Gemeentelijke regelgeving

Verordening Inwonersparticipatie gemeente Tubbergen

Gemeente Tubbergen · geldt sinds 11 januari 2024

Aanhef

Artikel 150 Gemeentewet

Artikel 16.55 lid 7 van de Omgevingswet

HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE BEPALINGEN

Artikel 1 Onderwerp verordening

Deze verordening regelt de betrokkenheid van inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden bij de ontwikkeling – mede omvattend de voorbereiding, uitvoering en evaluatie - van gemeentelijk beleid en de rol van het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad in deze processen. Deze verordening is daarnaast van toepassing op de manier waarop het bestuursorgaan reageert of ondersteuning biedt aan initiatieven van inwoners, maatschappelijke organisaties of andere betrokkenen.

Artikel 2 Definities

a.beleidsvoornemen: het voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid.

b.bestuursorgaan: ieder bevoegd orgaan van de gemeente. Daartoe zijn te rekenen de raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester.

c.inspraak: een door een bestuursorgaan georganiseerde gelegenheid voor inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden om hun mening over beleidsvoornemens te geven en daarover toelichting te geven en van gedachten te wisselen voorafgaand aan de definitieve besluitvorming door de gemeenteraad, of door het college van burgemeester en wethouders of door de burgemeester;

d.inwonersparticipatie: het op initiatief van het bestuursorgaan het betrekken van inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden bij de ontwikkeling van beleid met impact op de lokale samenleving. Inwonersparticipatie kan de vorm aannemen van informeren, meedenken (raadplegen/adviseren), meedoen (coproduceren), meebeslissen of combinaties hiervan.

Artikel 3 Doelstelling en reikwijdte

1Deze verordening beoogt de kwaliteit van lokale democratische processen te vergroten, de samenwerking tussen gemeente en bewoners te versterken, draagvlak te creëren en helderheid te scheppen over proces en rolverdeling.

2Inspraak of inwonersparticipatie wordt in beginsel toegepast wanneer het te verwachten is dat er belanghebbenden zijn die in aanzienlijke mate geraakt zullen worden door het betreffende beleid of besluit, ofwel wanneer te verwachten is dat betrokken bewoners of experts over relevante ervaringskennis of inzichten beschikken die bruikbaar zijn bij de ontwikkeling van het beleid of besluit.

3Inspraak en/of inwonersparticipatie wordt niet verleend:

a.ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen;

b.indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten;

c.indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsruimte heeft;

d.inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet;

e.indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht;

f.indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving.

HOOFDSTUK 2 INSPRAAK

Artikel 4 Het inspraakproces

1Inspraak bij een bestuursorgaan vindt plaats overeenkomstig artikel 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.

2In afwijking van het eerste lid kan het bestuursorgaan een andere inspraakprocedure vaststellen.

Artikel 5 Eindverslag

1Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een eindverslag op.

2Het eindverslag bevat in elk geval:

a.een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure;

b.een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak mondeling of schriftelijk zijn ingebracht;

c.een reactie op deze zienswijzen, waarbij met reden omkleed wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van het beleidsvoornemen wordt overgegaan.

3Het bestuursorgaan maakt het eindverslag actief openbaar.

HOOFDSTUK 3 INWONERSPARTICIPATIE

Artikel 6 Het participatieproces

1Het bestuursorgaan stelt bij de start van elk participatieproces vast op welke manier inwonersparticipatie wordt toegepast en op welke wijze het bestuursorgaan zal omgaan met de uitkomsten van dit proces.

2Indien inwonersparticipatie wordt toegepast, neemt het bestuursorgaan in beginsel over de volgende punten een besluit:

a.het doel en de intentie van de inspraak;

b.de vorm van inwonersparticipatie;

c.de kernvragen, de beïnvloedingsruimte en/of de inhoudelijke, financiële, procedurele en overige kaders voor de inspraak en de wijze waarop deze kaders vooraf worden gecommuniceerd;

d.de wijze waarop en het tijdvak waarin inspraak kan worden geleverd;

e.de begroting van de kosten van het participatieproces.

3Het bestuursorgaan maakt voor de start van het participatieproces het voornemen hiertoe bekend op de voor dat proces geschikte wijze.

4Indien omstandigheden het noodzakelijk maken om de kaders als bedoeld in het eerste lid, onder c, of de inrichting van het proces aan te passen, zorgt het bestuursorgaan ervoor dat deelnemers hierover zo snel mogelijk worden geïnformeerd

5Het bestuursorgaan kan voor specifieke beleidsterreinen nadere regelingen treffen.

Artikel 7 Beleidsregel voor verschillende participatieprocessen

1Het bestuursorgaan stelt beleid vast waarin wordt aangegeven welke mogelijkheden van participatie kunnen worden toegepast en daarin zijn uitgewerkt.

Artikel 8 Eindverslag participatieproces

1Ter afronding van het participatieproces maakt het bestuursorgaan een eindverslag op. Het eindverslag bevat in elk geval:

a.een overzicht van het gevolgde participatieproces op hoofdlijnen;

b.een weergave van de belangrijkste uitkomsten van het participatieproces;

c.de reactie van de gemeente op deze uitkomsten en de wijze waarop de gemeente de inbreng heeft benut bij de uitwerking van het beleidsvoorstel of uitvoeringsplan;

d.een beknopte evaluatie van het participatieproces met de belangrijkste geleerde lessen.

2Het bestuursorgaan maakt het eindverslag actief openbaar.

HOOFSTUK 4 OMGEVINGSWET

Artikel 9 Participatie in kerninstrumenten Omgevingswet

1Vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet vindt participatie over de omgevingsvisie, omgevingsprogramma, het omgevingsplan en de omgevingsvergunning plaats overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens de Omgevingswet.

2Het college van burgemeester en wethouders stelt beleid vast voor de nadere invulling van de participatie over de omgevingsvisie, omgevingsprogramma en het omgevingsplan.

3Op grond van artikel 16.55 lid 7 van de Omgevingswet bepaalt de gemeenteraad dat, in alle gevallen dat sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, participatie van en overleg met derden verplicht is voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, waarvoor het college van burgemeester en wethouders bevoegd gezag is, kan worden ingediend.

HOOFDSTUK 5 SLOTBEPALINGEN

Artikel 10 Evaluatie en monitoring

1De uitvoering van deze verordening wordt tweejaarlijks samen met het beleid als bedoeld in artikel 7 van deze verordening per jaar geëvalueerd.

2Ten behoeve van de evaluatie verzamelt het college van burgemeester en wethouders voor twee tot vier casussen, die naar aard en omvang verschillen, informatie over de wijze waarop participatieprocessen zijn georganiseerd, het aantal betrokken bewoners, de rolinvulling door raad en college, het resultaat van de participatie, de belangrijkste ervaringen en geleerde lessen en de werking van deze verordening.

Artikel 11 Intrekken en overgangsrecht

1De ‘Inspraakverordening 2005’ wordt ingetrokken.

2Op inspraakprocedures die voortvloeien uit besluiten genomen voor de inwerkingtreding van deze verordening blijven de bepalingen van de in lid 1 genoemde verordening van toepassing.

Artikel 12 Citeertitel

De verordening wordt aangehaald als ‘Verordening inwonersparticipatie gemeente Tubbergen’.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.