Aanhef
Vastgesteld 31 maart 2026
Inhoudsopgave
1.Inleiding
2.Kaders
2.1. Wettelijke verplichtingen/plaats in de big 8
2.2. Zeeuwse afspraken VTH-beleid
2.3. Zeeuwse prioriteiten
2.4. Thoolse prioriteiten (lokale prioriteiten)
2.5. Risicogericht werken
2.6. Organisatie van VTH-taken
3.Bouwwerken en Bouwen
3.1. Bouwtoezicht (incl. monumenten en asbest)
3.2. Bouwwerken, brandveilig gebruik
3.3. Strijdig gebruik ruimtelijke ordening
3.4. Asbest (bedrijfsmatig)
3.5. Huisvesting arbeidsmigranten en seizoenswerkers
3.6. Erfgoed (Rijks- en gemeentelijk erfgoed)
3.7. Verpaupering van woningen en gebouwen in de kernen
3.8. Prioriteiten Wet Kwaliteitsborging
3.9. Klachten/meldingen en verzoeken tot handhaving bouwtoezicht ingeschaald in A3 t/m A4, B3 t/m B4, C1 t/m C4 en D1 t/m D4
3.10. Borgen van middelen en kwaliteit thema Bouwwerken en Bouwen
4.Infrastructuur
4.1. Wegen, spoorwegen
4.2. Toepassen van grond, bagger en bouwstoffen in werken
4.3. Borgen van middelen en kwaliteit thema Infrastructuur
5.Milieu
5.1. Zwaardere bedrijven (SEVESO) en MBA’s genoemd in hoofdstuk 3 Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL)
5.2. Afval (bedrijfsmatig)
5.3. Energie/duurzaamheid
5.4. Vuurwerkinrichtingen
5.5. Bodem (saneringen, opslag van grond/bagger)
5.6. Milieuklachten/meldingen en verzoeken tot handhaving ingeschaald in A3 t/m A4, B3 t/m B4, C1 t/m C4 en D1 t/m D4
5.7. Borgen van middelen en kwaliteit thema Milieu
6.Water/watersystemen (lozingsactiviteiten waterbeheerders en mba’s)
6.1. Waterkwaliteit
6.2. Waterkwantiteit
6.3. Grondwateronttrekking
6.4. Verwijdering van grondwater en water van grondwatersaneringen
6.5. Borgen van middelen en kwaliteit thema Water
7.Natuur
7.1. Hinderlijk verblijf in natuurgebieden en zeeweringen
7.2. Natuurbrandrisico
7.3. Gebiedsbescherming en behoud natuurwaarden
7.4. Soortenbescherming
7.5. Kappen van bomen en houtopstanden
7.6. Borgen van middelen en kwaliteit thema Natuur
8.Leefbaarheid
8.1. Evenementen
8.2. Illegale recreatie
8.3. Gescheiden afvalinzameling particulieren
8.4. Geluidhinder openbare ruimte
8.5. Huisvesting arbeidsmigranten (welzijn en overlast)
8.6. Naleving Alcoholwet bij horeca, paracommercie, detailhandel en evenementen
8.7. Uitvoering Damoclesbeleid (hennepkwekerijen en Opiumwet)
8.8. Preventief toezicht buitenruimte
8.9. Parkeren
8.10. Hondenpoep
8.11. Borgen van middelen en kwaliteit thema Leefbaarheid.
9.Samenwerking
9.1. Ondermijning
9.2. Beleidsafstemming
9.3. Ketentoezicht
9.4. Uitwisseling expertise
9.5. Inhoudelijke samenwerkingsprojecten
9.6. Borgen van middelen en kwaliteit thema Samenwerking.
10.Ontwikkelingen en risico’s
11.Concluderend overzicht inzet op alle thema’s
Bijlagen
A. Afkortingenlijst
B. Interventiematrix Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO)
C. Overzicht overleggen toezicht en handhaving
D. Indeling bouwprojecten en protocol bouwtoezicht gemeente Tholen
E. Indeling objecten gebruiksbesluit brandveiligheid
F. Indeling milieubedrijven en overige mba’s
G. Indeling evenementen
H. Overzicht prioriteitstelling Wkb
I. Jaarplan Integrale Veiligheid gemeente Tholen
J. Jaarplan / uitvoeringsprogramma 2026 RUD Zeeland
De uitvoering van de VTH taken voor het onderdeel Infrastructuur liggen primair bij de Provincie Zeeland.
Bijlage A: Afkortingenlijst
B&W
College van Burgemeester en Wethouders
LHSO
Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht
MBA
Milieu Belastende Activiteit
OOV
Openbare Orde en Veiligheid
Ow
Omgevingswet
RO
Team Ruimte, Cluster Ruimtelijke Ontwikkeling
V&H
Team Ruimte, cluster Vergunningen en Handhaving
Wkb
Wet kwaliteitsborging
Bijlage C: Overzicht overleggen toezicht en handhaving
Naam
Discipline
Vergader frequentie
Deelnemers
Voorzitterschap
Opmerkingen/doel van de vergadering
Teamoverleg
RO en V&H
2xper jaar
Intern, team Ruimte
Teamleider Ruimte
•Algemene informatie en nieuwe ontwikkelingen delen
Vergunningenoverleg
Bouwen
1xper maand
Intern, Vergunningverlening bouwen technisch en juridisch
Coördinator V&H
•Bespreken KPI's
Vergunningenoverleg
evenementen
1xper 2 maanden
Intern, Coördinator V&H en vergunningverleners evenementen
Coördinator V&H
•Bespreken werkvoorraad
Vergunningenoverleg
Apv en bijzonderen wetten
1xper 2 maanden
Intern, Coördinator V&H en vergunningverleners apv en bijzondere wetten
Coördinator V&H
•Bespreken werkvoorraad
Handhavingsoverleg
Bouwen, milieu en apv
1xper maand
Intern, Coördinator V&H en juristen
Overleg met toezichthouders is adhoc
Coördinator V&H
•Afstemmen handhavingszaken
Handhaving en OOV
OOV en toezicht en handhaving
1xper 2 weken
Intern, juristen handhaving en beleidsmedrwerker OOV
Beleidsmedewerker OOV
•Informeren en afstemmen aanpak overlastsituaties en handhavingszaken
Gebiedsbeheerdersoverleg
Openbare ruimte
2xper jaar
Handhavers van de verschillende binnen de gemeente Tholen werkzame gebiedsbeheerders
Teamleider gemeentebedrijf
•Elkaar weten te vinden en ervaringen uit wisselen
Regionaal overleg SORBET Omgevingsrecht (strategisch)
Omgevingsrecht
Minimaal 2x per jaar
Afdelingshoofden van de deelnemende gemeenten
Afdelingshoofd/teamleider
(rouleert)
•Afstemming regio samenwerking (strategisch niveau)
•Afstemmen hoofdlijnen Omgevingsbeleid
Regionaal overleg SORBET omgevingsrecht Bestuurlijk
Omgevingsrecht
Minimaal 2x per jaar
Bestuurders van de 6 deelnemende gemeenten
Bestuurder
•Afstemming regio samenwerking
•(bestuurlijk niveau)
•Afstemmen hoofdlijnen Omgevingsbeleid
Diverse overleggen Regionale Uitvoerings Dienst Zeeland
Alle
Diversen
•Diversen
Diversen
•Diverse overleggen op bestuurlijk en ambtelijk niveau
•Gericht op afstemming van beleid en uitvoering
Diverse overleggen Veiligheidsregio Zeeland
Alle
Diversen
•Diversen
Diversen
•Diverse overleggen op bestuurlijk en ambtelijk niveau
•Gericht op afstemming van beleid en uitvoering
Ambtelijk Overleg Omgevingsrecht (AOOR)
Alle
2xper jaar
•Alle bevoegde gezagen: provincie, gemeenten, waterschap
•VTH-partners: RUD Zeeland, DCMR, RWS, terreinbeherende organisaties, politie, OM, Veiligheidsregio Zeeland
Provincie
•Voorbereiding BOOR
Bestuurlijk Overleg Omgevingsrecht (BOOR)
Alle
2xper jaar
•Alle bevoegde gezagen: provincie, gemeenten, waterschap
•VTH-partners: RWS, terreinbeherende organisaties, politie, OM
Provincie, gedeputeerde milieu
•Principe-afspraken over het gezamenlijk VTH-beleid en de uitvoering daarvan, die vervolgens binnen elke deelnemende organisatie afzonderlijk moeten worden vastgesteld
Bijlage D: Indeling bouwprojecten en protocol bouwtoezicht gemeente Tholen
Landelijke indeling bouwprojecten
De indeling van de bouwprojecten vindt plaats naar het hoofdgebruik van het bouwproject en bouwsom zonder BTW.
Wonen:
Kenmerk van deze categorie bouwprojecten is dat er in de gebouwen gewoond en overnacht wordt.
Voorbeelden: woningen logiesverblijven.
Bepalende gebruiksfuncties: woonfunctie, logiesfunctie.
wonen cat.I dakkapel
wonen cat.I <€100.000 eenvoudig
wonen cat.I <€100.000 complex
wonen cat.II €100.000-1.000.000
wonen cat.III >€1.000.000
Publiek:
Kenmerken van deze categorie bouwprojecten is dat de gebouwen publiektoegankelijk zijn en dat er zich (grote) hoeveelheden mensen in kunnen bevinden.
Voorbeelden: publieksgebouwen, scholen, sportfaciliteiten, winkels, uitgaansgelegenheden etc.
Bepalende gebruiksfuncties: bijeenkomstfunctie, gezondheidszorgfunctie, onderwijsfunctie, sportfunctie, winkelfunctie.
publiek cat.I <€100.000
publiek cat.II €100.000-1.000.000
publiek cat.III >€1.000.000
Bedrijf:
Kenmerkend aan deze categorie bouwprojecten is dat er in deze gebouwen alleen gewerkt wordt (geen overnachting).
Voorbeelden: kantoren, bedrijfscomplexen.
Bepalende gebruiksfuncties: kantoorfunctie, industriefunctie.
bedrijf cat.I <€100.000
bedrijf cat.II €100.000-1.000.000
bedrijf cat.III >€1.000.000
Overig:
Dit is een restcategorie.
Voorbeelden: kassenbouw, infrastructuur, civiele kunstwerken.
Bepalende gebruiksfuncties: overige gebruiksfuncties, bouwwerk geen gebouw zijnde.
Controle omgevingsvergunning bouwen overig cat.I+II+III.
Protocol bouwtoezicht gemeente Tholen
In dit protocol bouwtoezicht is vastgelegd hoe het toezicht voor de bouwfase door de gemeente Tholen wordt uitgevoerd. In de onderstaande toezichtmatrix staat per categorie van bouwwerken waar toezicht op worden gehouden, wanneer dit toezicht wordt uitgevoerd en op welk niveau dit wordt uitgevoerd.
Per onderwerp wordt aangegeven wanneer het toezicht wordt uitgevoerd. De controlemomenten zijn als volgt onderverdeeld:
-wachtpunten: moeten zijn gecontroleerd voordat verder wordt gebouwd;
-vooroverlegpunten: worden vooraf besproken hoe deze worden uitgevoerd;
-uitvoeringspunten: worden gecontroleerd tijdens de bouwwerkzaamheden;
-achterafpunten: worden achteraf gecontroleerd.
Per onderwerp wordt aangegeven op welk niveau het toezicht wordt uitgevoerd. Per categorie verschilt de diepgang van de controle. Er zijn vier controleniveaus:
S - Steekproef
1- Visuele controle (quick scan);
2- Beoordeling van hoofdlijnen;
3- Beoordeling van de hoofdlijnen en kenmerkende details;
4- Algehele controle van alle onderdelen.
Activiteit bouwen <€100.000,-
Deze activiteit geldt voornamelijk voor dakkapellen, dakopbouwen, uitbouwen, kleine bijgebouwen en uitbreidingen van hoofdgebouwen met slechts één verdieping (grotere bouwwerken overschrijden al snel €100.000,- aan bouwkosten). Veel van de genoemde bouwwerken uit de categorie ‘activiteit bouwen <€100.000,-‘ zijn qua type bouwwerk redelijk gelijk aan die van vergunningsvrije bouwwerken. Het is dan ook te verantwoorden dat deze vergunningen op een zo minimaal mogelijk niveau gecontroleerd worden. Met gemiddeld één controle per vergunning (eindcontrole) kunnen de meeste van toepassing zijnde toetsmomenten (vluchtig) op hoofdlijnen gecontroleerd worden. Denk hierbij aan locatie, afmetingen, uiterlijk en aspecten qua veiligheid en gezondheid.
Activiteit bouwen >€100.000,- <€1.000.000,-
Dit zijn de grote bouwwerken (vooral nieuwbouw) zoals woningen, bedrijfsgebouwen en complexe bijgebouwen /uitbreidingen. Hier dient intensiever gecontroleerd te worden. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid spelen een belangrijke rol. Het is acceptabel als er gemiddeld vijf bezoeken plaats vinden. De momenten dat er een controle plaats vindt zijn bijvoorbeeld bij het uitzetten/heien, controle wapening fundering, controle verdieping, tussentijdse controle (overige constructie en bouwkundige zaken) en een eindcontrole. Bij deze controles kunnen de meeste toetsmomenten gecontroleerd worden. Dit zal een gemiddelde zijn, het ene bouwwerk vergt wat meer toezicht en het andere weer iets minder.
Activiteit bouwen >€1.000.000,-
Deze categorie kunnen we hetzelfde behandelen als die van ”activiteit bouwen >€100.000,- <€1.000.000,-“. Ze zullen alleen wat groter en complexer zijn met een langere bouwtijd. Er zullen een aantal extra controlemomenten plaats vinden met iets meer diepgang (er is geen extra uren geraamd voor de diepgang).
Toezichtmatrix gemeente Tholen
Bijlage F: Indeling milieubedrijven en overige mba’s
Gemeente Tholen
Voor het gemeentelijke takenpakket vindt programmatisch toezicht plaats volgens de in onderstaande tabel opgenomen controlefrequentie.
Toezicht gemeentelijk takenpakket
Branche
Controlefrequentie
(één / … jaar)
Ambachtsbedrijven
6
Bouw-, hout- en installatiebedrijven
4
Detailhandel
10
Gezondheids- en welzijnszorg
6
Horeca
4
Jachthavens/HOI's
4
Opslag en transportbedrijven
6
Sport-, recreatie,- en sociaalculturele instellingen
4
Veehouderijen
6
Visverwerkende bedrijven
4
RUD Zeeland
Voor taken van de RUD geldt de hieronder weergegeven indeling. In SquitXO zijn de circa 8700 inrichtingen opgenomen die tot het werkgebied van RUD Zeeland behoren. Deze inrichtingen worden ingedeeld in 4 risicocategorieën:
1Hoog risico
2Medium risico
3Beperkt risico
4Verwaarloosbaar risico
Dit gebeurt op basis van een risicoanalyse op brancheniveau en per milieuthema. Per branche zijn scores gegeven per milieudoel (geluid, lucht, veiligheid, etc). De risicocategorie bepaalt de controlefrequentie en mede het soort controle-instrument (zoals bijvoorbeeld zelfcontrole of integrale controle) wat kan worden ingezet.
Er wordt gewerkt met een 38- tal branches. Bijvoorbeeld de branche Akkerbouw, Op- en overslag gevaarlijke stoffen, Bouwnijverheid, Houden van dieren, Raffinaderijen etc. Branches zijn samengestelde groepen van bedrijven op basis van SBI-codes, bijvoorbeeld de branche motorvoertuigenhandel- en herstelinrichtingen omvat garages, showrooms, autospuiterijen, etc. De basis wordt gevormd door de hoofdactiviteit.
Er wordt gewerkt met branches, omdat het voor een meerjarenaanpak ondoenlijk is om voor 8700 bedrijven individueel te scoren. Er is altijd discussie mogelijk over de wijze van indelen en er is ook geen absolute waarheid hierin. Het is op basis van gezond verstand en gaat erom om tot een zo logisch mogelijke indeling te komen. Vooralsnog is gekozen om de indeling die DCMR aanhoudt te volgen.
Voordelen van de DCMR-systematiek zijn:
•Alle bedrijven, van eenvoudig tot complex, passen binnen deze methodiek. - Elementen van huidige Zeeuwse methodieken komen erin terug;
•Risicoanalyse is reeds beschikbaar.
In onderstaande tabel is de risico-indeling per branche weergegeven:
Branchecluster
Risicocategorie
Aantal bedrijven
Afval(water)beheer
Medium
Akkerbouw
Beperkt
Autodemontagebedrijven
Medium
Bouwnijverheid
Beperkt
Chemie
Hoog
Chemische wasserijen
Medium
Droge bulk
Medium
Emplacementen (spoor)
Hoog
Energiebedrijven
Hoog
Energiedistributie en waterhuishouding
Beperkt
Glastuinbouw
Beperkt
Glasproductie en -bewerking
Medium
Grafische activiteiten
Beperkt
Groot- en detailhandel
Verwaarloosbaar
Horeca
Beperkt
Houden van dieren
Medium
Hout-/meubelindustrie
Beperkt
Industrie
Beperkt
Installaties
Beperkt
Metaalelectrobedrijven
Medium
Motorvoertuigenhandel en -herstelinrichtingen
Medium
Onderwijs
Verwaarloosbaar
Op- en overslag (tank)
Hoog
Op- en overslag gevaarlijke stoffen
Hoog
Overige dienstverlening
Beperkt
Overige op- en overslag
Beperkt
Raffinaderijen
Hoog
Rubber- en kunststofindustrie
Medium
Scheepswerven
Medium
Sport en recreatie
Beperkt
Tankstations
Hoog
Textielbedrijven
Beperkt
Vlees- en visverwerkende industrie
Beperkt
Voedingsmiddelenindustrie
Beperkt
Vuurwerk
Medium
Zorg
Beperkt
Windmolens
Beperkt
Propaantanks particulieren
Beperkt
Bijlage G: Indeling evenementen
Categorie
Kenmerken
Voorbeelden
A. Klein evenement
•Duurt max. één dag, en
•heeft geen versterkte muziek na 21.00uur, en
•heeft lokale uitstraling (o.a. wijk-/buurtfeest), en
•er worden geen openbare wegen afgesloten, en
•vormt uit milieu- of natuurbeschermingsoogpunt geen bezwaar en
•zal (evt. op basis van ervaring ) niet leiden tot klachten.
Hieronder kunnen vallen o.a. intocht Sinterklaas,buurtfeestjes etc.
B. Middelgroot evenement
•heeft bovenlokale uitstraling, of
•versterkte muziek in avond- of nachtperiode, of
•vergt nadere verkeersmaatregelen, of
•enige hinder of overlast voor de omgeving, een en ander ter beoordeling van de burgemeester, of
•vergt advies en eventuele inzet van politie of brandweer, en
•er kan doorgaans worden volstaan met standaardvoorschriften.
Tot deze categorie worden onder meer gerekend dorpsfeesten, braderieën.
C. Groot evenement
•heeft (boven-)regionale uitstraling, of
•zal naar verwachting extra hinder of overlast opleverenvoor omgeving, een en ander ter beoordeling van de burgemeester, of
•er is een risico op aantasting openbare orde, evt. gelet op ervaringen uit het verleden, of
•inzet politie, brandweer of GHOR is noodzakelijk.
Tot deze categorie worden onder meer gerekend de Kustmarathon Zeeland en een doortocht van de Tour de France
Bijlage H: Overzicht prioriteitstelling Wkb
Handelingskader handhaving in relatie tot prioriteiten Wkb
De Wkb biedt de gemeente ruimte om in het beleid specifieke keuzes te maken. Hieronder 3 keuzes die een gemeente heeft en kan maken.
Risicobeoordeling en het borgingsplan
De risicobeoordeling en het borgingsplan zijn bedoeld om de gemeente inzicht te geven in de risico’s in een bouwwerk en de borging daarvan door de kwaliteitsborger en de bouw zelf. Wordt dit onvoldoende geborgd, dan kan de gemeente tijdens de uitvoering van een bepaald onderdeel van de bouw zelf toezien als zij dat nodig acht. Artikel 2.20 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) biedt de mogelijkheid om dan vooraf extra informatie over dat betreffende onderdeel op te vragen. Een gemeente kan dus nog steeds toezicht houden op bouwwerken onder de Wkb, maar dient hiervoor wel vooraf keuzes te maken in beleid: wanneer wel of niet, bij welk type bouwwerk of onderwerp wil de gemeente betrokken worden.
Risicogestuurd toezicht door de gemeente is mogelijk aan de orde indien sprake is van locatie specifieke aspecten die van invloed kunnen zijn op het voldoen aan de voorschriften, bijvoorbeeld indien er naast een monument wordt gebouwd. De bijzondere lokale omstandigheden waarmee rekening moet worden gehouden, zijn te vinden op de website van de gemeente Tholen. Deze lijst wordt indien nodig regelmatig geüpdatet.
Mocht een dergelijke situatie zich voordoen dan wordt de volgende werkwijze gehanteerd:
-De risicobeoordeling en het borgingsplan worden beoordeeld door de bouwplantoetsers. Zij moeten vooraf met de toezichthouder overleggen als zij vinden dat deze documenten onvoldoende duidelijkheid bieden.
-Zij kunnen dan in overleg bepalen dat er extra informatie over dat betreffende onderdeel opgevraagd gaat worden en bepalen dat daar extra toezicht op wordt houden.
Strijdigheid die ingebruikname in de weg of tussentijdse strijdigheid
Is sprake van een strijdigheid die aan de verklaring in de weg staat (3.86 lid 1, Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)), dan is de kwaliteitsborger verplicht de gemeente hierover te informeren. Een gemeente moet zelf bepalen hoe zij vanuit haar handhavende rol met de verstrekte informatie omgaat. Dat kan bijvoorbeeld administratief (schrijven aan indiener melding ‘verbod op gebruik totdat er info wordt overlegd waaruit blijkt dat het probleem is opgelost’) of inhoudelijk (de bouwplaats op). Ook hiervoor moet een gemeente vooraf keuzes maken en criteria vastleggen in beleid. Voor de volledigheid is op de volgende pagina een schema opgenomen waarin de processtappen zijn weergegeven bij geconstateerde strijdigheden van het BKL.
Hieronder wordt, per prioriteit van hoog van laag, een niet-limitatieve opsomming weergegeven van mogelijke constateringen bij controles tijdens het bouwproces.
Prioriteit 1 - hoge prioriteit i.v.m. risico gezondheid/veiligheid (acuut gevaar), onder andere:
▪ Veiligheid tijdens bouwwerkzaamheden.
▪ Heiwerkzaamheden (bijvoorbeeld: stortdatum heipalen of kalendering).
▪ Wapening funderingsconstructie.
▪ Wapening verdiepingsvloer.
▪ Overige situaties waarbij de gezondheid of veiligheid om andere reden acuut gevaar oplevert.
▪ Voortijdig beëindigen van de werkzaamheden door de kwaliteitsborger zonder dat is voorzien in onmiddellijke opvolging door andere kwaliteitsborger conform de op deze situatie van toepassing zijnde regels.
▪ Feitelijk niet danwel onvoldoende functioneren van de kwaliteitsborging op het werk.
▪ De kwaliteitsborger meldt een afwijking die het afgeven van zijn verklaring in de weg staat en het bevoegd gezag onderschrijft deze bevinding of constateert zelf een zodanige afwijking, waarbij in beide gevallen het duidelijk moet zijn dat het achteraf ongedaan maken van de afwijking technisch, financieel of anderszins onwaarschijnlijk moet worden geacht.
Prioriteit 2 - prioriteit i.v.m. mogelijk risico gezondheid/veiligheid, onder andere:
▪ Electra niet afgeschermd (meterkast of in centraaldozen).
▪ Ontbreken van afscheiding van vloer/trap of hellingbanen.
▪ Ontbreken vluchtroute aanduiding.
▪ Doorvoeren door brandscheiding.
▪ Zelfsluitende deur (i.v.m. brandscheiding/brandcompartimentering).
▪ Ontbreken van een ventilatievoorziening (denk hierbij aan o.a.: roosters boven de ramen).
▪ Ontbreken rookmelders.
▪ Ontbreken ventilatie bij een garage die rechtstreeks in verbinding staat met de woning?
▪ Ontbreken bergingen.
Prioriteit 3 - gemiddelde prioriteit, bijvoorbeeld:
▪ Niet voldoen aan geluidsnormen (door installaties of omgeving).
▪ Onvoldoende aanwezigheid daglicht voorzieningen bij verblijfsgebieden.
▪ Niet voldoen aan de BENG-berekening.
▪ Ontbreken wering van vocht toiletruimte/badruimte.
▪ Niet voldoen aan goede luchtstroming voor luchtverversing (spleten onder de deur).
Prioriteit 4 - lage prioriteit i.v.m. geen risico veiligheid/gezondheid, bijvoorbeeld:
▪ Veiligheidsklasse woning (hang- en sluitwerk).
Dossier bevoegd gezag
Bij de gereedmelding wordt een zogenoemd dossier bevoegd gezag verstrekt. Doel van het dossier is dat de gemeente – bijvoorbeeld in geval van een calamiteit of toekomstige verbouwingen – over informatie beschikt die nodig is voor het toezicht op het gerealiseerde bouwwerk. De gemeente heeft als taak om te toetsen of dat dossier volledig is en dus of alle stukken aanwezig zijn. Een gemeente kan vervolgens - net als bij de bouwmelding - kiezen om het dossier inhoudelijk te beoordelen met als doel eventueel nog zelf een controle uit te voeren. Het is ook mogelijk om deze stukken – zonder verdere inhoudelijke beoordeling – te archiveren voor toekomstig gebruik.
Er wordt in beginsel alleen op volledigheid getoetst. Echter in die gevallen waarbij door de kwaliteitsborger een tekortkoming is geconstateerd, toets de gemeente of deze tekortkoming reden is dat het bouwwerk niet in gebruik kan worden genomen. Het dossier bevoegd gezag wordt in het handhavingssysteem Rx.Mission gearchiveerd conform de daarvoor geldende eisen en wetgeving.
Gefaseerde oplevering
Een ander punt van aandacht betreft het gefaseerd opleveren en ingebruikname dat met name bij
de grotere bouwprojecten van woningen zal plaats vinden. Vergunningen kunnen worden aangevraagd voor meerdere bouwwerken in één vergunning. Een bouwwerk mag pas gebruikt worden na gereedmelding en het aanleveren van het dossier aan het bevoegd gezag. En dat wordt - ook bij meerdere woningen in een project - pas gedaan nadat alle woningen klaar zijn. Vanuit praktische overwegingen is het gewenst gefaseerde opleveringen mogelijk te maken gedurende de beginperiode na invoering van de Wkb totdat de Wkb op dit punt is aangepast.
Juridisch kader
Op grond van artikel 2.21 (ingebruikname bouwwerk) van het Bbl mag een bouwwerk pas in gebruik genomen worden twee weken na gereedmelding. Bij een project met bijvoorbeeld meerdere woningen zou ingebruikname volgens de letter van de wet dus pas zijn toegestaan nadat ook de laatste woning/ deel van het project gereed is. Eerdere ingebruikname is formeel gesproken een overtreding van de voorschriften. Gereedmelding per woning of deeloplevering bestaat niet onder de Wkb.
Bijlage I: Jaarplan Integrale Veiligheid gemeente Tholen
Jaarplan integrale veiligheid 2024
(Het jaarplan Integrale Veiligheid 2026 is ten tijde van het opstellen van onderhavig plan nog in voorbereiding)
Het jaarplan is de uitwerking van het Integraal Veiligheidsplan De Markiezaten 2022-2026 (verder IVP), dat iedere vier jaar in het district opgesteld wordt. In dit jaarlijks plan wordt uitvoering gegeven aan de zaken die in het IVP beschreven staan.
Visie uit het Integraal Veiligheidsplan 2023-2026 De Markiezaten
Als Tholen investeren we in de veiligheid van onze inwoners, zodat inwoners zich veilig voelen in de eigen leefomgeving. Soms nemen we hierin de leiding en soms ondersteunen we. In onze aanpak staat preventie voorop, waarbij we doorpakken daar waar het nodig is. Samen met de inwoners en andere partners streven we naar een veilige en prettige samenleving waarin inwoners weerbaar zijn, zich beschermd weten en zich veilig voelen, waarin overlast en criminaliteit zo veel als mogelijk voorkomen worden, waarin aanwezige overlast en criminaliteit stevig aangepakt worden.
De gemeente Tholen maakt onderdeel uit van district de Markiezaten waar we nauw mee samenwerken. In het Integraal Veiligheidsplan is de strategie bepaald voor de periode 2023 tot 2026. Daarin is niet alleen aandacht voor de gezamenlijke strategische agenda maar ook voor lokale accenten. Voor de gemeente Tholen zijn deze als volgt:
•Zichtbaarheid en bereikbaarheid in de wijk;
•Zichtbaarheid en bereikbaarheid in ons uitgestrekte buitengebied;
•Ondermijning: overlast en criminaliteit binnen o.a. recreatieparken en jachthavens;
•Zorgmijders en personen met onbegrepen gedrag;
•Jeugd (overlast);
•Integraal optreden en acties: integrale handhavingsacties, bedrijfscontroles, acties met buurtpreventie;
•Verkeersoverlast;
•Bestrijding van drugsoverlast, zowel handel en gebruik;
•Aandacht voor cybercriminaliteit als cybergemeente binnen district de Markiezaten.
•De burgemeester is cyberburgemeester en cybercriminaliteit is opgenomen in het Beleidsprogramma van de raad
Deze lokale accenten zijn terug te vinden in de kopregel van de thema’s.
Beschikbare middelen Openbare orde en Veiligheid
Voor de jaren 2024 en 2025 is €313.000 per jaar beschikbaar. De opbouw is als volgt:
Structureel is € 63.000 beschikbaar: € 30.000 BOA-pool en € 33.000 extra middelen van het Rijk.
De extra incidentele middelen die beschikbaar zijn gesteld door de raad via een motie: € 250.000.
Een deel van het budget wordt gebruikt voor het aannemen van een extra medewerker OOV. Deze medewerker OOV zal zich onder meer bezighouden met de aansturing van de boa’s en zorgcasussen met een sterke veiligheidscomponent. Dit is een belangrijke stap in het verbeteren van de openbare orde en veiligheid in onze gemeenschap. Tevens wordt dit extra budget ingezet voor de aanstelling van 2 boa’s, die een cruciale rol vervullen in de leefbaarheid van de wijk. Daarnaast vervullen ze een rol in het surveilleren in het uitgestrekte buitengebied. Vooral binnen openbare orde en veiligheid is meer capaciteit gewenst om dit soort zaken verder op te pakken.
De periode van 2 jaar gaat in op vanaf 1 juni 2024 -toen zijn de BOA’s en de OOV-er in dienst gekomen- en loopt door tot 1 juni 2026.
Projectmatige zaken
In dit jaarplan vindt u de projectmatige zaken die wij op zullen pakken in 2024 naast onze reguliere werkzaamheden.
Criminaliteit: Georganiseerde criminaliteit, digitale veiligheid en mensenhandel
Lokale accenten vanuit het IVP: 2,5,7 en 8
Doelstelling:
Georganiseerde criminaliteit in een vroeg stadium herkennen door een stevige integrale aanpak en een goede informatiepositie opbouwen waarbij signalen van partners aan de voorkant worden gedeeld. Bij vroegtijdige onderkenning kan beter worden voorkomen dat de gemeente criminelen faciliteert en bestuurlijk weerbaar is. Bestuurlijke weerbaarheid kan omschreven worden als de mate waarin het lokaal bestuur in staat is de ondermijnende effecten van georganiseerde criminaliteit tegen te gaan, zowel preventief als reactief. Naast bestuurlijke weerbaarheid is ook maatschappelijke weerbaarheid belangrijk. Ook inwoners en ondernemers kunnen onder druk worden gezet om criminele activiteiten te faciliteren.
Wat pakken we in 2024
projectmatig op?
•Deelname aan de implementatie van de Zeeuwse norm weerbare overheid;
•Deelname aan RIEC casuïstiek, gezamenlijk met de politie, Openbaar Ministerie, Belastingdienst en de Taskforce RIEC;
•Interne evaluatie RIEC;
•Het versterken van onze lokale informatiepositie door optimaal gebruik te maken van de informatie bij (interne) collega´s over ondermijnende signalen buiten, door middel van het implementeren van het Lokaal Overleg Ondermijning;
•We werken aan weerbare inwoners en ondernemers op het vlak van digitale veiligheid. Dit doen we aan de hand van het uitvoeringsplan Digitaal Veilig De Markiezaten;
•We voeren een datavolwassenheidsscan uit voor de organisatie om de stand van zaken te bepalen als het gaat om de informatiehuishouding rondom ondermijning;
•Privacyprotocolproces ondermijning uitrollen en daarnaast het implementeren van een geschikt systeem voor informatiehuishouding ondermijning;
•Mogelijkheid tot deelname aan het opleidingsplan voor extra kennis over ondermijning bij Taskforce RIEC.
Betrokken partijen
Interne organisatie gemeente, Taskforce-RIEC, gemeenten in het district De Markiezaten, Politie, Openbaar Ministerie, Belastingdienst, provincie Zeeland, Zorg- & Veiligheidshuis De Markiezaten.
Onderliggende besluitvorming
Zeeuwse Norm Weerbare Overheid, Damoclesbeleid gemeente Tholen, Bibob-beleid gemeente Tholen, beleid aanpak mensenhandel, Integraal Veiligheidsplan.
Output indicatoren
Integraal Veiligheidsplan de Markiezaten 2023-2026, Veiligheidsmonitor, Waarschuwingen en sluitingen op grond van art. 13b Opiumwet, Bibob-toetsingen, politiecijfers georganiseerde criminaliteit, RIEC-casussen, MMA-meldingen.
Zorg & veiligheid
Lokale accenten vanuit het IVP: 3 en 4
Doelstelling:
Het voorkomen en verminderen van overlast en onveilige situaties door integraal inzetten van goede zorg en passende ondersteuning.
Wat pakken we in 2024
projectmatig op?
•Mogelijkheden onderzoeken naar interne anonieme meldingsmogelijkheid;
•Mogelijkheden onderzoeken naar generieke dataverzameling en hoe deze gestuurd kunnen worden;
•Aandacht voor Veilig Publieke Taak;
•Werken aan een de levensloopaanpak ketenveldnorm voor persoonsgerichte zorg en financiering voor kwetsbare personen. Doel is het maken van uitvoeringsafspraken tussen de partners in de uitvoering van de Levensloopaanpak binnen de Ketenveldnorm;
•We sluiten aan bij de aanpak die het Zorg- en Veiligheidshuis gaat schrijven betreffende de aanpak maken voor personen met een hoog veiligheidsrisico;
•Extra capaciteit realiseren binnen het cluster openbare orde en veiligheid voor zorgcasussen met sterke veiligheidscomponent en risico op maatschappelijke onrust;
Betrokken partijen
Interne organisatie gemeente, politie, Zorg- en Veiligheidshuis, Veilig Thuis, scholen, jongerenwerk, Openbaar Ministerie, Jij op Tholen, CJG, FACT, jongerenwerk, leerplichtambtenaar, Emergis verslaving, Jeugdzorg, Wij zijn, Buurtbemiddeling, Halt, Barka en Stadslander.
Onderliggende besluitvorming
Convenant radicalisering, convenant Zorg- en Veiligheidshuis, Handboek Maatschappelijke onrust, convenant Jeugd & Veiligheid, handreiking de-escaleren Zeeland, richtlijnen zicht op veiligheid.
Veilige buurt en wijkgericht werken
Lokale accenten vanuit het IVP: 1,5 en 6
Doelstelling:
Het in stand houden en indien nodig verbeteren van het veiligheidsgevoel van de inwoners, samen met de ketenpartners. Onze inwoners moeten zich zo goed mogelijk voelen in hun buurt; hun alledaagse woon- en leefomgeving. Dat willen zeggen: onbedreigd, niet geïntimideerd en niet gehinderd door overlast van de omgeving: veilig dus!
Wat pakken we in 2024
projectmatig op?
•De inzet van boa’s organiseren;
•Aanpak overlast (analyse overlast en inzetmogelijkheden BOA's) ;
•Analyse drugsoverlast 2023;
•Invulling functie medewerker OOV;
•Deelname dorpsagenda's.
Betrokken partijen
Interne organisatie gemeente, politie, brandweer, coördinatoren en vrijwilligers buurtpreventie. Kerken, verenigingen en EHBO-verenigingen inz. AED.
Onderliggende besluitvorming
Algemene Plaatselijke Verordening.
Output indicatoren
Veiligheidsmonitor, LEMON onderzoek, cijfers politie & OM, cijfers buurtbemiddeling, WhatsApp buurtpreventiegroepen en buurtpreventieteams en inzetten AED’s.
Risico’s en omgeving
Geen specifieke lokale accenten uit het IVP
Doelstelling crisisbeheersing en externe veiligheid
Het gaat over de vraag hoe we de beperkte ruimte veilig kunnen benutten en de risico’s die inwoners lopen door allerlei activiteiten in hun omgeving zoveel mogelijk kunnen beperken.
-Het waar mogelijk voorkomen van incidenten en een goede voorbereiding op rampen en crises. En indien nodig adequaat handelen.
-Het beschermen van grote groepen burgers tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen en de risico’s die verband houden met de productie, het gebruik, de opslag en het transport van gevaarlijke stoffen voor de burger zoveel mogelijk te beperken.
Wat pakken we in 2024 projectmatig op?
•We brengen de crisisorganisatie op orde;
•We maken een start voor het informatiebeheerplan voor de crisisorganisatie;
•Het thema digitale veiligheid worden opgenomen in het OTOTEL;
•Het nieuwe alarmeringssysteem iTel wordt uitgerold;
•Inrichten van het gemeentelijk crisiscentrum naar het veiligheidsplein.
Betrokken partijen
Interne organisatie gemeente, Veiligheidsregio, brandweer, RUD, Provincie, GHOR, Politie.
Besluitvorming
Wet op de Veiligheidsregio’s, omgevingswet.
Output indicatoren
GRIP-incidenten, inzetten OvD-Bz, uitrukken Brandweer, infectieziekten, Ready2Helpers.
Organisatie en samenwerking
Doelstelling bestuurlijke ondersteuning:
Positioneren en adviseren van het bestuur op het gebied van veiligheid en de maatschappelijke impact hiervan.
Wat pakken we projectmatig op?
•Bevordering interne integraliteit op het onderwerp Veiligheid;
•Tholen neemt in 2024 het voorzitterschap in de basisteamdriehoek op zich. (Organiseren, ondersteunen en uitvoeren).
Bijlage
We werken samen met verschillende verbanden. We proberen slim aan te sluiten bij verschillende samenwerkingsverbanden. Het jaarplan integrale veiligheid 2024 is afgestemd met de onderstaande plannen.
Bijlage
In welk verband
Korte beschrijving
1Integraal Veiligheidsplan District De Markiezaten 2022-2026
District de Markiezaten
Voor een periode van vier jaar zijn hierin de strategische doelen beschreven voor het district. Iedere gemeente geeft zelfstandig uitvoering aan de plannen.
2Intentieverklaring Zeeuwse Norm Weerbare overheid
Provincie Zeeland
Alle Zeeuwse gemeenten hebben deze norm ondertekend en de intentie uitgesproken om de komende jaren te werken aan een weerbare overheid.
3Strategische agenda 2023 – 2026 Cybercriminaliteit
Zeeland West-Brabant (politie-eenheid)
In samenwerking met politie, OM en Platform Veilig Ondernemen (PVO) is een strategische agenda opgesteld voor de periode van 2023 tot 2026 om cybercriminaliteit aan te pakken.
4Uitvoeringsplan Digitaal Veilig de Markiezaten
5BOA raadvoorstel
District de Markiezaten
Alle gemeenten in het district De Markiezaten maken samen met de politie een uitvoeringsplan van de Strategische Agenda 2023-2026 Cybercriminaliteit.
Bijlage J Jaarplan / uitvoeringsprogramma 2026 RUD Zeeland Gemeente Tholen
1.Van RUD Zeeland naar Omgevingsdienst Zeeland.
Met de vaststelling van de begroting 2026 kan het groeimodel naar Omgevingsdienst Zeeland worden uitgevoerd. Vanaf 1 januari 2026 hanteren we dan ook de naam Omgevingsdienst Zeeland. Per 1 januari wijzigt ook onze huisvesting: we verhuizen naar de gemeente Middelburg. En daarnaast zullen onze ondersteunende taken (PIOFACH) door de Provincie Zeeland voor ons worden uitgevoerd.
2026 wordt daarmee een overgangsjaar, een jaar waar oud en nieuw elkaar moeten vinden. Een jaar waarin hard gewerkt moet worden voor onze deelnemers, maar ook een jaar waarin nog veel tijd nodig is om de interne ontwikkelingen op gang te houden. En een jaar waarin voorstellen moeten worden gedaan aan ons DB en AB om toekomstbestendig te blijven.
Een belangrijk voorbeeld is de financieringssystematiek. De huidige P*Q systematiek werkt verlammend, we zoeken naar een goede bijstelling daarvan.
De organisatieverandering waar de RUD vanuit bovenstaande context voor staat is onder te verdelen in 3 blokken die op onderdelen afhankelijkheden kennen:
1Op orde brengen van de noodzakelijke randvoorwaarden om een volwaardige organisatie te kunnen zijn.
a.Huisvesting op orde
b.PIOFACH op orde
2De huidige organisatie richten en inrichten zodat een doorontwikkeling naar een volwaardige omgevingsdienst mogelijk is.
a.Voldoen aan de landelijke kwaliteitscriteria
b.Opgave gericht werken zowel intern als extern (effectgericht)
c.Organisatiestructuur geschikt voor kennis en deskundigheidsontwikkeling
d.Professioneel HR-instrumentarium beschikbaar
e.Leiderschap aanwezig gericht op de ontwikkeling van de organisatie en haar medewerkers
f.Financieringssystematiek ontwikkelen die passend is bij de opgave
3De daadwekelijke ontwikkeling en groei naar een professionele omgevingsdienst
a.Afronden ingroeimodel robuustheid
b.Van reactief naar meer proactief, actief adviserend op geconstateerde problematiek
c.Aantoonbare deskundigheid beschikbaar voor de deelnemers
d.Onafhankelijker opereren en meer risicogedreven keuzeproces
e.Opereren vanuit een informatiegestuurde benadering
f.Gericht op samenwerking aan een leefbare en veilige omgeving
We gaan werken aan een plan 2026-2028 waarin bovenstaande thema’s een plaats krijgen. Het plan gaat zich primair richten op de inhoud van het werk van Omgevingsdienst Zeeland in de nabije toekomst.
Dit jaarplan ziet op het kalenderjaar 2026. Een jaar waarin de laatste stappen van de verhuizing en de migratie van de ondersteuning worden afgerond, waarmee de randvoorwaarden er zijn om op een adequate manier een organisatie in ontwikkeling te krijgen. Nu komt het erop aan om te laten zien dat we de omgevingsdienst gaan zijn waar Zeeland op kan rekenen.
Een omgevingsdienst die steunt op de kernwaarden deskundig, betrouwbaar en samen. Waarin gewerkt wordt vanuit een branchegerichte benadering. Met teams die weten wat er speelt, kunnen anticiperen op ontwikkelingen en vraagbaak zijn voor deelnemers, ondernemers en inwoners.
Een omgevingsdienst die innoveert door middel van informatiegestuurd werken. Zo kunnen we onze capaciteit risicogedreven inzetten daar waar het nodig is en ruimte laten waar dat kan.
Een omgevingsdienst die een betrouwbare partner is. Van de deelnemers, overheidsorganisaties en bedrijven.
2026 wordt een kanteljaar. Een jaar waarin veel van onze medewerkers wordt gevraagd, maar ook van onze deelnemers. Het is wederkerig. Niet alleen RUD Zeeland ontwikkelt naar een omgevingsdienst, de deelnemers ontwikkelen mee.
2Uitvoering 2026
In 2026 starten we met een nieuwe indeling waarbij de bestaande afdelingen Vergunningverlening en Toezicht en Handhaving worden samengevoegd in de afdeling Uitvoering en Handhaving.
Deze afdeling is onderverdeeld in de volgende teams:
-Vergunningverlening
Dit team houdt zicht bezig met alle activiteiten van vergunningen, meldingen en informatieplichten. Zij werken voor alle bedrijven die vergunningaanvragen, meldingen en informatieplichten indienen. De vergunningverleners hebben een accentgebied dat aansluit bij de brancheteams waarin inspecteurs zitten.
-Stedelijk gebied:
Het team Stedelijk gebied houdt toezicht op milieurelevante activiteiten binnen het stedelijk gebied. De werkzaamheden richten zich op branches zoals horeca, detailhandel, zorginstellingen, onderwijs, tankstations en zweminrichtingen. De inzet is gericht op het bevorderen van naleving, het voorkomen van milieuschade en het ondersteunen van een veilige en gezonde leefomgeving.
-Buitengebied
Binnen het buitengebied richt dit team zich op toezicht en handhaving in agrarische sectoren zoals akkerbouw, glastuinbouw en veehouderij. Ook is er toezicht en handhaving op het gebied van windmolens, gemalen en energie-infrastructuur. De focus ligt op het beschermen van bodem, water en luchtkwaliteit, en het stimuleren van duurzame bedrijfsvoering in het landelijk gebied.
-Industrie
Het team Industrie is actief binnen industriële sectoren met een verhoogd risicoprofiel, waaronder chemie, metaal, voedingsmiddelen, afvalverwerking en energieproductie. De werkzaamheden zijn gericht op risicogestuurde inspecties, naleving van complexe milieuwetgeving en het voorkomen van incidenten met impact op mens en milieu.
-Energie, geluid, licht en externe veiligheid
Dit team gaat aan de slag met de controles op energiemaatregelen, veel deelnemers wensen daarop meer inzet en samenwerking. Hierin vinden ook onze werkzaamheden rond geluid, licht en externe veiligheid hun plaats.
-Bodem en asbest
In dit team werken de specialisten en toezichthouders op de taakvelden Bodem en Asbest. Beide taken zijn niet locatie- of bedrijfsgebonden. Onze expertise en specialistische kennis op deze vakgebieden worden regelmatig ingezet, voor VTH-taken en advies richting alle deelnemers.
-Handhaving en interventies
Steeds meer wordt samen met de deelnemers ingezet op handhaving en interventies. Met onze partners voorkomen en bestrijden we ondermijning en treden we handhavend op bij bedrijven die de veiligheid van onze leefomgeving bedreigen.
De afdeling Uitvoering en Handhaving, wordt ondersteund door de afdeling: Regie, Ontwikkeling en Support. Deze afdeling bestaat uit de volgende teams:
-Juridisch
Het team Juridisch is verantwoordelijk voor de juridische kwaliteit en het voeren van procedures. Er zijn verschillende werkzaamheden, die zich richten op vergunningen maar ook op handhaving. In het kader van de Wet open overheid (Woo) zorgt dit team voor de afwikkeling van informatieverzoeken.
-Projecten en programma’s
Dit team vormt de ontwikkelkant van de organisatie. Eén van de speerpunten is doelgericht projectmanagement, zodat er planmatig uitvoering gegeven wordt aan verbeteringen en innovatie. In het samenspel met de uitvoerende (branche)teams wordt gewerkt aan bestaand en nieuw beleid alsook uitvoeringsstrategieën die impact hebben op onze leefomgeving. We willen ontwikkelen op het gebied van informatie- en probleemgestuurd werken. We zetten daarom in 2026 verdere stappen richting effectieve en efficiënte informatievoorziening. We gebruiken data en informatie uit interne en externe bronnen, zoals signalen van burgers en deelnemers, om onderbouwde en doordachte keuzes te maken voor de aan te pakken risico's en de daarbij passende interventies.
-Support
Dit is onze ondersteunende afdeling. Hoewel de provincie onze PIOFACH-taken voor ons gaat verrichten, hebben wij administratieve ondersteuners, communicatiemedewerkers en financieel onderlegde medewerkers nodig om ons werk goed te kunnen doen.
3.Thema’s en ontwikkelingen binnen VTH 2026
Er worden bij Omgevingsdienst Zeeland heel veel verschillende taken op verschillende vakgebieden uitgevoerd. Vakgebieden die in beweging zijn. Dit vraagt dat we voortdurend alert zijn op nieuwe ontwikkelingen en wijzigingen in bijvoorbeeld wetgeving. Daarnaast betekent het ook dat we onze werkprocessen en procedures aan blijven passen.
We verlenen of actualiseren vergunningen en we houden toezicht op meer dan 9000 bedrijven in Zeeland. Van kleine horecaondernemingen tot grote industriële chemische bedrijven. Alle ontwikkelingen binnen alle teams beschrijven in ons jaarplan 2026, zou een zeer omvangrijk jaarplan opleveren. Om die reden hebben we ervoor gekozen de belangrijkste thema’s voor 2026 hieronder te beschrijven.
ZZS
Het streven is om Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) volledig uit de leefomgeving te weren. Een gedegen kennisbasis en samenwerking tussen stelselpartners is daarvoor essentieel. Bedrijven hebben de plicht om de emissies te minimaliseren.
Zeer Zorgwekkende Stoffen staan bekend als de gevaarlijkste stoffen voor mens en milieu. In de afgelopen jaren is de aandacht voor deze stoffen sterk toegenomen.
Het doel is duidelijk: ZZS zoveel mogelijk uit onze leefomgeving weren. Dankzij landelijke en provinciale initiatieven zetten we de komende jaren in op branchegerichte en thematische samenwerking. Daarbij ligt de focus op het vergroten van bewustwording, het delen van kennis en het versterken van de samenwerking tussen betrokken partijen.
Het bestaande projectplan loopt door in 2026:
•In 2026 krijgen de door de provincie Zeeland en RUD Zeeland aangevraagde middelen in het kader van de Tijdelijke regeling uitkering Bodem (SPUK Bodem);
•Structurele inventarisatie en risicobeoordeling zijn noodzakelijk om gericht beleid te voeren en passende maatregelen te treffen;
•In samenwerking met onze partners werken wij stapsgewijs toe naar een zo volledig overzicht van emissiebronnen en de reductie van deze emissies.
3.10.Circulaire economie
De transformatie naar een meer circulaire economie (CE) is noodzakelijk om de schaarste aan grondstoffen tegen te gaan en om milieuvervuiling en klimaatverandering te beteugelen. Nederland heeft zich als doel gesteld om in 2050 volledig circulair te zijn, met een tussendoel om in 2030 het primaire grondstoffengebruik met 50% te verminderen.
Om die reden is er in Zeeland nog één in bedrijf zijnde stortplaats waarvan de vergunning is verleend tot 2050. Dit is gebaseerd op het provinciaal beleid. Na deze datum zijn er geen stortmogelijkheden in Zeeland.
Op basis van de van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen (hierna BSSA) kunnen ontheffingen van het stortverbod worden ingediend. Deze ontheffingen worden getoetst aan de Regeling verklaring stortverboden afvalstoffen 2013. Deze ontheffingen hebben een geldigheid van één jaar om periodiek te beoordelen of het storten nog past binnen de wettelijke beleidskaders.
2026 zal in het teken staan van ontwikkeling van kennis en de ontwikkelingen van toepassingen in ons werkveld door:
•Ontwikkeling startnotitie, project en implementatieplan;
•Deelname opleidingen CE (basis en verdieping, afhankelijk van behoefte en beschikbare kennis);
•Ontwikkelen CE (handreiking, implementatieplan, grondstofbesparingsplan en afvalpreventieplan).
3.11.Bodem en ondergrond
Van oudsher ligt de focus op de chemische bodemkwaliteit. De focus verbreedt zich ook naar de fysieke kwaliteit van bodem en ondergrond. Het accent ligt op het delen en ontwikkelen van kennis, samenwerken, verbinden en realiseren van synergievoordelen met landelijke en regionale netwerken.
We gaan in 2026 werken aan de:
•Ontwikkeling van een startnotitie, project en implementatieplan;
•Starten van een breed interdisciplinair overleg secundaire bouwstoffen, samenwerking met de thema's circulaire economie, ZZS, waterkwaliteit en energietransitie;
•Ontwikkelen van kennis op het gebied van gewasbeschermingsmiddelen door deelname aan webinars over bodemonderzoek in relatie tot gewasbeschermingsmiddelen en een symposium over gewasbeschermingsmiddelen. Daarnaast komt er samenwerking op thema’s binnen ZZS en waterkwaliteit;
•Bodemenergiesystemen: in beeld brengen van vergunde systemen en controle op rapportageverplichtingen.
3.12.Waterkwaliteit
Waterkwaliteit is een essentieel thema voor zowel de gezondheid van mens en natuur als voor de toekomst van het milieu. Het thema strekt zich uit tot grondwater, oppervlaktewater, drinkwater, en zwemwater. De kwaliteit van het water verdient de aandacht omdat de impact groot is. Denk aan natuur, ecologie, drinkwaterproductie, voedselproductie, industrie, gezondheid en recreatie.
Landelijk is aandacht voor de Kader Richtlijn Water (KRW) waaraan ook bedrijven moeten voldoen die lozen op het gemeentelijk rioolstelsel. In de KRW gaat het om ruim dertig stoffen met minimalisatieplicht. De minimalisatieplicht betekent dat gestreefd moet worden naar een zo laag mogelijke concentratie van de betreffende stof in het afvalwater. Het gaat met name om agrarische activiteiten, infrastructuur, chemische en metaalindustrie, op- en overslag, bouwwerken (bouw/sloop). Wij nemen deel in de werkgroep Emissiekwaliteit Zeeland om onze expertise in te zetten voor indirecte lozingen, om een programmatische aanpak mogelijk te maken. Dit doen wij in samenspraak met team Programma’s en Projecten.
Het (her)gebruik van afvalwater staat nog in de kinderschoenen. Op 25 mei 2020 is Verordening (EU) nr. 2020/741 van het Europees Parlement en de Raad inzake minimumeisen voor hergebruik van water vastgesteld (PbEU 2020, L 177) (hierna: de verordening). Deze verordening regelt het hergebruik van effluent afkomstig van rioolwaterzuiveringsinstallaties voor de irrigatie van landbouwgewassen. Vanaf 26 juni 2023 is de verordening van toepassing. Ter uitvoering van de verordening zijn zowel regels gesteld in het Uitvoeringsbesluit verordening hergebruik stedelijk afvalwater als in de Uitvoeringsregeling verordening hergebruik stedelijk afvalwater. In 2025 is een project gestart waarbij gereinigd afvalwater vanuit een waterzuiveringsinstallatie wordt toegepast in de landbouw.
3.13.Energietransitie en energiebesparing
Nederland streeft ernaar om in 2050 alleen nog energie uit duurzame bronnen te gebruiken. Als tussendoel geldt dat in 2030 27% van alle gebruikte energie in Nederland uit duurzame bronnen moet komen. Dat is de uitwerking van de klimaatverdragen en het klimaatbeleid.
Ook de geopolitieke verhoudingen staan onder druk. Dat heeft direct effect op de prijzen voor energie en de politieke keuze onafhankelijk te willen zijn in de energievoorziening. Deelnemers hebben de vraag gesteld of energiecontroles vaker kunnen worden uitgevoerd dan eens in de 10 jaar. Gevraagd is te rekenen met eens in de 4 jaar. Dit betekent een stijging van onze inzet van 4,3 fte naar 7,7 fte. Dit valt niet voor elke deelnemer hetzelfde uit, maar voor veel gemeenten verdubbelen de kosten.
3.14.Data en informatievoorziening
Om ons werk goed te kunnen verrichten en de juiste keuzes daarin te maken, is het gebruik maken van de bij ons bekende data en informatie noodzakelijk. Daarin moeten we als omgevingsdienst echt nog een ontwikkeling inzetten. De informatiemanager die in 2025 reeds is gestart bij de omgevingsdienst, heeft hierin een grote rol. Door gebruik te maken van data kunnen we onze risicogerichte benadering verder verbeteren.
3.15.Gezondheid
In de Omgevingswet is gezondheid een te toetsen element geworden en is ook een weigeringsgrond bij vergunningaanvragen. In principe volgen wij de uitgewerkte kaders voor stank, geluidhinder en gevaarlijke om effecten voor de gezondheid te minimaliseren. Wij stemmen echter bepaalde ontwikkelingen af met de GGD. Hierbij kan worden gedacht aan milieu-aspecten waar de kaders in de Omgevingswet nog niet zijn uitgekristalliseerd zoals de gezondheidseffecten bij geitenhouderijen.
3.16.Omgevingswet
Ook in 2026 betekent de komst van de Omgevingswet nog extra werk. Het actualiseren van het vergunningenbestand en in beeld brengen van MBA’s is onderdeel van ons reguliere werk. Met het in werking treden van de Omgevingswet zijn bepaalde bedrijfsactiviteiten vergunningplichtig geworden. Voor de opslag van polyester (meer dan 250 liter) en de opslag van een geurstof bij een gasreduceerstation (meer dan 250 liter tetrahydrofureen) geldt vanaf 1 januari 2026 een vergunningplicht. Eind 2025 hebben wij diverse bedrijven geïnformeerd en op dit moment vindt de afhandeling van de vergunningprocedures plaats.
3.17.Samenwerking
Samenwerking Ketenpartners
RUD Zeeland werkt nauw samen met haar ketenpartners aan het realiseren van de gezamenlijke milieudoelstellingen in de provincie Zeeland. Deze samenwerking is gebaseerd op de uitgangspunten van het Zeeuwse VTH-beleid, waarin integraliteit, informatiegestuurd werken en gezamenlijke verantwoordelijkheid centraal staan.
Als uitvoeringsorganisatie voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) neemt RUD Zeeland een centrale positie in binnen de VTH-keten. De samenwerking omvat een breed netwerk van ketenpartners, waaronder de 13 Zeeuwse gemeenten, Provincie Zeeland, Veiligheidsregio Zeeland, Waterschap Scheldestromen, GGD Zeeland, Politie Eenheid Zeeland-West-Brabant, Rijkswaterstaat, de Nederlandse Arbeidsinspectie, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), DCMR Milieudienst Rijnmond en andere omgevingsdiensten.
Door structurele afstemming, gezamenlijke risicoanalyses en het actief delen van informatie ontstaat een gedeeld beeld van de milieuthema’s en risico’s binnen de regio. Dit vormt de basis voor gecoördineerde interventies en preventieve maatregelen. RUD Zeeland levert hiermee een wezenlijke bijdrage aan een robuuste, effectieve en toekomstbestendige ketensamenwerking binnen en buiten Zeeland.
Samenwerking voor een adequate procedurele afhandeling
De volledigheid, juistheid en tijdigheid is een uitdaging in al onze uitvoeringsprocessen. Om de processen zo soepel mogelijk te laten verlopen passen we casemanagement toe en nemen wij graag deel aan vooroverleggen, omgevingstafels en stimuleren wij participatie.
4.Uitvoering 2026 in cijfers
4.10.Inleiding
De in dit Jaarplan genoemde producten en dienstverlening betreffen ramingen op basis van het aantal locatiedossiers en inschattingen door de opdrachtgever en -nemer.
4.11.Jaarplan 2026
Deelnemer
Begroting 2026
Verschil door aanpassingen in bedrijvenbestand
Aanvullende vragen Jaarplan 2026
Totaal nieuw jaarplan
Tholen
€ 946.500
€ -3.511
€ -8.954
€ 934.035
4.12.Producten
5.Overige zaken
Dit hoofdstuk bevat afspraken opgenomen over de overlegstructuur en de invulling informatieplicht vanuit het Mandaatbesluit.
RUD Zeeland is verantwoordelijk voor het coördineren en initiëren van overleg tussen opdrachtgever en RUD Zeeland. Daarvoor is voorzien in twee overlegstructuren die in overleg met de deelnemer(s) zijn uitgewerkt.
BESTUURLIJK
Partijen
Onderwerpen
Frequentie
Bilateraal
RUD (directeur / MT-lid)
Opdrachtgever (wethouder / burgemeester)
-Kwaliteit en kwantiteit van de dienstverlening
-Stand van zaken uitvoering Jaarplan
-Actualiteiten
-Planning
-Toekomst-verwachtingen
Minimaal
1x per jaar
Collectief (Zeeuwsbreed)
AB
-Idem als boven o.g.v. jaarrapportages (monitoring)
-Afstemming
-Ontwikkelingen
Minimaal
4x per jaar
AMBTELIJK
Partijen
Onderwerpen
Frequentie
Bilateraal
Wederzijdse relatiebeheerders
-Overzicht van in mandaat genomen besluiten
-Rapportages
-Stand van zaken
Uitvoering Jaarplan
-Zaken die goed en die minder goed gaan
Minimaal
4x per jaar
Collectief (Zeeuwsbreed) Deelnemers-overleg
Wederzijdse relatiebeheerders
-Idem als boven o.g.v. jaarrapportages (monitoring)
-Afstemming
-Ontwikkelingen
-Voorbereiding AB
Minimaal
4x per jaar
Begeleidings-commissie
Financieel-/P&C- adviseurs
-Financiële afstemming
Minimaal
4x per jaar
Invulling informatieplicht uit Mandaatbesluit RUD Zeeland 2024
Opdrachtnemer informeert de opdrachtgever over:
-alle (voornemens tot) handhavingsbesluiten;
-informatie over mogelijke overige, niet-milieu gerelateerde misstanden (bijvoorbeeld bouwgerelateerde zaken) die inspecteurs toevalligerwijs tegenkomen bij inspecties (oog- en oorfunctie).