Gemeentelijke regelgeving

Verordening marktgelden Uithoorn 2026

Gemeente Uithoorn · geldt sinds 1 januari 2026

Aanhef

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4 november 2025, nr. 2025-096839;

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onder a en b van de Gemeentewet;

B E S L U I T vast te stellen de:

VERORDENING MARKTGELDEN UITHOORN 2026

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a.het marktterrein : het terrein als bedoeld in de marktverordening;

b.de dagplaats : een standplaats, die per marktdag beschikbaar wordt gesteld;

c.de vaste plaats : een standplaats, die per maand, kwartaal of kalenderjaar beschikbaar wordt gesteld;

d.maand : een kalendermaand

e.kwartaal : een kalenderkwartaal

f.jaar : een kalenderjaar

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam marktgeld wordt een belasting geheven voor het gebruik van het marktterrein.

Artikel 3 Belastingplicht

Het marktgeld wordt geheven van degene aan wie op het marktterrein een standplaats is toegewezen.

Artikel 4 Tarief

1Het marktgeld bedraagt voor het innemen van een:

a.dagplaats: voor elke langs de wegzijde gemeten strekkende meter € 2,45;

b.vaste plaats: voor elke langs de wegzijde gemeten strekkende meter:

I. € 9,55 per maand;

II. € 26,55 per kwartaal;

III. € 95,95 per kalenderjaar.

2Bij de heffing van het marktgeld wordt een gedeelte van een eenheid van tijd of afmeting, voor een geheel gerekend.

Artikel 5 Wijze van heffing

Het marktgeld wordt geheven bij wege van aanslag dan wel bij wege van een mondelinge of overige gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur.

Artikel 6 Termijnen van betaling

Het marktgeld moet worden betaald:

1Ingeval het marktgeld wordt geheven bij wege van aanslag moeten de aanslagen, in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 in twee gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

2De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijnen.

3Ingeval het marktgeld wordt geheven via een mondelinge kennisgeving op het moment van het doen van de kennisgeving;

4Ingeval de kennisgeving schriftelijk wordt gedaan op het moment van uitreiken van de kennisgeving.

5Ingeval de kennisgeving wordt toegezonden binnen zeven dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

Artikel 7 Teruggaaf

Indien de belastingplichtige door omstandigheden, onafhankelijk van zijn wil, geen gebruik kan maken van een standplaats, waarvoor het marktgeld voor ten minste een kalendermaand is voldaan, wordt het voor het tijdvak, waarin de standplaats niet is gebruikt, betaalde marktgeld naar tijdsduur gerestitueerd, met dien verstande dat bij het bepalen van dat tijdvak uitsluitend volle kalendermaanden in aanmerking worden genomen.

Artikel 8 Kwijtschelding

Bij de invordering van het marktgeld wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 9 Inwerkingtreding

1De “Verordening marktgelden 2025” wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan.

2Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking, met dien verstande dat indien de bekendmaking vóór 1 januari 2024 plaatsvindt, de verordening niet eerder in werking treed dan de in het derde lid genoemde datum.

3De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

4Deze verordening kan worden aangehaald als de “Verordening marktgelden Uithoorn 2026”.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.