Aanhef
Het college besluit:
1De beleidsregel wind op land vast te stellen.
2De gemeenteraad via bijgevoegde raadsmemo op de hoogte te stellen van de vastgestelde beleidsregel.
3Bewoners en bedrijven op de hoogte te stellen van de vastgestelde beleidsregel.
3. KOERSBEPALING EN RUIMTELIJKE RANDVOORWAARDEN
3.2 Koers per gebied
3.2.1 Historisch eiland, haven en havenpieren
In de historische kern van Urk (inclusief haven en havenpieren) worden kleinschalige vormen van windenergie niet toegestaan. Dit geldt zowel ‘op land’ als ‘op dak’. De ruimtelijke impact is hier te groot. De oude kern is aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Kleinschalige windmolens op land of dak betekenen een te grote visuele aantasting van de aanwezige cultuurhistorische kwaliteiten. Voor het historische eiland, de haven en de havenpieren is de koers ‘nee’.
3.2.2 Woon- en recreatiegebieden
In de woon- en recreatiegebieden geldt eveneens dat kleinschalige windenergie een grote ruimtelijke impact kan hebben. Erfmolens worden vanwege hun visueel ruimtelijk effect hier uitgesloten. Voor een erfmolen zien we ook vanuit oogpunt van omgevingsfactoren (met name geluid) en de daarmee samenhangende afstanden in de woongebieden geen ruimte.
Dakmolens en windwokkels worden eveneens niet toegestaan in de woon- en recreatiegebieden vanwege de ruimtelijke impact. Ook kan door dakmolens en windwokkels een verdere verrommeling ontstaan, zeker in combinatie met het vergun-ningsvrij bouwen en het realiseren van zonnepanelen en andere installaties op dak. Ook wat betreft het aspect geluid zijn dakmolens en windwokkels in deze gebieden niet aan te bevelen. Daarom wordt voor de woon- en recreatiegebieden gekozen voor de koers ’nee’.
Er zijn wel enkele situaties en plekken denkbaar waar een kleine dakmolen of windwokkel onder voorwaarden gesitueerd kan worden, zonder grote visuele impact. Bijvoorbeeld bij een solitaire vrijstaande woning aan de rand van het dorp. Ook ‘maatschappelijk vastgoed’ (school, supermarkt, zorgcentrum etc.) zou zich kunnen lenen voor een kleinschalige vorm van energieopwekking door wind. Dakmolens en windwokkels worden in deze specifieke situaties alleen toegestaan onder de voorwaarde dat er geen geluidsoverlast optreedt voor omliggende huizen. Ook mag de dakmolen of wokkel niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte. Bijbehorende elektrische installaties (zoals een omvormer en meet- en beveiligingsapparatuur) dienen vanaf de openbare ruimte eveneens niet zichtbaar te zijn. Medewerking vindt dan enkel plaats op basis van een goede onderbouwing.
Voor nieuw te bouwen woningen geldt dat vormen van energie-opwekking door middel van wind geïntegreerd kunnen worden in het ontwerp van de woning, zodat er sprake is van een samenhangende architectuur.
3.2.3 Bedrijventerrein
Voor de mogelijkheden van plaatsen erfmolens en/of windwokkels wordt aangesloten bij de toekomstvisie op bedrijventerreinen. Erfmolens staan we om verschillende redenen niet toe op de bedrijventerreinen. Zo zien we op Zwolsche hoek dat de bouwhoogte vaak al rond de 15 meter is, bebouwingspercentages hoog liggen en er vaak bestaande ruimtelijke knelpunten zijn die prioriteit behoeven. Een erfmolen met maximale tiphoogte van 15 meter is dan niet efficiënt qua opwek en qua ruimtebeslag. Op het bedrijventerrein zien we wel meer mogelijkheden voor dakmolens en windwokkels vanwege het bedrijfsmatige karakter van dit gebied. Kleinschalige vormen van windenergie kunnen voor bedrijven een bescheiden maar nuttig aandeel in de opwek van duurzame energie betekenen. Voor de bedrijventerreinen Zwolsche Hoek, Lemsterhoek en Westgat is voor dakmolens en windwokkels daarom de koers ‘ja mits’ van toepassing.
Voor Port of Urk geldt dat dakmolens en windwokkels niet zijn toegestaan, tenzij niet zichtbaar vanaf de openbare ruimte. Bijbehorende elektrische installaties (zoals een omvormer en meet en beveiligingsapparatuur) dienen vanaf de openbare ruimte eveneens niet zichtbaar te zijn.
Voor de plaatsing van dakmolens en windwokkels op bedrijventerreinen gelden de volgende algemene randvoorwaarden:
•Voldoen aan de randvoorwaarden omgevingsfactoren.
•De opwek is primair bedoeld voor eigen energiebehoefte.
•Parkeerplaatsen zijn uitgesloten voor de plaatsing van dakmolens als windwokkels. Erfmolens zijn niet toegestaan.
•Er moet sprake zijn van een gedekte, neutrale kleurstelling, waarbij lichtschittering moet worden voorkomen.
•Een dakmolen of windwokkel als reclameobject is niet toegestaan.
•Er mag geen sprake zijn van een belemmering voor de naastgelegen functie.
•Dakmolens en windwokkels moeten op veiligheid goedgekeurd en gecertificeerd zijn.
Voor de plaatsing van dakmolens en windwokkels gelden, naast de algemene randvoorwaarden, de volgende randvoorwaarden:
•Dakmolens en windwokkels op dak moeten passen binnen de maximaal toegestane bouwhoogtes (meestal is dat 12 meter, met binnenplanse afwijking naar 15 meter).
•Windwokkels op mast hebben een maximale tiphoogte van 5 meter.
•Dakmolens en windwokkels mogen zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte. Wel moet enige afstand worden aangehouden worden vanaf de rand van het dak (dus de constructies moeten ‘naar binnen’ worden gerooid, zo veel mogelijk midden op het gebouw). Richtafstand tot de rand van het dak is minimaal de hoogte van de dakmolen of windwokkel.
•Dakmolens en windwokkels mogen maximaal 1/3 van hoogte van het gebouw bedragen. De maximale hoogte bedraagt 5 meter.
•De maximale rotordiameter van dakmolens en windwokkels bedraagt 2 meter.
Voor nieuw te bouwen bedrijfsgebouwen geldt dat vormen van energie-opwekking door middel van wind geïntegreerd kunnen worden in het ontwerp van het gebouw, zodat er sprake is van een samenhangende architectuur.
3.2.4 Landelijk gebied
Voor kleinschalige windenergie in het landelijk gebied wordt de koers ‘ja, mits’ aangehouden. In het landelijk gebied zijn zowel erfmolens, dakmolens als windwokkels onder voorwaarden toegestaan.
Voor de plaatsing van erfmolens gelden de volgende randvoorwaarden:
•Voldoen aan de randvoorwaarden omgevingsfactoren.
•De opwek is primair bedoeld voor eigen energiebehoefte.
•Erfmolens hebben een tiphoogte van maximaal 15 meter.
•De erfmolens moeten binnen het bouwvlak worden gesitueerd.
•Een erfmolen buiten de erfsingel is niet toegestaan. Dit met het oog op de bescherming van het polderzicht.
•Een erfmolen wordt niet gesitueerd op het voorerf. Plaatsing achter woning of voorhuis, zodat de oorspronkelijke boerderij of de woning de blikvanger blijft.
•Erfmolens zijn toegestaan bij agrarisch bedrijven alsmede bij andere bedrijven in het landelijk gebied .
•Er mogen maximaal 2 erfmolens
1Vanaf 3 met elkaar samenhangende windturbines wordt juridisch gezien gesproken van een windmolenpark. In dat geval is een milieueffectrapportage nodig om de milieueffecten te kunnen aantonen, waarbij de gemeente de voorwaarden stelt, al dan niet gebaseerd op het Besluit activiteiten leefomgeving. Dit is niet van toepassing op Urk, aangezien maximaal 2 erfmolens per erf zijn toegestaan.
op een bouwvlak worden geplaatst. Bij 2 stuks zijn alle erfmolens van hetzelfde type en hebben een gelijke hoogte, verhoudingen, materialen en kleuren.
•De erfmolen is herkenbaar als een zelfstandige, eenduidige, ranke hoofdvorm.
•Een HAT erfmolen kent een evenwichtige verhouding masthoogte/wiekdiameter. Verhoudingen die veel voorkomen liggen tussen 1:1 en 1,5:1 ( dus bij een mast van 15 m heeft een wiek de lengte tussen de 5 en 7,5 meter).
•Bijbehorende elementen (transformator, hekwerk, e.a.) zijn in maat ondergeschikt en ingepast op het erf.
•Een erfmolen als reclameobject is niet toegestaan.
Voor de plaatsing van dakmolens en windwokkels gelden de volgende randvoorwaarden:
•Voldoen aan de randvoorwaarden omgevingsfactoren.
•de opwek is primair bedoeld voor eigen energiebehoefte.
•Dakmolens en windwokkels moeten passen binnen de maximaal toegestane bouwhoogte.
•Dakmolens en windwokkels mogen zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte. Wel moet enige afstand worden aangehouden worden vanaf de rand van het dak (dus de constructies moeten ‘naar binnen’ worden gerooid, zo veel mogelijk midden op het gebouw). Richtafstand tot de rand van het dak is minimaal de hoogte van de dakmolen of windwokkel.
•Dakmolens en windwokkels mogen maximaal 1/3 van hoogte van het gebouw bedragen. De maximale hoogte bedraagt 5 meter.
•De maximale rotordiameter van dakmolens en windwokkels bedraagt 2 meter.
•Toegestaan zijn molens die aansluiten bij de (kap)contour van het bouwvolume en die architectonisch een eenheid vormen met het dak.
•Dakmolens en windwokkels zijn duidelijk ondergeschikt in beeld en omvang ten opzichte van het dakvlak waarop de molen wordt geplaatst.
•Bij meerdere molens op één dak zijn alle windmolens van hetzelfde type: gelijke hoogte, verhoudingen, materialen en kleuren
•Kleurstelling of uitstraling van dakmolens of windwokkels : onopvallend/ gedekt, mat/ geen glimmende oppervlakten. afgestemd op de kleur van de dakbedekking.
•Een dakmolen of windwokkel als reclameobject is niet toegestaan.
Erfmolen passend op het erf en in het landschap
In het algemeen werkt het voor het beeld vanaf de straat het best als een windmolen achter op het erf wordt geplaatst. Niet te ver van gebouwen of hoge beplanting. Het moet zichtbaar blijven dat de windmolen bij de boerderij hoort. Het risico is anders dat er veel ‘losse’ windmolens in het landschap komen te staan, waarmee een rommelig totaalbeeld dreigt te ontstaan. Bovendien wordt hiermee zichtbaar gehouden dat de windmolen bij de boerderij hoort. Het is dan heel duidelijk te zien waar die boerderij (een deel van) zijn energie vandaan haalt.
In geval van één vrijstaande windmolen zal er meestal een goede plek te vinden zijn op het (zij- of) achtererf. Als er meerdere vrijstaande molens worden gesitueerd (maximaal twee), dan is het belangrijk de opstelling te plaatsen op een manier die past bij de landschappelijke structuren rondom het erf. Bij deze toetsing dient wel oog te worden gehouden voor een praktische bedrijfsvoering en voldoende windvang.
Bijlage 1 Begrippenlijst
•Ashoogte: hoogte gemeten vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine.
•Dakturbine: een kleine windturbine zonder mast, geplaatst op het dak van een gebouw.
•Masthoogte: de hoogte van de mast, zijnde de staander waarop de gondel met de rotorbladen is geplaatst.
•Kleinschalige vormen van windenergie: de – door middel van wind- kleinschalige opwekking van elektriciteit ‘achter de meter’. Onder kleinschalig wordt in dit beleidskader verstaan: erfmolens, dakmolens en windwokkels, waarbij een windmolen een hoogte heeft van maximaal 15 meter. De opgewekte elektriciteit wordt ter plekke verbruikt, het eventuele overschot wordt geleverd aan het openbare net.
Tiphoogte:
•turbines met een horizontale as (HAT): de ashoogte van een windturbine plus de straal van de rotorcirkel;
•turbines met een verticale as (VAT): de ashoogte van een windturbine plus het deel van de rotorbladen dat daarbovenuit steekt.
•Rotordiameter: deze wordt bepaald door het maximale bereik van de rotordiameter, gemeten loodrecht op de as.
•Windturbine: een installatie c.q. bouwwerk voor het opwekken van elektrisch of thermisch vermogen uit wind.
Figuur 5: Van links naar rechts: ashoogte, tiphoogte en rotordiameter
Figuur 6: De tiphoogte van HAT en VAT-type turbine
Bijlage 2 Enquêteresultaten (Wind)energie Urk
Dit rapport toont de resultaten van de enquête over het opwekken van duurzame energie in de gemeente Urk via kleine windmolens.
De gemeente is zich bewust van de hoge energieprijzen en wil inwoners en bedrijven graag stimuleren om duurzame opwek op eigen terrein te faciliteren.
Deze enquête kon online worden ingevuld via het platform Maptionnaire in de periode van 23 januari tot 10 februari 2023. Het doel van de gemeente was om op deze manier een beeld te krijgen van hoe de inwoners en het bedrijfsleven in verschillende mogelijkheden tot opwek van duurzame energie staan.
Wat is uw betrokkenheid bij de gemeente Urk?
Vindt u het belangrijk dat er op Urk duurzame energie wordt opgewekt?
Voer een waarde in tussen 1 (Niet belangrijk) en 5 (Heel belangrijk)
WELKE VORMEN VAN ENERGIEOPWEKKING HEBBEN UW VOORKEUR?
In deze enquête lag de focus op de toepassing van kleine windmolens. Toch wil de gemeente ook graag weten hoe respondenten dit waarderen ten opzichte van andere vormen van duurzame energie. Daarom is er gevraagd een top drie te maken van de vormen van energieopwekking die het beste bij Urk passen.
Eerste keuze
Tweede keuze
Derde keuze
KLEINE WINDMOLENS
De laatste tijd ontvangt de gemeente Urk steeds meer vragen van bewoners of bedrijven over het plaatsen van kleine windmolens. Dit gaat dan om kleine windmolens op dak (ongeveer 1-5 meter hoog) of kleine windmolens op land (ongeveer 5-15 meter hoog). Echter zijn er binnen onze huidige bestemmingsplannen geen mogelijkheden tot het plaatsen van kleine windturbines. Graag ontwikkelen we hier beleid voor. Om passend beleid voor Urk op te stellen horen we graag uw mening.
Vindt u kleine windturbines passen op Urk?
Waarom vindt u kleine windmolens niet passend op Urk?
Welke vormen van kleine windmolens vindt u passend? (meerdere opties mogelijk)
Welke randvoorwaarden vindt u belangrijk bij het plaatsen van kleine windturbines? (meerdere antwoorden mogelijk)
Welke van bovengenoemde randvoorwaarden vindt u het belangrijkst?