Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw- en onderwijsprojecten gemeente Urk 2026

Gemeente Urk · geldt sinds 3 september 2026

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Urk;

gelet op artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet, artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en de artikelen 7.21 tot en met 7.23 en tabel 3 en 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026;

overwegende dat:

•de gemeente bij de werkwijze Eerder Aanvragen in het planproces prioriteit en transportcapaciteit kan aanvragen bij de netbeheerder;

•de werkwijze Eerder Aanvragen geldt voor woningbouwprojecten, collectieve woonvormen en onderwijshuisvestingsprojecten die binnen tien jaar worden gerealiseerd;

•de gemeente als aanvrager van prioriteit en transportcapaciteit gebonden is aan de beginselen van behoorlijk bestuur, ook bij privaatrechtelijk handelen;

•het noodzakelijk is transparante, objectieve en niet-discriminatoire criteria vast te stellen voor de rangordebepaling en aanvraag voor transportcapaciteit;

•het wenselijk is onderwijshuisvestingsprojecten die zijn opgenomen in het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs of een daarmee gelijk te stellen gemeentelijk besluit in beginsel hoger te rangschikken dan woningbouwprojecten.

besluit vast te stellen de volgende beleidsregels:

Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw- en onderwijsprojecten gemeente Urk 2026

Artikel 1. Definities

Bestuursverklaring: door of namens het college afgegeven verklaring als bedoeld in artikel 7.21, derde en vierde lid, van de Systeemcode Elektriciteit 2026.

BOPA: buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in de Omgevingswet.

Civielrechtelijke overeenkomst: koopovereenkomst, anterieure overeenkomst, erfpachtovereenkomst, samenwerkingsovereenkomst, intentieovereenkomst of iedere andere overeenkomst waaruit blijkt dat het project binnen een bepaalde tijd start en waarin afspraken zijn vastgelegd over de te realiseren woonbehoefte of onderwijshuisvesting.

College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Urk.

Collectieve voorzieningen: voorzieningen die gekoppeld zijn aan en randvoorwaardelijk zijn voor de woonfunctie van een gebouw of object, zoals liften, centrale verlichting, collectieve warmtevoorzieningen, ventilatie, hydrofoorinstallaties, brandmeld- en sprinklerinstallaties of collectieve batterijen voor flexibiliteit binnen de energiebehoefte van woningen.

Congestiegebied: gebied waarvoor de netbeheerder heeft vastgesteld dat de transportcapaciteit op het elektriciteitsnet ontoereikend is.

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs: het door de gemeente vastgestelde beleids- of uitvoeringsdocument waarin onderwijshuisvestingsprojecten zijn opgenomen.

KOVA: kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten die ondergeschikt zijn aan de woonfunctie en noodzakelijk zijn voor de realisatie van het woningbouwproject.

Netbeheerder: de distributiesysteembeheerder die het elektriciteitsnet beheert in het betreffende congestiegebied.

Onderwijsproject: project dat voorziet in nieuwbouw, uitbreiding, vervanging of verduurzaming van onderwijshuisvesting waarvoor transportcapaciteit noodzakelijk is en waarvoor prioriteit kan worden aangevraagd.

Prioriteringsverzoek: verzoek om prioriteit bij de toewijzing van transportcapaciteit.

Project: realisatie van een basisbehoefte, zijnde woonbehoefte of onderwijshuisvesting.

Projectdossier: geheel van gegevens, documenten en bewijsstukken ter onderbouwing van een transportverzoek en prioriteringsverzoek.

Transportcapaciteit: capaciteit voor het transport van elektriciteit op het distributienet.

Transportverzoek: verzoek tot het verzorgen van transport van elektriciteit.

Volgordelijst: de door het college vastgestelde rangordelijst van woningbouw- en onderwijsprojecten waarvoor de gemeente een transportverzoek en prioriteringsverzoek kan indienen bij de netbeheerder.

Woonbehoefte: de realisatie van woningen, waaronder algemene woonbehoefte en collectieve woonvormen.

Artikel 2. Toepassingsbereik

1Deze beleidsregels zijn van toepassing op de plaatsing van woningbouwprojecten en onderwijsprojecten op de volgordelijst.

2Het gaat daarbij zowel om projecten van derden als om projecten die de gemeente zelf realiseert of initieert.

3Een project komt alleen in aanmerking voor opname op de volgordelijst indien het naar verwachting binnen tien jaar wordt gerealiseerd.

4Per afzonderlijk congestiegebied kan een afzonderlijke volgordelijst worden vastgesteld.

5Als een project de gemeentegrens overschrijdt, treedt de gemeente in overleg met de betreffende buurgemeente over de vraag welke gemeente het project opneemt op haar volgordelijst.

Artikel 3. Doel

Deze beleidsregels hebben tot doel:

•het uitwerken van de gemeentelijke bevoegdheid tot Eerder Aanvragen van transportcapaciteit en prioriteit;

•het bijdragen aan de realisatie van woonbehoefte en onderwijshuisvesting;

•het waarborgen van een transparante, gelijke, objectieve en niet-discriminatoire verdeling van posities op de volgordelijst;

•het beperken van aansprakelijkheidsrisico’s voor de gemeente als aanvrager van transportcapaciteit;

•het bieden van rechtszekerheid over de wijze waarop de gemeente haar rol als aanvrager uitoefent;

•het borgen dat onderwijshuisvestingsprojecten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de gemeentelijke onderwijshuisvestingstaak tijdig kunnen worden meegenomen.

Artikel 4. Gelijke behandeling projecten

1Een project waarbij de gemeente zelf opdrachtgever is, wordt op basis van dezelfde regels beoordeeld als projecten van projectontwikkelaars of andere initiatiefnemers.

2Een gemeentelijk project geniet geen automatische voorrangspositie.

3De gemeente motiveert de positie van gemeentelijke projecten op de volgordelijst transparant en toetsbaar.

Artikel 5. Procedure verzoek opname volgordelijst

1Verzoeken tot plaatsing van een project op de volgordelijst worden ingediend via een door de gemeente beschikbaar gesteld formulier.

2Het verzoek kan worden ingediend tot en met 15 september 2026.

3Een verzoek dat na de in het tweede lid genoemde datum wordt ingediend, wordt niet meegenomen in de eerste rangordebepaling, tenzij het college gemotiveerd besluit dat verwerking nog mogelijk is.

4Opname van een project op de volgordelijst resulteert in een inspanningsverplichting van de gemeente om zich in te spannen om transportcapaciteit en prioriteit voor het betreffende project aan te vragen bij de netbeheerder.

5De gemeente garandeert niet dat transportcapaciteit beschikbaar komt of dat prioriteit wordt toegekend.

Artikel 6. Opname op de volgordelijst op verzoek van derden

1De initiatiefnemer zorgt voor een volledig projectdossier.

2De gemeente bevestigt de ontvangst van het verzoek.

3Een onvolledig verzoek wordt niet in behandeling genomen, tenzij aanvulling binnen de door de gemeente gestelde termijn mogelijk is.

4Toewijzing op de volgordelijst is project- en locatiegebonden.

5Een positie op de volgordelijst kan niet worden overgedragen aan een ander project of een andere projectlocatie.

Artikel 7. Opname op de volgordelijst van eigen projecten

1De gemeente zorgt voor een volledig projectdossier van een project dat zij zelf initieert of realiseert.

2Eigen projecten worden beoordeeld volgens dezelfde criteria als projecten van derden.

3De positie van eigen projecten wordt schriftelijk gemotiveerd.

Artikel 8. Bestuursverklaring

1De bestuursverklaring maakt onderdeel uit van het projectdossier en bevat een motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is voor woonbehoefte of onderwijshuisvesting.

2De bestuursverklaring bevat een motivering waaruit blijkt dat het project niet kan starten zonder de gevraagde transportcapaciteit.

3De bestuursverklaring bevat een motivering waaruit blijkt dat het project op korte termijn, na toekenning van transportcapaciteit en zo nodig na realisatie van de aansluiting, zal starten.

4De bestuursverklaring bevat een verklaring dat de benodigde bewijsstukken compleet zijn en naar waarheid zijn aangeleverd.

5Indien sprake is van KOVA of collectieve voorzieningen bevat de bestuursverklaring de daarvoor benodigde aanvullende motivering.

Artikel 9. Rangordebepaling volgordelijst

1De gemeente bepaalt de rangorde op de volgordelijst stapsgewijs op basis van Bijlage 2.

2De gemeente legt de uitkomst van de rangordebepaling schriftelijk vast.

3Elke volgende stap is uitsluitend van toepassing indien de voorgaande stap geen onderscheid oplevert.

4De rangordebepaling bestaat uit: Stap 0 onderwijshuisvesting, Stap 1 start bouw, Stap 2 projectrijpheid, Stap 3 maatschappelijk belang en netimpact, Stap 4 datum oplevering en Stap 5 loting bij gelijke rangordebepaling.

Artikel 10. Onderwijsprojecten

1Onderwijsprojecten die zijn opgenomen in het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs of een daarmee gelijk te stellen college- of raadsbesluit, worden op de volgordelijst in beginsel hoger gerangschikt dan woningbouwprojecten, indien het project binnen tien jaar wordt gerealiseerd en voldoende aannemelijk is dat het tot uitvoering komt.

2Indien sprake is van een gecombineerd project met zowel onderwijshuisvesting als woningbouw, wordt het onderwijsproject een positie hoger gerangschikt dan het bijbehorende woningbouwproject, tenzij het college gemotiveerd oordeelt dat dit niet doelmatig of niet evenredig is.

3De hogere rangschikking van onderwijsprojecten laat onverlet dat de netbeheerder zelfstandig beoordeelt of prioriteit wordt toegekend en of transportcapaciteit beschikbaar komt.

4Het college motiveert per onderwijsproject op de volgordelijst waarom het project voldoet aan de voorwaarden van dit artikel.

Artikel 11. Collectieve voorzieningen

1Collectieve voorzieningen kunnen worden betrokken bij het transportverzoek en prioriteringsverzoek voor woonbehoefte indien zij gekoppeld zijn aan en noodzakelijk zijn voor de woonfunctie.

2Onder collectieve voorzieningen kunnen onder meer worden verstaan: liften, centrale verlichting, collectieve warmtevoorzieningen, collectieve batterijen, collectieve zonnepanelen, ventilatie, brandmeld- en sprinklerinstallaties, hydrofoorinstallaties en voorzieningen voor toegang, veiligheid en parkeren voor zover gekoppeld aan de woonfunctie.

3In de bestuursverklaring wordt onderbouwd waarom de collectieve voorzieningen nodig zijn voor de woonfunctie.

Artikel 12. Kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten

1KOVA kan worden betrokken bij het prioriteringsverzoek voor woonbehoefte indien het hoofddoel van het project wonen is, de KOVA ondergeschikt is aan de woonfunctie, de KOVA noodzakelijk is voor de realisatie van het woningbouwproject en de KOVA voldoet aan het beleid van de gezamenlijke netbeheerders.

2Binnen een woningbouwproject mag maximaal 1,3 kW per woning aan KOVA worden aangevraagd.

3Collectieve voorzieningen tellen niet mee in het KOVA-budget.

4Indien meer vermogen voor KOVA nodig is dan op grond van het tweede lid mogelijk is, wordt het meerdere niet meegenomen in het prioriteringsverzoek voor woonbehoefte.

5In de bestuursverklaring wordt onderbouwd welke KOVA wordt aangevraagd, op welke woningen de KOVA betrekking heeft, dat de KOVA binnen het beschikbare KOVA-budget blijft en waarom de KOVA noodzakelijk is.

Artikel 13. Bepaling van het benodigde vermogen

1Het college hanteert bij de voorbereiding van aanvragen een uniforme methode voor het bepalen van het benodigde vermogen.

2Als hulpmiddel kan gebruik worden gemaakt van de VNG/Arcadis-rekentool voor aansluitvermogen referentiegebouwen.

3Bij de bepaling van het benodigde vermogen wordt onderscheid gemaakt tussen woningaansluitingen, onderwijsfunctie, collectieve voorzieningen, KOVA en overige aansluitingen.

4Initiatiefnemers zijn verantwoordelijk voor het aanleveren van realistische gegevens over aansluitingen, vermogens, fasering en planning.

5De gemeente kan aanvullende onderbouwing verlangen indien het aangevraagde vermogen niet in verhouding lijkt te staan tot het project.

Artikel 14. Indiening bij de netbeheerder

1De gemeente dient aanvragen in overeenkomstig de landelijke werkwijze Eerder Aanvragen.

2Bij grotere projecten kan per fase een afzonderlijke aanvraag worden ingediend.

3De gemeente vraagt, indien passend, gelijktijdig of parallel prioriteit aan.

4Na indiening beoordeelt de netbeheerder de volledigheid van de aanvraag en beslist de netbeheerder zelfstandig over de verdere behandeling.

Artikel 15. Transparantie en motivering

1De gemeente motiveert de vastgestelde volgordelijst transparant en toetsbaar.

2Per project wordt vastgelegd hoe de stappen uit Bijlage 2 zijn toegepast.

3Op verzoek van een initiatiefnemer verstrekt de gemeente een schriftelijke toelichting op de positie van het project.

Artikel 16. Bekendmaking volgordelijst

1De gemeente maakt de vastgestelde volgordelijst openbaar via de gemeentelijke website en het Gemeenteblad.

2Op de gepubliceerde volgordelijst staat ten minste: projectnaam, projecttype, projectlocatie, aantal woningen of onderwijsfunctie en positie op de volgordelijst.

3De gemeente kan gegevens weglaten indien openbaarmaking in strijd is met gerechtvaardigde belangen van derden of met wet- en regelgeving.

Artikel 17. Zienswijze en rechtsbescherming

1Een initiatiefnemer die het niet eens is met zijn positie op de volgordelijst of met de afwijzing van zijn verzoek tot plaatsing op de volgordelijst kan binnen tien kalenderdagen na bekendmaking van de volgordelijst schriftelijk een zienswijze indienen bij de gemeente.

2Na afloop van deze termijn vervalt het recht om een zienswijze in te dienen.

3De volgordebeslissing is een handeling ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling. Bestuursrechtelijk bezwaar en beroep staan daarom niet open.

4Een initiatiefnemer kan zich wenden tot de burgerlijke rechter.

Artikel 18. Wijziging en intrekking volgordepositie

1De gemeente kan de positie van een project op de volgordelijst wijzigen of intrekken indien onjuiste of onvolledige informatie is verstrekt, het project niet langer voor realisatie in aanmerking komt, de planning wezenlijk wijzigt, het benodigde vermogen wezenlijk wijzigt, de projectlocatie wijzigt of niet langer wordt voldaan aan deze beleidsregels.

2Indien meer aansluitingen of aansluitingen met een hogere capaciteit nodig zijn dan eerder aangevraagd, moet voor het additionele deel een nieuwe aanvraag worden ingediend.

Artikel 19. Hardheidsclausule

1Het college kan gemotiveerd afwijken van deze beleidsregels indien toepassing daarvan voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze beleidsregels te dienen doelen.

Artikel 20. Citeertitel

1Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw- en onderwijsprojecten gemeente Urk 2026.

Artikel 21. Inwerkingtreding

1Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking.

Bijlage 1. Rangordebepaling volgordelijst

Artikel 1. Doel

Deze bijlage bevat de objectieve, toetsbare en redelijke criteria op basis waarvan het college projecten rangschikt op de volgordelijst.

Artikel 2. Stap 0: onderwijshuisvesting

1Het college beoordeelt eerst of sprake is van onderwijsprojecten die zijn opgenomen in het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs of een daarmee gelijk te stellen college- of raadsbesluit, binnen tien jaar worden gerealiseerd, beschikken over voldoende projectgegevens, redelijkerwijs aannemelijk tot uitvoering komen en transportcapaciteit nodig hebben voor de onderwijsfunctie.

2Projecten die voldoen aan het eerste lid worden in beginsel hoger geplaatst dan woningbouwprojecten.

3Bij gecombineerde projecten met een onderwijsfunctie en woningbouwfunctie wordt het onderwijsproject een positie hoger geplaatst dan het bijbehorende woningbouwproject, tenzij het college gemotiveerd anders besluit.

Artikel 3. Stap 1: start bouw

1Na toepassing van Stap 0 vindt rangschikking plaats op basis van de maand van start bouw.

2Een project wordt hoger gerangschikt indien de bouw eerder start.

3De maand van start bouw moet voldoende concreet zijn onderbouwd.

4De onderbouwing kan blijken uit een civielrechtelijke overeenkomst, projectplanning, college- of raadsbesluit, omgevingsvergunning, omgevingsplan of IHP Onderwijs.

Artikel 4. Stap 2: projectrijpheid

Na rangschikking op basis van start bouw stelt het college de projectrijpheid vast op basis van de beschikbare documenten. De volgende onderrangorde wordt gehanteerd:

1

Civielrechtelijke overeenkomst én onherroepelijke omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit.

2

Civielrechtelijke overeenkomst én onherroepelijk omgevingsplan of onherroepelijke BOPA.

3

Alleen een onherroepelijke omgevingsvergunning.

4

Alleen een civielrechtelijke overeenkomst.

5

Alleen een vastgesteld omgevingsplan of verleende BOPA.

6

Andere bewijsstukken waardoor het project in aanmerking komt voor prioritering, zoals college- of raadsbesluit, IHP Onderwijs, subsidiebeschikking, prestatieafspraken, intentieovereenkomst of principebesluit.

Artikel 5. Stap 3: maatschappelijk belang en netimpact

Binnen de op basis van Stap 1 en Stap 2 gemaakte onderverdeling vindt een nadere onderverdeling plaats op basis van maatschappelijk belang en netimpact. Een project wordt hoger gerangschikt indien het voldoet aan één of meer van de volgende elementen:

•het project voorziet in noodzakelijke onderwijshuisvesting;

•het project voorziet in sociale huurwoningen, sociale koopwoningen of middenhuurwoningen;

•het project voorziet in huisvesting voor starters, ouderen, zorgbehoevenden, grote gezinnen of andere urgente doelgroepen;

•het project draagt bij aan transformatie van een locatie met een minder wenselijke functie;

•het project past aantoonbaar technische maatregelen toe die piekbelasting op het elektriciteitsnet verminderen, zoals collectieve opslag, smart charging of sturing van warmtepompen;

•het project heeft een realistische en doelmatige vermogensonderbouwing.

Artikel 6. Stap 4: datum oplevering

1Binnen de op basis van Stap 0 tot en met Stap 3 gemaakte onderverdeling vindt een nadere rangschikking plaats op basis van de verwachte opleverdatum.

2Een project wordt hoger gerangschikt indien de verwachte oplevering eerder plaatsvindt.

Artikel 7. Stap 5: loting bij gelijke rangordebepaling

1Indien twee of meer projecten na toepassing van Stap 0 tot en met Stap 4 dezelfde positie behalen, bepaalt het college de onderlinge volgorde door middel van loting.

2De loting vindt plaats op een vooraf bekendgemaakte datum en locatie.

3Betrokken initiatiefnemers worden tijdig uitgenodigd om de loting bij te wonen.

4De uitkomst van de loting is bindend.

5De gemeente legt de uitkomst schriftelijk vast.

Bijlage 2. Model volgordelijst gemeente Urk 2026-2036

Deze lijst wordt door het college vastgesteld en periodiek geactualiseerd. De lijst bevat de woningbouw- en onderwijsprojecten waarvoor de gemeente een transportverzoek en prioriteringsverzoek kan indienen.

Tabel A. Kerngegevens

Rang

Projecttype

Projectnaam

Locatie / polygoon

Aantal woningen / onderwijsfunctie

Start bouw

Oplevering

1

Onderwijs

[invullen]

[invullen]

[schooltype / lokalen / m²]

[invullen]

[invullen]

2

Woningbouw

[invullen]

[invullen]

[aantal woningen]

[invullen]

[invullen]

3

Woningbouw

[invullen]

[invullen]

[aantal woningen]

[invullen]

[invullen]

Tabel B. Aanvraaggegevens

Rang

Projectrijpheid

Bewijsstuk

Collectieve voorzieningen

KOVA

Benodigd vermogen

Status

1

[invullen]

[IHP / besluit]

n.v.t.

n.v.t.

[kW/kVA]

[voorbereiding]

2

[invullen]

[overeenkomst / omgevingsplan]

[ja/nee + toelichting]

[ja/nee + kW]

[kW/kVA]

[voorbereiding]

3

[invullen]

[overeenkomst / omgevingsplan]

[ja/nee + toelichting]

[ja/nee + kW]

[kW/kVA]

[voorbereiding]

Toelichting: voor zover collectieve voorzieningen of KOVA worden meegenomen, wordt dit in het projectdossier en de bestuursverklaring afzonderlijk onderbouwd. De gemeente kan een gedetailleerdere werkversie gebruiken met aanvullende kolommen voor fasering, contactgegevens, onderstation en aanvraagdatum.

Bijlage 3. Checklist projectdossier

Voor opname op de volgordelijst levert de initiatiefnemer ten minste de volgende gegevens en bewijsstukken aan.

1Projectnaam.

2Projecttype: woningbouw, onderwijs of gecombineerd project.

3Locatie, bij voorkeur als polygoon.

4Aantal woningen of omschrijving onderwijsfunctie.

5Type bouw: hoogbouw, laagbouw of mix.

6Aantal en type aansluitingen per fase.

7Aantal en type aansluitingen voor collectieve voorzieningen.

8Omschrijving en vermogen van KOVA, indien van toepassing.

9Wijze van verwarmen op planniveau.

10Geplande start bouw.

11Geplande oplevering.

12Fasering.

13Beschikbare bewijsstukken voor woonbehoefte of onderwijshuisvesting.

14Onderbouwing van het benodigde vermogen.

15Eventuele informatie over zonnepanelen, laadpalen achter de meter of andere profielbepalende gegevens.

16Contactgegevens van initiatiefnemer en gemachtigde, indien van toepassing.

17Verklaring dat de aangeleverde gegevens volledig en naar waarheid zijn verstrekt.

Minimale bewijsstukken

Situatie

Minimale bewijsstukken

Gemeente vraagt prioriteit aan voor woningbouw

Bestuursverklaring en overeenkomst met ontwikkelaar/initiatiefnemer of, bij ontbreken daarvan, omgevingsplan waaruit woonbehoefte op de specifieke locatie blijkt.

Gemeente vraagt prioriteit aan voor onderwijs

Bestuursverklaring en IHP Onderwijs, collegebesluit, raadsbesluit of gelijkwaardig besluit waaruit noodzaak, locatie en planning blijken.

Collectieve voorzieningen

Aanvullende motivering waaruit blijkt dat voorzieningen nodig zijn voor de woonfunctie.

KOVA

Aanvullende motivering dat de activiteit kleinschalig, ondergeschikt en onlosmakelijk verbonden is met het woningbouwproject en binnen 1,3 kW per woning blijft.

Bijlage 4. Model bestuursverklaring

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Urk verklaart dat:

1Het project [projectnaam], gelegen aan/op [locatie], voorziet in woonbehoefte, onderwijshuisvesting of een gecombineerd project met woonbehoefte en onderwijshuisvesting.

2Het project bestaat uit [aantal] woningen en/of [omschrijving onderwijsfunctie].

3Het project naar verwachting start op [datum] en wordt gerealiseerd uiterlijk op [datum].

4De woonbehoefte of onderwijshuisvesting blijkt uit de volgende bewijsstukken: [overeenkomst / omgevingsplan / collegebesluit / raadsbesluit / IHP Onderwijs / vergunning / subsidiebeschikking].

5Uit deze bewijsstukken blijkt dat concrete afspraken zijn gemaakt over het project op een specifieke locatie.

6Het college acht het redelijkerwijs aannemelijk dat het project zal starten.

7Voor zover collectieve voorzieningen worden aangevraagd, verklaart het college dat deze voorzieningen nodig zijn voor de woonfunctie.

8Voor zover KOVA wordt aangevraagd, verklaart het college dat deze activiteiten kleinschalig, ondergeschikt en onlosmakelijk verbonden zijn met het woningbouwproject en binnen het KOVA-budget blijven.

9Deze verklaring is naar waarheid opgesteld en gebaseerd op de bij het projectdossier gevoegde bewijsstukken.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.