Gemeentelijke regelgeving

Subsidieregeling Programma’s Mondiale Bewustwording Tilburg 2026

Gemeente Tilburg · geldt sinds 27 september 2025

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

•ASVT: Algemene subsidieverordening gemeente Tilburg 2023;

•Awb: Algemene wet bestuursrecht;

•College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg;

•Mondiale Bewustwording: inwoners in Tilburg zijn zich niet alleen bewust van de mondiale problematieken en uitdagingen, maar óók dat hun handelen effect heeft op de wereld en dat wat er gebeurt in de wereld effect heeft op ons in Tilburg;

•Duurzame Ontwikkelingsdoelen: in 2015 heeft de VN 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals) vastgesteld, hierna te noemen SDG’s. De gemeente Tilburg heeft besloten om vier SDG’s centraal te stellen voor de beleidsperiode 2021-2025. Deze SDG’s worden in 2026 ook centraal gesteld. De internationaal vastgestelde omschrijvingen van de doelen zoals gepubliceerd door SDG Nederland worden gevolgd. Voor een nadere uitwerking is deze website te raadplegen: https://www.sdgnederland.nl/sdgs/;

•Programma: een serie van samenhangende activiteiten die gericht is op het behalen van een centraal doel en die verspreid over een langere periode plaatsvindt in 2026.

•Programmasubsidie: Een subsidie die verleend wordt om een programma uit te voeren.

•Impactgericht subsidiëren: Impactgericht subsidiëren is een methode waarin de maatschappelijke opgaven van de stad centraal staan.

•Liquiditeit : daarbij wordt gekeken of de aanvrager in staat is korte schulden te voldoen;

•Solvabiliteit: Dit is de verhouding tussen het eigen vermogen en het totaal vermogen. De indicatieve bandbreedte hiervan is 0,2 (ondergrens) en 0,4 (bovengrens).

•Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies zoals bedoeld in artikel 4:22 van de Awb;

•Tendersysteem: alle volledige subsidieaanvragen moeten binnen een bepaalde periode ingediend zijn, waarna onderlinge vergelijking van de aanvragen plaatsvindt. De subsidieaanvragen die voldoen aan de voorwaarden worden gerangschikt aan de hand van de mate waarin ze voldoen aan de wegingscriteria in deze regeling;

Artikel 2. Toepassingsbereik

Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten.

Artikel 3. Activiteiten

Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor programma’s die:

1Bijdragen aan de bestuurlijke doelstelling van Mondiale Bewustwording: Iedereen in Tilburg is zich bewust van mondiale problematieken en uitdagingen. En weet dat wat wij doen, effect heeft op de wereld en dat wat er gebeurt in de wereld effect heeft op ons in Tilburg;

2impact hebben op het behalen van een of meerdere van onderstaande Duurzame Ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals) die in de beleidsperiode 2021-2025 centraal staan:

•Geen armoede (SDG 1)

•Waardig werk en economische groei (SDG 8)

•Klimaatactie (SDG 13)

•Vrede, justitie en sterke publieke dienste (SDG 16);

3activiteiten hebben binnen de gemeente Tilburg gericht op het versterken van de mondiale bewustwording;

4gericht zijn op het (meer) creëren van bewustwording over de Duurzame Ontwikkelingsdoelen en

5bijdragen aan een inclusieve stad waarin alle activiteiten voor iedereen toegankelijk zijn, ongeacht opleidingsniveau, achtergrond, leeftijd, geloofsuiting, geaardheid of eventuele beperking.

Artikel 4. Subsidieaanvrager

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan:

•Een organisatie met expertise en netwerk in Tilburg die bereid is om samen te werken met andere en nieuwe initiatieven gericht op mondiale bewustwording;

•Een rechtspersoon zonder winstoogmerk.

Artikel 5. Subsidiabele kosten

De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteiten als bedoeld in artikel 3 van deze regeling.

Artikel 6. Niet voor subsidie in aanmerking komende kosten

De volgende kosten komen niet in aanmerking voor subsidie:

1Bonussen en afkoopsommen/transitievergoedingen.

2Activiteiten met een partijpolitiek of godsdienstig karakter.

3Kosten die worden gemaakt voordat de aanvraag is ontvangen.

4Kosten voor het opstellen van de subsidieaanvraag door derden.

5Verrekenbare of compensabele belastingen, heffingen en lasten.

6Kosten van gerechtelijke procedures, boetes en sancties.

7Reis- en verblijfskosten.

Artikel 7. Vereisten subsidieaanvraag

1Subsidieaanvragen dienen uiterlijk 19 oktober 2025 volledig te zijn ingediend door een ingevuld aanvraagformulier en gevraagde bijlagen te verzenden naar subsidies@tilburg.nl. Zie voor het aanvraagformulier en informatie over de gevraagde bijlagen: https://www.tilburg.nl/inwoners/subsidies/subsidieregeling-mondiale-bewustwording/

2Onvolledige aanvragen kunnen door het college buiten behandeling worden gelaten.

3Aanvragen worden ingediend volgens de methodiek Impactgericht subsidiëren en de daarbij behorende formats. Zie voor de formats en een handleiding: https://www.tilburg.nl/inwoners/subsidies/subsidies-met-impact/

4De aanvraag voor subsidie omvat:

a.Een volledig ingevuld online aanvraagformulier met voldoende informatie over op welke wijze wordt voldaan aan de beoordelingscriteria (artikel 10);

b.Een activiteitenplan waaruit blijkt dat de activiteiten binnen het programma bijdragen aan de doelstellingen zoals opgenomen in artikel 3;

c.Bij aanvragen boven de € 30.000,00 een verandertheorie en onderzoeksplan waaruit blijkt dat de activiteiten binnen het programma bijdragen aan de doelstellingen zoals opgenomen in artikel 3;

d.Een uitgewerkte begroting, waarin de kosten en opbrengsten van de activiteiten waar de subsidie voor wordt aangevraagd op een transparante wijze worden weergegeven en voldoende worden onderbouwd, met inachtneming van wat gesteld is in artikel 5 en 6. Zie voor een handreiking voor het uitwerken van de begroting de modellen A en B op www.tilburg.nl/inwoners/subsidies/subsidies-met-impact/;

In de begroting wordt tevens de cofinanciering inzichtelijk gemaakt. Co-financiering wordt met name verwacht ter dekking van programma-onderdelen in het buitenland. Cofinanciering kan bestaan uit bijvoorbeeld een financiële bijdrage vanuit externe fondsen, een bijdrage in natura of door de inzet van vrijwilligersuren;

e.Indien van toepassing geeft u een toelichting op afwijkingen tussen de begroting en de meest recente realisatiecijfers;

f.Indien wij nog niet beschikken over uw meest recente jaarrekening, dan voegt u die toe als bijlage bij uw aanvraag.

5Indien voor de eerste maal een subsidie bij de gemeente Tilburg wordt aangevraagd, dienen aan het online aanvraagformulier de volgende bijlagen toegevoegd te worden: een exemplaar van de oprichtingsakte, een overzicht van de bestuurssamenstelling, de statuten, het jaarverslag en de jaarrekening van het voorgaande jaar. Daarnaast dient een kopie bankafschrift toegevoegd te worden om het opgegeven banknummer te kunnen controleren. Alle overbodige informatie mag weggehaald worden; minimaal zichtbaar moet zijn de tenaamstelling en het bankrekeningnummer.

6Het college kan naar aanleiding van de aanvraag verduidelijkende vragen stellen. De aanvrager wordt schriftelijk verzocht de vragen schriftelijk te beantwoorden binnen een termijn van 5 werkdagen (of zoveel langer als aangegeven), te rekenen vanaf de eerste dag na de dagtekening van het verzoek. Indien de genoemde termijn is verstreken, zonder dat de gevraagde verduidelijking is ontvangen, wordt de aanvraag beoordeeld zonder de antwoorden mee te kunnen nemen.

Artikel 8. Subsidievorm

Het college verleent op grond van deze regeling een subsidie van maximaal € 35.000,00 voor de duur van maximaal 1 jaar (2026).

Artikel 9. Subsidieplafond

Het subsidieplafond voor 2026 bedraagt € 175.601,20. Het college kan het subsidieplafond conform artikel 5.2 van de ASVT verlagen.

Artikel 10. Wijze van verdeling

1Indien het subsidieplafond wordt bereikt, vindt verstrekking van subsidie plaats in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

2De hoogst gerangschikte aanvraag komt het eerst in aanmerking voor subsidie en vervolgens de opeenvolgende gerangschikte aanvragen, tot het subsidieplafond wordt bereikt.

3Bij de rangschikking van de aanvragen kent het college punten toe aan de hand van de volgende beoordelingsitems (zie bijlage I voor het Beoordelingskader subsidieregeling programma mondiale bewustwording 2026):

I. Aanpak en kwaliteit

II. Impact

III. Mondiale bewustwording

IV. Samenwerking en toegevoegde waarde

V. Prijs/kwaliteit

4Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder item II, genoemd in artikel 10 lid 3, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking.

5Indien toepassing van het vierde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder item III, genoemd in artikel 10 lid 3, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking.

6Indien toepassing van het vijfde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder het item I, genoemd in artikel 10 lid 3, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking.

7Indien toepassing van het zesde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder het item IV, genoemd in artikel 10 lid 3, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking.

8Indien toepassing van het zevende lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder item V, genoemd in artikel 10 lid 3, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking.

9Indien toepassing van het achtste lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen, waarbij de aanvraag die als eerste is binnengekomen hoger eindigt in de rangschikking.

Artikel 11. Weigeringsgronden

Subsidieverlening kan naast de in de artikelen 4:25 en 4:35 Awb en de in artikel 9 van de ASVT geregelde gevallen (deels) geweigerd worden indien:

1De organisatie geen aantoonbare expertise en netwerk heeft op het gebied van Mondiale Bewustwording.

2Niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd.

3De aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen.

4Nieuwe initiatieven niet aanvullend zijn op het bestaande aanbod binnen de gemeente Tilburg. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer het bestaande aanbod al in soortgelijke producten, diensten en activiteiten voorziet.

5Uit de financiële beoordeling blijkt dat de organisatie financieel ongezond is kijkend o.a. naar liquiditeit, solvabiliteit, exploitatieresultaat, ontwikkeling van deze ratio’s in de tijd en de uitleg door de subsidieaanvrager over de financiële gezondheid.

6Uit de financiële beoordeling blijkt dat het aangevraagde subsidiebedrag hoger is dan hetgeen noodzakelijk is voor de uitvoering van de activiteiten.

7De aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden kan beschikken om de kosten van zijn activiteiten te dekken.

8De activiteiten in de aanvraag niet in verhouding staan tot het bereik van de in de aanvraag opgenomen doelgroep.

9Er naar het oordeel van het college al voldoende aanbod is dat in de vraag voorziet. Dit kan ook betekenen dat na weging van de aanvragen blijkt dat er voor vergelijkbare activiteiten subsidie is aangevraagd en het honoreren hiervan teveel van hetzelfde zou opleveren om in de vraag te voorzien. In dat geval worden de aanvragen die het beste uit de weging komen (deels) gehonoreerd tot aan de vraag is voldaan. De overige aanvragen worden geweigerd omdat die onvoldoende toegevoegde waarde hebben.

10Het door het college vastgestelde subsidieplafond bereikt is.

11De subsidieaanvraag minder dan 70 punten behaalt op basis van het Beoordelingskader zoals bedoeld in artikel 10.3.

Artikel 12. Verplichtingen

Het college kan in de verleningsbeschikking aanvullende verplichtingen opleggen.

Artikel 13. Verantwoording

1De manier waarop een organisatie verantwoording af moet leggen over de ontvangen subsidie is afhankelijk van het totaal van de aan de organisatie in één kalenderjaar verleende subsidies. De informatie hierover is in onder meer de artikelen 17 tot en met 20 van de ASVT opgenomen.

2De aanvraag tot vaststelling dient tijdig en correct te worden ingediend. Bij het uitblijven van de (volledige) aanvraag tot vaststelling kan uw subsidie lager worden vastgesteld waarbij teveel betaalde subsidie zal worden teruggevorderd.

Artikel 14. Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen een of meerdere artikelen van deze subsidieregeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing voor aanvrager of subsidieontvanger leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 15. Slotbepalingen

1Dit is een regeling zoals bedoeld in artikel 3 van de Algemene subsidieverordening gemeente Tilburg. De bepalingen van deze verordening zijn van toepassing voor zover daarvan in deze regeling niet wordt afgeweken. Dit betekent ook dat de verantwoordingsartikelen van de ASVT onverkort van toepassing zijn.

2Deze subsidieregeling treedt in werking na bekendmaking.

3Deze subsidieregeling vervalt op 31 december 2026 met dien verstande dat vaststellingen van subsidies die onder deze regeling vallen nog onder deze regeling worden afgehandeld.

4Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Mondiale bewustwording programma’s Tilburg 2026.

Bijlage I Beoordelingskader regeling Mondiale bewustwording programma's Tilburg 2026

Beoordeelde aanvraag van:

Naam organisatie hier invullen

Beoordelingsitems IGS

De items met algemeen worden bij elke aanvraag beoordeeld. Item 3 wordt per MO/regeling aangepast en op basis daarvan beoordeeld. Bij elk item wordt per deelvraag een score gegeven.

voldoet

niet

voldoet

deels

voldoet

Motivatie / bij welke vragen staat de info

1Aanpak en kwaliteit

maximaal te verdelen punten

30

punten per deelvraag:

1

3

5

a) Doelgroep en bereik

-de doelgroep wordt bereikt zoals in de regeling/MO beschreven

Doelgroep & Probleem

-er worden concrete acties ondernomen om de doelgroep beter te bereiken.

Doelgroep & Probleem

-de instelling geeft blijk van kennis van de diversiteit van de Tilburgse samenleving en past dit toe in haar dienstverlening

Doelgroep & Probleem

b) Aanpak en duurzame effecten

-de aanpak is duidelijk omschreven en onderbouwd

Activiteitenplan bijlage

-de effecten die de aanpak beoogt realiseren een duurzaam effect

Activiteitenplan en Duurzame effecten

c) Monitoring en kwaliteitsverbetering

-de kwaliteit van de aanpak is aannemelijk en wordt verbeterd door monitoring en evaluaties

Activiteitenplan bijlage, onderzoeksplan (alleen vanaf 30k)

2Impact

maximaal te verdelen punten

30

punten per deelvraag:

2

6

10

-de mate waarin de impactclaim bijdraagt aan de bestuurlijke doelstelling

Impactclaim en Verandertheorie

-de effecten volgen logisch uit de activiteiten en zijn merkbaar en relevant voor het te bereiken doel

Verandertheorie bijlage (30k+), Activiteitenplan bijlage (30k-)

-de monitoring van effecten is uitvoerbaar en past onderbouwd bij de beschreven effecten

Onderzoeksplan en Leren + bijlage (30k+), zonder bijlage (30k-)

3Mondiale bewustwording

maximaal te verdelen punten

15

punten per deelvraag:

2

6

10

-er wordt beschreven hoe de organisatie een aantoonbare bijdrage levert aan (één van) de vier geprioriteerde duurzame ontwikkelingsdoelen (Sustainable Developmentgoals). Het gaat om de doelen: geen armoede (SDG 1), waardig werk en economische groei (SDG 8), klimaatactie (SDG 13), vrede, justitie en sterke publieke diensten (SDG 16).

Doelgroep & Probleem vraag 3

punten per deelvraag:

1

3

5

-inzet voor versterking van mondiale bewustwording door een actieve bijdrage aan gezamenlijke activiteiten en publiciteitsuitingen gericht op bredere doelgroep

Activiteitenplan en Duurzame effecten vraag 2

4Samenwerking & toegevoegde waarde

maximaal te verdelen punten:

10

punten per deelvraag:

1

3

5

-er is afstemming en samenwerking met relevante Tilburgse stakeholders, waaronder jongerenorganisaties en/of onderwijsinstellingen

Organisatie en verbinding

-het is duidelijk wat de toegevoegde waarde is binnen het veld

Organisatie en verbinding

5Prijs/kwaliteit

maximaal te verdelen punten:

30

punten per vraag:

2

6

10

A. Prijs

-de kosten per product of dienst zijn reel als je kijkt naar de onderbouwing, benchmarkgegevens, vergelijkbare organisaties en/of de verantwoording van voorgaand jaar.

Begroting

-de begrote overige baten zijn realistisch kijkend naar vergelijkbare organisaties, verantwoording. Daarbij ook kijkend naar evt. inzet eigen vermogen en inzet van vrijwilligers.

Begroting

B. Prijs in relatie tot bereik

-de prijs (het subsidiebedrag) is reëel in in relatie tot impact en bereik van de doelgroep.

Begroting

Maximaal te halen score

Score instelling

Rubrieken

punten

%

punten

1Aanpak en kwaliteit

30

26%

0

2Impact

30

26%

0

3Mondiale bewustwording

15

13%

0

4Samenwerking&toegevoegde waarde

10

9%

0

5Financiële duurzaamheid

30

26%

0

Totaal

115

100%

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.