Gemeentelijke regelgeving

Woonvisie gemeente Tholen 2021-2026

Gemeente Tholen · geldt sinds 26 oktober 2021

Aanhef

De raad van de gemeente Tholen;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 7 september 2021:

b e s l u i t :

De Woonvisie 2021-2026 inclusief bijlagen vast te stellen.

Voorwoord

In gemeente Tholen is het goed wonen. Rust, ruimte en gemeenschapszin zijn belangrijke waarden. Tegelijkertijd ligt de gemeente centraal, vlakbij Bergen op Zoom en op korte afstand van Antwerpen, Rotterdam en Goes. Dit maakt ons een aantrekkelijke woongemeente.

Elke kern is uniek en heeft haar eigen karakteristieke kenmerken en kwaliteiten. We willen dat de gemeente als geheel een aantrekkelijk woongebied is en blijft, zowel voor onze huidige inwoners als voor toekomstige nieuwe inwoners. Onze inwoners moeten goed kunnen wonen in een prettige en veilige omgeving.

Goed wonen en leven vraagt veel inzet. Niet alle woningen hebben naar de toekomst gezien de juiste kwaliteit. Daarnaast zijn er ook andere woningen nodig, onder andere omdat we te maken hebben met een toenemende vergrijzing. We zetten met ons woonbeleid dan ook in op het waarborgen van de kwaliteit van de bestaande woningen en het toevoegen van kwaliteit door aantrekkelijke en gevarieerde nieuwbouw. Daarbij zetten we ons in om de behoefte en het aanbod in aantallen en type woning op elkaar af te stemmen.

Onze gemeente groeit en ook wij hebben te maken met een toenemende druk op de woningmarkt. Het voorzien in de woonbehoefte vraagt flexibiliteit, creativiteit en het denken in kansen. We nodigen inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties dan ook uit om samen met ons aan de slag te gaan.

Het college van burgemeester en wethouders,

Gemeente Tholen

Inleiding

Onze ambitie is dat Tholen een fijne gemeente blijft om in te wonen, voor onze huidige inwoners en voor mensen die zich hier willen vestigen. De woonvisie geeft weer waar gemeente Tholen zich de komende jaren op wil richten op het gebied van wonen. In de woonvisie benoemen we acties en maatregelen die we samen met inwoners en onze partners op gaan pakken op het gebied van wonen voor de periode tot en met 2026. De visie geeft de kaders aan waarbinnen we onze ambities gaan realiseren. De woonvisie legt daarnaast de basis voor de prestatieafspraken met woningcorporatie Stadlander en haar huurders.

Terugblik woonvisie 2017-2021

Sinds het opstellen van de woonvisie 2017-2021 is er veel veranderd op het gebied van wonen. De druk op de woningmarkt is landelijk gezien sterk toegenomen en ook in gemeente Tholen zijn de gevolgen hiervan te merken. Daarnaast zijn door de coronacrisis veel mensen thuis gaan werken, waardoor de woon-werkafstand mogelijk als minder relevant kan worden gezien. Beide ontwikkelingen kunnen invloed hebben op het aantal mensen dat gemeente Tholen als aantrekkelijke gemeente ziet om te wonen. De langetermijneffecten van de coronacrisis zijn op dit moment echter nog erg onvoorspelbaar, waardoor de invloed hiervan op de woningmarkt nog onbekend is. De energietransitie en de verduurzamingsopgave zijn de afgelopen jaren nog hoger op de agenda komen te staan. Verder vraagt door de toenemende vergrijzing een passend woningaanbod voor ouderen steeds meer aandacht. In de nieuwe woonvisie spelen we in op deze ontwikkelingen. We werken daarbij vanuit de volgende uitgangspunten:

•We verwachten op korte en middellange termijn te groeien, maar hebben wel te maken met vergrijzing;

•We realiseren ons dat het grootste deel van de huidige woningen er over tientallen jaren nog steeds staat. Deze woningen moeten dus toekomstbestendig zijn.

Ambitie

Elke kern in gemeente Tholen is uniek en heeft eigen karakteristieke kenmerken en kwaliteiten. We willen dat onze gemeente als geheel een aantrekkelijk woongebied is en blijft, zowel voor onze huidige inwoners als voor mensen van buiten de gemeente. Daarom zetten we in op het behouden en versterken van de bestaande (woon)kwaliteiten in de kernen en het buitengebied. We streven naar een woningvoorraad die divers, betaalbaar en duurzaam is, passend bij de huidige en toekomstige woonbehoefte van onze inwoners. We zetten hierbij in op de volgende speerpunten:

•We brengen de kwaliteit van de bestaande woningen omhoog. Hiervoor stimuleren we woningeigenaren om hun woning te verbeteren. We zetten hierbij extra in op het verduurzamen en het levensloopbestendig maken van woningen. Ditzelfde geldt ook voor de renovatie van corporatiewoningen;

•We zorgen met aantrekkelijke en gevarieerde nieuwbouw voor woningen die passen bij de behoefte van onze (nieuwe) inwoners. We zetten ons hierbij vooral in op bouwen voor doorstroming;

•We zetten in op een betaalbare en beschikbare woningvoorraad voor alle doelgroepen, waarbij we inzetten op een balans in vraag en aanbod in de sociale huursector en aandacht hebben voor de beschikbaarheid van woningen voor middeninkomens.

Adaptief beleid

Het nieuwe beleid is gebaseerd op trends en ontwikkelingen, maar tegelijkertijd houden we rekening met de onzekerheden in de maatschappij. De ontwikkeling van de bevolking door geboorte en sterfte is redelijk goed voorspelbaar, maar dit geldt niet voor de invloed van migratiestromen. Daarnaast zijn factoren als economische groei, regelgeving in de sociale huur en consumentenvertrouwen van invloed op de woningmarkt. We gaan daarom uit van adaptief beleid. Dit betekent dat beleid kan worden aangepast op basis van nieuwe inzichten en ontwikkelingen. We zijn ons hierbij er wel van bewust dat een woning een statisch ‘product’ is en dat woningen meestal voor minimaal 50 jaar worden gebouwd.

Monitoring en onderzoek

Om in te spelen op nieuwe trends en ontwikkelingsruimte is flexibiliteit in het beleid belangrijk. Daarnaast houden we grip op ontwikkelingen door de volgende zaken te monitoren:

•We voeren in ieder geval eens in de drie jaar een woningmarktonderzoek uit, waarbij we aansluiting zoeken bij de woningmarktonderzoeken die gehouden worden in West-Brabant en Zeeland;

•We actualiseren jaarlijks de woningbouwplanning waarbij we terugblikken op hoeveel en welke woningen er het afgelopen jaar zijn gerealiseerd en vooruitblikken op het planaanbod voor de komende 10 jaar in kwantitatieve en kwalitatieve zin;

•We werken eens in de drie jaar mee aan het Leefbaarheidsonderzoek Lemon.

Het lokale woonbeleid kan worden bijgesteld als nieuwe onderzoeken en inzichten hier aanleiding voor geven.

We werken samen

Het woonbeleid kan alleen in samenwerking met andere partijen worden ontwikkeld en uitgevoerd. Voor het aanbod in de sociale huur is woningcorporatie Stadlander de centrale partner. Daarnaast spelen bewoners, makelaars, ontwikkelaars, werkgevers, zorg- en welzijnsaanbieders en belangenorganisaties een rol bij het woonbeleid. Tijdens een bijeenkomst en door middel van een enquête hebben we dan ook input voor de woonvisie bij hen opgehaald en dit meegenomen in het opstellen van de visie.

Kaders

1. Europees en Landelijk

1.1 Herziene woningwet

Sinds 1 juli 2015 is de herziene Woningwet (en het daaronder liggende Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting 2015) van kracht. Als gevolg hiervan is de rol van de gemeente veranderd en heeft de gemeente meer invloed gekregen op de werkzaamheden van de woningcorporatie die in een gemeente actief is. De Woningwet benadrukt het belang van het maken van een actuele woonvisie waarin het volkshuisvestelijk beleid is opgenomen. Het vormt ook de basis voor prestatieafspraken met de woningcorporatie. In juli 2021 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel ‘Wijziging van de Woningwet naar aanleiding van de evaluatie van de herziene Woningwet’ aangenomen. Deze wet treedt waarschijnlijk in 2022 in werking. Op basis van deze wetswijziging wordt het opstellen van een woonvisie door gemeenten een verplichting.

1.2 Passend toewijzen

Als gevolg van de Woningwet moeten woningcorporaties hun vrijkomende sociale huurwoningen passend toewijzen. Dat wil zeggen dat 95% van de huishoudens met recht op huurtoeslag een woning krijgt toegewezen met een huur onder de aftoppingsgrens. Vanwege toetsing op inkomens kunnen veel doelgroepen niet meer in een sociale huurwoning terecht. Dit zijn de (lage) middeninkomens. Deze huishoudens vallen soms tussen wal en schip.

1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking

De Ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 opgenomen als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en in 2017 aangepast. Overheden moeten op grond van het Bro elke nieuwe stedelijke ontwikkeling motiveren aan de hand van de Ladder. Alle nieuwbouwplannen die nog niet in een geldend bestemmingsplan zijn geborgd, moeten ruimtelijk worden onderbouwd en de kwantitatieve en kwalitatieve vraag voor deze woningen moet worden aangetoond.

1.4 Parijs en Klimaatakkoord

Op het vlak van duurzaamheid is de volgende wetgeving en regelgeving relevant:

•Het Klimaatakkoord als onderdeel van het Nederlandse klimaatbeleid. Dit is een overeenkomst tussen veel organisaties en bedrijven in Nederland om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Het doel: de CO2-uitstoot in 2030 met 49% verminderen;

•Elke gemeente moet voor eind 2021 een Transitievisie Warmte vaststellen. Een transitievisie warmte is een beleidsdocument dat een eerste richting geeft aan de aanpak van het isoleren en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving;

•Het interbestuurlijk programma (IBP) over energie biedt handvatten voor regio’s voor het opstellen van een regionale energiestrategie. Zeeland heeft deze energiestrategie in maart 2020 vastgesteld;

•In 2021 wordt de Klimaatadaptatiestrategie Zeeland ter goedkeuring aangeboden aan de Zeeuwse gemeenten.

1.5 Omgevingswet en omgevingsvisie

Naar verwachting treedt in 2022 de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet bundelt en moderniseert wetten voor de leefomgeving. Op grond van de Omgevingswet zijn gemeenten verplicht om een Omgevingsvisie vast te stellen. De Omgevingsvisie is een strategische visie voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving. In lijn met de ambities van de Omgevingsvisie willen we met de woonvisie borgen dat we voldoende kwalitatief goede, levensloopbestendige, energiezuinige en betaalbare woningen hebben voor zowel eigen- als voor nieuwe inwoners. De woonvisie zal op hoofdlijnen geïntegreerd worden in de Omgevingsvisie.

1.6 Woonwagen- en standplaatsenbeleid

Gemeenten zijn verplicht om uitvoering te geven aan het Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid, opgesteld door de Rijksoverheid. De kern van de gerechtelijke uitspraken van onder meer het Europees Hof voor de Rechten van de Mens die ten grondslag liggen aan het beleidskader zijn: Het beschermen van woonwagenbewoners tegen discriminatie, het waarborgen van hun mensenrechten en het bieden van rechtszekerheid en duidelijkheid. In de woonvisie geven we uitvoering aan het beleidskader van het Rijk.

2. Provinciaal en regionaal

2.1 Zeeuwse Woonagenda

De Zeeuwse Woonagenda is een gezamenlijke strategie van de Zeeuwse regio’s en provincie om de opgaven die in Zeeland spelen op het gebied van ‘toekomstbestendig wonen’ aan te pakken. Daarnaast gaat het om aanvullende nieuwbouw van de juiste woningen op de juiste locaties. Hiervoor wordt op Zeeuws niveau samengewerkt. De Woonagenda beschrijft de gedeelde visie op de woonopgave, namelijk: ‘In Zeeland hebben we in 2040 een toekomstbestendige woningvoorraad die 100% in kwaliteit en kwantiteit aansluit bij de vraag’. Bij deze visie zijn de volgende ambities geformuleerd:

1Een toekomstbestendige woningvoorraad

2Kwalitatief complementaire woningbouw

3Innovatieve en flexibele woonvormen

Vanuit de gedeelde visie en de drie ambities gaan de gemeenten, regio’s en provincie gericht aan het werk met concrete acties.

Vanuit de actielijnen wordt in 2021 een uitvoeringsagenda opgesteld. Afhankelijk van de relevantie voor gemeente Tholen kunnen we actief of vanuit de zijlijn bij de actielijnen aanhaken. De actielijn ‘Gebiedsgerichte aanpak bestaand vastgoed’ biedt vooral kansen voor renovatie- en sloop-nieuwbouwopgaven in het corporatiebezit. We communiceren actief over beschikbare financiële arrangementen. Ook geven we mede door het vormgeven van een ‘Afwegingskader woningbouw’ invuling aan de actielijn ‘Complementair bouwen’. De actielijn hergebruik leegstaande panden kan vaak gekoppeld worden aan de financiële arrangementen. De actielijn flexibele schil biedt kansen om tijdelijke huisvestingsopgaven op te vangen.

Tholen maakt als zelfstandige woningmarktregio binnen Zeeland woningmarktafspraken met de provincie. De woonagenda is samen met de Thoolse woonvisie de basis voor de regionale woningmarktafspraken en ondersteunt de uitvoering hiervan door samenwerking, kennisontwikkeling en financiële regelingen.

2.2 Regio West-Brabant West

Tholen is onderdeel van de woningmarktregio West- en Midden (of Hart van) Brabant. Nieuwe woningbouwplannen worden, naast met provincie Zeeland, ook in deze regio gedeeld.

3. Lokaal

3.1 Beleidsvisie Zorg en Wonen

Gelijktijdig aan het opstellen van de woonvisie wordt de beleidsvisie Zorg en Wonen opgesteld. Met deze visie voeren we regie op het zorgaanbod, zowel door het stimuleren van gewenst of benodigd zorgaanbod als het weren van ongewenst zorgaanbod. In de visie wordt ingegaan op woonvoorzieningen voor specifieke zorgdoelgroepen. Levensloopgeschikte woningen en voorzieningen die verband houden met de individuele woning, zoals woningaanpassingen, komen niet in de beleidsvisie Zorg en Wonen terug. Deze onderdelen vallen onder de woonvisie.

3.2 Energiebalans Tholen

De visie op de energiebalans stelt als doel om in 2025 25% van het energiegebruik duurzaam op te wekken. Hiervoor zijn drie programmalijnen en twee projecten opgenomen, waaronder het programma Bouwen en Wonen. Deze programmalijn heeft als doel onze bestaande en nieuwe woningen te verduurzamen. Voor de woonvisie zijn de volgende maatregelen het meest relevant:

•Stimuleren zonnepanelen op woningen en andere verduurzamingsmaatregelen;

•Pilot energiezuinige woningen;

•Prestatieafspraken verduurzaming met woningcorporatie.

3.3 Transitievisie Warmte

Om invulling te geven aan de verduurzamingsopgave in ons land moet iedere gemeente voor eind 2021 een Transitievisie Warmte vaststellen. In deze visie moet worden aangeven welke alternatieven voor aardgas er zijn in de gemeente en welke wijken aardgasvrij worden gemaakt en wanneer. De Transitievisie Warmte geeft een eerste richting aan de aanpak van het isoleren en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Hierin ligt dus een directe relatie met de verduurzamingsopgave van het woningbezit dat terugkomt in de Energiebalans Tholen en de woonvisie.

Bijlage 1: Agenda prestatieafspraken

Op basis van de beleidsuitgangspunten uit de woonvisie worden prestatieafspraken met de woningcorporatie gemaakt, waarbij de huurdersbelangenvereniging nadrukkelijk wordt betrokken. In deze prestatieafspraken benoemen we concreet de opgaven en ambities waar we de komende jaren samen mee aan de slag gaan. In deze ‘Agenda prestatieafspraken’ benoemen we samenvattend wat we van onze corporatie en huurdersorganisatie vragen en geven we weer wat we hun te bieden hebben. Na vaststelling van de woonvisie worden mede op basis hiervan de prestatieafspraken opgesteld.

1Kwaliteit in wonen en woonomgeving

•We vragen de corporatie en huurdersbelangenvereniging om in samenwerking met de gemeente een ‘routekaart’ te maken als uitgangspunt voor het maken van afspraken over het vernieuwen van de voorraad (corporatie) en woonomgeving (gemeente). Doorlopend zoeken we afstemming bij voorraadvernieuwing en omgevingsverbetering.

•Bij projecten in de sociale voorraad onderzoeken we steeds meekoppelkansen voor de aanpak van de woonomgeving. Andersom kunnen geplande investeringen in de openbare ruimte of woningbouwplannen ervoor zorgen dat investeringen van de corporatie naar voren worden gehaald. Waar mogelijk laten we dit gelijk oplopen, om overlast te beperken tot één periode en om locaties een stevige kwaliteitsimpuls te geven.

•We vragen de corporatie haar investeringen te spreiden door in alle kernen te investeren, ongeacht of er een groeiende en afnemende voorraad is. Het kan hierbij gaan om renovatie en om nieuwbouw/vervanging.

•Bij nieuwbouw is het uitgangspunt dat woningen levensloopbestendig worden gebouwd. Bij renovatie worden aanpassingen om de woning zo toegankelijk mogelijk te maken zoveel mogelijk meegenomen.

•We vragen de corporatie de woonduur van woningen per kern te monitoren en deze met de gemeente te delen. We gaan met de corporatie in overleg om te bezien wat we kunnen doen om inwoners duurzaam in onze gemeente te laten vestigen.

2Aandeel sociale huurwoningen

Als uitgangspunt voor aantallen woningen gaan we ervanuit dat inwoners binnen een zoektermijn van 1 jaar een sociale huurwoning moeten kunnen vinden. Hierbij is een zekere spanning op de markt cruciaal. Daarom vragen we de corporatie de zoektijden te blijven monitoren en deze met de gemeente te delen.

•Minder woningen is niet per definitie minder investeren. De corporatie kan in krimpende dorpen de leefbaarheid vergroten door verdund te vernieuwen;

•Door middel van verdunning en via verkoop kunnen we de aantallen woningen passend maken bij de vraag in de kernen. Waar sloop en/of verdunning plaatsvindt worden afspraken gemaakt over de invulling van de vrijkomende ruimte met bijvoorbeeld groen, parkeren of woningen in de koop of vrije huursector.

•We faciliteren de corporatie bij renovatie en/of vervangende nieuwbouw. Bij nieuwe ontwikkelmogelijkheden benaderen we de corporatie vroegtijdig, zodat zij de gelegenheid hebben om aan te geven of ze een rol willen spelen in de ontwikkeling.

3Duurzaamheid en betaalbaarheid

•We vragen de corporatie om bij verduurzaming van het bezit zo te investeren dat de woonlasten voor de bewoners gelijk blijven of omlaaggaan.

•We willen dat corporatiewoningen in ieder geval voldoen aan de wettelijke afgesproken eisen op het gebied van duurzaamheid. Daarnaast hebben wij in de Visie op Energiebalans als doel gesteld om in 2025 minimaal 20% te besparen op de 120 TJ die we inschatten dat corporatiewoningen gebruiken. We gaan in gesprek met de corporatie hoe we deze doelstellingen kunnen bereiken, waarbij de inzet van de gemeente vooral gericht zal zijn op gedragsverandering.

•We vragen de corporatie mogelijkheden te onderzoeken om te voorzien in het middeldure huursegment. Ook onderzoeken we samen met de corporatie mogelijkheden om in het betaalbare koopsegment te voorzien.

•We maken met de corporatie afspraken over de invulling van openbare ruimtes en tuinen in het kader van wateroverlast, droogte en hittestress.

4Verkoop

Verkoop van bezit is een manier om de vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen. Wel vragen we om dit zorgvuldig te doen:

•Woningen worden bij voorkeur verkocht in blokken en complexen waar al sprake is van versnipperd bezit. Verkoopplannen van de corporatie worden met de huurdersbelangenvereniging en de gemeente besproken.

Samenwerking

Samen met de corporatie en huurdersbelangenvereniging geven we de prestatieafspraken vorm. Dit doen we door lange termijnambities te stellen, met daaraan gekoppeld concrete jaarlijkse afspraken om de ambities te behalen.

Bijlage 2: Afwegingskader woningbouw gemeente Tholen

Bij het ontwikkelen van plannen werken we op volkshuisvestelijk gebied met het afwegingskader woningbouw. Dit helpt de gemeente en initiatiefnemers om plannen te ontwikkelen die aansluiten bij de kwalitatieve woningbehoefte. Met het afwegingskader nodigen we initiatiefnemers uit om op basis van de volkshuisvestelijke aandachtspunten een zo goed mogelijk plan in te dienen.

Met de aandachtspunten uit het afwegingskader willen we tegemoetkomen aan de woningbehoefte van onze huidige en toekomstige inwoners. Daarnaast vinden we het belangrijk dat plannen bijdragen aan de volkshuisvestelijke ambities die we als gemeente hebben, bijvoorbeeld op het vlak van duurzaamheid en levensloopbestendigheid. Het afwegingskader is puur volkshuisvestelijk ingestoken en richt zich op de kwalitatieve invulling van woningbouwplannen. De kwantitatieve invulling wordt aan de hand van de beschikbare capaciteit in de woningbouwplanning en de omvang en ligging van de locatie bekeken.

Afwegingskader als onderdeel van bredere toetsing

De beoordeling van plannen aan de hand van het afwegingskader woningbouw is onderdeel van een bredere ruimtelijke afweging. Een positieve beoordeling op het volkshuisvestelijk afwegingskader betekent dus niet dat de gemeente per definitie medewerking verleent aan plannen. Het kan voorkomen dat er vanuit de bredere ruimtelijke afweging en uitgangspunten vanuit andere beleidsterreinen redenen zijn waarom het niet wenselijk is om aan een plan mee te werken. Omgekeerd is dat ook mogelijk. Er kunnen argumenten zijn om mee te werken aan een initiatief, terwijl er vanuit het volkshuisvestelijke afwegingskader onvoldoende grondslag is om mee te werken. Het college maakt steeds op basis vanuit de brede ruimtelijke en maatschappelijke afweging het besluit om wel of niet mee te werken aan een initiatief.

Uitgangspunten

•Focus op behoefte en kwaliteit, niet op kwantiteit: Het afwegingskader gaat uit van het mogelijk maken van kwalitatief goede woningen die aansluiten op de behoefte;

•Prioritaire thema’s: Het kader richt zich primair op een aantal prioritaire woonthema’s, gebaseerd op de woonvisie;

•Koppeling bestaande voorraad: Nieuwe plannen kunnen bijdragen aan het oplossen van knelpunten in de bestaande voorraad, door bijvoorbeeld sloop-nieuwbouw;

•Heldere conclusies met ruimte voor dialoog: Het afwegingskader moet helderheid bieden over wanneer een plan als kansrijk wordt beschouwd en wanneer niet. De beoordeling hangt daarbij niet alleen af van de waardering op volkshuisvestelijk niveau. Als plannen beperkt scoren op de volkshuisvestelijke criteria, maar wel goed scoren op andere thema’s die van toegevoegde waarde zijn voor de leefbaarheid van gemeente Tholen, dan kunnen deze plannen alsnog tot een positieve grondhouding van de gemeente leiden. We blijven ruimte bieden voor maatwerk.

Doel

Het afwegingskader is een instrument dat wordt toegepast om plannen op volkshuisvestelijk gebied te beoordelen. Het dient de volgende doelen:

-Het realiseren van een woningbouwprogramma dat aansluit op de kwalitatieve en kwantitatieve woonbehoeften van de verschillende doelgroepen binnen de gemeente;

-Het voorkomen en tegengaan van leegstand van woningen of ander vastgoed;

-Het behoud van leefbare kernen en buurtschappen en het versterken van de omgevingskwaliteit.

Stroomschema afwegingskader

Voor de toetsing van woningbouwplannen wordt het stroomschema op de volgende pagina doorlopen. De stappen worden vervolgens verder toegelicht. Ook wordt er ingegaan op de periode van voorzienbaarheid voor de realisatie van plannen wanneer de gemeente besluit medewerking te verlenen.

Stap 1 Basisprincipes

Vrijstelling kleine plannen

Het afwegingskader woningbouw wordt toegepast voor plannen vanaf 11 woningen. Vanaf 11 woningen is ook de Laddertoets van toepassing. Plannen van maximaal 11 woningen worden vrijgesteld van toetsing aan het afwegingskader. Wel gelden voor deze plannen de volgende voorwaarden:

•De te ontwikkelen woningen leveren een bijdrage aan de variatie van woningtypologieën in de omgeving;

•Woningen worden in principe altijd levensloopbestendig gebouwd.

Wanneer plannen van maximaal 11 woningen een directe relatie hebben met een groter plan, worden ze als onderdeel van het totale plan getoetst en is het afwegingskader wel van toepassing.

Veel kleine initiatieven bij elkaar kunnen alsnog een grote woningtoevoeging betekenen. Daarom monitoren we de effecten van kleine plannen jaarlijks op basis van het aantal gerealiseerde woningen in de gemeente.

Moment van toetsing

Nieuwe plannen worden getoetst op het moment dat er sprake is van een principeverzoek. Wanneer plannen op een eerder moment verkennend worden besproken, krijgt de initiatiefnemer op basis van het afwegingskader een richting voor de uitwerking van de plannen mee.

Levensloopbestendige woningen

Onder levensloopbestendige woningen verstaan wij woningen die levensloopbestendig worden gebouwd of in de toekomst eenvoudig levensloopbestendig kunnen worden gemaakt. Een woning wordt als levensloopgeschikt gezien als:

-De indeling van de woning het mogelijk maakt dat alle belangrijke functies op dezelfde bouwlaag gerealiseerd worden of kunnen worden. De functies zijn: een slaapkamer, woonkamer, keuken, badkamer en toilet.

-De toegang van de woning kan worden betreden zonder traplopen.

Van belang is dat de woning ook aantrekkelijk is en blijft voor doelgroepen zonder (acute) zorgvraag. Appartementen en beneden-bovenwoningen worden altijd levensloopbestendig gebouwd.

Stap 2 Kwalitatieve toets

Score op basis van kwalitatieve criteria

Elk initiatief wordt volkshuisvestelijk getoetst. Per criterium wordt beoordeeld of het initiatief beantwoordt aan het betreffende criterium. Het gaat hierbij om de volgende drie criteria:

•Invulling aan kwalitatieve woningbehoefte

•Verduurzaming bebouwde omgeving

•Herbestemming en onttrekking leegstaand vastgoed

Criterium 1: Invulling kwalitatieve behoefte

Een initiatief moet invulling geven aan de verwachte kwalitatieve woningbehoefte in gemeente Tholen. Uit het Kwalitatief Woononderzoek Zeeland (2019) blijkt dat er vooral behoefte is aan nultreden/levensloopbestendige woningen. Dit betreffen zowel grondgebonden woningen als appartementen. Daarnaast ontbreken er woningen in het middenhuursegment. Verder is er behoefte aan reguliere grondgebonden woningen. De vraag naar levensloopbestendige woningen en reguliere grondgebonden woningen is qua prijssegment redelijk evenredig verdeeld. We zetten daarom vooral in op plannen met een gedifferentieerd aanbod woningen. Daarbij zetten we extra in op het realiseren van levensloopbestendige woningen om te voorzien in de behoefte aan huisvesting voor senioren en het creëren van doorstroming. Door de inzet op het creëren van doorstroming komen woningen in de bestaande voorraad vrij voor starters, wat betekent dat we bij nieuwbouw niet extra inzetten op deze doelgroep. Voor woningen in de sociale huursector geldt dat er enerzijds een overschot is aan kleine grondgebonden en anderzijds een behoefte aan levensloopbestendige woningen. We maken hierover aparte afspraken met de corporatie.

Voor de vraag naar levensloopbestendige woningen vinden wij het van belang dat deze woningen voor de gehele levensloop geschikt zijn. Het gaat hierbij dan ook om woningen die levensloopbestendig worden gebouwd of in de toekomst eenvoudig levensloopbestendig kunnen worden gemaakt. Belangrijk is dat de woning aantrekkelijk is en blijft voor doelgroepen zonder (acute) zorgvraag. De behoefte aan reguliere grondgebonden koopwoningen kan hier dus ook onder vallen.

Woonbehoefte Tholen verdeeld naar Product-marktcombinaties 2019-2029

Bron: Provinciale prognose (2019), CBS (2019, WoON (2015 & 2018), bewerking Stec Groep (2019). SH= sociale huur, VSH= vrijesectorhuur, GGB= regulier grondgebonden (niet-nultreden), APP/Nult.= appartementen (met lift) of nultreden grondgebonden woningen.

Naast de uitkomsten van het Kwalitatief Woononderzoek zijn er ook andere mogelijkheden waarmee de kwalitatieve woningbehoefte kan worden onderbouwd:

•Aanvullende behoefteonderzoeken of behoefteonderzoek naar specifieke doelgroepen;

•Onderzoek naar woonwensen van woningzoekenden buiten de gemeente

•Voldoende concrete belangstelling vanuit de betreffende kern, waarbij aangetoond wordt dat er in de bestaande voorraad geen alternatief beschikbaar is.

De invulling van de kwalitatieve behoefte wordt volgens onderstaande tabel afgewogen. Hiervoor geldt de volgende minimale score:

•Plannen < 30 woningen: Minimaal 2 punten

•Plannen ≥ 30 woningen: Minimaal 4 punten

1.Invulling kwalitatieve woonbehoefte

Sterk (2 punten)

Gemiddeld (1 punt)

Zwak (0 punten)

a.Plan draagt door een gevarieerd programma bij aan een evenwichtige opbouw van de woningvoorraad. Onder gevarieerd verstaan we dat het plan een evenredige verdeling aan appartementen, rijwoningen, 2 onder 1 kappers en vrijstaande woningen in de koop en huursector bevat.

Plannen van 12 tot 30 woningen

•Evenredige verdeling van tenminste 2 van de 4 benoemde woningtypologieën en;

•Plan bevat woningen in zowel de koop als huursector

•Evenredige verdeling van tenminste 2 van de 4 benoemde woningtypologieën en;

•Plan bevat alleen woningen in de koop of huursector

•Alleen woningen van 1 typologie en/of;

•Plan bevat alleen woningen in de koop of huursector

Plannen van 30-50 woningen

•Evenredige verdeling van tenminste 3 van de 4 woningtypologieën en;

•Plan bevat woningen in zowel de koop als huursector

•Evenredige verdeling van tenminste 3 van de 4 benoemde woningtypologieën en;

•Plan bevat alleen woningen in de koop of huursector

•2 of minder van de 4 benoemde woningtypologieën en/of;

•Plan bevat alleen woningen in de koop of huursector

Plannen vanaf 50 woningen

•Evenredige verdeling van alle benoemde woningtypologieën en;

•Plan bevat woningen in zowel de koop als huursector

•Evenredige verdeling van 3 van de 4 woningtypologieën en;

•Woningen in zowel de koop als huursector

•2 of minder van de benoemde woningtypologieën en/of;

•Plan bevat alleen woningen in de koop of huursector.

b.Plan voorziet in levensloopbestendige woningen

Aandeel van ≥ 60%

Aandeel van ≥ 40%

Aandeel van < 40%

c.Bij plannen vanaf 30 woningen wordt een aandeel woningen in de middenhuur ontwikkeld (€750-€900)

Aandeel van ≥ 20%

Aandeel van ≥ 10%

Aandeel van < 10%

Aanvullende voorwaarden:

•Bij plannen vanaf 30 woningen wordt de woningcorporatie Stadlander vroegtijdig benaderd met de vraag of zij een rol willen spelen in de ontwikkeling. Initiatiefnemers dienen de reactie van Stadlander mee te nemen in hun verzoek;

•Appartementen en beneden-bovenwoningen worden altijd levensloopbestendig gebouwd;

•Bij het realiseren van appartementencomplexen wordt rekening gehouden met ruimte voor het plaatsen van scootmobielen en wordt gewerkt met een elektronisch deuropeningssysteem.

Criterium 2: Verduurzaming bebouwde omgeving

We vinden het belangrijk dat de woningen die ontwikkeld worden duurzaam en energiezuinig zijn. Uitgangspunt is dat woningen voldoen aan de wettelijke vereisten op het gebied van duurzaamheid. Extra ambities op dit gebied zijn een pré. Plannen kunnen op basis van de volgende maatregelen extra punten scoren:

2.Verduurzaming bebouwde omgeving

Ja

Nee

a.De energiezuinigheid van de woningen ligt boven de normen van het vigerende Bouwbesluit: woningen zijn volledig energieneutraal.

1punt

0punten

b.Er wordt gebruik gemaakt van een collectief warmtesysteem.

2punten

0punten

c.In het ontwerp van de woningen worden klimaatadaptieve maatregelen toegepast die bijdragen aan minder hittestress, minder droogte, meer biodiversiteit, minder wateroverlast, denk aan:

•Groene daken

•Groene gevels

•Stimuleringsmaatregelen minder verharding op kavels

•Extra waterberging op kavels

•Etc.

1punt

0punten

d.Bij sloop-nieuwbouw en renovatie worden bestaande gebouwelementen, producten en materialen hergebruikt.

1punt

0punten

Criterium 3: Herbestemming of onttrekken leegstaand vastgoed

Plannen die een invulling geven aan leegstaand vastgoed (geen woningen), worden bij dit criterium positief beoordeeld. Plannen die sterk scoren hoeven niet te voldoen aan de minimale puntenscore bij de invulling van de kwalitatieve behoefte van uitgangspunt 1.

3.Herbestemming of onttrekken leegstaand vastgoed

Sterk (2 punten)

Gemiddeld (1 punt)

Zwak (0 punten)

Leegstaand historische/cultureel erfgoed dat voorzien wordt van een woonfunctie waardoor het pand behouden blijft

Leegstaande panden waarbij het behoud van het vastgoed geen nadrukkelijk wens is of zelfs onwenselijk is, maar waarbij wel een behoefte is aan een nieuwe invulling van de locatie door bijvoorbeeld wonen

Geen herbestemming/onttrekken van leegstand vastgoed

Stap 3. Conclusie: beoordeling op volkshuisvestelijke kwaliteit

Voor een positieve beoordeling van het plan op volkshuisvestelijke kwaliteit gelden de volgende criteria:

•Plannen < 30 woningen: Minimaal 4 punten, waarvan minimaal 2 punten op de invulling van de kwalitatieve behoefte (criterium 1)

•Plannen ≥ 30 woningen: minimaal 6 punten, waarvan minimaal 4 punten op de invulling van de kwalitatieve behoefte (criterium 1)

Voorzienbaarheid

Op het moment dat we als gemeente medewerking verlenen aan een initiatief en het plan onherroepelijk planologisch mogelijk hebben gemaakt, krijgen initiatiefnemers, tenzij anders is afgesproken bijvoorbeeld ten aanzien van de fasering, drie jaar na 1 januari van het aansluitende jaar waarin we als gemeente medewerking hebben verleend, de tijd om het plan te realiseren. Om ongewenste financiële en juridische consequenties te voorkomen vinden wij het belangrijk om initiatiefnemers een bepaalde realisatietermijn te geven en hen hierover tijdig te informeren. Hiermee wordt voorzienbaarheid gecreëerd.

Circa 2,5 jaar na 1 januari van het aansluitende jaar dat we als gemeente medewerking hebben verleend aan het initiatief, toetsen we of de plannen inmiddels gerealiseerd zijn. Wanneer de plannen niet gerealiseerd zijn gaan we in gesprek met de initiatiefnemers. De initiatiefnemer krijgt aansluitend aan de termijn van drie jaar vervolgens nog één jaar de tijd om het plan alsnog te realiseren. Gebeurt dit niet, dan neemt de gemeente een nader besluit om de geldige bouwtitel in te trekken. Op dat moment wordt bepaald op welke manier dat gebeurt. Hierover wordt tijdig gecommuniceerd met de initiatiefnemer en omwonenden.

Uitzonderingsgevallen:

Er zijn omstandigheden die ervoor zorgen dat er meer tijd nodig is om een plan te realiseren. In de volgende gevallen is het mogelijk om na de genoemde drie jaar opnieuw een termijn van drie jaar tot realisatie vast te stellen:

•Woningbouwplannen die gefaseerd worden uitgevoerd;

•Herbestemming van leegstaand vastgoed;

•Woningbouwplannen waarbij ook een ruimtelijk- en/of milieuknelpunt wordt opgelost;

•Woningbouwontwikkelingen op locatie met een relatief grote kans op weerstand en vertraging, bijvoorbeeld als gevolg van bezwaarprocedures van omwonenden/belanghebbenden

Herijking en monitoring

De kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte veranderen doorlopend door onder andere factoren als economische ontwikkeling en consumentenvertrouwen. Daarom is het belangrijk om het criterium ‘invulling kwalitatieve behoefte’ frequent te monitoren en wanneer nodig te herijken. Uitgangspunt is dat de kwalitatieve behoefte eens in de drie jaar wordt onderzocht, waarbij we aansluiten op de woningmarktonderzoeken die we met de Zeeuwse- en Brabantse gemeenten en corporaties houden. Wanneer nodig stellen we het afwegingskader op basis van deze onderzoeken bij.

We registreren welke woningen er in de goedgekeurde woningbouwplannen worden toegevoegd. Zo hebben we inzichtelijk welke woningvraag wel- en niet is ingevuld. We nemen deze gegevens mee in de woningmarktafspraken.

Doorlopend wordt gemonitord of het afwegingskader werkbaar is voor de initiatiefnemers. Na een jaar vindt een evaluatie plaats. Op basis van nieuwe inzichten kan het afwegingskader apart van de woonvisie worden herzien.

Bijlage 3: Beleid pre-mantelzorg

Gemeente Tholen geeft de mogelijkheid tot het realiseren van pre-mantelzorgwoningen. Hiervoor zijn de volgende redenen aan te voeren:

1Ouderen worden gestimuleerd om langer in hun bestaande woningen te blijven wonen, men kan minder snel in een verzorgingshuis terecht.

2De zorgvraag van deze ouderen neemt met verloop van tijd toe, maar zelfstandig wonen en een huishouding voeren is vaak nog prima mogelijk.

3Deze groep ouderen heeft wel zorg nodig maar komt nog niet in aanmerking voor een medische verklaring tot volledige mantelzorg.

4Ouderen en families hebben hiermee een keuze om voor elkaar te kunnen zorgen.

Het zonder meer toevoegen van woningen in de kernen, maar zeker ook in het buitengebied is echter planologisch ongewenst. Deze regeling voorziet in huisvestingsmogelijkheden voor de doelgroep die op basis van de zorgbehoefte (nog) niet onder de vergunningsvrije mogelijkheden voor een mantelzorgwoning valt, maar waarvan verwacht wordt dat binnen tien jaar wel wordt voldaan aan de criteria voor een vergunningsvrije mantelzorgwoning.

Een pre-mantelzorgwoning is een mantelzorgwoning die gerealiseerd wordt vóórdat de mantelzorg eigenlijk nodig is en er een medische indicatie is. Voor een pre-mantelzorgwoning kan een tijdelijke omgevingsvergunning voor een periode van maximaal 10 jaar worden verleend in gevallen waarbij sprake is van een (toekomstige) zorgrelatie tussen de betrokkenen en waarbij het wenselijk en begrijpelijk is dat er bij elkaar op hetzelfde perceel wordt gewoond, maar waar dit op grond van de regelgeving niet vergunningsvrij mogelijk is. Voor het realiseren van pre-mantelzorgwoningen worden de volgende voorwaarden gesteld:

1Er moet een redelijke verwachting zijn dat binnen 10 jaar na het verkrijgen van de omgevingsvergunning een vergunningsvrije mantelzorgsituatie ontstaat zoals bedoeld in artikel 2 van bijlage II van het Besluit Omgevingsrecht (Bor). Het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd wordt beschouwd als een moment waarop er sprake is van een ‘redelijke verwachting’;

2Het huishouden dat gevestigd wordt in de pré-mantelzorgwoning bestaat uit maximaal twee personen;

3Er moet sprake zijn van een sociale relatie, zoals een familierelatie, tussen de premantelzorgbehoevende en de premantelzorgverlener, waarbij in meer of mindere mate zorg voor elkaar wordt gedragen. Deze zorg wordt niet in het kader van een hulpverlenend beroep aangeboden;

4De woning is levensloopbestendig

1Levensloopbestendig: Een woning wordt als levensloopbestendig gezien als de indeling van de woning het mogelijk maakt dat alle belangrijke functies op dezelfde bouwlaag gerealiseerd worden. De functies zijn een slaapkamer, woonkamer, keuken, badkamer en toilet. De toegang van de woning kan worden betreden zonder traplopen.

en voldoet aan de regelgeving voor mantelzorgwoningen in het Bouwbesluit;

5De pré-mantelzorgwoning wordt gerealiseerd binnen de bestaande bebouwing volgens de regels voor bijgebouwen zoals opgenomen in het geldende bestemmingsplan of aan het vergunningsvrij bouwen volgens de het Besluit Omgevingsrecht (Bor).

6De tijdelijke premantelzorgwoning kan in geen geval leiden tot een permanente woonbestemming.

7Er is sprake van één kadastraal eigendom.

8De pré-mantelzorgwoning mag niet leiden tot verslechtering van de algemene woonsituatie. Er moet voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein zijn en er mag geen onevenredige afbreuk aan de gebruiksmogelijkheden van naastgelegen percelen ontstaan.

9Uitgangspunt is dat de pre-mantelzorgwoning tenminste gelijk aan- of achter de voorgevel van de woning wordt gesitueerd.

10De premantelzorgwoning is in zijn verschijningsvorm ondergeschikt aan het hoofdgebouw;

11Het betreft geen reguliere woningsplitsing of een toevoeging van een andere vorm van zelfstandige woonruimte zoals particuliere verhuur.

12Eventuele planschade komt voor rekening van de initiatiefnemer.

Wanneer een strikte toepassing (van één) van de voorwaarden naar het oordeel van het college zou leiden tot een onredelijke beslissing, kan het college gemotiveerd afwijken van de betreffende voorwaarde(n).

Van wijzigingen van de premantelzorgsituatie wordt zo spoedig mogelijk melding gemaakt bij de gemeente. Als de termijn van de vergunning is verlopen of eerder in geval van verhuizen of overlijden, mag de pre-mantelzorgwoning niet meer gebruikt worden als woning. De vergunning komt ook te vervallen als in de loop van de tien jaar een mantelzorgbehoefte in de zin van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht ontstaat, waardoor het tijdelijk gebruik als woning vergunningsvrij wordt. Wanneer na 10 jaar nog geen sprake is van een mantelzorgsituatie neemt de gemeente een nader besluit om in die bijzondere gevallen al dan niet handhavend op te treden.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.