Gemeentelijke regelgeving

Verordening participatie Uithoorn 2026

Gemeente Uithoorn · geldt sinds 25 maart 2026

Aanhef

De raad van Uithoorn;

Gelezen het voorstel van het college van 5 maart 2026, nr. 2026-006179

gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet;

gelet op de Omgevingswet;

gelet op de ontwikkelagenda Participatie, de communicatievisie en de dienstverleningsvisie van de gemeente Uithoorn

gezien het advies van de VNG;

overwegende dat het van belang is lokale democratische processen door participatie van inwoners te verrijken, de samenwerking tussen gemeente en inwoners te versterken en helderheid te geven over de invulling van de participatieprocedure;

b e s l u i t:

de Verordening participatie Uithoorn 2026 vast te stellen.

Artikel 1. Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

-beleidsvoornemen: voornemen van een bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid;

-participatie: betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van gemeentelijk beleid;

Artikel 2. Onderwerp van participatie

1Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of participatie wordt toegepast.

2Participatie wordt altijd toegepast als de wet daartoe verplicht.

3Er is geen participatie mogelijk:

a.ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen;

b.als participatie bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten;

c.als sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;

d.inzake de vaststelling van de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet;

e.als de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat participatie niet kan worden afgewacht;

f.als het belang van participatie niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving.

Artikel 3.1 Procedure participatie

1Het bestuursorgaan stelt bij de start van elke participatieprocedure vast op welke manier participatie wordt toegepast en maakt dit besluit bekend op de voor die participatieprocedure geschikte wijze.

2Als participatie wordt toegepast, neemt het bestuursorgaan over in ieder geval de volgende onderwerpen een besluit, en legt dit vast in een participatienota:

a.doel van participatie;

b.beïnvloedingsruimte van participatie;

c.kaders voor participatie;

d.wijze waarop het bestuursorgaan over deze kaders vooraf communiceert;

e.wijze waarop en tijdvak waarin ingezetenen en belanghebbenden hun inbreng kunnen leveren;

f.wijze waarop democratische waarden in de participatieprocedure worden gewaarborgd;

g.begroting van de kosten.

Artikel. 3.2 Besluitvorming

Het bestuursorgaan maakt voorafgaand aan de start van het participatieproces bekend op welke wijze het zal omgaan met de uitkomsten van het participatieproces en op welke wijze de besluitvorming zal plaatsvinden en kiest daarbij in beginsel uit de volgende mogelijkheden:

1het bestuursorgaan neemt kennis van de uitkomsten van het participatietraject en zal nader afwegen of en in welke mate deze kunnen worden meegenomen in de besluitvorming;

2het bestuursorgaan beschouwt de adviezen en conclusies uit het participatietraject als belangrijk uitgangspunt bij besluitvorming;

3het bestuursorgaan neemt de adviezen en conclusies uit het participatietraject over mits deze passen binnen de vooraf vastgestelde inhoudelijke, financiële en procedurele kaders.

Artikel 4. Eindverslag participatie

1Ter afronding van de participatie maakt het bestuursorgaan een eindverslag op.

2Het eindverslag bevat in ieder geval:

a.een overzicht van de gevolgde participatieprocedure;

b.een weergave van de zienswijzen die tijdens de participatieprocedure mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht;

c.een reactie op deze zienswijzen, waarbij wordt aangegeven welke punten al dan niet worden overgenomen.

3Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze openbaar.

Artikel 5. Onderwerp van uitdaagrecht

1Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen gemeentelijke taken of hierop uitdaagrecht wordt toegepast.

2Overname van de uitvoering van de volgende taken is niet mogelijk:

a.als het een lopend uitvoeringstraject of ondergeschikte herzieningen daarvan betreft;

b.als het uitdaagrecht bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten;

c.als sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;

d.inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet;

e.als de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde uitkomt;

f.als de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat het benutten van het uitdaagrecht niet kan worden afgewacht;

g.als het belang van het uitdaagrecht niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving.

Artikel 6. Procedure uitdaagrecht

1Een verzoek met betrekking tot het uitdaagrecht wordt bij het bestuursorgaan ingediend en omvat in ieder geval de volgende onderdelen:

a.omschrijving van de gemeentelijke taak die de verzoeker wil overnemen;

b.uitleg waarom of hoe de verzoeker deze taak beter en goedkoper kan uitvoeren;

c.duidelijkheid over de betrokkenheid, kennis of ervaring van de verzoeker;

d.indicatie van het draagvlak onder belanghebbende ingezetenen;

e.indicatie van de kosten die aan de uitvoering van de taak verbonden zijn;

f.omschrijving van de manier waarop de verzoeker met de gemeente wil samenwerken of ondersteuning nodig heeft;

g.inzicht in hoe de kwaliteit en de uitvoering van de taak op de langere termijn kan worden gewaarborgd.

2Het bestuursorgaan beslist bij het indienen van de volledige aanvraag binnen 12 weken op het verzoek.

3Een vaste contactpersoon van de gemeente begeleidt de verzoekers tijdens het hele proces.

4Het bestuursorgaan maakt met de verzoekers afspraken over het proces, het resultaat, het budget en de looptijd.

Artikel 7. Weigeringsgronden

1Elk verzoek met betrekking tot het uitdaagrecht wordt vervolgens door het bestuursorgaan getoetst aan de volgende criteria:

a) er is voldoende maatschappelijk draagvlak voor de aanvraag;

b) ingezetenen en maatschappelijke initiatieven kunnen alleen taken van het bestuursorgaan op grond van de wet overnemen als zij zich organiseren in een rechtspersoon en een plan overleggen;

c) het plan dient tenminste door drie (3) ingezetenen te zijn ingediend;

d) in het plan staat beschreven welke resultaten worden beoogd en, op welke wijze de continuïteit is gegarandeerd;

e) het plan geeft aan hoe wordt voldaan aan de volgende kwaliteitseisen:

i) het initiatief heeft een maatschappelijke meerwaarde;

ii) de kosten voor uitvoering zijn bij voorkeur lager, maar in ieder geval niet hoger dan de oorspronkelijke kosten;

iii) de betrokken initiatiefnemers maken aannemelijk dat zij de prestatie kunnen leveren;

iv) de indieners zijn eraan gehouden het initiatief gedurende een afgesproken periode uit te voeren.

2Het college kan een aanvraag weigeren indien onvoldoende aannemelijk wordt gemaakt dat het initiatief voldoet aan de in het vorige lid genoemde criteria of indien de aanvraag zich richt op:

a) een beleidsterrein dat de gemeente heeft uitgezonderd van het uitdaagrecht;

b) een onderwerp dat overwegend het privébelang van de aanvrager dient.

Artikel 8.1 Indiening maatschappelijk initiatief

1Een maatschappelijk initiatief wordt bij het college ingediend.

2Het college kan besluiten een maatschappelijk initiatief te ondersteunen, indien deze naar het oordeel van het college past binnen het kader van het gemeentelijk beleid en bijdraagt aan de doelstellingen van het gemeentelijk beleid of anderszins een positieve maatschappelijke bijdrage levert aan de lokale samenleving.

Artikel 8.2 Verlening ondersteuning

1Indien het college besluit tot ondersteuning van het maatschappelijk initiatief, vermeldt het college in het besluit of de ondersteuning bestaat uit loslaten, stimuleren, faciliteren, samenwerken, regisseren of reguleren.

2Het college kan aan de ondersteuning vooraf de voorwaarde verbinden dat inwoners, bedrijven en andere direct belanghebbenden in voldoende mate bij het maatschappelijk initiatief worden betrokken.

3Het college benoemt een ambtenaar in de gemeente als aanspreekpunt voor maatschappelijke initiatieven. Uitgangspunt is een oplossingsgerichte en constructieve benadering van deze initiatieven en het bieden van helderheid over mogelijkheden en randvoorwaarden.

4Als het college besluit een maatschappelijk initiatief te ondersteunen, kan dat door middel van:

a.het (eventueel tijdelijk) ter beschikking stellen van ruimtes of huisvesting;

b.het beschikbaar stellen van een aanjaagbudget, subsidie of andere financiële middelen;

c.de inzet van ambtelijke expertise, netwerken of ondersteuning;

d.andere vormen van ondersteuning.

Artikel 8.3 Weigering ondersteuning

Het college kan weigeren een maatschappelijk initiatief te ondersteunen indien er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat:

1het initiatief doelstellingen beoogt die in strijd zijn met de wet of het algemeen belang;

2het een onderwerp betreft dat niet behoort tot de bevoegdheid van de gemeente of de uitvoering van besluiten van hogere bestuursorganen waaromtrent de gemeente geen beleidsvrijheid heeft;

3er sprake is van onvoldoende draagvlak voor het initiatief bij omwonenden, belanghebbenden of de betrokken inwoners;

4het initiatief naar het oordeel van burgemeester en wethouders op financiële, juridische of praktische gronden niet haalbaar is;

5het een onderwerp betreft waartegen een bezwaar- of beroepsprocedure in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht openstaat of onderwerpen waarover de burgerlijke rechter is gevraagd een oordeel uit te spreken;

6het een onderwerp betreft dat overwegend het privébelang van de indiener dient.

Artikel 8.4 Bekendmaking

Het gemeentelijk aanspreekpunt informeert de initiatiefnemers van het maatschappelijk initiatief over het besluit van het college om wel of niet ondersteuning te verlenen.

Artikel 9. Omgevingsplan en omgevingsvergunning

1Het college stelt voor inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden een “handreiking participatie voor initiatieven Omgevingswet” op voor participatie bij initiatieven die effect hebben op de fysieke leefomgeving.

2De gemeente volgt de principes van de “handreiking participatie voor initiatieven Omgevingswet” en de participatienota (art.3:1) bij de toepassing van instrumenten uit de Omgevingswet:

a.de omgevingsvisie,

b.het programma,

c.het omgevingsplan en wijzigingen daarvan, wanneer dit nodig is om een door de gemeente geïnitieerde ontwikkeling mogelijk te maken, en

d.de omgevingsvergunning, wanneer deze nodig is voor een door de gemeente geïnitieerde ontwikkeling.

3Voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor het college bevoegd gezag is, stelt de gemeenteraad een lijst vast met categorieën van gevallen waarvoor participatie verplicht is.

Artikel 10. Evaluatie en monitoring

1De uitvoering van deze verordening wordt na twee jaar geëvalueerd. Burgemeester en wethouders zenden hiertoe twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening aan de raad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk.

2Ten behoeve van de evaluatie verzamelen burgemeester en wethouders systematisch informatie over:

a.Het aantal afgeronde participatietrajecten en de onderwerpen die het betroffen;

b.De belangrijkste lessen en geleerde ervaringen;

c.Het resultaat van de participatie;

d.De kosten.

Artikel 11. Intrekking oude regeling

De Verordening participatie Uithoorn 2024 wordt ingetrokken bij inwerkingtreding van de verordening participatie 2026.

Artikel 12. Inwerkingtreding en citeertitel

1Deze verordening treedt in werking op de dag na die van bekendmaking.

2Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening participatie Uithoorn 2026.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.