Aanhef
Besluit om:
1de parkeernormen uit de Parkeerbijdrageregeling 2010 in te trekken;
2de Nota Parkeernormen Tiel 2022 vast te stellen;
De griffier,
de voorzitter,
BIJLAGE 1: Stedelijke zones
Op de onderstaande kaart zijn de grenzen van de stedelijke zones 'Centrum' en 'Schil/overloopgebied' aangegeven. Alle overige gebieden (zowel op de kaart als daarbuiten) vallen onder de stedelijke zones 'Rest bebouwde kom' en “Buitengebied”.
BIJLAGE 3: opstellen parkeerbalans
Met een parkeerbalans wordt onderzocht of een gecombineerd gebruik van parkeerplaatsen mogelijk is. Vaak blijkt dat het niet noodzakelijk is om in een gebied de som van de vraag naar parkeerplaatsen van de afzonderlijke functies aan te leggen, doch slechts een deel ervan.
De mogelijkheid tot gecombineerd gebruik binnen een gebied hangt af van de mate van openbaarheid, de locatie van de parkeervoorzieningen en de loopafstanden naar de bestemming.
Met een parkeerbalans kan zowel de huidige als een toekomstige situatie worden berekend. Hierna wordt uitgelegd hoe een parkeerbalans tot stand komt.
Stap 1 afbakening van het gebied waarvoor de parkeerbalans wordt opgesteld
Het gebied waarvoor de parkeerbalans wordt opgesteld, vormt uit het oogpunt van parkeren een geografische eenheid. Meestal is dit de ontwikkellocatie waarvoor een omgevingsvergunning wordt aangevraagd of het gebied binnen een straal van hemelsbreed 400 meter (centrum) of 200 meter (overige gebieden) vanaf de ontwikkellocatie. De gebiedsafbakening kan ook op basis van functionele kenmerken worden bepaald, zoals een woongebied, het centrumgebied, een scholencluster of een bedrijventerrein.
Stap 2 definiëren onderzoeksgebied
De locatie binnen de gemeente, zoals is benoemd in bijlage 1, is bepalend voor de keuze welke parkeernorm toegepast moeten worden. De parkeernormen zijn opgenomen in hoofdstuk 4.
Stap 3 inventarisatie parkeervraag en -aanbod
Het vereiste aantal parkeerplaatsen in het onderzoeksgebied wordt berekend op basis van:
•de aanwezige of nog te realiseren functies zoals zijn opgenomen in hoofdstuk 4
•het huidig aantal en/of de geplande parkeerplaatsen. Hierbij dient ook rekening te worden gehouden met parkeren op eigen terrein.
De mate van openbaarheid van het parkeeraanbod is belangrijk voor gecombineerd gebruik.
Hoe meer parkeerplaatsen er zijn op eigen terrein bij woningen, hoe minder gecombineerd gebruik mogelijk is. Vergunningplaatsen of parkeerplaatsen bij bijvoorbeeld kantoren kunnen gedurende bepaalde perioden eventueel wel voor andere functies worden gebruikt.
Parkeerplaatsen die niet openbaar toegankelijk zijn, worden in de parkeerbalans opgenomen als zijnde continu bezet (aanwezigheidspercentage in alle perioden 100%).
Stap 4 berekening benodigd aantal parkeerplaatsen
Met behulp van de parkeernormen uit hoofdstuk 4 en de aanwezigheidspercentages voor gecombineerd gebruik uit hoofdstuk 5, kan de parkeervraag per periode bepaald worden. De
aanwezigheidspercentages worden toegepast wanneer minimaal twee functies gebruik kunnen maken van dezelfde parkeervoorzieningen.
Op bepaalde momenten van de dag zal tussen bepaalde functies onderling frictie ontstaan. Met de verruimde openingstijden van winkels is bijvoorbeeld frictie ontstaan tussen de winkelbezoekers en de van het werk terugkerende bewoners.
De einduitkomst van de berekende parkeerbalans wordt naar boven afgerond op hele aantallen parkeerplaatsen. De afgeronde parkeerbalans wordt in de omgevingsvergunning opgenomen als de gemeentelijke parkeereis.
Stap 5 bepalen van (on)balans en vormen van nieuw beleid
De verhouding tussen parkeervraag en -aanbod geeft aan of in een bepaald gebied het parkeren in balans is. Is dit niet het geval, dan dient (bij ruimtelijke ontwikkelingen) het ruimtelijke programma te worden aangepast en/of dienen meer parkeerplaatsen te worden aangelegd.
Is aanpassing van het programma en/of de parkeercapaciteit niet mogelijk, dan kunnen de volgende oplossingen worden onderzocht:
-opvangen parkeervraag in aangrenzende gebieden, rekening houdend met acceptabele loopafstanden;
-opvangen parkeervraag met behulp van parkeren op afstand (park&ride, transferia);
-instellen of aanscherpen parkeerregulering;
-creëren van meer parkeeraanbod door middel van intensiveren gecombineerd gebruik.
In die gevallen is de vigerende Parkeerbijdrageregeling Tiel van toepassing.
BIJLAGE 4: Mobiliteitsplan
Het mobiliteitsplan geeft initiatiefnemers de mogelijkheid om gemotiveerd af te wijken van de geldende parkeernormen. In het mobiliteitsplan kunnen initiatiefnemers aangeven hoe zij de mobiliteit van hun gebruikers willen gaan organiseren. Hiermee denken ontwikkelaars beter na over de bereikbaarheid van hun beoogde ontwikkeling, hetgeen ten goede komt van de toekomstige gebruikers. Met dit mobiliteitsplan kunnen ontwikkelaars een maximale reductie op de parkeerbalans “verdienen” van 25% van de totale parkeereis voor de auto. De opbouw van deze reductie en hoe deze wordt toegekend is nader uitgelegd in deze bijlage.
Maatregel
Reductie Wonen
Reductie overige functies
Fietsvoorzieningen
15%
15%
Deelauto/ -fiets
25%
25%
Doelgroep
20%
-
Openbaar Vervoer
20%
20%
Bedrijfsplan mobiliteit
-
20%
Parkeren op afstand met laadinfrastructuur
20%
20%
Totaal
100% *
100% *
* De opbouw van het mobiliteitsplan vormt 100% van de maximale reductie (=25% van de parkeerbehoefte voor de auto na de correctie dubbelgebruik [bijlage 1]).
Fietsvoorzieningen
Tiel is een fietsstad, daarom willen wij het fietsgebruik van en naar de stad verder stimuleren. Een belangrijk onderdeel hiervan is om de fiets een volwaardige plaats te geven bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Om deze reden wordt veel waarde gehecht aan de realisatie van fietsvoorzieningen zoals beschreven in deze notitie parkeernormen. De reductie fietsvoorzieningen wordt toegewezen als voldaan is aan de normen, maatvoering en kwaliteitseisen voor fietsparkeervoorzieningen.
Deelauto / -fiets
De deelauto / -fietsvoorziening dient op een zichtbare plek gesitueerd te worden binnen het plangebied, het liefst zo dicht mogelijk bij de ingang van het gebouw. Deze zichtbaarheid is noodzakelijk om het deelauto / -fiets systeem succesvol te maken. De ontwikkelaar dient zich financieel in te zetten voor de realisatie van een deelauto / -fiets systeem en er moet duidelijk naar de (toekomstige) bewoners gecommuniceerd worden over deze mogelijkheid. Deze optie kan alleen gerealiseerd worden bij grootschalige ontwikkelingen met (in potentie) veel gebruikers. Het delen van voertuigen/fietsen dient te passen bij de gedachtegang van de beoogde doelgroep. Een deelauto vervangt gemiddeld vijf particuliere auto’s.
Indien een initiatiefnemer een deelauto / -fiets systeem wil gaan realiseren, is het van belang dat er een goede borging is. Dit betekent dat deelauto’s / -fietsen ten alle tijden worden aangeboden na oplevering van de ruimtelijke ontwikkeling. De borging en de daaraan gestelde voorwaarden worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente. Na overeenstemming en ondertekening van de overeenkomst wordt de reductie deelauto / -fiets toegekend.
Openbaar vervoer
Openbaar vervoer (OV) kan een alternatieve vervoerwijze zijn voor de bewoners en bezoekers van de beoogde functies in het plangebied. Om het een volwaardig alternatief te laten zijn zal het plangebied in de buurt van de OV voorzieningen moeten liggen. Voor de bus geldt dat de halte binnen een werkelijke afstand van 400 meter van het plangebied moet liggen. Een bushalte waar alleen een buurtbus stopt telt niet mee als alternatieve vervoerswijze, omdat de frequentie en het aanbod onvoldoende is om als volwaardig alternatief te fungeren. Voor de trein geldt dat het station binnen een werkelijke afstand van 1.000 meter vanaf een sprinterstation, 1.500 meter vanaf een station dat een knooppunt is van sprinter en bus, en 2.500 meter vanaf een intercity station van het plangebied moet liggen. Als dit het geval is wordt de reductie openbaar vervoer toegewezen.
Doelgroep
Het beschrijven van de doelgroepen helpt een inschatting te maken van de verkeersstromen van en naar het plangebied. Ouderen hebben over het algemeen vaker een auto dan jongeren. Mensen die zware zorg nodig hebben zullen geen auto in het bezit hebben. Scholieren en studenten zullen over het algemeen met de fiets of het openbaar vervoer naar school reizen. Rekening houden met de verschillende karakteristieken van de doelgroep maakt maatwerk per ontwikkeling mogelijk. De reductie doelgroep wordt toegekend als sprake is van een doelgroep waar een lager autobezit/-gebruik van toepassing is.
Bedrijfsplan mobiliteit
Een bedrijf kan zelf een mobiliteitsplan hebben waarin mobiliteitsbeleid en/of arbeidsvoorwaarden voor de medewerkers is geregeld. Hierin staat beschreven welke vervoerswijzen worden gestimuleerd, welke mogelijkheden medewerkers hebben om anders dan met de auto te reizen, vergoedingen voor OV/fiets of fiscale voordelen bij de aanschaf van een e-bike of een ov-abonnement. Met andere woorden: de visie en maatregelen van het bedrijf om duurzame vormen van mobiliteit te stimuleren. Indien dit het geval is zal de reductie bedrijfsplan mobiliteit worden toegekend.
Parkeren op afstand
Het realiseren/organiseren van parkeren op afstand voor auto’s van gebruikers kan een bijdrage leveren om andere vervoerswijzen te promoten. Toekomstige gebruikers zullen overwegen om een reis lopend, fietsend of met het OV af te leggen omdat dergelijke voorzieningen dichterbij zijn. In bijlage 6 staan de uitgangspunten voor de gewenste maximale loopafstand.
Parkeren op afstand is alleen mogelijk bij grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen met een grote oppervlakte, in gebieden waar een overschot is aan parkeerplaatsen, of waar het parkeren in grootschalige parkeervoorzieningen is georganiseerd (al dan niet gereguleerd). De reductie parkeren op afstand wordt toegekend als voorgenoemde het geval is en voorzieningen voor alle andere vervoerswijzen (voetganger, fiets, OV) dichter bij aanwezig zijn dan het parkeren voor auto’s.
Toetsing
Om ervoor te zorgen dat het mobiliteitsplan wordt getoetst en uitgevoerd, zal gebruik gemaakt worden van de volgende toetsingscriteria:
1Reductie wordt alleen toegekend als een initiatiefnemer een mobiliteitsplan indient bij de aanvraag en voldoet aan de toekenningscriteria om daarmee gemotiveerd af te wijken van de notitie parkeernormen. De hoogte van de reductie wordt bepaald op basis van de toekenningscriteria, zoals beschreven in hoofdstuk 6: Mobiliteitsplan;
2Zowel het ontwerp als het bijgevoegde mobiliteitsplan dienen met elkaar overeen te komen;
3De voorgestelde maatregelen in het mobiliteitsplan zijn achteraf meetbaar;
4De voorgestelde maatregelen in het mobiliteitsplan dienen geborgd te worden door de initiatiefnemer;
5De initiatiefnemer dient de maatregelen in het mobiliteitsplan te realiseren binnen de daarin aangegeven afgesproken termijnen.
Niet nakomen van de afspraken
Als blijkt dat na de oplevering van een plan een initiatiefnemer de toegezegde maatregelen in het mobiliteitsplan niet heeft uitgevoerd dan is de gemeente Tiel bevoegd om handhavend op te treden.