Hoofdstuk 1: Algemeen
Artikel 1: Begripsbepalingen
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
a.bedrijfskapitaal: bijstand in de vorm van een rentedragende geldlening op grond van de Tozo van
in totaal maximaal € 10.157,--;
b.Bbz: Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004;
c.college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tynaarlo;
d.de wet: De Participatiewet;
e.Tozo: Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers;
f.zelfstandige: de rechthebbende volgens artikel 1 van de Tozo.
Artikel 2: Bevoegdheid tot terugvordering bedrijfskapitaal
Het college maakt gebruik van de bevoegdheid tot het terugvorderen van het bedrijfskapitaal op grond van de artikelen 58 lid 2, 59 en 60 van de Pw.
Artikel 3: Opeisbaar stellen bedrijfskapitaal
1Het college merkt de lening bedrijfskapitaal als direct opeisbaar aan wanneer:
a.de zelfstandige de terugbetalingsverplichtingen niet nakomt;
b.de zelfstandige zijn bedrijf of beroep geheel of gedeeltelijk overdraagt of beëindigt;
c.er sprake is van surseance van betaling of faillissement van de zelfstandige, van één van de
vennoten of leden waarmee het bedrijf of zelfstandig beroep in een samenwerkingsverband
wordt uitgeoefend, of van de rechtspersoon;
d.er sprake is van curatele van de zelfstandige, of bij onderbewindstelling van het vermogen
van de zelfstandige en/of het bedrijf;
e.de zelfstandige het bedrijfskapitaal niet besteedt aan de overeengekomen bestemming;
f.de zelfstandige komt te overlijden.
2Terug- en invordering vindt plaats bij de zelfstandige en/of diens partner, als deze partner bij de
bijstand is inbegrepen.
Artikel 4: Rente- en aflossingsverplichtingen bedrijfskapitaal
1Het college stelt de aflossing van het verstrekte bedrijfskapitaal vast op basis van de looptijd
van de geldlening en kan hierbij rekening houden met de aflossingscapaciteit van de zelfstandige.
2Wanneer de zelfstandige niet aan de rente- en aflossingsverplichtingen voldoet, zal het college
contact opnemen met de zelfstandige. Daarna volgen, als dit nodig is, een 1e en een 2e
aanmaning.
3Als de zelfstandige ook na een 2e aanmaning niet aan zijn rente- en aflossingsverplichtingen
voldoet, gaat het college over tot terugvordering van de openstaande vordering plus
achterstallige rente.
Hoofdstuk 2: Invordering en betalingsverplichting
Artikel 5: Aflossingscapaciteit en betalingsregeling
1Het college biedt de zelfstandige wanneer de vordering, bestaande uit de rentedragende
geldlening plus achterstallige rente, direct opeisbaar is geworden, een termijn van 6 weken om
het volledige openstaande bedrag te voldoen. Ook biedt het college de zelfstandige de
mogelijkheid om een betalingsregeling te treffen. Dit wordt in de beschikking vermeld.
2De zelfstandige kan zelf een betalingsregeling voorstellen. Hiermee stemt het college in als:
a.daarmee de vordering binnen een periode van 72 maanden in zijn geheel kan worden
afgelost; en
b.de voorgestelde aflossing ten minste € 65,- per maand bedraagt.
3Wanneer een betalingsregeling zoals genoemd in het 2e lid niet tot stand kan komen, wordt de
aflossing vastgesteld op 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm plus 75% van
het inkomen boven deze norm, maar maximaal het bedrag dat berekend met de rekenmodule
beslagvrije voet is in te vorderen.
4In afwijking van het 2e en 3e lid kan het college met een betalingsvoorstel van de zelfstandige
instemmen als daarmee wordt bereikt dat de zelfstandige de vordering via minnelijke weg blijft
betalen.
Artikel 6. Mogelijkheden tot wijziging van een betalingsverplichting
1Het college kan op verzoek van de zelfstandige de eerder vastgestelde betalingsverplichting
wijzigen als dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is in verband met wijzigingen in
de (financiële) situatie van de zelfstandige.
2Het college kan de betalingsverplichting wijzigen wanneer uit een draagkrachtonderzoek blijkt
dat de zelfstandige over onvoldoende draagkracht beschikt, of als daarmee wordt bereikt dat de
zelfstandige de vordering via minnelijke weg blijft betalen.
3Het College voert periodiek of op basis van signalen onderzoek uit naar mogelijk gewijzigde
financiële omstandigheden.
Artikel 7. Uitstel van betaling
1Het college kan op schriftelijk verzoek van de zelfstandige uitstel van de betalingsverplichting
verlenen voor de duur van telkens maximaal 24 maanden. Dit kan alleen als de
(financiële) omstandigheden daartoe aanleiding geven en de zelfstandige dit onderbouwt met
bewijsstukken.
2Het college trekt het besluit tot uitstel van betaling in wanneer:
a.op een later tijdstip blijkt dat de zelfstandige onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt
en op basis van de juiste of volledige gegevens een ander besluit zou zijn genomen; en/of
b.de gronden voor verlening van het uitstel als bedoeld in het 1e lid zijn komen te vervallen.
Artikel 8. Niet of niet meer voldoen aan de betalingsverplichting
1Als de zelfstandige na terugvordering van het bedrijfskapitaal niet bereid is een betalingsregeling
te treffen of een eerder opgelegde betalingsverplichting niet meer nakomt, kan het college
invorderen bij dwangbevel. De invordering kan dan worden overgedragen aan de deurwaarder.
2Bij inschakeling van een deurwaarder betaalt de zelfstandige de in rekening gebrachte kosten.
Hoofdstuk 3: Afzien van invordering
Artikel 9. Afzien van (verdere) invordering na het voldoen aan de betalingsverplichting
1Als daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het college besluiten geheel of gedeeltelijk van invordering af te zien.
Artikel 10. Kwijtschelding van de vordering in verband met een schuldregeling
1Op grond van artikel 58 lid 2 onder b van de Pw en artikel 3 lid 1 onder a van de Wet
gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) kan het college de vordering kwijtschelden als:
a.redelijkerwijs te voorzien is dat de zelfstandige de schuld niet binnen afzienbare tijd zal
kunnen afbetalen; en
b.redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen van
de overige schuldeisers zonder kwijtschelding van de Tozo-vordering niet tot stand zal
komen; en
c.de vordering van het college ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de
vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang.
2Het college trekt het besluit om mee te werken aan een schuldregeling in als:
a.niet binnen 12 maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een schuldregeling tot stand is
gekomen die voldoet aan de eisen bedoeld in het 1e lid;
b.de zelfstandige de aan de schuldregeling verbonden verplichtingen ondanks waarschuwing
blijft schenden; of
c.op een later tijdstip blijkt dat onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en op basis van
de juiste of volledige gegevens een ander besluit zou zijn genomen.
Hoofstuk 4: Slotbepalingen
Artikel 11. Hardheidsclausule
Het college kan, onverminderd artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht, in bijzondere gevallen ten gunste van de zelfstandige afwijken van deze beleidsregels, als toepassing hiervan leidt tot onredelijke gevolgen.
Artikel 12. Inwerkingtreding en duur beleidsregels
1Deze beleidsregels treden in werking met ingang van 1 juli 2022.
Artikel 13. Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als:
beleidsregels terug- en invordering bedrijfskapitaal Tozo gemeente Tynaarlo.