Gemeentelijke regelgeving

Groenplan Uitgeest 2026-2030 Beleid & Beheer

Gemeente Uitgeest · geldt sinds 4 augustus 2026

Aanhef

Voorwoord wethouder

Beste lezer,

Voor u ligt het Groenplan Uitgeest 2026-2030: een document dat richting geeft aan de wijze waarop de gemeente Uitgeest met haar openbaar groen omgaat. Groen is nooit zomaar een decor. Het is bepalend voor de leefruimte waarin wij ons dagelijks bewegen, ontspannen en elkaar ontmoeten. Ook drukt het haar stempel op de wijze waarop ons dorp “voelt” en hoe goed de gemeente is voorbereid op de toekomst.

In dit plan hebben we vijf pijlers centraal gezet: identiteit, gezondheid, klimaat-bestendigheid, biodiversiteit en bomen. Deze pijlers zijn geen losse thema’s, maar versterken elkaar. De identiteit van Uitgeest komt tot leven door een herkenbaar en karakteristieke groenkarakter dat past bij de gemeente. Meer biodiversiteit betekent een rijker en veerkrachtiger ecosysteem. Klimaatbestendig groen helpt ons omgaan met hitte, droogte en wateroverlast. Groen nodigt uit tot bewegen, spelen en ontmoeten en bevorderd daarmee onze gezondheid. Bomen verdienen een eigen plek in dit plan, vanwege hun enorme bijdrage aan alle opgaven en de leef kwaliteit van onze gemeente.

De komende jaren willen we investeren in een groene openbare ruimte die toekomstbestendig is én past bij de identiteit van ons dorp.

Ik nodig u van harte uit om dit Groenplan te lezen en vooral om mee te denken en mee te doen. Het realiseren van een groene, klimaatbestendige en plezierige openbare ruimte doen wij natuurlijk samen met onze inwoners. Zij voelen zich sterk betrokken bij het openbare groen in onze gemeente en hechten grote waarde aan meer bomen die kunnen uitgroeien tot volwasdom.

Een groene leefomgeving maken we samen!

Jan Schouten

Wethouder Beheer en onderhoud openbare Ruimte

Bijlage I: Europese Natuurherstelwet

Volledige Europese Natuurherstelwet: pdf

Het doel van de wet is de schade aan de Europese natuur tegen 2050 compleet te herstellen. De wet kent doelstellingen voor natuurherstel in verschillende, aangetaste ecosystemen.

Lidstaten zijn verplicht om maatregelen te nemen om uiterlijk in 2030 minstens 30% van alle, in lijsten genoemde, beschadigde ecosystemen te herstellen. In 2040 moet dit 60% zijn en in 2050, 90%. Tot in 2030 moeten lidstaten bij de uitvoering van de herstelmaatregelen prioriteit geven aan Natura 2000-gebieden. Voor Natura 2000-gebieden geldt al een verslechteringsverbod, dat voortkomt uit de reeds bestaande Europese Habitatrichtlijn. Oftewel, deze gebieden mogen niet achteruitgaan. Dit verslechteringsverbod wordt niet uitgebreid naar gebieden buiten de Natura 2000-gebieden. Er is tot 2030 geen wettelijke herstelverplichting om maatregelen voor andere gebieden binnen deze ecosystemen te implementeren.

Het akkoord stelt enkele specifieke doelstellingen om de aangetaste ecosystemen te herstellen. (In groen de doelstellingen die op het groenbeleid van toepassing zijn)

•Bestuivende insecten: verplichte maatregelen nemen, zodat de afname van bestuivers tegen 2030 is omgebogen. De voortgang elke zes jaar monitoren.

•Bosecosystemen: verplichte maatregelen treffen om de biodiversiteit van bosecosystemen te vergroten en een positieve trend rondom dood hout, bosvogels en het risico op bosbranden te creëren. Bijdragen aan het planten van 3 miljard extra bomen tegen eind 2030.

•Stedelijke ecosystemen: geen nettoverlies aan groene stedelijke ruimten en boomkroonbedekking tegen 2030, tenzij stedelijke ecosystemen meer dan 45% van de groene ruimte beslaan. Positieve trend creëren tot de toestand “bevredigend” is.

•Landbouwecosystemen: stijgende trend creëren voor minstens twee van de drie indicatoren: (1) de aantallen grasvlinders en akker- en weidevogels, (2) het aandeel organische koolstof in minerale akkerbodems en (3) het aandeel landbouwgrond met zeer uiteenlopende landschapselementen. Vernatten van veengebieden: herstel van 30% in 2030, 40% in 2040 en 50% in 2050. Dit houdt echter geen verplichting in voor landbouwers en particuliere grondeigenaren.

o De uitvoering van de natuurherstelwet kan specifiek voor landbouwecosystemen met één jaar worden opgeschort in het geval van onvoorziene en uitzonderlijke gebeurtenissen buiten de controle van de EU, die ernstige gevolgen voor de voedselzekerheid in de hele EU hebben.

•Rivierconnectiviteit: het in kaart brengen en wegnemen van barrières die de connectiviteit van oppervlaktewater belemmeren, zodat in 2030 25.000 km aan rivieren vrij kunnen stromen.

Het Rijk stelt een Nationaal herstelplan op, deze dient uiterlijk medio 2026 ingediend te worden bij de EU. Wanneer dit Nationaal herstelplan is opgesteld, weet de gemeente Uitgeest wat dit gaat betekenen voor het groenbeheer.

Bijlage II: Resultaten enquête groenbeheer- en beleid

Respondenten: 140 inwoners

Algemene gegevens

Vraag 1: In welke wijk woont u?

Vraag 2: Wat is uw leeftijd?

Waardering en beleving openbaar groen

Vraag 3: Hoe zou u het groen in Uitgeest omschrijven?

Vraag 4: Welk type groen ziet u het liefst?

Beheer openbaar groen

Vraag 5: Hoe beoordeelt u het onderhoud van het groen in de gemeente?

Vraag 6: Vindt u dat het openbaar groen in de hele gemeente op niveau B onderhouden moet worden?

Vraag 7: Alleen beantwoorden als u bij vraag 6 B het 2e antwoord heeft gekozen: Bent u bereid om meer te betalen voor een hogere beeldkwaliteit?

Kapvergunning

Vraag 8: Wilt u dat waardevolle bomen beter worden beschermd door deze op een lijst met waardevolle bomen te plaatsen? Onder waardevolle bomen vallen: monumentale bomen (vanaf 80 jaar), bijzondere bomen (vanaf 50 jaar) en herdenkingsbomen. Bomen die op de waardevolle bomenlijst staan, worden beschermd tegen onnodige kap omdat er een kapvergunning nodig is.

Vraag 9: Alle waardevolle bomen worden door de gemeente elke 3 jaar gecontroleerd. Wilt u dat er op de lijst van waardevolle bomen zowel gemeentelijke als particuliere bomen komen? De particuliere bomen moeten door bewoners zelf worden opgegeven.

Vraag 10: Wilt u dat de gemeente een kapvergunning invoert? Zo ja, voor welke bomen?

Biodiversiteit

Vraag 11: De gemeente zet zich in om de biodiversiteit te verbeteren. Dit doen wij o.a. door inheemse planten te planten en minder te maaien waardoor er meer kruiden gaan bloeien. Wilt u dat de gemeente nog meer doet voor de biodiversiteit?

Vraag 12: Welke maatregelen zou de gemeente moeten nemen om de biodiversiteit te verbeteren? (meerdere antwoorden mogelijk)

Vraag 15: Krijgt u genoeg mogelijkheden om mee te denken over de inrichting van het openbaar groen in uw woonomgeving?

Communicatie gemeente

Vraag 16: Hoe tevreden bent u over de communicatie van de gemeente over het beheer en beleid van het openbaar groen?

Vraag 17: Hoe belangrijk vindt u het dat de gemeente communiceert over het beheer en beleid van het openbaar groen?

Bijlage III: Evaluatie groenbeleid 2016-2025

Ambities groenelementen & bomen

Ambities groenelementen

Gewenste verbetering

Resultaat

Herkenbaarheid in structuren aanbrengen.

Accentueren van de structuren die in de structuurvisie zijn opgenomen. Daarbij zijn de bomen de grootste groene structuurdragers

De structuurvisie geeft een visie op het ruimtelijke beleid voor de komende tien jaar en is een doorvertaling van de toekomstvisie in een document met een status op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro).

Verder is een structuurvisie ook leidend in de vervaardiging van nieuwe bestemmingsplannen. De inhoud van een structuurvisie geeft de richting aan van bestemmingsplannen die in de toekomst zullen worden vastgesteld.

Van structuren zoals beschreven bij de ambitie en gewenste verbetering, is geen sprake.

Groenparels / bijzondere groenelementen zichtbaar maken en beschermen.

Inventariseren en beschermen van de groenparels. Een lijst van beschermwaardige bomen maakt hiervan onderdeel uit

Er is ingezet op het verbeteren van de groeilocatie van de bomen op monumentale locaties (RK kerk en Regthuysplein) en het veteranenplantsoen is zichtbaarder geworden.

Er is geen bijzondere bomenlijst opgesteld.

Vergroten van diversiteit groenelementen

Planten van meer soorten bomen en heesters. Daarnaast

is een verschraling van bermen gewenst door maaien en

afvoeren

Er worden meer soorten bomen en heesters aangeplant. Ook wordt het maaisel van de bermen afgevoerd om ze te verschralen.

Bij regulier maaien blijven de bloeiende kruiden staan en er wordt op steeds meer maailocaties ingezet op verschraling.

Gebruiken, beleven en ontdekken

van het groen.

Beter toegankelijk maken van de parkgebieden en het

buitengebied (o.a. ‘rondje Uitgeest’)

Het dorpspark dat in 2025 is opgeleverd, is goed toegankelijk.

Samen denken en werken aan groen

Inwoners laten participeren bij de inrichting en het beheer van het openbaar groen

Bij grotere projecten, b.v. het dorpspark en De Koog, worden inwoners middels participatie betrokken bij de inrichting en het beheer.

Koesteren verbinden en ontwikkelen van natuur

Nieuwe natuur ontwikkelen, deelnemen aan natuurontwikkeling en natuurbeheer door andere beheerders (Recreatieschap, Landschapsbeheer Noord-Holland, etc.) of doorgaan met de ontwikkeling van bestaande gebieden

In 2021 zijn het Hoogheemraadschap en provincie een pilot gestart om de kwaliteit van het oppervlaktewater in de Uitgeester- en Heemskerkerbroekpolder te verbeteren. De pilot wordt uitgevoerd als onderdeel van het maatregelenpakket Kaderrichtlijn Water. Belangrijke maatregelen die uitgewerkt worden, richten zich op de agrarische sector, of op aanpassingen in het watersysteem. Verder wordt gewerkt aan de realisatie van een ecologische verbindingszone tussen de duinen en het Alkmaarder- en Uitgeestermeer.

Het realiseren van een aantrekkelijke en leefbare woonomgeving met zoveel mogelijk groen en in het buitengebied kansen voor natuurontwikkeling

in 2025 heeft Uitgeest gemiddeld 75 m2 groen per woning en 6.700 bomen (0,5 boom per inwoner) waarbij het buitengebied voor 50% meetelt.

Het aantal bomen in het areaal van de gemeente is 5875. Het geoogde aantal bomen is niet gehaald.

Het aantal m2 groen dat wordt beheerd bedraagt 650.318 m2. Het aantal woningen is 5701. Per woning is er 114 m2 groen aanwezig.

Uitgeest telt 13.427 inwoners, de gemeente beheerd 5875 bomen. Per bewoner is dit 0,4 boom . Het is onbekend hoeveel bomen er in het buitengebied staan. Alleen bomen die beheerd worden staan in het beheersysteem.

Bij renovaties, zoals in De Koog, wordt is het uitgangspunt om groen toe te voegen en de verharding te verminderen.

Ambities bomen

Gewenste verbetering

Resultaat

Herkenbaarheid in structuren

aanbrengen.

Accentueren van de (wegen)structuren o.a. door het aanbrengen van bomen. De grootte van de boom komt

overeen met de gradatie in de stedenbouwkundige

structuren

In de hoofdstructuren maken we gebruik van grootte, met als het kan inheemse bomen die hoofd structuren ondersteunen

Groenparels / bijzondere

groenelementen zichtbaar maken en

beschermen.

Inventariseren en beschermen van de groenparels. Een

lijst van beschermwaardige bomen maakt hiervan onderdeel uit

Er heeft bescherming en ontwikkeling van de groenparels plaatsgevonden.

Er is geen lijst met bijzondere bomen opgesteld.

Vergroten van de diversiteit

groenelementen

Planten van meer soorten bomen

Bij het aanplanten van nieuwe bomen wordt er rekening gehouden met het meer divers maken van het bomenareaal.

Het aantal bomen geleidelijk laten toenemen.

Vooral in herinrichtingsplannen en nieuwbouwplannen extra bomen planten. De plicht tot herplanting wordt altijd toegepast voor te kappen bomen in de openbare ruimte

Bij herinrichting en nieuwbouw wordt hier rekening mee gehouden. Herplanting wordt altijd toegepast, er wordt gekeken of het op dezelfde plek kan, zo niet dan wordt de boom in de buurt geplant.

Professionaliseren en verduurzamen

van het beheer

Door een planmatige opzet van het jaarlijkse onderhoud

kan efficiëntiewinst worden geboekt. Door het

onderhoud nog meer te richten op het eindbeeld van de bomen, kan de duurzaamheid van het beheer worden vergroot

Op dit moment wordt er nog onvoldoende op deze wijze gewerkt. Het geactualiseerde groenbeheerplan zal meer inzichten geven en het mogelijk maken planmatiger te werken.

Participeren door bewoners en

belangengroeperingen

Bij het vervangen van bomen bewoners en

belangengroeperingen uitnodigen om over de keuze van de nieuwe bomen mee te denken en praten.

Bij grotere projecten wordt bewoners gevraagd mee te denken in het ontwerp. Bij het vervangen van enkele bomen is het niet altijd mogelijk om bewoners te betrekken bij het keuzeproces. Wanneer dit wel mogelijk is, krijgen bewoners een selectie van een aantal bomen waaruit gekozen kan worden. Er wordt uitgegaan van meerder soorten aanplant per straat en geen monocultuur.

Speerpunten Groenbeheer

Speerpunt

Toelichting

Resultaat

Herkenbaarheid in structuren aanbrengen

De groenstructuur heeft een nadrukkelijke relatie met de stedenbouwkundige structuur, wegenstructuur en waterwegenstructuur.

De hiërarchie in groenstructuren versterken.

De relatie tussen groen en water benadrukken.

Waar mogelijk zijn er bomen geplant om de relatie tussen de verschillende structuren te versterken.

Doordat er op veel plakken minder intensief wordt gemaaid, o.a. langs watergangen, is er een natuurlijkere situatie ontstaan.

Groenparels zichtbaar maken en beschermen

Groenparels zichtbaar maken, beschermen en versterken.

Aangeven van het cultuurhistorisch belang van de groenparels.

Lijst met beschermwaardige bomen opstellen.

Bij het beheer van de groenparels (binnen het stedelijk gebied) is zoveel mogelijk ingezet op de ondergrondse opwaardering van beeldbepalende bomen.

De Eendenkooi van der Eng is in 2020 overgedragen aan Landschap Noord-Holland. De eendenkooi is tevens aangewezen als gemeentelijk monument. Hiermee is de instandhouding geborgd.

Landschap Noord-Holland heeft het fortterrein samen met Stadsherstel Amsterdam her ontwikkeld. Stadsherstel heeft het fort in erfpacht gekregen, gerestaureerd en een nieuwe bestemming gegeven. In 2017 is Fort bij Krommeniedijk heropend.

De lijst met bijzondere bomen is niet opgesteld.

Vergroten van de diversiteit

Diversiteit in inrichting, beleving en gebruik.

Verminderen van de impact van ziekten en plagen.

De juiste keuze van groen op de beschikbare plaats.

De ruimte voor groen die bij de keuze past.

De afgelopen jaren is de beplanting meer divers geworden. Er wordt uitgegaan van meer inheemse beplanting die aansluit bij de aanwezige fauna.

Ook wordt er rekening gehouden met het veranderende klimaat.

Gebruiken, beleven en

ontdekken van het groen

Toegankelijkheid parkgebieden verbeteren.

Het groen in de gemeente zodanig inrichten dat het een

belangrijke bijdrage kan leveren aan de gezondheid en leefbaarheid van de inwoners.

Aangeven waar groen beleefd kan worden

De ontwikkeling van het dorpspark en De Koog zijn recente ontwikkelingen waarbij er aandacht is geweest aan de gezondheid en leefbaarheid. In De Koog is er ingezet op het klimaat adaptief inrichten van de wijk. Wat als resultaat heeft dat verharding is verwijderd en daar in de plaats groen is aangebracht.

Samen denken en werken aan

groen

Betrekken van inwoners en belangengroeperingen bij

ontwikkelingen en activiteiten in het groen.

Bepalen van de vormen van bewonersparticipatie in het groen

De grootte en soort ontwikkeling zijn bepalend of er participatie plaats vindt. Wanneer bewoners worden betrokken, wordt gezocht naar de juiste vorm van participatie.

Het koesteren, verbinden en ontwikkelen van natuur

Waar mogelijk nieuwe natuur ontwikkelen door deel te nemen aan initiatieven van andere beheerders. De bestaande ontwikkelingen ondersteunen.

Nieuwe natuur heeft betrekking op het buitengebied, niet op de openbare groen. Bij grootschalige herinrichtingsprojecten wordt gekeken op welke wijze de groeninrichting aangepast wordt.

Het in stand houden van het huidige areaal van 5.400 bomen

Het huidige areaal van 5.400 bomen is de absolute ondergrens. Daar waar mogelijk het vergroten en versterken van het bomenareaal.

Het realiseren van een bomenstructuur die de wegenstructuur volgt en versterkt.

Er worden geen gezonde bomen verwijderd, ook niet vanwege overlast, dan na zorgvuldige afweging.

Huidig: 5875.

Daar waar nodig en waar het kan, wordt de wegenstructuur gevolgd en versterkt.

De uitdaging om meer bomen te planten is groot gezien de grootte druk op de openbare ruimte door diverse gebruikers zowel boven als ondergronds.

Bomen worden alleen verwijderd na zorgvuldige afweging, niet vanwege overlast.

Bijlage IV: Evaluatie groenbeheerplan 2017-2021

Beheerelement: Bomen

Kwaliteit:

A-kwaliteit voor alle bomen

Elke 3 jaar wordt er een boomveiligheidscontrole uitgevoerd door een externe partij. Uit deze controle volgen beheersmaatregelen die de gemeente moet nemen.

Beheermaatregelen:

Boomveiligheidscontrole (BVC) voor zorgplicht

Wordt 3 jaarlijks uitgevoerd.

Controle ziekten en plagen

Gerealiseerd.

Voldoende doorrijhoogte waarborgen

Gerealiseerd.

Er is geen wortel- en stamopschot

Opschot op wortel en stam wordt periodiek weggenomen.

Er is geen dood- en/of ziek hout in de kroon

Dit wordt a.d.h.v. de BVC geconstateerd en vervolgens verwijderd.

Begeleiding snoei en onderhoud snoei

Dit wordt uitvoert op basis van de BVC uitkomsten.

Beheerelement: Bosplantsoen/Heesters opgaand

Groot groengebied en dorpsranden

Wijkgroen

Buurt-/straatgroen

Resultaat

Kwaliteit:

C-kwaliteit.

C-kwaliteit

B-kwaliteit

Al het groen wordt beheerd op B-kwaliteit.

Beheermaatregelen:

Extensief

Extensief

Intensief

Gerealiseerd

Geen inboet

Geen inboet

Wel inboet

Gerealiseerd

Beheerelement: Gras/gazon

Ruw gras/Bermen

Oevers en water

Speelveld en recreatie

Resultaat

Kwaliteit:

C-kwaliteit.

C-kwaliteit

B-kwaliteit

Ruw/gras en oevers/water worden niet op beeldkwaliteit beheerd maar volgens een frequentiebestek. Dit houdt in dat het 1 a 2 keer per jaar wordt gemaaid of dat er schapen grazen.

Beheermaatregelen:

Extensief

Extensief

Intensief

Gerealiseerd.

Geen inboet

Geen inboet

Wel inboet en vlak

Gerealiseerd.

Klepelen en opzuigen

Maaien en afvoeren

Wekelijks maaien

Ruw gras/Bermen worden gemaaid en het maaisel wordt afgevoerd.

Beheerelement: Vaste planten/Heesters/Rozen

Historisch

Groenparels

Wijk, buurt en straat

Resultaat

Kwaliteit:

A-kwaliteit.

A-kwaliteit

B-kwaliteit

Al het beheer vindt plaats op B-kwaliteit. Dit vanuit financiële overwegingen.

Beheermaatregelen:

Zeer intensief

Zeer intensief

Minder intensief

Doordat al het beheer wordt gedaan op B-kwaliteit, valt al het beheer onder de noemen ‘minder intensief’.

Onkruidvrij en geen overhangende beplanting

Onkruidvrij en geen overhangende beplanting

Iets onkruid en overhangende beplanting

Doordat al het beheer wordt gedaan op B-kwaliteit, is er in de hele gemeente sprake van ‘Iets onkruid en overhangende beplanting’.

Beheerelement: (Blok)haag/Bodembedekkers

Historisch

Hoofd- en wijkgroen

Buurt- en straatgroen

Resultaat

Kwaliteit:

A-kwaliteit.

B-kwaliteit

B-kwaliteit

Al het beheer vindt plaats op B-kwaliteit. Dit vanuit financiële overwegingen. Hagen worden op frequentie beheerd.

Beheermaatregelen:

Intensief voor strak beeld ‘Geen uitval’

Minder strak ‘Weinig uitval’

Minder strak ‘Weinig uitval’

Al het beheer vindt plaats op B-kwaliteit, op dit niveau is het beheer gerealiseerd.

Bijlage V: Condities voor Basiskwaliteit natuur (inrichting, abiotiek, beheer)

Inrichting

Subcategorie

Condities (basis voor KPI’s)

Advieswaarde

Uitgeest

Aanwezigheid van natuurlijke elementen (kwantiteit)

Onverhard oppervlak

65%

Openbare ruimte: 248 ha

Verstening openbare ruimte: 37 %

Onverhard oppervlak openbare ruimte: 63%

Aanwezigheid van water

12%

Aanwezigheid van lage vegetatie

45%

Kaarten | Atlas Natuurlijk Kapitaal

Aanwezigheid van middelhoge vegetatie

10%

Kaarten | Atlas Natuurlijk Kapitaal

Aanwezigheid van boomkronen

20% / 1,5 m³/m²

Aanwezigheid van ruimte achter gevels en daken

Landschappelijke kwaliteit

Gebiedseigen bodem

Aandeel natuurvriendelijke oevers

Aanwezigheid van poelen

5per km²

Ecologische relevantie en diversiteit

Aandeel oude bomen

8% van het totaal aantal bomen met een leeftijd van 80 jaar of ouder

Connectiviteit

Waterhuishouding

Abiotiek

Subcategorie

Condities (basis voor KPI’s)

Advieswaarde

Uitgeest

Abiotiek van de bodem

Nutriëntengehalte van de bodem

Olsen P < 1200 μmol/l, Al/Ca < 1, geen N-uitspoeling

Bodemverontreinigingen

Wettelijke normen + geen effect gevoelige organismen

Zuurgraad (pH) en de buffercapaciteit

Abiotiek van waterlichamen

Helderheid van het water

EKR-score 0,6 volgens KRW, of

Nutriëntengehalte in het water

ratio > 0,6

Waterverontreiniging

EKR-score 0,6 volgens KRW

Aanwezigheid van rust

Mate van donker

EKR-score 0,6 volgens KRW-normen + geen effect gevoelige organismen

Mate van stilte

Beheer

Subcategorie

Condities (basis voor KPI’s)

Advieswaarde

Uitgeest

Beheer van bodem, vegetatie en warter

Ecologische beheer

60% van het oppervlak

Oppervlak met dood organisch materiaal

Ruimte voor natuurlijke vestiging en ontwikkeling

Bijlage VI: Regels provincie Noord-Holland molenbiotoop

De algemene ambitie van de provincie Noord-Holland is om bij te dragen aan het zichtbaar houden van draaiende molens in het landschap.

De molenbiotoop, de vrije ruimte rond de molen, is van fundamenteel belang voor de werking en het behoud van de molen. Deze dient zowel om de zichtbaarheid van de molen en de karakteristiek van de omgeving in stand te houden als om de windvang voor het daadwerkelijk functioneren te borgen. Binnen deze molenbiotoop mag bebouwing en begroeiing de windvang niet belemmeren.

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de molenbiotoop, de vrije ruimte rond molens. De 1:100 regel, dit komt erop neer dat elke 100 meter verder vanaf de molen het obstakel één meter hoger mag zijn.

•binnen 100 meter rond de molen mag geen bebouwing hoger dan de onderste punt van de verticaal staand wiek worden opgericht. Beplanting mag niet hoger worden dan de onderste punt van de verticaal staande wiek;

•binnen 100 tot 400 meter rond de molen mag geen bebouwing hoger dan 1/100 van de afstand tussen bouwwerk en molen, gerekend van de onderste punt van de verticaal staande wiek worden opgericht. Beplanting mag niet hoger worden dan 1/100 van de afstand tussen beplanting en molen, gerekend van de onderste punt van de verticaal staande wiek.

Bijlage VII: Unielijst invasieve exoten

Unielijst invasieve exoten

Er geldt een Europees verbod op bezit, handel, kweek, transport en import van een aantal schadelijke exotische planten en dieren. Deze soorten staan op de zogenoemde Unielijst: Unielijst invasieve exoten | Invasieve exoten | NVWA

Invasieve planten op de Unielijst - Terrestrische planten

Op de Unielijst sinds

2016, 2017 of 2019

02-08-2022

07-08-2025

Afghaanse duizendknoop (Persicaria wallichii synoniem Koenigia polystachya)

X

Amerikaans bezemgras (Andropogon virginicus)

2019

Basterdduizendknoop (Fallopia bohemica, synoniem Reynoutria × bohemica)

X

Ballonrank (Cardiospermum grandiflorum)

2019

Bleekgele acacia (Acacia mearnsii)

X

Boomwurger (Celastrus orbiculatus) Er geldt een overgangstermijn. De regels gaan 5 jaar na de datum bovenin de tabel in.

X

Chinese struikklaver (Lespedeza cuneata)

2019

Klimopkruiskruid (Delairea odorata)

X

Fraai lampenpoetsersgras (Cenchrus setaceus, synoniem Pennisetum setaceum)

2017

Gewone gunnera (Gunnera tinctoria)

2017

Gestekelde duizendknoop (Persicaria perfoliata, synoniem Polygonum perfoliatum)

2016

Hakea (Hakea sericea)

X

Hemelboom (Ailanthus altissima)

2019

Hoog pampagras (Cortaderia jubata)

2019

Japanse duizendknoop (Fallopia japonica, synoniemReynoutria japonica)

X

Japanse klimvaren (Lygodium japonicum)

2019

Japans steltgras (Microstegium vimineum)

2017

Kudzu (Pueraria montana var. lobata)

2016

Mesquite (Prosopis juliflora)

2019

Oosterse hop (Humulus scandens)

2019

Papiermoerbei (Broussonetia papyrifera)

X

Perzische berenklauw (Heracleum persicum)

2016

Reuzenbalsemien (Impatiens glandulifera)

2017

Reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum)

2017

Roze rimpelgras (Ehrharta calycina)

2019

Sachalinse duizendknoop (Fallopia sachalinensis, synoniem Reynoutria sachalinensis)

X

Schijnambrosia (Parthenium hysterophorus)

2016

Sosnowsky's berenklauw (Heracleum sosnowskyi)

2016

Struikaster (Baccharis halimifolia)

2016

Talgboom (Triadica sebifera)

2019

Wilgacacia (Acacia saligna)

2019

Zijdeplant (Asclepias syriaca)

2017

Invasieve planten op de Unielijst – Water- en oeverplanten

Op de Unielijst sinds

2016, 2017 of 2019

02-08-2022

07-08-2025

Alligatorkruid (Alternanthera philoxeroides)

2017

Grote vlotvaren (Salvinia molesta)

2019

Grote waternavel (Hydrocotyle ranunculoides)

2016

Kleine waterteunisbloem (Ludwigia peploides)

2016

Moeraslantaarn (Lysichiton americanus)

2016

Ongelijkbladig vederkruid (Myriophyllum heterophyllum)

2017

Parelvederkruid (Myriophyllum aquaticum)

2016

Smalle theeplant (Gymnocoronis spilanthoides)

2019

Smalle waterpest (Elodea nuttallii)

2017

Verspreidbladige waterpest (Lagarosiphon major)

2016

Watercrassula (Crassula helmsii)

X

Watersla (Pistia stratiotes) Er geldt een overgangstermijn. De regels gaan 2 jaar na de datum bovenin de tabel in.

X

Waterhyacint (Pontederia crassipes, synoniem Eichhornia crassipes)

2016

Waterteunisbloem (Ludwigia grandiflora)

2016

Waterwaaier (Cabomba caroliniana)

2016

Bijlage VIII: waardevolle bomenlijst

De waardevolle bomenlijst bestaat uit twee categorieën:

a) Bijzondere bomen, gemeentelijk als particulier (minimaal 50 jaar oud)

b) Monumentale bomen, gemeentelijk als particulier

Aanwijscriteria waardevolle bomen

Monumentale leeftijd van minimaal 80 jaar

Een aansprekende omvang of leeftijd vergroot de waarde van een boom of houtopstand. Het plantjaar van de boom of de stamdiameter wordt als criterium hiervoor gebruikt. Een boom wordt in de gemeente waardevol genoemd als het plantjaar meer dan 80 jaar geleden is, wat overeen komt is met een stamdiameter van meer dan 80 centimeter op 1,3 meter boven maaiveld (uitgezonderd snelgroeiende soorten). Bij twijfel over het plantjaar, wordt waar mogelijk (soortafhankelijk) uitgegaan van de stamdiameter. 80 centimeter stamdiameter komt overeen met 250 centimeter stamomtrek.

Ecologische waarde voor aanwezige flora en fauna

Bomen en houtopstanden zijn belangrijke dragers van de biodiversiteit en kunnen een belangrijke functie hebben voor het voortbestaan van bepaalde flora en fauna. Het gaat hierbij om een structurele functie voor een bepaalde dier- of plantensoort. Een kolonieboom van blauwe reigers bijvoorbeeld die al jarenlang zo wordt gebruikt. Of een groeiplaats voor een bijzondere korstmossoort, maretak of andere bijzondere plantensoorten. Het gaat hier om bomen waarbij na kap een andere boom de functie niet zomaar kan overnemen (en mitigerende maatregelen dus niet voldoende zouden zijn). Ecologisch waardevolle bomen zijn tenminste 50 jaar geleden aangeplant. Bij twijfel over het plantjaar, wordt waar mogelijk (soortafhankelijk) uitgegaan van de stamdiameter. 50 centimeter stamdiameter komt overeen met 160 centimeter stamomtrek.

Cultuurhistorische waarde

Specifieke bomen en houtopstanden kunnen onderdeel zijn van de lokale geschiedenis of een bepaalde cultuurhistorische betekenis hebben. Het meest bekend zijn de herdenkingsbomen die ter gelegenheid van bijzondere gebeurtenissen zijn geplant. Ook bomen die onderdeel zijn van een beschermd stadsgezicht of monument hebben vaak grote cultuurhistorische waarde. Dit zijn bomen die onderdeel zijn van het ontwerp en het aanzicht van het stadsgezicht of monument bepalen. Denk bijvoorbeeld aan leilinden voor een monumentale boerderij.

Onder cultuurhistorische eigenschappen vallen onder andere (maar niet uitsluitend):

•Herdenkingsboom

o Koningsboom

o Geboorteboom

o Verzetsboom

o Ooggetuigeboom

•Ensemble met historisch pand (conform Monumentenwet of Erfgoedverordening)

•Beschermd stadsgezicht (conform Monumentenwet of Erfgoedverordening)

Voor cultuurhistorisch waardevolle bomen geldt geen minimumleeftijd.

Dendrologische waarde

Bijzondere boomsoorten kunnen ook boomkundig (dendrologisch) gezien waardevol zijn. Denk aan een exotische boomsoort of een bijzondere kweekvorm of variëteit. Of er is sprake van een weinig voorkomende soort.

Een boom of houtopstand is waardevol als bijzonderheid indien deze voor de leefomgeving van grote waarde is en bij kap niet makkelijk meer door herplant een nieuw exemplaar gerealiseerd kan worden. Dergelijke bomen komen weinig voor binnen de gemeente (maximaal 10 volwassen exemplaren) en kunnen dan ook zeldzaam genoemd worden

Beeldbepalende waarde voor de openbaar toegankelijke leefomgeving of de herkenbaarheid op straat-, wijk- of dorpsniveau

Een boom is beeldbepalend als deze voor de beeldkwaliteit van de leefomgeving van grote waarde is of als de boom een belangrijke positieve bijdrage levert aan het karakter en de herkenbaarheid op straat-, wijk‐ of dorpsniveau.

Bij particulieren staan de bomen vooral in voor‐ en zijtuinen. Ze spelen een grote rol in het straatbeeld van de gemeente, want de habitus (vorm van de boom) is zichtbaar vanuit openbaar toegankelijk gebied. Soms gaat het om bomen in achtertuinen die een beeldbepalende bijdrage leveren aan het groene karakter van de wijk of straat.

De boom of houtopstand is van een dusdanige omvang dat deze vanuit 1 windrichting beeldbepalend is voor de omgeving, of is vanuit alle windrichtingen beeldbepalend, dan speelt de omvang geen rol. Een bijzondere, opvallende of aansprekende locatie van de boom of houtopstand kan mede bepalend zijn voor opname op de waardevolle bomenlijst.

Soms is de manier waarop een boom is geplant of is gegroeid, bijvoorbeeld ten opzichte van andere bomen, van invloed op de manier waarop een boom zich toont. In specifieke gevallen geldt dit ook voor bomen in groepen, waarbij niet zozeer de individuele boom, maar de groep als geheel van beeldbepalende waarde is. Zoals bij een groep van 2 of 3 bomen die tezamen 1 kroon vormen.

Een boom heeft beeldbepalende waarde als deze tenminste 50 jaar geleden is aangeplant. Bij twijfel over het plantjaar, wordt waar mogelijk (soortafhankelijk) uitgegaan van de stamdiameter. 50 centimeter stamdiameter komt overeen met 160 centimeter stamomtrek.

Aandragen bomen waardevolle bomenlijst

Bij het opstellen van de waardevolle bomenlijst is de werkwijze in het startjaar als volgt: de gemeentelijke en particuliere waardevolle bomen worden aangewezen door de gemeente. Wanneer er een particuliere boom is aangewezen om opgenomen te worden op de waardevolle bomenlijst, wordt de bewoner hierover geïnformeerd. De bewoner kan bezwaar maken tegen dit besluit.

De waardevolle bomenlijst wordt elke vier jaar geactualiseerd. Voorafgaand aan de actualisatie wordt de inwoners gevraagd of zij hun boom willen aandragen. De gemeentelijks waardevolle bomen worden aangedragen vanuit de gemeente.

Alle waardevolle bomen worden elke drie jaar gecontroleerd (attentiebomen worden jaarlijks gecontroleerd), dit heet een boomveiligheidscontrole (BVC). Bewoners met een boom op de waardevolle bomenlijst krijgen de boomrapportage van deze controle. Eventuele maatregelen die genomen dienen te worden om de gezondheid en veiligheid van de boom te borgen, zijn voor rekening van de inwoner.

Bescherming waardevolle bomen

Als een boom op de bomenlijst staat, dan is een omgevingsvergunning (kapvergunning) verplicht om een boom te verwijderen. Dit geldt voor zowel gemeentelijke als particuliere waardevolle bomen. De vergunning moet aangevraagd worden bij de gemeente. Een kapvergunning wordt alleen bij uitzondering verleend. Alternatieven moeten zijn onderzocht en daaruit moet zijn gebleken dat die niet haalbaar zijn. Bovendien:

•Moet er een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang zijn dat opweegt tegen het behoud van de waardevolle boom.

•Of aangetoond moet zijn dat het gevaar oplevert als de boom blijft staan. Dit wordt getoetst door een boomdeskundige in opdracht van de gemeente.

Bijlage IX: Landelijke wetgeving

Klimaatakkoord Rijk

C4.5.2 Bomen, Bossen en Natuur

‘Biodiversiteit én biomassa in aantrekkelijkste koolstofopslag van Nederland’

Bomen, bossen en natuur leggen al veel koolstof (CO2) vast. Een toename van bomen, bossen en natuur (ten opzichte van het business as usual scenario) leidt dus tot ‘klimaatwinst’ die bijdraagt aan de opgave voor 2030 en nadrukkelijk ook 2050. Vroeg initiëren, ook met het oog op 2050, is noodzakelijk. Natuurlijke koolstofvastlegging is namelijk een proces van lange adem. Partijen werken aan een klimaatinclusief natuurbeleid en -beheer, ieder vanuit zijn eigen rol en verantwoordelijkheid, en ondersteunen elkaar daar waar nodig en mogelijk. Partijen in dit domein zetten zich gezamenlijk in voor vier maatregelen die in 2030 tot een klimaatwinst van ten minste 0,4 Mton CO2/jaar moeten leiden en streven naar zo mogelijk 0,8 Mton/jaar in 2030:

•Voorkomen ontbossing. Afname van CO2-vastlegging door ontbossing wordt zoveel mogelijk voorkomen.

•Vergroten vastlegging koolstof. Bestaande bossen, natuurgebieden, landschapselementen en de openbare ruimte bieden mogelijkheden om door onder andere aanpassingen in het beheer de CO2-vastlegging te vergroten.

•Uitbreiding bos en landschap. Door aanleg van extra bomen, bos- en natuurgebieden binnen en buiten het Natuurnetwerk Nederland, in de openbare ruimte, bij infrastructuur en op landbouwgrond wordt de CO2-vastlegging vergroot. Hierbij worden nationale parken en doelen voor onder andere biodiversiteit, ruimtelijke kwaliteit, verstedelijkingsopgaven en recreatie maximaal mee gekoppeld.

•Versterking koolstofvastlegging in de keten. Door het gebruik in de keten van hout, maaisel en andere natuurproducten (cascadering) die vrijkomen bij het beheer van de groene ruimte wordt de CO2-vastlegging vergroot en wordt CO2-uitstoot als gevolg van gebruik van alternatieve bouwmaterialen voorkomen. 141 Van belang is dat bij deze maatregelen actief wordt gezocht naar win-win combinaties met biodiversiteit en de ruimtelijke kwaliteit. Dit vraagt op korte termijn de ontwikkeling een (wetenschappelijke) kennisbasis, die met behulp van pilots in beeld gebracht kan worden.

Burgerlijk wetboek – Zorgplicht bomen

Er is naast de zorgplicht voor eenieder van de Wnb ook een zorgplicht van de eigenaar van een of meer bomen. Deze zorgplicht dient ter bescherming van medeburgers en hun eigendommen. De oorsprong van deze zorgplicht is te vinden de voorschriften over ‘onrechtmatige daad’ in Boek 6 van het Burgerlijk wetboek (BW), te weten artikel 6.162. De zorgplicht voor bomen betekent dat de boomeigenaar zijn boom moet onderhouden en regelmatig inspecteren ten behoeve van de veiligheid.

Omgevingswet & Aanvullingswet Natuur Omgevingswet

Artikel 2.6. (ontheffingen soortenbeschermingsverboden)

1Ontheffingen als bedoeld in de artikelen 3.3, eerste of derde lid, 3.4, tweede of derde lid, 3.8, eerste, derde of vierde lid, 3.9, tweede lid, 3.10, tweede lid in samenhang met 3.8, eerste lid, artikel 3.32, tweede lid, of 3.34, derde of vijfde lid, en opdrachten als bedoeld in artikel 3.18, eerste lid, van de Wet natuurbescherming die onherroepelijk zijn, gelden als omgevingsvergunningen voor flora- en fauna-activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, onder g, van de Omgevingswet.

2Onderdelen van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht die onherroepelijk is, die betrekking hebben op het verrichten van een handeling als bedoeld in de artikelen 3.1, 3.5 of 3.10, eerste lid, van de Wet natuurbescherming, gelden als onderdelen van een omgevingsvergunning voor meer activiteiten als bedoeld in artikel 5.7, eerste lid, van de Omgevingswet, die betrekking hebben op een flora- en fauna-activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, onder g, van de Omgevingswet.

3Verklaringen van geen bedenkingen als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht die zijn gegeven voor aanvragen van een omgevingsvergunning die ook betrekking heeft op het verrichten van een handeling als bedoeld in de artikelen 3.1, 3.5 of 3.10, eerste lid, van de Wet natuurbescherming, gelden als instemmingen als bedoeld in artikel 16.16 van de Omgevingswet.

4Vrijstellingen in een kavelbesluit als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet windenergie op zee, zoals deze gold onmiddellijk voor inwerkingtreding van deze wet, gelden als afwijkingen in een kavelbesluit als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet windenergie op zee.

Artikel 2.6a. (gedoogplicht maatregelen dieren en planten)

1Besluiten als bedoeld in artikel 3.18, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet natuurbescherming gelden als besluiten als bedoeld in artikel 10.29, eerste lid, van de Omgevingswet.

2Besluiten als bedoeld in artikel 3.19, vierde lid, van de Wet natuurbescherming gelden als besluiten als bedoeld in artikel 10.29, tweede lid, van de Omgevingswet.

Artikel 2.7. (overige regels flora en fauna)

1Benoemingen en herbenoemingen als bedoeld in artikel 3.41, derde lid, van de Wet natuurbescherming die onherroepelijk zijn, gelden als benoemingen en herbenoemingen als bedoeld in artikel 17.2, eerste lid, van de Omgevingswet.

2De artikelen 18.16a en 18.16b van de Omgevingswet zijn van overeenkomstige toepassing op dieren, planten of producten van planten of dieren of eieren die in strijd met de Flora- en faunawet of de Wet natuurbescherming binnen het grondgebied van Nederland zijn gebracht.

Artikel 2.8. (houtopstanden en hout)

1Meldingen als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van de Wet natuurbescherming gelden als meldingen als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, van de Omgevingswet.

2Verboden als bedoeld in artikel 4.2, derde lid, van de Wet natuurbescherming, vastgesteld bij:

o –beschikking die onherroepelijk is, gelden als maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5, eerste lid, van de Omgevingswet,

o –verordening, gelden maatwerkregels in een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 4.6, tweede lid, van de Omgevingswet.

3Ontheffingen als bedoeld in artikel 4.5, eerste of derde lid, of artikel 4.9 van de Wet natuurbescherming die onherroepelijk zijn, gelden als besluiten tot het stellen van maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet.

Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Geen gewasbeschermingsmiddelen buiten de land- en tuinbouw

Als professionele gebruiker mag u alleen gewasbeschermingsmiddelen gebruiken op bedrijven in de land- en tuinbouw die gewassen telen of kweken.

Dit betekent het volgende:

•U mag deze middelen niet gebruiken als u in een andere sector werkt. Ook niet als u hovenier, groenaannemer, medewerker van de gemeente of een andere professional in het groen bent. Als professionele gebruiker mag u ook geen gewasbeschermingsmiddelen gebruiken die zijn toegelaten voor particulier gebruik.

•Professioneel gebruik op plaatsen als bedrijventerreinen, plantsoenen, tuinen, parken, bossen, wegen, pleinen en openbare parkeergelegenheden is niet toegestaan.

Deze regel is ingesteld om de risico’s voor mens, dier en milieu te beperken en staat in het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

Gedragscode soortenbescherming gemeenten 2025

GEDRAGSCODE FLORA EN FAUNA

Deze gedragscode is bedoeld voor het zorgvuldig handelen bij het voorbereiden en uitvoeren van werkzaamheden op plaatsen met wettelijk beschermde soorten. Deze flora- en fauna-activiteiten dienen te vallen onder ruimtelijke ontwikkeling of inrichting (RO) of onder bestendig beheer of onderhoud (BB), zie artikelen 11.45, 11.53 en 11.59 in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) als onderdeel van de Omgevingswet.

Deze gedragscode voorziet daarin op 2 niveaus:

•Wettelijke borging: een door de Minister aangewezen gedragscode is een in de wet beschreven juridisch instrument om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna activiteit uit te voeren.

•Praktische borging: Deze gedragscode beschrijft hoe het zorgvuldig handelen specifiek en aantoonbaar dient te worden ingevuld. Omdat er bij gemeenten en bedrijven en organisaties die in opdracht en/of onder regie van gemeenten werken meestal een duidelijke organisatorische scheiding is, tussen het werkproces “ruimtelijke ontwikkeling of inrichting” en het werkproces “bestendig beheer of onderhoud”, zijn deze processen in deze gedragscode in twee aparte delen uitgewerkt.

Bijlage X: Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie Uitgeest 2030 ‘Mooi, Gezond, Duurzaam’

•In de Omgevingsvisie Uitgeest 2030 ‘Mooi, gezond, duurzaam’ beschrijft Uitgeest haar ambities en koers tot 2030 (met een doorkijk naar de periode daarna) voor de ontwikkeling van de woon-, werk- en leefomgeving op haar grondgebied. Groen speelt een rol in: a) de ruimtelijke kwaliteit, b) een gezond, sociaal en vitaal Uitgeest en c)meen duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig Uitgeest.

Programma Klimaat 2021-2025

•Het overkoepelende doel van het Programma Klimaat is om bij te dragen aan de CO2-reductiedoelstellingen uit het Klimaatakkoord (49% reductie in 2030 t.o.v. 1990), de leefomgeving klimaatbestendig in te richten zoals omschreven is in het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie en toe te werken naar een Circulaire Economie in 2050.

•Er wordt gewerkt met vijf pijlers die onderling verbonden zijn: Energietransitie, Duurzame mobiliteit, Klimaatadaptatie, Circulaire Economie en Duurzame bedrijfsvoering. De groene inrichting van de openbare ruimte draagt bij aan de pijler ‘Klimaatadaptatie’.

Op weg naar klimaatadaptieve en natuurinclusieve gemeenten: Beleidsplan & uitvoeringsprogramma 2023-2026

Dit beleidsplan & uitvoeringsprogramma geeft invulling aan de pijler klimaatadaptatie uit het programma Klimaat 2021-2025, en benoemt de volgende punten die betrekking hebben op het groenbeleid:

•In 2025 zijn gemeenten klimaatbestendig;

•Pijler klimaatadaptatie zoekt samenhang met groenbeleid en beheer;

•Groenbeleid en beheer zet al proactief in op het verwijderen van verharding, op het beheren ten behoeve van de biodiversiteit en het verleiden van bewoners;

•Rekening houden met grondwaterstand en zoetwaterbeschikbaarheid per wijk m.b.t.het type aanplant;

•Voor plangebieden geldt 40% schaduw;

•Vitale en kwetsbare functies en groenvoorzieningen in de openbare ruimte moeten bestand zijn tegen hitte;

•Het horizontale en verticale oppervlak wordt in samenhang met de groenblauwe structuren en ecosystemen in de bredere omgeving ingericht (minimaal 30% groen op buurtniveau, boomoppervlak telt mee);

•Na vaststelling van dit beleidsplan gelden de klimaatbestendige uitgangspunten en het puntensysteem natuurinclusief bouwen als werkkader bij (her) inrichting van de openbare ruimte en bij nieuwbouw;

•Mogelijkheden straat, gebied en wijk: schaduw creëren met bomen/herinrichting en groot onderhoud verharding vervangen voor groen/topassen klimaatbestendige beplanting/gezonde bodem;

•Klimaatadaptatie en biodiversiteit-, groen-, en water- en rioleringsbeleid en beheer worden in de eerste fase van projecten meegenomen.

Programma Water en Riolering 2023-2026

•We streven ernaar om het rioleringssysteem en de openbare ruimte zoveel mogelijk klimaatbestendig in te richten. We stemmen de ideeën daarvoor af met andere gemeentelijke vakdisciplines en integreren de werkzaamheden; als we straten opengooien voor rioleringswerkzaamheden verbeteren we waar mogelijk ook de afvoer van water op straat en de kwaliteit van het groen. De werkzaamheden in de openbare ruimte beogen ook om water meer ruimte te geven en beter zichtbaar te maken. Ook willen we de beleving bij inwoners van water en groen versterken.

Speelruimteplan 2022-2026

C. Vergroenen van de openbare speelruimte en natuurlijk spelen

Veel speelplekken zijn nu al groen. Met name doordat veel toestellen op gras zijn geplaatst. Ook in Uitgeest is het echter belangrijk om in te zetten op de vergroening binnen het stedelijk gebied. Omwille van klimaatadaptatie, maar ook om de verbinding te maken tussen buiten zijn/spelen en natuur (zie ook de Omgevingsvisie van Uitgeest).Hiervoor kan op speelplekken meer worden ingezet op natuurlijke ondergronden zoals bijvoorbeeld gras, maar ook beplanting en bomen die zorgen voor extra beschutting. Vergroening zorgt daarbij naast verkoeling ook voor het vasthouden en vertraagd afvoeren van regenwater en biedt bij de juiste toepassing extra speel- en verblijfswaarde voor een plek. Ook stimuleren we hiermee het informeel en spontaan spelen in het groen.

Bijlage XI: Overige kaders

Samenwerkingsakkoord Uitgeest 2022

Hoofdstuk 1: Wonen

Goede leefomgeving. We willen allemaal wonen in een fijne en leefbare omgeving. Daarom zetten wij bij de realisatie van woningen in op bebouwing die past binnen het dorpse karakter, waarbij er aandacht is voor de leefbaarheid o.a. met betrekking tot parkeren en afvalinzameling. Daarnaast moeten woningbouwplannen worden voorzien van een groenplan.

Hoofdstuk 3: Verkeer en Vervoer

Openbare ruimte. De waardering voor het buitenleven neemt toe en het openbaar groen is ook cruciaal voor een gezond en duurzaam leven waarin we buiten sporten, wandelen en elkaar ontmoeten. Dit biedt kansen om integraal naar de inrichting van de openbare buitenruimte te kijken en naar de routes en verbindingen, denk bijvoorbeeld aan wandelroutes in en om het dorp voor een rondje Uitgeest. In het algemeen moet er bij de inrichting aandacht zijn voor inwoners die een fysieke beperking hebben, zodat ook zij volwaardig kunnen meedoen.

Hoofdstuk 6: Duurzaamheid en klimaat

Klimaatadaptatie. Onderzoek heeft uitgewezen dat delen van Uitgeest te maken gaan krijgen met hittestress. Het groenbeleidsplan biedt mogelijkheden om de overlast van hittestress te beperken. Met andere woorden, we gaan door met het behoud en bijplanten van bomen. Bij nieuwe bouwlocaties zal rekening gehouden moeten worden met klimaatadaptatie.

Verordening Fysieke Leefomgeving Uitgeest: Artikel 4:1 Bestrijding iepziekte

Afdeling 4.1 Bewaren van houtopstanden

Artikel 4:1 Bestrijding iepziekte

1Indien zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar het oordeel van het college gevaar opleveren voor verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van iepspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te stellen termijn:

a.indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;

b.de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen; of

c.de niet ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen.

2Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren.

3Het bepaalde in het tweede lid is niet van toepassing op geheel ontschorst iepenhout en op iepenhout met een doorsnede kleiner dan vier centimeter.

4Het college kan ontheffing verlenen van het in tweede lid gestelde verbod.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.