Gemeentelijke regelgeving

Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Tiel houdende regels van orde Stadsbouwmeester (Reglement van Orde Stadsbouwmeester Tiel 2019)

Gemeente Tiel · geldt sinds 6 december 2019

Aanhef

De gemeenteraad van Tiel heeft op16 oktober 2019 vastgesteld:

Het Reglement van Orde Stadsbouwmeester Tiel 2019

Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

1Stadsbouwmeester: Stadsbouwmeester als bedoeld in artikel 8, vijfde lid van de Woningwet.

2Welstandsadvies: Het advies dat betrekking heeft op de welstandsaspecten van een aanvraag voor het bouwen van een bouwwerk als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, sub a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) of van een aanvraag voor vergunning van een handelsreclame op of aan een onroerende zaak als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, sub h van de Wabo. De stadsbouwmeester baseert haar advies op de in de welstandsnota genoemde welstandscriteria. In het raadsbesluit van 15 maart 2010 tot het vaststellen van de Welstandsnota Tiel 2010 is aangegeven wanneer een bouwwerk, naast de in het Besluit Omgevingsrecht (BOR) bouwwerken aangegeven gevallen, welstandsvrij is.

3Reglement: Reglement van Orde Stadsbouwmeester Tiel 2019. Dit Reglement behoort bij en maakt onderdeel uit van de Bouwverordening Tiel, uitsluitend indien en voor zover hierin de samenstelling, de werkwijze en de inrichting is geregeld.

4Het college: het college van burgemeester en wethouders

Hoofdstuk 2 Stadsbouwmeester

Artikel 2.1 Taakomschrijving

1De stadsbouwmeester heeft tot taak op verzoek het college aan haar:

a) Welstandsadvies uit te brengen over omgevingsvergunningaanvragen met de activiteit bouwen als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

b) Vooroverleg welstandsadvies te voeren over principe aanvragen betreffende bouwplannen (het zogenaamde vooroverleg);

c) Het college te voorzien van advies zoals bedoeld is het Reglement van Orde Monumentencommissie 2019 en opeenvolgende reglementen als onderdeel van deze commissie;

d) Het jaarverslag op te stellen als bedoeld in artikel 12b, lid 3 Woningwet.

2De stadsbouwmeester denkt gevraagd en ongevraagd mee over ruimtelijk beleid en beleidsontwikkelingen, zoals ruimtelijke plannen en voorwaarden. Het betreft meedenken over ruimtelijke plannen op het gebied van welstandszorg, monumentenzorg, archeologie, cultuurhistorie, architectuur, stedenbouw, landschapsarchitectuur en openbare ruimte, indien en voor zover een en ander wezenlijke gevolgen heeft voor de ruimtelijke en visuele kwaliteit van het stadsbeeld.

Artikel 2.2 Functieprofiel stadsbouwmeester

1De stadsbouwmeester beschikt over uitstekende communicatieve vaardigheden, is een bruggenbouwer, gericht op het bereiken van consensus en heeft een uitstekend gevoel voor maatschappelijke en bestuurlijke verhoudingen.

2De stadbouwmeester is onafhankelijk van lokale politiek, het gemeentelijke bestuur, de ambtelijke organisatie en van belanghebbende partijen bij de te bespreken plannen en de advisering daarover.

3De stadsbouwmeester heeft ruimschoots kennis van zaken op het gebied van architectuur, stedenbouw en landschapsarchitectuur en minimaal 5 jaar relevante werkervaring op het gebied van architectuur en heeft affiniteit met cultuurhistorie.

4De stadsbouwmeester is bereid de gemeente binnen een half jaar goed te leren kennen, communiceert helder en overtuigend en kan vaktermen begrijpelijk maken voor leken.

Artikel 2.3 Benoeming en zittingsduur

1De stadsbouwmeester wordt door het college benoemd en ontslagen.

2De stadsbouwmeester kan ten hoogste voor een termijn van twee jaar worden benoemd. Hij/zij kan worden herbenoemd voor een volgende periode van ten hoogste 4 jaar.

3Een vertegenwoordiger van de gemeenteraad en de portefeuillehouder uit het college maken in ieder geval deel uit van een door het college in te stellen sollicitatie- en selectiecommissie.

4Bij langdurige uitval van de stadsbouwmeester kan een tijdelijke vervanging worden aangetrokken.

5Door of namens het college vindt er jaarlijks, vóór 1 april, een evaluatiegesprek plaats met de stadsbouwmeester over het functioneren van de stadsbouwmeester in het voorgaande jaar. In het eerste jaar van zitting vindt dit gesprek in november van dat jaar en op basis van de ervaringen van dat jaar tot dan toe plaats.

Artikel 2.4 Ambtelijke ondersteuning stadsbouwmeester

1Het college voorziet in ambtelijke ondersteuning die in nauw overleg met de stadsbouwmeester belast is met de organisatie van de openbare vergadering van de stadsbouwmeester waaronder de facilitaire ondersteuning.

2De ambtelijke ondersteuning ziet er op toe dat de voorliggende plannen voldoende zijn gedocumenteerd en toegelicht voor de advisering door de stadsbouwmeester. Alle bouwplannen die aan de stadsbouwmeester worden voorgelegd zijn voorzien van een ambtelijk advies, bestaande uit een stedenbouwkundige toets (bestemmingsplan) en, voor zover van toepassing overige relevante informatie. Zonder dit advies worden bouwplannen niet behandeld door de stadsbouwmeester.

3De ambtelijke ondersteuning verzorgt de administratieve voorbereiding van de vergadering en de verwerking van de adviezen.

Hoofdstuk 3 Werkwijze en wijze van adviseren

Artikel 3.1 Werkwijze

De stadsbouwmeester regelt zijn wijze van werken met inachtneming van de bepalingen van dit reglement en in overleg met de ambtelijke ondersteuning.

Artikel 3.2 Openbaarheid van vergaderen en mondelinge toelichting

1De vergadering over de onder artikel 2.1 lid 1 omschreven taken door de stadsbouwmeester is openbaar.

2De vergadering over de onder artikel 2.1 lid 2 omschreven taak is niet openbaar tenzij door het college anders is bepaald.

3Het openbaar deel van de agenda wordt tijdig digitaal bekend gemaakt.

4Op het door de aanvrager gedane schriftelijke verzoek wordt de aanvrager door de stadsbouwmeester in de vergadering waarin de aanvraag wordt behandeld in de gelegenheid gesteld tot het geven van een mondelinge toelichting op de aanvraag.

5De vergadering kent geen ander spreekrecht dan het in dit artikel vervatte.

Artikel 3.3 Termijn van advisering

1De stadsbouwmeester brengt het advies uit binnen vier weken nadat hierom door of namens het college is verzocht.

2Door of namens het college kan - in het verzoek om advies - de stadsbouwmeester een kortere of langere termijn worden gegeven voor het uitbrengen van het advies dan de termijn genoemd in het voornoemde eerste lid.

Artikel 3.4 Vorm waarin het advies wordt uitgebracht

1De stadsbouwmeester adviseert schriftelijk, per plan afzonderlijk. Het advies is gemotiveerd en omvat:

a.een korte omschrijving van het ingediende plan;

b.een verwijzing naar de van toepassing zijnde welstandscriteria, opgestelde nadere eisen, dan wel randvoorwaarden;

c.een samenvatting van de beoordeling van het plan op genoemde punten.

2De uitkomst van het advies kan zijn:

a.akkoord;

b.niet-akkoord;

c.aanhouden en vooralsnog niet akkoord; De stadsbouwmeester kan het advies aanhouden - waarbij door de ambtelijke ondersteuning wordt aangegeven of en hoelang dit mogelijk is binnen de resterende vergunningstermijn - wanneer meer informatie of een toelichting van de ontwerper of enig adviesorgaan nodig is.

d.akkoord onder voorwaarden bij een advies betreffende plannen die in vooroverleg worden behandeld.

3De stadsbouwmeester kan, ingeval van een positief advies, de aanvrager attenderen op zaken die het plan op een (nog) hoger niveau kunnen tillen. Deze suggesties staan los van het (welstands-)advies zelf.

4Zodra het advies is uitgebracht, wordt door of namens het college:

a.het advies gevoegd bij de aanvraag en bij de beoordeling betrokken;

b.een afschrift van het advies verzonden aan de aanvrager.

5Bij het vooroverleg, als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid letter b, kan maximaal drie keer een wijziging van het (bouw-) plan aan de stadsbouwmeester worden voorgelegd.

6Een aanvraag om vooroverleg als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid letter b moet worden gedaan via een door of namens het college opgesteld vooroverlegformulier inclusief de in het vooroverlegformulier vereiste bescheiden.

Artikel 3.5 Samenwerking Stadsbouwmeester met (externe) Kunstadviseur

De samenwerking met de kunstadviseur vindt plaats bij kunsttoepassing in de openbare ruimte, conform het in de bijlage opgenomen protocol (bijlage 1).

Artikel 3.6 Afwijken van het welstandsadvies en/of –criteria

1Het college heeft de wettelijke mogelijkheid om ook op andere gronden dan welstandsgronden af te wijken van een welstandsadvies. De redenen van afwijking moeten bij de bekendmaking van het besluit worden vermeld.

2Het college kan, eventueel op advies van de stadsbouwmeester, gemotiveerd (op welstandsgronden) afwijken van de welstandscriteria. Dat kan bij plannen die niet voldoen aan de vastgelegde criteria maar wel voldoen aan redelijke eisen van welstand. Het college verwijst in dat geval naar de algemene criteria in de welstandsnota.

Hoofdstuk 4 Jaarlijkse verantwoording en slotbepaling

Artikel 4.1 Jaarverslag stadsbouwmeester

1De stadsbouwmeester stelt jaarlijks, vóór 1 mei, het verslag op van het voorafgaande jaar voor de gemeenteraad zoals bedoeld in artikel 2.1 eerste lid onder d, waarin ten minste aan de orde komen:

a.op welke wijze toepassing is gegeven aan de welstandscriteria in de welstandsnota en overige beleidsregels;

b.de werkwijze van de stadsbouwmeester;

c.op welke wijze uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen;

d.een overzicht van de verstrekte adviezen op de wijze waarop uitvoering is gegeven aan artikel 3.4;

e.een korte beschouwing van de belangrijkste bouwplannen;

f.een beschouwing van de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen en de rol van de stadsbouwmeester daarin.

2In het jaarverslag kunnen aanbevelingen worden gedaan ten aanzien van het gemeentelijk ruimtelijk en visuele kwaliteitsbeleid in het algemeen en de aanpassing van de gemeentelijke welstandsnota in het bijzonder.

3De stadsbouwmeester houdt gedurende het verslagjaar een logboek bij waarin de onder lid 1 en 2 bedoelde onderwerpen worden aangetekend.

4De stadsbouwmeester baseert zijn verslag op het logboek zoals bedoeld in het voorgaande lid en het evaluatiegesprek als bedoeld in artikel 2.4 lid 4.

Artikel 4.2 Jaarlijkse rapportage college

1Het college stelt jaarlijks, vóór 1 juli, een verslag op voor de gemeenteraad over de wijze waarop zij met het welstandsbeleid is omgegaan. In de rapportage komt ten minste aan de orde:

a.op welke wijze het college omgegaan met de in het verslag van de stadsbouwmeester aangegeven (evaluatie van) welstandsadviezen zoals bedoeld in artikel 4.1 eerste lid. In gevallen waarin het college het advies van de stadsbouwmeester niet heeft overgenomen wordt de reden om af te wijken gemotiveerd onderbouwd;

b.op welke wijze is omgegaan met de openbaarheid van vergaderen;

c.op welke wijze het college adviseert om te gaan met de in het verslag van de stadsbouwmeester aangegeven aanbevelingen zoals bedoeld in artikel 4.1 tweede lid;

d.de werkwijze en het functioneren van de stadsbouwmeester.

2Door of namens het college wordt gedurende het verslagjaar een logboek bijgehouden waarin de onder lid 1 bedoelde onderwerpen worden aangetekend.

3Het college baseert haar rapportage op het jaarverslag van de stadsbouwmeester als bedoeld in artikel 4.1, het logboek als bedoeld in het voorgaande lid en het evaluatiegesprek als bedoeld in artikel 2.4 lid 4. Ook reageren zij op de door de stadsbouwmeester gegeven aanbevelingen als in artikel 4.2 lid 1 onder c van het Reglement van Orde Monumentencommissie 2019.

Artikel 4.3 Citeertitel

Dit Reglement kan worden aangehaald als:

“Reglement van Orde Stadsbouwmeester Tiel 2019”

Artikel 4.4 Inwerkingtreding

Het Reglement van Orde Stadsbouwmeester Tiel 2019 treedt in werking op de dag nadat de raad het Reglement heeft vastgesteld.

Bijlage 1. PROTOCOL Afstemming adviezen Stadsbouwmeester Tiel en Kunstadviseur.

(Behorend bij Reglement van Orde Stadsbouwmeester Tiel 2019)

1In veruit de meeste gevallen is voor het realiseren van beeldende kunst in de openbare ruimte van Tiel een omgevingsvergunning nodig. Wettelijk is bepaald wanneer een bouwwerk/kunstwerk vergunningvrij is. Het omgevingsloket van de gemeente Tiel kan bij twijfel hierover uitsluitsel geven.

2Indien de kunstadviseur op de hoogte wordt gesteld van voorstellen van particulieren of organisaties om een of meerdere kunstwerken in de openbare ruimte te realiseren, dan wijst deze op de noodzaak om een omgevingsvergunning aan te vragen of om bij twijfel daarover in contact te treden met het omgevingsloket van de gemeente Tiel.

3Voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning zijn twee procedures voorzien: het vooroverleg en het formele vergunningstraject.

-Het vooroverleg dient om mogelijke problemen die zich bij de realisatie van de plannen kunnen voordoen tijdig te signaleren in een stadium waarin nog aanpassing mogelijk is.

-Het formele vergunningstraject echter kent dwingende termijnen en mondt uit in een besluit.

4Omdat kunstwerken, meer nog dan andere bouwwerken, discussie kunnen oproepen, wordt dringend geadviseerd om voor kunstwerken altijd gebruik te maken van het vooroverleg.

5Door de gemeente Tiel wordt een advies van de kunstadviseur ingewonnen, alvorens een plan aan de Stadsbouwmeester wordt voorgelegd. Een kunstadviseur wordt in de gelegenheid gesteld het advies te komen toelichten in de zitting van de Stadsbouwmeester.

6De toetsing door de Stadsbouwmeester vindt plaats aan de hand van de welstandscriteria uit de Welstandsnota Tiel 2010 en opvolgende nota’s en niet op artistieke connotaties.

7De kunstadviseur wordt ingeroepen bij opdrachten die een waarde van €25.000,- overstijgen.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.