Gemeentelijke regelgeving

Verordening tot toekenning van presentiegeld aan de leden en medewerkers van de stembureaus in de gemeente Uithoorn

Gemeente Uithoorn · geldt sinds 29 april 1977

Aanhef

gelet op artikel E3 van de Kieswet;

besluit:

I. in te trekken de verordening tot toekenning van presentiegeld aan de leden van de stembureaux in de gemeente Uithoorn, vastgesteld bij zijn besluit van 26 september 1935, nr. 190.

II. vast te stellen de volgende

VERORDENING TOT TOEKENNING VAN PRESENTIEGELD AAN DE LEDEN EN MEDEWERKERS VAN DE STEMBUREAUS IN DE GEMEENTE UITHOORN.

Inhoud verordening

Artikel 1.

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a.“medewerker”, de aan de wettelijke bezetting van het stembureau door burgemeester en wethouders toe te voegen medewerker;

b.“minimumloon”, het op de verkiezingsdag laatstelijk door de minister van sociale zaken vastgestelde bruto minimummaandloon, voor volwassenen.

Artikel 2.

Een presentiegeld wordt toegekend aan de leden en medewerkers van de stembureaus in deze gemeente.

Artikel 3.

Het presentiegeld is gelijk aan (3/13 x minimumloon)/5 x 12/8, afgerond naar boven op een veelvoud van tien gulden.

Artikel 4.

1Een presentiegeld wordt toegekend aan een plaatsvervangend lid. Het bedrag daarvan wordt bepaald in evenredigheid met de tijd, gedurende welke hij als zodanig is opgetreden.

2Het presentiegeld van een plaatsvervangend lid wordt niet in mindering gebracht op het presentiegeld van het lid in wiens plaats hij heeft moeten optreden.

Artikel 5.

Deze verordening kan worden aangehaald als “verordening presentiegeld leden en medewerkers stembureaus”.

Artikel 6.

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die der vaststelling.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.