Bijlage 1 - Procedure uitzondering Aansluitplicht op het 5e generatie warmtenet
Een initiatiefnemer die een aanvraag indient voor een omgevingsvergunning voor – de bouw van – Nieuwbouw, en niet op het 5e generatie warmtenet wil aansluiten, moet aantonen dat deze Nieuwbouw is voorzien van een alternatieve oplossing die ten minste gelijkwaardig is aan de energieprestaties die in dit warmteplan zijn opgenomen. De procedure om te beoordelen of sprake is van een uitzondering op de Aansluitplicht, als bedoeld in artikel 1.3 lid 4 Bouwbesluit, verloopt volgens onderstaand stappenplan. Aan dit stappenplan kunnen geen rechten worden ontleend.
STAP 1: de initiatiefnemer dient een aanvraag in
De initiatiefnemer dient een aanvraag om een omgevingsvergunning voor bouwen in bij het College en geeft hierbij aan dat hij een beroep doet op de gelijkwaardigheidsbepaling. De initiatiefnemer levert ter onderbouwing – in ieder geval – de volgende informatie aan:
•Een energieprestatieberekening (conform geldende wet- en regelgeving).
•Aanvullende documentatie zoals kwaliteitsverklaringen van het alternatieve energiesysteem.
•Gegevens waaruit aantoonbaar blijkt dat de NOx- en fijnstofuitstoot van het voorgestelde alternatief binnen het plangebied gelijk aan 0 is.
STAP 2: het College toetst de aanvraag
Het College controleert of aanvraag volledig en correct is (ontvankelijkheidstoets).
•Zijn alle documenten aangeleverd?
•Zijn juiste getallen in de energieprestatieberekening (BENG) overgenomen?
•Zijn juiste waarden uit de kwaliteitsverklaring overgenomen?
Nee
Het College stuurt de initiatiefnemer een brief, waarin het College aan de initiatiefnemer bericht dat de aanvraag nog niet in behandeling genomen kan worden. De aanvrager wordt op grond van het bepaalde in artikel 4:5 Awb in de gelegenheid gesteld om binnen een door het College gestelde termijn de benodigde aanvullende gegevens te verstrekken. Indien deze niet (compleet) binnen de gestelde termijn worden geleverd, of de verstrekte gegevens zijn nog steeds onvoldoende voor de beoordeling van de aanvraag, kan worden besloten de aanvraag omgevingsvergunning, wegens onvolledigheid van stukken, buiten behandeling te laten.
Ja
Het College beoordeelt of de Aansluitplicht kan vervallen. In dat kader controleert het College:
•De energieprestatieberekening.
STAP 3: het College neemt een beslissing op de aanvraag
Nee
Indien het alternatief niet voldoet aan de vereisten van gelijkwaardigheid zoals beschreven in het warmteplan op het moment van de aanvraag, dan ontvangt de initiatiefnemer een weigeringsbesluit van het College, wegens strijdigheid met het Bouwbesluit. De aanvraag om een omgevingsvergunning wordt dan in beginsel geweigerd.
De initiatiefnemer kan vervolgens een nieuwe aanvraag indienen voor een omgevingsvergunning op basis van:
•een aansluiting op het collectieve 5e generatie warmtenet (volgens reguliere procedure voor omgevingsvergunning), of;
•een alternatieve oplossing die wel ten minste gelijkwaardig is aan de energieprestaties die in dit warmteplan zijn opgenomen.
Ja
Indien sprake is van een alternatieve oplossing die (minimaal) gelijkwaardig is aan de energieprestaties die in dit warmteplan zijn opgenomen, dan is de Aansluitplicht niet van toepassing op grond van artikel 1.3 lid 4 Bouwbesluit. Dit betekent echter nog niet dat een omgevingsvergunning voor de aangevraagde Nieuwbouw kan worden vergund. Het College beoordeelt de aanvraag ook nog aan de overige toepasselijke wet- en regelgeving.
Bijlage 2 - Programma en projectuitgangspunten
Het geplande bouwprogramma bestaat uit een mix van verschillende functies: appartementen, grondgebonden woningen en utiliteit.
Het collectieve energiesysteem is bedoeld voor levering van warmte voor ruimteverwarming en warm tapwater en voor levering van koude voor ruimtekoeling.
Voor ruimteverwarming en voor ruimtekoeling is het uitgangspunt laagtemperatuur verwarming respectievelijk hoogtemperatuur koeling. Het uitgangspunt is een 5e generatie warmte-koude systeem.
Gezien de huidige wettelijke eisen met betrekking tot de energetische kwaliteit (BENG) en de mogelijke aanscherpingen die komende jaren nog volgen, is het uitgangspunt dat de warmtevraag en het benodigde aansluitvermogen voor verwarming relatief laag zullen zijn.
Tabel 5.1 geeft een indicatie van de benodigde vermogens en de jaarlijkse energievraag.
Tabel 5.1 Vermogens en energievraag
Warmte
Koude
Aansluitvermogen ruimteverwarming
kW/weq
3,8
1,9
Aansluitvermogen tapwater vanuit het warmtenet
kW/weq
0,9
-
Ruimteverwarming/koeling
GJ/weq
12,4
4,8
Tapwater
GJ/weq
7
-
Totaal jaarlijkse energievraag
GJ/weq
21,4
4,8