Aanhef
De heffingsambtenaar van de gemeente Tubbergen;
Overwegende, dat in sommige gevallen de wettelijke regels met zich mee brengen dat objecten in aanbouw gewaardeerd dienen te worden;
dat in die gevallen bij het vaststellen van het percentage van de gereedmelding van het bouwwerk, uitgegaan wordt van de navolgende richtlijnen, gebaseerd op een doelmatige en doeltreffende wijze van het vaststellen van het percentage van de gereedmelding en toegepast wordt voorzover de gegevens voorhanden of te achterhalen zijn;
dat de neergelegde criteria geen limitatieve opsomming bevatten en dat zij beschouwd moeten worden als richtlijn voor de meest voorkomende gevallen;
gelet op het bepaalde in artikel 19 van de Wet Waardering onroerende zaken,
B E S L U I T
Artikel 1
Met betrekking tot een gebouw in aanbouw worden, waarvan de gereedmelding dient te worden bepaald, de navolgende percentages gehanteerd indien de bouw gevorderd is tot en met:
1.1.
de aanleg van de fundering + begane grondvloer
5%
1.2.
de aanleg van de verdiepingsvloer
25%
1.3.
de aanleg van de vlieringvloer
40%
1.4.
het plaatsen van het dak
50%
1.5.
het glas- en waterdicht maken van het object
60%
1.6.
de aanleg van de afwerkvloer en het uitvoeren van het stukadoorswerk
80%
1.7.
het aanbrengen van de installaties
100%
Artikel 2
Indien in uitzonderingsgevallen, door welke oorzaak dan ook, een percentage wordt gehanteerd in afwijking van het bepaalde in het voorgaande onderdeel, is het percentage alleen ongeldig als er sprake is van willekeur.
Artikel 3
1Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2001.
2Dit besluit kan worden aangehaald als "Beleidsregels objecten in aanbouw 2001".