Gemeentelijke regelgeving

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tubbergen houdende regels omtrent de kwaliteit van openbaar groen

Gemeente Tubbergen · geldt sinds 3 december 2020

Aanhef

Nota voor een duurzame inrichting van de openbare ruimte

14september 2020

Voorwoord

Voor u ligt het beleidsplan Kwaliteit Openbaar Groen binnen de bebouwde kom, kortweg de KOG. In de gemeente Tubbergen zijn we gewend om veel samen met inwoners te doen, ook nieuw beleid maken. Ik vind het belangrijk om een proces als dit samen te doorlopen en ben dan ook weer geraakt door de inzet en de positieve energie vanuit de kernen. Tijdens verschillende avonden die vanuit MijnDorp2030 werden georganiseerd, hebben we kennis en ervaring opgehaald en met elkaar gedeeld. Die vormden de input voor dit plan. Als we op deze manier samenwerken, voelt u zich steeds meer verantwoordelijk voor uw eigen leefomgeving en kunt u daar ook echt een belangrijke bijdrage aan leveren.

Dit plan geeft duidelijkheid aan bestuurders, beleidsmakers, uitvoerders en inwoners. Er staat in beschreven hoe de openbare ruimte eruit gaat zien als het gaat over groenvoorzieningen zoals (monumentale) bomen, plantsoenen en bermen. Maar ook over speeltoestellen en trapveldjes. We hebben samen nagedacht over hoe we moeten omgaan met onderwerpen als klimaatadaptie, biodiversiteit en leefbaarheid. Het is allemaal terug te vinden in dit plan. Uiteraard kunnen plannen niet worden uitgevoerd zonder geld, dus kan een uitvoeringsplan met een hoofdstuk over de financiële middelen niet ontbreken.

Ik ben trots op het resultaat dat we samen hebben bereikt. Iedereen die hieraan een actieve bijdrage heeft geleverd, hartelijk dank!

Met vriendelijke groeten,

Erik Volmerink

Wethouder gemeente Tubbergen

Samenvatting

Dit Kwaliteitsplan "Kwaliteit Openbaar Groen" (KOG) Tubbergen richt zich primair op de kwaliteit van de groen- en speelvoorzieningen in de openbare ruimte, binnen de bebouwde kom van de gemeente Tubbergen. Voor de andere onderdelen van die openbare ruimte, wegen, riolering en openbare verlichting, zijn de afgelopen jaren al meerjarenprogramma’s opgesteld en door de gemeenteraad vastgesteld. Dit onderliggend beleidsplan is ontwikkeld op basis van gebiedsstructuren.

Dit beleidsplan beschrijft een kader dat duidelijkheid biedt aan bestuurders, beleidsmakers, de uitvoerders van het beleid en zeker ook aan de inwoners van Tubbergen wat er in de komende periode van globaal 4 jaar met de inrichting van de groen- en speelvoorzieningen, kan en mag gaan plaatsvinden om de kwaliteit van de leefomgeving structureel te verbeteren en duurzaam in stand te houden.

Deze nota is tot stand gekomen door de zeer intensieve samenwerking tussen de leden van alle dorpsraden én de inwoners van alle dorpen in de gemeente Tubbergen en de projectgroep van de gemeente Tubbergen.

In de afgelopen jaren heeft de gemeenteraad van Tubbergen een aantal meerjarenprogramma’s voor groot onderhoud en renovaties van o.a. wegen, riolering en openbare verlichting binnen de gemeente vastgesteld. Voor u ligt een nieuw plan voor de kwaliteit van de groen-, speel- en sportvoorzieningen binnen alle kernen van de gemeente Tubbergen. Voor de speelvoorzieningen was nog geen door de gemeenteraad vastgesteld beleidskader voorhanden.

Drie belangrijke conclusies uit de onderliggende beleidsnota zijn:

1De Groenvoorzieningen in de gemeente Tubbergen voldoen niet meer volledig aan hedendaagse uitdagingen in de openbare ruimte, zoals klimaatverandering en biodiversiteit.

2De speelvoorzieningen zijn van redelijke kwaliteit.

3De begroting voor de groen- en speelvoorzieningen dient structureel opgehoogd te worden met vervangingsbudgetten.

1. Inleiding

1.1 Aanleiding

Alle dorpen van de gemeente Tubbergen hebben in de afgelopen decennia de nodige groei en uitbreiding doorgemaakt. Deze groei heeft ook in de openbare ruimte een specifieke invulling van het groen opgeleverd. Elk decennium is herkenbaar aan de ruimtelijke inrichting en de structuren van wegen en groenvoorzieningen en aan het toegepaste materiaal zowel in het civiele als in het groene vakgebied. De maatschappelijke ontwikkelingen hebben in vrijwel gelijke tred met de dorpse ontwikkelingen ook mondige en geëmancipeerde burgers voortgebracht. Deze burgers kwamen de afgelopen jaren veelvuldig bij de gemeente aankloppen, of met de vraag om bomen te verwijderen of met de vraag de gehele groenstructuur aan te passen i.v.m. overlast. De wens om mee te denken, mee te praten en ook zelf te doen is sterk gegroeid en zal blijven groeien. De inwoners voelen zich steeds meer verantwoordelijk voor de eigen leefomgeving. Vanuit de inwoners ontstaan initiatieven die een bijdrage leveren aan de kwaliteit van de leefbaarheid van de eigen woonomgeving of aan andere aspecten van de samenleving. Initiatieven die in samenwerking met de gemeente gerealiseerd kunnen worden. Naar aanleiding van de hier boven genoemde klachten en wensen vanuit de samenleving is in het kader van 'Mijn Dorp 2030' bij het opstellen van deze nota een zeer intensieve samenwerking

gezocht én gevonden met zowel de leden van de dorpsraden als met de individuele inwoners van de verschillende dorpen binnen de gemeente Tubbergen.

De laatste jaren zijn er grootschalige, meerjarenprogramma’s door de gemeenteraad vastgesteld voor het groot onderhoud en renovaties van de infrastructuur in de buitenruimte, het Meerjarenonderhoudsprogramma Wegen en Kunstwerken (2017) het Beleidsplan Verlichten openbare ruimte 2016-2020, het Gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2024. Al deze plannen hebben ook betrekking op de inrichting van de openbare ruimte. En dan nu het Kwaliteitsplan Openbaar Groen gericht op

Groen- en speelvoorzieningen voor de periode 2020-2024. In dit beleidsplan zal regelmatig verwezen worden naar bovenstaande en vastgestelde beleid- en meerjarenonderhoudsplannen van de gemeente Tubbergen.

In 2005 is in de gemeente Tubbergen het IBOR-beleid ingevoerd. Dit instrument wordt ingezet om vastgestelde kwaliteitsbeschrijvingen van de onderhoudstoestand van onderdelen van de openbare ruimte visueel te maken door middel van fotoreeksen, aflopend in kwaliteit van A+ t/m D. Bij de invoering van dit systeem werd gekozen voor de onderhoudsniveaus A en B, respectievelijk hotspots en overig gebied.

Als gevolg van de opeenvolgende bezuinigingen is enkele jaren na invoering het kwaliteitskader voor het overig gebied verlaagd naar niveau C.

De uitvoerende organisaties binnen het gemeentelijk apparaat (Noaberkracht) kijkt naar de toekomst en stellen de vraag hoe het beleid, beheer en onderhoud van de openbare ruimte er op termijn zou moeten uitzien. Naast de vele verzoeken en wensen van dorpsraden en inwoners zijn er een aantal ontwikkelingen in de samenleving, zoals: voortschrijdende inzichten, aangepaste wet- en regelgeving vanuit Europa en Den Haag, deze zijn met name lokale speerpunten van het gemeentebestuur zoals het Programma Openbare Ruimte (OPRU) aanleiding is om tot een gedragen beleidskader voor de Kwaliteit van Openbaar Groen te komen.

1.2 Het doel

Het doel is het opstellen van beleidskaders voor een duurzame inrichting van de groen- en speelvoorzieningen in de openbare ruimte van de gemeente Tubbergen.

Deze nota is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de inwoners. Deze nota is een uitwerking vanuit 'Mijn Tubbergen 2030'. Het voorliggende beleidsplan omvat de kaders en randvoorwaarden om te komen tot een duurzame kwaliteit van de genoemde onderdelen.

Het Kwaliteitsplan, "Kwaliteit Openbaar Groen" omvat de volgende onderdelen:

Uitvoeringsplan ‘’onderhoud en vervangingen van groen- en speelvoorzieningen’’ waarin invulling wordt gegeven aan vier concrete ambities:

•leefbaarheid

•biodiversiteit

•klimaatadaptatie

•beheerstechnische inrichting

Ruimtelijke structuren

•Analyse dorps/stedenbouwkundige structuren met beschrijvingen van de gebiedsstructuur

•Analyse van de ruimtelijke kwaliteiten en bijzondere gebieden

•Relaties met RO-procedures/beeldkwaliteitsplannen en aanverwante beleidskaders

Kwaliteit van de openbare ruimte met de componenten;

•Groenvoorzieningen

•Water en wadi’s

•Ontmoeten, spelen en sporten

•Uitgifte van niet functioneel Groen

•Monumentale en Waardevolle bomen en Relicten

•Aanpassingen Kapverordening

•Implementatie Handboek Bomen

Bij het beschrijven van bovengenoemde onderdelen zijn een aantal ambities van groot belang om een duurzame inrichting van de openbare ruimte te realiseren

De aandachtspunten in deze nota zijn:

•Leefbaarheid

•Biodiversiteit

•Klimaatadaptatie

•Recreatie en Toerisme

•Beheerstechnische inrichting

•Economie en Ecologie

•Financiën

•Bewegen in de openbare ruimte

1.3 Communicatie

1.3.1 Aanleiding

Er ligt een nieuw Kwaliteitsplan, "Kwaliteit Openbaar Groen" (KOG), dat is opgesteld in samenspraak met de kernraden en overige inwoners van de gemeente Tubbergen. Het plan geeft kaders aan wat er in de komende 8 jaar met de inrichting van de openbare ruimte op het gebied van groen ontmoeten, spelen en sporten mag, moet en kan gebeuren om de kwaliteit van de leefomgeving structureel te verbeteren en duurzaam in stand te houden. De nota wordt ter vaststelling aangeboden aan het college en de gemeenteraad van de gemeente Tubbergen.

1.3.2. Communicatievraagstuk en -doelstelling

Het kwaliteitsplan is tot stand gekomen in samenwerking met onder meer de dorpsraden en inwoners van de gemeente Tubbergen. Het kwaliteitsplan wordt t.z.t. geïntegreerd in het omgevingsplan. De betrokken kernraden en inwoners worden op de hoogte gehouden over het proces van de besluitvorming.

In het kwaliteitsplan is het Handboek Bomen opgenomen. Als het kwaliteitsplan is vastgesteld, wordt daarmee ook de manier van werken geïntroduceerd die in het Handboek bomen wordt omschreven. Dit heeft gevolgen voor de manier van werken van aannemers, projectleiders, inkoopmedewerkers en beleidsmedewerkers van de Openbare Ruimte.

Communicatievraagstukken

•Op welke wijze houden we betrokkenen op de hoogte van de formele besluitvorming? Intern en extern.

•Op welke manier maken we collega’s en externe betrokkenen bekend met de inhoud van het kwaliteitsplan?

•Hoe zorgen we ervoor dat collega’s de uit het plan voortvloeiende werkwijze integreren in hun werkwijze? En hoe borgen we dit?

•Waar raakt de inhoud van de KOG andere beleidsterreinen of ambities en hoe zorgen we ervoor dat dit integraal wordt opgepakt en de rol van de Contactpersoon Openbare Ruimte (COR) hierin

Communicatiedoelstellingen

•Kennis: Betrokkenen hebben kennis van het proces van formele besluitvorming (in- en extern).

•Kennis: Betrokkenen zijn bekend met de inhoud van het plan (in- en extern).

•Gedrag: collega’s en aannemers integreren het nieuwe beleid in hun manier van werken.

•Gedrag: collega’s werken integraal en houden rekening met andere beleidsterreinen.

1.3.3. Communicatiedoelgroepen

Extern

•dorpsraden en inwoners van de dorpen

•Aannemers

Intern

•Projectleiders

•Beleidsmedewerkers Openbare ruimte

•Beleidsmedewerkers Ruimtelijke ordening

•Inkoopmedewerkers

•Medewerkers grondzaken

•College

•Gemeenteraad

1.3.4. Communicatiestrategie

De kernradencoördinator informeert de kernraden over de formele besluitvorming via een mail/brief. Daarnaast worden de kernraden middels een presentatie geïnformeerd.

Er wordt een mail verstuurd naar teams en collega’s binnen de organisatie waarvoor dit plan van toepassing is.

We plaatsen een bericht op intranet, waarbij we uitleggen waarvoor de KOG is bedoeld, hoe deze tot stand is gekomen en dat dit gevolgen heeft voor de interne werkwijze van een aantal medewerkers. We kondigen aan dat we een presentatie houden over de inhoud van het plan voor een aantal specifieke collega’s.

De inhoud van het kwaliteitsplan vertellen we tijdens een bijeenkomst aan projectleiders, inkoopmedewerkers, medewerkers grondzaken en beleidsmedewerkers van openbare ruimte. Ook leggen we uit dat dit een andere manier van werken tot gevolg heeft (Handboek bomen), die gefaseerd zal worden ingevoerd.

We informeren de aannemers over de inhoud van het kwaliteitsplan door bij het aanbesteden of opvragen van offertes aan te geven dat we vanuit ons beleid werken met het Handboek bomen.

Na vaststelling plaatsen we een artikel in Op en rond de Essen, waarin de wethouder uitlegt hoe het kwaliteitsplan bijdraagt aan het vergroten van de duurzaamheid van de kernen in de gemeente Tubbergen. En wat dit betekent voor de openbare ruimte in de bebouwde kom van de kernen.

1.3.5. Communicatieboodschap

Het Kwaliteitsplan Openbare Groen is opgesteld in samenwerking met de inwoners van de dorpen van de gemeente Tubbergen. Het geeft kaders aan wat er in de komende acht jaar met de inrichting van de openbare ruimte op het gebied van groenvoorzieningen en ontmoeten spelen sporten mag, moet en kan gebeuren om de kwaliteit van de leefomgeving structureel te verbeteren en duurzaam in stand te houden. Dit heeft gevolgen voor de manier van werken.

2. Korte analyse van het huidige ruimtelijk beeld

2.1 Ontstaansgeschiedenis van kernen in het landschap

De gemeente Tubbergen kent een 9-tal kernen die allen een meer of minder lange geschiedenis hebben. Dat is dan ook zichtbaar aan de stedenbouwkundige opzet.

Ontstaansgeschiedenis kernen

Tubbergen is van oudsher de meest authentieke historische kern in de gemeente Tubbergen. Op historische kaarten uit de negentiende eeuw is de kern met de kerk als centrum duidelijk te herkennen. De andere kernen en buurtschappen worden wel met naam genoemd, maar bestaan in het midden van de negentiende eeuw uit niet meer dan enkele boerderijen. Echte groei van de kernen treedt pas op na de Tweede Wereldoorlog. Vanaf de Wederopbouw zijn de meeste kernen in verschillende fasen uitgebreid met nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen. Daarnaast is er met name in de grotere kernen zoals Albergen, Geesteren en Tubbergen sprake van herstructurering en inbreiding geweest, waarbij vooral de bedrijvigheid is verplaatst vanuit het centrum naar bedrijventerreinen.

2.2 Stedenbouwkundige context

De stedenbouwkundige opzet vormt de basis van deze analyse van de openbare ruimte. In de loop van de laatste vijftig jaar zijn alle dorpen geleidelijk of soms sterk gegroeid. Dat gebeurde in de vorm van grotere of kleinere wijkjes die in een specifiek landschap werden aangelegd. De in de kleine kernen of wijken ontworpen openbare ruimte laten steeds, een voor het moment van aanleg, specifiek beeld zien binnen de architectuur van dat moment.

2.3 Landschap, water en cultuurhistorie

De dorpen van de gemeente Tubbergen zijn alle sterk landschapsgericht. Het landschap is vaak nog tot diep in de kernen zichtbaar, o.a. als landschappelijke relicten (meestal boomgroepen). Alle Twentse landschapstypen zijn aan de orde in de relatie tussen de kern en het omringende landschap. Dat geldt voornamelijk bij de dorpsranden. In diverse structuurnota’s over het landelijk gebied worden deze landschapstypen beschreven. In dit kader wordt verwezen naar de volgende bestaande documenten:

•LandschapsOntwikkelings Plan (LOP)

•CASCO-beleid

Een niet onbelangrijk deel van de landschappelijk waardevolle natuurgebieden maakt onderdeel uit van een Natura2000 gebied of van Natuur Netwerk Nederland (NNN).

2.4 Groene inrichting

Openbaar groen is de groene versterking van de stedenbouwkundige structuur. In de kernen is groen beperkt aanwezig en bestaat meestal uit bomen. In de woonwijken is meer ‘open’ groen aanwezig als omlijsting van de woningen om de leefbaarheid te vergroten. Daarnaast is er een veelheid aan plantvakken en bomen aanwezig, afgewisseld met open ruimtes met gazons.

2.5 Infrastructuur

De infrastructuur in het stedenbouwkundig ontwerp bestaat uit een netwerk van grotere en kleinere lanen, wegen, paden etc. In het ontwerp is bepaald dat daar een groene begeleiding bij gewenst is. Het straatbeeld wordt bepaald door gebruik te maken van verschillende verhardingsmaterialen en structuren gebaseerd op de functie die betreffende verhardingen vervullen. De waterbelangen, inclusief watergangen en wadi’s zijn onderdelen van o.a. het Gemeentelijk Rioleringsplan. Voor nadere informatie over lanen, straten, wegen en andere informatie wordt verwezen naar het Meerjarenplan Wegen en Kunstwerken (2017).

3. Gebiedsbeschrijvingen en beleidsvoornemens

3.1. Het woongebied

Het woongebied is het gebied waar de kwaliteit van de openbare ruimte in de straat en rondom woningen in grote mate de leefbaarheid van dit gebied bepaalt. Het woongebied bevindt zich tussen landschappelijke gebieden, het centrumgebied en de dorpsranden. Het betreft steeds de woonwijken. Soms betreft het ook kleine clusters met woningen met geen of een beperkte agrarische functie. Het woongebied kent een veelheid aan groene elementen en meubilair.

Onderstaand zijn de beleidsvoornemens in deze nota blauw omkaderd.

Bij te grote bomen in de woongebieden ontstaan problemen zoals o.a. :

•Schade aan de verhardingen

•Schade aan en verstopping van rioleringen

•Schaduwwerking in woningen en tuinen

•Plakkerigheid op alles als gevolg van luizenaantastingen

Bij de aanplant van nieuwe bomen wordt rekening gehouden met bovenstaande situaties. Voor het plaatsen van zonnepanelen worden geen gezonde bomen verwijderd waardoor er geen milieu-bevorderende maatregel ten koste gaat van een andere namelijk, de bomen.

3.2 Het centrumgebied

Het centrumgebied is het gebied in en rond het centrum van een dorp. In dit gebied zijn wonen en werken doorgaans de belangrijkste functies. De kerk is meestal het belangrijkste bouwwerk in het centrum. Bedrijvigheid in de vorm van winkels, horeca en dienstverlenende organisaties vinden daar een plek. De inrichting van de openbare ruimte heeft daar dan ook een meer stedelijk of ‘dorps’ karakter.

Beeldbepalend voor het dorpse en cultuurhistorische karakter in de sfeer van ‘de oude boom op het plein’. Gelet op het ruimtegebruik in de kern is het groen ondersteunend aan de leefbaarheid en de aantrekkelijkheid van het centrumgebied.

De aanwezige grotere en beeldbepalende bomen van de 1ste grootte (>15 m) en 2de grootte (8-15 m) dienen gekoesterd te worden en waar mogelijk ook aangeplant te worden om de karakteristiek van deze dorpen te behouden. Solitaire bomen staan altijd op markante plekken in het centrum, waarbij de maat en de soort zijn afgestemd op de omgeving. Bomen in het centrumgebied moeten een hoge kwaliteit en toegevoegde waarde bezitten.

Straatmeubilair en palen

Het voornemen is om het aantal en de kwaliteit van het straatmeubilair zoals banken, zitelementen, prullenbakken, in de centra van de kernen sterk te verbeteren. Het aantal palen voor verkeersborden, naambordjes, fiets en wandelroutes, toeristisch voorzieningen, anti-parkeren, reclameborden etc. sterk te verminderen zonder de informatievoorziening te schaden en optimaal gebruik te maken van de beschikbare technologie.

3.3 Het landschap

Het landschap wordt als volgt omschreven.

De steden en dorpen in Twente zijn in het landschap gegroeid en hebben daar een hechte, ruimtelijke relatie mee. Waar landschappelijke aspecten aan de orde zijn spreken we dan van ‘Het landschap’. Dit is het gebied waar de sfeer van het aansluitende landschap zichtbaar is in de kernen en de belangrijkste beeldbepalende rol speelt. Tevens is dit gebied van belang voor de ecologische functies en natuurwaarden. De ruimtelijke analyse van een kern leert dat de grotere inkomende wegen per traditie een zwaardere bomenstructuur kennen. Meestal niet in de vorm van lanen maar in een los gestrooide boomgroepen. Dit beeld loopt vaak door tot in het centrum, vandaar dat er in deze nota ook aandacht en ruimte voor dat landschap en de ontwikkelingen uit het landschap beschreven staan.

Rondom de kernen van de gemeente Tubbergen komt een breed scala van al dan niet-agrarische erven voor. In veel gevallen bevinden zich daar veel oudere en fraaie bomen die nog van oudere erf-situaties stammen. Deze groene clusters zijn meestal niet in eigendom van de gemeente.

Het toeristisch aspect wordt attractiever door de verbinding tussen het traditionele centrum en het landelijk gebied te versterken. Juist in het kader van de vele fietsroutes zijn thema’s ruim voorhanden; “Van een sfeervolle kern langs een lommerrijke allee naar het dromerige landschap”

3.4 Hoofdontsluitingswegen

Dit is het gebied waarin de landschappelijke sfeer van het landschap geleidelijk over gaat naar het centrumgebied. Het betreft hier steeds een breder en open straatprofiel. In de meeste gevallen is er hier ook sprake van een duidelijk aansluiting bij de eerder beschreven woonlaag.

3.5 Kernranden

De kernranden vormen de overgang van dorp naar het omringende landschap. De kernranden bestaan uit landschappelijke beplantingen en dan specifiek uit bosplantsoen of hakhoutbeplanting, voor meer ecologische waarden en biodiversiteit. Naast ecologie en biodiversiteit zijn deze kernranden bedoeld om het zicht op bebouwing of andere minder gewenste bouwvormen te verzachten of zelfs te doen verdwijnen (‘schaamgroen’). De waardering van de bezoeker van het landschap bepaalt mede de beleving van kern in haar omringende landschap. In de kernen benoemen we deze als dorpsrand.

Er zijn drie typen dorpsranden;

•De Transparante rand

•De Open rand

•De Gesloten rand

In dit beleidsplan zijn drie typen randen uitgewerkt.

De transparante rand bestaat uit een mengvorm van gras, bomen, heesters en hagen. De bebouwing van een dorp hoeft niet geheel ‘ingepakt’ te worden. Inwoners aan de rand van een kern mogen ‘hun‘ landschap ook beleven. Vanuit het landschap mag de bebouwing deels zichtbaar zijn. Het minimale ruimtebeslag voor de transparante kernrand bedraagt 5 meter breed.

De open rand bestaat uit opgaande bomen waar je ‘onderdoor’ kunt kijken. De boomsoort is van inheemse herkomst. In sommige gevallen is er sprake van heesterbeplanting ook van inheemse herkomst en bij voorkeur drachtplanten ten behoeve van insecten en biodiversiteit. Het minimale ruimtebeslag voor de open rand bedraagt 10 meter, voor toepassing van beplanting en bomen van de 2de grootte.

De gesloten rand is een kernrand waarbij doorzicht zo veel mogelijk wordt beperkt. De basisvorm is, afhankelijk van de breedte van het plantvak, en bestaat uit bosplantsoen singels of de Twentse houtwal die door selectief afzetten en dunnen een gesloten beeld houdt. Opgaande bomen die het gesloten karakter verhinderen, moeten dus naast de beplanting geplant worden om het gewenste resultaat te realiseren. Het minimale ruimtebeslag voor de gesloten kernrand bedraagt 20 meter bestaande uit 5 meter voor heester- en struikvormers plus 15 meter voor bomen 1ste grootte.

3.6 Landschappelijke relicten

Deze groene elementen zijn door de uitbreidingsplannen in de nieuwe stedenbouwkundige structuur opgenomen. Het betreft beeldbepalende bomen; in groepen, bosjes of solitair en bosjes. De bebouwing staat er dan ook vaak dichtbij. De landschappelijke, ecologische en beeld- bepalende waarde is ook meestal hoog. Deze relicten zijn geïnventariseerd en zijn in veel gevallen in particulier bezit. Omdat ze vanwege hun culturele en ecologische waarde niet ‘zomaar’ gekapt kunnen worden en waardevol zijn in het dorpsbeeld, worden deze relicten gekoesterd. Ze moeten dan wel de ruimte hebben of houden om hun functie te kunnen vervullen. Bijvoorbeeld: Een boomgroep, ingeklemd tussen twee percelen van nieuwbouwwoningen en tot 8 meter hoogte ontdaan van alle zijtakken voldoet niet aan deze eis.

3.7 Monumentale en waardevolle bomen

Monumentale en waardevolle bomen zijn binnen de bebouwde kom van de kernen van de gemeente Tubbergen geïnventariseerd, ook op particuliere grond. Deze bomen zijn vaak om reden van culturele, landschappelijke, ecologische en beeldbepalende waarde, van groot belang voor zichzelf, hun omgeving en de kern. Zeer grote en bijzondere bomen leveren een waardevolle bijdrage aan de ruimtelijke inrichting, de leefbaarheid, klimaatadaptatie en biodiversiteit, de cultuurhistorie, etc. en verhogen de aantrekkelijkheid van de kern voor recreanten en toeristen. Het belangrijkste criterium voor het benoemen van een boom tot de Monumentale status of een Waardevolle status is de omvangrijke verschijning van de boom in zijn totaliteit en de omtrek van de stam in het bijzonder.

Voorafgaand aan de inventarisatie zijn de verschillende criteria waaraan de boom moet voldoen opgesteld en bij de inventarisatie toegepast. Enorm grote bomen leveren een zeer waardevolle bijdrage aan de ruimtelijke inrichting, de cultuurhistorie en de aantrekkelijkheid van de kern. En de waardevolle bomen van dit moment zijn de monumentale bomen van de toekomst.

Met ijkdatum 1 juli 2018 zijn er 175 stuks monumentale bomen en 146 stuks Waardevolle bomen in de kernen van de gemeente Tubbergen. In onderstaand schema staan de monumentale en de waardevolle bomen per kern aangegeven.

Aantal bijzonder bomen

Gemeente/kern

Monumentale boom

Waardevolle boom

Eindtotaal

Albergen

13

6

19

Fleringen

5

5

Geesteren

50

50

100

Harbrinkhoek

14

8

22

Langeveen

12

13

25

Mariaparochie

3

1

4

Reutum

14

11

25

Tubbergen

47

49

96

Vasse

17

8

25

Totaal

175

146

321

3.8 Pareltjes en bijzondere plekken

In bijna elke kern is sprake van plekken waar de ruimtelijk structuur en de ruimtelijke beleving heel bijzonder is. Dat kan onder meer door de aanwezigheid van bijzondere cultuurhistorische bebouwde omgeving en/of in samenhang met een mooie en bijzondere boom of boomgroep. Het behoud en versterking van deze plekken staat voorop. Dit vraagt om een hoogwaardige inrichting en een intensief beheer en onderhoud. Het voornemen kan zijn om deze plekken een bijzondere status te geven en deze in een toeristische route vast te leggen.

3.9 Bedrijfsgebieden

Op bedrijfsterreinen is beplanting beperkt mogelijk. In de openbare ruimte wordt ernaar gestreefd, daar waar mogelijk, grotere bomen met enige sierwaarde en geplant in grasbermen een goed toekomstperspectief te bieden. Ook op bedrijfsterreinen is leefbaarheid een belangrijk aspect voor de werknemers aldaar. Ook werken moet in een prettige omgeving plaats vinden. Leefbaarheid en welzijn zijn ook op bedrijfsterreinen van belang. De inpassing van het terrein in de omgeving is van groot belang. Het betreft dan vaak locaties tussen de woongebieden en het landschap. De functionaliteit van bedrijfsvoering wisselt steeds en de openbare ruimte is dan daaropvolgend.

3.10 Sportcomplexen en recreatiegebieden

Sportcomplexen zijn aan de landschapszijde meestal voorzien van een halfgesloten kernrand of liggen vrij van beplanting in de omgeving. De entrées, waar zich de kantine en andere verblijfsvoorzieningen en het parkeerterrein bevinden, zijn vaak aan de zijde van de woongebieden. Het beheer en onderhoud van de beplantingen rondom de sportcomplexen is geprivatiseerd. Door onkundig onderhoud zoals: het gewoon wegzagen van bomen en beplantingen omdat ze ‘lastig’ zijn of omdat er blad op het kunstgrasveld valt, levert een slecht en armoedig beeld op. Mede daardoor zijn veel sportcomplexen niet voldoende landschappelijk ingepast.

4. Kwaliteit van de openbare ruimte

4.1 Algemeen

In 2005 is in de gemeente Tubbergen het Beeldgericht werken ingevoerd op basis van het IBOR (Integraal Beheer Openbare Ruimte). Zoals de naamgeving aangeeft is dit een beheerplan gebaseerd op uitgangspunten van het beheren van onderdelen van de openbare ruimte zoals groen, verhardingen en straatmeubilair.

4.2 Kwaliteit van de openbare ruimte

In deze beleidsnota worden de kaders gesteld aan de Kwaliteit van de Openbare Ruimte op de onderdelen Groen- en speelvoorzieningen en wel met hedendaagse inzichten, werkmethoden en bewonersparticipatie als speerpunten. Daarnaast wordt voorgesteld de begrotingssystematiek uit te breiden met de post vervangingen waardoor versleten onderdelen in de openbare ruimte vervangen kunnen worden.

In het kader van deze nota zijn de groen- en speelvoorzieningen etc. op hun kwaliteiten beoordeeld en met de kernraden en de inwoners van de kernen besproken. De bevindingen met daarbij de aanbevelingen vanuit de inwoners zijn hier beschreven en er worden kaders aangegeven hoe het beleid en het beheer voor de komende 8 jaar vastgesteld kan worden. In het uitvoeringsplan zijn deze verwerkt.

De definitie van het begrip Kwaliteit, in deze nota van toepassing luidt:

“Het geheel van deugdelijke en hoogwaardige eigenschappen van een object”

Met het toepassen van deze definitie wordt de beoordeling van de elementen van de Openbare Ruimte inzichtelijk. Groen is levend, groeit en wordt in veel gevallen ook groter en mooier. Groen is ook gekoppeld aan de seizoenen en toont zo door het jaar heen verschillende ‘gezichten’ zoals bladuitloop, bloei, vruchten en fraaie herfstverkleuring. Naast een reeks van positieve kenmerken van groen zijn er ook

negatieve zaken die het groen kunnen veroorzaken zoals overlast door schaduwwerking van bomen bij de bewoners, beschadigingen van verhardingen en rioleringen, bladval op straten en particuliere tuinen, veroorzakers van allergieën, sociale onveiligheid, etc. Tijdens het gelopen traject met de kernraden en de inwoners zijn zowel de positieve als de negatieve aspecten van het groen met elkaar besproken.

4.3 Kwaliteitsbeoordeling 2018

In het algemeen kan worden gesteld dat de kwaliteit van de groenvoorzieningen in alle dorpen van de gemeente Tubbergen niet meer voldoen aan hedendaagse problematiek en uitdagingen. Uitzonderingen daarop zijn de speelvoorzieningen (deze zijn van goede kwaliteit) en de groenvoorzieningen die de laatste 2-3 jaar zijn aangelegd bij nieuwbouwprojecten en/of uitbreidingen van woonwijken.

4.4 Oorzaken afname kwaliteit

Veel van de bovengenoemde onderdelen tonen zware gebruikssporen, zijn (onherstelbaar) beschadigd of gewoon niet meer aanwezig. Er zijn verschillende oorzaken aan te wijzen waardoor deze negatieve kwaliteitsbeoordeling is ontstaan:

1Leeftijd

2Gebruik

3Beheer en Onderhoud

4Uitgestelde Vervanging

5Nieuwe uitdagingen in de openbare ruimte, zoals biodiversiteit en klimaatadaptatie

4.4.1 Leeftijd

De groenvoorzieningen in de openbare ruimte van de gemeente Tubbergen zijn op veel plekken inmiddels meer dan 40 jaar oud, verouderd, versleten, niet meer (functioneel) aanwezig en hard aan vervanging toe. Vervangingen en herinrichtingen van de groenvoorzieningen in de openbare ruimte zijn de afgelopen decennia als gevolg van gebrek aan financiële middelen niet tot zeer beperkt uitgevoerd.

4.4.2. Gebruik

Door de decennia heen, is ook het gebruik en de benutting van deze voorzieningen sterk gewijzigd. De bevolkingsgroei, gezinssamenstellingen, verkeer en vervoer en vrije-tijdbesteding leveren een ander gebruik op van de openbare ruimte en de onderdelen daarvan. Burgerparticipatie en mondigheid van de inwoners leveren de afgelopen jaren een positieve bijdrage om misbruik van de voorzieningen te voorkomen.

4.4.3. Beheer en Onderhoud

Het beheer en onderhoud van de groen- en speelvoorzieningen wordt als verzorgend en technisch onderhoud uitgevoerd ( het dagelijks onderhoud ). De bezuinigingen van de laatste decennia op de budgetten van het beheer en onderhoud en de uitgestelde vervangingen hebben daarin diepe sporen achtergelaten.

Daarbij komt dat er in de afgelopen 10 jaar, door aangepaste wet- en regelgeving vanuit Europa en Den Haag het toepassen van onkruidbestrijdingsmiddelen verboden is waardoor nog meer achterstanden in beplantingen en op verhardingen ontstaan zijn zoals o.a. onkruidgroei en vergrassing in plantvakken die daardoor niet meer te redden zijn, trottoirgoten die met staalborstels geborsteld moeten worden om

wateroverlast te voorkomen, etc. Ook kan bewonersparticipatie een positieve bijdrage leveren door middel van zelfwerkzaamheid van bewoners in hun eigen woon- en leefomgeving met ondersteuning vanuit Noaberkracht.

4.4.4. Uitgestelde Vervanging

Het vervangen van versleten of beschadigde elementen is al jaren zeer beperkt tot helemaal niet uitgevoerd vanwege het ontbreken van de financiële middelen. Deze vervangingen zijn niet mogelijk uit de budgetten van verzorgend en technisch onderhoud. Het voorstel is om in de meerjarenbegroting de nodige vervangingsbudgetten op te nemen. Het door de gemeentelijke organisatie toegepaste beheersysteem kan hiervoor de benodigde informatie leveren.

6. Beleidsnota’s en ruimtelijke planvorming

6.1 Omgevingsvisie

Er zijn veel beleidskaders die betrekking hebben op de openbare ruimte. In de komende jaren wordt de Omgevingswet ingevoerd en zal de gemeente beschikken over een Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie is een integrale visie met strategische hoofdkeuzen van beleid voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn. Integraal betekent dat de visie betrekking heeft op alle terreinen van de fysieke leefomgeving. De fysieke leefomgeving omvat naast de beleidsterreinen cultureel erfgoed, energie, infrastructuur, verkeer, landbouw, landschap, ruimtelijke ordening, gezondheid, milieu, natuur en water ook de inrichting van de openbare ruimte binnen de bebouwde kom. De Omgevingsvisie is één samenhangende visie op strategisch niveau, gericht op de lange termijn. Op basis van de Omgevingsvisie wordt een Omgevingsplan gemaakt, het Omgevingsplan is vergelijkbaar met en zal het bestemmingsplan vervangen, hoewel een bestemmingsplan zich beperkt tot regels ten aanzien van ruimtelijke ordening en een Omgevingsplan ook bindende regels voor andere beleidsterreinen omvat. Heden ten dage is het bestemmingsplan nog het belangrijkste beleidsinstrument van de gemeente. Bestaande beleidskaders voor de fysieke leefomgeving zullen worden geïntegreerd in een Omgevingsplan. Deze nota KOG wordt ook onderdeel van het omgevingsplan.

Positie beleidsplannen in de toekomstige Omgevingsvisie

Doel van de Omgevingswet is dat de leefomgeving integraal wordt benaderd. Dus ook dat we al het beleid dat effect heeft in de fysieke leefomgeving integraal samenvoegen. Vaak bevat een beleidsnota tekst over doelen en visie, deze komen in de Omgevingsvisie. Een beleidsnota bevat soms ook een uitvoeringsprogramma of juridische beleidsregels. Juridische beleidsregels komen in het Omgevingsplan. Een uitvoeringsprogramma kan los blijven bestaan.

Doel van de Omgevingsvisie is een integraal beleidskader op hoofdlijnen voor de lange termijn. We gaan geen hele beleidsnota’s opnemen in de Omgevingsvisie, dat zou teveel en onoverzichtelijk zijn. Hoe dit verwerken van bestaand beleid in de Omgevingsvisie en –plan precies gaat weten we niet, omdat we er nog aan werken. Ons beeld is nu dat het doelen niveau in de Omgevingsvisie komt, juridische regels in het Omgevingsplan.

De openbare ruimte is de plek waar het leven voor een groot deel plaatsvindt. Wij recreëren, bewegen, laten ons vervoeren, stallen onze voertuigen, zoeken de schaduw van een boom. Hiervoor zijn in het aanlegproces en in de beheerfase keuzes gemaakt. In het verleden werden deze keuzes vooral door ‘deskundigen’ gemaakt.

Daarvoor zijn allerlei notities en beleidstukken geschreven. Vanuit de bestemmingsplannen en de structuurvisie is een basis vastgesteld. In de omgevingswet zal dit meer in samenspraak met de samenleving moeten gebeuren.

Voor de openbare ruimte zijn een groot aantal onderdelen in beleidstukken benoemd. Zo kennen we:

•Voor de wegen, verkeer en vervoer

o MeerJarenOnderhoudsPlan (MJOP) wegen

o Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan (GVVP)

o Parkeerbeleid

o Openbare verlichting

•Water

o Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP)

o Gemeentelijk Groenplan Tubbergen

o Kapverordening 2015

o Cascobeleid

•Beheer & Onderhoud

o Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) met het beeldkwaliteitsplan

Samen staan deze notities aan de basis voor de kwaliteit van de openbare ruimte.

Het Kwaliteitsplan Openbaar Groen is in de lijn van de omgevingsvisie vooral tot stand gekomen door input vanuit de samenleving. Er waren de laatste jaren veel vragen m.b.t de bomen, de grootte en overlast. Daarnaast zag men de kwaliteit van het openbaar groen door veroudering terug lopen en klopte bij de gemeente aan met de vraag hier wat aan te doen.

Vanuit deze vragen bleek dat er behoefte was aan een beleidsstuk m.b.t. het openbaar groen. Door een nieuwe en intensieve samenwerking met de samenleving is geïnventariseerd waar de knelpunten worden ervaren en hoe hier op ingespeeld zou kunnen worden. Dit was de start van de KOG.

6.2 Structuurvisie gemeente Tubbergen

De actuele hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid van de gemeente Tubbergen staan beschreven in de Structuurvisie “Op en top Tubbergen: Hoofdkoers, uitnodiging, inspiratie en kader” van maart 2016. Volgens de structuurvisie is het aantrekkelijk wonen, recreëren en ondernemen vanwege rust, ruimte, gastvrijheid en een aantrekkelijk landschap. De gemeenschap is zelfredzaam en neemt deel aan de

maatschappij. Initiatieven van particulieren, organisaties, bedrijven en andere (semi)overheden moeten de ruimte krijgen voor ontwikkelingen want initiatieven van derden zijn de drager voor vitaliteit en leefbaarheid. Schaal, maat van bebouwing erfinrichting en logistieke bewegingen moeten passen bij het landschapsbeeld. Bij een ontwikkeling kunnen, afhankelijk van het landschapstype, bepaalde investeringen in de landschapsstructuur noodzakelijk zijn. Er zijn drie hoofdkeuzes om te realiseren:

vitale sociale infrastructuur, economische dynamiek en infrastructuur, en ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. De grotere dorpen van de gemeente, met een verzorgingsfunctie, zijn Tubbergen, Albergen en Geesteren. Kleinere kernen zijn Langeveen, Manderveen, Vasse, Reutum, en Harbrinkhoek/Mariaparochie. De nota KOG is één van de nota’s waarin de doelen van de structuurvisie concreet zijn uitgewerkt.

6.3 Nota KOG en andere beleidskaders voor het ontwerp, de inrichting en het beheer van de leefomgeving

6.3.1 Bestemmingsplannen

Een bestemmingsplan komt tot stand, (mede) op basis van de input vanuit een groot aantal beleidsnota’s. In principe zal een bestemmingsplan het bestaande beleid overnemen en verplichtend opleggen. Een deel van de beleidsnota’s heeft betrekking op zaken als luchtkwaliteit, wegverkeersgeluid, flora en fauna, archeologische waarden, sloop en asbest. Daarnaast zijn er beleidsnota’s die direct betrekking hebben op de verschijning van de fysieke leefomgeving.

De nota KOG is het beleidskader voor de fysieke leefomgeving in de kernen en beschrijft onder meer kwaliteitseisen voor groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, verhardingen, straatmeubilair en water. Bij ontwikkelingen met een ontwerpopgave is de nota KOG van groot belang omdat de nota voorschriften bevat voor het ontwerp en de inrichting van een gebied.

6.3.2 Cascobeleid

De Cascokaart heeft als doel om de kwaliteit van het landschap, voornamelijk in het buitengebied, te behouden, ook als er ontwikkelingen plaatsvinden als schaalvergroting van de landbouw. De Cascokaart beschrijft of lijnen (bv een bomenrij) of vlakken (bv een bos) onderdeel zijn van het casco en derhalve behouden moeten worden, of dat de lijnen of vlakken geen onderdeel van het casco zijn. Op de grenzen van landschap en kernen sluiten de nota KOG en het cascobeleid op elkaar aan.

6.3.3 Nota omgevingskwaliteit

Het welstandsbeleid van de gemeente, van toepassing bij nieuwe ontwikkelingen, is vastgelegd in de Nota omgevingskwaliteit Tubbergen. De beeldkwaliteit van gebouwen en openbare ruimte moet gewaarborgd worden, vooral bij kenmerkende en karakteristieke plekken. De nota kent twee verschillende gebieden (kernen en buitengebied) en binnen deze gebieden is er op basis van het niveau van ruimtelijke kwaliteit onderscheid tussen Basis omgeving, Midden omgeving en Bijzondere omgeving en werkt volgens het systeem Waardering, Ambitie en Beleid. De nota KOG sluit hierop aan met betrekking tot de kwaliteit van de fysieke leefomgeving binnen de kern.

6.3.4 Biodiversiteit

Biodiversiteit of soortenrijkdom is kortweg de verscheidenheid aan leven in een bepaald gebied van de aarde of zelfs de aarde als geheel. Biodiversiteit omvat alle soorten planten, dieren en micro-organismen, maar ook de enorme genetische variatie binnen die soorten en de variatie aan ecosystemen waar ze deel van uitmaken. Het begrip omvat het totaalpakket aan levende organismen en systemen op aarde en de interacties daartussen. Hoe rijker de biodiversiteit, hoe groter de kans op medische ontdekkingen, economische ontwikkeling en aanpassing aan nieuwe uitdagingen zoals klimaatverandering. Allerlei onderzoek heeft laten zien dat mensen zich beter voelen en productiever zijn in een groene omgeving. Mensen worden sneller beter als hun ziekenhuiskamer een groen uitzicht heeft.

De productiviteit van mensen stijgt als de werkomgeving een groene werkomgeving is. Veel verschillende soorten en typen groen in de dorpen van de gemeente Tubbergen kunnen zorgen voor een hoge biodiversiteit. Het aanbod aan groen is het begin van de keten. Hoe gevarieerder het aanbod aan groen, des te meer insectenleven het aan zal trekken. Veel bestuivende insecten en een gevarieerd aanbod aan groen scheppen op hun beurt weer een voedselbron voor vogels en andere dieren. Bestuivers (en bestuiving) vormen dus een belangrijke schakel in ecosystemen en zijn daarmee essentieel voor de biodiversiteit maar ook voor de omringende agrarische bedrijven en vergeet het toerisme in deze niet. Bloemrijke grasvelden in de bebouwde kom, wadi’s met kruidenrijke vegetatie, bloemrijke bermen zijn ook zeer aantrekkelijk voor recreanten en toeristen die een weer een bijdrage leveren aan de toeristische sector. Win-win situaties! Landschappen geven ons een tastbare link met het verleden, ze helpen ons te ontspannen en te aarden. Veel vormen van toerisme draaien voornamelijk om natuur en natuurbeleving. De gemeente Tubbergen benut deze positieve factoren in deze nota KOG door bij nieuwe aanleg, bij omvormingen en renovaties van groenvoorzieningen veel aandacht te gaan besteden aan het vergroten van het sortiment van de toe te passen bomen, heesters en andere beplantingsvormen zoals bloemrijke grasmengsels e.d. Naast de overige functies van het groen levert deze uitbreiding van het sortiment ook een grote bijdrage aan kwaliteit van het groen door de kleurenrijkdom van bladeren en bloemen waardoor de leefbaarheid van de woonomgeving vergroot wordt. Deze grotere verscheidenheid aan beplantingen vergroot ook het aanbod van voedingsstoffen voor dieren en insecten.

6.3.5 Klimaatadaptie

Er is sprake van klimaatverandering. De gemeente Tubbergen wil zich inzetten om zoveel mogelijk de gevolgen van de klimaatverandering op te vangen. Dit noemen we klimaatadaptatie. We passen ons aan, zodat we bestand zijn tegen de gevolgen van de klimaatverandering. We maken Tubbergen klimaatbestendig. De verwachte effecten van de klimaatverandering zijn:

•Hittestress in bebouwd gebied op warme dagen in de zomer

•Vaker en/of langere droogteperioden, met name in het voorjaar en de voorzomer

•Vaker en hevigere extreme neerslag en daardoor meer risico op wateroverlast

Het meest relevant is het risico op wateroverlast. De gemeente Tubbergen beschouwt de drie effecten in samenhang en kiezen bij voorkeur oplossingen die helpen tegen alle drie effecten. Een voorbeeld is opvang en berging van water in stedelijk groen. Dit helpt tegen wateroverlast, water wordt vastgehouden en het groen zorgt voor verkoeling en afvang van fijnstof. Daarbij zijn ‘groenblauwe voorzieningen’ ook een mooie kans om de leefomgeving van de bewoners mooier en prettiger te maken. We gaan voor het klimaatbestendig maken van Tubbergen. Waar de kans zich voordoet,

kiezen we in Tubbergen voor de integrale oplossing, waar openbaar groen en water gecombineerd kan worden. Werken in en aan de openbare ruimte Groen en Water zijn een goede combinatie, die helpt tegen hittestress, verdroging en fijnstof. Groen en water vergroten ook de belevingswaarde en kunnen bijdragen aan de leefbaarheid van een wijk. En we kunnen functies verbinden zoals de waterberging, infiltratie en zuivering in combinatie met spelen en educatie. Goed en veilig ingerichte wadi’s in de woonwijken zijn daar een goed voorbeeld van. Ook het vergroten van waterpartijen en het graven van nieuwe retentievijvers helpen enorm om extreme weersomstandigheden beter op te vangen en te controleren.

Klimaatbestendigheid van de beplantingen

De gevolgen van de klimaatsveranderingen zijn de laatste jaren goed zichtbaar. Met name de stijging van de temperatuur en de meer extreme wisselingen van droog en nat zijn zichtbaar in de groene leefomgeving. Een deel van de aanwezige beplantingen is niet bestand tegen deze grote weersveranderingen. Bij het toe te passen sortiment bomen en andere beplantingsvormen dienen de eigenschappen van de toe te passen beplanting goed afgestemd te worden op de veranderende groeiomstandigheden en weersomstandigheden. Wetenschappers geven aan dat het klimaat in Nederland over 40 jaar vergelijkbaar is met de situatie nu in de omgeving van Parijs. Dat houdt o.a. in dat een deel van de inheemse vegetatie in Nederland aan het verdwijnen is. Daarnaast zijn de grote aantastingen in de inheemse vegetatie als Iepenziekte, Watermerkziekte, Bacterievuur, Essentaksterfte en insectenplagen als Eikenprocessierupsen en verschillende Spintkevers zeer zorgwekkend voor de nabije toekomst. Er zal ook door de gemeente Tubbergen meer geïnvesteerd moeten gaan worden in de kennis en kunde van de eigenschappen en toepassingsmogelijkheden van alle beplantingstypen alvorens deze duurzaam te kunnen aanplanten bij renovatieprojecten in het groen.

Waterbeheer, rioleringsbeheer, groenbeheer, wegbeheer en ruimtelijke ordening werken samen aan een klimaatbestendig Tubbergen, waarbij we de (stedelijke) omgeving als geheel verbeteren.

8.3.6 Leefbaarheid openbare ruimte

Openbaar groen draagt bij aan de volgende aspecten van de leefbaarheid van de openbare ruimte;

•aangenaam klimaat

•gezondheid

•betere sociale cohesie en participatie

•veiligheid

Aangenaam klimaat

De voordelen van klimaat en milieu bestaan uit luchtkwaliteit, geluid en het vasthouden en zuiveren van water. Veel klimaatproblemen zijn ontstaan door de overproductie van CO2. Een gevolg hiervan is vaak wateroverlast. Een groot probleem is dat het stedelijk gebied als een hitte eiland fungeert, waardoor buien worden gevormd. De temperatuur in een dorp kan op een zomerse dag 2-6°C hoger zijn dan de temperatuur in het omliggende landschap. Door meer groen in de kernen en steden toe te passen daalt de temperatuur, waardoor piekbuien afnemen. Een ander voordeel is dat het groen het water langer kan bergen waardoor riolen minder snel overbelast raken.

De schaduwwerking van groen is bij een ieder wel bekend, maar door het slim neerzetten van groen in de stedelijke omgeving kan dit ook een voordeel bieden tegen extremen in warmte, koude, vochtigheid en droogte.

Gezondheid

Gezond zijn is belangrijk. Lange tijd legden we gezondheid uit als “niet ziek zijn”. We werken nu vanuit de gedachte dat iedereen een bijdrage aan gezondheid kan leveren. En dat gezondheid iets is waar je aan kan werken; ieder binnen zijn eigen mogelijkheden en als het kan vooraf. We noemen dat positieve gezondheid.

Positieve gezondheid heeft 6 kanten:

1Je voelt je gezond en fit (lichaamsfuncties )

2Je voelt je vrolijk (mentaal welbevinden)

3Je vertrouwt in je eigen toekomst (zingeving)

4Je geniet van je leven (kwaliteit van leven)

5Je hebt goed contact met andere mensen (meedoen)

6Je kan goed voor jezelf zorgen (dagelijks leven)

Met de bredere benadering draag je bij aan het vermogen van mensen om met fysieke, emotionele en sociale uitdaging in het leven om te gaan én om zo veel mogelijk eigen regie te voeren. Dit is te vertalen naar de leefomgeving van inwoners en het faciliteren van positieve gezondheid. Dit doen we door een goede leefomgeving in te richten en door het leggen van verbindingen in de samenleving.

Wat is een gezonde leefomgeving?

Een gezonde leefomgeving is een leefomgeving die uitnodigt tot gezonde keuzes én bescherming biedt tegen dat wat ongezond of onveilig is. Bij nieuwe plannen en ontwikkelingen kijken we daarom of de omgeving:

•uitnodigt tot ontmoeten en ontspannen;

•uitnodigt om (buiten) te bewegen, te sporten en te spelen, en;

•ons niet ziek maakt of ons stress bezorgt.

De gezondheid van mensen in een groene wijk is over het algemeen beter dan mensen die in een minder groene wijk wonen. Uit onderzoek is gebleken dat met iedere 10% meer groen het aantal gezondheidsklachten met 0,15% afneemt.

Bomen hebben ook invloed op het voorkomen van huidkanker blijkt uit Engels onderzoek. Bomen houden zonlicht tegen en voorkomen zo dat de huid in aanraking komt met schadelijk zonlicht. Het plaatsen van bomen kan bijvoorbeeld rond schoolpleinen en speelplaatsen een zeer positief effect hebben.

Betere sociale cohesie

Groen wordt ook ingezet om mensen bij elkaar te brengen. Groen geeft kleur aan de buurt, brengt leven in de buurt en brengt mensen bij elkaar. Onderzoek van Alterra (onderdeel van Wageningen UR) heeft het onomwonden bevestigd, buurtgroen heeft een positief effect op de samenhang in de buurt. Het effect van groen blijkt groter te zijn naarmate een buurt sterker verstedelijkt is. Kleinschalig groen, zoals buurt- en wijkgroen, heeft een groter effect op de sociale cohesie dan grote parken. Deze laatste dragen niet bij aan sociale contacten tussen bewoners, zo blijkt. Denk hierbij bijvoorbeeld ook aan groene projecten op het gebied van inwonersparticipatie. Bijvoorbeeld samen een moestuin onderhouden kan eraan bijdragen dat mensen met minder inkomen goedkoper aan hun voedingsmiddelen kunnen komen maar ook gezonder eten en in de tuin aan het werk zijn (lichaamsbeweging) draagt bij aan een betere gezondheid.

Veiligheid

De rol van groen in het menselijk welzijn is zeer belangrijk. Groen zorgt voor ontstressing, versnelt genezing en voor uitdaging aan en stimulering van de geest.

In een groene omgeving zijn mensen minder geneigd tot agressie en criminaliteit,

•Het ontbreken van recreatieve voorzieningen werkt kleine criminaliteit en vandalisme in de hand,

•Goed aangelegd groen reduceert criminaliteit met 7%,

•Bewoners in een groene omgeving gaan meer met elkaar om,

•Groen bevordert herstel na ziekte en voorkomt gezondheidsklachten.

6.3.7 Recreatie en toerisme

De mogelijkheden om te kunnen recreëren zijn in onze gemeente ruim aanwezig.

De gemeente Tubbergen moet voor toeristen een aantrekkelijke bestemming blijven en voor ondernemers in de toeristenbranche een aantrekkelijke vestigingsplaats. Toerisme genereert werkgelegenheid en inkomsten en het zorgt voor levendigheid.

De ruimtelijke kwaliteit in Tubbergen is onder meer de aantrekkelijke natuurlijke omgeving, de rijke cultuurhistorie en de aantrekkelijke kernen met elk hun eigen karakter. De ruimtelijke kwaliteit van de dorpskernen en het buitengebied is dan ook een belangrijk pluspunt van Tubbergen dat in de toekomst verder moet worden beschermd door nog meer in te zetten op de ontwikkeling van groen wonen, werken en recreëren. Tubbergen wordt gekenmerkt door een aantrekkelijke leefomgeving, waar het goed wonen en goed toeven is.

Bij het ondersteunen van recreatie en toerisme, dient het eigen karakter van de dorpskernen, de streek en de natuur zo veel mogelijk benadrukt, benut, beschermd en waar nodig versterkt te worden.

9. Aanpassingen kapverordening en implementatie van het handboek bomen 2018

9.1 Aanleiding

Tijdens de uitwerking van dit Kwaliteitsplan Openbaar Groen is door eigen waarnemingen en uit de besprekingen met de kernraden en de bewoners op de inloopavonden gebleken dat de vastgestelde Kapverordening Tubbergen 2015 enkele aanpassingen behoeft. Gebleken is dat de overlast veroorzaakt door bomen in veel gevallen ernstig van aard is en na de hondenpoepproblematiek het zwaarst weegt bij de bevolking en de reden is van veel klachten en meldingen. De meest gehoorde klachten zijn o.a. sterk verminderde lichtinval in de woningen, schaduw, wortelopdruk van verhardingen, plakkerigheid als gevolg van luizen (honingdauw) op woningen, auto’s, bestratingen, tuinplanten en hekwerken.

Uit de waarnemingen van de eigen organisatie, de advisering van de externe adviseurs en de klachtenstroom vanuit de bewoners blijkt dat met name, de in de woonwijken veelvuldig aangeplante grote bomen de nodige overlast veroorzaken.

9.2 Boomstructuur

In veel uitbreidingswijken van de kernen van de gemeente Tubbergen zijn vanaf de jaren 70 van de vorige eeuw grote bomen geplant. De stedenbouwkundige uitwerking van deze woonwijken ging in veel gevallen uit van een hofjesstructuur aan een wijkontsluitingsweg die slingerend door de woonwijk de hofjes verbond met de hoofdwegenstructuur van het dorp.

Het herkenbare profiel van erfgrens tot aan de as van de weg bestaat nog altijd uit een beplantingsstrook langs de particuliere erfgrens, al dan niet onderbroken door gazon en dan het voetpad, een smalle strook met bodem-bedekkende heesters met daarin bomen in een laanstructuur en dan de weg. Aan de andere kant van de weg is een identieke ruimtelijke inrichting. Op meerdere locaties wordt het profiel uitgebreid met een fietspad tegen het trottoir aan. Aan de achterzijde grenzen de woningen aan een betegeld achterom en dan een groenstrook met aansluitend gazons als een soort van gemeenschappelijke verblijfsruimte waar ook zit en speelgelegenheden in aangelegd zijn. Langs de padenstructuren in deze groene zones staan ook grote bomen, ook tot dicht aan de erfgrenzen. De toegepaste boomsoorten behoren vrijwel allemaal tot de 1ste grootte wat wil zeggen dat deze bomen meer dan 15 meter hoog worden.

9.3 Overlast

Na 35-40 jaar zijn deze bomen zo groot dat ze een soort ‘’dichte haag op poten’’ vormen en daardoor de privé-tuinen zwaar beschaduwen en de aanwezige planten zwaar beconcurreren qua vocht en voeding en het (zon)licht uit de woningen ernstig beperken. Daarnaast zijn er in de kernen van de gemeente Tubbergen veelvuldig zomereiken toegepast. Deze boom hoort ook thuis in het omringende landschap en is ook karakteristiek voor het gebied. In woonwijken worden deze eiken toch heel snel te groot voor hun omgeving en is de uitvoeringsorganisatie wel haast verplicht tot het verminderen van de overlast door het bijna jaarlijks snoeien van de bomen. In een straat- en laan-beplanting staan de bomen vaak te dicht op elkaar waardoor de boomkronen elkaar omhoog drukken en door lichtverlies in de kroon veelvuldig dood hout veroorzaken dat ook weer door ingrepen verwijderd moet worden. De laatste jaren zijn er ook de nodige dodelijke ziekten en plagen in veel inheemse boomsoorten zoals bijvoorbeeld in eiken en kastanjes. De eiken-processierups rukt verder op in Nederland en de aantasting in 2019 was de meest heftige in de geschiedenis. Daarnaast zijn er meerdere aantastingen door insecten aan de orde, o.a. de eikenspintkever en bladluizen.

9.4 Aanpassingen aan de kapverordening Tubbergen 2015

Het is noodzakelijk dat de kwaliteit van het bomenbestand in de kernen van de gemeente Tubbergen verder wordt versterkt. Aan de hand van de 4 onderstaande uitgangspunten zijn deze aanpassingen als beleidsvoornemens aangegeven.

1Kwaliteit boven Kwantiteit

2Het huidige uitgangspunt in de Kapverordening 2015 binnen de bebouwde kom is, dat als er 3 bomen en meer bijeen staan, dit gezien wordt als landschapselement binnen de bebouwde kom. Na vaststelling van de KOG wordt de kapverordening hierop aangepast.

3Als dit van toepassing is mogen de bomen vanuit de kapverordening niet verwijderd worden.

4In de nota KOG wordt daarom gepleit voor het toepassen van kleinere boomsoorten in de woongebieden, bomen van de 2de grootte van 8 tot 15 meter hoog en met gebruikmaking van het principe ‘De juiste boom op de juiste plaats’. Op centra in kernen, steden en de woongebieden, waar grotere bomen zonder hinder toepasbaar zijn dient dat ook te gebeuren om de herkenbaarheid en het karakter van het dorp te waarborgen. Het voornemen is om de bomen in de woongebieden, die overlast veroorzaken of zullen gaan veroorzaken in aantal terug te brengen om zodoende de bomen zoveel mogelijk hun natuurlijke habitus kunnen aannemen.

9.5 Implementatie van het handboek bomen

In het handboek bomen staan ook allerlei normen, omschrijvingen waaraan de boom en de standplaats aan moeten voldoen. Daarnaast staan er allerlei hulpmiddelen in beschreven voor het opstellen van werk-bestekken en omschrijvingen, richtlijnen voor de aanplant van bomen, de nazorg, en boomveiligheidscontroles.

Het Normeninstituut Bomen heeft een handboek uitgebracht waarin allerlei nuttige informatie samengebracht is over en rondom bomen in de openbare en private ruimten.

De gemeente Tubbergen is ook licentiehouder bij het Normeninstituut waardoor de medewerkers van de laatste stand van zaken op de hoogte blijven, deel kunnen nemen aan thematische studiedagen, etc.

Het Handboek bomen dient geïntegreerd te worden in de werkprocessen vanaf ontwerp tot aan onderhoud van bomen in de gemeente Tubbergen. Hiernaast wordt de sfeer van het bomenboek opgeroepen.

10. Financiën groenvoorzieningen

10.1 Financiën toekomstige situatie

Het is noodzakelijk om de huidige begroting voor het reguliere (= dagelijks) onderhoud aan te vullen met de post vervangingen. Dit toegevoegde budget is de resultante van de kosten van renovatie gedeeld door het aantal jaren dat de voorziening functioneert en dan teruggebracht in de kosten per stuk of m2.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.