Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels gemeentelijke uitvaarten gemeente Urk 2024

Gemeente Urk · geldt sinds 17 januari 2025

4. Na de uitvaart

4.4 Verhaal op de nalatenschap

4.3.1 Verhaal op een aanvaarde nalatenschap

Is de nalatenschap (eventueel beneficiair) aanvaard, dan worden de kosten van de uitvaart in rekening gebracht bij de betreffende erfgena(a)m(en) of bij de executeur of bij de notaris. Als er een vereffenaar is benoemd dan kunnen de kosten bij hem worden ingediend. Deze kosten zijn schulden van de nalatenschap die daaruit met voorrang moeten worden voldaan (conform artikel 4:7 en 4:184 BW). Bezittingen die door de gemeente in beheer zijn genomen (bijv. sieraden of waardepapieren) moeten aan de erfgenamen/notaris/vereffenaar overhandigd worden.

Het zuiver aanvaarden van een erfenis kan gebeuren met een notariële akte, maar kan ook stilzwijgend, bijvoorbeeld door het gebruik van goederen van de nalatenschap. Beneficiaire aanvaarding (aanvaarding onder voorrecht boedelbeschrijving) en verwerping van de nalatenschap moeten door een schriftelijke verklaring bij de rechtbank plaatsvinden.

Gedurende drie maanden na het overlijden kan op goederen van de nalatenschap, die (nog) niet zuiver is aanvaard, geen verhaal worden genomen (artikel 4:185 eerste lid BW).

Bij beneficiaire aanvaarding en verwerping (door alle erfgenamen) kunnen de schulden van de nalatenschap slechts worden voldaan door een executeur testamentair (als er een testament is) of een vereffenaar, die door de rechtbank is benoemd (artikel 4:203 en 204 BW).

Voor verhaal op de nalatenschap is paragraaf 6.5 Participatiewet, “voor zover mogelijk” van overeenkomstige toepassing. Er wordt schriftelijk een verhaalsbeschikking opgesteld, met daarin een kostenopgaaf, die wordt verstuurd naar de nabestaanden. Is iemand anders vereffenaar of executeur of is de afwikkeling in handen van een notaris gesteld, dan kan de factuur worden aan diegene worden verzonden met het verzoek toe uitbetaling over te gaan. Evenals voor verhaal van bijstand, geldt dat de verhaalsbeslissing niet geëxecuteerd kan worden, tenzij de rechtbank de verhaalsvordering heeft vastgesteld. In de Wlb is geen bijzonder voorrecht of titel vastgelegd ten aanzien van verhaal van kosten van lijkbezorging. De toepassing van paragraaf 6:5 Participatiewet “voor zover mogelijk” brengt onder andere met zich mee dat artikel 62g lid 2 van toepassing af. De gemeente gaat over tot verhaald in rechte, als de vordering bestreden wordt. Artikel 62h dat de verzoekschriftprocedure regelt is dan eveneens van toepassing.

4.3.2 Een onbeheerde nalatenschap

Als er sprake is van een onbeheerde nalatenschap, dat gaat de gemeente Urk zelf over tot verhaal van de kosten van lijkbezorging. Ook het Rijksvastgoedbedrijf kan hier een rol in spelen. Vooral in meer complexe situaties zoals erfgenamen die in het buitenland wonen is het aan te raden om de afdeling “Onbeheerde nalatenschappen”.

Formeel gesproken kan de gemeente de kosten van lijkbezorging niet zelf invorderen of verhalen op de nalatenschap door bezittingen van de overledene te gelde te maken (verkoop bezittingen) of door uitgaven te verrekenen met inkomsten of vermogen (bijv. banksaldi of uitkeringen) of door banken en verzekeringsmaatschappijen te verplichten tegoeden over te maken op rekening van de gemeente. De gemeente is immers niet benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap en een executoriale titel ontbreekt. Toch is de praktijk dat veel gemeenten dit wel doen vanuit het perspectief dat de nalatenschap vaak onbeheerd zal blijven. Het te gelde maken van bezittingen is een effectieve kostenverrekening en het risico van een dergelijke handelwijze is beperkt. De gemeente Urk conformeert zich aan deze gedragslijn.

Beleidsregel 20: De gemeente verrekent voor zover mogelijk zelf de kosten van de uitvaart met inkomsten of tegoeden bij banken en verzekeringsmaatschappijen van de overledene.

Banksaldi worden opgevraagd en verzocht wordt aanwezige positieve saldi over te boeken. Soms vindt nog nabetaling van uitkeringen plaats, bijvoorbeeld de laatste uitkering, opgebouwde vakantietoeslag of bijzondere bijstand. Als de gemeente zelf de uitkeringsverstrekker is vindt verrekening plaats. Gaat het om een andere instantie, dan wordt verzocht om uitkeringen naar de gemeente over te boeken. Verzekeringspolissen waarbij de overledene de begunstigde is, kunnen soms te gelden worden gemaakt etc.

Bijlage 1: Alle beleidsregels op een rij

1De opdracht voor de uitvaart wordt uiterlijk op de vierde werkdag na overlijden gegeven.

2Als na melding van overlijden niet snel duidelijk is of en wie opdracht geeft tot lijkbezorging, geeft de gemeente de uitvaartverzorger opdracht voor het verplaatsen van de overledene en de eerste verzorging, maar nog niet voor de hele uitvaart..

3Het onderzoek naar nabestaanden strekt zich bij de gemeente Urk niet verder uit dan tot en met de tweede graad van bloed- en of aanverwanten, tenzij er naar het oordeel van de gemeente een bijzondere aanleiding is.

4De gemeente Urk verricht uitgebreide en zorgvuldige maar geen bovenmatige inspanningen om nabestaanden op te sporen.

5De gemeente onderzoekt of er sprake is van een testament.

6De gemeente schakelt een notaris in als er sprake is van een testament of het Rijksvastgoedbedrijf als er sprake is van een onbeheerde nalatenschap.

7Als er nabestaanden bekend zijn tot en met de 2e graad bloedverwantschap, dan verzoekt de gemeente de nabestaanden de uitvaart te verzorgen.

8In afwijking van beleidsregel 7 worden nabestaanden in detentie of wonend in het buitenland (in principe) niet benaderd.

9De gemeente kan een huisbezoek afleggen als er geen opdracht gegeven is voor de uitvaart door de nabestaanden

10De woonruimte van een overledene wordt alleen betreden voor onderzoek naar informatie door twee daartoe gemachtigde, ambtenaren van de gemeente, in overleg met de eventuele verhuurder.

11De gemeente beperkt de beheersmaatregelen tot het veiligstellen van bezittingen, waaruit de uitvaart kan worden bekostigd.

12De gemeente besteedt de uitvaart onderhands aan bij begrafenisvereniging “Draagt elkanders laten” uit Urk.

13De gemeente geeft de uitvaarondernemer de opdracht te onderzoeken of er sprake is van een begrafenisverzekering en deze gelden te innen en te verrekenen met de factuur voor de uitvaart.

14De gemeente gaat bij het ontbreken van concrete aanwijzingen over de wens van de overledene over tot begraven in een algemeen graf op de gemeentelijke begraafplaats “De Vormt”.

15De gemeente hanteert het uitgangspunt van de Wet op de lijkbezorging op het gebied van een sobere maar respectvolle lijkbezorging.

16De gemeente vergoedt de volgende kosten:

•Overbrengen van de overledene van plaats van overlijden naar het rouwcentrum

•Bespreken, regelen, vervullen wettelijke formaliteiten en algehele begeleiding door de uitvaartleider

•Opbaren van de overleden

•Aanschaf van een eenvoudige kist

•Condoleance of gebruik huiskamer, zonder catering

•Rouwadvertentie in de plaatselijke krant als algemene kennisgeving

•Gebruik rouwauto

•Drager bij begrafenis

•Begraven in een algemeen graf zonder grafmonument

•Bij crematie: bewaren as in asbus gedurende zes maanden en verstrooiing op het terrein van het crematorium.

17De gemeente maakt gebruik van de mogelijkheid om de kosten van de uitvaart te verhalen eerst op de nalatenschap en vervolgens op de nabestaanden.

18De gemeente verhaalt de kosten die gemaakt worden oor het veiligstellen van de bezittingen op de nalatenschap en/of de nabestaanden.

19De gemeente verhaalt de kosten van de uitvaart op de nalatenschap als de gelden en bezittingen van de overledene een onvoldoende waarde vertegenwoordigen.

20De gemeente verrekent voor zover mogelijk zelf de kosten van de uitvaart met inkomsten of tegoeden bij banken en verzekeringsmaatschappijen van de overledene.

21De gemeente ziet af van verhaal op de nabestaanden, als het verhalen een ernstige inbreuk op de levenssfeer van die nabestaande veroorzaakt.

22De gemeente Urk maakt geen gebruik van de bevoegdheid om te verhalen op behuwd kinderen, schoonouders en stiefouders.

Bijlage 2: Relevante wetsartikelen Wlb en Participatiewet

Artikel 11 Wlb

Geen begraving of crematie van een lijk geschiedt zonder schriftelijk verlof van de ambtenaar van de burgerlijke stand, dat kosteloos wordt afgegeven. Het formulier voor dit verlof wordt door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgesteld.

Artikel 16 Wlb

Begraving of crematie geschiedt niet eerder dan 36 uren na het overlijden en uiterlijk op de zesde werkdag na het overlijden.

Artikel 20 Wlb

Ingeval niemand maatregelen neemt tot lijkschouwing of lijkbezorging in overeenstemming met de wet, waarschuwt degene, die het lijk onder zijn berusting heeft, de burgemeester en wel uiterlijk op de derde dag na het overlijden.

Artikel 21 Wlb

1Indien niemand voorziet in de lijkschouwing en lijkbezorging in overeenstemming met de wet, draagt de burgemeester daarvoor zorg. Aan hoofdstuk V wordt in dat geval geen toepassing gegeven, tenzij de overledene zijn lijk uitdrukkelijk tot ontleding heeft bestemd.

2Indien de toepassing van het voorgaand lid wordt verhinderd, doordat het lijk zich in een woning bevindt en de afgifte van het lijk of de toegang tot de woning wordt geweigerd, heeft de burgemeester of een ambtenaar van politie toegang tot die woning zonder toestemming van de bewoner, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.

3Indien de identiteit van het lijk niet kan worden vastgesteld, draagt de burgemeester er, uitsluitend ten behoeve van de identificatie en opsporing van vermiste personen, zorg voor dat door of onder verantwoordelijkheid van een arts daarvan lichaamsmateriaal wordt afgenomen.

4Zo nodig kan tevens door of onder verantwoordelijkheid van een arts onderzoek in het lichaam worden verricht of een gebitsstatus worden opgemaakt of kunnen door een daartoe bevoegde ambtenaar van politie afdrukken van lichaamsdelen worden afgenomen.

5Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing indien het de burgemeester bekend is dat daarin genoemde handelingen al in opdracht van de officier van justitie hebben plaatsgevonden.

6Een lijk als bedoeld in het derde lid wordt begraven.

Artikel 22 Wlb

De kosten, verbonden aan de bezorging van lijken waarvoor de burgemeester zorg draagt, daaronder begrepen lijken die uit zee worden aangebracht, komen ten laste van de gemeente. Voor zover zij door de bij de lijken gevonden, niet klaarblijkelijk aan anderen toebehorende goederen of gelden niet kunnen worden gedekt, kan de gemeente die kosten verhalen op de nalatenschap en, bij ongenoegzaamheid van deze, op de bloed- en aanverwanten, die krachtens de artikelen 392-396 van Boek I van het Burgerlijk Wetboek tot onderhoud van de overledene verplicht zouden zijn geweest, dan wel de reder indien en voor zover kosten van de lijkbezorging op grond van artikel 416 Wetboek van Koophandel voor diens rekening komen. Paragraaf 6.5 van de Wet werk en bijstand is voor zover mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Artikel 22a Wlb

1Indien een lijk is besmet met een infectueus of giftig agens of een infectueuze of giftig stof, of een gegrond vermoeden daarvan bestaat, waardoor een ernstig gevaar voor de volksgezondheid kan ontstaan, kan de burgemeester, na advies van de gemeentelijke gezondheidsdienst, bedoeld in artikel 17 van de Wet publieke gezondheid, maatregelen treffen om dit gevaar af te wenden.

2Met het toezicht op de naleving van het bepaalde in het eerste lid zijn belast de ambtenaren van het Staatstoezicht op de volksgezondheid.

Artikel 59 lid 1 Wlb

De houder van het crematorium draagt zorg voor de bewaring van een asbus gedurende minimaal een maand na het bergen van de as in de bus.

Artikel 80 lid 8 Wlb

Met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft: het verhinderen of belemmeren van een lijkschouwing dan wel een poging daartoe.

Artikel 81 lid 2 Wlb

Met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft: de weigering tot afgifte van een lijk als bedoeld in artikel 21, tweede lid.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.