Gemeentelijke regelgeving

Groenbeleid gemeente Uithoorn

Gemeente Uithoorn · geldt sinds 28 november 2025

Aanhef

Het college besluit:

1Het groenbeleidsplan gemeente Uithoorn vast te stellen

2Het collegebesluit van 22 april 2025 met het voorstel, het groenbeleidsplan vast te laten stellen door de raad, in te trekken.

VOORWOORD

Een groene omgeving is belangrijk voor ons welzijn en onze gezondheid. Verschillende bomen, planten en grassen zorgen voor schaduw en koelte in warme periodes, helpen om de luchtkwaliteit te verbeteren en dragen bij aan het behouden en versterken van de biodiversiteit. Daarnaast zorgen groene gebieden, zoals parken en wandelgebieden, ervoor dat we elkaar kunnen ontmoeten, wat bijdraagt aan sociale contacten.

Als wethouder vind ik het daarom belangrijk dat er goed nagedacht wordt over de keuzes die we maken voor het inrichten en onderhouden van de openbare ruimte. Waar vroeger het groen in de buitenruimte vooral ingericht werd met wat mooi werd gevonden, wordt nu veel meer gekeken naar hoe deze ruimte gebruikt wordt en wat hiervoor nodig is.

Hierdoor kan het straks zijn dat in verschillende wijken en buurten andere keuzes gemaakt worden over hoe het groen aangelegd en onderhouden wordt. Zo kan het voorkomen dat in de ene buurt meer rekening gehouden wordt met de opvang van water, terwijl in een andere buurt recreatie en ontmoeting centraal staan.

Uiteindelijk werken we toe naar een stevige groene structuur die toekomstbestendig ingericht is en onderhouden wordt. Door meer aandacht te hebben voor groen en natuur in onze gemeente willen we inwoners inspireren om jun eigen tuin en omgeving (verder) te vergroenen.

Ik nodig u van harte uit om met ons aan de slag te gaan voor een mooi, (bio)divers en klimaatadaptief Uithoorn!

Met groene groet,

Ferry Hoekstra

Wethouder Woonomgeving

SAMENVATTING

Aanleiding en proces

Gemeente Uithoorn hecht waarde aan een groene, gezonde en klimaatbestendige leefomgeving. Dit groenbeleid biedt een visie en strategie voor het behoud, de ontwikkeling en het beheer van het gemeentelijk groen. Het plan is tot stand gekomen door een zorgvuldig proces van evaluatie, interne- en externe afstemming en inwonersparticipatie.

Visie en doelstellingen

Het groenbeleid van Uithoorn richt zich op het versterken van de biodiversiteit, het verbeteren van de leefbaarheid, en het inzetten van groen als oplossing voor klimaatuitdagingen.

Het hoofddoel is:

Het openbaar groen en het groenblauw netwerk worden toekomstbestendig versterkt en ontwikkeld voor een aantrekkelijke, gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. Hiermee krijgt groen een gelijkwaardige benadering in de afweging om te komen tot een waardevolle inrichting van de openbare ruimte.

Dit betekent dat het openbaar groen bijdraagt aan:

•Gezondheid en sociale cohesie: Groen moet bijdragen aan een gezonde leefomgeving, waar recreatie en ontmoeting centraal staan.

•Klimaatadaptatie: Door het vergroten van groen en de aanleg van water infiltrerende maatregelen, zoals wadi’s, wordt ingespeeld op hitte, droogte en wateroverlast.

•Veiligheid: Het beleid richt zich op het voorkomen van risico’s door bijvoorbeeld adequaat onderhoud, snoei en handhaving van de bomen.

•Biodiversiteit: Door te kiezen voor inheemse en gebiedseigen beplanting wordt een divers ecosysteem gestimuleerd dat weerbaar is tegen ziekten en plagen.

•Esthetiek: Een aantrekkelijk ingericht groen draagt bij aan de leefbaarheid en het culturele erfgoed van de gemeente.

Uitgangspunten en maatregelen

Het beleid is gebaseerd op duidelijke uitgangspunten die voortkomen uit de waarden hierboven. Deze uitgangspunten geven richting aan concrete maatregelen op drie niveaus:

1Beheer en onderhoud: Richtlijnen voor afspraken met groenaannemers en toepassing van ecologische beheerprincipes, bijvoorbeeld door gebruik van biologisch zaai- en plantgoed en het hanteren van de Kleurkeur-richtlijnen.

2(Her)ontwikkelingen: Bij nieuwbouw- en herinrichtingsprojecten wordt groen integraal meegenomen in de ontwerp- en beheerplannen, zodat nieuw groen wordt toegevoegd of bestaand groen behouden blijft.

3Acties en monitoring: Concrete acties worden uitgevoerd, zoals het opstellen van een communicatieplan, het verder ontwikkelen van de digitale groenstructuurkaart en het monitoren van het bomenbestand met de 10-20-30 regel en het toevoegen van boomklassen. Ook wordt er onderzoek gedaan naar de opname van een landelijke groennorm in de gemeentelijke regelgeving.

Wilt u meer weten? In de leeswijzer zijn de verschillende onderdelen en waar u deze kunt vinden uitgebreid toegelicht.

3. DOELSTELLING EN WAARDEN

3.2. Waarden

3.2.1. Gezondheid en sociale cohesie

Groen levert een bijdrage aan de gezondheid en sociale cohesie binnen de gemeente. Groen in de openbare ruimte speelt een belangrijke rol bij de fysieke en mentale gezondheid van bewoners. Daarnaast kan groen in de openbare ruimte uitnodigend zijn voor mensen om samen te komen. Binnen deze waarde sluiten we aan bij verschillende speerpunten onder de maatschappelijke thema’s Gezondheid en Sociale cohesie in de IBOR.

In de IBOR is bijvoorbeeld opgenomen dat er beplanting aanwezig is in de nabijheid van bewoners en dat er voldoende grote en kleine (groen)gebieden zijn om te kunnen recreëren en ontspannen. Daarnaast functioneert de openbare ruimte als een ontmoetingsplaats. De openbare ruimte rondom de woning moet zo aantrekkelijk zijn dat bewoners worden uitgenodigd om hun huis uit te komen, naar buiten te gaan en leent zich ervoor om samen te komen, elkaar te ontmoeten en iets te ondernemen. Tot slot heeft het openbaar groen een dempende functie voor geluid.

3.2.2. Klimaatadaptatie

Door klimaatverandering ontstaat er een grotere kans op wateroverlast, droogte en hitte. Het natuurlijke systeem kan bijdragen aan het klimaatbestendig maken van de gemeente. Het openbaar groen is onderdeel van dit systeem.

Bomen kunnen, mits ze voldoende kroonoppervlak hebben, voor schaduw zorgen. Beplanting en kruidenrijk gras zorgen voor het dempen van de straling van de zon. Door het aanleggen van wadi’s (waterafvoer, drainage en infiltratie) kan de functie van openbaar groen en klimaatadaptatie gecombineerd worden. Groen heeft in perioden van droogte ook een watervraag. Hier moet bij de keuze van boomsoorten of groentypen rekening mee worden gehouden.

3.2.3. Veiligheid

Voor inwoners is het belangrijk dat het groen niet leidt tot gevaarlijke situaties en dat veiligheid niet in het gedrang komt. Zo is het bijvoorbeeld van belang dat zichtlijnen bij kruispunten en rotondes vrijgehouden worden en dode takken, die een risico kunnen vormen, uit bomen worden verwijderd. Bij het toepassen van beplantingen wordt rekening gehouden met de veiligheid van mens en dier. Routes zijn veilig, voldoende verlicht, herkenbaar en overzichtelijk voor alle categorieën gebruikers.

3.2.4. Biodiversiteit

Biodiversiteit is de diversiteit van plant- en diersoorten in een gebied. De diversiteit aan planten en dieren staat wereldwijd, in Nederland en met name in de stedelijke omgeving onder druk. Het openbaar groen kan zo worden beheerd en ingericht dat het de biodiversiteit ten goede komt.

Het is bijvoorbeeld van belang dat er plant- en boomsoorten worden gekozen die zoveel mogelijk gebiedseigen en inheems

2Zie bijvoorbeeld: Welke bomen en planten zijn inheems? - IVN, Bomentabel.nl – Nuttige bomen met positieve effecten op ons ecosysteem of Lijst van inheemse bomen en struiken in de Benelux - Wikipedia.

zijn. Dit zorgt ervoor dat de insecten en dieren er gebruik van kunnen maken. Daarnaast kan het toepassen van verschillende soorten bomen ervoor zorgen dat in het geval van een boomziekte niet alle bomen in een laan sterven, of dat de eikenprocessierups niet in een hele wijk overlast kan geven.

3.2.5. Esthetiek

Het openbaar groen dient ook een esthetische waarde. Van de vijf waarden die opgenomen zijn in dit groenbeleid is esthetiek de enige die niet omschreven is in de IBOR. Deze waarde is aan dit beleid toegevoegd omdat inwoners het belangrijk vinden dat het groen in hun leefomgeving aantrekkelijk is ingericht. Wat mooi of aantrekkelijk wordt gevonden, is voor iedereen verschillend.

Het is voor de gemeente en de regio van belang dat de esthetische waarde ook onderdeel uitmaakt van het beeld dat in de lokale culturele en landschappelijke context past. Tot slot is het van belang cultuurhistorisch groen in de gemeente, evenals in het erfgoed, te behouden en te beschermen.

Bijlage I – Toelichting groenelementen

Groenelement

Omschrijving

Bomen en boomspiegels

Bomen en het omliggende gebied rondom de stam (boomspiegel). Bomen kunnen in verschillende groenelementen of verhardingen staan. Bijvoorbeeld, in een berm, gazon, in plantvakken, plantenbakken of in verharding.

Bermen, (kruidenrijk) gras en gazons

Stroken gras of kruiden langs wegen en woonwijken. Bermen kunnen variëren in breedte en bevatten soms extra beplanting zoals bomen. Gazons worden intensief beheerd, kruidenrijk gras wordt minder intensief beheerd (extensief). Gras kan meerdere functies hebben en bijvoorbeeld ook als trapveldje of evenementenlocatie dienen.

Bosplantsoen

Bosplantsoen is een element wat bestaat uit een combinatie van boomvormende en struikvormende planten.

Hagen

Struiken en andere houtachtige planten die grenzen markeren of als beschutting dienen. Hagen zijn vaak een lijnvormig element.

Heesters

Planten die houtachtige stelen ontwikkelen worden heesters genoemd. Anders dan een boom hebben heesters geen duidelijke stam, maar komen de meeste soorten met meerdere takken uit de grond.

Vaste planten

Meerjarige planten, in sommige gevallen worden bodembedekkende soorten toegepast.

(Natuurlijke) oevers

Rietvegetatie of natuurvriendelijke oevers. De watergangen zijn geen onderdeel van dit beleid, maar zijn wel onderdeel van de groenblauwe structuur van de gemeente. De oevers vallen wel onder het groenbeleid.

Plantenbakken

Mobiele of vaste bakken gevuld met planten, vaak toegepast in stedelijke gebieden om groen toe te voegen op beperkte ruimte. Plantenbakken hebben vaak een esthetische functie.

Bloembollen

Mengsels van plantsoorten die uit een bloembol groeien. Deze soorten worden vaak aan gras, plantenbakken of plantvakken toegevoegd als esthetisch element.

Wadi’s en swales

Wadi’s zijn greppels (bermen) of verdiept aangelegde gebieden voor regenwaterinfiltratie. Swale’s zijn laaggelegen zones die kunnen worden gebruikt voor vertraagde waterafvoer. De primaire functie is waterberging, maar de elementen zijn ook beplant en vergen een andere aanpak in aanleg en beheer.

Groen parkeren

Parkeerplaatsen met halfverharding waar gras of kruiden in zijn gezaaid. Water kan hier beter in infiltreren dan in volledig verharde parkeerplaatsen.

Bijlage III – Groene gebieden en parken

De onderstaande locaties zijn parken en andere groene gebieden waarin kan worden gerecreëerd. Deze locaties kunnen ook worden gezien als stapstenen voor de flora en fauna.

Algemene begraafplaats Uithoorn

Het groen op de algemene begraafplaats wordt door de gemeente beheerd.

Egeltjesbos

Het egeltjesbos is in 2007 aangelegd op een voormalige akker. De naam van het bos is een knipoog naar het libellebos en heeft niets te maken met de hoeveelheid egels die er aanwezig zijn. Het is een waterberging en het water wordt deels door het waterschap onderhouden.

Fort aan de Drecht

Dit fort is onderdeel van de stelling van Amsterdam en UNESCO werelderfgoed. Het Drechtfort wordt beheerd door Landschap Noord Holland.

Park groen rode scheg

Dit is een park nabij winkelcentrum Zijdelwaard. Het is een recreatiepark en heeft verschillende speeltoestellen en sportattributen.

Helofytenfilter

De groenstrook in Meerwijk en het voormalig helofytenfilter.

Legmeer bos

Het park is een initiatief van inwoners van de gemeente om dicht bij huis te genieten van natuur en zo de leefbaarheid in hun omgeving te vergroten. De aanleg van het Legmeerbos is onderdeel van de groenstructuur tussen de Westeinderscheg en de Amstel.

Libellebos

Het Libellebos (ook wel De Biezenwaard genoemd) ligt tussen het bedrijventerrein en de wijk Zijdelwaard. Het park is ongeveer 20 ha groot. Het park wordt op een natuurvriendelijke wijze beheerd: de natuur kan zoveel mogelijk zijn gang gaan. Met dit beheer probeert de gemeente ruimte te creëren voor diverse soorten planten en dieren.

Tuin van Bram de Groote

De tuin aan de Boterdijk is genoemd naar de laatste bewoner, Bram de Groote. Hij ontwierp de tuin oorspronkelijk als een Engelse landschapstuin. In de loop der tijd veranderde het in een heemtuin met inheemse plantensoorten. De bijzondere bomen staan er nog steeds. Het gebied wordt beheerd door Landschap Noord-Holland.

Natuurgebied Uithoorn (Zijdelmeer en Zijdelse zomp)

Het Zijdelmeer met de Zijdelse zomp aan de Noordoever. Samen met Tuin van Bram de Groote en Fort aan de Drecht wordt dit aangeduid als Natuurgebied Uithoorn. De Zijdelse zomp en de Tuin van Bram de Groot en het groen rond Fort aan de Drecht zijn in beheer van Landschap Noord Holland. Het Zijdelmeer is in beheer van de gemeente.

Bijlage IV – Overlast van bomen

Onderstaand is een overzicht opgenomen van de meest voorkomende soorten overlast bij bomen. Er wordt in cursief aangegeven of de gemeente maatregelen neemt en onder welke voorwaarden dit gebeurt.

Schaduwwerking / Zichtbelemmering.

Bomen zorgen voor schaduw, wat door sommigen als prettig en door anderen als hinderlijk wordt ervaren.

De gemeente neemt in principe geen maatregelen tegen schaduwwerking, tenzij er sprake is van zware hinder. Het is aan de bewoner om zware hinder aan te tonen.

Blad- en bloesem en vruchtval

Dit is een natuurlijk verschijnsel dat tijdelijk is. Het kan echter verstopping van dakgoten en gladheid veroorzaken. Bewoners kunnen roosters in dakgoten plaatsen om verstopping te voorkomen en bladeren bij elkaar vegen voor ophalen door de gemeente.

De gemeente ruimt bladeren in de openbare ruimte op in de herfst en winter. Blad op in plantsoenen of op locaties waar dit tot humus kan vormen laat de gemeente liggen. Indien er sprake is van zware en buitenproportionele overlast moet de gemeente maatregelen treffen. De zwaarte van de hinder moet door de inwoner worden aangetoond.

Zonnepanelen

Bomen kunnen schaduw werpen op zonnepanelen, wat hun effectiviteit vermindert. Gemeenten worden zelden aansprakelijk gesteld voor hinder door bomen die zonlicht blokkeren. Inwoners moeten zelf beoordelen of hun dak en de lichtinval hierop geschikt is voor zonnepanelen.

De gemeente neemt geen maatregelen om bomen te verwijderen of te snoeien voor zonnepanelen.

Allergiemeldingen

Pollen van bomen kunnen allergieën veroorzaken, vooral in het voorjaar. Het kappen van bomen vanwege allergieën is geen reële oplossing en heeft nadelige gevolgen voor de natuur. Bewoners kunnen anti-pollen raamhorren plaatsen en medicijnen gebruiken tegen hooikoorts.

De gemeente neemt geen maatregelen tegen allergiemeldingen.

Boomwortels

Boomwortels kunnen schade veroorzaken aan verhardingen, kabels, leidingen, funderingen en rioleringen. Bewoners hebben het recht om doorschietende wortels op eigen erf te kappen, mits dit niet leidt tot het omvallen of afsterven van de boom. (Artikel 44 Burgerlijk Wetboek Boek 5)

De gemeente zoekt samen met bewoners naar oplossingen, zoals het vergroten van de boomspiegel of het plaatsen van wortelschermen.

Overhangende takken

Takken van gemeentebomen kunnen over perceelgrenzen hangen en overlast veroorzaken. Bewoners mogen overhangende takken verwijderen na schriftelijke melding, mits dit de boom niet onherstelbaar beschadigt of de habitus wordt aangetast. (Artikel 44, wetten.nl - Regeling - Burgerlijk Wetboek Boek 5 - BWBR0005288)

Indien het over een boom van de gemeente gaat, die overlast geeft op particulier terrein kan de gemeente de boom komen snoeien. Overhang vanaf particulier terrein naar de openbare ruimte wordt door de gemeente gesnoeid wanneer hier overlast van wordt ervaren.

Druipende bomen

Luizen in bomen kunnen honingdauw produceren, wat voor plak zorgt. Maatregelen tegen honingdauw worden zelden als noodzakelijk beschouwd.

De gemeente onderneemt geen actie bij overlast door druipende bomen.

Bijlage V - Boomklassen

Onderstaand een overzicht van de boomklassen en bijbehorende beleidsregels. De boomklassen en uitgangspunten zijn overgenomen uit de werkwijze van Norminstituut Bomen. In de tabel is een overzicht van de klassen opgenomen.

De boomklasse wordt per boom bepaald en opgenomen in het beheersysteem. De toelichtingen onder de volgende paragrafen zijn ter indicatie. De klasse wordt bepaald door de afdeling groenbeheer of indien nodig een boomdeskundige.

Bij ontwikkelingen wordt een voorkeursvolgorde gebruikt. Indien stap 1 niet mogelijk is wordt stap 2 onderzocht en verder:

1Boom in ontwikkeling inpassen

2Verplantingslocatie binnen plangebied

3Vervanging, compensatie binnen plangebied

4Vervanging, compensatie buiten plangebied

5Bijdrage in bomencompensatiefonds

Tabel 3: Overzicht van de beleidsklassen voor bomen. De beleidsklassen zijn volgens de methode van het norminstituut bomen.

Beleidsklassen

Beoogde omloop (j)

Bij ontwikkelingen

Minimale groeiplaats (m3)

Optimale groeiplaats (m3)

I: (toekomstig) Monumentale boom

80-120

1

n.v.t.

40

II: Boom in groenstructuur of laan

60

1-3

n.v.t.

30

III: Reguliere boom

40

1-5

15

20

IV: Boom verkorte omloop

20

1-5

5

10

V: Parkboom

80-120

1

Open grond

Open grond

VI: Bomen in bosplantsoen & tiny forests

60

1-5

Open grond

Open grond

I: (toekomstig) Monumentale boom

Beschermwaardige bomen met een monumentale status, inclusief toekomstig monumentale bomen. Dit zijn bijvoorbeeld gedenkbomen die worden aangeplant met de intentie dat deze tot monumentale boom uitgroeien. Alle bomen met monumentale status zijn opgenomen op de lijst monumentale bomen. De beoogde omloop is 80-120 jaar.

Bij ontwikkelingen

1Boom in ontwikkeling inpassen

Alleen vervangen indien

•Er sprake is van zwaarwegend maatschappelijk belang dat opweegt tegen het duurzaam behoud van de monumentale boom.

•Er sprake is van onafwendbaar gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang in het kader van openbare orde en veiligheid.

•Naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade.

Beoordeling verzoek graafwerkzaamheden

•Werken binnen de kwetsbare boomzone is niet toegestaan tenzij er vooraf een Boom Effect Analyse (BEA) is uitgevoerd en er een goedgekeurd werkplan conform deze Boom Effect Analyse is.

•Werkzaamheden worden onder toezicht en begeleiding van een European Tree Technician.

II: Boom in groenstructuur of laan

Bomen in de groenstructuur of grotere laanstructuren met name langs hoofd- en wijkontsluitingswegen. Bomen in groengebieden met een functie voor wijk of kern, landschappelijk beplantingen rond bedrijventerreinen etc. In sommige gevallen bomen in centrumgebieden of andere publiek belangrijke plaatsen zoals begraafplaatsen en parken, waaronder ook leibomen. De beoogde omloop is 60 jaar.

Bij ontwikkelingen

Voorkeursvolgorde bij ontwikkelingen:

1Boom in ontwikkeling inpassen

2Verplantingslocatie binnen plangebied

3Vervanging, compensatie binnen plangebied

Alleen vervangen indien

•Er sprake is van zwaarwegend maatschappelijk belang dat opweegt tegen het duurzaam behoud van de boom.

•Er sprake is van onafwendbaar gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang in het kader van openbare orde en veiligheid.

•Naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade.

•Uit een boom effect analyse blijkt dat dat de boom niet inpasbaar is waarbij instandhouding (>10 jaar) niet mogelijk is, ook niet met extra (beschermende) maatregelen voor de groeiplaats.

•Er sprake is van bovenmatige vormen van hinder of overlast.

Beoordeling verzoek graafwerkzaamheden

•Werken binnen de kwetsbare boomzone is niet toegestaan tenzij er vooraf een Boom Effect Analyse is uitgevoerd en er een goedgekeurd werkplan conform deze Boom Effect Analyse is.

•Werkzaamheden worden onder toezicht en begeleiding van een European Tree Technician.

III: Reguliere boom

Verspreide bomen veelal in de woonwijken en op industrieterreinen en grotere groenobjecten in wijken en op industrieterreinen. Ook verspreide bomen in plantsoenen, op meer centrale locaties in een wijk vallen binnen deze klasse. Bomen in het buitengebied voor zover ze geen onderdeel uitmaken van grotere laanstructuren een prominente landschappelijke functie of een monumentale status hebben. Beoogde omlooptijd 40 jaar.

Bij ontwikkelingen

Voorkeursvolgorde bij ontwikkelingen:

1Boom in ontwikkeling inpassen

2Verplantingslocatie binnen plangebied

3Vervanging, compensatie binnen plangebied

4Vervanging, compensatie buiten plangebied

5Bijdrage in bomencompensatiefonds

Alleen vervangen indien

•Er sprake is van zwaarwegend maatschappelijk belang dat opweegt tegen het duurzaam behoud van de beschermde houtopstand.

•Er sprake is van onafwendbaar gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang in het kader van openbare orde en veiligheid.

•Naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade.

•Uit reguliere BVC inspectie blijkt dat de conditie gelijk of lager is dan score ‘onvoldoende’ en/of de levensverwachting van de boom gelijk of lager is dan 5-10 jaar.

•Uit een boom effect analyse blijkt dat dat de boom niet inpasbaar is waarbij instandhouding (>15 jaar) niet mogelijk is, ook niet met extra (beschermende) maatregelen voor de groeiplaats.

•Er sprake is van bovenmatige vormen van hinder of overlast.

Beoordeling verzoek graafwerkzaamheden

Werken binnen kwetsbare boomzone mag als er vooraf een goedgekeurd werkplan conform de richtlijnen uit het Handboek Bomen is.

IV: Boom verkorte omloop

Bomen zonder specifieke status; denk hierbij aan bomen met een verkorte omloop (<20 jaar), kleine bomen. Deze bomen zijn vaak eenvoudig vervangbaar door herplant. Deze bomen dragen over het algemeen minder bij aan klimaatadaptatie, (bodem)biodiversiteit en de waarde van de leefomgeving. Veelal kleinere bomen als aankleding van een specifieke locatie zoals een parkeerplaats of op locaties waar rioleringswerkzaamheden kunnen plaatsvinden.

Bij ontwikkelingen

Voorkeursvolgorde bij ontwikkelingen:

1Boom in ontwikkeling inpassen

2Verplantingslocatie binnen plangebied

3Vervanging, compensatie binnen plangebied

4Vervanging, compensatie buiten plangebied

5Bijdrage in bomencompensatiefonds

Alleen vervangen indien

•Er sprake is van zwaarwegend maatschappelijk belang dat opweegt tegen het duurzaam behoud van de beschermde houtopstand.

•Er sprake is van onafwendbaar gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang in het kader van openbare orde en veiligheid.

•Naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade.

•Uit reguliere BVC inspectie blijkt dat de conditie gelijk of lager is dan score ‘onvoldoende’ en/of de levensverwachting van de boom gelijk of lager is dan 10 jaar.

•De boom niet inpasbaar is in de nieuwe situatie en/of de realisatie daarvan;

•Er sprake is van bovenmatige vormen van hinder of overlast.

Beoordeling verzoek graafwerkzaamheden

Werken binnen kwetsbare boomzone mag, tot aan de minimale graafafstand (op basis van stamdiameter).

V: Parkboom

Bomen in parken met voldoende groeiruimte en een lange omlooptijd. De beoogde omloop is 60-80 jaar.

Bij ontwikkelingen

1Boom in ontwikkeling inpassen

Alleen vervangen indien

•Er sprake is van zwaarwegend maatschappelijk belang dat opweegt tegen het duurzaam behoud van de boom.

•Er sprake is van onafwendbaar gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang in het kader van openbare orde en veiligheid.

•Naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade.

Beoordeling verzoek graafwerkzaamheden

•Werken binnen de kwetsbare boomzone is niet toegestaan tenzij er vooraf een Boom Effect Analyse (BEA) is uitgevoerd en er een goedgekeurd werkplan conform deze Boom Effect Analyse is.

•Werkzaamheden worden onder toezicht en begeleiding van een European Tree Technician.

VI: Bomen in bosplantsoen & tiny forests

Dit zijn bomen die in een bosplantsoen staan. Bosplantsoen bestaat uit een combinatie van boomvormende en struikvormende planten. Het kan hier ook gaan om bomen die niet zijn aangeplant maar hier van nature zijn gegroeid en groot genoeg zijn om in het bomenbestand op te nemen. Een tiny forest is een klein bosje met uitsluitend inheemse soorten van ongeveer 250m².

Bij ontwikkelingen

Voorkeursvolgorde bij ontwikkelingen:

1Boom in ontwikkeling inpassen

2Verplantingslocatie binnen plangebied

3Vervanging, compensatie binnen plangebied

4Vervanging, compensatie buiten plangebied

5Bijdrage in bomencompensatiefonds

Alleen vervangen indien

•Er sprake is van zwaarwegend maatschappelijk belang dat opweegt tegen het duurzaam behoud van de beschermde houtopstand.

•Er sprake is van onafwendbaar gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang in het kader van openbare orde en veiligheid.

•Naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade.

•Uit reguliere BVC inspectie blijkt dat de conditie gelijk of lager is dan score ‘onvoldoende’ en/of de levensverwachting van de boom gelijk of lager is dan 5-10 jaar.

•Uit een boom effect analyse blijkt dat dat de boom niet inpasbaar is waarbij instandhouding (>15 jaar) niet mogelijk is, ook niet met extra (beschermende) maatregelen voor de groeiplaats.

•Er sprake is van bovenmatige vormen van hinder of overlast.

Beoordeling verzoek graafwerkzaamheden

Werken binnen kwetsbare boomzone mag als er vooraf een goedgekeurd werkplan conform de richtlijnen uit het Handboek Bomen is.

Bijlage VI - Criteria monumentale boom (klasse I)

De criteria waaraan een boom moet voldoen, om de kwalificatie 'Klasse I: Monumentale boom' te krijgen zijn als volgt. De boom moet voldoen aan beide basisvoorwaarden:

•De (geschatte) leeftijd is minimaal 60 jaar (dit geldt niet voor toekomstig monumentale bomen zoals gedenkbomen, daarvoor geldt geen minimale leeftijd).

•Minimale levensverwachting na plaatsing op de lijst van 10 jaar (in het meest recente BVC heeft de boom een redelijke of goede conditie).

De boom moet voldoen aan tenminste één van de specifieke voorwaarden:

1Met betrekking tot de ruimtelijke betekenis:

a.De boom is medebepalend voor het karakter van de omgeving.

b.De boom is onderdeel van een onderdeel van een geheel intact zijnde boomgroep of uniforme laanbeplanting die een karakteristieke structuur in stad of landschap zichtbaar maakt.

c.De boom is een herkenningspunt/oriëntatiepunt.

2Met betrekking tot de monumentale waarde

a.De boom is van een in gemeente Uithoorn zeldzame soort, type of leeftijdsklasse.

b.De boom vormt onderdeel van een monumentale omgeving of van een cultuurhistorisch waardevol object.

c.De boom is een gedenkboom ter gelegenheid van een belangrijke maatschappelijke gebeurtenis.

3Met betrekking tot de ecologische betekenis

a.De boom vormt een schakel in de keten van ecologische infrastructuur vormende elementen of neemt in een totaal versteend gebied een positie in die in de ecologische infrastructuur de functie van 'stepping stone' kan vervullen.

b.De boom wordt door een beschermde diersoort gebuikt als vaste rustplaats of broedplaats.

4Overige voorwaarden

a.De boom heeft dendrologische waarde (het belang als genenreservoir van de betreffende soort, type).

b.De boom is bijzonder door uitzonderlijke hoogte, dikte of snoeiwijze.

Een boom die op de waardevolle bomenlijst staat en voldoet aan de volgende criteria gaat van de waardevolle bomenlijst af:

•Levensverwachting boom is minder dan 5 jaar.

•Aantasting door ziekte, zodanig dat de boom op korte termijn (binnen dan 5 jaar) gevaarlijk voor de omgeving wordt dan wel dood gaat.

•Indien uit BVC controle blijkt dat de boom in onomkeerbaar slechte conditie is.

Bijlage VII – Aanvullende beleidscontext en gebiedspartners

In de onderstaande paragrafen wordt een overzicht gegeven van de aanvullende beleidscontext van H2.2. Deze stukken zijn soms al vervallen of overlappen nog één jaar. Daarnaast zijn er een aantal stukken die relevant zijn in de gemeentelijke of regionale context. Deze stukken zijn wel gebruikt bij de totstandkoming van het beleid. Daarnaast worden hier relevante gebiedspartners van de gemeente Uithoorn beschreven.

Beleidscontext

Bomenbeleidsplan 2014 - 2021

Het bomenbeleidsplan is eind 2021 te komen vervallen met de vaststelling van dit Beheerplan Openbaar Groen. Dit beleid had als doel om het groene karakter van de gemeente Uithoorn te behouden, de waardering voor bomen te vergroten, de gewenste ontwikkelingen te weergeven en een duidelijk kader voor kapbeleid op te stellen. De uitgangspunten uit het plan zijn ongewijzigd verwerkt in het Beheerplan Openbaar Groen Uithoorn 2021-2025, de LIOR en in het IBOR.

Beheerplan openbaar groen 2021-2025

Het Beheerplan openbaar groen Uithoorn 2021-2025 beschrijft hoe het effectgestuurde beheer van alle groenvoorzieningen in de gemeente Uithoorn gebeurt. Het beheer is effectgestuurd op basis van analyses en beoordelingen van deze voorzieningen. Het plan bepaalt de meest passende onderhoudsmaatregelen om bij te dragen aan de maatschappelijke effecten zoals beschreven in het IBOR. Het omvat concrete doelen, beheermaatregelen en de bijbehorende kosten, met als doel het realiseren van een optimaal, geïntegreerd en transparant beheer van het openbaar groen.

Het Beheerplan Openbaar Groen is een operationele uitwerking van het groenbeleid, waarin de strategieën en doelstellingen uit het groenbeleid en het IBOR concreet worden vertaald in beheermaatregelen.

College Uitvoerings Programma 2022-2026

In het College-uitvoeringsprogramma 2022-2026 - Gemeente Uithoorn worden per thema de ambities en acties besproken voor vier jaar. Hierin wordt binnen het thema Wonen & Werken de nadruk gelegd op een goede balans tussen verstedelijking en groen. De ambitie is om groen, blauw en duurzaam te omarmen. Er is aandacht voor het behouden en versterken van groen in Uithoorn met als specifiek actiepunt het realiseren van het Legmeerbos.

Gebiedsvisie Groene Recreatieve Verbindingszone

In de gebiedsvisie Groene en Recreatieve Verbindingszone (GRZ) tussen de Westeinderplassen en de Amstel is beschreven hoe de groenstructuur versterkt kan worden door als één geheel te bezien: van groot (Westeinderplassen, het Groene Hart, Bovenkerkerpolder, etc.) naar lokale entiteiten (bijvoorbeeld Zijdelmeer, Libellebos, Legmeerbos) tot aan de voordeur. Voor het aan elkaar verbinden van het openbaar groen en het landschap wordt hiervan gebruik gemaakt.

De gebiedsvisie heeft raakvlakken met dit groenbeleid, omdat beiden als doel hebben om vergroening en de ecologische kwaliteit van de gemeente te bevorderen. De verbindingszone die in de gebiedsvisie wordt beschreven, is een cruciaal onderdeel van het groene netwerk dat het groenbeleid beoogt te versterken.

Beheermaatregelenplan Natuurgebied Uithoorn 2020-2029

Het beheermaatregelenplan NG Uithoorn 2020-2029 biedt een overzicht van het beheer en onderhoud van het Natuurgebied Uithoorn. Het plan beschrijft de visie en het beheer van het natuurgebied, gebaseerd op het vorige beheerplan van 2009-2019. De gebieden zijn in eigendom van gemeente Uithoorn en Landschap Noord-Holland beheert deze in een erfpachtconstructie. Het beheermaatregelenplan beschrijft specifieke onderhoudswerkzaamheden en kosten beschrijft die essentieel zijn voor het behoud en de verbetering van het natuurgebied.

NOVEX Metropoolregio Amsterdam

In de NOVEX, (voorheen Verstedelijkingstrategie), van de Metropoolregio Amsterdam (MRA), wordt besproken hoe de MRA omgaat met ruimtelijke vraagstukken. Er wordt geschetst dat er behoefte is aan het verbeteren dan wel het verbinden van verschillende landschappen.

Bij Uithoorn wordt gekeken naar een groene recreatieve verbinding tussen de Westeinderplassen en de Amstel, onder andere via de Boterdijk-Vuurlijn. Dit draagt bij aan de versterking van het regionale groen netwerk. Dit biedt niet alleen ecologische voordelen, zoals het bevorderen van biodiversiteit en het versterken van het landschap, maar het biedt ook kansen voor de inwoners van Uithoorn en omliggende gemeenten om makkelijker en duurzamer van groenvoorzieningen en natuur te genieten. De verbindingen moeten bijdragen aan het verbeteren van de bereikbaarheid van groen voor fietsers en voetgangers.

NOVEX Het Groene Hart

Het zuidwestelijke gebied van Gemeente Uithoorn ligt in het Groene hart. Het Groene Hart is van strategisch belang voor de regio. In Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050 worden verschillende ontwikkelprincipes genoemd die van toepassing kunnen zijn bij ontwikkelingen in dat gebied, waaronder versterken van ecologische netwerken, duurzame en groene recreatie en kwaliteit van het landschap. Rekening houdend met deze principes kan Uithoorn niet alleen bijdragen aan de regionale duurzaamheidsdoelen, maar ook aan de bescherming van dit gebied.

Gebiedspartners

Er is een aantal overheden en uitvoeringsorganisaties actief in het gebied. Daarnaast zijn er (vrijwilligers)organisaties die zich inzetten voor het groen. Voor een actueel overzicht zie: nmedichtbij.nl.

Provincie Noord-Holland

De provincie Noord-Holland heeft invloed op de ruimtelijke ontwikkeling binnen de gemeente, inclusief het groenbeheer, via het Provinciaal Omgevingsplan en andere beleidsdocumenten zoals het Programma Natuurnetwerken 2024. Uithoorn werkt bijvoorbeeld met de provincie samen om ecologische verbindingen te waarborgen.

Landschap Noord -Holland

Stichting Landschap Noord-Holland zet zich in voor het behoud en bescherming van natuur, landschappen en cultuurhistorisch erfgoed in de provincie Noord-Holland. In de gemeente is het beheer van het natuurgebied Uithoorn, bestaande uit onder andere het Zijdelmeer en het veenweidegebied ten westen van het Fort aan de Drecht, grotendeels in handen van deze stichting.

Waternet

De gemeente Uithoorn werkt samen met Waternet om groene gebieden te behouden en ontwikkelen. Groenstructuren zijn namelijk nuttig voor waterbeheer. Zo is er onlangs gekeken naar de aanleg van natuurvriendelijke oevers. Overigens is Waternet nu nog de uitvoeringsorganisatie van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, maar wordt in 2025 opgeheven (gesplitst).

Greenport Aalsmeer

Vanuit Greenport Aalsmeer is een pilot Biodiversiteit Uithoorn gestart om biodiversiteit als thema onder de aandacht te brengen in de glastuinbouw. Binnen deze pilot werken verschillende tuinders aan het bevorderen van biodiversiteit op hun eigen terrein.

Groengroep, IVN, knotgroep en andere vrijwilligers in de gemeente

In Uithoorn zijn verschillende vrijwilligers die zich betrokken voelen bij het openbaar groen. Eens in de zoveel tijd komen ze samen om aan de slag te gaan of om input te leveren op actuele vraagstukken. Zij zijn onder andere georganiseerd in de groengroep en knotgroep.

Daarnaast is de afdeling IVN De Ronde Venen & Uithoorn actief in het betrekken van mensen bij natuur, milieu en landschap. Ze delen kennis van en waardering voor de natuur bij mensen bij waardoor ze zich meer betrokken voelen bij het behouden van natuur, milieu en landschap. Jaarlijks worden er lezingen, excursies en cursussen georganiseerd. Twee keer per jaar overlegt de gemeente met IVN en de Groengroep.

Bijlage VIII – Uitkomsten (interne) evaluatie

De eerste stap in het project was het voeren van evaluatiegesprekken binnen de gemeentelijke organisatie. Het doel was om op te halen welke knelpunten er nu ervaren worden en te bepalen hoe het nieuwe beleid eruit zou kunnen zien. Onderstaand zijn de punten uit de evaluatie opgenomen. Deze punten zijn gebruikt om de beleidsstructuur op te stellen en vervolggesprekken te voeren.

De maatschappelijke ontwikkelingen biodiversiteit en klimaatadaptatie hebben nu geen plaats in het beleid

Nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen, zoals klimaatadaptatie en biodiversiteit, hebben geen plek in dit beleid. Het is wenselijk dat het nieuwe beleid hier wel rekening mee houdt.

Te weinig aandacht voor groen bij nieuwbouwplannen en herontwikkelingen

Er is aangegeven dat er bij nieuwbouw en herontwikkeling te weinig aandacht wordt gegeven aan de hoeveelheid en verscheidenheid in groen, de beheerbaarheid van het aangelegde groen en de budgetten die voor het beheer beschikbaar zijn. Hoewel experts van Duo+ betrokken zijn bij het vormen van nieuwbouwprojecten, nemen projectontwikkelaars hun adviezen over groen in deze projecten niet of nauwelijks over.

Sterke voorkeur voor uitgangspunt ‘De juiste boom op de juiste plek.’

Er is meerdere keren nadrukkelijk aangegeven dat er, met oog op het veranderende klimaat, behoefte is bij flexibiliteit als het gaat om het vervangen van bomen. Flexibiliteit in de boomkeuze helpt bij het inspelen bij lokale omstandigheden en het plaatsen van bomen die toekomstbestendiger zijn.

Huidige budgettering alleen toereikend voor instandhouding huidig groen

Gesprekken brachten naar voren dat het budget slechts toereikend is voor het in stand houden van het huidige groen. Groen heeft een houdbaarheidsdatum en vervanging moet meeliften op budgetten van wegen- of rioleringsprojecten. Er is behoefte aan een apart groenbudget voor vernieuwing en vergroting en meer budget voor de uitvoering. Zonder extra middelen is het moeilijk om nieuwe groenprojecten te realiseren of een stevige plek aan tafel te hebben bij vervangingen en herinrichtingen.

Keuzes met betrekking tot openbaar groen moeten beter worden uitgelegd en gecommuniceerd

Gesprekspartners hebben aangegeven dat keuzes voor het openbaar groen beter uitgelegd moeten worden. Er zou meer gecommuniceerd kunnen worden over de keuzes die gemaakt worden en wat de gemeente met het groen wil bereiken. Een aantal gesprekspartners suggereerde het opstellen van een intern communicatieplan zodat er duidelijkheid over de koers die gevaren wordt komt en wat er op de agenda staat wat betreft de communicatie.

Omgangsregels voor bewonersinitiatieven ontbreken

Verschillende gesprekspartners benoemen de wens om mogelijkheden op dit vlak te bekijken, bijvoorbeeld door het beheer van geveltuintjes en boomspiegels door bewoners. Er wordt aangegeven dat zonder beleid op dit vlak initiatieven vanuit burgers niet of nauwelijks mogelijk gemaakt.

Meerjarenplanning ontbreekt

Gesprekspartners brachten naar voren dat met een meerjarenplanning beter ingespeeld kan worden op investeringen en beheerkosten. Ook helpt het om groen structureler te organiseren en keuzes te verantwoorden.

Aanbestedingen op basis van prijs-kwaliteit leiden nu niet altijd tot kwalitatiever beheer

In meerdere gesprekken wordt aangegeven dat het niet altijd wenselijk is at de goedkoopste aanbesteder de aanbesteding wint. Er wordt gesuggereerd te experimenteren met een andere aanbestedingsstructuur, bijvoorbeeld door een raming voor percelen te geven waarbij aanbesteders weten hoeveel zij hiervoor betaald kunnen krijgen. Daarnaast is er nu niet altijd voldoende toezichtcapaciteit om de uitvoerende partijen te controleren. Op het naleven van afspraken.

Structurele monitoring ontbreekt

Gesprekspartners benoemden dat vanuit de IBOR het idee is dat groen multifunctioneel is en bijdraagt aan verschillende maatschappelijke effecten. Indicatoren (KPI’s) die dit inzichtelijk maken, ontbreken in het huidige beleid. Meetbaarheid van het beleid is iets waar aandacht voor dient te zijn.

Bijlage IX – Uitkomsten gespreksronde organisaties

In deze bijlage vatten we de uitkomsten van de gespreksronde met organisaties samen. Diverse stakeholders, zoals agrarische- en groenbelangverenigingen, zijn in een vroeg stadium van het groenbeleid betrokken geweest bij het opstellen van het groenbeleid. In groepsgesprekken of aparte interviews bespraken we de kaders van de beleidslogica en stonden we uitgebreid stil bij aandachtspunten voor het groenbeleid en mogelijk op te nemen maatregelen. We spraken de volgende organisaties: IVN Ronde Venen & Uithoorn, Knotgroep Uithoorn, Groengroep Uithoorn, Landschap Noord-Holland, LTO Noord Aalsmeer-de Kwakel, Agrarisch Collectief Noord-Holland Zuid, en Greenport Aalsmeer.

Samenvatting

Onduidelijkheden schematische weergave beleid

Tijdens de gesprekken bleek dat de beleidsstructuur die op deze avond werd gepresenteerd niet altijd duidelijk was. Bijvoorbeeld de formulering van het hoofddoel, het woordgebruik bij de waarden en de volgorde van de maatregelen. We hebben deze punten zoveel mogelijk aangepast.

Communicatie van beleidskeuzes

Er werd in veel gesprekken aandacht gevraagd voor de communicatie van de gemeente over het groen in de openbare ruimte. Er werd toegelicht dat de gemeente betere uitleg moet geven over het beheer van openbaar groen en waarom bepaalde keuzes worden gemaakt. Een voorbeeld is het maaibeleid, de gemeente zou betere uitleg kunnen geven over hoe en waarom er op bepaalde plekken gemaaid wordt. Informatie borden werden als suggestie gegeven om de communicatie te verbeteren.

Opnemen groennorm

Ook werd meerdere keren naar voren gebracht dat de gemeente onderzoek kan doen naar het opnemen van een groennorm in het groenbeleid, zoals de 3-30-300-regel of een variant hierop. Aandachtspunten hierbij zijn de uitvoerbaarheid en haalbaarheid van de norm. Een norm zou ook opgenomen kunnen worden in de aanbesteding van nieuwbouwwijken. De ervaring van verschillende deelnemers is dat het groen in nieuwbouwwijken beperkt is.

Juiste (inheemse) soorten op de juiste plek en kansen boomspiegels

Verschillende deelnemers benadrukten het belang van inheemse en diverse beplanting in het stedelijk gebied voor een toekomstbestendige omgeving. Er werd toegelicht dat een mix van verschillende planten helpt om de omgeving beter bestand te maken tegen klimaatverandering, zoals hitte, regenval en droogte. In bijna elk gesprek werd in het kader van toekomstbestendigheid ook het principe ‘De juiste boom op de juiste plek’ genoemd. Hierbij is het belangrijk om rekening te houden met zaken zoals lichtinval en de grondsoort. Daarnaast kan de ruimte rond de boom (de boomspiegel) bijdragen aan meer biodiversiteit.

Bewonersinitiatief

Veel deelnemers waren positief over het idee om bewoners te betrekken bij het groen in de stad. Dit kan bijvoorbeeld door geveltuinen of projecten voor meer biodiversiteit.

Maaibeleid buitengebied

Daarnaast werd maaibeleid in het buitengebied als aandachtspunt genoemd. Een aantal deelnemers gaven aan dat de gemeente in samenwerking met bijvoorbeeld agrariërs of tuinders het beheer hiervan kan oppakken.

Er is ook gevraagd om in het glastuingebied vaker te maaien, zodat wegen naar het gebied er beter uit zien en voor de veiligheid bij zichtlijnen. Er wordt daarnaast aangegeven dat er vanuit de Greenport Aalsmeer aandacht is voor biodiversiteit. Verschillende initiatieven draaien mee in een pilot genaamd Biodiversiteit Pilot Uithoorn om de biodiversiteit op eigen terrein (buiten de kas) te stimuleren.

Bijlage X – Enquêteresultaten en terugkoppeling

Uitkomsten en terugkoppeling inwonersparticipatie

Bewoners konden meedenken over het groenbeleid door hun mening te geven over het concept groenbeleid via een enquête. De enquête is gedeeld op uithoorndenktmee.nl. De enquête is bij de bewoners onder de aandacht gebracht via de lokale media en via de achterban van de gesprekspartners.

Het doel van de enquête was om vragen te stellen over de huidige beleving van het openbaar groen en om suggesties voor het groenbeleid op te halen. In dit participatieverslag worden de uitkomsten van de enquête samengevat en wordt teruggekoppeld hoe de uitkomsten zijn meegenomen in het definitieve beleid. In totaal hebben 121 bewoners de enquête ingevuld. Hieronder staan alle antwoorden per vraag.

Tevredenheid van bewoners over openbaar groen

Inwoners werden gevraagd naar hun tevredenheid over het openbaar groen, onderhoud in hun buurt of wijk, type beplanting, en bomen.

Over het algemeen viel op dat de meeste respondenten vinden dat ze in een groene buurt wonen, waarbij 53,4% (zeer) eens is, 27,5% neutraal en 19,1% (zeer) oneens.

De reacties met betrekking tot tevredenheid met het openbaar groen zijn verdeeld, het grootste deel van de respondenten is neutraal (40,8%). Ook zijn de meningen verdeeld over het beheer en onderhoud en het type beplanting, met een groter deel dat ontevreden is (53,4%). Wel zijn de meeste respondenten tevreden over de omvang en soort van de bomen in hun buurt (43,4%).

Verbeterlocaties openbaar groen

De bewoners zijn gevraagd om locaties aan te geven die volgens hen de hoogste prioriteit hebben voor groenverbetering. De locaties die meer dan tweemaal werden genoemd zijn hieronder samengevat.

•Delen van Legmeer (zoals Legmeer West, K wijk, de Nieuwe Legmeer). Deze locaties worden gezien als versteende wijken met weinig bomen en diversiteit in beplanting.

•Amstelplein. Van het Amstelplein wordt aangegeven dat er veel verharding is en dat het erg kaal is.

•Het oude centrum en dorpscentrum de Kwakel. Hier liggen kansen voor vergroenen

•Het Cindu terrein. Deze locatie ligt in de gemeente maar is in eigendom van de provincie.

•Rondom Meerwijk (en specifiek de skatebaan). Hier staan weinig bomen, is weinig diversiteit en beplanting.

•Zijdelwaard (winkelcentrum en parkeerterrein). Op deze locatie staan weinig bomen.

•Thamerdal (specifiek bij het viaduct). Op deze locatie is veel verharding en weinig groen.

•Oranjepark, Het wandelpad is verouderd, er is weinig variatie in beplanting.

•Kootpark. Hier is veel verharding, zijn weinig bomen.

•Europarei. Hier is weinig groen en veel vervuiling.

•Langs de oevers van de Amstel. Hier lijkt beperkt onderhoud plaats te vinden en is veel onkruid.

Prioriteiten omtrent openbaar groen

Respondenten vinden biodiversiteit het belangrijkst in openbaar groen, gevolgd door klimaatadaptatie en daarna aantrekkelijkheid (esthetiek). Klimaatadaptatie wordt vooral belangrijk gevonden voor waterberging. Respondenten vinden het niet belangrijk dat groen goed is voor hun gezondheid en aantrekt tot samenkomen (sport en recreatie) en dat het veilig is. Veiligheid vinden respondenten vooral belangrijk bij rotondes, oversteekplaatsen en afslagen.

Zie het hoofdstuk resultaten enquête in grafieken in deze bijlage voor een overzicht van de beantwoording op de stellingen in een overzicht.

Bewonersparticipatie

De meeste bewoners willen graag iets betekenen voor het openbaar groen in hun omgeving, bijvoorbeeld door deelname aan groenprojecten (36%), zelf een stuk groen onderhouden (25,8%), zelf balkon of tuin groener maken (20,2%), een geveltuin aanleggen bij de woning (19,1%) of een groene gevel aanleggen (16,9%).

Om dit mogelijk te maken is een platform, kennis, geld, een sparringpartner, en/of een projectbegeleider nodig. Ook wordt er om goede communicatie vanuit de gemeente richting de bewoners gevraagd. Enkele respondenten geven aan zwerfvuil te willen rapen of niet te willen bijdragen aan het openbaar groen in hun omgeving.

Respondenten willen vooral op de hoogte van openbaar groen gehouden worden doormiddel van de gemeente pagina in de lokale krant (23,7%), maar daarnaast ook door erover te kunnen lezen in de lokale media (21,1%), op een interactieve kaart op de website van de gemeente (14,9%) en door sociale mediakanalen van de gemeente (12,3%). Een enkeling zou een brief met aankondiging willen ontvangen, informatie kunnen lezen op de website van de gemeente of in een nieuwsbrief of doormiddel van informatieborden in het groen.

Reacties groenbeleid

Bewoners hebben daarnaast de mogelijkheid gekregen om te reageren op het concept groenbeleid. 43 bewoners hebben hier gebruik van gemaakt. Deze punten staan samengevat hieronder.

In cursief is aangegeven hoe de gemeente de feedback van de inwoners heeft verwerkt.

Algemene aandachtspunten groenbeleid en gebruikte waarden

•Balans en prioriteiten: Te veel focus op esthetiek en netheid; beleid moet aantrekkelijk en haalbaar blijven zonder overmatig klimaatactivistisch te zijn. Prioritering van waarden is noodzakelijk.

Het hoofddoel is gelijk gebleven maar de ambitie in veel van de maatregelen afgezwakt. Ook in het kader van de haalbaarheid van dit beleid. We blijven kiezen voor een gebalanceerde afweging van de waarden.

•Duidelijkheid en onderbouwing: Vrijblijvend taalgebruik, onduidelijke ambities en onvoldoende inzicht in bestuurlijke waarden en keuzes omdat overkoepelende visie mist.

Zoveel mogelijk van de maatregelen zijn aangescherpt of concreter gemaakt. We ontkomen niet altijd aan een losse formulering omdat beleid niet zwart/wit is en er in sommige gevallen ruimte nodig is om af te wijken. In deze versie is ook aandacht besteed aan het verhelderen van de visie.

•Concrete actiepunten: Meer aandacht voor gefaseerde vervanging van bomen, hondenbeleid, tegengaan van bodemdaling, en betrokkenheid van bewoners en scholen.

Er is in de projecten aandacht voor gefaseerde vervanging. Dit groenbeleid gaat niet over het hondenbeleid, of het tegengaan van bodemdaling. De betrokkenheid van bewoners is verwerkt onder H4 en H7 bewonersinitiatief. De betrokkenheid van scholen staat in 5.1.

•Ecologisch beheer: Meer focus op maaibeleid (zoals ‘Maai Mei Niet’ en ecologisch maaien), waterpartijen vergroenen en duurzame aanbestedingen.

Er wordt veel aandacht geschonken aan maaibeleid en ecologisch maaien. We sluiten niet aan bij ‘Maai Mei Niet’ maar bij Kleurkeur 5.1. We hebben ook aandacht voor duurzame aanbestedingen (bestekken) in 5.1. Waterpartijen vallen niet onder dit beleidsplan.

•Communicatie en participatie: Breder inzetten op communicatiekanalen en bewoners (ook woningeigenaren) actief betrekken.

Er wordt in 4.2 en in 7.2 stilgestaan bij communicatie en in 4.3 en 7.3 bij bewonersinitiatieven.

•Specifieke gebieden: Betere aandacht voor de Legmeer en het Legmeerbos, inclusief natuurcompensatie na de aanleg van de tram.

Voor de aanleg van de tram is een park aangelegd als natuurcompensatie. In de Legmeer en in het park is het groen nog jong en moet nog de kans krijgen om te groeien.

•Meerjarenplan: een meerjarenplan opstellen om financiën voor te reserveren.

Dit is opgenomen onder 7.6.

Aandachtspunten beleidsmaatregelen

•Expertise en samenwerking: Er ontbreekt een bredere blik van experts zoals ecologen of boswachters, en gemeenten werken te geïsoleerd.

Het is niet zo dat de gemeente geen kennis over groenbeheer of ecologie in huis heeft. Er werken vakspecialisten op de groenafdeling. Daarnaast werken we samen met onze gebiedspartners, waar ook boswachters, ecologen en experts onder vallen. Wanneer het nodig is laten we ons adviseren door een expert. In dit plan hebben we extra aandacht voor communicatie hier over.

•Bewonersparticipatie: Buurtbeheerders in Uithoorn en De Kwakel moeten actiever betrokken worden. Bewoners moeten eerst meegenomen worden in het ‘waarom’ van beslissingen.

We hebben extra aandacht voor communicatie en het toelichten van beleidskeuzes aan inwoners in dit plan. Bij grote ontwikkelingen wordt participatie ingezet en dan worden buurtbeheerders en bewoners.

•Communicatie en meldsystemen: De BuitenBeter-app wordt als ineffectief ervaren. Meldingen over overlast (zoals hondenuitlaatproblemen) worden vaak niet meer gedaan door gebrek aan terugkoppeling.

De BuitenBeter app is nieuw, we blijven hier mee werken en hebben expliciet aandacht voor het behandelen van de klachten in 7.2.

•Ecologisch beheer: Bladeren hoeven niet overal opgeruimd te worden; ecologische aanpak moet standaard zijn, niet optioneel. Invasieve soorten aanpakken met actieve bewonersbetrokkenheid.

De gemeente heeft hier aandacht voor. Blad wordt niet altijd meer opgeruimd. We ontkomen er niet aan dat blad in de openbare ruimte in sommige gevallen wel moet worden verplaatst of verwijderd. We kiezen er niet voor om invasieve exoten met bewonersbetrokkenheid te beheren maar laten dit aan groenaannemers over.

•Groenbeleid: Een divers bomenbestand in laanbeplanting is cruciaal om ziektes en massale kap te voorkomen. Levensduur en ziektebestendigheid moeten leidend zijn in het beleid.

In dit beleid hanteren we de regel van 10-20-30 Santamour voor het ontwikkelen van een divers bomenbestand. Daarnaast zorgen we voor een beter beeld van ons bomenbestand met de boomklassen. Zie 4.6 voor meer toelichting.

Aandachtspunten beheermaatregelen

•Duidelijkheid en concreetheid: Vaag taalgebruik zoals 'zoveel mogelijk', 'minder frequent', en 'groter oppervlak' moet concreter worden geformuleerd. Begrippen als ‘onveilige situatie’ en ‘klimaatadaptieve maatregelen’ vereisen meer uitleg.

De teksten zijn hier op nagelopen. Het is niet altijd mogelijk om teksten volledig B1 of voor iedereen begrijpelijk te maken. Het is een groenbeleid en vergt enige mate van basiskennis om volledig te kunne begrijpen.

•Ecologisch beheer: Voorkeur voor uitsluitend extensief beheer in plaats van vrijblijvend taalgebruik. Meer focus op ecologische methoden, zoals het laten liggen van bladeren en maaisel.

We hebben focus op ecologische methoden. Het is niet mogelijk om in een keer de gehele gemeente ecologisch te beheren. Daarom zijn er een aantal onderzoeksmaatregelen opgenomen.

•Groene infrastructuur: Ondersteuning voor groene parkeerplaatsen en natuurinclusieve maatregelen

Groene parkeerplaatsen zijn opgenomen in het groenbeleid maar dit beleid gaat niet over de aanleg hiervan.

•Bewonersparticipatie en beheer: Onduidelijkheid over gezamenlijke verantwoordelijkheden in onderhoud en maaibeleid. Er is scepsis over te strak gemaaide, saaie plantsoenen en de beperkte ruimte voor inheemse planten.

De gemeente is verantwoordelijk voor het beheren van het groen in de openbare ruimte. De gemeente besteed dit uit aan groenaannemers. In sommige gevallen zijn gebieden van de gemeente uitgegeven in erfpacht, of worden locaties door bewoners beheerd. Voor de gazons wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor andere beplantingstypen.

Aandachtspunten maatregelen voor planvorming en herontwikkeling

•Inheemse en diverse beplanting: Duidelijk benoemen dat er wordt gekozen voor inheemse soorten. Het belang van variatie in laanbeplanting wordt benadrukt om kaalslag en massale vervanging te voorkomen.

Diversiteit en inheemse soorten zijn benoemd in 4.1. De diversiteit van laanbeplanting kan worden verbeterd door de 10-20-30 regel van Santamour, zie 4.6.

•Groencompensatie: Kritische noot bij boomcompensatie: het duurt decennia voordat nieuwe bomen de klimaat- en milieufuncties van oude bomen evenaren. Dit aspect moet beter worden meegenomen in de afwegingen.

We kiezen zo veel mogelijk voor het laten staan van bomen. Dit is echter niet altijd mogelijk, bijvoorbeeld in gebieden waar bodemdaling plaatsvindt of waar riolering moet worden vervangen. In 4.6 staan de overwegingen die we hanteren.

•Bodem- en ondergroei: Meer aandacht voor schaduwrijke en natte gebieden, met inspiratie uit Heemparken. Beter gebruik van ondergroei om biodiversiteit en ecologisch evenwicht te bevorderen.

We hebben ondergroei opgenomen in het beleid. Voor schaduwrijke en natte gebieden is nu niets opgenomen.

•Bouwvoorschriften en regelgeving: Beperkingen op plasticgebruik en duurzaamheidsrichtlijnen moeten ook in bouwvoorschriften en bewonersverplichtingen worden opgenomen.

Dit groenbeleid gaat niet over dit soort voorschriften.

Evaluatie Enquête

Veel respondenten geven aan dat het concept groenbeleid erg uitgebreid was en in ambtelijke taal beschreven wat het moeilijker maakte voor hen om er op te reageren. Simpeler taalgebruik om draagvlak te vergroten zijn belangrijke punten die worden meegenomen in volgende bewoner participaties.

Resultaten enquête in grafieken

Hieronder staan de vragen en antwoorden die gesteld zijn aan inwoners met de enquête. De antwoorden van de open vragen zijn hier niet opgenomen vanwege de grootte van de dataset, maar deze zijn wel verwerkt in de uitkomsten inwonersparticipatie hierboven.

Wat is uw leeftijd?

Waar woont u?

Vindt u dat u in een groene buurt woont?

Hoe tevreden bent u over het openbaar groen in uw buurt of wijk?

Hoe tevreden bent u over het beheer en onderhoud van het openbaar groen in uw buurt?

Hoe tevreden bent u met het type beplanting (niet de bomen) in het openbaar groen en de afwisseling hiervan in uw buurt?

Hoe tevreden bent u met de bomen (omvang, soort of type) in uw buurt?

Wat vindt u belangrijk op het gebied van openbaar groen?

Ik vind het belangrijk dat het openbaar groen geschikt is voor het uitlaten van honden.

Ik vind het belangrijk dat bomen geen schaduw geven in mijn tuin of zonnepanelen.

Ik vind het belangrijk dat er voldoende budget naar het beheer van het openbaar groen gaat. Ook wanneer dit betekent dat het budget voor andere maatschappelijke taken van de gemeente lager wordt.

Ik vind het belangrijk dat bomen en plantvakken voldoende groot zijn. Ook wanneer dit betekent dat er minder parkpeerplaatsen in mijn wijk komen.

Ik vind het goed dat parkeerplaatsen in mijn buurt worden omgevormd tot openbaar groen.

Bij het (her)inrichten van de openbare ruimte moet de gemeente vaker kiezen voor mooie, grote bomen die een bijdragen leveren aan schaduwvorming en biodiversiteit.

Zou u iets willen betekenen voor het openbare groen in uw omgeving?

Wat heeft u nodig om dit te kunnen uitvoeren?

Kunt u aangeven hoe u op de hoogte wilt blijven van het openbaar groen?

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.