Aanhef
De raad van de gemeente Urk,
op voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Urk d.d. 15 juli 2025
gezien het advies van commissie Wonen, Werken & Veiligheid d.d. 10 september 2025
besluit:
1De visie op spelen, zoals beschreven in het beleidsplan "Samen naar buiten - Spelen, sporten en ontmoeten in de openbare ruimte 2025-2035" vast te stellen.
2Voor het ambitieniveau te kiezen voor scenario 3 - 'Areaal optimaliseren' zoals is verwoord in het beleidsplan'
3In te stemmen met het voorstel om hiervoor €25.000,- te dekken vanuit het budget burgerparticipatie (kostenplaats 1560604), € 74.000,- te dekken vanuit het budget voor spelen (kostenplaats 1580700) en het resterende deel t.w.v. €24.000,-te dekken vanuit incidenteel beschikbaar zijnde middelen (externe cofinanciering).
Bijlage 1: Onderzoek
In de winter van 2024/2025 geeft een onderzoek plaatsgevonden ter voorbereiding op dit beleidsplan. Samen met bewoners en ketenpartners is de speel-, sport- en ontmoetingswaarde van de openbare ruimte in kaart gebracht en beoordeeld. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste bevindingen uit dit onderzoek benoemd. Een uitgebreid overzicht van resultaten is te vinden in het, bij dit rapport behorende, onderzoeksrapport.
Werkwijze
Speel- en beweegscan (veldwerk)
Voor analyse en beoordeling van de speelruimte is per buurt een rondgang langs de speelplekken gemaakt. De gemeente heeft momenteel 84 speel- en sportplekken in beheer. Deze speel- en sportplekken zijn beoordeeld op diverse onderwerpen zoals aanbod, ligging en inclusiviteit. Ook is er naar de bespeelbaarheid van informele speelruimte gekeken. Hierbij is gelet op o.a. vrije speelruimtes zoals grasvelden, pleintjes, brede stoepen en barrières als wegen en watergangen. De resultaten van dit veldonderzoek zijn verder uitgewerkt in het onderzoeksrapport (externe bijlage).
Vragenlijst
Kennis en ervaringen van bewoners is onmisbaar in een speelruimteonderzoek. Door middel van een online vragenlijst is de waardering van bewoners geïnventariseerd. De informatie over de vragenlijst en het gehele onderzoek is gedeeld via de digitale kanalen van de gemeente en via de scholen, buurtverenigingen en sportverenigingen. De vragenlijst is door bijna 400 bewoners ingevuld.
Wijkwandelingen
Om een goed beeld te krijgen van hoe en waar kinderen in de gemeente Urk spelen en sporten zijn er met twee basisscholen wijkwandelingen uitgevoerd. Per school liep een ‘expert-panel’ van +/- 10 kinderen mee die de wijk op hun duimpje kennen. Tijdens de wandelingen zijn de speeltuintjes, grasveldjes, bosjes, pleintjes en andere plekken bezocht waar kinderen vaak spelen. Kinderen hebben verteld en laten zien hoe zij spelen, wat zij goed vinden en wat beter kan.
Jongerenoverleg
In samenwerking met jongerenwerk is een jongerenoverleg georganiseerd. Voorzien van speelruimtekaarten hebben jongeren gebrainstormd over hoe zij gebruikmaken van speel- en sportplekken en wat er nodig is om de openbare ruimte beter op hen af te stemmen. Aan dit overleg namen zo’n 40 jongeren deel tussen de 12 en de 20 jaar oud.
Werksessie schoolbesturen en kinderopvang
Op 14 maart 2025 is een overleg georganiseerd met verschillende schoolbesturen en kinderopvangorganisaties binnen de gemeente Urk. Tijdens dit overleg is gesproken over de rol van de schoolpleinen binnen het speel- en sportaanbod, het mogelijk openbaar stellen van de pleinen én het stimuleren van buiten spelen en sporten.
Bijeenkomst voor buurtverenigingen
Op 14 maart 2025 zijn alle buurtverenigingen binnen de gemeente uitgenodigd om aanwezig te zijn tijdens een bijeenkomst op het gemeentehuis. Tijdens deze bijeenkomst zijn zij geïnformeerd over het nieuwe beleidsplan en mochten zij meedenken over de rol van de buurtverenigingen op de speelplekken die zij beheren.
Resultaten
Areaal
De gemeente telt 84 formele, openbare speelplekken met speel- en sporttoestellen. Het aanbod bestaat uit:
•45 kleine speelplekken
•17 buurtspeelplekken
•3 gemeenteplekken
•7 speelhoekjes
•12 sportplekken
Gebruik
•92% van de kinderen speelt dagelijks of wekelijks buiten.
•Locaties zijn vooral populair omdat ze dicht bij huis liggen.
•Kinderen geven aan dat als de kleinste speelplek er niet meer zou zijn, ze kunnen spelen op de grotere speelplek ernaast.
Speelaanbod
•De focus ligt vooral op traditioneel spel (glijbanen, schommels, etc.)
•De meeste speelbuurten hebben een dicht netwerk van speelplekken.
•De populairste locaties om te spelen zijn het Speelbos en het Wilhelminapark.
•Vooral in de oude wijken op Urk is weinig speelaanbod.
•Het aanbod is erg wisselend. Aantrekkelijke speelplekken en verouderde speelplekken wisselen elkaar af.
•De oudere kinderen vinden veel speelplekken saai en meer bedoeld voor jongere kinderen.
•Veel inwoners vinden dat speel- en sportplekken verbeterd kunnen worden door er andere toestellen te plaatsen.
•Op veel speelplekken zijn buurtverenigingen actief. Een deel van deze plekken heeft een dure inrichting met veel en grote toestellen en luxe ondergronden.
•De gemeenteplekken zijn aantrekkelijk voor kinderen én volwassenen.
Sporten en bewegen
•Het sportaanbod in de openbare ruimte is vrij traditioneel.
•De variatie in het sportaanbod is erg wisselend per speelbuurt.
•De twee Playgrounds zijn populaire locaties en geschikt voor een brede doelgroep. Ook worden hier regelmatig activiteiten georganiseerd.
•Naast het aanbod op de formele speel- en sportplekken zijn er ook sportmogelijkheden rondom de wijken zoals de mountainbikeroute in het Urker bos, de schaatsbaan en een uitgebreid netwerk aan fiets- en wandelpaden.
•Onder kinderen en jongeren is voetbal de populairste sport om buiten te doen. Voetbalactiviteiten zijn ook vaak snel volgeboekt.
•Favoriete sporten onder volwassenen zijn: wandelen, hardlopen en (rustig) fietsen.
•Sporten gebeurt vooral op groene plekken en bij de sportverenigingen. Sporten op sportplekken is ook populair.
Inclusiviteit
•Over het algemeen scoren de meeste speelbuurten zwak of matig op inclusie. Dit komt meestal doordat de toestellen niet bereikbaar zijn (geen pad of geschikte ondergrond).
•Een aantal speelplekken hebben een verhard pad en/of ondergronden waardoor ze goed toegankelijk zijn voor inwoners met een motorische beperking.
•Inclusieve speel- en sporttoestellen zoals een mandschommel, tafeltennistafel en wiptoestellen met een rugleuning zijn bruikbaar voor kinderen met een beperking maar niet altijd ook daadwerkelijk bereikbaar.
•De baskets op de Playgrounds kunnen verlaagd worden (bruikbaar voor rolstoelgebruikers) maar deze locaties zijn niet toegankelijk vanwege de verhoogde toegangspoorten.
•Inclusieve locaties moeten volgens inwoners geschikte toestellen, een brede ingang en een harde ondergrond hebben.
Jongeren
•Georganiseerde activiteiten zijn belangrijk om jongeren te betrekken bij de gemeenschap.
•Het Wilhelminapark, de Playgrounds en het Speelbos zijn populaire ontmoetingslocaties voor jongeren.
•Ontmoetingsplekken moeten hufterproof zijn. Bij voorkeur zijn er aanvullende voorzieningen in de buurt zoals een watertappunt en toilet.
•‘Stoute jongeren’ verstoren soms de sfeer in de openbare ruimte voor andere jongeren. Activiteiten kunnen ervoor zorgen dat iedereen mee mag doen.
Klimaatbestendigheid
•De speel- en sportplekken scoren erg wisselend op het gebied van klimaatbestendigheid. Er zijn zowel versteende als groene locaties.
Informeel spelen en sporten
•Opvallend is dat er vrij weinig tekenen van spel en sport op straat en in het groen zijn. De meeste tekenen van spel zijn te zien op de formele speel- en sportplekken.
•In een aantal speelbuurten zijn veel straten waar hard wordt gereden waardoor spelen en sporten op straat hier niet veilig kan. Ook is het daar lastig voor kinderen om zich veilig van de ene speelplek naar de andere te verplaatsen.
•Natuurlijk spelen gebeurt vooral in het Speelbos (901). Ook in het naastgelegen bosgebied (Urkerbos) is veel ruimte voor sport en spel.
•In de gemeente zijn een aantal pleintjes waar ook gespeeld kan worden zoals in de Haven rondom De Orca (die zelf ook bespeelbaar is) en bij het Monument voor de Gevallen Urkers.
Bereikbaarheid
•De meeste kinderen mogen ook drukkere wegen zelfstandig oversteken (vanaf 6 jaar) en zelf naar speelplekken lopen. Vanaf ongeveer 8 jaar mogen kinderen ook zelfstandig naar speelplekken lopen/fietsen die wat verder weg liggen (Speelschip, Speelbos).
•Kinderen spelen vooral op speelplekken dicht bij eigen huis, dit kan ook een schoolplein zijn.
Pleinen van scholen en kinderopvang
•De schoolpleinen zijn bijna allemaal semi-openbaar. De hekken staan open en kinderen mogen ook buiten schooltijd, gebruik maken van de pleinen.
•De pleinen zijn vaak ruim van opzet maar wel erg versteend. Dit is positief voor de toegankelijkheid maar minder voor de klimaatbestendigheid.
•Het openbaar stellen van de pleinen wordt over het algemeen als positieve kans ervaren. Er moeten dan wel afspraken komen over vervangingskosten (meer gebruik zorgt voor meer slijtage), toezicht en juridische aansprakelijkheid.
•Bij de kinderopvang is het belangrijk dat het hek gesloten mag blijven tijdens opvangtijden.
Buurtverenigingen
•Er moeten afspraken over de financiën komen; welk deel betaalt de gemeente, welk deel betalen buurtverenigingen zelf?
•Samen met de buurtverenigingen moet afspraken gemaakt worden over de aanleg en onderhoud van nieuwe speelplekken of toestellen.
•Buurtverenigingen vinden het fijn om te weten wat er gebeurt met de speeltuin. Wanneer worden werkzaamheden uitgevoerd, wanneer wordt een toestel gerepareerd of verwijderd? Zij vragen aan de gemeente om hier op tijd en duidelijk over te communiceren. Dit zou kunnen lopen via de wijkbeheerder.
•Inzet van buurtverenigingen is dankbaar. Dit moeten we blijven aanmoedigen.
•Er is behoefte aan een stappenplan, welke stappen moet een buurtvereniging allemaal doorlopen voor nieuwe speeltuinen en toestellen (ook voor onderhoud).
Kansen en wensen
1Er is onder kinderen een grote wens voor een skate/step/skeelerplek dichterbij huis. Ook wordt er gevraagd om een volleybalplek.
2Jongeren vragen om aanvullende sportvoorzieningen zoals een crossbaan/pumptrack en voorzieningen voor volleybal, trefbal, hockey en rugby.
3Er is onder jongeren veel behoefte aan ontmoetingsplekken en sportplekken. Een combinatie van deze twee werkt goed.
4Inwoners missen een waterspeeltuin, speeltuinvereniging, sportroute en pumptrack op Urk.
Demografische analyse
Algemeen
De gemeente Urk heeft op dit moment ruim 21.000 inwoners (peildatum, november 2024). Circa 37% van alle inwoners is jonger dan 20 jaar. Aan de hand van de huidige demografische gegevens kunnen we globaal zien hoeveel kinderen en jongeren er gebruik maken van de speel- en sportplekken. Deze berekeningen houden echter geen rekening met gastouders, oppasopa's en -oma's, scholen en kdv's die van speelplekken gebruik maken. Om het gebruik van een speelplek goed te kunnen bepalen is het daarom altijd noodzakelijk om met omwonenden in gesprek te gaan.
Belangrijkste punten
•Gemiddeld zijn 22% van de inwoners in een speelbuurt tussen de 0-12 jaar.
•In nieuwbouwwijken wonen veel jonge gezinnen. Hier zal de komende 10 tot 15 jaar veel vraag blijven naar een ruim speelaanbod.
•In de oudere wijken is het aantal speelplekken zeer beperkt maar wonen wel veel kinderen. Hier is extra aanbod gewenst.
•14% van de inwoners is tussen de 13 en 20 jaar. Deze jongeren verplaatsen zich vrij door de gemeente met hun fiets of scooter.
•Ongeveer 10% van de inwoners is 65+. Deze doelgroep heeft vooral behoefte aan goede fiets- en wandelpaden.
Bijlage 2: Uitvoeringskaart
Toelichting
De ingrepen die staan aangegeven op deze uitvoeringskaart zijn een voorstel en liggen niet vast. Op de kaart is opgenomen welke locaties we voorstellen voor omvorming, verkleining en uitbreiding. Maar ook de locaties waar een impuls op het gebied van sport, spel, vergroening en inclusie wenselijk is. De daadwerkelijke ingrepen worden bepaald in overleg met bewoners.
Bijlage 3: Speelbuurtmodel
Om de huidige speelruimte te beoordelen en de juiste verbetervoorstellen te vormen is het onderzoek opgebouwd volgens de stappen van het Speelbuurtmodel. Dit betreft zowel een kwantitatieve als een kwalitatieve beoordeling van de openbare speel- en sportmogelijkheden. Om het model van de speelbuurt toe te passen kan elke speelbuurt apart doorgelicht worden aan de hand van 4 stappen:
Stap 1: Definiëren speelbuurt
Centraal in het onderzoek van de openbare speel- en sportruimte staat de speelbuurt. Dit is het deel van de wijk of buurt waarin kinderen van 6 tot 12 jaar zich vrij kunnen bewegen. Drukke wegen, watergangen, spoorlijnen maar ook industriegebieden of parken zijn vaak barrières voor kinderen en vormen daarmee afgebakende gebieden die we speelbuurten noemen.
Binnen deze speelbuurten moet steeds worden gekeken of het aanbod bijdraagt aan een goede speelruimte. Afhankelijk van de omvang en het karakter van een speelbuurt worden er voorwaarden gekoppeld aan de hoeveelheid en grootte van de speelvoorzieningen. Een speelbuurt komt soms overeen met de buurtindeling die de gemeente zelf al hanteert, maar is vaak ook iets kleiner.
In elke speelbuurt geldt dat kinderen binnen 200 meter van hun woning speelruimte moeten kunnen vinden. De omvang en het soort speelruimte hangt af van het type speelbuurt. In een grote speelbuurt van minstens 10 hectare moet minimaal 1 buurtplek gelegen zijn. Dit is een (bij voorkeur centraal gelegen) speel- en sportplek van ca. 2.500 m2 groot als plek waar de buurt samen kan komen. Een buurtplek heeft een actieradius van 300 meter waardoor het in zeer grote speelbuurten nodig kan zijn om te voorzien in meerdere buurtplekken. Naast de buurtplek is een netwerk van kleinere speelplekken nodig. Dit zijn plekjes van ca. 300 tot 500 m2 die vooral zijn ingericht voor de kinderen die nog niet zelfstandig naar de buurtplek kunnen. Een kleine speelplek heeft een actieradius van 150 meter.
In een kleine speelbuurt (<10 hectare) volstaat een netwerk van kleine speelplekken en is het niet nodig om te voorzien in een buurtplek. Een uitzondering wordt gemaakt voor kleine speelbuurten met een hoge speeldruk (bij hoge bevolkingsdichtheid, gemengde stadsbuurten en centraal stedelijke woonmilieus). Hier geldt hetzelfde uitgangspunt als bij de grote speelbuurt: tenminste één buurtplek én een netwerk van kleine speelplekken.
Stap 2: Vraag en aanbod
Om te bepalen welke speelruimte nodig is, wordt per speelbuurt indicatief gekeken naar de vraag en het aanbod van de openbare speelmogelijkheden. Een buurt met veel hoogbouw, weinig tuinen en een hoge bevolkingsdichtheid levert in de regel een hogere speeldruk op (meer gebruikers per m2 speelruimte). Brede stoepen, goede vrije speelruimte (spelen op straat en in het groen), een beperkte parkeerdruk en veel bewegingsvrijheid (weinig barrières binnen de speelbuurt) zorgen dat een speelbuurt juist op de aanbodzijde hoog scoort. Kinderen vinden hier eenvoudig vrije speelruimte binnen 200 meter van hun woning waardoor ingerichte formele voorzieningen minder van belang zijn. In deze buurten volstaat het vaak om te voorzien in alleen (een) goed ingerichte buurtplek(ken).
Als de vraag naar speelruimte het aanbod overstijgt, dan is het aanvullend op de buurtplek óók nodig om in een netwerk van kleine speelplekken te voorzien. Op die manier kan de speeldruk zich goed verspreiden over meerdere plekken.
Stap 3: Schijf van Vijf voor Buitenspelen
Naast de kwantitatieve uitgangspunten van de speelbuurt beoordelen we de diversiteit van het aanbod. Spelen en bewegen kan op veel verschillende manieren. In de speelbuurt is het daarom belangrijk om een variatie van speel- en beweeg-/sportvormen aan te bieden.
In elke speelbuurt moet de schrijf van vijf aanwezig zijn, als deze vijf elementen aanwezig zijn binnen de speelbuurt, is er sprake van een rijk, gevarieerd aanbod. De Schijf van Vijf voor Buitenspelen bestaand uit de volgende elementen:
De traditionele speelplek: uitdagende speeltoestellen en ontmoeting.
Vieze knieën: bespeelbaar groen om lekker vies te worden.
‘t pleintje: verharde ruimte voor vrij spel, fietsen, steppen of knikkeren.
Het trapveld: ruimte voor sport, fysieke uitdaging en ontmoeting.
De speelroute: verbindende en veilige kindvriendelijke route door de buurt.
De verschillende elementen mogen verspreid worden, maar kunnen ook samenvallen op een centrale buurt- of wijkspeelplek.
Stap 4: Speelruimte per speelbuurt
Net als de speelbuurt kunnen ook de speelplekken zelf beoordeeld worden op relevante criteria. Dit biedt inzicht in de verbeterpunten op plekniveau. Naast het beoordelen van de bestaande situatie geven de criteria ook handvatten voor de (her)inrichting van speel- en sportplekken. Hoe een speelplek is geclassificeerd hangt af van de huidige inrichting én ruimtelijke context.
Een buurtplek moet bijvoorbeeld voldoende aantrekkingskracht en capaciteit hebben om gebruikers uit de hele speelbuurt te ontvangen. Dat betekent een inclusieve speel- én sportplek met veel (vrije) ruimte, voldoende uitdaging in speelobjecten en een hoge verblijfswaarde met voldoende groen, bankjes en afvalbakken (zie ook bijlage 4). Een kleine speelplek moet vooral direct omwonenden bedienen, vaak jongere kinderen die nog niet zelfstandig naar de buurtplek kunnen. Deze plekken kunnen in de regel dichter op de woningen staan en hebben minder voorzieningen nodig omdat deze plekken vaak minder intensief worden gebruikt.
De gemeente Urk beschikt over drie wijkplekken; Het Wilhelminapark, de Playground de Kotter en het Speelbos. Wijkplekken hebben een zeer grote aantrekkingskracht (bijzondere inrichting) of richten zich op een specifieke doelgroep (skatebaan, multi-sportkooi, natuurspeeltuin).
Bijlage 4: Inrichtingskaders
Verschillende typen plekken vragen om een verschillende inrichting. In deze bijlage lichten we per type locatie toe wat de kaders zijn voor de inrichting, budgetten en participatie.
Centrale wijkplek (gemeenteplek)
Doelgroep:
0-100 jaar.
Ruimte:
5.000 - 10.000 m2.
Budget:
€ 80.000 - € 350.000 (afhankelijk van grootte)
Functie:
spelen, bewegen en ontmoeten
Spelen:
uitdagende en unieke toestellen voor 0 t/m 12 jaar gericht op samenspel
Bewegen:
unieke voorzieningen die hoge druk aankunnen zoals een sportkooi, Calisthenicspark of pump-track
Ontmoeten:
veel zitgelegenheid (o.a. picknickbanken) in een aantrekkelijke omgeving (kleurrijk groen, schaduw)
Inclusiviteit:
brede ingang, verharde paden en (deels) toegankelijke ondergronden en toestellen (spel en sport)
Klimaat:
voldoende schaduw, (bespeelbaar) groen
Overige voorzieningen:
watertappunt en verlichting
Participatie:
gemeentebreed
Buurtplek
Doelgroep:
0-15 jaar.
Grootte:
ca.2.500 m2
Locaties:
1op maximaal 300 meter van iedere woning
Budget:
€ 60.000
Functie:
spelen, bewegen en ontmoeten
Spelen:
uitdagende en unieke toestellen voor 0 t/m 12 jaar gericht op samenspel
Bewegen:
minimaal één goede voorzieningen zoals een trapveld met mididoelen of 3x3 basketbalveld
Ontmoeten:
zitgelegenheid in de schaduw en de zon.
Inclusiviteit:
brede ingang en verharde paden. Overige voorzieningen op aanvraag
Klimaat:
voldoende schaduw, (bespeelbaar) groen
Overige voorzieningen:
watertappunt en verlichting
Participatie:
buurtbreed i.s.m. buurtvereniging(en)
Kleine speelplek
Doelgroep:
0-8 jaar.
Grootte:
ca.500 m2
Locaties:
aanvulling op buurtplek, 1 op maximaal 150 meter van iedere woning
Budget:
€ 30.000
Functie:
spelen
Spelen:
toestellen voor 0 t/m 8 jaar, toestelaanbod in de speelbuurt moet afwisselend zijn
Inclusiviteit:
op aanvraag
Klimaat:
natuurlijke ondergrond, voldoende schaduw
Overige voorzieningen:
zitgelegenheid
Participatie:
omwonenden i.s.m. buurtvereniging(en)
Omvormplekken
Doelgroep:
0-4 jaar.
Grootte:
wisselend
Locaties:
in speelbuurten met een hoge dichtheid van speelplekken
Budget:
€ 10.000 – € 15.000
Functie:
spelen en/of ontmoeten
Spelen:
speelaanleidingen
Ontmoeten:
zitgelegenheid indien gewenst
Klimaat:
voorkeur voor een groene inrichting maar een pleintje is ook mogelijk
Overige voorzieningen:
indien gewenst kan de plek ook een alternatieve inrichting krijgen zoals een pluk- of moestuin
Participatie:
omwonenden
Grote sportplek
Doelgroep:
9-100 jaar.
Grootte:
minimaal 1.000 m2
Budget:
€ 25.000 - € 150.000 (afhankelijk van grootte en type voorziening)
Functie:
sporten
Bewegen:
goede voorzieningen die hoge druk aankunnen zoals een sportkooi, verhard basketbalveld of sportcontainer.
Inclusiviteit:
toegankelijk voor rolstoelgebruikers, overige voorzieningen op aanvraag
Klimaat:
voldoende schaduw
Overige voorzieningen:
zitgelegenheid
Participatie:
afhankelijk van type plek buurtbreed of gemeentebreed
Kleine sportplek
Doelgroep:
5-12 jaar.
Grootte:
ca.300 tot 500 m2
Budget:
€ 15.000 - € 150.000 (afhankelijk van type voorziening)
Functie:
sporten
Bewegen:
simpele voorziening die sporten en bewegen in de eigen buurt mogelijk maakt zoals een trapveldje, jeu de boulesbaan of tafeltennistafel
Klimaat:
voldoende schaduw
Participatie:
omwonenden i.s.m. buurtvereniging(en). Indien er geen andere sportvoorziening in de speelbuurt is, wordt er geparticipeerd met de gehele buurt.
Speelroute
Doelgroep:
0-12 jaar.
Grootte:
wisselend
Budget:
ca.€ 15.000
Functie:
spelen en bewegen
Spelen en bewegen:
kleine speel- en beweegaanleidingen op en langs een veilige wandelroute/trottoir zoals pleinplakkers, stapstammen of klein klimrek. De route verbindt speelplekken met elkaar of met schoolpleinen of andere belangrijke locaties in de buurt.
Overige voorzieningen:
veilige oversteekpunten bij drukke wegen en fietspaden
Participatie:
buurtbreed of alleen omwonenden, afhankelijk van lengte
Jongerenplek
Doelgroep:
15-25 jaar.
Grootte:
minimaal 500 m2
Locaties:
minimaal 2 in geheel Urk
Budget:
€ 25.000 - € 40.000
Functie:
ontmoeten en sporten
Ontmoeten:
zitgelegenheid (gedeeltelijk) onder afdakje
Bewegen:
sportvoorziening die zich richt op jongeren zoals basketbalveld, sportcontainer of Calisthenicstoestel
Klimaat:
voldoende schaduw
Participatie:
omwonenden en gemeentebreed met jongeren
Bijlage 5: Kaders nieuwbouw
De gemeente Urk groeit. Er worden de komende jaren veel nieuwe woningen gebouwd en er zullen veel kinderen komen te wonen in onze (toekomstige) nieuwbouwwijken. De gemeente Urk vindt het belangrijk dat er een goed en uitdagend openbaar speel- en sportaanbod is. Ook in onze nieuwbouwwijken is dit van groot belang. De openbare ruimte staat echter onder druk. Woningbouw, parkeren en wateropslag vragen allemaal om voldoende ruimte en budget waardoor er vaak te weinig ruimte en budget overblijft voor spelen, bewegen en ontmoeten. In dit beleidsplan leggen we daarom enkele verplichte kaders vast voor de inrichting van de openbare ruimte in onze nieuwbouwwijken. Idealiter gelden deze kaders ook voor reeds bestaande wijken maar met name de ruimtelijks kaders zijn niet altijd toepasbaar binnen een bestaande wijk.
Algemene kaders
•De beleidsafdelingen Spelen, Sporten en Beheer moeten tijdens alle fases van het nieuwbouwproject betrokken worden.
•Alle ontwerpen (ook tijdelijke) moeten ter beoordeling voorgelegd worden aan de afdelingen Spelen, Sporten en Beheer.
•Bij inbreidingsprojecten moet in overleg met de afdeling Spelen, worden bepaald of het noodzakelijk is dat er een nieuwe speelplek komt of dat de speelplekken in de omliggende wijken uitgebreid moeten worden om de verhoogde speeldruk op te vangen.
•Participatie met (toekomstige) inwoners is verplicht. Participatie gebeurt in overleg met de afdelingen Spelen en Communicatie.
•De speel-, sport- en ontmoetingsplekken moeten binnen 6 maanden, na oplevering van omliggende woningen, voltooid zijn. Wanneer er samengewerkt wordt met een buurtvereniging, mag van deze deadline afgeweken worden omdat de oprichting van een nieuwe buurtvereniging vaak enkele maanden duurt. Als alternatief kan er eventueel tijdelijke speelruimte gecreëerd worden.
Ruimtelijke kaders
•In iedere speelbuurt (zie volgende pagina), is minimaal 3% van de openbare ruimte beschikbaar voor formele speel-, sport- en ontmoetingsplekken (norm Jantje Beton).
•Deze ruimte is zo min mogelijk versnippert.
•Locaties in wadi’s vallen niet binnen de 3% norm.
•Voor projecten en speelbuurten die kleiner zijn dan 5 ha, wordt in overleg met de afdeling Spelen besloten of er een speelplek nodig is en hoe groot deze moet zijn. Het advies hierbij is om één locatie van minimaal 500 m2 in te tekenen.
•Een kleine speelbuurt (tot 5 tot 10 ha) heeft minimaal één kleine speelplek van minimaal 300 m2 groot. Deze plek ligt op maximaal 150 meter afstand van iedere woning.
•Een grote speelbuurt (10ha of meer) heeft minimaal één grote speelplek van minimaal 1500 m2 groot. Deze plek ligt op maximaal 300 meter afstand van iedere woning.
•Een grote speelbuurt heeft daarnaast minimaal één grote sportplek van minimaal 1000 m2 groot en tenminste één trapveldje.
•Aanvullend heeft een grote speelbuurt een netwerk van kleine speelplekken op minimaal 200 meter van iedere woning.
•Speeltoestellen liggen op minimaal 10 meter afstand van woningen, sport- en jongerenplekken op minimaal 50 meter.
Speelplekken liggen aan de voorzijde of zijkant van de woningen en moeten goed bereikbaar zijn via een voetpad.
Kaders voor inrichting
•Een groene inrichting is de standaard.
•De ondergrond is van gras of (valdempend) zand tenzij anders is besproken met de afdelingen Spelen en Beheer.
•Minimaal 50% van een speelplek is groen ingericht (natuurlijke ondergrond en beplanting).
•Dit groen is kleurrijk en voor minimaal 25% bespeelbaar.
•Voor de bomen op de speelplekken hanteren we de landelijke richtlijn van het Norminstituut Bomen met minimaal 2,2 m³ boomkroonvolume (BKV) per m² landoppervlak.
•De uitstraling van de toestellen en ondergronden moet passend zijn bij de omgeving. Zo worden er bijvoorbeeld geen felgekleurde toestellen gebruikt in een landelijke omgeving.
•Er moet zitgelegenheid aanwezig zijn.
•Een grote speelplek moet aan de 100-70-50 richtlijn
1Een kind of inwoner met een beperking moet zich 100% welkom voelen, 70% van de speelplek moet voor iedereen toegankelijk zijn, 50% van de speelaanleidingen is gericht op ontmoeting en samenspel.
voldoen.
•Speelplekken moeten op minimaal 50 meter van een doorgaande weg afliggen. Wanneer dit niet mogelijk is moet er een afscheiding geplaatst worden van minimaal 1 meter hoog.
•Voor de budgetten houden we de volgende richtbedragen aan:
o Centrale wijkplek (gemeenteplek): € 80.000,- tot € 350.000,- (afhankelijk van grootte)
o Buurtspeelplek: € 60.000,-
o Kleine speelplek: € 30.000,-
o Grote sportplek: € 25.000,- tot € 150.000,- (afhankelijk van type voorziening)
o Kleine sportplek: € 15.000,- tot € 25.000,- (afhankelijk van type voorziening)
o Jongerenplek: € 25.000,- tot € 40.000,- (met of zonder sportvoorziening)
•De inrichting van de speelplekken moet voldoen aan de kaders uit bijlage 4.
•Bij meerdere speelplekken in één speelbuurt moeten verschillende speelwaarden gebruikt worden.
•Plaatsing van een pannakooi en/of basketbalveld gebeurt alleen in overleg met de gemeente en inwoners. Dit in verband met mogelijke geluidsoverlast.
•Grote sportplekken zoals skateparken of sportkooien, worden in overleg en met cofinanciering van de gemeente aangelegd.
•Jongerenplekken worden alleen in samenspraak met de gemeente gerealiseerd.
•Wanneer er in een speelbuurt ook veel seniorenwoningen aanwezig zijn (>20%) wordt er bij de inrichting van de speel-, sport- en ontmoetingsplekken specifiek rekening gehouden met deze doelgroep. Er komt meer zitgelegenheid en in de ontwerpen worden opties voor jeu de boulesbanen, beweegtuinen en/of speltafels meegenomen.
Kaders voor beheer en vervanging
•Na oplevering van de speel-, sport- en ontmoetingsplekken worden deze overgedragen aan de afdeling beheer van de gemeente.
•De overdracht vindt plaats na de opleveringsinspectie en bevat het goedkeuringsrapport en dossier.
•De eerste twee jaar na oplevering, worden de beheerkosten betaald door projectontwikkeling.
•De nieuwe locaties worden opgenomen in de vervangingsopgave van de gemeente. Er wordt gerekend met een afschrijftermijn van 15 jaar.
Bijlage 6: Stappenplan
Op Urk zijn veel buurtverenigingen actief. Zij zetten zich in voor een aantrekkelijke en uitdagende speelruimte. Vaak willen zij extra toestellen, ondergronden en/of straatmeubilair plaatsen in onze speeltuinen. Het stappenplan in deze bijlage biedt hen handvatten tijdens het proces van aanvraag naar plaatsing en gebruik.
Dit stappenplan is ook te gebruiken door inwoners die zelf een aanvraag willen doen.
Samenvatting stappen
1Bepaal behoefte en draagvlak
2Laat je informeren
3Bespreek het plan met de wijkbeheerder
4Werk het plan verder uit
5Zorg voor voldoende budget
6Neem contact op over de plaatsing
7De gemeente neemt het toestel/meubilair op in de beheersystemen
8Reserveer jaarlijks budget voor beheer en vervanging
Bijlage 7: Begrippenlijst
Begrip
Definitie
100-70-50 richtlijn
Een kind of inwoner met een beperking moet zich 100% welkom voelen, 70% van de speelplek moet voor iedereen toegankelijk zijn, 50% van de speelaanleidingen is gericht op ontmoeting en samenspel.
3x3 basketball
Basketbalvariant die met 2 teams van 3 personen wordt gespeeld op een klein veld met één basket.
Beweegtuin
Sportplek met fitnesstoestellen. Vaak ingericht voor ouderen.
Buurtplek
Een (bij voorkeur centrale) grotere speelplek voor de gehele buurt. Vaak ingericht met een combinatie van spelen en sporten. Zie bijlage 3 voor de richtlijnen.
Calisthenics
Een vorm van krachttraining waarbij voornamelijk gebruik wordt gemaakt van het eigen lichaamsgewicht.
Eigenaarschap
Inwoners voelen zich verantwoordelijk voor de eigen omgeving.
Inclusie
Inwoners met én zonder lichamelijke en/of geestelijke beperking kunnen gebruik maken van voorzieningen en activiteiten.
Informele speelruimte
Ruimte op straat, op de stoep, op grasveldjes en in het groen waar kinderen spelen.
Jongerenplek
Ook wel JOP genoemd. Locatie in de openbare ruimte met (overdekte) ontmoetingsruimte waar jongeren elkaar kunnen ontmoeten en samen kunnen verblijven. Vaak in combinatie met een sportvoorziening.
Kleine speelplek
Speelplek met beperkt aantal toestellen (meestal 2 tot 5 toestellen). Gericht op doelgroep tot 8 jaar en direct omwonenden. Zie bijlage 3 voor de richtlijnen.
Klimaatadaptatie
Aanpassingen die de effecten van klimaatverandering opvangen.
Klimaat-bestendigheid
Beschutting (schaduw), vegetatie, wateropvang en -afvoer. Hoe goed kan de plek omgaan met extremen in het klimaat? Hierbij wordt vooral gelet op het aspect verkoeling. Plekken waar voldoende beschutting is door bomen of beplanting en waar vooral gewerkt is met natuurlijke ondergronden (gras, zand, houtsnippers).
Motorische beperking
Lichamelijke beperking die voor problemen zorgt met bewegen.
Omvormen
De speelplek wordt heringericht zonder traditionele speel- of sporttoestellen.
Opwaarderen speelplek
Bij herinrichting worden er meer of grotere speeltoestellen geplaatst.
Pannakooi
Kleine ronde, rechthoekige of vierkante voetbalkooi. Vaak met een laag hek.
Participatie
Bewoners denken mee over voorgenomen wijzigingen en/of initiatieven.
Sociale cohesie
Een groep mensen (bijv. bewoners uit een straat of buurt) die zich verbonden voelen met elkaar.
Speel-aanleidingen
(Voornamelijk) kleine objecten die aanzetten tot spelen. Bijvoorbeeld pleinplakkers, stapstammen en speelkeien.
Speelhoekje
Kleine speelplek met een enkel (eenvoudig) toestel.
Speelroute
Een speelroute bevat elementen die spel en beweging stimuleren. De route verbindt verschillende speelplekken en schoolpleinen met elkaar.
Tiger Mulch
Valondergrond met een natuurlijke uitstraling. Wordt gemaakt van gerecyclede heftruckbanden en polyamide hars.
Toegankelijkheid
De bereikbaarheid van alle of enkele elementen van een speelplek.
Urban Sports
Verzamelnaam van sporten die zich afspelen in de stedelijke omgeving. Voornamelijk beoefend door tieners en jongeren.
Verblijfswaarde
Mate waarin een ruimte aantrekkelijk, fuctioneel en comfortabel is voor mensen om er te verblijven, te ontmoeten of activiteiten te ondernemen.
Verkleinen speelplek
Bij herinrichting worden er minder of kleinere speeltoestellen geplaatst.
Wadi
Afkorting voor Water Afvoeren Door Infiltratie. Een groene greppel waar overtollig regenwater in opgevangen wordt en langzaam de bodem intrekt.
Wijk- of gemeenteplek
Grote speelplek met wijkoverstijgende functie. Ingericht voor een brede doelgroep en met een grote verblijfswaarde. Vaak ingericht met een combinatie van spelen, sporten en ontmoeten.