Gemeentelijke regelgeving

Voorbeschermingsregels landelijke beëindigingsregelingen veehouderijen Noord-Brabant

Gemeente Tilburg · geldt sinds 5 maart 2026

conditie

Voorrangsbepaling

1In aanvulling op of in afwijking van de regels in het omgevingsplan van de gemeente Tilburg, bedoeld in artikel 22.1 van de omgevingswet, gelden de navolgende voorbeschermingsregels.

Hoofdstuk 1 Beëindigingsregelingen agrarische bedrijven

Artikel 1.1 Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf

1Binnen de locatie Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf is het verboden om een bouw- of gebruiksactiviteit te verrichten ten behoeve van het houden van landbouwhuisdieren.

2In aanvulling op het eerste lid is het verboden op een bouwperceel van 1,5 hectare of groter een bouwactiviteit te verrichten, zonder dat een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is verleend voor een passende hergebruiksfunctie.

Bijlage I Overzicht informatieobjecten

Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf

/join/id/regdata/pv30/2026/locatiegroep_909434369c454b409ac80e501f2fedad/nld@2026-03-04;1

Toelichting

Artikelsgewijze Toelichting

Hoofdstuk 1 Beëindigingsregelingen agrarische bedrijven

Artikel 1.1 Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf

Op verzoek van gemeenten is nagedacht over een regeling die hen helpt bij de verplichte aanpassing van het omgevingsplan voor locaties die deelnemen aan een agrarische beëindigingsregeling. Gemeenten kunnen in twee rondes locaties aandragen die Gedeputeerde Staten dan met een kaartwijzigingsprocedure in de Omgevingsverordening verwerken. Voor die locaties wordt het, op grond van artikel 1.1 eerste lid, verboden om landbouwhuisdieren te houden. Op deze manier kunnen gemeenten middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit meewerken aan een hergebruiksfunctie op de deelnemende locatie. Via de voorbeschermingsregels is immers geborgd dat op de locatie geen landbouwhuisdieren meer gehouden kunnen worden. Hierdoor is een wijziging van het omgevingsplan niet direct nodig. Veel gemeenten staan binnen een veehouderijfunctie ook een (ondergeschikte) akkerbouwfunctie toe. Voor de akkerbouwtak zijn dan vaak rechtstreekse bouwmogelijkheden toegestaan. Om te voorkomen dat op een bouwperceel groter dan 1,5 hectare bebouwing voor de akkerbouwtak wordt gerealiseerd, zonder dat hiervoor een afweging over de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan heeft plaatsgevonden, is het tweede lid opgenomen. Dit verbod geldt totdat met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit een ruimtelijke afweging is gemaakt voor de aanvaardbaarheid van de akkerbouwfunctie, dan wel een andere passende hergebruiksfunctie.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.