Aanhef
De raad van de gemeente Texel:
gelezen het advies van burgemeester en wethouders;
gehoord de raadscommissie;
Gelet op
•Wet publieke gezondheid artikel 13 lid 2;
•Wet publieke gezondheid artikel 16.
Overwegende dat
•De gemeente vanuit de Wet publieke gezondheid als taak heeft zorg te dragen voor de gezondheid van de samenleving en risicogroepen;
•De gemeente Texel vanuit de visie Sociaal Domein inzet op Positieve Gezondheid en preventie;
•De gemeente vanuit de visie Sociaal Domein bij wil dragen aan de kwaliteit van leven voor alle Texelaars.
Besluit
1De gemeentelijk Nota gezondheidsbeleid Texel 2024-2026 vast te stellen.
‘Wij zijn Texel: We doen het met en voor elkaar’
Bijlage 1 Cijfers evaluatie
Actie 1: Gezonde leefstijl onder jongeren bevorderen en het middelengebruik (alcohol, drugs, roken) onder jongeren omlaag brengen.
Speerpunten gezondheidsbeleid 2018-2022
Cijfermatige onderbouwing
Doel gehaald?
2016
2021
1Alcoholgebruik onder jongeren tot 25 jaar verminderen ten opzichte van 2017 met daarbij nadruk op:
Percentage ouders dat het acceptabel vindt dat kinderen onder 18 jaar alcohol drinken daalt
52,1%
58,9%
Niet gehaald
Leeftijd waarop kinderen beginnen met alcohol drinken stijgt
14,9 jaar gemiddeld
15,1 jaar gemiddeld
Gehaald
De hoeveelheid alcohol die per keer genuttigd wordt daalt (Bingedrinken)
30%
32,4%
Niet gehaald
2Drugsgebruik onder jongeren tot 25 jaar verminderen ten opzichte van 2017 met daarbij nadruk op:
Percentage jongeren dat afgelopen maand softdrugs heeft gebruikt omlaag
7,4%
10,7%
Niet gehaald
Percentage jongeren dat afgelopen maand harddrugs heeft gebruikt omlaag
2,6%
0%
Gehaald
3Roken onder jongeren verminderen
Percentage jongeren dat afgelopen maand gerookt heeft omlaag
8,1%
9%
Niet gehaald
4Gezonde voeding aanmoedigen
Gehaald
Percentage jongeren (2e/4e klas VO) dat dagelijks water drinkt
65,8%
79,3%
Percentage jongeren (4 t/m 11 jaar) dat in de pauze op school water drinkt
24,4%
42,3%
Percentage jongeren (1 t/m 3 jaar) dat tussendoor in de ochtend water drinkt
33,4%
52,9%
Percentage jongeren (0 t/m 11 jaar) dat dagelijks groente eet
56,4%
68,6%
Percentage jongeren (0 t/ 11 jaar) dat dagelijks fruit eet
42,9%
42,0%
5Aantal uren sport en bewegen bevorderen
Gehaald
Percentage jongeren (2e/4e klas VO) dat voldoet aan de beweegnorm (= minstens 1 uur per dag)
12,9%
13,3%
Percentage jongeren (2e/4e klas VO) dat fietst of loopt naar school
85,2%
91,1%
Percentage jongeren (2e/4e klas VO) dat wekelijks sport in georganiseerd verband
74,2%
71,0%
Percentage jongeren (4 t/m 11 jaar) dat lid is van een sportvereniging
81,6%
69,6%
Het onderzoek dat in 2017 gepubliceerd is en waar in het ‘Beoogde resultaat’ naar verwezen wordt, gaat over de cijfers uit 2016.
Over het algemeen zijn de cijfers afkomstig uit de ‘Corona gezondheidsmonitor jeugd 2021’. Sommige gegevens komen echter ook uit de jeugd monitor 2019, omdat de vragen per jaar in de monitor kunnen verschillen.
Actie 2: Gezonde leefstijl ouderen bevorderen.
Speerpunten gezondheidsbeleid 2018-2022
Cijfermatige onderbouwing
Doel gehaald?
2016
2020
Ouderen blijven langer gezond, daarbij extra inzetten op:
Preventie van o.a. hart- en vaatziekten – Het aantal ouderen dat te maken heeft met (de gevolgen van) hart- en vaatziekten (≥ 65 jaar) daalt
onbekend
17,1
Onbekend
Preventie van o.a. diabetes – Het aantal ouderen dat te maken heeft met diabetes (≥ 65 jaar) daalt
12,8%
11,1%
Gehaald
Valongelukken voorkomen – Het percentage ouderen dat in het afgelopen jaar is gevallen daalt
30%
33,4%
Niet gehaald
Actie 3: Initiatieven voor ontmoeting stimuleren en faciliteren.
Speerpunten gezondheidsbeleid 2018-2022
Cijfermatige onderbouwing
Doel gehaald?
2016
2020
Het uitbreiden van sociale netwerken (fysieke plekken, maar ook bijvoorbeeld digitaal)
Gehaald
Percentage jongeren (2e/4e klas VO) dat genoeg vrienden heeft
81,5%
97,2%
Percentage jongeren (4 t/m 11 jaar) dat geen vrienden heeft
11,8%
8,3%
Percentage inwoners 18-65 jaar dat wekelijks contact heeft met buren/mensen in de straat
66,6%
64,6%
Percentage inwoners 65+ jaar dat wekelijks contact heeft met buren/mensen in de straat
70,3%
74,2%
Percentage inwoners 18-65 jaar dat zich enigszins tot sterk sociaal uitgesloten voelt
13,3%
12,9%
Percentage inwoners 65+ jaar dat zich enigszins tot sterk sociaal uitgesloten voelt
7,3%
5,6%
Percentage inwoners 18-65 jaar dat ontevreden is over buurthuis/buurtwerk
18,4%
25,3%
Percentage inwoners 65+ jaar dat ontevreden is over buurthuis/buurtwerk
Onbekend
15%
Verlagen van de (sociale) eenzaamheid
Niet gehaald
Percentage inwoners 18-65 jaar dat zich matig tot (zeer) ernstig eenzaam voelt
40,0%
45,8%
Percentage inwoners 16-25 jaar dat zich matig tot (zeer) ernstig eenzaam voelt
42,3%
44,8%
Percentage jongeren (2e/4e klas VO) dat zich matig tot (zeer) ernstig eenzaam voelt
57,0%
50,8%
Percentage inwoners 65+ jaar dat zich matig tot (zeer) ernstig eenzaam voelt
46,9%
47,7%
Percentage inwoners 18-65 jaar dat zich emotioneel eenzaam voelt
22,4%
27,0%
Percentage inwoners 16-25 jaar dat zich ernstig emotioneel eenzaam voelt
8,7%
21,5%
Percentage jongeren (2e/4e klas VO) dat zich ernstig emotioneel eenzaam voelt
16,2%
15,0%
Percentage inwoners 65+ jaar dat zich emotioneel eenzaam voelt
20,3%
22,4%
Percentage inwoners 18-65 jaar dat zich sociaal eenzaam voelt
28,5%
27,0%
Percentage inwoners 16-25 jaar dat zich ernstig sociaal eenzaam voelt
10,7%
13,6%
Percentage jongeren (2e/4e klas VO) dat zich ernstig sociaal eenzaam voelt
16,6%
10,0%
Percentage inwoners 65+ jaar dat zich sociaal eenzaam voelt
33,5%
32,8%
Actie 4: Texelkompas ontwikkelen (actualiseren, uitbreiden en optimaliseren van de Texelse sociale kaart) en deze breek bekendmaken onder de Texelaars.
Voor dit actiepunt zijn geen cijfers vanuit de GGD monitor gebruikt om de ontwikkeling aan te tonen.
Actie 5: Eerder inzetten op gezinsproblematiek, (bv (v)echtscheidingen, schulden, rouw en verlies) via het ontwikkelen en uitvoeren van concrete programma’s met Texelse partners.
Speerpunten gezondheidsbeleid 2018-2022
Cijfermatige onderbouwing
Doel gehaald?
2016
2020
Inwoners krijgen zo snel mogelijk de juiste ondersteuning
Onbekend
Voorkomen van te veel stress en overbelasting binnen gezinnen waardoor daar uit voortvloeiende -vaak zwaardere- problematiek wordt voorkomen
Niet gehaald
Percentage ouders dat het gevoel heeft alleen te staan voor de opvoeding (0 t/m 11 jaar)
15,8%
21,7%
Percentage jongeren (2e/4e klas VO) dat zich vaak gestrest voel door de thuis situatie
9,3%
10,9%
Percentage jongeren (16-25 jaar) dat vaak, meestal of voortdurend stress ervaart
24,0%
32,0%
Percentage jongeren (16-25 jaar) dat lichamelijke of psychische klachten ervaart door stress
19,0%
51,3%
Percentage volwassenen (18-65 jaar) dat (heel) veel stress ervaart
Onbekend
20,4%
Percentage ouderen (65+) dat (heel) veel stress ervaart
Onbekend
5,3%
Percentage volwassenen (18-65 jaar) dat (heel) veel stress ervaart op het gebied van opvoeding
Onbekend
1,3%%
Percentage ouderen (65+) dat (heel) veel stress ervaart op het gebied van opvoeding
Onbekend
0,5%
Percentage volwassenen (18-65 jaar) dat (heel) veel stress ervaart op het gebied van geldzaken
Onbekend
6,4%
Percentage ouderen (65+) dat (heel) veel stress ervaart op het gebied van geldzaken
Onbekend
0,8%
Percentage volwassenen (18-65 jaar) dat (heel) veel stress ervaart op het gebied van gezondheid
Onbekend
7,1%
Percentage ouderen (65+) dat (heel) veel stress ervaart op het gebied van gezondheid
Onbekend
2,2%
Inwoners krijgen weer grip op en houden controle over hun eigen leven
Bij dit onderdeel zijn ook de cijfers van de inwoners van 65+ mee genomen. Aangezien het bij gezinsproblematiek ook gaat over rouw en verlies.
Niet gehaald
Percentage volwassene (18-65 jaar) met weinig tot geen regie over eigen leven
6,8%
6,4%
Percentage ouderen (65+) met weinig tot geen regie over eigen leven
11,2%
11,9%
Percentage volwassene (18-65 jaar) met matige regie over eigen leven
70,4%
69,1%
Percentage ouderen (65+) met matige regie over eigen leven
64,8%
74,2%
Percentage volwassenen (18-65 jaar) met veel regie over eigen leven
22,8%
24,4%
Percentage ouderen (65+) met veel regie over eigen leven
24,0%
13,9%
Inzet relevante trainingen Halt 2018-2022
Training
2018
2019
2020
2021
2022
Totaal
Invloed van de Groep
3
2
19
4
7
35
Online Veiligheid
3
1
7
5
6
22
Tolerantie en Respect
-
-
-
-
4
4
Actie 6: Doorgaande leerlijn mediawijsheid van groep 1 van het basisonderwijs t/m de laatste klassen van de OSG.
Speerpunten gezondheidsbeleid 2018-2022
Cijfermatige onderbouwing
Doel gehaald?
2016
2020
Gezond mediagebruik bevorderen bij kinderen en jongeren
De positieve effecten van nieuwe media beter kunnen benutten in het dagelijks functioneren (lerende en sociale functies)
Gehaald
Percentage kinderen (0 t/m 11 jaar) dat meer dan 2 uur per dag naar een beeldscherm kijkt
12,2%
14,3%
Percentage kinderen (4 t/m 11 jaar) dat regels heeft voor het aantal uur achter de tv
60,8%
71,9%
Percentage kinderen (4 t/m 11 jaar) dat regels heeft voor het aantal uur achter een computer, spelcomputer of tablet
60,4%
72,9%
Percentage kinderen (4 t/m 11 jaar) dat regels heeft voor het soort tv-programma’s/filmpjes
74,1%
83,4%
Percentage kinderen (4 t/m 11 jaar) dat regels heeft voor het soort computerspelletjes
63,6%
80,4%
Percentage kinderen (4 t/m 11 jaar) dat regels heeft voor het soort website/apps
60,1%
74,3%
Percentage ouders dat altijd weet welke sites/apps het kind (4 t/m 11 jaar) bezoekt
49,9%
59,8%
Percentage ouders dat altijd weet met wie het kind (4 t/m 11 jaar) chat
23,7%
28,7%
Percentage ouders dat altijd mee kijkt op internet met het kind (4 t/m 11 jaar)
24,3%
24,5%
Percentage ouders dat met het kind (4 t/m 11 jaar) praat over wat ze op internet zien
34,4%
42,1%
Het verminderen en liefst voorkomen van de negatieve effecten zoals, digitaal pesten, de gevolgen van FOMO, groepsdruk, sexting, gameverslaving en concentratiestoornis
Neutraal
Percentage jongeren (2e/4e klas VO) met problematisch game gedrag
4,2%
3,2%
Percentage jongeren (2e/4e klas VO) met problematisch sociale media gebruik
14,2%
13,3%
Percentage jongeren (2e/4e klas VO) dat in de afgelopen 3 maanden regelmatig digitaal gepest is
4,2%
4,8%
Percentage jongeren (2e/4e klas VO) dat in de afgelopen 3 maanden zelf regelmatig iemand digitaal gepest heeft
2,9%
1,1%
Percentage jongeren (2e/4e klas VO) dat een beetje tot erg telefoonverslaafd is
Onbekend
43,0%
Percentage jongeren (2e/4e klas VO) dat het afgelopen half jaar aan sexting heeft gedaan
6,4%
4,5%
Percentage jongeren (2e/4e klas VO) waarbij tegen zijn of haar zin naaktfoto’s of seksfilmpjes verspreid zijn door iemand anders
7,0%
5,9%
Percentage jongeren (2e/4e klas VO) dat ongewenst seksuele voorstellen via internet heeft ontvangen
21,9%
39,3%
Percentage jongeren (2e/4e klas VO) dat dagelijks minimaal 3 uur aan sociale media besteed
52,6%
70,9%
Percentage jongeren (2e/4e klas VO) dat zichzelf verslaafd vind aan sociale media
3,4 %
7,8%
Onderstaande cijfers sluiten aan op het onderwerp, maar het grootste deel van deze doelgroep heeft het voortgezet onderwijs al afgerond. Daardoor zijn deze cijfers met betrekking tot de resultaten van actie 6 buiten beschouwing gelaten.
Buiten beschouwing
Percentage jongeren (16-25 jaar) dat dagelijks minimaal 3 uur aan zijn/haar telefoon besteed
47,8%
60,8%
Percentage jongeren (16-25 jaar) dat zichzelf verslaafd vind aan zijn/haar telefoon
55,7%
62,0%
Percentage jongeren (16-25 jaar) dat dagelijks meer dan 3 uur aan gamen besteed
4,3%
13,4%
Percentage jongeren (16-25 jaar) dat zichzelf verslaafd vindt aan gamen
5,4%
7,1%
Actie 7: Jongeren leren ouderen o.a. over het gebruik van tablets, sociale media en andere toepassingen van nieuwe media.
Speerpunten gezondheidsbeleid 2018-2022
Cijfermatige onderbouwing
Doel gehaald?
2016
2020
Gezond mediagebruik bevorderen
Ouderen meer regie kunnen laten hebben over hun eigen (digitale) leven
Onbekend
Percentage ouderen (65+) met weinig tot geen regie over eigen leven
11,2%
11,9%
Percentage ouderen (65+) met matige regie over eigen leven
64,8%
74,2%
Percentage ouderen (65+) met veel regie over eigen leven
24,0%
13,9%
Ouderen maken meer gebruik van de mogelijkheden die nieuwe media biedt
Onbekend
Stimuleren van ontmoeting tussen jongeren en ouderen
Onbekend
Ouderen en jongeren van elkaar laten leren
Onbekend
Bijlage 2 – Wettelijke taken gemeente volgens WPG en wettelijke taken een aanvullende diensten GGD
In de Wet publieke gezondheid staan meerdere artikelen die betrekking hebben tot de gemeentelijke nota gezondheidsbeleid. Hieronder staan de artikelen die van toepassing zijn.
Artikel 2
1Het college van burgemeester en wethouders bevordert de totstandkoming en de continuïteit van en de samenhang binnen de publieke gezondheidszorg en de afstemming ervan met de curatieve gezondheidszorg en de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen.
2Ter uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taak draagt het college van burgemeester en wethouders in ieder geval zorg voor:
a.het verwerven van, op epidemiologische analyse gebaseerd, inzicht in de gezondheidssituatie van de bevolking,
b.het elke vier jaar, voorafgaand aan de opstelling van de nota gemeentelijke gezondheidsbeleid, bedoeld in artikel 13, tweede lid, op landelijk gelijkvormige wijze verzamelen en analyseren van gegevens over deze gezondheidssituatie,
c.het bewaken van gezondheidsaspecten in bestuurlijke beslissingen,
d.het bijdragen aan opzet, uitvoering en afstemming van preventieprogramma’s, met inbegrip van programma’s voor de gezondheidsbevordering,
e.het bevorderen van medisch milieukundige zorg,
f.het bevorderen van technische hygiënezorg,
g.het bevorderen van psychosociale hulp bij rampen,
h.het geven van prenatale voorlichting aan aanstaande ouders,
i.het aanbieden van een vrijwillig prenataal huisbezoek door de organisatie die voor het college van burgemeester en wethouders de jeugdgezondheidszorg verricht om hulp en ondersteuning te geven aan zwangere vrouwen en hun gezinnen die in een kwetsbare situatie verkeren, voor zover daartoe aanleiding is na toepassing van een adequaat signaleringsinstrument, alsmede het in dat kader door het college bepalen van de omvang van deze doelgroep.
3Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de werkzaamheden, bedoeld in het tweede lid, en kunnen met het oog op de in het eerste lid bedoelde taak regels worden gesteld over de verstrekking van niet tot een persoon herleidbare gegevens aan het college van burgemeester en wethouders door personen en instellingen werkzaam op het terrein van de gezondheidszorg en kan deze verstrekking verplicht worden gesteld. Voor zover het de gegevensverstrekking door personen en instellingen aan het college van burgemeester en wethouders betreft, bevat deze algemene maatregel van bestuur regels over de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de vergoeding van kosten.
§ 2. Jeugdgezondheidszorg
Artikel 5
1Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor de uitvoering van de jeugdgezondheidszorg.
2Ter uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taak draagt het college van burgemeester en wethouders in ieder geval zorg voor:
a.het op systematische wijze volgen en signaleren van ontwikkelingen in de gezondheidstoestand van jeugdigen en van gezondheidsbevorderende en -bedreigende factoren,
b.het ramen van de behoeften aan zorg,
c.de vroegtijdige opsporing en preventie van specifieke stoornissen, met uitzondering van het perinatale onderzoek op phenylketonurie (PKU), congenitale hypothyroïdie (CHT) en adrenogenitaal syndroom (AGS),
d.het geven van voorlichting, advies, instructie en begeleiding,
e.het formuleren van maatregelen ter beïnvloeding van gezondheidsbedreigingen.
3Het college van burgemeester en wethouders draagt er zorg voor dat bij de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, gebruik wordt gemaakt van:
a.de gegevens uit het register onderwijsdeelnemers, bedoeld in artikel 4 van de Wet register onderwijsdeelnemers,
b.digitale gegevensopslag, onder bij regeling van Onze Minister te stellen eisen aan de daarbij te gebruiken software, voor zover het gaat om vastleggen van patiëntgegevens als bedoeld in artikel 7:454 van het Burgerlijk Wetboek.
4Het college van burgemeester en wethouders draagt er zorg voor dat het bestand met de gegevens uit het register onderwijsdeelnemers, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, uiterlijk één maand na verkrijging wordt vernietigd.
5Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de werkzaamheden, bedoeld in het tweede lid.
§ 3. Ouderengezondheidszorg
Artikel 5a
1Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor de uitvoering van de ouderengezondheidszorg.
2Ter uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taak draagt het college van burgemeester en wethouders in ieder geval zorg voor:
a.het op systematische wijze volgen en signaleren van ontwikkelingen in de gezondheidstoestand van ouderen en van gezondheidsbevorderende en -bedreigende factoren;
b.het ramen van de behoeften aan zorg;
c.de vroegtijdige opsporing en preventie van specifieke stoornissen als comorbiditeit;
d.het geven van voorlichting, advies, instructie en begeleiding;
e.het formuleren van maatregelen ter beïnvloeding van gezondheidsbedreigingen.
3Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de werkzaamheden, bedoeld in het tweede lid.
§ 4. Infectieziektebestrijding
Artikel 6
1Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor de uitvoering van de algemene infectieziektebestrijding, waaronder in ieder geval behoort:
a.het nemen van algemene preventieve maatregelen op dit gebied,
b.het bestrijden van tuberculose en seksueel overdraagbare aandoeningen, inclusief bron- en contactopsporing,
c.bron- en contactopsporing bij meldingen als bedoeld in de artikelen 21, 22, 25 en 26.
2Het bestuur van de veiligheidsregio draagt zorg voor de voorbereiding op de bestrijding van een epidemie van een infectieziekte behorend tot groep A, alsmede op de bestrijding van een nieuw subtype humaan influenzavirus, waarbij ernstig gevaar voor de volksgezondheid bestaat.
3De burgemeester geeft leiding aan de bestrijding van een epidemie van een infectieziekte, behorend tot groep B1, B2 of C, alsook de directe voorbereiding daarop en draagt zorg voor de toepassing van de maatregelen, bedoeld in hoofdstuk V.
4De voorzitter van de veiligheidsregio draagt zorg voor de bestrijding van een epidemie van een infectieziekte behorend tot groep A, of een directe dreiging daarvan, en is dan ten behoeve van deze bestrijding bij uitsluiting bevoegd om toepassing te geven aan de artikelen 34, vierde lid, 47, 51, 54, 55 of 56.
5Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de taken, bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid, nader worden uitgewerkt.
Artikel 6b lid 3
Het college van burgemeester en wethouders draagt mede zorg voor een deel van het vaccinatieprogramma dat daartoe bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen. Het college draagt ervoor zorg dat deze wordt uitgevoerd door de organisatie, of onder verantwoordelijkheid van die organisatie, die voor het college de jeugdgezondheidszorg, bedoeld in artikel 5, uitvoert.
Artikel 13
1Onze Minister stelt elke vier jaar een landelijke nota gezondheidsbeleid en een landelijk programma voor uitvoering van onderzoek vast op het gebied van de publieke gezondheid.
2De gemeenteraad stelt binnen twee jaar na openbaarmaking van de nota, bedoeld in het eerste lid, een nota gemeentelijk gezondheidsbeleid vast, waarin de raad in ieder geval aangeeft:
a.wat de gemeentelijke doelstellingen zijn ter uitvoering van de in de artikelen 2, 5, 5a en 6 genoemde taken,
b.welke acties in de bestreken periode worden ondernomen ter realisering van deze doelstellingen,
c.welke resultaten de gemeente in die periode wenst te behalen,
d.hoe het college van burgemeester en wethouders uitvoering geeft aan de in artikel 16 genoemde verplichting.
3De gemeenteraad neemt bij het vaststellen van de nota gemeentelijk gezondheidsbeleid in ieder geval de landelijke prioriteiten in acht, zoals opgenomen in de landelijke nota gezondheidsbeleid
Artikel 14
1Ter uitvoering van bij of krachtens deze wet opgedragen taken dragen de colleges van burgemeester en wethouders van gemeenten die behoren tot een regio als bedoeld in de Wet veiligheidsregio’s, via het treffen van een gemeenschappelijke regeling zorg voor de instelling en instandhouding van een regionale gezondheidsdienst in die regio.
2Bij de regeling, bedoeld in het eerste lid, wordt een openbaar lichaam ingesteld met de aanduiding: gemeentelijke gezondheidsdienst.
3De gemeentelijke gezondheidsdienst staat onder leiding van een directeur publieke gezondheid, die wordt benoemd door het algemeen bestuur van de gemeentelijke gezondheidsdienst in overeenstemming met het bestuur van de veiligheidsregio.
4Met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels, staat het het college van burgemeester en wethouders vrij om de uitvoering van de taken of onderdelen van taken, bedoeld in de artikelen 2, tweede lid, onder h en i, 5, tweede lid, onder a tot en met d, en artikel 6b, derde lid, over te laten of mede over te laten aan een ander dan de gemeentelijke gezondheidsdienst.
5In afwijking van het eerste lid kan een regionale gezondheidsdienst worden ingesteld en in stand gehouden door de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten in twee of meer regio’s als bedoeld in de Wet veiligheidsregio’s. In dat geval geschiedt de benoeming, bedoeld in het derde lid, in overeenstemming met de besturen van de betrokken veiligheidsregio’s, en draagt het algemeen bestuur van de gemeentelijke gezondheidsdienst ervoor zorg dat in elk der regio’s adequaat wordt voorzien in de operationele leiding van de geneeskundige hulpverlening, bedoeld in artikel 32, tweede lid, van de Wet veiligheidsregio’s.
Artikel 16
Voordat besluiten worden genomen die belangrijke gevolgen kunnen hebben voor de publieke gezondheidszorg vraagt het college van burgemeester en wethouders advies aan de gemeentelijke gezondheidsdienst.
Bijlage 2 Wettelijke taken en aanvullende diensten GGD
1= wettelijke taak GGD
2-= wettelijke taak gemeente = Mag ook door een andere partij dan de GGD worden uitgevoerd
Focuslijn
Taken/diensten
GR
Dienst
Waarom
Wat
Texel
Gezonde leefomgeving
Algemene infectieziektebestrijding (1)
x
Beperken, voorkomen en bestrijden van (risico op) infectieziekten
Monitoring, voorlichting, bron en contactopsporing, inspectie
x
Gezond opgroeien, Gezonde leefomgeving
Toezicht kinderopvang en Wmo (1)
x
Bijdrage aan gezonde en veilige ontwikkeling van kinderen
Inspectie, kwaliteitstoezicht
x
Gezonde leefomgeving
Medische milieukunde (1)
x
Verminderen en wegnemen van gezondheidsrisico’s
Signalering, voorlichting, advisering, onderzoek
x
Gezonde leefomgeving
Reizigersadvisering (1)
x
x
Voorkomen (import van) infectieziekten en gezondheidsrisico’s
Voorlichting, vaccineren, verkoop beschermende middelen, bloedonderzoek
Gezonde leefomgeving, Gezond ouder worden
Seksuele gezondheid (1)
x
Onderzoek en behandelen seksueel overdraagbare aandoeningen (soa)
Onderzoek, behandelen, voorlichting
x
Gezonde leefomgeving, Gezond ouder worden
Tuberculosebestrijding (1)
x
Voorkomen en bestrijden tuberculose
Onderzoek, behandelen, voorlichting
x
Gezond opgroeien
Basispakket Jeugdgezondheidszorg (JGZ) incl. RVP (2)
x
Bevorderen gezonde en veilige ontwikkeling van de jeugd en voorkomen van (risico op) infectieziekten
Monitoring, (vroeg) signalering, advisering, voorlichting, (kortdurende) ondersteuning, toeleiding/verwijzing, ketensamenwerking en vaccinbeheer, medische beoordeling (contra)indicaties, voorlichting, vaccineren
x
Gezond opgroeien
Prenatale voorlichting (2)
x
Voorbereiding aanstaande ouder(s) op zwangerschap, bevalling en ouderschap
Advisering, (groeps) voorlichting, ketensamenwerking
Gezond opgroeien
Aanvullende diensten JGZ
x
Bevorderen gezonde en veilige ontwikkeling van de jeugd
Ondersteuning, advisering, voorlichting, implementeren, uitvoeren en evalueren van preventieve programma’s, ketensamenwerking
x
Gezonde leefomgeving
GGD Rampenopvangplan (GROP) (1)
x
Crisis- en rampenbestrijding
Opleiden, trainen, oefenen, coördineren, uitvoeren
x
Gezond opgroeien, Gezond ouder worden, Meedoen naar vermogen
Publieke Gezondheid Asielzoekers (PGA) (2)
x
x
Bevorderen van de gezondheid van asielzoekers
Uitvoering basispakket JGZ en RVP, infectieziektebestrijding, tuberculosescreening/ bestrijding, technische hygiënezorg, gezondheidsbevordering, soa preventie
Meedoen naar vermogen
OGGZ, Vangnet & Advies (2)
x
Voorkomen van escalatie van inwoners met problemen op meerdere leefgebieden en toeleiden naar zorg en of ondersteuning
Ontvangen van meldingen, signalering, beoordeling, toeleiding, monitoring, ketensamenwerking
x
Meedoen naar vermogen
Wvggz (2)
x
Voorkomen verstoring openbare orde door mensen met een (urgente) zorgbehoefte
Ontvangen van meldingen, triage, verkennend onderzoek, ketensamenwerking
x
Meedoen naar vermogen
Brede Centrale toegang (BCT)
x
Inzicht in proces in-, door- en uitstroom in de Maatschappelijke Opvang (MO)
Indicatiestelling, procesbewaking, rapportage, ketensamenwerking
Meedoen naar vermogen, Gezond ouder worden
Gezondheidscentrum voor sekswerkers (2)
x
Bevorderen zelfredzaamheid, weerbaarheid en emancipatie van sekswerkers
Samen met ketenpartners spreekuur voor sekswerkers, outreachend werken op straat en internet
Gezonde leefomgeving
Forensische geneeskunde (medische zorg, medische advisering, sporenonderzoek en lijkschouw) (2)
x
x
Bijdrage aan waarheidsvinding, medische zorg
Medische zorg, onderzoek, afnemen en vastleggen sporen
x
Gezond opgroeien, Gezond ouder worden, Meedoen naar vermogen
Veilig Thuis (2)
x
Advies en hulpverlening
Ontvangen meldingen, advisering, onderzoek, overdracht/toeleiding, ketensamenwerking
x
Gezond opgroeien, Gezond ouder worden, Gezonde leefomgeving
Epidemiologie (1)
x
Inzicht in gezondheidssituatie van de inwoners in NHN
Onderzoek, rapportage, monitoring, advisering
x
Gezond opgroeien, Gezond ouder worden, Meedoen naar vermogen
Collectieve gezondheidsbevordering (1)
x
Bevorderen van de gezondheid, stimuleren van gezond gedrag
Beleidsadvisering, implementeren, uitvoeren en evalueren van gezondheid bevorderende programma’s, ketensamenwerking
x
Gezonde leefomgeving
Advisering en ondersteuning gemeentelijk gezondheidsbeleid procesbegeleiding en ondersteuning van gemeenten (1)
x
Bevorderen gezondheidssituatie door ondersteuning gemeentelijke besluitvorming
Beleidsadvisering, analysering, beleidsmatige ondersteuning bij de implementatie, (door)ontwikkeling en evaluatie van (nieuw) beleid
x
Bijlage 3 – Voorbeeld preventiematrix uitvoeringsplan gezondheidsbeleid
Gewenstesituatie
Universele preventie
Basis
Selectie preventie Extra
Geïndiceerde preventie – Speciaal
Probleem/belemmering
Terugdringen gezondheidsachterstanden
Gezondheidsachterstanden
Kansrijke start
Achterstand vanuit de eerste 1000 dagen van een kind
Gezonde leefomgeving
Gezondheid wordt niet meegenomen in keuzes m.b.t. fysieke leefomgeving
Klimaatverandering zorgt voor nieuwe uitdagingen
Een sterke sociale basis
Inwoners zonder sociaal netwerk en toenemende gevoelens van eenzaamheid
Gezonde leefstijl
Obesitas en overgewicht
Terugdringen middelengebruik
Drugsgebruik
Middelengebruik onder jongeren
Alcoholproblematiek
Roken
Gezond beweeggedrag
Onvoldoende beweging
Goede psychische gezondheid
Slechte mentale weerbaarheid
Vitaal ouder worden
Onvoldoende uitvoering preventieve activiteiten ouderengezondheidszorg
Ondervoeding bij ouderen
Te weinig beweging
Hoog valrisico en veel valongelukken
Bovenstaande preventiematrix is een voorbeeld en nog geen vaststaand format. De invulling van de gewenste situatie en het probleem/belemmering kunnen nog veranderen en anders worden weergegeven in het uitvoeringsplan gezondheidsbeleid.
Bijlage 4 – GALA, speerpunten en acties
Terugdringen gezondheidsachterstanden (waaronder Kansrijke Start)
Beoogd resultaat:
•Elke gemeente heeft een lokale aanpak voor het terugdringen van gezondheidsachterstanden.
•In (de opzet van) de monitoring van het GALA en de SPUK wordt de vraag hoe gezondheidsachterstanden te monitoren, uitgewerkt.
Acties gemeenten
•Gemeenten ontwikkelen een lokale aanpak voor het terugdringen van gezondheidsachterstanden om kwetsbare groepen te bereiken, waarbij ook wordt gekeken naar de interactie met andere beleidsterreinen. Uitgangspunt is een brede, domein overstijgende aanpak, bijvoorbeeld langs de volgende sporen:
•Goed toegankelijk (preventie- en zorg)aanbod in de wijk;
•Stimuleren van gezond gedrag en gezondheidsvaardigheden;
•Zorgen voor een gezonde leefomgeving en sociale omgeving;
•Stimuleren dat mensen actief mee kunnen doen aan de maatschappij.
•Gemeenten bieden gelijke gezondheidskansen en passen differentiatie toe bij interventies, toegespitst op (wijken met) mensen met gezondheidsachterstanden.
Elk kind verdient een kansrijke start
Beoogd resultaat:
Elke gemeente heeft een lokale ketenaanpak kansrijke start, inclusief interventies, en maakt samenwerkingsafspraken met partners rondom de eerste duizend dagen van een kind.
Acties gemeenten:
•Per 2024 heeft elke gemeente een ketenaanpak kansrijke start die gericht is op de eerste 1000 dagen van elk kind dat in een kwetsbare situatie zit. Daarvoor maken zij samen met relevante partijen via lokale coalities structurele (keten)afspraken, zodat gezinnen in een kwetsbare situatie vroegtijdig in beeld komen en de zorg en ondersteuning krijgen die ze nodig hebben rondom de eerste 1000 dagen (van -10 manden tot en met 2 jaar) van kinderen. Het gaat daarbij om partijen als de GGD, partijen uit de geboortezorg, het sociaal domein, de JGZ-uitvoerende partij, de huisarts en de zorgverzekeraar.
•Gemeenten zorgen ervoor dat inwoners in de vruchtbare leeftijd (die in een kwetsbare situatie verkeren) voldoende regie (kunnen) nemen op hun kinderwens. Voor inwoners in een kwetsbare situatie die ondersteund worden met een erkende interventie bij het nemen van regie op de kinderwens en niet in staat zijn de gewenste anticonceptie zelf te betalen, dient de gemeente deze kosten op zich te nemen.
•Gemeenten zorgen ervoor dat inwoners in de vruchtbare leeftijd (die in een kwetsbare situatie verkeren) in het verlengde van prenatale voorlichting op een laagdrempelige manier preconceptievoorlichting aangeboden kunnen krijgen en bekend zijn met de mogelijkheden voor preconceptiezorg (preconceptieconsult).
Een gezonde fysieke leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten
Gezonde leefomgeving
Beoogde resultaat:
Bij besluitvorming over de fysieke leefomgeving (zoals in omgevingsplannen) wordt gezondheidskennis toegepast. Die kennis gaat over gezondheidsbevordering (bijv. uitnodigen tot bewegen en ontmoeten) én over gezondheidsbescherming (bijv. bescherming geluid- en luchtkwaliteit).
Acties gemeenten:
•Gemeenten zorgen voor de inzet van gezondheidskundige kennis bij hun besluitvorming over de fysieke leefomgeving, zodat de gezonde leefomgeving een plek krijgt in gemeentelijke omgevingsplannen en kunnen hierbij gebruik maken van advisering door de GGD. Gemeenten betrekken in ieder geval de aspecten die genoemd zijn in het position paper van de VNG ‘Samen werken aan de gezonde leefomgeving’.
•Gemeenten verkennen de mogelijkheid om bij het Schone Lucht Akkoord (SLA) aan te sluiten als dit niet al het geval is.
Klimaatverandering
Beoogd resultaat:
VWS en gemeenten zetten in op meer kennis en maatregelen om (kwetsbare0 mensen zo goed mogelijk te beschermen tegen hitte, allergieën, infectieziekten en uv-straling.
Acties gemeenten:
•Door klimaat adaptieve maatregelen kan kwetsbaarheid als gevolg van klimaatverandering worden voorkomen. Gemeenten coördineren de inzet van maatregelen in hun gemeenten om (kwetsbare) mensen zo goed mogelijk te beschermen tegen hitte, smog en uv0straling. Zij maken daarover afspraken met maatschappelijke partners, zorgverzekeraars, bedrijven en inwoners en bereiden de inzet en coördinatie van maatregelen tijdens een hitteperiode voor. Het opstellen van een lokaal hitteplan is daarvoor een geschikt instrument.
•Bij besluiten over de inrichting van de fysieke leefomgeving worden maatregelen voor de beperking van gezondheidsrisico’s tijdens hitteperioden en van bovenmatige blootstelling aan uv-straling meegewogen, zoals de beschikbaarheid van voldoende schaduw, zonwering en aanleggen van meer groen in de stad.
Het versterken van (de verbinding met) de sociale basis
Beoogd resultaat:
Gemeenten faciliteren een sterke lokale sociale basis met een sterke sociale samenhang en laagdrempelige toegankelijke voorzieningen waar mensen op elkaar kunnen terugvallen en meedoen in de samenleving. Dit doen zij met behulp van het opstellen van een beleidsvisie en uitvoeren van maatregelen.
Acties gemeenten:
•Gemeenten versterken nog nadrukkelijker de inzet van de sociale basis en de algemene voorzieningen als passende laagdrempelige maatschappelijke ondersteuning.
•Elke gemeente heeft uiterlijk in 2024 een beleidsvisie op de sociale basis, met aandacht voor gebiedsgerichter uitvoering. Hierin komen in ieder geval de volgende thema’s aan de orde: sociale samenhang of samenlevingsopbouw, mantelzorg, tegengaan van eenzaamheid, inzet en ondersteuning van vrijwilligerswerk en professionals sociaal domein. Deze thema’s worden binnen de voorwaarden voor toekenning van de middelen verbonden aan de lokale context en de leefomgeving.
•Gemeenten gaan in de periode 2024-2026 mantelzorgers extra ondersteunen bij het uitvoeren van hun zorgtaken. Dit kan bijvoorbeeld door het verbeteren van de toegang tot regelingen en ondersteuningsvormen. Dit kan ook door het versterken van het steunpunt mantelzorg en het toegankelijker maken van informatie en advies. In het plan van aanpak dat gemeenten in moeten dienen voor de aanvraag van de SPUK wordt dit per gemeente concreet uitgewerkt.
•Gemeenten werken aan het versterken en door ontwikkelen van hun respijtzorgaanbod om in samenspraak met de mantelzorgers in de periode 2024-2026 het respijtzorgaanbod beter aan te laten sluiten op de vraag en behoefte van de mantelzorgers. In het plan van aanpak dat gemeenten in moeten dienen voor de aanvraag van de SPUK wordt dit concreet uitgewerkt.
•Gemeenten gaan in regionaal verband via de samenwerkingsagenda actief de dialoog aan met zorgverzekeraars en zorgkantoren over een domein overstijgend aanbod van zwaardere vormen van respijtzorg om waar passend een aantal pilots te kunnen starten. De resultaten van deze pilots worden benut voor verder beleid.
•Gemeenten zetten in op een lokale aanpak eenzaamheid langs de vijf pijlers: bestuurlijk commitment, een sterk netwerk creëren, mensen met gevoelens van eenzaamheid zelf betrekken, aan een duurzame aanpak werken en monitoring en evaluatie organiseren.
Een gezonde leefstijl
Beoogd resultaat:
•Voor kinderen en volwassenen met overgewicht of obesitas is passende ondersteuning, begeleiding en zorg toegankelijk.
•In 2025 hebben alle gemeenten een netwerkaanpak voor kinderen met obesitas.
•Er zijn samenwerkingsafspraken tussen gemeenten, zorgverzekeraars en zorgaanbieders gemaakt.
Aanpak overgewicht en obesitas kinderen – acties gemeenten en VWS
•Gemeenten en VWS zetten zich in om interventies die bijdragen aan een gezonde omgeving voor kinderen en jongeren landelijk en lokaal te stimuleren.
•Er wordt onder meer gewerkt aan een gezonde schoolomgeving, een gezonde sportomgeving, een gezonde buurt en wijk, gezonde vrije tijdsomgeving en een gezonde digitale omgeving. Dit gebeurt via interventies en aanpakken zoals: de JOGG-aanpak, Gezonde School, Gezonde Kinderopvang, Gezonde Buurten, Team:Fit, Gezond UIT. De gemaakte afspraken uit het Nationaal Preventie Akkoord vormen hiervoor het uitgangspunt.
Voorkomen en vroeg signalering van middelengebruik (roken, alcohol en drugs)
Beoogd resultaat:
•Er wordt actief ingezet op het voorkomen van het gebruik van alcohol, tabak en drugs voor jongeren.
•Er is netwerksamenwerking voor vroeg signalering alcoholproblematiek.
Bovenstaande doelen worden gedaan aan de hand van acties op gerichte onderdelen:
Effectieve lokale drugspreventie
•Wanneer de lokale situatie daarom vraagt zetten gemeenten een netwerksamenwerking op met relevante partijen om een drugspreventiebeleid op te stellen, waaronder in elk geval de GGD en de verslavingszorg.
Voorkomen van middelengebruik onder jongeren
•Gemeenten zetten een samenwerkingsverband op met relevante stakeholders waaronder in elk geval de GGD en de verslavingszorg, stellen een projectleider aan voor het projectmanagement, voeren de tweejaarlijkse jeugdgezondheidsmonitor uit en zetten effectieve interventies in om de gestelde doelen te bereiken.
Leeftijdsgrens op verkoop van alcohol
•Gemeenten zijn zich bewust van het belang van toezicht op en naleving van de leeftijdsgrens en spannen zich in voor een zo goed mogelijke uitvoering van de beginselplicht tot handhaving en het optimaliseren van het bereik van de handhaving.
•Gemeenten kunnen hierbij gebruik maken van de ontwikkelde kennis en expertise van het Trimbos-instituut. Bovendien kunnen gemeenten de bestaande onderlinge samenwerkingsvormen bestendigen en eventueel uitbreiden.
Vroeg signalering alcoholproblematiek
•Gemeenten zetten een netwerksamenwerking op met relevante partijen om een aanpak voor vroeg signalering uit te voeren, waaronder in elk geval de GGD en de verslavingszorg. Daarvoor wijst de gemeente een projectleider aan, voert monitoringsactiviteiten uit en maakt een plan van aanpak met partners.
Terugdringen van roken
•Gemeenten nemen de rookvrije generatie met concrete doelen en activiteiten op in een lokaal preventieakkoord of hun eigen Nota Gezondheidsbeleid. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld het invoeren van rookvrije omgevingen stimuleren, het op wijkniveau stoppen met roken ondersteunen en maatschappelijke organisaties zoals kinderboerderijen, beheerde speeltuinen, speelplekken, zwembaden, scoutinggroepen en sportverenigingen stimuleren om rookvrij beleid te voeren. Het Nationaal Preventieakkoord is hierbij een belangrijke leidraad.
Sport en beweegparticipatie
Beoogd resultaat:
•Gemeenten zetten lokaal extra in op de verbinding tussen sport & bewegen, cultuur, gezondheid & preventie en de sociale basis.
•Zo veel mogelijk Nederlanders bereiken met het sport- en beweegaanbod, met als doel sporten en bewegen een vanzelfsprekend onderdeel uit te laten maken van het leven van iedere Nederlander.
Acties gemeenten:
Van gemeenten wordt verwacht dat bij de uitwerking van de beleidsplannen over preventieve gezondheid op lokaal niveau ook nadrukkelijk ingezet wordt op het stimuleren van bewegen en het wegnemen van obstakels. Hierbij gaat het om:
•De verschillende coördinatoren voor het Sportakkoord II, GALA, IZA en lokale preventieakkoorden en andere programma’s in verbinding met elkaar brengen, waar mogelijk in een vast kernteam.
•Het maken van de verbinding tussen sport, cultuur & bewegen, gezondheid & preventie en sociale basis binnen de soms daartoe al bestaande samenwerkingsverbanden (zoals bij de aanpak van de mentale gezondheid, één tegen eenzaamheid, leefomgeving, valpreventie, stoppen met roken, overgewicht en lokale preventie akkoorden) en hierbij aandacht hebben voor de aansluiting van beweegpartijen bij de relevante samenwerkingsverbanden en het wegnemen van eventuele obstakels om meer te gaan bewegen.
•Een laagdrempelig ondersteuningsaanbod om meer te bewegen in het dagelijks leven en hierbij de functionarissen vanuit de Brede Regeling Combinatiefuncties (zoals de buurtsport- en cultuurcoaches) te benutten die het sport-, beweeg- en cultuuraanbod versterken en mensen naar aanbod toe te leiden.
•Bij de inrichting van de fysieke leefomgeving ook rekening houden met voldoende mogelijkheden tot laagdrempelig en dichtbij bewegen in de buurt.
•Zorgen voor een vindbaar aanbod van beweegprogramma’s voor diverse doelgroepen.
•Bijdragen aan het verder ontwikkelen van beweegprogramma’s en (kansrijke) interventies door ervaringen met de implementatie terug te koppelen aan de interventie eigenaar of de GGD.
•Aansluiten bij (initiatieven en acties van) de Beweegalliantie om gezamenlijk een bijdrage te leveren aan het in beweging brengen van meer Nederlanders. De beweegalliantie verbindt het veld, jaagt initiatieven aan en haalt obstakels weg.
Versterking van de mentale weerbaarheid en mentale gezondheid
Beoogd resultaat:
Gemeenten integreren mentale gezondheid in hun brede aanpak gezondheid/preventie, waardoor:
•Het voor alle inwoners van Nederland gebruikelijker is om te praten over hun mentale gezondheid. Onder meer door cultuur;
•Alle inwoners van Nederland beter weten waar ze binnen hun gemeenten laagdrempelige ondersteuning kunnen vinden;
•Alle inwoners van Nederland weten welke handvatten er zijn om met hun mentale gezondheid aan de slag te gaan.
Acties gemeenten:
•Gemeenten ontwikkelen beleid op het gebied van mentale gezondheid binnen hun lokale gezondheidsbeleid door gebruik te maken van kansrijke en/of effectieve interventies voor mentale gezondheidsbevordering. Daarnaast sluiten ze aan bij de landelijke aanpak ‘Mentale Gezondheid: van ons allemaal’. Het begrippenkader mentale gezondheid van het Trimbos-instituut en RIVM, zoals ook gebruikt in de landelijke aanpak, is leidend voor de invulling en uitwerking van het lokale beleid. Daarbij worden kansrijke interventies ingezet, gebaseerd op de factsheet van het RIVM, Trimbos-instituut en GGD GHOR NL.
•Gemeenten zetten in op het versterken van de mentale gezondheid van hun inwoners en het bieden van laagdrempelige ondersteuning waar gewenst. Gemeenten besteden bij de uitwerking van hun beleidsplannen aandacht aan het perspectief van mentale gezondheid en maken verbinding vanuit andere (bestaande) gezondheidsprogramma’s met mentale gezondheid. Er wordt gewerkt vanuit de levensloopbenadering (zoals in de landelijke aanpak opgenomen leefomgevingen school, buurt, werk en online).
•Gemeenten dragen zorg voor een goed sluitende (en laagdrempelige) ondersteuning afgestemd op de behoefte van de eigen inwoners. In het bijzonder wordt gekeken naar de groepen jongeren (12-27 jaar) en mensen in een kwetsbare positie (waaronder kwetsbare ouderen en inwoners met een lage sociaaleconomische status).
•Gemeenten zetten in op samenwerkingsverbanden met goede samenwerkingsafspraken over domeinen heen. Dit kan bijvoorbeeld via de bestaande lokale preventieakkoorden. De samenwerking is mede publiek-privaat ingericht.
•Gemeenten dragen bij aan het verbeteren van de samenwerking tussen het sociaal domein, de huisartsenzorg en de GGZ door het versterken van de sociale basis en het mee helpen inrichten van mentale gezondheidscentra in de regio (conform afspraken in het Integraal Zorgakkoord).
Vitaal ouder worden
Versterken uitvoering artikel 5a ‘Ouderengezondheidszorg’ Wet Publieke Gezondheid
Beoogd resultaat:
Versterkte uitvoeringspraktijk van artikel 5a van de Wet PG, wat bijdraagt aan het preventiebeleid rond het verminderen van kwetsbaarheid bij ouderen.
Acties VWS en gemeenten:
VWS en gemeenten brengen praktijkvoorbeelden van de wijze waarop artikel 5a van de Wpg wordt ingevuld in kaart en dragen zorg voor de verspreiding van goede voorbeelden.
Gezond voedingspatroon bij ouderen
Beoogd resultaat:
Ondervoeding bij ouderen wordt vroegtijdiger gesignaleerd door zorgprofessionals en professionals in het sociaal domein.
Acties gemeenten:
•Gemeenten dragen bij aan de agendering van gezonde voeding en ondervoeding bij ouderen door hier aandacht voor te hebben in de lokale nota gezondheidsbeleid of in het lokale preventieakkoord. Gemeenten kunnen het thema ondervoeding ook agenderen in regionale overleggen over (kwetsbare) ouderen waar zij bij aansluiten.
•Om te stimuleren dat toegangsmedewerkers in het sociaal domein aandacht besteden aan een gezond voedingspatroon en het signaleren van ondervoeding bij ouderen, kunnen gemeenten bijvoorbeeld in de afspraken met aanbieders in het sociaal domein aandacht vragen voor dit thema.
•Gemeenten kunnen bijdragen aan de bewustwording bij ouderen en hun mantelzorgers op dit thema door bijvoorbeeld de inzet van de interventie ‘Goed gevoed ouder worden’ en het organiseren van buurttafels waar gezamenlijk gegeten wordt of informatiebijeenkomsten op dit thema.
Bewegen door ouderen
Beoogd resultaat:
Er is aandacht voor de specifieke behoeften van ouderen rond bewegen en dit wordt ondersteund met een passend beweegaanbod.
Acties gemeenten:
•Gemeenten kunnen bij de acties die genoemd staan bij ‘Een gezonde leefstijl’ onder het kopje ‘sport en beweegparticipatie’ ook specifieke aandacht hebben voor het stimuleren van bewegen bij ouderen.
•Gemeenten kunnen buurtsport- en cultuurcoaches de ruimte geven om een gespecialiseerd aanbod voor ouderen te creëren. Onderdeel van hun werkzaamheden is om ouderen te begeleiden en les te geven aan kwetsbare ouderen.
Valpreventie bij ouderen
Beoogd resultaat:
•Het risico op vallen bij ouderen wordt vroegtijdig gesignaleerd in zowel zorgdomein als gemeentelijk domein en wordt ondersteund door laagdrempelige toegang tot valpreventief aanbod.
Jaarlijks komen er minder ouderen (65+) op de spoedeisende hulp naar aanleiding van een val.