Bijlage A
Onderneming X heeft een standplaatsvergunning. De onderneming heeft volgens de kamer van koophandel A als eigenaar. A draagt halverwege het jaar de onderneming over aan B en meldt dit niet aan de gemeente. Bij de aanvraag voor het volgende jaar door B wordt op de papieren van de KVK geconstateerd dat de onderneming een nieuwe eigenaar heeft. Dit is in strijd met de regels en B krijgt geen standplaatsvergunning. De vergunning komt nu toe aan de eerst-wachtende op de wachtlijst.
Onderneming X heeft een standplaatsvergunning. De onderneming heeft volgens de kamer van koophandel A als eigenaar. A maakt zijn zoon C mede-eigenaar van de onderneming. Bij de aanvraag van het volgende jaar blijkt uit de gegevens van de KvK dat de onderneming A en C als eigenaren heeft (wellicht ten overvloede: ook commanditaire vennoten zijn eigenaren). Dit is een verandering van de eigendomssamenstelling. De vergunning wordt niet verleend. De eerst-wachtende op de wachtlijst is nu de rechthebbende op de standplaats. Dit houdt in dat A zijn recht op de standplaats dus verliest.
Onderneming X heeft een standplaatsvergunning. De onderneming heeft volgens de kamer van koophandel A als eigenaar. Gedurende het jaar gaat X failliet. A heeft wel de mogelijkheid en de middelen om de standplaats in persoon in te nemen. A vraagt voor het volgende jaar een standplaatsvergunning aan op zijn eigen naam, dus niet op naam van zijn onderneming. Er is geen sprake van een feitelijke wijziging van eigendomssamenstelling dus A krijgt de vergunning op zijn eigen naam. Ditzelfde zou kunnen gelden wanneer A bijvoorbeeld zijn onderneming zou willen verkopen maar wel zelf op de standplaats zou willen blijven staan, desnoods met een andere onderneming waarvan hij ook alleen eigenaar is.