Aanhef
Het College besluit:
1Het beheerplan oppervlaktewater Uithoorn 2022-2026 vast te stellen.
2Het onder 1 genoemde beheerplan ter informatie aan de raad te sturen door middel van bijgevoegd raadsbericht.
3De uren voor de uitvoering van het beheerplan 2023-2027 op te nemen in de jaarlijkse werkplannen van de bij de uitvoering betrokken teams.
4Het onder 1 genoemde beheerplan 2022-2026 in 2026 te actualiseren.
Besluit
Conform advies besloten op 10 maart 2022.
5 Activiteiten en budgetten
5.2 Onderhoud overige watergangen
5.2.1 De baggeropgave voor de gemeente
Clustering
De gemeentelijke baggerwerkzaamheden worden geclusterd aangepakt, vanuit het oogpunt van efficiëntie en lagere lasten. Het is goedkoper een cluster van watergangen gelijktijdig te baggeren en te onderhouden. Hierdoor wordt eveneens voorkomen dat een lappendeken ontstaat van wel en niet gebaggerde watergangen. Voor onderhavig onderzoek is de clustering aangehouden zoals in 2015 opgesteld, zie kaart in de bijlage 6.
Alle gemeentelijke watergangen in de gemeente Uithoorn zijn verdeeld over 17 clusters, zie de kaart in de bijlagen. In de achterliggende tabellen is per watergang aangegeven met welk aandeel de gemeente eigenaar is of dat de watergang volledig eigendom van derden is. Het totale areaal (gemeentelijk en derden) is 41 ha (52 km), als volgt verdeeld over de clusters:
Tabel 5-3: overzicht areaal overige watergangen (peildatum 2015)
CLUSTER
Aantal watergangen
Totalen
lengte
Opp.
Tot.
100%
Gemeente
Gedeeld eigenaar
[ m1 ]
[ m2 ]
Cluster 01
Veilinggebied
13
4
9
1.539
2.625
Cluster 02
Legmeer
42
34
8
4.848
35.287
Cluster 03
Libellebos
57
54
3
5.303
24.269
Cluster 04
Zijdelwaard, Thamerdal en Industrieterrein
11
7
4
946
5.212
Cluster 05
Koningin Maximalaan
36
25
11
4.414
24.344
Cluster 06
Iepenlaan
29
14
15
3.553
13.121
Cluster 07
Sportvelden Thamen en begraafplaats
16
10
6
1.958
12.131
Cluster 08
Sportvelden KDO
20
10
10
1.872
5.543
Cluster 09
Egeltjesbos
28
27
1
2.598
24.479
Cluster 10
De Kwakel
7
1
6
579
3.539
Cluster 11
Meerwijk, Boterdijk en Vuurlijn
26
21
5
2.052
13.482
Cluster 12
Elzenlaan en Zijdelse zomp
19
11
8
2.043
16.649
Cluster 13
Zijdelmeer
9
9
0
1.398
111.716
Cluster 14
Helofytenfilter
0
0
0
0
0
Cluster 15
Amsteldijk en Uithoornse Polder
83
57
26
10.125
92.250
Cluster 16
Buitengebied De Kwakel Noord
37
0
37
3.903
13.476
Cluster 17
Buitengebied De Kwakel Zuid
42
5
37
4.850
12.773
Totalen
475
290
51.981
118.499
NB. Het Egeltjesbos is geen primaire watergang maar wordt wel door Waternet onderhouden. Dit is een afwijkende overeenkomst.
NB. Het helofytenfilter heeft niet meer de functie waarvoor deze is aangelegd. Er wordt aan een herinrichting gewerkt voor dit gebied.
Achterstand baggeropgave
In het najaar van 2015 is door AT Milieuadvies BV
6AT MilieuAdvies BV, rapportnr. AT14153
een spreadsheet gebouwd met als doel de baggeropgave voor de gemeente Uithoorn te bepalen en te prioriteren. Constatering hierbij was dat de gemeente vóór 2015 reeds een achterstand heeft opgelopen bij het realiseren van baggerwerk. Het voornemen deze achterstanden in baggerwerkzaamheden in de gemeentelijke watergangen weg te werken is ingevuld, alle gemeentelijke watergangen waar de gemeente 100% eigenaar is zijn gebaggerd. Het extra ontvangen budget om juist deze achterstanden weg te werken is terecht gekomen in de reserve openbare ruimte.
Jaarlijkse aanwas
De totale jaarlijkse gemeentelijke baggeraanwas in de (deels) gemeentelijke, niet-primaire watergangen is als volgt geschat:
-3.992 m3 uit watergangen waar de gemeente geheel of grotendeels (≥60%)
7De afweging om de grens te stellen op ≥60% is gemaakt in §6.1. Met deze grens wordt reeds een groot deel van het gemeentelijke areaal opgenomen in de planning van het baggeronderhoud.
onderhoudsplichtig is;
-498 m3 uit watergangen waar de gemeente een klein aandeel heeft in haar onderhoudsplicht (0 -60%).
Om te voorkomen dat de gemeentelijke watergangen dichtslibben, moet gemiddeld over de jaren heen in totaal ca. 4.500 m3 per jaar worden gebaggerd. Dit betreft de baggeraanwas exclusief Zijdelmeer; met dit cluster wordt anders omgegaan (zie §3.3). Uit de beschikbare metingen (2015) blijkt dat verlanding van het Zijdelmeer (cluster 13) de komende jaren niet aan orde is. Voorlopig wordt hier geen baggeropgave verwacht. Om de baggerkosten wel in beeld te houden is cluster 13 Zijdelmeer wel in de planning opgenomen, in 2031.
Baggeropgave
Vanuit de bovenstaande basis, de baggeropgave voor de 2016 en de in de spreadsheet berekende jaarlijkse aanwas is de baggeropgave voor 2018 bepaald. De geactualiseerde spreadsheets is beschikbaar bij de gemeente
8Exceldocument 20181112 AT15099 - VOLUME_URGENTIE_PLANNING-versie BS.xlsx
. De komende jaren moet deze informatie een plek krijgen in het beheersysteem GBOR.
De volgende tabel geeft hiervan een samenvatting per cluster. Hierbij is het volgende onderscheid gemaakt:
•watergangen die (vrijwel) volledig in eigendom zijn bij de gemeente (≥ 50%).
Het weergeven volume betreft de volledige watergang; voor deze volledige opgave is budget geraamd.
•watergangen waar de gemeente slechts gedeeltelijk eigenaar is (0 – 50%).
Hier is een splitsing gemaakt naar de baggeropgave van de gemeente voor dat cluster, de laatste kolom geeft de opgave zoals die bij de particulier ligt. Voor de baggeropgave van de gemeente is in budgetten een reservering gemaakt.
Het advies is de clusterindeling jaarlijks te beoordelen en indien nodig bij te stellen. Tevens wordt aanbevolen de clusterindeling af te stemmen met de indeling zoals Waternet die hanteert. De kans is immers aanwezig dat pas gebaggerde watergangen weer ‘vollopen’ met bagger vanuit andere watergangen. In bijlage 6 zijn de clusterindeling van de gemeente en de indeling van Waternet naast elkaar gezet. Gezien de achterstand die de gemeente wil inlopen, ligt daar voor de komende de jaren de focus. De afstemming in clustering volgt daarna.
Tabel 5-4: baggeropgave overige watergangen, peildatum 2018, inventarisatie 2016
CLUSTER
Volume [ m3 ]
Gemeente eigenaar ≥60%
Gemeente eigenaar 0 – 60%
Volledige opgave watergang
Opgave gemeente
Opgave derden
Cluster 01
Veilinggebied
343
176
144
Cluster 02
Legmeer
5.004
50
119
Cluster 03
Libellebos *
344
12
8
Cluster 04
Zijdelwaard, Thamerdal en Industrieterrein
531
120
88
Cluster 05
Koningin Maximalaan
3.125
715
476
Cluster 06
Pauwenhoek, Poelweg en Iepenlaan
1.507
208
139
Cluster 07
Sportvelden Thamen en begraafplaats
2.808
373
249
Cluster 08
Sportvelden KDO
542
388
300
Cluster 09
Egeltjesbos (afspraak, in beheer bij Waternet)
3.629
59
88
Cluster 10
De Kwakel
212
276
184
Cluster 11
Meerwijk, Boterdijk en Vuurlijn
1.876
223
236
Cluster 12
Elzenlaan en Zijdelse zomp
2.714
743
1.212
Cluster 14
Helofytenfilter
-
-
-
Cluster 15
Amsteldijk en Uithoornse Polder
17.456
3.345
2.253
Cluster 16
Buitengebied De Kwakel Noord
-
2.978
1.985
Cluster 17
Buitengebied De Kwakel Zuid
1.046
1.050
926
Subtotaal
41.137
10.716
8.406
Totaal
60.529
* Libellebos gebaggerd in 2017 (de laatste stuk in 2019), volume o.b.v. inschatting jaarlijkse aanwas.
Uit de tabel is te herleiden dat de totale baggeropgave op de peildatum 2018 circa 60.529 m3 bedraagt.
9Bij het opstellen van het meerjarenbaggerplan zijn aannames gedaan omtrent kwaliteit en kwantiteit. Voor de aannames inzake kwaliteit is gebruik gemaakt van oude gegevens. Voor de kwantiteit zijn wel dwarsprofielen opgenomen, echter hart op hart 150 m, wat ten hoogste een indicatie geeft omtrent baggerspecievolume. Steeksproefsgewijs is daarbij de aanwezigheid van bagger gemeten, tot de vaste bodem.
Watergangen waar de gemeente geen bemoeienis mee heeft blijven buiten beschouwing. De werkelijke kwaliteit en hoeveelheid van het bagger moet kort voor daadwerkelijke uitvoering worden beoordeeld. Kwaliteitsbeoordelingen zijn namelijk beperkt (enkele jaren) geldig. Dit betekent dat er een onzekerheid in de kostenramingen aanwezig is.
Budgetten
Vanuit de clustering en indeling zoals beschreven aan het begin van deze paragraaf en de baggeropgave vanuit tabel 5-4 zijn de benodigde budgetten voor de gemeentelijke baggerwerkzaamheden, inclusief het transport en verwerking van het slib, ingeschat. De volgende tabel geeft de bevindingen weer. Belangrijke kanttekening is dat deze tabel is gebaseerd op de brongegevens en de prioritering uit 2015. §5.2.2 geeft het werkproces weer om de baggeropgave jaarlijks te actualiseren en benodigde baggerwerkzaamheden uit te voeren.
Tabel 5-5: Budgetten gemeentelijke baggeropgave (exclusief voorbereidingskosten)
Plan-jaar
Planjaar cfg
analyse van 2015
Cluster
Gemeente eigenaar ≥60%
Reservering gemeente eigenaar
Totale budget gemeente
0– 60%
2017
2015
cluster 03
Libellebos
Gereed
Gereed
€ 170.000
2018
2015
cluster 03
Libellebos (restant, vml BMX-baan,
Gereed
Gereed
€ 18.000
Inschatting 400m3 à €45,-(asbest en moeilijk bereikbaar
Inlopen achterstand
2019
2015
cluster 08*
Sportvelden KDO
Gereed
Gereed
€ 10.000
2016
cluster 06
Pauwenhoek, Poelweg en Iepenlaan
Gereed
Gereed
€ 65.000
cluster 07
Sportvelden Thamen en begraafplaats
(deels uitgevoerd)
2017
cluster 01*
Veilinggebied
€ 15.000
€ 73.000
€ 88.000
cluster 16
De Kwakel Noord
cluster 17
De Kwakel Zuid
2018
cluster 05*
Koningin Maximalaan
Gereed
Gereed
cluster 12
Elzenlaan en tuin Bram de Groot
€ 118.000
€ 30.000
€ 148.000
cluster 09
Egeltjesbos (bekostiging Waternet)
Uitvoering Waternet
2020
2019
cluster 10
De Kwakel
€ 224.000
€ 108.000
€ 332.000
cluster 11
Overige Uithoorn, zuiden
cluster 15
Amsteldijk en Uithoornse Polder
Planning te zijner tijd bijstellen met actuele inventarisatie
2021
2020
cluster 02
Legmeer
€ 58.000
€ 2.000
€ 133.000
2021
cluster 04
Overige Uithoorn, tnv Maximalaan
2021
n.t.b.
€ 74.000
2022
2022
n.t.b.
€ 200.000
2023
2023
n.t.b.
€ 207.00
2024
2024
n.t.b.
€ 53.000
2025
2025
n.t.b.
€ 53.000
2026
2026
n.t.b.
€ 53.000
2027
2027
n.t.b.
€ 53.000
2028
2028
n.t.b.
€ 53.000
2029
2029
n.t.b.
€ 53.000
2030
2030
n.t.b.
€ 92.00
2031
cluster 13
Zijdelmeer **
€ 401.000
-
€ 401.000
TOTAAL vanaf 2019
€ 1.993.000
Jaarlijkse gemiddelde
€ 166.000
* ) In oktober 2019 worden de onderzoeken naar de naar de kwaliteit van de baggerspecie in de clusters 01, 05, 08 uitgevoerd. Afhankelijk van de uitkomsten (kwaliteit) wordt bepaald welke watergangen dit jaar nog worden gebaggerd.
**) Verlanding van het Zijdelmeer de komende jaren niet aan orde is. Om de baggerkosten wel in beeld te houden is cluster 13 Zijdelmeer wel in de planning opgenomen, in 2031.
5.2.2 Werkproces baggeren
Het werkproces ziet er in een jaarcyclus als volgt uit. Inventarisatie en het actueel houden van het beheersysteem is hierbij een continu proces.
Actueel inzicht eigendomssituatie en verantwoordelijkheden
In §3.2 is beschreven dat de gemeente de regie neemt voor het bij beheer van de watergangen waarvan zij meer dan 50% eigenaar is. Voor de overige watergangen (eigendom gemeente 0 tot 50%) neemt de gemeente een reactieve houding aan. Voor alle te baggeren watergangen moet een actueel inzicht zijn in hoeverre de gemeente daadwerkelijk verantwoordelijk is voor baggerwerkzaamheden en het ontvangen c.q. verwerken van uitkomende bagger. Hiervoor moeten de kadastrale grenzen en eventuele onderhoudsovereenkomsten goed worden gecontroleerd.
De watergangen waarvan de gemeente (vrijwel) volledig eigenaar is (≥50%) worden gebaggerd onder regie van de gemeente.
Inventarisatie areaal en toestand
Voor het inplannen van groot onderhoud (baggerwerkzaamheden), het ramen van kosten en het voorbereiden van uitvoeringswerkzaamheden (baggeren, maai- en slootwerk) is het van belang om actuele gegevens beschikbaar te hebben: gegevens over het areaal, de toestand en de meest actuele planning. Voor de niet-primaire watergangen waarvoor de gemeente (deels) onderhoudsplichtig is, geeft bijlage 4 een overzicht van de gegevens die in het beheersysteem opgeslagen en actueel gehouden worden. Dit is een doorlopend proces.
Afweging en prioritering
Voor de afweging en prioritering van het al dan niet baggeren van het gemeentelijk deel van de watergangen hanteert de gemeente de regels zoals uitgebreid beschreven in §3.2. De afweging en opstellen van het jaarprogramma vindt op clusterniveau plaats. De mate van verondieping is hierin een belangrijke score, waarbij de prioritering hoger kan uitvallen als gescoord wordt op onderdelen als ‘speelplaats, beleving, afvoerfunctie en ecologie’.
-Ook wanneer kosten kunnen worden bespaard door werk-met-werk te maken, krijgen baggerwerkzaamheden meer of minder prioriteit. Bij het jaarlijks definitief vaststellen van baggerwerkzaamheden vindt vooraf afstemming plaats met de overige maatregelen in de buitenruimte. Voorbeelden zijn:
-het mee liften met baggerwerkzaamheden door het waterschap in primaire watergangen.
-wanneer in of naast een watergang binnen enkele jaren (stedelijke) ontwikkelingen plaatsvinden (waarbij watergangen worden vergraven), kan het baggeren van die watergang worden uitgesteld/opgeschort.
-bij een voorgenomen aanpassing van de oevers kan mogelijk gewerkt worden met de vrijkomende baggerspecie (mits verspreidbaar).
Onderzoek en inspectie
Voor het inplannen van de baggerwerkzaamheden en het begroten van de kosten is van belang inzichtelijk te hebben en te houden hoeveel bagger er daadwerkelijk in de watergangen waarvoor de gemeente (deels) onderhoudsplichtig is, aanwezig is. Het verdient aanbeveling om elk jaar in het 1e kwartaal, voor de te baggeren clusters, de volgende aspecten te onderzoeken. Eventuele nieuwe informatie dient in het beheersysteem te worden verwerkt.
-Is het streefpeil en/of de verplichte keurdiepte voor de watergangen aangepast?
Zoals in § 2.2 vermeld kan het voorkomen dat de Keur wordt aangepast. In dit stadium is het van belang te controleren bij het waterschap of de bij ons bekende gegevens over streefpeil en keurdiepte nog steeds juist zijn.
-Wat is de actuele baggerkwaliteit en het actuele baggervolume?
De werkelijke kwaliteit van het bagger wordt kort voor daadwerkelijke uitvoering beoordeeld. Kwaliteitsbeoordelingen zijn namelijk beperkt (enkele jaren) geldig.
Derhalve is het noodzakelijk om voorafgaand aan de werkzaamheden ter plaatse van de te baggeren watergangen een verkennend kwalitatief en kwantitatief waterbodem-onderzoek uit te voeren. Hiermee zal de actuele kwaliteit vastgesteld worden, en daarmee de afzetmogelijkheden, alsmede een meer exacte meting van het baggervolume.
-Komen er mogelijk asbesthoudende beschoeiingen in de watergangen voor?
Bij watergangen waar asbesthoudende beschoeiing voorkomt is de baggerspecie ook verdacht op het voorkomen van asbest en dient hier onderzoek naar plaats te vinden. Uit de laatste inventarisatie bleken er geen asbesthoudende beschoeiingen voor te komen in Uithoorn.
-Zijn er fysieke beperkingen om de baggerspecie op aangrenzende percelen te verwerken?
Het verwerken van baggerspecie op aangrenzend perceel is veelal uit kostentechnisch oogpunt de meest voordelige oplossing. Echter het perceel moet er geschikt voor zijn, zowel qua talud en oppervlakte als qua huidig gebruik. Met name weilandpercelen en bredere stroken openbaar groen komen hiervoor in aanmerking.
-Functioneren de duikers in de watergangen nog in voldoende mate?
Voor de afvoerfunctie van de watergangen is het essentieel dat de duikers goed functioneren. Sowieso dienen de in het werk aanwezige duikers meegenomen te worden in het baggerwerk (doorspuiten), maar mogelijk dat er ook constructieve maatregelen noodzakelijk zijn. Een beoordeling in het veld moet dit uitwijzen.
-Opstellen plan van aanpak in verband met de Flora- en Faunawet.
De Flora- en faunawet stelt randvoorwaarden aan het voorbereiden en uitvoeren van baggerwerkzaamheden, zoals de periode waarin werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd, het materieel dat wordt gebruikt, de werkrichting, het sparen van een deel van de vegetatie en eventueel gefaseerd uitvoeren van baggerwerkzaamheden. Welke maatregelen nodig zijn, is afhankelijk van de te verwachten soorten die in het water leven. Er moet altijd een plan van aanpak worden opgesteld waarin wordt aangegeven welke aandachtspunten in het kader van de Wet natuurbescherming een rol spelen en hoe daarmee tijdens de uitvoering van het werk wordt omgegaan.
Bestek en aanbesteding
In het 2e kwartaal van het jaar dient het bestek dan wel werkplan te worden opgesteld, gelijk gevolgd door de aanbesteding. Van belang hierbij zijn:
-Omvang van het werk (de lengte van de te baggeren watergangen en het totaal baggerspecievolume).
-Omvang van aanvullende werkzaamheden (inzake duikers en/of beschoeiingen).
-Kwaliteit van de baggerspecie en daarmee samenhangend de afzetmogelijkheden.
-Voor het baggerwerk dient als onderdeel van het bestek een veiligheidsplan en gezondheidsplan opgesteld te worden. Dit kan ook door de aannemer worden opgesteld en ter goedkeuring aan de opdrachtgever worden voorgelegd. De opdrachtgever moet er op toe zien dat er een (goedgekeurd) veiligheidsplan of uitvoeringsplan is opgesteld voor aanvang van de werkzaamheden.
-Indien er sterk verontreinigd materiaal gebaggerd dient te worden, dient dit uitgevoerd te worden door een BRL 7000, protocol 7003 gecertificeerde aannemer.
-Er moet voldaan worden aan de verplichtingen vanuit Wet natuurbescherming.
Uitvoering baggerwerkzaamheden
Het baggerwerk dient jaarlijks in het 3e kwartaal te worden uitgevoerd. Dit is vanuit het oogpunt van de Wet natuurbescherming de meest ideale periode. Voor de begeleiding van de baggerwerkzaamheden dient een toezichthouder te worden aangesteld die de dagelijkse voortgang van de werkzaamheden in de gaten houdt.
Bij uitvoering van saneringsbaggerwerkzaamheden, conform BRL 7003, is een externe toezichthouder die gecertificeerd is conform BRL 6003 verplicht.
Afsluiting en evaluatie van baggerwerk
Gegevens van het uitgevoerde baggerwerk moeten direct na uitvoering in het beheersysteem van de gemeente worden verwerkt om een actueel inzicht te hebben in der onderhoudstoestand. Het betreft onder andere baggerjaar, baggervolume, baggerspeciekwaliteit.
Het verdient aanbeveling om uitgevoerd baggerwerk te evalueren. Deze evaluatie heeft tot doel om geconstateerde problemen/afwijkingen in het komend jaar zoveel mogelijk te voorkomen, alsmede om de baggerplanning voor het komend jaar nader af te stemmen. Uitvoering van de evaluatie vindt plaats in het 4e kwartaal van het jaar, gelijktijdig met het vaststellen van het nieuwe jaarprogramma baggeren.
5.2.3 Schonen watergangen
Om te voorkomen dat er teveel plantengroei is in watergangen moeten de watergangen periodiek worden geschoond (maaien en verwijderen van overtollige plantengroei). Niet-primaire watergangen moeten worden geschoond door de aanliggende perceeleigenaren. Wanneer binnen een watergang meerdere aanliggende eigenaren onderhoudsplichtig zijn, hoeven zij het schonen van de watergang niet zoals bij baggeren gezamenlijk en tegelijkertijd uit te voeren. De gemeente schoont naast het deel van de watergangen waarvoor zij onderhoudsplichtig is ook de particuliere delen en voert al het maaisel op eigen kosten af. Dit betekent dat jaarlijks circa 56,5 kilometer watergang voor rekening van de gemeente moet worden geschoond.
Voor watergangen waar de gemeente haar onderhoudsplicht deelt met andere onderhoudsplichtigen kunnen deze laatsten de gemeente vragen ook het maai- en slootwerk in hun deel van de watergang uit te voeren, mits tegen betaling vooraf en mits hiervoor geen ander materieel hoeft te worden ingezet.
De werkzaamheden worden gecombineerd uitgevoerd met het maaien van de naastgelegen bermen en slootkanten. Deze werkzaamheden worden gezamenlijk aanbesteed, in één contract met een aannemer. De gecombineerde kosten worden als één bedrag geraamd op de exploitatie begroting, een verdeling naar water, groen of riolering wordt niet gemaakt.
Zowel in het stedelijk gebied als in het buitengebied voert de gemeente het maaisel af naar een verwerker/vergister. De jaarlijks benodigde budgetten zijn voor de betreffende gemeentelijke, niet-primaire watergangen als volgt ingeschat:
•Schonen: €12.000,-
•Afvoeren van vrijkomend maaisel: €10.000,-
Deze bedragen kunnen fluctueren, het ene jaar komt er meer maaisel vrij dan in het andere jaar. Om die reden zijn de genoemde bedragen een inschatting.
Bijlage 1: overzicht wetgeving en beheerplichten
Deze bijlage geeft een overzicht van de wettelijke kaders, de beheerplichten die hieruit voortvloeien en bindende overeenkomsten zoals die door de gemeente zijn opgesteld. De peildatum hierbij is juli 2019. Europees is de Kaderrichtlijn Water van toepassing, die voorschrijft dat de waterkwaliteit van de Europese wateren vanaf 2015 aan bepaalde eisen moet voldoen. Deze nieuwe richtlijn (2000/60/EG) gaat op termijn een aantal oude richtlijnen integreren en vervangen met de bedoeling meer eenheid in de regelgeving te brengen. De richtlijn is sinds eind 2000 van kracht voor het waterbeheer, dat wil zeggen voor het totaal aan activiteiten die tot doel hebben om het grond- en oppervlaktewater zo goed mogelijk te beheren.
B1.1 Waterwet
In de Waterwet zijn de waterschappen aangewezen als de waterbeheerder voor de regionale watersystemen. De waterbeheerder is verantwoordelijk voor het operationele waterbeheer. De waterbeheerder legt de condities vast om de strategische doelstellingen van het waterbeheer te realiseren en bepaalt de concrete maatregelen.
B1.2 Keur waterschap AGV 2017
In de gemeente Uithoorn is het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (kortweg: waterschap AGV) de aangewezen waterbeheerder. Zij legt de regels en de benodigde maatregelen vast in een eigen verordening, die van oudsher de Keur heet. De keur kent ‘verboden’ en ‘geboden’ voor de manier van inrichten, gebruik en onderhoud van waterkeringen, oevers en wateren. De keur is een belangrijk instrument voor het waterschap om activiteiten in en rond het watersysteem in goede banen te leiden en te zorgen dat ze geen gevaar op kunnen leveren voor het watersysteem. In de keur maakt het waterschap onderscheid tussen watergangen die vanuit het oogpunt van het watersysteem zeer belangrijk zijn (de ‘primaire watergangen’) en ‘overige’ watergangen. De keur is voor het laatst vastgesteld in 2017 en wordt periodiek opnieuw vastgesteld (uiterlijk na 10 jaar).
Het waterschap ziet toe op de naleving van de geboden en verboden in de keur. Zij doet dit onder andere via het uitvoeren van een schouw. Een schouw op de minimale waterdiepte wordt tenminste één jaar van te voren bekend gemaakt. Het waterschap kan naleving van de geboden en verboden in de keur afdwingen via aanschrijvingen, boetes of (in uiterste gevallen) een hechtenis.
B1.3 Onderhoudsplichtigen Keur waterschap AGV
Watergangen
Op grond van artikel 3.4 uit de laatst vastgestelde keur uit 2017 moeten watergangen worden onderhouden door de kadastrale eigenaren van de watergang (veelal gelijk aan de eigenaar van het aangrenzende perceel).
Artikel 3.4 Onderhoudsplichtigen en onderhoudsverplichtingen (2017)
1De gerechtigden van percelen zijn verantwoordelijk voor het gewoon onderhoud van de aan hun perceel grenzende watergangen voor zover hun recht strekt, met uitzondering van het stromingsprofiel van primaire wateren, van werken en van ligplaatsen van woonschepen.
2Voor overige wateren (bijvoorbeeld plassen) zijn gerechtigden verantwoordelijk voor het gewoon onderhoud voor zover hun rechten strekken.
3De gerechtigde van een werk is verantwoordelijk voor de instandhouding van het werk, en voor het gewoon onderhoud van het oppervlaktewaterlichaam voor het deel waarover het werk zich uitstrekt.
4Het waterschap is verantwoordelijk voor het onderhoud van het stromingsprofiel van primaire wateren, met dien verstande dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor het vrijhouden van vuil van primaire wateren in stedelijk gebied.
5De gerechtigden van natuurvriendelijke oevers, of delen daarvan, zijn verantwoordelijk voor het in goede staat en op voldoende diepte houden van de oever, evenals voor het vrijhouden van de oever van vuil en overmatige plantengroei.
6De gerechtigden van ligplaatsen voor woonschepen en drijvende inrichtingen zijn verantwoordelijk voor het gewoon onderhoud van de ligplaats, ook wanneer de ligplaats is gelegen in het stromingsprofiel als bedoeld in lid 4.
Loopt de (kadastrale) grens van twee erven in de lengterichting onder een watergang, dan is iedere eigenaar verplicht het op zijn erf gelegen deel van de watergang te onderhouden. Daarom is in lid 1 de zinsnede ‘voor zover ieders recht strekt' opgenomen. Wanneer een watergang meerdere naastgelegen perceeleigenaren heeft, dan zijn zij gezamenlijk verantwoordelijk voor het onderhoud van de watergang (ieder voor zijn deel).
Plassen en meren
Plassen zoals het Zijdelmeer moeten worden onderhouden door de kadastrale eigenaar van de plas (artikel 3.4 lid 2).
Kunstwerken (bv bruggen en duikers)
De keur stelt ook voorwaarden aan de aanleg en onderhoud van kunstwerken in de watergang, zoals bruggen en duikers. Zij kunnen namelijk de doorstroombaarheid van een watergang beïnvloeden. Het aanleggen van bruggen, dammen en duikers is in principe watervergunningplichtig op grond van de keur van het waterschap. Alleen voor het aanleggen van dammen en duikers in niet-primaire watergangen kan worden volstaan met een melding, indien aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Hierbij geldt altijd de verplichting dat de vergunninghouder c.q. de melder de binnenzijde van een duiker vrijhoudt van aanslibbend materiaal, tenzij deze in een primaire watergang ligt (dan zorgt Waternet hiervoor). De eigenaar van de duiker is verantwoordelijk voor de instandhouding van de constructie (ook wanneer deze in een primaire watergang ligt).
Primaire watergangen
In de keur benoemt het waterschap zichzelf tot onderhoudsplichtige voor het onderhoud van het stromingsprofiel van primaire wateren (artikel 3.4 lid 4). Het op diepte houden van primaire watergangen is daarmee een taak voor het waterschap, ook wanneer de primaire watergang in eigendom is van bijvoorbeeld de gemeente of een particulier. Deze uitzondering zorgt ervoor dat de onderhoudsverplichting voor veel gemeentelijke watergangen niet bij de gemeente ligt, maar bij het waterschap.
Drijfvuil
De keur van het waterschap geeft tevens aan dat de gemeente de plicht heeft (drijvend) vuil uit primaire watergangen in stedelijk gebied te verwijderen (art. 3.4, lid 4).
B1.4 Onderhoudsverplichtingen Keur waterschap AGV
In de vorige paragraaf is ingegaan op wie onderhoudsplichtig is. Deze paragraaf beschrijft wat die onderhoudsverplichting inhoudt. In de keur uit 2017 is de onderhoudsverplichting voor oppervlaktewateren geregeld in artikel 3.5. Er wordt gesproken over ‘gewoon onderhoud’. Dit houdt in: maaien, baggeren, snoeien, verwijderen van materiaal en vuil, en herstel van beschadigingen.
Artikel 2.6 Onderhoudsverplichtingen oppervlaktewaterlichamen (2017)
1De onderhoudsplichtigen voor gewoon onderhoud als bedoeld in artikel 3.4 lid 1 en 2, dragen in ieder geval zorg voor een goede toestand van het in de onderhoudsplicht vastgelegde deel van het oppervlaktewaterlichaam, waaronder in ieder geval wordt verstaan:
a.het in de onderhoudsplicht vastgelegde deel van wateren of oevers vrijhouden van overmatige plantengroei en van ongeremd groeiende planten;
b.het onderwaterprofiel te allen tijden op de volgende afmetingen houden:
i.een onderwatertalud met een hellinghoek van 1:1,5 of flauwer, tenzij op de legger, in een watervergunning of in een overeenkomst met het waterschap een andere hellingshoek is bepaald;
ii.watergangen met een breedte op de waterlijn van minder dan 2,5 meter: een diepte op de waterbodem van tenminste van 0,40 meter, voor zover dit met de voorgeschreven hellinghoek van het onderwatertalud mogelijk is;
iii.watergangen met een breedte op de waterlijn van 2,5 meter of meer, maar minder dan 4 meter: een diepte op de waterbodem van tenminste 0,50 meter;
iv.watergangen met een breedte op de waterlijn van 4 meter of meer: een diepte op de waterbodem van tenminste 0,80 meter.
c.verwijderen van verlanding;
d.verwijderen van vuil;
e.bij het verwijderen van verlanding wordt tenminste het onderwaterprofiel, als bedoeld onder b in acht genomen;
f.het in stand houden van constructie, vorm en richting van de oever inclusief het onderhoud van beschoeiing;
g.het zodanig onderhouden en beschermen van de oever dat deze niet afkalft;
h.de oever waar nodig beschermen tegen vertrapping door dieren;
i.het vrijhouden van de beschermingszone van voorwerpen, materialen en werken die het onderhoud van water, oever en oeverbeschoeiing kunnen belemmeren of die de stabiliteit en ecologische toestand van de oeverzone kunnen aantasten.
2De onderhoudsverplichtingen als bedoeld in lid 1 sub b van dit artikel gelden alleen voor zover de vaste waterbodem de genoemde diepte of een grotere diepte heeft.
3De onderhoudsplichtigen dienen het onderhoud zodanig uit te voeren dat de ecologische toestand van het water en de oevers zo min mogelijk wordt geschaad.
B1.5 Ontvangstplicht Waterwet
De Waterwet geeft in artikel 5.23, lid 2 aan dat eigenaren van percelen die grenzen aan primaire watergangen verplicht zijn om op die gronden de baggerspecie en maaisel te ontvangen die op grond van de onderhoudsverplichtingen vrijkomt uit die watergangen (zie kader hieronder). Dus ook bagger die vrijkomt uit primaire watergangen moet door de aangrenzende eigenaren kosteloos in ontvangst worden genomen. Voor diverse primaire watergangen in stedelijk en landelijk gebied is de gemeente aangrenzend eigenaar.
Artikel 5.23 Waterwet
1Rechthebbenden ten aanzien van onroerende zaken zijn gehouden onderhouds- en herstelwerkzaamheden aan waterstaatswerken te gedogen, voorzover die werkzaamheden geschieden door of onder toezicht van de beheerder.
2Rechthebbenden ten aanzien van gronden, gelegen aan of in een oppervlaktewaterlichaam waarvan het onderhoud geschiedt door of onder toezicht van een beheerder, zijn gehouden op die gronden specie en maaisel te ontvangen, die tot regulier onderhoud van dat oppervlaktewaterlichaam worden verwijderd.
3De beheerder stelt de rechthebbenden ten minste achtenveertig uur van tevoren schriftelijk in kennis van de voorgenomen werkzaamheden.
B1.6 Overeenkomsten voor baggerbeheer
De gemeente heeft in het verleden voor een aantal watergangen een overeenkomst gesloten met derde partijen over het op diepte houden van de watergangen (baggeronderhoud).
Overeenkomst gemeente – waterschap 1997
In 1997 heeft de gemeente een overeenkomst gesloten met het waterschap AGV over het beheer van een aantal gemeentelijke watergangen. Dit gebeurde op vrijwillige basis, als uitwerking van de toentertijd geldende Derde Nota Waterhuishouding
11In 1989 is de Derde Nota Waterhuishouding vastgesteld. Daarin wordt als beleidsuitgangspunt opgenomen: "de beheerstaken die de zorg voor de regionale en lokale waterhuishouding betreffen, zijn of worden opgedragen aan waterschappen, tenzij dit niet verenigbaar is met het belang van een goede organisatie van de waterstaatkundige verzorging" (p. 126, NW3).
. Op basis van de overeenkomst zijn diverse stedelijke watergangen aangemerkt als primaire watergang. De gemeente is hierin tevens met het waterschap overeengekomen dat de gemeente de ontvangstplicht voor alle lokaal verspreidbare bagger uit primaire watergangen binnen stedelijk gebied op zich neemt en hiervoor het gemeentelijk baggerdepot beschikbaar stelt. Het waterschap ziet deze overeenkomst inmiddels als een overdrachtsovereenkomst, niet als een duurovereenkomst. Het waterschap stelt daarnaast dat de afspraken in deze overeenkomst ondergeschikt dienen te zijn aan de Waterwet en de eigen keur en dus niet meer van toepassing zijn. Hierover loopt (eind 2018) een discussie met het waterschap, onder andere over de status en inhoud van (afspraken in) deze overeenkomst en over de afvoer van maaisel uit primair water in stedelijk gebied. Deze discussie wordt gevoerd in BOWA/Isariz-verband.
Overeenkomsten gemeente – particulieren Meerwijk (ontbonden)
De gemeente heeft in het begin van de jaren ’90 met diverse particuliere eigenaren in de wijken Meerwijk-West en Meerwijk-Oost een overeenkomst gesloten waarbij het beheer van de watergang eeuwigdurend is neergelegd bij de gemeente. Omdat deze watergangen vervolgens in 1997 zijn overgedragen naar het waterschap, zijn al deze overeenkomsten vervolgens ontbonden.
Overeenkomst gemeente – derden
De gemeente heeft in het verleden tevens een overeenkomst gesloten met de woningstichting voor het beheer van een watergang ten noorden van de Wilgenhof. En er is een overeenkomst gesloten met een particuliere eigenaar voor het beheer van een watergang langs een deel van het wandelpad in de Zijdelse Zomp (nabij het Zijdelveld). De gemeente heeft zichzelf verplicht ook deze watergangen te onderhouden.
Daarnaast zijn enkele gemeentelijke percelen via een overeenkomst in gebruik gegeven aan derden, zoals aan Landschap Noord-Holland, kinderboerderij de Olievaar en aan diverse sportverenigingen. In deze overeenkomsten is vastgelegd dat de gemeente verantwoordelijk is voor het groot onderhoud, zoals baggerwerkzaamheden voor het op diepte houden van een watergang.
B1.7 Besluit Bodemkwaliteit
Het Besluit bodemkwaliteit (2007) biedt het rijksbeleidskader voor het toepassen van grond en baggerspecie op of in de bodem en in het oppervlaktewater. Het besluit streeft naar een goede balans tussen bescherming van de bodemkwaliteit enerzijds en het bieden van voldoende afzetmogelijkheden voor grond en baggerspecie anderzijds.
De nieuwe normstelling is gebaseerd op een risicobenadering. Dit betekent dat voor situaties met een gering risico weinig regels en soepele normen gelden, terwijl in situaties met meer risico’s strengere normen en meer regels gelden. De normstelling legt een directe relatie tussen het gebruik (de functie) en de kwaliteit van de bodem. Uitgangspunt van het beleid is dat de bodemkwaliteit moet aansluiten bij de functie van de bodem en dat de lokale (water)bodemkwaliteit op klasse niveau niet mag verslechteren en waar mogelijk verbetert. De bodem moet geschikt blijven voor de functie die erop wordt uitgeoefend. Het Besluit geeft hiervoor generieke normen. Het lokale bevoegd gezag kan zelf andere normen vaststellen.
De gemeente Uithoorn heeft voor baggeren geen gebied specifiek beleid met bijbehorende andere normen vastgesteld. Hierdoor geldt voor baggeren automatisch het generieke beleid met generieke normen. Er is in 2013 wel een bodemkwaliteitskaart en een bodembeheerplan vastgesteld (zie: www.bbkamstelland.nl); deze stellen alleen aanvullende c.q. andere regels voor grondverzet.
De generieke normen zijn gebaseerd op een klassenindeling voor kwaliteit en functie. Afhankelijk van het beoogde gebruik, wordt de bagger in één van de volgende klassen ingedeeld (2007):
○ Verspreiden over aangrenzend perceel:
-vrij verspreidbaar
-verspreidbaar over aangrenzend perceel
-niet verspreidbaar over aangrenzend perceel
○ Toepassen op de landbodem:
-altijd toepasbaar
-klasse wonen
-klasse industrie
-niet toepasbaar
○ Toepassen in oppervlaktewater:
-vrij toepasbaar
-klasse A
-klasse B
-niet toepasbaar
-nooit toepasbaar
Voor elke klasse gelden eigen regels voor het verspreiden of toepassen. Op grond van deze regels kan bagger wel of niet op een aangrenzend perceel worden verspreid of elders worden toegepast. Wanneer de bagger wordt afgevoerd naar een baggerdepot, zijn de kosten voor ontvangst en verwerking hoger naar mate de bagger minder schoon is.
B1.8 Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond en baggerspecie
Achtergronden PFAS
PFAS staat voor Poly- en perfluoralkylstoffen. Deze stofgroep bestaat uit ruim 6.000 stoffen. Hiertoe behoren onder meer de stoffen perfluoroctaanzuur (PFOA), perfluoroctaansulfonaat (PFOS) en HFPO-DA (GenX). PFAS zijn stoffen die door mensen zijn gemaakt vanwege hun specifieke eigenschappen, zoals brandwerendheid en vuil- en waterafstotendheid. Zij worden al decennia gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen, zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica.
Naast deze positieve gebruikseigenschappen hebben PFAS ook negatieve milieueigenschappen, namelijk dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Van sommige PFAS is al aangetoond dat ze toxisch zijn. De stoffen PFOS en PFOA behoren tot de zogenaamde Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) en vanaf juli 2019 ook GenX. Een aantal andere stoffen uit de PFAS groep staan op de lijst van potentiële ZZS (PZZS).
Door het wijdverbreide gebruik en door emissies en incidenten en de stofeigenschappen worden PFAS inmiddels in Nederland, en breder in Europa, niet alleen bij puntbronnen, maar ook als diffuse verontreiniging in bodem, grondwater en oppervlaktewater aangetroffen.
Tijdelijk handelingskader voor PFAS houdende grond en baggerspecie
In de brief van 13 december 2021 aan de Tweede Kamer biedt de Staatssecretaris van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) het ‘Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ (hierna: handelingskader PFAS) aan. PFAS komt diffuus verspreid voor in de bodem in Nederland en Europa en wordt op veel plaatsen in gehalten boven de detectielimiet aangetroffen. Als gevolg daarvan treedt stagnatie op in het verzet van grond en baggerspecie. Het handelingskader beoogt die stagnatie waar mogelijk op te heffen, terwijl tegelijkertijd onverkort het uitgangspunt geldt dat risico’s voor de gezondheid, het milieu en het verspreiden van PFAS houdende grond en baggerspecie naar niet of minder belaste gebieden worden voorkomen.
Het handelingskader biedt een landelijk kader voor de omgang met PFAS-houdende grond en baggerspecie. Dat kader zal juridisch worden verankerd via een separate wijziging van de Regeling bodemkwaliteit. Omdat sprake is van een invulling van de zorgplicht, kan dit handelingskader, vooruitlopend op de aanpassing van de regelgeving, nu al worden gebruikt. Daarnaast hebben bevoegde overheden de mogelijkheid om in hun eigen bodembeleid beargumenteerd af te wijken van de landelijke normen.
Hoofdlijnen van het handelingskader
In het handelingskader PFAS worden voorlopige toepassingsnormen geïntroduceerd voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Deze normen zijn gebaseerd op het advies van RIVM over risicogrenzen voor PFOS, PFOA en GenX. Voor veel projecten betekent dit dat per direct PFAS-metingen moeten worden meegenomen bij het onderzoek naar de kwaliteit van grond of baggerspecie en/of toe te passen landbodem of waterbodem.
Toepassingen op de landbodem
In het handelingskader PFAS zijn voorlopige toepassingsnormen van 7 µg/kg voor PFOA en 3 µg/kg voor andere PFAS (waaronder PFOS en GenX) opgenomen voor toepassingen van grond en baggerspecie op de landbodem, mits toegepast boven het grondwaterniveau en buiten grondwaterbeschermingsgebieden. Deze toepassingsnormen gelden voor locaties die zijn ingedeeld op de bodemfunctieklassekaart in de bodemfunctieklassen Wonen en Industrie, het verspreiden van baggerspecie op het aangrenzende perceel en het toepassen in een grootschalige toepassing. Voor de overige toepassingen op de landbodem, dus op bodems die zijn ingedeeld als bodemfunctieklasse landbouw/natuur en/of een bodemkwaliteit ‘voldoet aan achtergrondwaarden’, binnen grondwaterbeschermingsgebieden of toepassingen onder het grondwaterniveau geldt in principe de bepalingsgrens (0,1 µg/kg) als toepassingseis. Het bevoegd gezag kan beargumenteerd andere (soepelere of strengere) waarden in het eigen bodembeleid opnemen.
Toepassingen op de waterbodem
De toepassingseisen voor grond en baggerspecie zijn bij de meeste toepassingssituaties hetzelfde. Het verspreiden van baggerspecie (art 35 sub g) in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam (stroomopwaarts of stroomafwaarts) of (sedimentdelende) stroomafwaarts gelegen oppervlaktewaterlichamen is toegestaan, met uitzondering van puntbronnen of onverwachte hoge gehalten. Dat geldt ook bij het toepassen van baggerspecie (art 35 sub d) in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam.
Voor het toepassen van grond en het toepassen van baggerspecie in een ander oppervlaktewaterlichaam gelden voor Rijkswateren toepassingswaarden van 3,7 µg/kg voor PFOS en 0,8 µg/kg voor PFOA en andere PFAS verbindingen. Voor regionale wateren gelden toepassingswaarden van 1,1 µg/kg voor PFOS en 0,8 µg/kg voor PFOA en andere PFAS.
Voor het toepassen van grond en baggerspecie in niet-vrij liggende diepe plassen die in open verbinding staan met een rijkswater geldt een toepassingseis van 3,7 µg/kg voor PFOS en 0,8 µg/kg voor PFOA en de andere PFAS. Voorwaarde is wel dat in de nabijheid van de diepe plas geen kwetsbaar object gelegen is, als bedoeld op pagina 26 van de ‘Handreiking voor het herinrichten van diepe plassen(verwijst naar een andere website)'
Voor het toepassen van baggerspecie en grond toepassen in de andere diepe plassen dan hierboven genoemd gelden toepassingswaarden van 1,1 µg/kg voor PFOS en 0,8 µg/kg voor PFOA en de andere PFAS. Deze normen gelden alleen voor verondiepingen die al in uitvoering zijn. Voor die situaties maakt het bevoegd gezag een locatie-specifieke afweging.
Opslaan, reinigen, storten en import/export
Het handelingskader PFAS beschrijft ook mogelijkheden voor het opslaan, reinigen en storten van PFAS houdende grond en baggerspecie. Opgeroepen wordt om de acceptatiecriteria van vergunningen te controleren en waar nodig aan te passen. Ook gaat het handelingskader PFAS in op de mogelijkheden voor de import en export van PFAS houdende grond en baggerspecie.
Zeer Zorgwekkende Stoffen: aanpak aan de voorkant en de achterkant
In de kamerbrieven staat vermeld dat een aangepaste algemene methodiek in de maak is voor de omgang met niet-genormeerde stoffen, en specifiek de zeer zorgwekkende stoffen (ZZS), in bodem en baggerspecie. Bij het bronbeleid streeft het kabinet naar samenwerking op Europees en internationaal niveau.
Meer informatie en antwoord op vragen
https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-regelgeving/bbk/vragen/grond-bagger-pfas/
Welke normen gelden bij het verspreiden van PFAS houdende baggerspecie op het aangrenzende perceel? Moet de kwaliteit van de baggerspecie worden bepaald?
Voor het verspreiden van baggerspecie uit watergangen op het aangrenzende perceel (artikel 35 sub f van het Besluit bodemkwaliteit) geldt de norm van 7 μg/kg ds voor PFOA en 3 μg/kg ds voor PFOS en andere individuele PFAS. Het vaststellen van de kwaliteit van de baggerspecie voor PFAS (in de situaties die zijn genoemd in het artikel 4.3.4, vierde lid van de Regeling bodemkwaliteit) is niet noodzakelijk omdat de verwachting is dat een watergang niet zwaarder met PFAS belast is dan de bodem die er direct naast ligt, met uitzondering voor baggerspecie die gezien de ligging van de locatie verdacht is op het voorkomen van veel hogere gehalten aan PFAS dan de toepassingsnormen. Ook onderzoek naar de ontvangende bodem (naastgelegen perceel) is bij het verspreiden op het aangrenzende perceel niet noodzakelijk. Het onderhoud van watergangen door waterschappen door middel van het periodiek op de kant zetten van baggerspecie kan aldus gewoon doorgang vinden zonder aanvullend onderzoek op PFAS.
In het tijdelijke handelingskader staat wel dat van de waterkwaliteitsbeheerders een bijdrage aan de meetcampagne verwacht wordt. Daarom wordt gevraagd om bij regulier waterbodemonderzoek een aantal representatieve analyses op PFAS mee te nemen. Ook is de verwachting dat in het definitieve handelingskader wel getoetst gaat worden aan de normen voor verspreiden van baggerspecie op de kant. Het meenemen van PFAS in het onderzoek naar watergangen die in de toekomst moeten worden gebaggerd is daarom aan te bevelen.
Aanwezigheid PFOS in bodem gemeente Uithoorn
De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied heeft op haar website een kaart geplaatst met informatie over aangetroffen PFOS en/of PFOA gehalten in de bodem (dit zijn de bekendste en meest kritische stoffen van deze stofgroep PFAS), zie https://gisviewer.odnzkg.nl/index.php?@PFOS#. De gehalten pFos bevinden zich in nagenoeg alle meetpunten tussen de 0,1 en 3,2 µgr/kg.ds. Alleen bij het Cindu-terrein zijn (fors) hogere concentraties aangetroffen in de bodem (> 8 µgr/kg.ds).
Handelingskader en gemeentelijk beleid
Gemeente Uithoorn heeft eigen beleid vastgesteld voor PFOS en PFOA
12Beleidsregel PFAS gemeente Uithoorn 2020, besluit 31 maart 2020, zaaknummer 2020-020863
voorafgaande aan het in werking treden van het landelijke handelingskader. Dit eigen beleid blijft geldig en gaat voor de regels en toepassingsnormen uit het landelijk geldende tijdelijk handelingskader. De gemeentelijke beleidsregel geeft aan: “Het verspreiden op het aangrenzend perceel of het tijdelijk opslaan in een weilanddepot van (onderhouds)baggerspecie met PFOS en PFOA is aanvullend op de msPAF-toets conform het Besluit toegestaan tot een maximum van 3,2 µg/kg ds voor PFOS en 7 µg/kg ds voor PFOA, mits de stof reeds is aangetroffen in de ontvangende bodem.”.
Consequenties gemeente Uithoorn in relatie tot de omgang met baggerspecie
Afzetten baggerspecie op de oever
Het handelingskader geeft aan dat, omdat de verwachting is dat een watergang niet zwaarder met PFAS belast zal zijn dan de bodem die er direct naast ligt, baggerspecie op de kant gezet mag worden zonder dat overal gemeten hoeft te worden. Dit omdat deze toepassing in principe niet leidt tot een verslechtering van de kwaliteit van de bodem. Wel moeten er een aantal representatieve metingen worden gedaan. Het is mogelijk dat er bij metingen van PFAS-gehalten in baggerspecie onverwachte hoge waarden te zien zijn. In dat geval dient nagegaan te worden of er een puntbron aanwezig is. In het kader van de zorgplicht, vastgelegd in de Waterwet en het Bbk, dient bij onverwachte waarden gedetailleerder onderzoek gedaan te worden om te zorgen dat de water- en bodemkwaliteit niet verslechteren door het toepassen van desbetreffende baggerspecie. Het onderhoud van watergangen door waterschappen door middel van het periodiek op de kant zetten van baggerspecie kan aldus gewoon doorgang vinden.
Voor de gemeente Uithoorn betekent dit in relatie tot onderhavig beheerplan in eerste instantie met name een aanvulling op de bemonstering van de het bagger, voorafgaand aan de baggerwerkzaamheden.
Acceptatie bagger op depot Uithoorn
Alle bagger moet worden bemonsterd op PFAS. Indien de meetwaarde < 0.1 µgr/kg.ds is, kan de depotbeheerder bagger conform het oude handelingskader accepteren.
In het tijdelijk handelingskader PFAS wordt gesteld dat voor baggerdepots de vergunning moet worden aangepast om PFAS houdende bagger te mogen accepteren. In overleg met de Omgevingsdienst moeten we nagaan in hoeverre PFAS toch wel mag worden geaccepteerd. Het nieuwe handelingskader geeft aan dat bagger met waarden onder 7 μg/kg ds voor PFOA en 3 μg/kg ds voor PFOS en andere individuele PFAS als ware het “klasse industrie” verspreidbaar is op aangrenzend perceel.
De gemeente wil ervoor pleiten deze bagger dan ook in het baggerdepot te accepteren zonder verdere aanpassingen van het depot (los van overige parameters). Dit kan, voor zover nodig, ook worden verwerkt in de nieuwe vergunningsaanvraag (zie H4).
Bijlage 2: Afweging rol gemeente onderhoud overige watergangen bij gedeeld eigendom
Ook niet-primaire watergangen slibben en groeien in de loop van de tijd dicht. Deze watergangen moeten eveneens met enige regelmaat gebaggerd en geschoond worden. Conform de regels uit de Keur van het waterschap zijn hier de aanliggende perceeleigenaren zelf aan zet.
Loopt de (kadastrale) grens van twee erven in de lengterichting onder een watergang, dan is iedere eigenaar verplicht het op zijn erf gelegen deel van de watergang te onderhouden. Wanneer een watergang meerdere naastgelegen perceeleigenaren heeft, dan zijn zij gezamenlijk verantwoordelijk voor het onderhoud van de watergang (ieder voor zijn deel). De gemeente is voor haar eigendomsdeel van de watergang onderhoudsplichtig.
De gemeente hanteert hierbij als streven dat de watergangen blijven bijdragen aan de maatschappelijke doelen zoals benoemd aan het begin van hoofdstuk 2. De gemeente heeft echter geen bevoegdheden richting de andere onderhoudsplichtigen, wat de planning, voorbereiding en uitvoering bij een gedeeld eigendom lastig maakt. Hierin is een aantal varianten te onderscheiden:
Houding gemeente
Omschrijving
Voordelen (+)
Nadelen (-)
•Individueel
Ieder baggert op het moment dat het hem goeddunkt, zonder afstemming.
+ Ieder betaalt zijn eigen kosten.
+ Je hoeft niet te investeren in afstemming met andere onderhoudsplichtigen.
■ Als de ene partij eerder baggert dan de ander, zakt de bagger vervolgens vanzelf naar het gebaggerde deel, waardoor hij/zij op korte termijn opnieuw zal moeten baggeren. De kans is groot dat hierdoor alle partijen op elkaar blijven wachten.
■ Niet alleen de eigenaar, maar ook anderen hebben er last van wanneer er niet wordt gebaggerd.
•Gezamenlijk en tegelijkertijd.
Iedereen baggert tegelijkertijd (of laat dit tegelijkertijd door dezelfde aannemer doen), daarbij betaalt iedereen zijn eigen deel.
+ Er wordt tegelijk gebaggerd.
+ Ieder betaalt zijn eigen kosten.
■ Er is veel afstemming nodig over onder andere het moment, de wijze en de verdeling van kosten van baggeren. Dit kost veel tijd en daarmee geld.
■ De kans is daardoor heel groot dat niemand het initiatief wil nemen of pas wanneer de urgentie zeer groot is.
■ Niet alleen de eigenaar, maar ook anderen hebben er last van wanneer er niet wordt gebaggerd.
•Gezamenlijk en tegelijkertijd.
•Gemeente neemt initiatief en regie.
De gemeente neemt de regie, waarbij iedereen tegelijkertijd laat baggeren door dezelfde aannemer, en daarbij betaalt iedereen zijn eigen deel.
+ Er wordt tegelijk gebaggerd.
+ Ieder betaalt zijn eigen kosten,
behoudens een deel van de
kosten voor het organiseren
van het baggeren.
+ Particulieren worden deels ontzorgd.
■ Er is veel afstemming nodig over onder andere het moment, de wijze en de verdeling van kosten van baggeren. Dit kost de gemeente veel tijd en daarmee geld.
■ De gemeente blijft afhankelijk van medewerking van één particulier. Baggerwerk zal daardoor niet altijd lukken of niet in het tempo dat de gemeente wil.
■ Het nemen van initiatief in de afstemming kan leiden tot veel vragen en acties. Wanneer dit om veel kleine percelen gaat, zijn deze gemeentelijke afstemmingskosten al snel hoger dan de uitvoeringskosten voor het baggeren van het kleine particuliere deel op zich.
•Gezamenlijk en tegelijkertijd.
•Gemeente neemt initiatief en regie.
•Gemeente draagt kosten kleine delen zelf.
De gemeente neemt de regie, waarbij iedereen tegelijkertijd laat baggeren door dezelfde aannemer, en de gemeente de kosten voor de kleine delen op zich neemt.
+ Er wordt tegelijk gebaggerd.
+ ‘Grotere’ particulieren blijven zelf hun kosten betalen.
+ De kosten voor het afstemmen en organiseren van het baggeren worden beperkt.
+ Particulieren worden in hoge mate ontzorgd.
+ De gemeente is niet afhankelijk van de medewerking van ‘kleine’ particulieren. Baggerwerk zal daardoor gemakkelijker zijn te organiseren.
■ De gemeente is afhankelijk van medewerking van een ‘grotere’ particulier. Baggerwerk zal daardoor niet altijd lukken of niet in het tempo dat de gemeente wil.
■ De gemeente maakt alleen kosten voor de afstemming met ‘grotere’ eigenaren. Doordat het alleen bij de ‘grotere’ eigenaren is, blijven deze naar verwachting beperkt.
■ Indien de gemeente maar voor een relatief klein deel onderhoudsplichtig is voor de betreffende watergang en er veel ‘kleine’ onderhoudsplichtigen zijn, neemt de gemeente hiermee relatief veel baggerkosten voor haar rekening.
•Gezamenlijk en tegelijkertijd.
•Gemeente neemt initiatief en regie.
•Gemeente draagt kosten alle delen zelf.
De gemeente neemt de regie, waarbij iedereen tegelijkertijd laat baggeren door dezelfde aannemer, en de gemeente de kosten voor alle delen op zich neemt.
+ Er wordt tegelijk gebaggerd.
+ De kosten voor het afstemmen en organiseren van het baggeren zijn minimaal.
+ Particulieren worden in hoge mate ontzorgd.
+ De gemeente is niet afhankelijk van de medewerking van particulieren. Baggerwerk zal daardoor gemakkelijker en sneller zijn te organiseren.
■ De gemeente maakt weinig kosten voor de afstemming met eigenaren.
■ Indien de gemeente maar voor een relatief klein deel onderhoudsplichtig is voor de betreffende watergang en er veel ‘kleine’ onderhoudsplichtigen zijn, neemt de gemeente hiermee relatief veel baggerkosten voor haar rekening.
■ De gemeente neemt meer kosten voor haar rekening dan in de variant met alleen de kleinere particulieren door ook grotere particulieren te ontzorgen en de baggerkosten te betalen.
Het genoemde nadeel van de afhankelijkheid van één (kleine) particulier wordt ondervangen door de een grens te stellen aan het aandeel waarvan de gemeente eigenaar is. De afweging om de grens te stellen op ≥50% is gemaakt in §6.1. Hierin is verkend is wat de consequenties voor de benodigde budgetten voor baggeren zijn als deze grens van 50% wordt aangepast vanuit de beschikbare staffels (vanuit de spreadsheet van AT Milieu BV).
Het genoemde nadeel van de afstemmingskosten versus de uitvoeringskosten voor kleine particuliere delen is te ondervangen door een drempel te bepalen. Eigenaren van delen van de watergang waarbij de gemeente voor meer dan de helft eigenaar is worden niet gevraagd mee te betalen; hiervoor neemt de gemeente de kosten van zowel voorbereiding als uitvoering voor haar rekening.
Bijlage 3: Kaders beschoeiingen
De tabel hierna is overgenomen uit het Handboek Onderhoud oppervlaktewater vanuiy geeft een overzicht van de mogelijke belangen, verantwoordelijkheden en de wettelijke kaders. Voor elke belanghebbende is opgenomen wat zijn verplichtingen zijn en in welke wettelijke regeling deze verplichting is beschreven. Op basis hiervan kan per oever met meerdere belangen nader worden uitgewerkt wie voor welk deel verantwoordelijk is; dit is maatwerk.
Belang-hebbende
Belang / wettelijke taak
Verantwoordelijkheid geregeld in
Terrein-eigenaar
Perceeleigenaar wil voorkomen dat zijn land erodeert. Perceeleigenaar dient te voorkomen dat zijn grond, of afkalving daarvan, schade veroorzaakt.
Burgerlijk wetboek en Keur AGV (art. 3.2.3 lid 1, Keur 2017)
Als belangen van derden worden geschaad door erosie van een oever dan kunnen deze partijen de oevereigenaar aansprakelijk stellen. Als waterhuishoudkundige belangen worden geschaad door erosie van de oever dan kan het waterschap een terreineigenaar verplichten de oever in stand te houden.
Wanneer de erosie van een oever geen belangen van derden schaadt, dan kan een perceeleigenaar ervoor kiezen, niets te doen. De consequentie is dat het land erodeert en verandert in water.
Vaarweg-beheerder
Instandhouding van de bruikbaarheid van de vaarweg
Waterverordeningen provincie NH, Utrecht en ZH
Centraal hierbij zijn de vastgestelde vaarwegprofielen. De vaarwegbeheerder is verantwoordelijk voor het in goede staat houden of brengen van de oevers, oevervoorziening en kunstwerken, zodanig dat de instandhouding en de bruikbaarheid van de vaarweg gewaarborgd blijft. Dit geldt voor zover de oeverbescherming van belang is voor het in standhouden van de vaarweg. Dit geldt voor het groot onderhoud. Het gewoon onderhoud is een taak voor de eigenaar.
Weg-beheerder
Instandhouding van de weg
Wegenverkeerswet (art. 2.1 WVW 1994)
Wegen en waterwegen liggen soms vlak naast elkaar. In sommige gevallen is een (zware) oeverbescherming randvoorwaardelijk om de weg naast het water in stand te kunnen houden. De wegbeheerder is in dit geval verantwoordelijk voor zover de oeverbescherming van belang is voor het in standhouden van de weg. Dit geldt voor het groot onderhoud. Het gewoon onderhoud is een taak voor de eigenaar van de oever.
Kering-beheerder of dijk-beheerder
Instandhouding van de waterkering.
De waterkeringbeheerder is verantwoordelijk voor het buitengewoon onderhoud van de waterkering, d.w.z. het onderhoud gericht op hoogte en stabiliteit van de kering. Het gewoon onderhoud, zoals het maaien en oeverbescherming is een taak van de eigenaar of gerechtigde van de grond. Wanneer een oeverbescherming een belangrijke functie heeft voor de hoogte of stabiliteit van de waterkering dan is deze de verantwoordelijkheid van de keringbeheerder. Dit geldt voor het groot onderhoud. Het gewoon onderhoud is een taak voor de eigenaar.
Water-beheerder (kwantiteits- beheerder)
Goede waterhuishouding.
Kostenveroorzakingsbeginsel
Het komt voor dat het vanuit waterhuishoudkundig belang wenselijk is om in een water een grotere diepte te realiseren dan dat de stabiliteit van de oever kan dragen. Wanneer dit in een bestaande situatie gebeurt dan is de aanleg, beheer en onderhoud van een oeverbescherming voor het waterschap. Wanneer dit gebeurt bij de ontwikkeling van nieuwe gebieden of een verandering van de oeverinrichting dan is de aanleg de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer van de ontwikkeling en is het beheer en onderhoud voor de terreineigenaar.
Bijlage 4: Gegevensbeheer en - behoefte
Voor het inplannen van groot onderhoud (baggerwerkzaamheden), het ramen van kosten en het voorbereiden van uitvoeringswerkzaamheden (baggeren, maai- en slootwerk) is het van belang om actuele gegevens beschikbaar te hebben: gegevens over het areaal, de toestand en de meest actuele planning. In 2018 heeft de gemeente de overstap gemaakt naar het beheersysteem GBOR. 2018 is gebruikt om de data vanuit de oude beheersystemen over te zetten, zonder verlies van informatie.
Primaire watergangen
Voor de primaire watergangen waarvoor de gemeente (deels) onderhoudsplichtig is, houdt de gemeente in principe geen informatie bij het beheersysteem. De baggerwerkzaamheden en benodigde gegevens worden door het waterschap verzameld, vastgelegd en bijgehouden, waarna een jaarlijkse afrekening volgt.
Niet-primaire watergangen
Onderstaand is een overzicht van de wenselijke en geadviseerde gegevensbehoefte. De eerste kolom geeft aan in hoeverre het huidige beheersysteem (GBOR, november 2018) daar bij aansluit; de regels gemarkeerd met een ✓ zijn reeds aanwezig in het systeem. Tevens is de geadviseerde en wenselijke gegevensbehoefte beschreven.
De geadviseerde behoefte is onontbeerlijk voor het maken van een goede en herleidbare onderhoudsplanning. De wenselijke gegevensbehoefte is geen must, maar zal het gebruik van het beheersysteem vergemakkelijken
Situering en algemene gegevens
Momenteel staan de watergangen in het beheersysteem opgenomen als lijnelementen. Deze hebben een maximale lengte van 150m, in verband met het op een juiste en voldoende wijze kunnen koppelen van de toestandsgegevens.
Het is wenselijk het beheersysteem de koppelen aan de BGT (de grens van het wateroppervlak ligt op de waterlijn/waterspiegel). Het droge gedeelte van de oever valt onder de vlakken van het groenbeheer. Hiermee worden de watergangen opgenomen als vlakelementen. Een belangrijke vraag is echter of de vlakelementen in voldoende kleine elementen op te delen zijn (de regel van maximaal 150m blijft van toepassing).
✓
Codering
WG-wijkcode-watergangcode-profielcode (voorbeeld: WG-01-001-01) (profielcode wordt doorgenummerd binnen één wijk).
✓
Locatie
Wijk
Buurt
Straatnaam
✓
Type
Objecttype – Type – Type gedetailleerd
✓
Lengte
Lengte watergang op het streefpeil (gemiddeld)
WENS
Oppervlakte water
Oppervlakte op de waterspiegel, gekoppeld aan de BGT
✓
Ambitie
Kwaliteitsniveau gewenst
✓
Gebruiksfunctie
Beheergroep Watergang i.v.m. maai- en slootwerk. In aansluiting op basis van schoonbestek watergangen en het Groenbeheerplan.
Advies
Status vanuit de Legger
Primair / secundair / overige
✓
Baggerplichtige
Onderhoudsplichtige (onderscheid in)
-gemeente
-gemeente & particulier
-gemeente & provincie
-gemeente & waterschap),
Maten en peilen
✓
Lengte
Lengte watergang op het streefpeil (gemiddeld)
WENS
Oppervlakte water
Oppervlakte op de waterspiegel, gekoppeld aan de BGT
✓
✓
✓
Breedte
Breedte watergang op de insteek het streefpeil (gemiddeld)
Breedte watergang op het streefpeil (gemiddeld)
Breedte watergang op de bodem (gemiddeld)
WENS
✓
WENS
✓
WENS
Peilen
Peilen insteek links en rechts ten opzichte van NAP
Winterpeil ten opzichte van NAP
Zomerpeil ten opzichte van NAP
Ontwerpdiepte tot bodem (ten opzichte van waterpeil) Ontwerppeil bodem ten opzichte van NAP
✓
Bodemdiepte Keur
Verplichte bodemdiepte obv de Keur, in m minus streefpeil
Advies
Onderwatertalud links
Talud van de waterspiegel tot aan de bodem (1 op ...)
Advies
Onderwatertalud rechts
Talud van de waterspiegel tot aan de bodem (1 op ...)
Advies
bovenwatertalud links
Talud van de insteek tot aan de waterspiegel (1 op ...)
Advies
bovenwatertalud rechts
Talud van de insteek tot aan de waterspiegel (1 op ...)
Advies
Vaste bodem
In m minus streefpeil
Beheer en monitoring
Toestand – kwantiteit/kwaliteit/ historie maatregelen
✓
Datum meting kwantiteit
Peiljaar kwantitatieve inpeiling
✓
Werkelijk bodempeil
Gemeten bodemdiepte, in m minus streefpeil
Advies
Mate van verondieping / baggerdikte in peiljaar
Rekenslag: gedefinieerd als het percentage baggerspecie binnen de keurdiepte ten opzichte van het theoretische volume water binnen de keurdiepte. Bij 0% bevindt zich geen baggerspecie binnen de keurdiepte, bij 100% bevindt zich alleen maar baggerspecie binnen de keurdiepte en staat de watergang (nagenoeg) droog. Ook een negatieve verondieping wordt weergegeven.
✓
Hoeveelheid bagger
Rekenslag: in m3/m1], gemeten met 20 cm onder de keurdiepte (of tot de vaste bodem indien deze binnen de zone van ‘20 cm onder de keurdiepte’ ligt).
✓
Aanname baggeraanwas
Aanname voor de jaarlijkse aanwas voor bagger (standaard 1½ cm per jaar)
✓
Datum meting kwaliteit
Datum kwalitatieve monstername
Advies
Wijze van bepaling
officiële kwaliteitsbepaling / analyse van oude gegevens / inschatting vanuit kwaliteit omringende sloten
Advies
Klasse bagger
Klasse-indeling naar verontreiniging (licht, matig,…)
✓
Verwerking bagger
Vrij verspreidbaar / verspreidbaar aangrenzend perceel / niet verspreidbaar.
In aansluiting bij de Besluit Bodemkwaliteit
✓
Planjaar berekend
Berekend planjaar voor baggeren (o.b.v. het jaar waarin naar verwachting 25% verondieping wordt bereikt)
Advies
Planjaar meerjarenplanning
Bepaald planjaar, als resultante van de beleidsregels uit §3.2. Dit is de resultante van het geclusterd aanpakken van watergangen en afstemming in de Meerjarenplanning.
Advies
Historie
Historie uitgevoerde baggerwerkzaamheden, met:
-Jaar van uitvoering laatste baggerronde
-Klasse vrijkomende bagger
-Hoeveelheid uitgekomen slib
Advies
Schonen – frequentie
Frequentie voor schonen van de watergang
Advies
Schonen – data
Datum van komende en van de laatste schoonronde
Advies
Schonen – natte oevers frequentie
Frequentie voor schonen van het natte gedeelte van de oevers (natuurvriendelijke oevers, rietkragen, moerasvegetatie)
Advies
Schonen – natte oevers data
Datum van komende en van de laatste schoonronde natte gedeelte van de oevers
P
Overige
Ruimte voor overige beschikbare informatie (inspecties, historie, ervaringskennis, behoefte aan maatwerk):
Organisatie/Algemeen
Eigendomssituatie. Het advies is dit te koppelen aan de kadastrale gegevens, zodat deze velden automatisch gevuld worden en altijd actueel zijn.
✓
Eigenaar
Naast de gemeente: particulier, woningstichting, waterschap, provincie
✓
Eigenaar gedetailleerd
Naam
✓
Beheerder
Naast de gemeente: particulier, woningstichting, waterschap, provincie
✓
Beheerder gedetailleerd
Naam
Advies
Gebiedstype
Hernoemen naar clusterindeling
✓
Ligging
Stedelijk gebied of buiten de bebouwde kom
✓
Bereikbaarheid
Goed / bereikbaarheid met beperkingen / niet bereikbaar
✓
Bereikbaarheid gedetailleerd
Ruimte voor nadere toelichting
✓
Aandeel gemeentelijke onderhoudsplicht
Percentage
Koppelingen andere modules
•Beschoeiingen
•Duikers
•Groen (deel droge oevers)
Duikers
De duikers kennen qua bekostiging van het beheer- en onderhoud een tweedeling. Grote kunstwerken zoals bruggen, grote duikers (koker- en grote muilprofielen) en overige civiele constructies vallen buiten de scope van onderhavig beleids- en beheerplan. Deze dienen niet de functie van waterbeheer, maar van wegbeheer. Dit krijgt een plaats in het ‘Beheerplan Civieltechnische Kunstwerken’, dat naar verwachting in 2019 gereed is.
Overige duikers in niet-primaire watergangen De overige gemeentelijke duikers (rond, qua vorm) buiten de primaire watergangen vallen wel onder dit plan, omdat het beheer, onderhoud en vervanging hiervan vergelijkbaar is met het asset riolering.
In het beheersysteem GBOR worden alle duikers onder één module gebracht. Onderstaand geeft een indicatie van de benodigde informatie om te komen tot een Meerjaren Onderhoudsplanning voor de duikers.
•Opname als lijn met de in- en uitstromingspunten als uiteinden
•Geometrie (lengte, vorm, breedte, hoogte, diepte)
•Materiaal
•Jaar van aanleg
•Toestand (vanuit reguliere inspectierondes én momentopnames)
•Moment van toestandsbeoordeling
•Indeling bekostiging (gemeentelijk watertaak of civieltechnisch kunstwerk)
•Maatregel
•Planjaar en budget maatregel
•Historie maatregelen
Beschoeiingen
Momenteel vindt de overgang van het beheersysteem naar GBOR plaats. Niet duidelijk is welke informatie in dit beheersysteem opgeslagen moet en kan worden. Onderstaand geeft een indicatie van de benodigde informatie om te komen tot een Meerjaren Onderhoudsplanning voor de beschoeiingen.
•Opname als lijn
•Geometrie (lengte, breedte, hoogte, diepte)
•Materiaal
•Jaar van aanleg
•Toestand (vanuit reinigings- en inspectierondes én momentopnames)
•Moment van toestandsbeoordeling
•Belanghebbende (zie bijlage 2)
•Maatregel
•Planjaar en budget maatregel
•Historie maatregelen
Bijlage 5: Algemene gegevens bluswaterwinplaatsen
Tabel B3-1: Algemene gegevens bluswaterwinplaatsen
Locatie:
Functie watergang:
Verplichte diepte o.b.v. de keur en t.o.v. het streefpeil:
Eigendom sloot:
Onderhoudsplicht watergang:
Eigendom opstelplaats:
Anton phillips weg nr 1
Primair
ca.80 cm
Gemeente
Waternet
Gemeente
Anton phillips weg nr 13
Primair
ca.80 cm
Gemeente
Waternet
Gemeente
Zijdelweg viaduct busbaan
Primair
ca.80 cm
Particulier
Waternet
Gemeente
Drechtdijk nr 2
Niet-primair
ca.50 cm
Waternet/AGV
Waternet
Gemeente
Boterdijk nr 30
Niet-primair
ca.80 cm
Deels gemeente/particulier
Deels gemeente/particulier
Gemeente
Boterdijk nr 54
Primair
ca.80 cm
Gemeente
Waternet
Gemeente
Lange eind nr 14
Niet-primair
ca.60 cm
Deels gemeente/particulier
Deels gemeente/particulier
Gemeente