Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels woonruimteverdeling gemeente Uithoorn 2026

Gemeente Uithoorn · geldt sinds 20 maart 2026

3 Urgentie

3.1 Behandeling van aanvragen

3.1.1 Stappen in de behandeling van een aanvraag

In de procedure bij een aanvraag voor urgentie worden minimaal de volgende stappen doorlopen:

1de aanvraag wordt getoetst op volledigheid zoals bepaald in artikel 2.8.2 van de verordening;

2is de aanvraag volledig, dan wordt de aanvraag inhoudelijk getoetst aan de voor die aanvraag geldende algemene weigeringsgronden genoemd in artikel 2.8.5 van de verordening (zie tevens bijlage 1);

3doet geen van de toepasselijke algemene weigeringsgronden zich voor, dan wordt beoordeeld of één van de urgentiegronden genoemd in artikel 2.8.6 tot en met 2.8.8 van de verordening van toepassing is;

4indien blijkt dat urgentiegrond genoemd in artikel 2.8.8 lid 1 onder b van toepassing is, wordt beoordeeld of er sprake is van een levens ontwrichtende situatie welke alleen kan worden beëindigd door verhuizing naar andere zelfstandige woonruimte;

5is inderdaad één van die urgentiegronden van toepassing, dan wordt het zoekprofiel, met daarin het zoekgebied en het woningtype, bepaald, zie artikel 2.8.3 en 2.8.4. van de verordening.

3.1.2 Onvolledige aanvraag

Een aanvraag is onvolledig als er onvoldoende gegevens bij de aanvraag ingediend zijn om haar te kunnen beoordelen.

Daarvan is in ieder geval sprake wanneer de aanvraag niet voldoet aan het bepaalde in artikel 2.8.2 van de verordening.

Een onvolledige aanvraag, mits dit binnen 4 weken gebeurt, kan buiten behandeling gelaten worden als de aanvrager de gelegenheid heeft gekregen om de aanvraag aan te vullen, conform artikel 4:5 van de Awb. Die gelegenheid moet de aanvrager schriftelijk geboden worden. Daarbij wordt de aanvrager vermeld binnen welke redelijke termijn hij of zij de aanvraag moet aanvullen. Wat een redelijke termijn is, hangt af van de tijd die het de aanvrager naar verwachting mag kosten om de aanvraag aan te vullen. In het algemeen zal een termijn van 2 weken redelijk zijn.

3.1.3 Motivering en bezwaar bij weigering

Is één van de algemene weigeringsgronden van toepassing, of is geen van de urgentiegronden van toepassing, dan wordt de aangevraagde urgentie geweigerd. Een weigeringsbesluit moet uitleggen waarom de urgentie geweigerd wordt. In deze motivering wordt aan de hand van het dossier van aanvrager aangegeven waarom - en aan welke - door de huisvestingsverordening gestelde eisen en in beleidsregels uitgewerkte inkadering hij of zij niet voldoet. Tegen een weigeringsbesluit kan de aanvrager in bezwaar gaan.

3.1.4 Zoekprofiel en zoekgebied

In artikel 2.8.3 en 2.8.4 van de verordening wordt ingegaan op het zoekprofiel en het zoekgebied. Het zoekprofiel bevat het qua ligging, grootte, en aard meest sobere woningtype of de meest sobere woningtypen dat naar het oordeel van burgemeester en wethouders noodzakelijk is voor het oplossen van het huisvestingsprobleem. Hieruit volgt dat een urgentieverklaring tot een zéér beperkte keus uit het woningaanbod leidt. De aanvrager wordt geen keuze geboden voor een bepaald soort woning of een specifieke buurt binnen Uithoorn. Burgemeester en wethouders geven in beginsel een urgentie af ten behoeve van een appartement (meergezinswoning) met uitzondering van nieuwbouwappartementen.

Indien een houder van een urgentieverklaring vanuit een andere regiogemeente wil verhuizen naar Uithoorn kunnen burgemeester en wethouders het zoekprofiel en zoekgebied aan passen. Burgemeester en wethouders weigeren een regionale urgentie indien de onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan goedkope woonruimte daartoe nopen.

Het aantal regionale SV-urgenten dat in Uithoorn vanuit andere regiogemeenten maximaal wordt opgenomen wordt jaarlijks bepaald.

3.1.5 Leges

Op grond van de legesverordening kunnen leges geheven worden voor het behandelen van een aanvraag om een urgentie. Het tarief voor de aanvraag van een urgentieverklaring in Uithoorn betreft €48,25 (prijspeil 2025).

3.3 Wettelijke urgentiecategorieën en vergunninghouders

3.3.1 Slachtoffers van huiselijk geweld

Op grond van artikel 2.8.6 eerste lid onder a komen mensen, die als gevolg van huiselijk geweld rechtstreeks vanuit de woonsituatie waar het geweld plaatsvond zijn gevlucht en in één van de erkende instellingen voor mishandelde mannen of vrouwen verblijven, in aanmerking voor een urgentieverklaring.

De in artikel 2.8.5, eerste lid, aanhef en onder a tot en met h en j, van de verordening genoemde algemene

weigeringsgronden zijn van toepassing op deze urgentiegrond. Het college van burgemeester en wethouders zal aanvragen van slachtoffers van huiselijk geweld op maat beoordelen. Na toetsing op de algemene weigeringsgronden, wordt overwogen in hoeverre terugkeer naar vorige situatie mogelijk is.

3.3.2 Ontvangers en verleners van mantelzorg

Op grond van artikel 2.8.6, eerste lid onder b, kan het verlenen of ontvangen van mantelzorg tot gevolg hebben dat er, naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders, een urgent huisvestingsprobleem ontstaat.

De in artikel 2.8.5 lid 1 aanhef en onder a tot en met h en j van de verordening genoemde algemene weigeringsgronden zijn van toepassing op deze urgentiegrond. Het college van burgemeester en wethouders zal aanvragen van ontvangers en verleners van mantelzorg op maat beoordelen. De gemeente kan ten behoeve van deze beoordeling desgewenst extern advies opvragen. Na toetsing op de algemene weigeringsgronden, kunnen burgemeester en wethouders op grond van de volgende overwegingen een urgentieverklaring toekennen indien:

a.er sprake is van mantelzorg;

b.er een directe en aanwijsbare relatie is met Uithoorn, dat wil zeggen dat het netwerk van de verlener en/of ontvanger van mantelzorg zich in Uithoorn bevindt;

c.een woonurgentie de meest adequate oplossing is voor de ondersteuningsvraag van de zorgvrager;

d.de verwachte tijd voor het verzilveren van de urgentie in verhouding staat tot de te verwachte ontwikkeling van de zorgvraag van de ontvanger van de mantelzorg;

e.degene die wordt verzorgd, een diagnoseverklaring van de behandelend arts heeft;

De gemeente inventariseert de problematiek en wensen rondom mantelzorg en wonen. In het gesprek beoordeelt de gemeente de situatie onder andere aan de hand van:

-de aard, frequentie, voorspelbaarheid en duur van de zorg en daaraan gerelateerde optimale afstand tussen zorgvrager en mantelzorger;

-de benodigde kwaliteit en bereidheid van de mantelzorger om de benodigde zorg te geven;

-het risico dat de zorgvrager loopt als mantelzorger niet tijdig aanwezig is;

-de mate waarin het zorg verlenen in de huidige situatie beslag legt op het leven van de mantelzorger;

-de wensen van mantelzorger en zorgvrager; en

-de mate waarin zij eigen oplossingen hebben gezocht.

De oplossing moet in verhouding staan tot het probleem. Bij een tijdelijke situatie (korter dan een jaar) hoort een tijdelijke oplossing. Maatwerk, creatief denken en flexibele oplossingen zijn dan aan de orde. Bij een langdurige of voortschrijdende situatie (langer dan een jaar) moet er naar een meer permanente oplossing voor de woonsituatie worden gezocht.

3.3.3 Vergunninghouders

Op grond van artikel 2.8.6, tweede lid, van de huisvestingsverordening komen vergunninghouders die gehuisvest moeten worden in het kader van de taakstelling opgelegd door de minister van Wonen en Rijksdienst, in aanmerking voor een urgentieverklaring als zij:

a.nog niet eerder door het COA bij een andere gemeente zijn voorgedragen voor huisvesting; en,

b.niet eerder aangeboden woonruimte (met inbegrip van onzelfstandige of tijdelijke woonruimte) hebben geweigerd.

De in artikel 2.8.5 van de verordening genoemde algemene weigeringsgronden zijn niet van toepassing op deze urgentiegrond.

3.5 Overige urgentiecategorieën

3.5.1 Acute-urgentie

Burgemeester en wethouders kunnen gelet op artikel 2.8.8, eerste lid, aanhef en onder a van de verordening urgentie toekennen aan huishoudens in Uithoorn die in een acute noodsituatie verkeren.

Deze urgentiecategorie wordt ook de ‘calamiteitenurgentie’ genoemd. Calamiteiten zijn plotselinge gebeurtenissen waar de aanvrager geen invloed op kon uitoefenen en die tot een acuut woonprobleem leiden zoals brand, ernstige waterschade, explosie of acuut ernstige funderingsgebreken. Hiervan is sprake indien:

a.De ongeschiktheid voor bewoning wordt vastgesteld door of in opdracht van, een daartoe bevoegde ambtenaar die belast is met het toezicht op de naleving van onder meer de bij de Omgevingswet, de Woningwet en het omgevingsplan vastgestelde wet- en regelgeving (hierna: “toezichthouder”);

b.Het herstel van de woning duurt volgens de toezichthouder langer dan vier maanden;

c.Alleen de, volgens inschrijving in de BRP legaal wonende, hoofdbewoner komt in aanmerking van urgentie. De bij de hoofdbewoner inwonende leden van het huishouden hebben geen recht op een zelfstandige woning, aangezien zij met de hoofdbewoner mee kunnen verhuizen.

De in artikel 2.8.5 van de verordening genoemde algemene weigeringsgronden zijn van toepassing, met uitzondering van de in artikel 2.8.5, eerste lid onder j, van de verordening genoemde inkomensnorm. Voor deze urgentiegrond geldt dientengevolge geen inkomenseis.

3.5.2 Sociaal-medische urgentie

Burgemeester en wethouders kunnen gelet op artikel 2.8.8, eerste lid, aanhef en onder b van de verordening een urgentie toekennen op grond van medische of sociale omstandigheden indien de aanvrager zich in een levensontwrichtende woonsituatie bevindt, welke alleen beëindigd kan worden door verhuizing naar andere zelfstandige woonruimte.

De in artikel 2.8.5 van de verordening genoemde algemene weigeringsgronden zijn van toepassing op deze urgentiegrond.

Medische beperkingen

Burgemeester en wethouders kunnen urgentie toekennen in het geval van een problematische woonsituatie in de gemeente Uithoorn die om medische redenen levensontwrichtend is voor één of meer leden van het huishouden en waarbij het huishouden om desbetreffende medische redenen niet in staat is de problematische woonsituatie op te lossen. Wanneer een woningzoekende een aanvraag tot woonurgentie doet vanwege een lichamelijke aandoening en/of een psychische stoornis, dient aangetoond te worden dat de betreffende aandoening en/of stoornis chronisch is en overwegend wordt veroorzaakt door de woonsituatie, dan wel dat de behandeling van de aandoening en/of stoornis in hoge mate ongunstig wordt beïnvloed door de woonsituatie. Dat moet tevens blijken uit een ondertekende verklaring van een professionele medische, psychiatrische en/of sociale hulpverlener, waarin de betreffende aandoening en/of stoornis wordt benoemd en de relatie van de aandoening en/of stoornis tot het woonprobleem van de aanvrager. Indien wordt overwogen vanwege een (chronische) psychische stoornis een urgentie af te geven kan aan de belanghebbende de voorwaarde worden opgelegd dat hij psychiatrische begeleiding aanvaardt.

Er wordt geen woonurgentie toegekend indien er sprake is van (psychische) problemen als gevolg van de slechte inwoonsituatie, echtscheiding of te klein wonen.

Dakloosheid of dreigende dakloosheid met minderjarige kinderen

Burgemeester en wethouders kennen geen urgentie toe vanwege het enkele feit dat het huwelijk of de samenwoningsrelatie wordt ontbonden. Burgemeester en wethouders vinden het echter onwenselijk als niet is voorzien in woonruimte voor minderjarige kinderen.

Burgemeester en wethouders gaan er vanuit dat de woning waar men direct voorafgaand aan de verbroken samenwoning, echtscheiding of ontbinding van het geregistreerd partnerschap woonde, primair beschikbaar blijft voor de kinderen, zodat geen aanvraag tot urgentie benodigd is. Alleen in levensontwrichtende situaties kan ten behoeve van de kinderen urgentie worden verstrekt.

Hiervan kan sprake zijn indien:

a.De situatie waarin een ouder met de dagelijkse zorg over de kinderen is gevlucht voor huiselijk geweld. Dit moet blijken uit een proces verbaal van de politie, zo mogelijk aangevuld door gegevens van justitie.

b.De situatie waarin de ouder met de dagelijkse zorg voor de kinderen de huur of hypotheek niet zelfstandig kan opbrengen, waarbij vaststaat dat de ex-partner niet of onvoldoende door middel van alimentatie kan bijdragen in de woonlasten.

Burgemeester en wethouders kunnen vervolgens urgentie toekennen indien:

a.aangetoond is dat de aanvrager belast is met de dagelijkse zorg voor de kinderen en deze bij de betreffende ouder en op hetzelfde adres in de BRP geregistreerd staan;

b.de samenwoning minimaal twee jaar ononderbroken plaatsvond in een zelfstandige woning gelegen in Uithoorn;

c.de samenwoning korter dan zes maanden geleden verbroken is;

d.bij het ontbreken van een echtscheidingsvonnis de verbroken relatie is aangetoond: de aanvrager is tenminste drie maanden niet meer op het voormalige adres woonachtig en is met de kinderen geregistreerd in de BRP op het feitelijk inwoonadres; of

e.in het geval de woning verkocht is moet de eindafrekening met de eventuele restschuld of overwaarde worden getoond, mede op grond van het bepaalde in paragraaf Hoge woonlasten

Geweld of bedreiging

Burgemeester en wethouders kunnen urgentie toekennen wanneer sprake is van een problematische woonsituatie als gevolg van een levensbedreigende situatie door stelselmatig geweld of bedreiging. Hiervan kan sprake zijn indien:

a.De aanvrager zijn woning als gevolg van een levensbedreigende situatie door stelselmatig geweld of bedreiging heeft moeten verlaten.

b.Van de aanvrager niet kan worden verwacht dat hij naar de verlaten woning terugkeert en/of dat hij deze opeist.

c.De levensbedreigende situatie door stelselmatig geweld of bedreiging moet blijken uit een proces verbaal van de politie, zo mogelijk aangevuld door gegevens van justitie.

Indien sprake is van een levensbedreigende situatie door stelselmatig geweld of bedreiging door een ander dan een huisgenoot, moet uit een verklaring van de politie blijken dat de aanvrager om veiligheidsredenen niet langer in de huidige woning kan blijven wonen, ook niet na een opgelegd of eventueel op te leggen straatverbod, huisverbod of contactverbod.

Hoge woonlasten

Huishoudens kunnen in aanmerking komen voor een urgentie als een gezin met kind(eren) door overmacht niet meer in staat is om aan de hoge woonlasten te voldoen. Achtergrond is meestal daling van het huishoudinkomen door vertrek van de partner of verlies van inkomen uit arbeid. Aanvrager dient de hoge woonlasten aan te tonen:

a.Bijvoorbeeld door middel van een beschikking van door de gemeente verstrekte bijzondere bijstand voor woonlasten.

b.Als het een koopwoning betreft moet deze zijn verkocht en moet de eventuele restschuld zijn aangetoond.

Als de aanvrager schulden heeft, moet in aanvulling op bovenstaande in ieder geval zijn voldaan aan:

a.De schulden moeten zijn geregeld; dat wil zeggen dat een redelijkerwijs na te komen betalingsregeling met de schuldeisers is getroffen.

b.Indien de aanvrager is gescheiden en de schulden zijn nog niet geregeld, moet een deel van de in het huwelijk gemaakte schulden zijn toebedeeld aan de ex-partner, en moet de aanvrager aantonen dat de schuldeisers hiermee akkoord gaan.

c.Voorafgaand aan het toekennen van urgentie kan aan de aanvrager de voorwaarde worden opgelegd dat hij schriftelijk verklaart akkoord te gaan met financiële begeleiding, indien het opleggen van een dergelijke voorwaarde wenselijk is om nieuwe betalingsproblemen te voorkomen. Indien de belanghebbende weigert vooraf schriftelijk akkoord te gaan met de voorgestelde begeleiding, wordt geen urgentie toegekend.

d.Indien het schuldhulpverleningstraject om welke reden dan ook wordt gestaakt, dan wordt de urgentie ingetrokken.

e.Indien de aanvrager mede hoofdelijk aansprakelijk is voor de hypotheek van een gemeenschappelijke woning, ziet de gemeente dit als een problematische schuld, ook als de ex-partner de woning krijgt. Als de ex-partner de hypotheeklasten niet betaalt, claimt de hypotheekverstrekker het bedrag bij de aanvrager. Er moet daarom worden aangetoond dat de hypotheek niet meer op naam staat van de aanvrager.

f.Bij verkoop van de woning wacht de gemeente op de eindafrekening van de hypotheekgever met de eventuele restschuld. Wanneer deze restschuld problematisch blijkt, dan moet de aanvrager hiervoor een regeling treffen zoals hierboven is beschreven.

3.5.3 Stadsvernieuwings-urgentie

Burgemeester en wethouders kunnen gelet op artikel 2.8.8, eerste lid, aanhef en onder c van de verordening urgentie toekennen aan huishoudens in Uithoorn waarvan de woonruimte behoort tot de door burgemeester en wethouders aangewezen complexen waarvan de bewoners in verband met sloop of ingrijpende renovatie of herstructurering van het gebied waarin de complexen zijn gelegen, redelijkerwijs binnen twee jaar niet meer in hun huidige woonruimte kunnen blijven wonen. Burgemeester en wethouders stellen daarbij een datum vast met ingang waarvan de bewoners van de aangewezen complexen een SV-urgentie ontvangen.

De in artikel 2.8.5 van de verordening genoemde algemene weigeringsgronden zijn van toepassing, met uitzondering van de in artikel 2.8.5, eerste lid onder j, van de verordening genoemde inkomensnorm. Voor deze urgentiegrond geldt dientengevolge geen inkomenseis.

Indien een houder van een urgentieverklaring vanuit een andere regiogemeente wil verhuizen naar Uithoorn kunnen burgemeester en wethouders het zoekprofiel en zoekgebied aan passen. Burgemeester en wethouders weigeren een regionale urgent indien de onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan goedkope woonruimte daartoe nopen.

Het aantal regionale SV-urgenten dat in Uithoorn vanuit andere regiogemeenten maximaal wordt opgenomen wordt jaarlijks bepaald.

Bijlage 1: Tabel algemene weigeringsgronden naar urgentiecategorie

Algemene weigeringsgrond in 2.8.5

Urgentiecategorie (verwijst naar artikel in de verordening)

2.8.6 lid 1 (uitstromers opvang huiselijk geweld en mantelzorggevallen)

2.8.6 lid 2 (verblijfsgerechtigden)

2.8.7 (uitstroom en omslag)

2.8.8 lid 1 a en d (acute nood en calamiteit)

2.8.8 lid 1 b (sociaal medisch)

2.8.8 lid 1 c (SV)

lid 1 a

voldoet niet aan eisen uit 2.2.1.

ja

nee

ja

ja

ja

ja

lid 1 b

geen urgent huisvestingsprobleem

ja

nee

nee

ja

ja

ja

lid 1 c

huisvestingsprobleem is op andere wijze oplosbaar

ja

nee

ja

ja

ja

ja

lid 1 d

voorliggende voorziening

ja

nee

ja

ja

ja

ja

lid 1 e

aanwezigheid verwijtbaarheid

ja

nee

nee

ja

ja

ja

lid 1 f

verhuizing naar zelfstandige woonruimte lost niets op

ja

nee

ja

ja

ja

ja

lid 1 g

eerdere verklaring is ingetrokken

ja

nee

nee

ja

ja

ja

lid 1 h

zelfstandige woonruimte te duur

ja

nee

ja

ja

ja

ja

lid 1 i

minder dan 2 jaar woonachtig in gemeente

nee

nee

nee

ja

ja

ja

lid 1 j

overschrijding inkomensnorm

ja

nee

ja

nee

ja

nee

lid 2

niet woonachtig in legale, permanente zelfstandige woonruimte

nee

nee

nee

ja

ja

ja

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.