Aanhef
De raad van de gemeente Tytsjerksteradiel;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 17 december 2023;
gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
Marktverordening Tytsjerksteradiel
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 toepassingsgebied
Deze verordening is van toepassing op de door burgemeester en wethouders ingestelde reguliere warenmarkten.
Artikel 2 Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.Dagplaats: standplaats die beschikbaar is voor houders van een dagplaatsvergunning
b.Dagplaatsvergunning: vergunning voor de duur van een dag voor het op de markt bedrijven van handel;
c.Markt: door burgmeester en wethouders ingestelde reguliere warenmarkt;
d.Marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door het college;
e.Marktvergunning: vaste standplaats-, dagplaats of standwerkvergunning;
f.Standplaats: ruimte die voor de duur van de markt beschikbaar is voor houders van een marktvergunning;
g.Standplaats: ruimte die voor de duur van de markt beschikbaar is voor houders van een marktvergunning:
h.Standwerkplaats: standplaats die beschikbaar is voor houders van een standwerkvergunning;
i.Vaste standplaats: standplaats die beschikbaar is voor houders van een vaste- standplaatsvergunning;
j.Vaste- standplaatsvergunning: vergunning voor de duur voor bepaalde tijd of voor bepaalde tijd van maximaal 12 jaar voor het op de markt bedrijven van handel.
Artikel 3 Inrichtingsplan
1Burgemeester en wethouders stellen een inrichtingsplan voor de markt vast, met daarin in ieder geval:
a.De dagen en uren waarop en de periode waarin de markt wordt gehouden;
b.Een kaart van de markt;
c.De verdeelprocedure die zij toepassen bij de verlening van vaste- en standplaatsvergunningen.
2Op de kaart van de markt zijn in ieder geval aangegeven:
a.De grenzen van de markt;
b.De vaste standplaatsen.
3Op de kaart van de markt kunnen zijn aangegeven:
a.De standplaatsen die bij voorrang zijn bestemd voor een of meer branches of artikelgroepen;
b.Het maximumaantal vaste- standplaatsvergunningen dat voor een of meer branches of artikelgroepen of combinaties daarvan kan worden afgegeven;
c.De dagplaatsen;
d.De standwerkplaatsen;
Artikel 4 Vergunningplicht
1Het is verboden op een markt een standplaats in te nemen zonder marktvergunning van burgemeester en wethouders.
2Burgemeester en wethouders verlenen alleen een vergunning aan een handelingsbekwame natuurlijke persoon die gerechtigd is in Nederland arbeid te verrichten.
Artikel 5 Voorschriften en beperkingen
1Burgemeester en wethouders kunnen voorschriften en beperkingen verbinden aan een marktvergunning.
2De vergunninghouder is verplicht de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen na te leven.
Artikel 6 Mandaatverboden
1De bevoegdheid tot het vaststellen of wijzigen van een inrichtingsplan wordt niet gemandateerd.
2De bevoegdheid tot het verlenen of intrekken van een vaste-standplaatsvergunning wordt niet gemandateerd aan de marktmeester of een andere toezichthouder.
Hoofdstuk 2 Verdeelprocedures beschikbare marktvergunningen
Artikel 7
1Bij het beschikbaar komen van een vaste-standplaatsvergunning vanwege het einde van de vergunningsduur kunnen burgemeester en wethouders de procedure van verlenging na afroep toepassen, als voldoende aannemelijk is dat er naast de betreffende vergunninghouder geen andere gegadigden voor deze vergunning zijn.
2Bij de verlenging na afroep maken burgemeester en wethouders 8 weken voor het einde van de duur van de vaste-standplaatsvergunning door een openbare kennisgeving in het elektronische Gemeenteblad bekend dat deze vergunning beschikbaar komt voor de duur van 12 jaar.
3Bij deze openbare kennisgeving worden gegadigden uitgenodigd om hun belangstelling voor de vaste-standplaatsvergunning binnen vier weken na de kennisgeving kenbaar te maken op de door burgemeester en wethouders aangegeven wijze.
4Als binnen de gestelde termijn alleen de betreffende vergunninghouder belangstelling kenbaar heeft gemaakt en is voldaan aan het bij of krachtens deze verordening bepaalde, verlengen burgemeester en wethouders zijn vaste-standplaatsvergunning met de in het tweede lid genoemde duur.
5Als binnen de gestelde termijn naast de betreffende vergunninghouder ook een of meer andere gegadigden belangstelling kenbaar hebben gemaakt, wordt de vergunning niet verlengd. In dat geval passen burgemeester en wethouders de in het inrichtingsplan vastgelegde procedure van de artikelen 8 toe, met uitzondering van het tweede lid van deze artikelen.
6In het in het vijfde lid bedoelde geval stellen burgemeester en wethouders de gegadigden ervan in kennis dat de procedure van de artikelen 8 wordt toegepast en dat zij vóór de door burgemeester en wethouders genoemde datum een aanvraag kunnen indienen.
Artikel 8. Verdeling vaste-standplaatsvergunning via selectie
1Bij het beschikbaar komen van een vaste-standplaatsvergunning kunnen burgemeester en wethouders deze verdelen via selectie.
2Bij de verdeling via selectie maken burgemeester en wethouders door een openbare kennisgeving in het elektronische Gemeenteblad bekend:
a.dat de vaste-standplaatsvergunning voor de duur van 12 jaar beschikbaar komt;
b.voor welke branche of artikelgroep deze vergunning wordt verleend;
c.en dat gegadigden vóór de in de kennisgeving genoemde datum een aanvraag kunnen indienen.
3Als een aanvraag vóór de indieningsdatum is ingediend maar onvolledig is, krijgt de aanvrager een termijn van twee weken om zijn aanvraag aan te vullen. Als er meer onvolledige aanvragen zijn, wordt de betreffende aanvragers op dezelfde dag mededeling gedaan van de gelegenheid om hun aanvraag aan te vullen.
4Uitsluitend volledige aanvragen die tijdig zijn ingediend en waarbij is voldaan aan het bij of krachtens deze verordening bepaalde, komen voor beoordeling als bedoeld in het vijfde lid in aanmerking.
5Bij de beoordeling van de aanvragen kennen burgemeester en wethouders punten toe aan de hand van de volgende criteria en tot het daarbij vermelde maximumaantal:
a.het assortiment van de gegadigde vormt een gewenste toevoeging aan het marktassortiment (20 punten);
b.de kwaliteit van de uitstraling van de uitstalling van de gegadigde (20 punten);
c.de kennis, ervaring en eventuele opleiding van de gegadigde met betrekking tot het marktassortiment (20 punten);
d.het maatschappelijk verantwoord ondernemen door de gegadigde ( 20 punten);
e.het consumentvriendelijk ondernemen door de gegadigde (20 punten).
6Burgemeester en wethouders verlenen de vaste-standplaatsvergunning aan de gegadigde met het op basis van de beoordeling hoogste aantal punten.
7Als meer gegadigden hetzelfde aantal punten krijgen toegekend, vindt de verdeling van de vergunning tussen hen plaats via loting door middel van een trekking, waarvoor zij worden uitgenodigd.
8Burgemeester en wethouders verlenen de vaste-standplaatsvergunning op basis van de rangschikking die volgt uit de loting.
Hoofdstuk 3. Vaste-standplaatsvergunning
Artikel 9. Algemene bepalingen vaste-standplaatsvergunning
1Burgemeester en wethouders kunnen een vaste-standplaatsvergunning verlenen voor de duur van 12 jaar en voor de op de vergunning vermelde standplaats.
2Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen tijdelijk een andere standplaats aanwijzen.
3Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet permanent, een andere vaste standplaats aanwijzen wanneer dit voor de uitstraling van de markt beter is.
4Een vaste-standplaatsvergunning is niet overdraagbaar.
5De vergunninghouder kan zich laten bijstaan door een of meer personen.
Artikel 10. Overschrijven vaste-standplaatsvergunning
1Als de vergunninghouder niet langer zelf van de vaste-standplaatsvergunning wil gebruikmaken, overleden is of onder curatele gesteld is, kunnen burgemeester en wethouders op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of curator de vergunning overschrijven op naam van zijn echtgenoot, geregistreerde partner of andere persoon met wie hij duurzaam samenwoont of samenwoonde, of zijn kind, als in dezelfde mate wordt voldaan de criteria genoemd in artikel 8, vijfde lid.
2Als de in het eerste lid bedoelde overschrijving niet kan worden gedaan, kunnen burgemeester en wethouders de vaste-standplaatsvergunning op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of curator overschrijven op naam van een medewerker van de vergunninghouder of een mede-eigenaar van diens bedrijf als in dezelfde mate wordt voldaan aan de criteria genoemd in artikel 8, vijfde lid.
3De overschrijving van de vaste-standplaatsvergunning geldt voor de resterende vergunningsduur. Na het einde van de duur van de vergunning komt deze beschikbaar voor verdeling volgens de in het inrichtingsplan vastgelegde verdeelprocedure van artikel 8.
4In geval van overlijden of ondercuratelestelling van de vergunninghouder wordt de aanvraag tot overschrijving binnen twee maanden nadien ingediend.
5Burgemeester en wethouders wijzen de aanvraag tot overschrijving af als niet wordt voldaan aan het bij of krachtens deze verordening bepaalde.
6Als de nieuwe vergunninghouder al over een vaste-standplaatsvergunning voor de betrokken markt beschikt, kunnen burgemeester en wethouders deze intrekken.
Artikel 11. Intrekking en vervallen vaste-standplaatsvergunning
1Burgemeester en wethouders trekken de vaste-standplaatsvergunning in:
a.op schriftelijke aanvraag van de vergunninghouder; of
b.twee maanden na diens overlijden of ondercuratelestelling, tenzij overeenkomstig artikel 10 een aanvraag tot overschrijving is ingediend.
2Burgemeester en wethouders kunnen de vaste-standplaatsvergunning intrekken als:
a.de vergunninghouder ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt;
b.de vergunninghouder, degene die hem vervangt of een persoon die hem bijstaat zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of het bij of krachtens deze verordening bepaalde heeft overtreden;
c.van de vergunning gedurende ten minste vier maanden geen gebruik is gemaakt;
d.de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet; of
e.de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet zijn of worden nageleefd.
f.als er waren op de markt worden verkocht, die in strijd zijn met de Warenwet.
3Als de in het tweede lid bedoelde intrekking voor bepaalde tijd is, kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat de op de vaste-standplaatsvergunning vermelde vaste standplaats tijdelijk vervalt.
4Als de vergunninghouder of zijn rechtmatige vervanger de standplaats niet uiterlijk bij aanvang van de betreffende markt heeft ingenomen, vervalt de vaste-standplaatsvergunning voor de rest van de dag.
Artikel 12. Persoonlijk innemen vaste standplaats; vervanging
1De vergunninghouder neemt de op de vaste-standplaatsvergunning vermelde standplaats persoonlijk in.
2De vergunninghouder kan één vaste vervanger op zijn vergunning bijschrijven, hiervoor gelden dezelfde eisen als voor de vergunninghouder.
3In geval van vakantie of bijzondere omstandigheden kunnen burgemeester en wethouders erin toestemmen dat een vervanger de standplaats inneemt. Een aanvraag om toestemming vermeldt de reden en verwachte duur van de afwezigheid van de vergunninghouder en de naam van de beoogde vervanger.
4De rechten, behalve die tot vervanging bedoeld in de vorige leden, en de verplichtingen die krachtens deze verordening gelden voor de vergunninghouder, zijn van overeenkomstige toepassing op vervanger.
Hoofdstuk 4. Dagplaats-, standwerk- en bedienvergunning
Artikel 13. Dagplaatsvergunning
1Burgemeester en wethouders kunnen een dagplaatsvergunning verlenen voor de duur van een dag, voor de op de vergunning vermelde dagplaats of voor het innemen van een vaste standplaats, wanneer die niet is ingenomen door de houder van de vaste-standplaatsvergunning of zijn rechtmatige vervanger.
2Voor een dagplaatsvergunning komen in aanmerking de gegadigden die op de marktdag vóór de aanvang van de markttijd bij de marktmeester een toewijsbare aanvraag om een dagplaatsvergunning hebben ingediend.
3Burgemeester en wethouders verdelen de beschikbare dagplaatsvergunning op volgorde
4Burgemeester en wethouders weigeren een dagplaatsvergunning als de aanvrager op een of meer van de voorafgaande vier marktdagen:
a.zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of het bij of krachtens deze verordening bepaalde heeft overtreden; of
b.niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld heeft voldaan dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet.
5Burgemeester en wethouders kunnen een dagplaatsvergunning weigeren wanneer de aanvrager eerder een vaste-standplaatsvergunning had die niet langer dan een jaar geleden is ingetrokken.
6Een dagplaatsvergunning is niet overdraagbaar en de vergunninghouder kan zich niet laten vervangen.
7De vergunninghouder kan zich laten bijstaan door een of meer personen.
Hoofdstuk 5. Algemene bepalingen voor vergunninghouders
Artikel 14. Toonplicht vergunning of toestemming
Degene die een standplaats inneemt of wil innemen, is op eerste verzoek van een toezichthouder verplicht aan te tonen dat hij daartoe gerechtigd is.
Artikel 15. Markttijden in acht nemen
1Het is verboden meer dan 2 uur voor de aanvang en meer dan 1 uur na afloop van de markt op welke wijze dan ook ruimte in te (doen) nemen op het marktterrein, of goederen aan of af te (laten) voeren.
2De vergunninghouder neemt zijn standplaats in tot de sluitingstijd van de markt, behoudens door burgemeester en wethouders verleende ontheffing.
3Burgemeester en wethouders kunnen aan de ontheffing voorschriften en beperkingen verbinden ter bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de ontheffing is vereist. De houder van de ontheffing is verplicht de aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen na te leven.
Artikel 16. Marktterrein schoonhouden
1De vergunninghouder is verplicht afval, waaronder verpakkingsmateriaal, dat op zijn standplaats vrijkomt tijdens de door hem bedreven handel zodanig te bewaren dat het marktterrein daardoor niet wordt verontreinigd en het afval niet door onbevoegden kan worden verwijderd. De vergunninghouder voert het afval onmiddellijk na afloop van de markt af, of laat het afvoeren.
2De vergunninghouder is verplicht de door hem ingenomen standplaats en de naaste omgeving daarvan na afloop van de markt veegschoon achter te laten.
Hoofdstuk 6. Handhaving
Artikel 17. Toezichthouders
Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de door burgemeester en wethouders aangewezen marktmeester en de overige door hen aangewezen toezichthouders.
Artikel 18. Onmiddellijke verwijdering
Burgemeester en wethouders kunnen een vergunninghouder of degene die hem bijstaat of vervangt gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen als deze zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of het bij of krachtens deze verordening bepaalde heeft overtreden.
Artikel 19. Strafbepaling
Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden.
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Artikel 20. Overgangsrecht
1Besluiten op grond van Verordening op de warenmarkten van 19 december 2002 blijven na de inwerkingtreding van deze verordening gelden, totdat burgemeester en wethouders deze ambtshalve hebben gewijzigd of ingetrokken.
2Bij de ambtshalve wijziging van een vaste-standplaatsvergunning kunnen burgemeester en wethouders in afwijking van artikel 9, eerste lid, een kortere duur van de vergunning bepalen, afhankelijk van de omstandigheden van het geval.
Artikel 21. Intrekking oude regeling
De Verordening op de warenmarkten vastgesteld op 19 december 2002 wordt ingetrokken.
Artikel 22. Inwerkingtreding en citeertitel
1Deze verordening treedt in werking één dag na bekendmaking.
2Deze verordening wordt aangehaald als: Marktverordening Tytsjerksteradiel.