliteit borduren voort op de situering en inpassing hiervan. In veel situaties zijn zonnepanelen vergunningsvrij m.u.v. het beschermde dorpsgezicht of bij monumenten waar er vaker sprake is van een vergunningplicht. Zie daarvoor de criteria op pagina 20. Het verdient aanbeveling om in het geval van vergunningsvrije panelen de volgende uitgangspunten in acht te nemen. Zorgvuldige geplaatste panelen dragen bij aan de totale ruimtelijke kwaliteit van de gemeente Urk.
Uitgangspunten
•Zonnepanelen zijn ondergeschikt aan het bebouwingsbeeld.
•Zonnepanelen op hellende daken zijn vanaf de achtergevel naar voren geordend en zeer beperkt zichtbaar vanaf de openbare ruimte. Als richtlijn wordt aangehouden een afstand van 1 meter tot de voorgevel.
•Zonnepanelen op hellende (schild) daken liggen binnen het dakvlak onder de projectie van de nok;
•De panelen worden geplaatst per dakvlak, in aaneengesloten vlakken, in eenvoudige geometrische vormen (rechthoek/vierkant/strook).
•Toepassen ‘all-black’ panelen is het uitgangspunt.
•Zonnepanelen op platte daken (van hoofd- en bijgebouwen) zijn toegestaan wanneer ze beperkt zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte.
•De zonnepanelen dienen op minimaal de afstand van 1 panbreedte tot de dakrand of 1 panhoogte tot de goot- en noklijn geplaatst te worden.
Begrippenlijst
In deze nota worden onderstaande begrippen in deze nota als volgt toegepast.
Alzijdig
De gevels van een alzijdig gebouw zijn evenwaardig ontworpen en in het aanzien even relevant.
Architectonische eenheid
Een als architectonische eenheid ontworpen aaneengesloten rij gebouwen of ensemble van gebouwen.
Architectuur
De vormgeving van een gebouw of een onderdeel daarvan.
Architectuurstijl
De kenmerken van een groep gebouwen of onderdelen van gebouwen met een gelijke of vergelijkbare vormgeving, waardoor de groep zich onderscheidt van andere groepen.
Beeldkwaliteitsplan
Een document waarin voor een bepaald gebied de gewenste ruimtelijke kwaliteit in de vorm van een eindbeeld is vastgelegd.
Bouwwerk
Iets dat gebouwd wordt of gebouwd is, bijvoorbeeld een gebouw, een onderdeel van een gebouw of een toevoeging aan of bij een gebouw.
Dakbedekking
De zichtbare bekleding van een schuin of een plat dak.
Dakschild of dakvlak
Het voor-, zij- of achterdakschild van een individueel gebouw en van de architectonische eenheid waar het gebouw deel van uitmaakt.
Gebied
Een begrensd deel van de gemeente.
Gevel of gevelvlak
De gevel van een individueel gebouw en de architectonische eenheid waar het gebouw deel van uitmaakt.
Kap
Het geheel van dakvlakken dat het dak vormt.
Monument
Een door het rijk beschermd monument.
Nieuwbouw
Een geheel nieuw te bouwen gebouw of een transformatie van een gebouw, d.w.z. het zodanig wijzigen van een bestaand gebouw dat sprake is van een geheel nieuw uiterlijk.
Object
Een te bouwen bouwwerk in, aan op bij een bestaand gebouw.
Omgeving
De context van een bouwwerk, d.w.z. wat zich om het bouwwerk heen bevindt, van (een fragment van) de gevel tot het naastliggende bouwwerk, de straat of de wijk waarin het bouwwerk zich bevindt.
Ondergeschikt
Van minder belang.
Plaatsing
De positie van een bouwwerk ten opzichte van een ander bouwwerk of ten opzichte van de omgeving.
Rijksbeschermd dorpsgezicht
Een door het rijk beschermd dorpsgezicht. Een groep van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groep zich één of meer monumenten bevinden, door het rijk aangewezen als beschermd stadsgezicht.
Rijksmonument
Elke vóór ten minste vijftig jaar vervaardigde zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde, of een terrein waarop een dergelijke zaak aanwezig is; door het rijk aangewezen als beschermd monument.
Samenhang
De afstemming tussen verschillende onderdelen van een bouwwerk, tussen verschillende bouwwerken en tussen een bouwwerk en zijn omgeving.
Uiterlijk
De vormgeving, materialen, detaillering en kleurstelling van een bouwwerk.