Aanhef
Inleiding
Voor u ligt het uitvoerings- en handhavingsbeleidsplan Omgevingsrecht 2025 - 2028 (hierna: VTH-beleidsplan) van de gemeente Tiel. In dit VTH-beleidsplan staat hoe de gemeente Tiel haar taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (hierna: VTH) binnen het Omgevingsrecht uitvoert. Voorliggend plan is exclusief de milieutaken en sloopvergunningen. De gemeente Tiel is wel het bevoegd gezag voor deze werkzaamheden, echter zijn deze taken uitbesteed aan de Omgevingsdienst Rivierenland.
De VTH-taken zijn binnen de gemeente Tiel belegd bij de afdeling leefomgeving en de afdeling vitale stad. Hierbij vallen de meeste VTH-taken onder het team vergunningen (hierna: wij). Daarnaast is er veel samenwerking met de teams beleid en regie, en ruimtelijke procedures. Verder is er een raakvlak met het team veiligheid en handhaving van de afdeling inwoners. Dit team houdt zich bezig met de APV en bijzondere wetten. Dit VTH-beleidsplan is tot stand gekomen in afstemming met deze teams. Het beleid is vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders en ter kennisname verstuurd naar de gemeenteraad en de provincie Gelderland.
Het VTH-beleidsplan heeft als doelstelling om te komen tot een uniforme werkwijze en een integrale afweging van de beschikbare middelen. Op basis van dit VTH-beleidsplan stellen we jaarlijks voor de VTH-taken een uitvoeringsprogramma en jaarverslag op (zie hoofdstuk 5). Met dit VTH-beleidsplan voldoen we aan de wettelijke eisen uit het Omgevingsbesluit. Daarnaast willen we met dit plan transparant zijn over wat we doen, waarom we het doen, welke keuzes we maken en hoe we dit hebben georganiseerd.
De systematiek van de “BIG-8”
Dit beleid volgt de systematiek van de BIG-8 cyclus uit het Omgevingsrecht. De verschillende stappen in de cyclus vormen samen het VTH-beleidsplan en het uitvoeringsprogramma. Ook geven de stappen richting aan de systematiek van doorwerking en evaluatie. Om te laten zien dat beleid en uitvoering elkaar aanvullen zonder dat er sprake is van een hiërarchische relatie, hebben we de BIG-8 gekanteld. Op deze manier staan beleid en uitvoering naast elkaar. Deze gelijkwaardige, continu doorwerkende relatie is precies wat een correcte inrichting van de cyclus nodig heeft.
Figuur 1: BIG-8 cyclus
Bijlage 1 | Uitleg Risicoanalyse en Prioritering Toezicht & Handhaving
Om de prioritering te bepalen heeft een ambtelijke werkgroep een analyse gemaakt van overtredingen waar toezicht en handhaving het meest nodig zijn. Hierbij zijn risico’s in kaart gebracht volgens een vaste methodiek en aan de hand van vier beoordelingscriteria. De effectscores zijn bepaald door per criterium een inschatting te maken van het effect van slecht naleefgedrag. Bij de analyse zijn de volgende vier beoordelingscriteria in overweging genomen;
•Veiligheid: Het negatieve effect dat slecht naleefgedrag heeft op de fysieke veiligheid van mens en/of dier. Denk hierbij aan eventuele pijn, letsel of andere aangebrachte schade.
•Volksgezondheid: Het negatieve effect dat slecht naleefgedrag heeft op de volksgezondheid met mogelijke ziekte- en/of sterftegevallen bij mens en/of dier mede door aantasting van de natuur en/of het milieu.
•Kwaliteit van de leefomgeving: Het negatieve effect dat slecht naleefgedrag heeft op de kwalitatieve beleving van de leefomgeving. Denk hierbij aan de aantasting van ruimtelijke aspecten zoals uiterlijkheden en cultuurhistorische waarde en/of verpaupering van de omgeving.
•Bestuurlijk imago: Het negatieve effect dat slecht naleefgedrag heeft op het imago, het beeld, de geloofwaardigheid en het vertrouwen van de burger in het bestuurlijk apparaat en haar besluitvorming.
De gegevens zijn in een database verwerkt, waarbij elke toezichts- en handhavingsactiviteit een risicoscore heeft gekregen. Deze risicoscore is het gemiddelde van de effectscores (0 t/m 4) van de vier hierboven genoemde beoordelingscriteria. Bovendien is de kans op slecht naleefgedrag (1 t/m 3) bepaald, op basis van de kans dat de overtreding vaker optreedt.
De uiteindelijke prioriteitsscore is in de basis gebaseerd op de vier risico’s zoals hierboven besproken, met een procentuele ophoging voor de kans op slecht naleefgedrag. Hierbij geldt dat hoe hoger de kans op slecht naleefgedrag, hoe hoger de procentuele ophoging van de zogenoemde risicoscore. De prioriteitsscore kan variëren tussen de 0 (geen prioriteit) en de 4 (extreem hoge prioriteit, onmiddellijk handelen).
Prioriteitsscore = risicoscore (gemiddelde 4 gewogen factoren) + ophoging slecht naleefgedrag
Bijlage 2 | Wettelijk kader en werkwijze vergunningenstrategie
Hieronder gaan we in op het wettelijke kader voor vergunningverlening, gevolgd door de werkwijzen en processtappen voor de behandeling van vergunningaanvragen en meldingen binnen het Omgevingsrecht.
Wet- en regelgeving
In het proces van vergunningaanvragen en meldingen hanteert de gemeente Tiel strikte, objectieve criteria voor de beoordeling en afhandeling. Deze criteria komen zowel uit wettelijke bepalingen, als lokale beleidsregels en verordeningen. Het doel van deze aanpak is om de gelijke behandeling van alle aanvragen te waarborgen. Het gebruik van objectieve criteria bevordert een gestandaardiseerde en eerlijke benadering bij het beoordelen van omgevingsvergunningen en meldingen.
Het proces is gebaseerd op een verscheidenheid van belangrijke wet- en regelgeving. De onderstaande figuur biedt een opsomming van de belangrijkste wet- en regelgeving. Het is belangrijk om te benadrukken dat dit geen uitputtende lijst is, maar eerder een samenvatting van de voornaamste wettelijke kaders die worden gehanteerd.
Omgevingsrecht
•Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)
•Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)
•Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)
•Omgevingsbesluit (Ob)
•De Omgevingsregeling
•Het invoeringsbesluit (met daarin de bruidsschat)
•Omgevingsvisie (2025)
•Omgevingsplan (van rechtswege)
•Beleidsregel Wet Bibob Tiel 2021
•Erfgoedverordening Tiel 2024
Bouwtechnische toets
De bouwtechnische toets betreft vooral een toetsing aan het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl). Door de scheiding van de technische en ruimtelijke beoordeling onder de Omgevingswet gaat dit alleen over de technische aspecten van het bouwen van een bouwwerk. Bij het toetsen van een bouwwerk onder de Bbl geldt een ‘aannemelijkheidstoets’. Het is onmogelijk om alle aanvragen voor 100% aan alle kaders te toetsen. Vanuit de gedachte van de aannemelijkheidstoets is dit ook niet nodig.
Door de inwerkingtreding van de Wkb wordt de technische toets bij bouwwerken van gevolgklasse 1 nieuwbouw nu uitgevoerd door een private kwaliteitsborger. Bij dit type bouwwerken hoeft de gemeente dus geen bouwtechnische keuring meer uit te voeren. Per 1 juli 2025 zal dit (naar verwachting) ook gelden voor bouwwerken van gevolgklasse 1 verbouw. Voor gevolgklasse 2 en 3 blijft de gemeente wel verantwoordelijk voor het uitvoeren van de technische toets.
Bij een bouwtechnische beoordeling wordt elke aanvraag op dezelfde wijze getoetst. Hierbij geldt dat de diepgang van deze toets afhangt van het type bouwwerk. Eenvoudige bouwwerken met lage risico’s worden globaal op hoofdlijnen getoetst, terwijl complexe bouwwerken met grote risico’s op alle representatieve onderdelen inhoudelijk getoetst worden.
Een belangrijk onderdeel van de bouwtechnische toets is het beoordelen van de constructieve veiligheid. De kwaliteit van de (draag)constructie bepaalt immers of het gebouw voldoende sterk en stabiel blijft, ook bij intensief gebruik en/of een calamiteit. Buiten de constructie is het beoordelen van de brandveiligheid ook van cruciaal belang. Degene die de constructieve toets doet gebruikt hierbij bijlage 7 van dit VTH-beleidsplan. Door de Wkb zijn een aantal bouwwerktypes die zijn meegenomen in de prioritering in bijlage 7 alleen relevant bij een steekproef op dergelijke bouwtypes. De bijlage zal in deze beleidsperiode worden geüpdatet.
Planologische kaders
De gemeente toetst elke aanvraag voor een omgevingsvergunning aan de geldende planologische kaders, die voornamelijk zijn vastgelegd in het (tijdelijke) omgevingsplan. Het doel hiervan is om de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente te beschermen.
Ontwikkelingen die niet binnen deze planologische kaders van het omgevingsplan passen worden, op kleine afwijkingen na, in beginsel besproken en beoordeeld op haalbaarheid door de intake- en Omgevingstafel van de gemeente Tiel. Ontwikkelingen die niet binnen deze planologische kaders van het omgevingsplan passen worden, op kleine afwijkingen na, in beginsel besproken en beoordeeld op haalbaarheid door de intake- en Omgevingstafel van de gemeente Tiel. De Omgevingstafel bestaat uit ambtelijke specialisten op het gebied van vergunningverlening, ruimtelijke ontwikkeling, milieu, verkeer, wonen en economische zaken. Naast de genoemde specialisten kan de initiatiefnemer en eventueel andere betrokkenen een plek aan tafel krijgen om het voorstel nader toe te lichten. De Omgevingstafel komt eens in de 6 weken samen. In bepaalde gevallen kan besloten worden toch een vergunning te verlenen, ondanks dat de aanvraag niet binnen de geldende planologische kaders valt. Voorbeelden hiervan zijn een wijzigingsbevoegdheid voor binnenplanse wijzigingen of via een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Hierbij hanteren wij altijd de ‘ja, mits…’ gedachte en hanteren we de menselijke maat.
Welstand
Plannen die voldoen aan de regels van het omgevingsplan of waarvoor mogelijk kan worden afgeweken van die regels, worden vervolgens getoetst aan redelijke eisen van welstand, indien deze in een gebied zijn gelegen waar welstandstoetsing van toepassing is. Voor deze toets wordt gebruik gemaakt van de gemeentelijke welstandsnota en vastgestelde beeldkwaliteitsplannen. In deze stukken staan de welstandscriteria beschreven. De welstandsnota wordt in de komende jaren vernieuwd.
Werkwijze en proces vooroverleg
Voordat een inwoner of ondernemer een vergunningaanvraag doet, stimuleren wij om met ons in gesprek te gaan. Het eerste contact verloopt via het Omgevingsloket. Het Omgevingsloket biedt onze inwoners en ondernemers al jaren een vertrouwde ingang voor juiste en gedetailleerde informatie over omgevingsvergunningen en andere zaken (zie kader hieronder). Naar aanleiding van het initiële contact stimuleren we om een vooroverleg te starten.
Het vooroverleg is een informele procedure die bedoeld is om een indicatie te geven over de haalbaarheid van een bouwplan. Dit overleg stelt een potentiële aanvrager in de gelegenheid om de haalbaarheid van een initiatief na te gaan zonder grote kosten te maken en het plan tot in detail uit te werken. Bij formele vergunningaanvragen is er namelijk minder flexibiliteit mogelijk vanwege ‘het primaat van de aanvraag’ (het bevoegd gezag moet beslissen op basis van de ingediende aanvraag) en de beslistermijn. Aan het einde van elk vooroverleg ontvangt de initiatiefnemer een eindmail met een overzicht van de vervolgstappen en de benodigde documenten.
Deze werkwijze sluit goed aan bij de Omgevingswet, omdat het vooroverleg buiten de vastgestelde termijn van maximaal 8 weken voor de afhandeling van een aanvraag valt. Het vooroverleg heeft de afgelopen jaren aan populariteit gewonnen en in de gemeente Tiel willen we dit instrument actief blijven stimuleren voor alle bouwinitiatieven van enige omvang. De juridisch adviseur vergunningen is hierbij verantwoordelijk voor begeleiding tijdens het vooroverleg. In het geval van complexe, grote of gevoelige bouwplannen wordt de dialoog overgedragen aan het team Ruimtelijke Procedure en wordt het voortgezet aan de intake- en Omgevingstafel. Hier sluit dezelfde collega aan om continuïteit te bewaren.
Omgevingsloket
Naast vragen over omgevingsvergunningen kunnen inwoners en ondernemers voor de volgende zaken bij het Omgevingsloket terecht;
•Toetsen omgevingsplan,
•Toetsing vergunningsvrij bouwen,
•Subsidies en leningen voor woningen (isolatiemaatregelen, toekomstbestendig wonen, startersleningen),
•Procedures aangevraagde en verleende vergunningen,
•Publicaties aangevraagde en verleende vergunningen,
•Informatie over stedelijke projecten,
•Bouwarchief,
•Bomenverordening,
•Kadastrale informatie,
•Erfgoed/monumenten,
•Leegstandvergunningen.
Wij stimuleren het vooroverleg door duidelijke communicatie over het proces op onze gemeentelijke website. Initiatiefnemers worden ook actief geïnformeerd over de voordelen van het vooroverleg wanneer ze contact met ons leggen. Hierbij begeleidt de gemeente initiatiefnemers in dit proces. Wij gaan naast hen staan en delen onze kennis en ervaring. Bovendien bieden wij een financiële stimulans, waarbij er geen kosten voor vooroverleg in rekening worden gebracht zodra dit binnen zes maanden leidt tot een officiële vergunningaanvraag en tot een 50% vermindering als de vergunningsaanvraag tussen 6 tot 12 maanden na het conceptverzoek wordt ingediend.
Werkwijze en proces vergunningverlening
Na binnenkomst van de aanvraag volgen wij de standaardwerkwijzen op hoofdlijnen, die per type vergunning kunnen verschillen. De processtappen van deze standaardwerkwijzen zijn vastgelegd in het VTH-zaaksysteem, waar ook het verloop van de afhandeling van een vergunningaanvraag of melding wordt bijgehouden. Over het algemeen verloopt de behandeling van een vergunningaanvraag zoals hieronder is beschreven.
#
Processtap
1
Inboeken, registreren en eventueel digitaliseren van de aanvraag
2
Sturen ontvangstbevestiging
3
Vergunningverlener bepaalt:
a.Bevoegdgezag;
b.Uitgebreide of reguliere procedure;
c.Publiceren aanvragen en (concept)beschikkingen (veelal via frontoffice);
d.Overzicht bewaken over lopende procedures en de voortgang.
4
De vergunningverlener is verantwoordelijk voor het afhandelen van deaanvraag:
a.Toets volledigheid en ontvankelijkheid;
b.(Vak)inhoudelijke toets aan relevante beoordelingskaders;
c.Uitzetten bij interne en externe adviseurs;
d.Bewaken van de termijn;
e.Aanspreekpunt voor de aanvrager en informeren aanvrager;
f.Opstellen (concept)beschikking;
g.Registratie.
5
Archiveren beschikkingen (digitaal)
6
Mogelijk bezwaar, beroep en hoger beroep, eventueel gecombineerd met een voorlopige voorziening
Werkwijze en proces meldingen
Voor meldingen van voormalige vergunningplichten (omgevingsrecht) geldt de grondslag van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Dit betreft onder andere bouwmeldingen, sloopmeldingen, meldingen voor het mobiel breken van bouw- en sloopafval en de gebruiksmelding (brandveilig gebruik). In tegenstelling tot vergunningaanvragen wordt bij meldingen alleen een volledigheidsbeoordeling uitgevoerd. Meldingen kunnen via het DSO bij de gemeente worden ingediend en worden indien nodig uitbesteed aan de Veiligheidsregio of de Omgevingsdienst. Wanneer een melding niet volledig is, wordt deze niet in behandeling genomen. De melder wordt hiervan op de hoogte gebracht. Meldingen worden via het DSO bij de gemeente ingediend of uitbesteed aan de Veiligheidsregio of de Omgevingsdienst. Bij de afhandeling van meldingen wordt een risicogestuurde aanpak gehanteerd, waarbij de prioriteit wordt bepaald op basis van een risicoanalyse. Als er behoefte is aan inhoudelijk advies, vragen wij dit op bij onze ketenpartners.
Landelijke Richtlijn Bouw- en Sloopveiligheid
Onder de Omgevingswet is bouw- en sloopveiligheid een aparte activiteit, genoemd in de informatieplicht. De vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland (VBWTN) heeft een landelijke richtlijn bouw- en sloopveiligheid opgesteld. Deze richtlijn tracht de veiligheid en het beschermen van de gezondheid in de directe omgeving van bouw- en sloopwerkzaamheden te waarborgen, zoals bedoeld in artikel 7.2a van het Bbl. In 7.15, lid 2 Bbl wordt verder specifiek verwezen naar de landelijke richtlijn m.b.t. de veiligheidsafstand.
Het niet door het Bbl aangestuurde deel van het beleid kan door de gemeente als lokaal beleid vastgesteld worden als onderdeel van het omgevingsplan. Door de richtlijn als beleid vast te stellen staat de gemeente voor een landelijke uniforme borging van de veiligheid rondom de bouw- en sloopplaats.
Bijlage 3 | Toezicht Omgevingsrecht
Soorten toezicht
Bij de gemeente Tiel hanteren we de volgende vormen van toezicht:
1Toezicht op vergunningen en meldingen
Dit omvat het toezicht op verleende omgevingsvergunningen tijdens de uitvoeringsfase. Qua diepgang van de beoordeling hanteren we voor bouwactiviteiten de risicomatrix van de vereniging Bouw- en Woningtoezicht (BWT). Deze matrix bevat een risicoanalyse en prioritering, op basis waarvan is bepaald of toezicht noodzakelijk is en op welke momenten in het bouwproces dit plaatsvindt. Voor toezicht waar nog een constructieve toets plaats moet vinden (Gevolgklasse 1 verbouw
1tot 1-7-2025
en Gevolgklasse 2 en 3
2Tot nader te bepalen volgend op een evaluatie van de Wkb
) wordt gebruik gemaakt van het beleid in Bijlage 6.
2Thematisch/projectmatig toezicht
Als bepaalde thema’s, objecten en/of gebieden vanwege bestuurlijke wensen of calamiteiten een hoge prioriteit krijgen, vereist dit veelal een projectmatige aanpak. De gekozen thema’s worden vastgelegd in het jaarverslag en indien zo opgenomen in het uitvoeringsprogramma.
3Toezicht o.b.v. klachten of meldingen
Schriftelijke verzoeken om handhaving die voldoen aan het bepaalde in de Algemene Wet bestuursrecht handelen we in principe conform de hiervoor geldende regels af. Bij de afhandeling van de verzoeken om handhaving en klachten zijn de in dit VTH-beleidsplan genoemde prioriteiten in de handhaving leidend. Een belangrijk uitgangspunt bij de afweging van de beslissing op de klacht of het verzoek is dat de verantwoordelijkheid in veel grotere mate bij de burgers en bedrijven zelf ligt. Dit betekent dat de gemeente zich niet bij elke klacht/verzoek geroepen zal voelen om op te treden maar de verantwoordelijkheid voor het oplossen hiervan bij de burger en het bedrijf zal leggen. Waar mogelijk moedigen wij een traject via pre-mediation of buurtbemiddeling aan. Op anonieme meldingen wordt in beginsel niet gereageerd.
4Ambtshalve constateringen
Ambtshalve constateringen zijn momenten waarbij een toezichthouder een signaal zelfstandig doorgeeft zonder voorliggende aanleiding. De geconstateerde overtreding kan binnen of buiten zijn expertise vallen. Doordat de werkzaamheden toezicht en handhaving van de bouw gescheiden zijn, zorgen onze toezichthouders ervoor dat ze alles wat ze tegenkomen registreren als ambtshalve constatering.
Voorbereiding op toezicht
Naar aanleiding van de melding start bouwactiviteit controleren onze toezichthouders eerst of alle benodigde documenten zijn aangeleverd. Indien documenten ontbreken worden deze eerst opgevraagd. Vervolgens gaan we in gesprek met de initiatiefnemer en aannemer tijdens een startgesprek. Hier bespreken we de planningen en worden er afspraken gemaakt over de momenten waarop toezicht wordt gehouden. Hierbij richten wij ons op de belangrijkste constructieve bouwmomenten, waarbij de diepgang en frequentie van het toezicht afhankelijk is van het type bouwwerk en de observaties van de toezichthouder gedurende het vergunningen en controleproces.
Voordat een toezichtcontrole plaatsvindt, worden eerst alle relevante documenten die bij de casus horen zorgvuldig beoordeeld. Wanneer het toezicht betrekking heeft op een omgevingsvergunning, zijn deze documenten samengevoegd in een dossier dat is terug te vinden in het archief. Bij nieuwe toezichtzaken stelt de toezichthouder dit dossier samen door alle revelante documenten te verzamelen.
Werkwijze en proces toezicht
Gedurende de uitvoering van een verleende vergunning komen onze toezichthouders op belangrijke constructieve bouwmomenten volgens een vooraf vastgestelde planning langs. Mochten er zorgen en/of risico’s blijken te zijn dan wordt de frequentie verhoogd en gaan onze toezichthouders eventueel onaangekondigd langs. Verder komt de toezichthouder altijd langs bij de eindcontrole. Buiten het controleren geven onze toezichthouders ook advies aan de brandweer over de noodzakelijkheid van het uitvoeren van een brandveiligheidscontrole.
Aan geplande toezichtcontroles koppelen onze toezichthouders regelmatig een proactieve controle, waarbij ze een rondje maken in de buurt van de afspraak om op de hoogte te blijven van alles dat speelt in het gebied en in te zetten op ambtshalve constateringen.
Wkb-meldingen (bouw- en gereedmelding)
Met de inwerkingtreding van de Wkb is het toezicht op bouwactiviteiten veranderd. Gemeenten blijven verantwoordelijk voor het toezicht op de bestaande bouw en de bouw- en sloopveiligheid, en blijven het bevoegd gezag voor het bouwdomein. Het bouwtoezicht voor gevolgklasse 1 nieuwbouwwerken is echter primair belegd bij een private kwaliteitsborger. Naar verwachting zal dit vanaf 1 juli 2025 ook gelden voor gevolgklasse 1 verbouw, waarbij de gevolgklassen 2 en 3 na een evaluatieperiode in de toekomst mogelijk ook volgen.
Onze preventieve bouwtechnische toetsing voorafgaand aan de bouw en het constructieve toezicht tijdens de bouw wordt vervangen door toetsing en toezicht door een private kwaliteitsborger. Er zijn wel vaste momenten in het proces ingebouwd waarin de initiatiefnemer verantwoording moet afleggen aan de gemeente over de naleving van de bouwtechnische voorschriften, in de vorm van meldingen zoals de bouwactiviteit- en de gereedmelding. Deze meldingen dragen bij aan de rol van de gemeente als bevoegd gezag voor de handhaving. In de basis gaan wij hiermee hetzelfde om als met de overige meldingen, door deze risico-gestuurd op te pakken. Als er lokaal gebonden risico’s zijn, dan worden deze gecontroleerd in het borgingsplan.
Hoewel het constructieve toezicht bij de private kwaliteitsborger belegd is, worden alle bouwwerken die onder de Wkb vallen in beginsel wel op de omgevingsplanactiviteit gecontroleerd. Naar aanleiding van de ervaringen kan dit in de toekomst meer steekproefsgewijs worden opgepakt. Daarnaast controleert de gemeente Tiel in het begin een gedeelte van de Wkb-meldingen steekproefsgewijs, wat ook op basis van ervaringen aangepast kan worden. In de situatie dat er signalen of klachten bij het gemeentelijke bouwtoezicht binnenkomen over de bouwkwaliteit, het functioneren van de kwaliteitsborger of bij bijzondere lokale omstandigheden, dan kan de gemeente de bouw stilleggen en/of een controle op de bouwplaats uitvoeren.
Scheiding van functies
Om de objectiviteit van onze werkzaamheden te waarborgen, hanteren we binnen de gemeente Tiel een strikte scheiding tussen vergunningverlening, toezicht en handhaving. Dit betekent dat de medewerker die een vergunningaanvraag behandelt niet verantwoordelijk is voor het toezicht op de uitvoering daarvan. Een soortgelijke functiescheiding wordt toegepast binnen toezicht en handhaving. Wanneer een overtreding wordt geconstateerd, zoekt onze toezichthouder altijd eerst actief het gesprek op met de overtreder. Het doel hiervan is om de overtreding, waar mogelijk, op een informele wijze af te handelen. Hierbij wordt altijd rekening gehouden met de specifieke omstandigheden en de persoon achter de overtreding. Indien deze menselijke benadering geen passende uitkomst weet te bieden, wordt het dossier overgedragen aan een jurist voor het opleggen van sancties. Hoewel we dus met een duidelijke functiescheiding werken, stimuleren we wel de samenwerking tussen de verschillende rollen. Dit zorgt ervoor dat kennis effectief wordt gedeeld en de kwaliteit van de gehele VTH-keten gewaarborgd blijft.
Rapportage van toezicht
De doorlopen stappen en genomen beslissingen worden door de toezichthouders verifieerbaar en transparant opgeslagen in ons zaaksysteem. De mate en de inhoud van de rapportage is afhankelijk van het toetsingsniveau dat hierbij wordt gehanteerd. Het controlerapport wordt niet actief gedeeld met betrokkenen en wordt alleen openbaar gemaakt op verzoek van belanghebbenden of in het kader van juridische procedures.
Bijlage 4 | Toelichting Handhavingsstrategie
Toelichting geprioriteerd handhaven
Als bevoegd gezag is het onze taak om bij overtredingen de beginselplicht tot handhaven toe te passen, met als doel om de overtreding te beëindigen en/of herhaling in de toekomst te voorkomen. Voor elke overtreding maken wij een gedegen afweging en hanteren wij een prioritering op basis van de risicoanalyse. Aangezien wij niet overal tegelijkertijd aanwezig kunnen zijn, is het noodzakelijk om een evenwichtig handhavingsbeleid te voeren, waarbij we onze handhavingscapaciteit inzetten op zaken met de hoogste prioriteit.
Het is belangrijk om te benadrukken dat de prioritering in onze toezicht- en handhavingstaken op basis van de risicoanalyse niet onder gedogen valt. Het is simpelweg onmogelijk om alles te handhaven, dus het evenwichtige handhavingsbeleid is vooral bedoeld om de inzet van onze handhavingscapaciteit op zaken met de hoogste prioriteit te focussen. In gevallen waarin wij ervoor kiezen om bepaalde overtredingen niet actief te handhaven, betekent dit echter niet dat wij deze overtredingen gedogen. Handhaving blijft altijd mogelijk in gevallen waarin er bijvoorbeeld een klacht wordt ingediend of als de resultaten van een steekproef aanleiding geven tot controle van de gehele branche. Aangezien de gemeente een voorbeeldfunctie heeft naar haar burgers en bedrijven, geldt deze werkwijze in het bijzonder voor overtredingen die gemaakt zijn door de eigen organisatie of medeoverheden.
Door onze prioritering en uniforme aanpak van handhaving hopen wij een effectief en efficiënt toezicht te kunnen houden en bij te dragen aan een veilige en gezonde leefomgeving voor iedereen.
Dwangsombedragen en begunstigingstermijnen
De gemeente heeft bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom en de begunstigingstermijn een ruime mate van beleidsvrijheid. In het licht van rechtszekerheid en het gelijkheidsbeginsel wil de gemeente Tiel op een uniforme wijze optreden tegen overtredingen. Daarom heeft de gemeente gelijktijdig met dit beleid een richtlijn voor dwangsombedragen en begunstigingstermijnen vastgesteld, opgenomen in bijlage 6. Deze richtlijn geeft duidelijkheid en transparantie over de hoogte van de dwangsommen en begunstigingstermijnen in relatie tot de overtredingen.
Het invorderen van de dwangsom vindt plaats overeenkomstig de in de rechtspraak geformuleerde beginselplicht tot invordering en de daarbij behorende uitzonderingen. Kwijtschelding van de verbeurde dwangsom is niet mogelijk. Matiging van de dwangsom wordt niet overwogen voordat de overtreding ongedaan is gemaakt.
Bij het vaststellen van de hoogte van de dwangsommen is bepaald dat deze voldoende stimulerend moeten werken, zodat de opgelegde last wordt nageleefd zonder dat de dwangsom wordt verbeurd. Bij het bepalen van de begunstigingstermijn is het uitgangspunt dat deze niet langer is dan strikt noodzakelijk om de overtreding te beëindigen. De termijn mag namelijk niet zodanig lang zijn dat het in feite neerkomt op gedogen. Opschorting van de handhavingsprocedure is mogelijk indien tijdens het proces alsnog de mogelijkheid ontstaat om tot een oplossing te komen en hierover afspraken kunnen worden gemaakt, waarbij de eigen verantwoordelijkheid steeds leidend is. Het gedogen van de overtreding is geen mogelijkheid.
Bijlage 5 | Samenwerking Ketenpartners
Externe partners
Doel samenwerking
Hoe
Veiligheidsregio Gelderland-Zuid (VRGZ)
De veiligheidsregio werkt aan de publieke veiligheid en gezondheid. Zij bestaat uit de Brandweer, GGD, GHOR, Ambulancezorg en Veilig Thuis. De veiligheidsregio adviseert en ondersteunt de gemeente bij de vergunningverlening (bouwen, milieu, gebruik) op het gebied van brandveiligheid, bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen, brandveiligheid en gezondheidsaspecten bij evenementen, ruimtelijke ordening inclusief externe veiligheid van brandveilig gebruik en gezondheid. Ook voert de VRGZ op deze gebieden toezicht uit. Daarnaast ondersteunt zij de gemeente bij diverse projecten en is zij aangesloten bij de regionale afspraken over de intake- en Omgevingstafel.
Zie regionaal beleidsplan 2024-2027
Omgevingsdienst Rivierenland (ODR)
De omgevingsdienst voert de wettelijke én enkele aanvullende (milieu)taken uit namens de gemeente. Zo adviseert de omgevingsdienst de gemeente bij vergunningverlening en meldingen op het gebied van milieuaspecten. Ook voert zij toezicht uit op de milieuaspecten. Ook voert zij de taken met betrekking tot sloopmeldingen (controle en toezicht) uit. Tot slot ondersteunt zij de gemeente bij diverse projecten en is zij aangesloten bij de regionale afspraken over de intake- en Omgevingstafel.
De gemeente en de omgevingsdienst hebben een dienstverleningsovereenkomst (DVO). Hier is eveneens een mandaatbesluit voor genomen.
Via de samenwerkingsfunctionaliteit wordt samengewerkt tussen de gemeente, ODR en de VRGZ. Er is contact tussen de ODR en vergunningverleners op vergunningbasis.
Politie en Openbaar Ministerie
Afstemming over strafrechtelijke handhaving.
Zie Handhavingsarrangement en LHSO
Stadsbouwmeester en Adviescommissie Omgevingskwaliteit
Deze commissie is belast met het beoordelen van initiatieven, bouwplannen en aanvragen die gaan over Rijksmonumenten en welstandsaspecten.
Deze commissie (en haar leden) wordt benoemd door de gemeenteraad via De verordening Gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit Tiel. Tweewekelijks komt de commissie in een openbare vergadering bijeen en behandelt zij de zaken.
De commissie behandelt alle relevante aanvragen voor een omgevingsvergunning en ruimtelijke plannen. De commissie geeft haar oordeel in een advies aan het college van burgemeester en wethouders. Het college beslist dan of een omgevingsvergunning wordt afgegeven of niet.
Provincie Gelderland
Bij een aantal ruimtelijke afwegingen wordt afgestemd met/advies ingewonnen bij de Provincie. Voor de complexe initiatieven vindt omgevingsoverleg plaats met de ketenpartners, waaronder de Provincie.
Hiernaast ziet de provincie Gelderland toe op, of en in hoeverre gemeenten voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen via het Interbestuurlijk Toezicht (IBT).
Het IBT richt zich zowel op de taken vergunningenverlening, toezicht en handhaving, als op ruimtelijke ordening, milieu, externe veiligheid en erfgoed/monumenten.
In de provinciale verordening Systematische toezichtinformatie is vastgelegd welke informatie de provincie van de gemeenten jaarlijks wil ontvangen op de onderdelen van het omgevingsrecht. Op basis van de aangeleverde informatie vindt de beoordeling plaats.
Waar nodig geven we advies.
Waterschap Rivierenland
Bij een aantal ruimtelijke afwegingen (Omgevingsbesluit Hoofdstuk 4) stemmen wij af met het Waterschap. Daarnaast ondersteunt het waterschap de gemeente bij diverse projecten en is zij aangesloten bij de regionale afspraken over de intake- en Omgevingstafel.
Bij activiteiten in of nabijheid van het watersysteem en keringen (beschermingszones) en bij onttrekkingen van grondwater verleent het waterschap zelfstandig de omgevingsvergunning water. Hier geeft de gemeente advies.
Met het Waterschap zijn regionaal werkafspraken gemaakt. Eventuele adviezen vragen wij rechtstreeks op.
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Bij een vergunningaanvraag voor herbestemming, verbouwing en/of restauratie met ingrijpende gevolgen voor een rijksmonument wordt er advies ingewonnen bij de Rijksdienst. Daarnaast wordt, indien nodig, aanvullend advies over specialistische onderwerpen zoals natuursteen, wandbekleding en historisch meubilair, uitgevraagd bij de deskundigen van de Rijksdienst.
De gemeente onderhoudt contact met twee contactpersonen van de Rijksdienst uit de regio Gelderland-West, gespecialiseerd in bouwkunde en architectuurhistorie.
Incidentele ketenpartners (o.a. Rijksoverheid)
Op ad hoc-basis hebben we contact met incidentele ketenpartners aangaande specialistische kennis of specifieke vergunningaanvragen. Hierbij maken wij specifieke werkafspraken op basis van het betreffende project.
Bijlage 6 | Richtlijn Dwangsommen en Begunstigingstermijnen Omgevingsrecht
Overtreding
Impact overtreding
Sanctie
Hoogte dwangsom
Begunstigingstermijn
RUIMTELIJKE INRICHTING EN BOUW
Illegale steiger aangebracht
(geen overlast/gevaar)
Beperkt
Dwangsom
€50 p.w. per meter steiger
max. 10 x
1maand
Illegale bebouwing kwalificatie licht
Vrijwel nihil
Dwangsom
€1000 p.w.
max. 10 x
Min. 6 weken
Illegale bebouwing kwalificatie matig
Van belang
Dwangsom
€1500 p.w.
max. 10 x
Min. 6 weken
Illegale bebouwing kwalificatie ernstig
Aanzienlijk
Dwangsom
€2000 p.w.
max. 10 x
Min. 6 weken
Bouwen in afwijking van de vergunning, kwalificatie licht
Beperkt
Dwangsom
€1000 p.w.
max. 10 x
Min. 6 weken
Bouwen in afwijking van de vergunning, kwalificatie matig
Beperkt
Dwangsom
€1500 p.w.
max. 10 x
Min. 6 weken
Bouwen in afwijking van de vergunning, kwalificatie ernstig
Van belang
Dwangsom
€2000 p.w.
max. 10 x
Min. 6 weken
Illegaal terras
Beperkt
Dwangsom
€50 p.d. per m² per overtreding
max. 10 x
1week
Illegale standplaats
Beperkt
Dwangsom
€50 p.d. per m² per overtreding
max. 10 x
1week
Reclamebord (klein)
< 1m2
Vrijwel nihil
Dwangsom
€250 p.d. per m² bord per overtreding
max. 10 x
1week
Reclamebord (groot)
>2m2
ontsierend
Beperkt
Dwangsom
€500 p.d. per m² bord per overtreding
max. 10 x
1week
Uitstalling bij winkel (gering)
Vrijwel nihil
Dwangsom
€50 p.d. per m² per overtreding
max. 10 x
1week
Uitstalling bij winkel
(Flink-veel)
Beperkt
Dwangsom
€100 p.d. per m² per overtreding
max. 10 x
1week
Gebruik gemeentegrond
Vrijwel nihil
Dwangsom
€50 p.w. per m² per overtreding
max. 10 x
1maand
Maatwerkvoorschrift, niet directe milieugevolgen
Beperkt
Dwangsom
€1750 p.w.
max. 10 x
situationeel
MONUMENTEN
Monumentaal gebouw aantasten (grotendeels herstelbaar)
Beperkt
Dwangsom
€1000 p.w.
max. 10 x
6maanden
Monumentaal gebouw behoorlijk aantasten (deels herstelbaar)
Van belang
Dwangsom
€2500 p.w.
max. 15 x
6maanden
Monument ernstig aantasten (nagenoeg onherstelbaar)
Ernstig
Dwangsom
€5000 p.w.
max. 20 x
6maanden
Archeologisch of groen monument verstoren
Beperkt
Dwangsom
€1000 p.w.
max. 10 x
6maanden
Archeologisch of groen monument. behoorlijk verstoren (deels herstelbaar)
Van belang
Dwangsom
€1500 p.w.
max. 15 x
6maanden
Archeologisch of groen monument ernstig verstoren (nagenoeg onherstelbaar)
Ernstig
Dwangsom
€2500 p.w.
max. 20 x
6maanden
Beschermd stads- of dorpsgezicht aantasten (grotendeels herstelbaar)
Beperkt
Dwangsom
€1000 p.w.
max. 10 x
6maanden
Beschermd stads- of dorpsgezicht behoorlijk aantasten (grotendeels herstelbaar)
Van belang
Dwangsom
€1500 p.w.
max. 15 x
6maanden
Beschermd stads- of dorpsgezicht aantasten (nagenoeg onherstelbaar)
Ernstig
Dwangsom
€2500 p.w.
max. 20 x
6maanden
ILLEGAAL GEBRUIK
Illegale bewoning (bij)gebouwen
Beperkt
Dwangsom
€1500 p.w.
max. 10 x
Min. 6 weken
Overig Illegaal gebruik
Beperkt
Dwangsom
€1500 p.w.
max. 10 x
Min. 6 weken
Permanente bewoning recreatiewoningen
Beperkt
Dwangsom
€1500 p.w.
max. 10 x
Min. 6 weken
Bijlage 7 | Beleid constructieve toets aanvraag en toezicht
Artikel 1.Uitgangspunten niveau technische toets constructies
1Het toetsniveau bij het beoordelen van de constructiegegevens wordt bepaald per bouwwerktype, zoals weergegeven in tabel 1 in deze bijlage.
2Er gelden verschillende toetsniveaus voor de stabiliteit van de constructie en voor de overige onderdelen, overeenkomstig tabel 2 van deze bijlage.
3De inhoud van elk toetsniveau is weergegeven in tabel 3 van deze bijlage.
Artikel 2.Uitgangspunten controleniveau toezicht
1De controles in het toezicht wordt bepaald per bouwwerktype, zoals weergegeven in tabel 4 van deze bijlage.
2De inhoud van elk controle is weergegeven in tabel 5 van deze bijlage.
Artikel 3.Verlagen en/of verhogen van het toets- en controleniveau
1In geval van grote drukte is het mogelijk om het toetsniveau voor stabiliteit en toezicht van een bepaald bouwwerktype met één niveau te verlagen.
2Als bij het gehanteerde toetsniveau onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de constructie voldoet, kan het toetsniveau verhoogd worden.
3Het gehanteerde en bereikte toets- en controleniveau wordt administratief vastgelegd.
3.1 algemene tabel bouwwerktype
TABEL 1: BOUWWERKTYPE
Nr.
Bouwwerktype (soms geen eenduidige benaming mogelijk)
Voorbeelden
Specificatie
1
Verbouwingen eenvoudig
Alleen bij woningen
Dakkapellen, dakramen, erfscheidingen, pergola's, vlaggenmasten en catalogus tuinhuisjes.
Geringe aanpassingen aan bestaande gevels
2
Bijbehorende bouwwerken eenvoudig
Alleen bij woningen
Serres, simpele uitbreidingen, overkappingen, muurdoorbraken, garages en bergingen.
Geringe invloed op bestaande constructie en omgeving
3
Bijbehorende bouwwerken complexer
Alleen bij woningen
Ingewikkelde uitbreidingen, dakopbouwen, grote bergingen, woonwagens en stallen.
Grote invloed op bestaande constructie en omgeving
4
Woningen
Exclusief verbouwingen
Vrijstaande woningen, seriematige woningen, woningen met een beroep aan huis en boerderijen.
Laagbouw, veelal particuliere eigenaren of huurders
5
Woongebouwen
Inclusief verbouwingen
Appartementsgebouwen, verzorgingshuizen en hotels.
Verzamelgebouwen voor (tijdelijk) verblijf
6
Publiektoegankelijke bouwwerken
Inclusief verbouwingen
Winkels, restaurants, sporthallen, scholen, bibliotheken, musea, theaters en bioscopen.
Gebouwen voor het ontvangen van klanten en publiek
7
Bedrijfsmatige bouwwerken
Inclusief verbouwingen
Kantoren, fabrieken en werkplaatsen.
Hoofdzakelijk eigen personeel aanwezig
8
Bouwwerken geen gebouw zijnde
Inclusief verbouwingen
Bruggen, viaducten, zendmasten, trafohuisjes, geluidsschermen en hoge constructies voor borden.
Tijdelijke grond kerende constructies, torenkranen en zwaarbelaste steigerwerken
Kunstwerken en hulpconstructies
Hulpconstructies
9a
Evenementen klein
-
Categorie B: o.a. Woodstock, Koningsdag, Smartlappenfestival, tentfeesten
Tenten, tribunes en podia
9b
Evenementen groot
-
Categorie C: Appelpop, Fruitcorso
Tenten, stellages, tribunes en podia
3.2 Tabellen toetsing constructieve toets
TABEL 3: TOELICHTING TOETSNIVEAUS AANVRAGEN MET BIJBEHORENDE WERKZAAMHEDEN
Toetsniveau
Toelichting werkzaamheden toetsniveau
0
Geen constructieve toetsing
1
Betrouwbaarheid en volledigheid
•Zijn de ontvangen documenten van een organisatie die over het algemeen goed werk verricht?
•Controleren of voldoende samenhang is tussen de verstrekte gegeven en verder alleen administratief afhandelen.
2
Niveau 1 + globaal op hoofdlijnen toetsen
1Controles uitvoeren, zoals bij toetsniveau 1.
2Controleren of de uitgangspunten kloppen en dat de dimensies op tekeningen en uitkomsten in de berekeningen voldoen aan eigen verwachtingen zonder de onderbouwing inhoudelijk te toetsen. Controleren of geen belangrijke zaken ontbreken.
3
Niveau 2 + belangrijke representatieve onderdelen inhoudelijk toetsen
1Controles uitvoeren, zoals bij toetsniveau 1 en 2.
2Belangrijke representatieve en kritische uitwerkingen/details volledig controleren vanuit het tekenwerk en rekenwerk.
3Rekenwerk controleren door middel van een eigen berekening of door stap voor stap de ingediende berekening doorlopen.
4
Niveau 2 + alle representatieve onderdelen inhoudelijk toetsen.
1Controles uitvoeren, zoals bij toetsniveau 1, 2 en 3.
2Alle representatieve onderdelen inhoudelijk volledig controleren vanuit het tekenwerk en rekenwerk.
3Al het rekenwerk controleren door middel van een eigen berekening of door stap voor stap de ingediende berekening doorlopen.
TABEL 2: TOETSNIVEAUS CONSTRUCTIES AANVRAGEN
Nr.
Type project
Stabiliteit
Overige onderdelen
1
Verbouwingen eenvoudig
0
0
2
Bijbehorende bouwwerken eenvoudig
2
1
3
Bijbehorende bouwwerken complexer
3
2
4
Woningen
3
2
5
Woongebouwen
3
3
6
Publiektoegankelijke bouwwerken
3
3
7
Bedrijfsmatige bouwwerken
3
2
8
Bouwwerken geen gebouw zijnde
3
3
9a
Evenementen klein
2
1
9b
Evenementen groot
3
1
Definitie toetsniveaus:
Stabiliteit: algehele stabiliteit en stabiliteit van gevels, stabiliteitsverbindingen en excentrische aansluitingen.
Overige onderdelen: fundering, vloeren, liggers, kolommen, bouwmuren, e.d. (meer de elementen afzonderlijk zonder voortschrijdende instorting).
3.3 Tabellen toetsniveau toezicht
TABEL 4: TOETSNIVEAUS TOEZICHT
Nr.
Bouwwerktype (zie Tabel 1)
1
2
3
4
5
6
7
8
9a
9b
1
Startbespreking (doornemen bouwvergunning, planning en terreininrichting)
Nee
Nee
Nee
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Nee
Ja
2
Bouwplaats inrichting/ hulpconstructies (torenkraan, damwanden, e.d.)
0
0
2
2
2
3
2
2
0
0
3
Peilhoogte
0
0
2
2
2
2
2
2
0
0
4
Uitzetten
0
0
2
2
2
2
2
2
0
0
5
Funderingspalen
0
0
2
2
3
3
3
2
0
0
6
Funderingsconstructie (grondslag, funderingsstroken, vloeren, balken en poeren)
0
0
2
3
3
3
3
3
0
0
7
Kanaalplaten als verdiepingsvloer en dakvloer
0
1
1
1
2
3
2
0
0
0
8
In het werk gestorte (dak)vloeren (gietbouw en breedplaatvloeren)
0
1
1
2
3
3
2
3
0
0
9
Lichte dak- en vloerconstructies, geen hoofddraagconstructie (kapconstructies)
0
1
2
2
2
3
2
0
0
0
10
Grote lichte constructies, wel hoofddraagconstructies (bedrijfshallen, e.d.)
0
2
2
2
2
3
2
2
0
0
11
Vloer dragende wanden, kolommen, balken en lateien
0
2
2
2
3
3
2
3
0
0
12
Niet-vloer dragende wanden, kolommen, balken en lateien
0
1
1
1
1
1
1
1
0
0
13
Tentconstructie, podia, steigerwanden, verankering en ballast
0
0
0
0
0
0
0
0
1
2
14
Rioleringen, hemelwaterafvoeren en noodafvoeren
0
1
1
1
1
2
2
1
0
0
15
Visuele aanblik (maatvoering, materiaalgebruik, kleuren en welstand)
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
16
Trappen, bordessen, balkons en galerijen, inclusief maatvoering
0
1
1
1
2
3
2
0
0
0
17
Vloerafscheidingen en doorvalbeveiligingen
0
1
1
1
2
3
2
0
1
2
18
Brandcompartimenten (scheidingswanden, brandkleppen, e.d.)
1
2
3
1
3
3
3
0
0
0
19
Vluchtwegen (noodverlichting, bordjes, e.d.)
0
1
2
2
2
3
2
0
1
2
20
Installaties m.b.t. brandveiligheid (sprinkler, overdruk, ontruiming, brandmelding, e.d.)
1
2
2
2
3
3
2
0
1
2
21
Ventilatie
1
2
2
3
3
3
3
0
0
0
22
Glas(isolatie)
0
0
2
2
2
2
2
0
0
0
23
Isolatie van (dak)vloeren en wanden
0
1
2
2
2
2
2
0
0
0
24
Geluid
0
0
2
2
2
3
1
0
0
0
25
Overige installaties (elektra, water, verwarming en beveiliging)
0
0
0
2
2
2
2
0
0
0
TABEL 5: TOELICHTING TOETSNIVEAUS TOEZICHT MET BIJBEHORENDE WERKZAAMHEDEN
Toetsniveau
Visueel op hoofdlijnen?
Visueel op detail?
Tekeningen op hoofdlijnen?
Tekeningen op details?
0
Geen toetsing
Nee
Nee
Nee
Nee
1
Betrouwbaarheidstoets; marginaal
Alleen een vluchtige beoordeling op het oog op basis van kennis en ervaring en zonder specifieke projectinformatie
Nee
Nee
Nee
2
Globale toets; beperkte toets
Op hoofdlijnen controleren of de onderdelen plausibel zijn met algemene projectinformatie en zonder inhoudelijke toetsing
Alleen bij twijfel (in dat geval dus opschalen)
Ja
Alleen bij twijfel
3
Representatieve toets
Als bij toetsniveau 2
Alleen de belangrijkste kritische en representatieve details inhoudelijk toetsen. Bij twijfel opschalen
Ja
Ja
4
Integrale toets
Als bij toetsniveau 2
Alle kritische en representatieve details inhoudelijk toetsen
Ja
Ja