Gemeentelijke regelgeving

Verordening overleg lokaal onderwijsbeleid

Gemeente Texel · geldt sinds 2 oktober 2001

Aanhef

De raad van de gemeente Texel;

gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders van 24 augustus 2001;

gelet op de bepalingen over het op overeenstemming gericht overleg in de Wet op het primair onderwijs, en de Wet op het voortgezet onderwijs;

gezien het advies van de commissie Welzijn en Onderwijs;

gezien het gevoerde overleg met de vertegenwoordigers van de schoolbesturen;

overwegende dat het noodzakelijk is een regeling vast te stellen voor het

overleg tussen de gemeente en de schoolbesturen over het lokaal onderwijsbeleid;

BESLUIT :

hoofdstuk

Artikel I

In te trekken de “Verordening Overleg Lokaal Huisvesting Onderwijs”.

Artikel II

Vast te stellen de “Verordening overleg lokaal onderwijsbeleid”, deze komt als volgt te luiden

HOOFDSTUK 1 BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.schoolbestuur: het bevoegd gezag van een volgens de Wet op het primair onderwijsen de Wet op het voortgezet onderwijsbekostigde

openbare of bijzondere school voor basisonderwijs, speciale

school voor basisonderwijs, school voor voorbereidend

wetenschappelijk onderwijs, algemeen voortgezet onderwijs en

voorbereidend beroepsonderwijs, die gelegen is op het

grondgebied van de gemeente;

b.advies: het advies van de Onderwijsraad als bedoeld in de Wet op het primair onderwijsen de Wet op het voortgezet onderwijs;

c.Burgemeester en Wethouders: het college van Burgemeester en Wethouders.

HOOFDSTUK 2 OVERLEG

Paragraaf 2.1 Overlegorgaan lokaal onderwijsbeleid

Artikel 2. Functie overlegorgaan

1Er is een overlegorgaan lokaal onderwijsbeleid waarin Burgemeester en Wethouders met de vertegenwoordigers van alle schoolbesturen overleg voeren over de voorbereiding en uitvoering van het lokaal onderwijsbeleid.

2In het overlegorgaan komen aan de orde:

a.de onderwerpen waarop het op overeenstemming gericht overleg van toepassing is als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs en de Wet: op het: voortgezet onderwijs;

b.overige onderwerpen van overleg aangaande het lokaal onderwijsbeleid.

3Op de onderwerpen, als genoemd in het tweede lid onder b, is artikel 9 niet van toepassing.

Artikel 3. Samenstelling overlegorgaan

1De schoolbesturen kunnen zich laten vertegenwoordigen in het overlegorgaan. Een schoolbestuur wijst daartoe éénvertegenwoordiger aan, die namens dit schoolbestuur het overleg voert.

2Schoolbesturen kunnen zich gezamenlijk laten vertegenwoordigen in het overlegorgaan. Ze wijzen daartoe eenvertegenwoordiger aan.

3De portefeuillehouder onderwijs vertegenwoordigt Burgemeester en Wethouders in het overlegorgaan. De portefeuillehouder onderwijs fungeert als voorzitter van het overlegorgaan.

Artikel 4. Derden

Derden kunnen, indien de voorzitter van het overlegorgaan dit wenst of indien vertegenwoordigers van schoolbesturen, genoemd in artikel 3, dit wensen, deelnemen aan een overleg.

Paragraaf 2.2 Voorbereiding overleg

Artikel 5. Uitnodiging

1Alvorens Burgemeester en Wethouders een voorstel aan de raad doen over een onderwerp als bedoeld in artikel 2 lid 2 zenden zij de voorgenomen inhoud van dit voorstel met een toelichting daarop en de inventarisatie, als bedoeld in artikel 7, toe aan alle schoolbesturen

2De toezending geschiedt onder bekendmaking van de plaats, de datum en het tijdstip waarop het overleg hierover zal aanvangen. Tussen de datum van de toezending van het voorstel en de datum van het overleg liggen ten minste twee weken.

3De schoolbesturen die niet deelnemen aan het overleg kunnen voor de datum van dit overleg hun zienswijzen schriftelijk kenbaar maken aan Burgemeester en Wethouders. Burgemeester en Wethouders stellen de deelnemers aan dit overleg hiervan in kennis.

Artikel 6. Secretariaat

Burgemeester en Wethouders voeren het secretariaat van het overlegorgaan.

Artikel 7. Voorbereiding

Burgemeester en Wethouders kunnen een voorbereidend overleg tussen vertegenwoordigers van de schoolbesturen en Burgemeester en Wethouders instellen dat voorafgaat aan het overleg in het overlegorgaan. Dit voorbereidend overleg wordt afgerond met een inventarisatie van de onderwerpen waarover al dan niet overeenstemming is bereikt. Per onderwerp wordt aangegeven of het gaat om een onderwerp als bedoeld in artikel 2, tweede lid onder a.

Artikel 8. Agendaoverleg

1Burgemeester en Wethouders kunnen een agendaoverleg instellen. Hierin wordt nagegaan welke onderwerpen op welk tijdstip in het overlegorgaan aan de orde kunnen komen. Op grond hiervan stellen Burgemeester en Wethouders de agenda op

2Aan het agendaoverleg nemen de portefeuillehouder onderwijs en eenvertegenwoordiger van schoolbesturen deel.

Paragraaf 2.3 Uitvoering overleg

Artikel 9. Advies Onderwijsraad

1Indien een of meer schoolbesturen of Burgemeester en Wethouders een advies wensen over een onderwerp waarop het op overeenstemming gericht overleg van toepassing is, maken ze dit uiterlijk kenbaar in het overleg waarin het onderwerp in finale zin aan de orde is. Dit gebeurt aan de hand van een schriftelijk gemotiveerde omschrijving van het onderwerp waarover het advies wordt verwacht. Hierbij wordt tevens het verband aangegeven tussen het onderwerp en de vrijheid van richting en de vrijheid van inrichting van het onderwijs.

2Alle vertegenwoordigers krijgen in het overleg de gelegenheid hun zienswijzen naar voren te brengen over het verzoek om advies.

3Burgemeester en Wethouders zijn belast met de indiening van een verzoek om advies. Zij doen dit uiterlijk twee weken na afloop van het overleg. Daarbij informeren zij tevens de Onderwijsraad over de in het tweede lid bedoelde zienswijzen.

4De wettelijke termijn voor het uitbrengen van het advies wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de Onderwijsraad Burgemeester en Wethouders uitnodigt het verzoek voor het uitbrengen van het advies aan te vullen met de gegevens die hij nodig heeft voor een goede vervulling van zijn taak, tot de dag waarop het verzoek is aangevuld.

5De raad neemt gedurende de termijn voor het uitbrengen van het advies geen besluit over het onderwerp waarover advies is gevraagd.

6Burgemeester en Wethouders zenden zo spoedig mogelijk een afschrift van het uitgebrachte advies toe aan alle schoolbesturen. Indien het geheel of gedeeltelijk opvolgen van het advies zou leiden tot een of meer inhoudelijke bijstellingen van het voorstel over een onderwerp waarover advies is gevraagd, worden de schoolbesturen bij de toezending van het afschrift van het advies uitgenodigd voor nader overleg. In alle andere gevallen beoordelen Burgemeester en Wethouders of nader overleg over het advies wenselijk is. Zij geven dit aan bij de toezending van het afschrift van het advies.

7Het overleg, als bedoeld in het vorige lid, vindt binnen twee weken plaats nadat het advies is uitgebracht. Burgemeester en Wethouders informeren de raad over dit overleg in de vorm van een aanvulling op het verslag als bedoeld in artikel 10.

Artikel 10. Verslaglegging; informeren raad

1Burgemeester en Wethouders maken een verslag van het overleg.

2Het verslag bevat een overzicht van de besproken onderwerpen, waarbij per onderwerp wordt aangegeven:

a.of het bepaalde in artikel 2, tweede lid, onder a of b van toepassing is;

b.of volledige, geen volledige of geen overeenstemming is bereikt;

c.de in het overleg door de deelnemers naar voren gebrachte zienswijzen en - indien van toepassing - de zienswijzen als bedoeld in artikel 5, derde lid;

d.de door de portefeuillehouder onderwijs in het overleg toegezegde wijzigingen in het oorspronkelijke voorstel.

Indien artikel 9, eerste lid van toepassing is, wordt hiervan eveneens een weergave opgenomen in het verslag.

3Het overlegorgaan stelt het verslag vast. In afwijking hiervan kunnen Burgemeester en Wethouders spoedheidshalve het verslag ter commentaar toezenden aan de schoolbesturen. Binnen 10 dagen na de dag waarop het conceptverslag is toegezonden, maken de schoolbesturen die deel hebben genomen aan het overleg schriftelijk hun opmerkingen over het concept van het verslag kenbaar. Burgemeester en Wethouders stellen het verslag vast met inachtneming van de opmerkingen.

4Burgemeester en Wethouders brengen het verslag gelijktijdig met het voorstel over het onderwerp ter kennis van de raad. Voor zover Burgemeester en Wethouders afwijken van de tijdens het overleg naar voren gebrachte zienswijzen, wordt dit gemeld in het voorstel aan de raad. Daarbij geven zij de redenen aan van het niet of niet geheel overnemen van deze zienswijzen.

Artikel 11. Heropening overleg

1Indien uit het oordeel van de betrokken raadscommissie over het voorgenomen voorstel aan de raad over een onderwerp blijkt dat de meerderheid van de raadscommissie of een deel van de raadscommissie dat volgens Burgemeester en Wethouders geacht wordt een meerderheid in de raad te vertegenwoordigen, van oordeel is dat het voorstel inhoudelijk bijstelling behoeft, dan kan een heropening van het overleg plaatsvinden. Burgemeester en Wethouders beslissen daarover. Zij heropenen het overleg in ieder geval indien de inhoudelijke bijstelling betrekking heeft op een onderwerp als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, waarover overeenstemming in het overlegorgaan was bereikt.

2Indien Burgemeester en Wethouders het overleg heropenen, dan roepen zij het overlegorgaan zo spoedig mogelijk bijeen, doch uiterlijk vóór het moment waarop de raad een definitief besluit neemt over het onderwerp. In dit overleg hebben de vertegenwoordigers de gelegenheid om hun zienswijze te geven op het oordeel van de raadscommissie. Burgemeester en Wethouders informeren de raad over het resultaat van dit overleg in de vorm van een aanvulling op het verslag als bedoeld in artikel 10. De raad betrekt de in dit aanvullend verslag neergelegde zienswijzen bij zijn definitieve besluitvorming over het onderwerp.

HOOFDSTUK 3 SLOTBEPALINGEN

Artikel 12. Beslissing Burgemeester en Wethouders in gevallen waarin de verordening niet voorziet

In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslissen Burgemeester en Wethouders, gehoord de vertegenwoordigers van de schoolbesturen in het overleg.

Artikel 13.Citeertitel; inwerkingtreding

1De verordening kan worden aangehaald als: Verordening overleg lokaal onderwijsbeleid gemeente Texel

2Deze verordening treedt, onder gelijktijdige intrekking van de verordening procedure overleg huisvesting, in werking met ingang van de dag na de bekendmaking.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 11 september 2001.

De secretaris, De voorzitter,

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.