Gemeentelijke regelgeving

Coffeeshopbeleid Tilburg 2020

Gemeente Tilburg · geldt sinds 15 december 2023

Aanhef

Inhoudsopgave

1Inleiding

1.1 Doelen van het Tilburgse coffeeshopbeleid

1.2 Het coffeeshopbeleid tot nu toe

2.Landelijk drugsbeleid

2.1 Inleiding

2.2 Landelijke gedoogcriteria

2.3 Wet experiment gesloten coffeeshopketen

3.Juridisch kader

3.1 Artikel 13b Opiumwet

3.2 Artikel 174 Gemeentewet

3.3 Wet Bibob

3.4 Beleidsregels

4.Tilburgse gedoogcriteria

4.1 Lokale gedoogcriteria

5.Handhavingsbeleid

5.1 Uitgangspunten handhavingsbeleid

5.2 Handhavingsarrangement

6.Uitvoeringsbeleid

6.1 Procedure vestiging coffeeshop

4. Tilburgse gedoogcriteria

4.1. Lokale gedoogcriteria

4.1.1 Aantal coffeeshops

Op dit moment kent Tilburg een maximumstelsel van 11 toegestane coffeeshops.

Dit aantal breiden we stapsgewijs uit naar 13 om een aantal redenen:

-De volksgezondheid en de leefbaarheid zijn ermee gediend dat het systeem in stand blijft waarbij de verkoop van softdrugs plaatsvindt via de bekende en daardoor te controleren verkooppunten.

-Een redelijk evenwicht tussen vraag en aanbod draagt, in combinatie met een zekere kleinschaligheid van de coffeeshops, bij aan het beheersbaar houden van de leefbaarheid in de omgeving.

-In de regiogemeenten rondom Tilburg zijn geen coffeeshops, waardoor Tilburg als centrumgemeente de verantwoordelijkheid heeft om de ruimte te bieden en adequaat te reguleren.

-Uit het eerder genoemde rapport "Shops in Zicht" komt naar voren dat op basis van de geschatte bezoekersaantallen kan worden gesteld dat de Tilburgse coffeeshops voorzien in de regionale vraag naar cannabisproducten. Het Tilburgse gemiddeld aantal bezoekers per coffeeshop ligt met gemiddeld zo’n 250.000 bezoekers per jaar hoger dan het gemiddelde voor de zuidelijke provincies van zo rond de 210.000 per jaar per coffeeshop.

Uitgaande van deze gemiddelden is spreiding over 13 coffeeshops wenselijk en wordt de keuze gemaakt om te besluiten tot een maximum aantal van 13 coffeeshops.

Deze beleidsregel treedt gefaseerd in werking. Hiermee wordt bedoeld dat de uitbreiding van 11 naar 13 coffeeshops stapsgewijs gebeurt. De burgemeester is bevoegd om te bepalen op welk moment deze uitbreiding plaatsvindt. De burgemeester zal het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad vooraf informeren over het starten van het proces dat kan leiden tot de exploitatie van een nieuwe coffeeshop.

Als het maximum aantal toegestane coffeeshops is bereikt, worden geen nieuwe horeca-exploitatievergunningen voor coffeeshops verleend.

4.1.2 Lokale afstandscriteria

-Afstand tot school of jongerencentrum

De coffeeshop mag niet gelegen zijn binnen een afstand van 250 meter van een basisschool, een school voor voortgezet onderwijs, een school voor speciaal onderwijs, een school voor praktijkonderwijs of een school voor middelbaar beroepsonderwijs.

Omdat het niet wenselijk is jeugd met coffeeshops te confronteren en hen en de verkoop de van softdrugs als iets normaals te laten beschouwen.

Het afstandscriterium van 250 meter geldt over de kortste loopafstand over de openbare weg tussen de hoofdingang van de coffeeshop en de hoofdingang van de school. Is er een schoolplein dan wordt het begin van (het toegangshek van) het schoolplein aangehouden.

-Afstand tot andere coffeeshops

De coffeeshop mag niet gelegen zijn binnen een afstand van 250 meter van een andere coffeeshop.

Hiermee wordt (ongewenste) concentratie van coffeeshops in de stad voorkomen.

Het afstandscriterium van 250 meter geldt over de kortste loopafstand over de openbare weg tussen de coffeeshops, gemeten van hoofdingang tot hoofdingang.

-Afstand tot een daklozen- en of verslaafdenopvang

De coffeeshop mag niet gelegen zijn binnen een afstand van 250 meter van een daklozen -en of verslaafdenopvang.

Er zijn op dit moment een aantal coffeeshops die niet voldoen aan bovenstaande afstandscriteria. Bij een nieuwe vergunningaanvraag voor een op het moment van inwerkingtreding van het Coffeeshopbeleid Tilburg 2020 bestaande coffeeshop worden deze criteria niet toegepast.

4.1.3 Woonstraten

Geen coffeeshop wordt gedoogd in een straat, dan wel een duidelijk herkenbaar afzonderlijk gedeelte daarvan, waaraan bebouwing ligt die in hoofdzaak dient voor bewoning.

Dit criterium heeft een rechtstreekse relatie met de meest voorkomende hinder vanuit coffeeshops voor omwonenden: hinder door verkeer, parkeren en rondhangen. Bij een acceptabele vestigingslocatie kan gedacht worden aan een locatie in een straat, of een bouwblok daarbinnen, waar de bebouwing op de begane grond voor meer dan 50% bestaat uit bedrijvigheid.

Er mag geen coffeeshop worden gevestigd als deze in directe/ inpandige verbinding staat met een woning.

4.1.4 Spreiding

Om in de gemeente Tilburg spreiding te bevorderen, ongewenste concentratie tegen te gaan en overlast te voorkomen in bepaalde gebieden kan de burgemeester een gebied/straat of deel daarvan aanwijzen waarbinnen geen nieuwe coffeeshops gevestigd mogen worden.

Daarnaast kan de burgemeester een gebied/straat of deel daarvan aanwijzen waar het wenselijk zou zijn een nieuwe coffeeshop te vestigen.

4.1.5 Parkeergelegenheid

Ter voorkoming van verhoogde parkeerdruk wordt er bij de vergunningaanvraag een eis gesteld aan de beschikbare parkeerruimte in de omgeving van de coffeeshop. Voor wat betreft het parkeren wordt een coffeeshop gelijk gesteld aan de parkeernorm voor een café/ bar/ cafetaria. Deze parkeernorm wordt berekend op de wijze zoals toegepast bij aanvraag van een omgevingsvergunning (nota parkeernormen).

4.1.6 Verklaring omtrent betalingsgedrag

Bij de vergunningaanvraag dient een 'Verklaring inzake nakoming fiscale verplichtingen ex. artikel 1.1.12 Leidraad invordering 2008' van de belastingdienst te worden overgelegd. De verklaring mag niet ouder zijn dan twee maanden. Hieruit dient te blijken dat de exploitant(en) van goed betalingsgedrag is/zijn.

Met dit criterium wordt benadrukt dat exploitanten als goed ondernemer hun (betalings-)verplichtingen bij de belastingdienst dienen na te komen.

Het gaat dan specifiek om de belastingen die gerelateerd zijn aan de bedrijfsvoering van de coffeeshop of daaruit voortvloeien. Indien uit de verklaring blijkt dat de exploitant verwijtbaar of nalatig heeft gehandeld in het nakomen van zijn betalingsverplichtingen kan dit leiden tot het weigeren van de exploitatievergunning. De beoordeling is aan de burgemeester. Dit gedoogcriterium vloeit voort uit de integrale overheidshandhaving.

4.1.7 Verantwoordelijkheid van de exploitant voor de omgeving

De exploitant van een coffeeshop is verantwoordelijk voor het voorkomen van overlast in de directe omgeving veroorzaakt door bezoekers van de coffeeshop. De exploitant stelt hiertoe huis- en gedragsregels op en plaatst deze zodanig dat deze voor bezoekers zichtbaar zijn. Deze huis- en gedragsregels bevatten in ieder geval de volgende gedragsregels:

-niet foutief of dubbel parkeren in de nabije omgeving van de zaak;

-geen lawaai / overlast in de vorm van muziek of ander luidruchtig gedrag;

-het trottoir niet blokkeren met rijwiel of scooter;

-geen afval afkomstig van de coffeeshop (wietzakjes) op straat;

-geen andere vorm van hinderlijk gedrag.

Bij overtreding van deze gedragsregels dient de toegang tot de coffeeshop te worden geweigerd. De exploitant dient, als onderdeel van het zogenaamde O-criterium, toe te zien op de naleving van deze gedragsregels door zijn klanten. Op zijn minst in een straal van 25 meter rondom de coffeeshop.

4.1.8 Horecabestemming

Voor het kunnen verlenen van een exploitatievergunning is vereist dat de locatie van de coffeeshop in het vigerende bestemmingsplan een horecabestemming heeft. Een aanvraag dient de voor een horeca-aanvraag gebruikelijke informatie te bevatten zoals omschreven in de Horecaverordening. In het bij te voegen huurcontract moet duidelijk blijken dat de pandeigenaar akkoord gaat met vestiging van een coffeeshop.

4.1.9 Exploitatievergunning

Een coffeeshop wordt beschouwd als een horecabedrijf in de zin van artikel 31 van de APV Tilburg. Op grond van artikel 38 (exploitatie openbare inrichting) dient een coffeeshop te beschikken over een exploitatievergunning. In de exploitatievergunning staan de spelregels waaraan een horeca-exploitant moet voldoen. Daarbij wordt onder andere getoetst of vestiging en exploitatie van de coffeeshop past in het bestemmingsplan. Daarnaast zijn ook artikel 39 (gedragseisen) en artikel 40 (inrichtingseisen) van kracht.

In de vergunning worden aanvullende voorwaarden opgenomen over o.a. het voorkomen van overlast voor de woon -en leefsituatie in de omgeving, gezondheid, leefbaarheid, openingstijden, de openbare orde, verplichtingen in het kader van de Woningwet en het Bouwbesluit.

De volgende regels gelden in elk geval:

1De openingstijden van het horecabedrijf zijn van zondag tot en met donderdag van 9.00 uur tot en met 23.00 uur en vrijdag en zaterdag van 9.00 tot en met 24.00 uur;

2De ondernemer en leidinggevenden/ beheerders moeten alles in het werk stellen om de overlast voor de omgeving te voorkomen en zijn verplicht personen die overlast veroorzaken daarop aan te spreken en zo nodig de politie te waarschuwen;

3Aan personen die hun auto foutparkeren, met draaiende motor wachten of anderszins overlast voor de woon- en leefomgeving veroorzaken, wordt toegang tot coffeeshop geweigerd;

4Men dient zich aan de AHOJG-criteria te conformeren: geen Affichering (reclame), geen Harddrugs, geen Overlast, geen Jeugd (onder de 18 jaar) en maximaal 5 gram softdrugs per persoon;

5Bezoekers zijn verplicht legitimatie te tonen.

4.1.10 Aanvraag nieuwe exploitatievergunning

In het Coffeeshopbeleid Tilburg 2020 worden exploitatievergunningen voor nieuwe coffeeshops voor een periode van maximaal 6 jaar verstrekt. Deze termijn vindt aansluiting op het experiment gesloten coffeeshopketen.

Indien de houder van de exploitatievergunning bij het verstrijken van deze periode een nieuwe aanvraag voor een exploitatievergunning indient, wordt er niet opnieuw getoetst op de afstandscriteria zoals genoemd in 4.2.2.

Indien de burgemeester besluit een exploitatievergunning niet te verlenen, wordt de locatie van de betreffende (bestaande) coffeeshop niet langer beschouwd als een reeds gevestigde coffeeshop.

4.1.11 Bedrijfsoverdracht, verandering van rechtspersoonlijkheid, bestuur en leiding van een coffeeshop

De houder van een exploitatievergunning van een coffeeshop is verplicht voor in ieder geval de volgende mutaties een gewijzigde dan wel een nieuwe exploitatievergunning aan te vragen.

Een aanvraag tot wijziging van de exploitatievergunning is nodig:

•Mutaties in de dagelijkse leiding, waarbij het de nieuwe leidinggevende pas is toegestaan zijn werkzaamheden te starten nadat de exploitatievergunning is aangevraagd.

•Mutaties in het bestuur van de onderneming, waarbij het de nieuwe bestuurder pas is toegestaan zijn werkzaamheden te starten nadat de exploitatievergunning dienovereenkomstig is gewijzigd.

Een nieuwe aanvraag voor een exploitatievergunning is nodig:

•Bij veranderingen in rechtspersoonlijkheid van de onderneming.

•In geval van een besloten vennootschap, de verkoop c.q. overdracht van aandelen.

•Ten aanzien van een vennootschap onder firma, de toetreding dan wel aftreding van firmanten.

•Ten aanzien van een commanditaire vennootschap, de toetreding dan wel aftreding van commanditaire vennoten.

4.1.12 Nieuwe aanvraag na sluiting coffeeshop

Een sluiting is in de regel het gevolg van een forse overtreding van de gedoogcriteria of vergunningvoorschriften, die een zeer negatieve uitstraling op de omgeving heeft. Het direct weer een nieuwe aanvraag in behandeling nemen doet geen recht aan de verstoorde situatie. Een pandsluiting in deze gevallen duurt in de regel 1 jaar. Ook de afhandeling van een aanvraag voor een coffeeshop, die door invoering van deze bepaling pas na dat jaar kan worden ingediend, duurt geruime tijd. In die periode kan de rust terugkeren. Indien de burgemeester besluit een coffeeshop definitief te sluiten en dit besluit onherroepelijk is, wordt deze, ook na eventuele rechtsopvolging ten aanzien van de eigendom van de onderneming, niet meer beschouwd als een reeds gevestigde coffeeshop. Dat geldt ook wanneer de exploitatie van de coffeeshop om andere redenen wordt beëindigd door de exploitant.

Bijlage 1

[vervallen]

Bijlage 2 Aanwijzing gebieden waar geen nieuwe coffeeshops mogen worden gevestigd

De burgemeester van de gemeente Tilburg:

-gezien het voorstel van de afdeling Veiligheid & Wijken

-gelet op hetgeen besproken is in het college

-gelet op het Coffeeshopbeleid Tilburg 2020

-gelet op artikel 174 Gemeentewet, artikel 13b van de Opiumwet en de Wet experiment gesloten coffeeshopketen

Besluit

1Op grond van paragraaf 4.1.4 van het Coffeeshopbeleid Tilburg 2020 de volgende gebieden aan te wijzen als gebieden waar geen nieuwe coffeeshops gevestigd mogen worden:

-binnen de ringbanen;

-in het buitengebied;

-op bedrijventerreinen.

De gebieden die worden aangewezen zijn als zodanig aangegeven op de bij dit besluit behorende kaart;

2Dit aanwijzingsbesluit als bijlage 2 toe te voegen aan het Coffeeshopbeleid Tilburg 2020.

Aldus besloten op 6 oktober 2022

drs. Th. L. N. Weterings

burgemeester

Bijlage Kaart en legenda gebieden coffeeshops Tilburg

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.