Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tholen;
Gelet op artikel 2, tweede lid, van de Algemene subsidieverordening gemeente Tholen 2011;
B e s l u i t:
Vast te stellen de Subsidieregeling Zorgloketten Tholen 2026.
Artikel 1 – Begripsomschrijvingen
In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:
1Zorgloket
Een lokaal vrijwilligersinitiatief dat laagdrempelige ondersteuning biedt aan inwoners binnen de eigen kern, gericht op ontmoeting, praktische hulp, preventie en vroegsignalering.
2Basisondersteuning
Vrij toegankelijke activiteiten zoals kleine klussen, boodschappenhulp, vervoer, huisbezoeken, luisterend oor en lichte administratieve ondersteuning.
3Groeiactiviteiten
Activiteiten die aanvullend zijn op de basisondersteuning en bijdragen aan ontmoeting, sociale samenhang, preventie of ontlasting van mantelzorgers.
4Impactactiviteiten
Activiteiten die aantoonbaar bijdragen aan het voorkomen of uitstellen van zwaardere zorg, zoals informele dagbesteding of structurele respijtzorg.
5Eenvoudige jaaropgave
Een beknopte rapportage van maximaal twee pagina’s met een overzicht van activiteiten, bereikte inwoners, vrijwilligersinzet en een globaal financieel overzicht.
Artikel 2 – Doel van de regeling
1Deze subsidieregeling heeft tot doel:
o het versterken van de sociale basis in de kernen van de gemeente Tholen;
o het ondersteunen van preventie, vroegsignalering en informele hulp;
o het ontlasten van inwoners, mantelzorgers en formele zorgaanbieders;
o het bevorderen van ontmoeting, leefbaarheid en samenredzaamheid;
o het duurzaam ondersteunen van vrijwillige zorginitiatieven.
Artikel 3 – Reikwijdte
1Deze regeling is van toepassing op zorgloketten actief binnen de gemeente Tholen.
2Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt aan rechtspersonen zonder winstoogmerk of aan een vrijwilligersinitiatief dat beschikt over een bestuur of vaste coördinatiestructuur.
3Per kern kan slechts één zorgloket in aanmerking komen voor subsidie op grond van deze regeling. Het betreft het in die kern gevestigde, door de gemeenschap gedragen vrijwilligersinitiatief dat het lokale zorgloket vormt.
Artikel 4 – Subsidieniveaus
Voor de verstrekking van subsidie worden drie subsidieniveaus onderscheiden:
a.Niveau 1 – Basisondersteuning
b.Niveau 2 – Groeiondersteuning
c.Niveau 3 – Impactondersteuning
De kenmerken, criteria, activiteiten en bijbehorende subsidiebedragen die horen bij deze niveaus zijn uitgewerkt in Bijlage 1 – Uitwerking subsidieniveaus. Deze bijlage maakt integraal onderdeel uit van deze regeling.
Artikel 5 – Afwegingskader
1Het college past het afwegingskader met puntentelling (0–100 punten) toe zoals opgenomen in Bijlage 1.
2Subsidieniveaus zijn gekoppeld aan de totaalscore:
a.0–40 punten → niveau 1
b.41–70 punten → niveau 2
c.71–100 punten → niveau 3A of 3B (afhankelijk van artikel 4.3 / 4.4)
3De jaarlijkse score wordt vastgesteld binnen de driejarige subsidieperiode.
Artikel 6 – Indexatie
1Subsidiebedragen worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de consumentenprijsindex (CPI) voor alle huishoudens zoals vastgesteld door het CBS, referentiemaand september.
2Indexatie is uitsluitend van toepassing op materiële en operationele kosten die relevant zijn voor vrijwilligersinitiatieven.
3Loon en prijsontwikkeling (LPO) en cao-ontwikkelingen zijn niet van toepassing, omdat zorgloketten geen loonkosten kennen.
4Het college maakt het indexpercentage jaarlijks bekend via het subsidiebesluit.
5Bij herziening van CPI gegevens wordt de herziene index gehanteerd.
Artikel 7 – Looptijd en aanvullende aanvragen
1Subsidies worden in beginsel voor een periode van drie jaar toegekend.
2Het college stelt het jaarlijkse subsidiebedrag vast op basis van de jaarlijkse score en actuele ontwikkelingen.
3Zorgloketten kunnen gedurende de subsidieperiode tussentijdse aanvullende financiering aanvragen voor nieuwe of uitbreidende activiteiten die substantieel bijdragen aan de gemeentelijke beleidsdoelen.
Artikel 8 – Verantwoording
1Zorgloketten op subsidieniveau 1 verantwoorden via een eenvoudige jaaropgave.
2Zorgloketten op subsidieniveau 2 leveren een activiteitenoverzicht en globale financiële verantwoording aan.
3Zorgloketten op subsidieniveau 3 leveren daarnaast outcome indicatoren aan (bijv. bereik, preventieve effecten, samenwerking). Bij het besluit tot verlenen van de subsidie geeft het college aan op welke indicatoren de verantwoording moet plaatsvinden.
4Bij verantwoording op basis van lid 3 is artikel 18 van de Algemene subsidieverordening van toepassing.
Artikel 9 – Weigeringsgronden
Subsidie kan worden geweigerd wanneer:
1het initiatief onvoldoende bijdraagt aan de gemeentelijke beleidsdoelen;
2onvoldoende organisatiekracht aanwezig is om activiteiten veilig en verantwoord uit te voeren;
3het initiatief niet in de kern wordt gedragen door vrijwilligers;
4de aanvraag niet voldoet aan voorwaarden uit deze regeling of de ASV.
Artikel 10 – Hardheidsclausule
Het college kan in bijzondere gevallen van deze regeling afwijken wanneer toepassing ervan zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.
Artikel 11 – Slotbepalingen
1Deze regeling treedt in werking een dag na publicatie.
2Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Zorgloketten Tholen 2026.
3Bijlage 1 (afwegingskader met puntentelling) maakt integraal onderdeel uit van deze regeling.
Beleidskader
Door gericht te investeren in vrijwilligers, organisatiekracht, huisvesting en samenwerking kan de gemeente de bestaande kracht van de zorgloketten behouden en versterken.
De zorgloketten vormen een belangrijk onderdeel van het voorliggend veld en dragen bij aan preventie, vroegsignalering, ontmoeting en leefbaarheid. De gemeente kiest daarom voor een faciliterende en ondersteunende rol die ruimte laat voor lokaal maatwerk, maar tegelijkertijd zorgt voor een stevige basis waarop deze initiatieven kunnen blijven groeien.
De onderstaande beleidsregels zorgen voor transparantie, voorspelbaarheid en gelijkwaardigheid, terwijl er ruimte blijft voor maatwerk per kern.
1Subsidie volgt maatschappelijke impact
Subsidie wordt toegekend op basis van de mate waarin activiteiten aantoonbaar bijdragen aan:
•preventie en vroegsignalering;
•versterking van zelfredzaamheid en samenredzaamheid;
•ontlasting van mantelzorgers;
•ontmoeting en sociale samenhang;
•het voorkomen of uitstellen van zwaardere (Wmo-)zorg.
Hoe groter de bijdrage aan deze beleidsdoelen, hoe hoger het subsidieniveau waarvoor een loket in aanmerking komt.
Afbakening van de subsidieniveaus op basis van impact
Binnen het financieringskader wordt gewerkt met vier impactniveaus (1, 2, 3A en 3B).
Niveau 1 en 2 zijn gericht op basis- en groeiaanbod; niveaus 3A en 3B zijn gericht op impactvolle inzet binnen preventie en informele ondersteuning. Hieronder wordt het onderscheid tussen Niveau 3A en Niveau 3B toegelicht.
Niveau 3A — Intensieve preventie
Niveau 3A is van toepassing op zorgloketten die een intensieve preventieve functie vervullen, waarbij sprake is van:
•het organiseren van één dagdeel informele dagbesteding per week;
•een laagdrempelige inloop met sociale activatie;
•vroege signalering bij kwetsbaarheid;
•structurele samenwerking met formele partners (bijv. SLT, wijkverpleging, welzijn);
•vrijwilligers die worden ondersteund door een professional als achterwacht;
•coördinatie die meer vraagt dan het niveau 2-groeiprofiel, maar nog niet voldoet aan de zwaarte van niveau 3B.
Loketten in 3A leveren aantoonbare maatschappelijke waarde door preventie, ontmoeting, aansluiting op het dorpsnetwerk en het ontlasten van mantelzorgers, maar hebben géén respijtzorgfunctie en draaien géén uitgebreid dagprogramma.
Niveau 3B — Informele dagbesteding / respijtzorg-plus
Niveau 3B is uitsluitend bedoeld voor initiatieven met een zware preventieve functie, zoals:
•minimaal twee dagdelen informele dagbesteding per week, of
•structurele respijtzorg (minimaal vijf respijtcasussen), of
•≥ 100 dagdelen activiteiten per jaar, of
•een dagelijks programma met intensieve ketensamenwerking met professionals.
Informele dagbesteding van één dagdeel per week door dorpsloketten valt altijd onder niveau 3A en leidt dus niet tot indeling in niveau 3B.
Niveau 3B is in de regel voorbehouden aan grotere of gespecialiseerde initiatieven met substantiële maatschappelijke impact, veel vrijwilligers en/of een sterke professionele component.
2Basissubsidie voor elk zorgloket
Elk zorgloket ontvangt jaarlijks een basissubsidie voor het kern- en basisaanbod.
Deze subsidie:
•is laagdrempelig,
•vraagt minimale verantwoording,
•is bedoeld voor vrijwilligerskosten, coördinatie en basisactiviteiten.
De hoogte van de basissubsidie wordt bepaald op basis van:
•omvang van de kern,
•aantal vrijwilligers,
•minimale organisatorische kosten.
Binnen subsidieniveau 1 wordt gewerkt met drie vaste bedragen:
•€ 1.500 (1A)
•€ 2.000–€ 2.500 (1B)
•€ 3.000 (1C)
De indeling wordt bepaald op basis van de feitelijke inzet, het aantal hulpvragen, de omvang van de vrijwilligersgroep en de frequentie van activiteiten (met minder dan twee activiteiten per week).
Toevoeging:
•aanvullende activiteiten die minder dan twee keer per week plaatsvinden (zoals incidenteel, maandelijks of éénmaal per week) worden niet als structureel beschouwd en vallen onder de basissubsidie.
3Groeisubsidie op basis van uitbreiding aanbod
Loketten die nieuwe activiteiten ontwikkelen of bestaande inzet uitbreiden, kunnen een groeisubsidie aanvragen.
Subsidie wordt verstrekt als:
•de activiteit aantoonbaar bijdraagt aan preventie, ontmoeting of vroegsignalering;
•de activiteit structureel wordt aangeboden (minimaal twee keer per week);
•de activiteit meer inwoners bereikt dan het basisniveau.
De gemeente beoordeelt aanvragen op:
•maatschappelijke waarde,
•bereik,
•haalbaarheid,
•aansluiting op gemeentelijke beleidsdoelen.
Structureel-definitie:
•Een activiteit wordt als structureel beschouwd wanneer deze minimaal twee keer per week plaatsvindt.
Informele dagbesteding van één dagdeel per week door dorpsloketten valt onder niveau 3A. Niveau 3B is uitsluitend van toepassing bij zware preventieve inzet, zoals minimaal twee dagdelen per week, respijtzorg of een dagelijks programma.
4Meerjarige subsidieperiode van drie jaar
Subsidie wordt in principe voor drie jaar toegekend. Het bedrag wordt jaarlijks vastgesteld, zodat kan worden ingespeeld op:
•veranderende lokale behoeften,
•ontwikkelingen in de kern,
•groei of krimp van activiteiten,
•prestaties en impact in het voorafgaande jaar.
Dit biedt stabiliteit voor de loketten, terwijl flexibiliteit behouden blijft.
5Mogelijkheid tot tussentijdse aanvullende financiering
Indien een zorgloket gedurende de driejarige subsidieperiode een nieuwe activiteit wil starten of bestaande inzet wil uitbreiden, kan tussentijds aanvullende subsidie worden aangevraagd, mits:
•de activiteit aantoonbaar bijdraagt aan gemeentelijke beleidsdoelen,
•de activiteit realistisch uitvoerbaar is,
•het loket beschikt over voldoende vrijwilligers of samenwerkingspartners,
•de activiteit extra maatschappelijke waarde toevoegt in de kern.
6Eenvoudige verantwoording bij passend subsidieniveau
Om vrijwilligers niet onnodig te belasten:
•Subsidieniveau 1 (basis): verantwoording via een eenvoudige jaaropgave.
•Subsidieniveau 2 (groei): korte beschrijving activiteiten + globale financiële verantwoording.
•Subsidieniveau 3 (impact): lichte outcome-indicatoren, passend bij de omvang van de subsidie.
De gemeente vraagt nooit meer administratie dan strikt noodzakelijk.
7Gelijke uitgangsposities, ruimte voor maatwerk
De gemeente bewaakt gelijke uitgangsposities tussen kernen, maar houdt ruimte voor maatwerk:
•grotere kernen kunnen meer subsidie ontvangen vanwege een groter bereik;
•kleinere kernen met beperkte organisatiekracht kunnen extra ondersteuning krijgen;
•subsidie wordt afgestemd op lokale behoefte, niet alleen op schaal.
8Samenwerking wordt gestimuleerd
Zorgloketten die samenwerken met:
•andere zorgloketten,
•welzijnsorganisaties,
•huisartsen en zorginstellingen,
•scholen, kerken of verenigingen,
kunnen hoger scoren in de subsidiebeoordeling vanwege de bredere maatschappelijke impact.
9Huisvesting als subsidiabele kostenpost
Huisvestingskosten (huur, energie, basisinrichting) kunnen worden vergoed indien:
•de locatie laagdrempelig en toegankelijk is;
•het loket aantoonbaar meerwaarde biedt doordat er een vaste plek is;
•het loket activiteiten organiseert die passen bij het subsidieprofiel.
10Subsidie mag niet leiden tot bureaucratische druk
De gemeente volgt de landelijke richtlijnen (o.a. Nationale Ombudsman en rekenkameronderzoeken) die waarschuwen voor:
•te zware administratieve lasten,
•te strikte inrichting van procedures,
•verstikking van vrijwillige energie.
Subsidievoorwaarden blijven daarom bewust licht, overzichtelijk en werkbaar.