Aanhef
De gemeenteraad van Texel van de gemeente Texel;
Gelet op:
•Artikel 149 van de gemeentewet
Overwegende dat:
•Texel streeft naar meer opwek van duurzame energie om te kunnen voldoen aan de ambities vanuit Het Klimaatakkoord, de opgave vanuit de Regionale Energie Strategie (RES ) en Texel zelfvoorzienend en Duurzaam.
•Het realiseren van solar carports op dit moment een logische keuze is voor het vergroten van schone en duurzame opgewekte energie op Texel.
Besluit:
1Het Uitnodigingskader Solar Carports vast te stellen.
2Kennis te nemen van de voorgestelde locaties en onderzoeken.
3De locatie Stappeland zelf te ontwikkelen en de solarcarport mee te nemen in de gemeentelijke planvorming voor herinrichting.
4Voor de andere locaties de markt te laten ontwikkelen op basis van het Uitnodigingskader en hierbij als gemeente de ontwikkelaar proactief faciliterend te ondersteunen.
1. Inleiding
Uitnodigingskader solar carports
Ontwikkelperspectief voor de realisatie van solar carports op Texel
De Nederlandse overheid heeft – in uitwerking van het Akkoord van Parijs uit 2015 – met de ondertekening van het Klimaatakkoord op 28 juni 2019 besloten dat in 2050 een CO2-reductie van 95% moet zijn behaald. Om dat doel te behalen, moet de elektriciteitsvoorziening worden verduurzaamd. Op Texel zijn de mogelijkheden daarvoor momenteel beperkt. De raad wil geen grondgebonden zonnevelden, onder meer omdat het Texelse landschap van grote waarde is. Het Texelse landschap wordt bovendien intensief gebruikt, onder meer ten behoeve van landbouw, toerisme en recreatie. Wel zijn er mogelijkheden voor het opwekken van zonne-energie boven parkeerplaatsen: zogeheten solar carports. Vanuit organisatorisch perspectief en vanuit het landschap zijn er echter de nodige aandachtspunten, en die vragen om kaders hoe hiermee om te gaan.
De gemeente Texel wil concreet aan de gang met de realisatie van een aantal locaties voor solar carports. Initiatiefnemers hebben zich reeds gemeld, maar de gemeente Texel heeft nog geen kaders vastgesteld om eisen te stellen aan de principe verzoeken. Zodoende kan de gemeente deze verzoeken (en verdere uitwerking) niet toetsen omdat er geen beleid voor is opgesteld en het indieningsproces niet is vastgesteld. Kortom, ‘hoe’ zorgt de gemeente Texel dat ambities voor solar carports in haar gemeente efficiënt tot vergunbare projecten worden omgezet?
Het doel van dit uitnodigingskader is tweeledig. Ten eerste en het belangrijkste is om – uiteraard met oog voor de omgeving - zoveel mogelijk eenduidigheid in de realisatie van solar carports te realiseren, zodat partijen kaders hebben waarbinnen ze kunnen opereren. Tweede doel is het voorzien in de juiste diepgang in wensen, eisen en beleidsregels om initiatieven goed te kunnen voorzien van input en feedback door de gemeente. Zo kunnen besluitvorming en vergunningverlening sneller en efficiënter worden georganiseerd.
Dit uitnodigingskader biedt dan ook houvast voor zowel de gemeente, andere overheden (bijvoorbeeld het Hoogheemraadschap, de provincie Noord-Holland), en private initiatiefnemers voor solar carports op Texel. Dit met het oog op de lokale verschillen die er – zowel landschappelijk als qua stakeholders – op Texel zijn. Met de vaststelling van dit uitnodigingskader is de gemeente Texel in staat om initiatieven te ‘beoordelen’. Daarnaast geeft het ook duidelijkheid richting initiatiefnemers, bewoners, bedrijven en andere belanghebbenden omtrent:
•‘Waar’ op Texel solar carports mogelijk zijn, en ook waar niet;
•‘Hoe’, onder welke voorwaarden solar carports mogelijk zijn.
Dit uitnodigingskader voorziet in landschappelijke uitgangspunten, beleidsregels ten aanzien van procesparticipatie, financiële participatie, de aansluiting op het elektriciteitsnet en omschrijft de te volgen indieningsprocedure voor initiatiefnemers.
5. Participatie
Financiële participatie
Inspanningsverplichting voor financiële participatie
Initiatiefnemers hebben een inspanningsverplichting om ten minste 50% lokaal eigenaarschap te organiseren, conform de vastgestelde RES en het Klimaatakkoord. Dit kan bijvoorbeeld middels bijv. mede eigenaarschap, financiële deelneming, gebiedsfondsen of omwonendenregelingen.
Lokaal eigendom
Bij beoordeling van initiatieven op het aspect financiële participatie wordt de Leidraad financiële participatie van de Provincie Noord-Holland als richtlijn gebruikt. Voor solar carports geldt deze ook, tenzij het gaat om initiatieven die zijn volledig gericht op zelfvoorzienendheid van grote(re) verbruikers. Deze initiatieven zijn vrijgesteld van het opstellen van de paragraaf financiële participatie in het participatieplan (zie: Indieningsproces, hoofdstuk 7). Voor solar carports die gedeeltelijk zijn gericht op zelfvoorzienendheid maar capaciteit overhouden, wordt lokaal eigendom gestimuleerd en dient te worden onderbouwd hoe initiatiefnemer invulling wil geven aan lokaal eigendom. Onder lokaal eigendom wordt verstaan dat lokale partijen (mede) kunnen profiteren van de opbrengst van duurzame energieprojecten.
7. Indieningsproces
Principeverzoek en aanvraag omgevingsvergunning
Stap 1: Principeverzoek (vooroverleg)
Initiatiefnemer dient eerst een principeverzoek in bij de gemeente en beantwoordt de vragen die de gemeente heeft over het principeverzoek. Het principeverzoek moet minimaal voorzien zijn van de volgende bijlagen:
•Gemotiveerde beschrijving van het plan op hoofdlijnen (wat bent u van plan en waarom?)
•Participatieplan (zie paragraaf 2.4.3);
•Wat merkt de omgeving van de verandering?
•Heeft u de omgeving reeds betrokken bij uw initiatief? Hoe staat de omgeving tegenover uw initiatief?
•Nettoets netbeheerder.
Op basis van resultaten nettoets: overzicht van maatregelen t.b.v. energie-efficiëntie en optimaliseren gebruik elektriciteitsnet.
•Inrichtingsschets van de huidige en gewenste situatie (minimaal 1:1000);
•Koppelkansen zoals recreatief gebruik, ecologische meerwaarde, waterberging;
•Foto’s van de bestaande situatie en omliggende omgeving;
•Ecologische onderzoeken (in geval de locatie van het initiatief Natura 2000 betreft).
De gemeente zal het uitnodigingskader hanteren als toetsingskader voor ingediende principeverzoeken. Het principeverzoek wordt behandeld in de gemeentelijke Omgevingstafel; haalbaarheid en wenselijkheid wordt daar geagendeerd en een advies richting College van B&W wordt opgesteld. Het College van B&W neemt een uiteindelijk besluit het principeverzoek wel/niet te accepteren om vervolgens het vergunningentraject verder in te kunnen gaan.
Stap 2: Aanvraag omgevingsvergunning
Bij een positief besluit op het principeverzoek dient de initiatiefnemer een aanvraag buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) in, met daarbij alle relevante documenten (vooraf af te stemmen met gemeente) en het aanleveren van een goede onderbouwing van de fysieke leefomgeving. Ook dienen de omwonenden en stakeholders, conform ingediend participatieplan, te zijn betrokken bij de plannen. Vragen hierover van de gemeente dienen te worden beantwoord.
Daarnaast dient de initiatiefnemer een gedetailleerd ontwerp, om ook deze in het traject van de omgevingsvergunning mee te nemen.
Stap 3: Toetsing indieningsvereisten
Het principeverzoek, de aanvraag omgevingsvergunning en alle relevante documenten dienen te voldoen aan de wettelijke indieningsvereisten en dit uitnodigingskader (aanvrager gemachtigd, onderbouwing fysieke leefomgeving, onderzoeken, toestemming grondeigenaar).
Stap 4: Omgevingsvergunning afwijken omgevingsplan
Solar carports worden alleen ruimtelijk mogelijk gemaakt met behulp van een omgevingsvergunning waarbij van het omgevingsplan wordt afgeweken.
In de omgevingsvergunning worden voorwaarden opgenomen, bijvoorbeeld over wie verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud van de solar carport en de omliggende voorzieningen t.b.v. landschappelijke inpassing.
Participatieplan
Stap 1.
In het participatieplan geeft initiatiefnemer aan:
a.hoe hij met de omgeving in gesprek gaat
b.op welke wijze de omgeving bij de besluitvorming over het initiatief wordt betrokken;
c.hoe hij tot afspraken met de omgeving over financiële participatie wil komen;
d.wat hij op dat punt aan omwonenden wil voorleggen.
Dit op basis van een door de initiatiefnemer uit te voeren stakeholdersanalyse, op te nemen in het participatieplan.
Stap 2.
De initiatiefnemer start een gebiedsproces op conform zijn participatieplan. De resultaten van dat proces legt initiatiefnemer vast in een verslag. Daarin maakt hij inzichtelijk:
a.welke inspanningen hij heeft gepleegd;
b.wat de respons van de omwonenden hierop is geweest;
c.hoe hij de respons vervolgens heeft verwerkt;
d.wat de uiteindelijke afspraken met de omwonenden zijn.
Aan de hand van dit verslag actualiseert hij het participatieplan.
Stap 3.
De gemeente beoordeelt dit geactualiseerde plan.
a.Bij goedkeuring is initiatiefnemer gehouden het (goedgekeurde) participatieplan uit te voeren.
b.Bij afkeuring is initiatiefnemer gehouden de aanwijzingen van de gemeente (om alsnog tot goedkeuring te kunnen komen) op te volgen. In de uitzonderlijke situatie dat het gebiedsproces, ondanks de inzet van initiatiefnemer, niet heeft geleid tot afspraken met omwonenden beoordeelt de gemeente of de geleverde inspanningen voldoende zijn geweest. Is dat niet het geval, dan zal initiatiefnemer alsnog de beloofde inspanningen moeten plegen. Heeft initiatiefnemer wel voldoende inspanningen gepleegd, dan geldt hetgeen hieronder bij stap 4 staat.
c.Heeft de initiatiefnemer onvoldoende inspanningen geleverd, dan zal dat voor de gemeenten reden zijn de gewenste planologische medewerking te weigeren.
Stap 4.
Nadat de gemeente het geactualiseerde participatieplan heeft goedgekeurd of heeft geoordeeld dat initiatiefnemer – ondanks het uitblijven van afspraken – voldoende inspanningen heeft gepleegd, kan de gemeente een omgevingsvergunning verlenen. Het geactualiseerde participatieplan wordt als bijlage toegevoegd aan de omgevingsvergunning.
Aspecten van het participatieplan
In het participatieplan komen de volgende aspecten ten aanzien van procesparticipatie en financiële participatie terug:
1Invulling van procesparticipatie
De initiatiefnemer geeft aan over welke onderwerpen hij de direct omwonenden betrekt. Dit betreft minimaal de volgende onderwerpen:
•Precieze vormgeving van de solar carport;
•Koppelkansen zoals maatregelen ter bevordering van biodiversiteit, recreatieve faciliteiten etc;
•Proces rond invulling financiële participatie (indien relevant, zie onder).
De initiatiefnemer omschrijft stap voor stap het proces hoe deze participatie vorm krijgt en hoe daarbij de omgeving bij de besluitvorming wordt betrokken. Zo start (zie hierboven beschreven stap 2) de initiatiefnemer een gebiedsproces. Hij gaat daarbij in overleg met de omgeving om tot overeenstemming te komen op welke wijze hij uitvoering gaat geven aan het project. Het participatieplan vormt hiervoor de basis. In het participatieplan geeft initiatiefnemer aan hoe hij tot overeenstemming met de omgeving gaat komen en welk proces hij hiervoor gaat organiseren. Daarbij gaat initiatiefnemer in op de volgende elementen:
•Manier waarop invulling wordt gegeven aan financiële participatie;
•Processtappen en planning;
•Stakeholders en doelgroepen;
•Synergie tussen proces- en financiële participatie.
Maar ook:
•Toekomstbestendigheid van de afspraken in verschillende projectfases, waarbij speciale aandacht is voor de overdracht van de afspraken bij een eventuele wisseling van eigenaar.
Onderdeel van het participatieplan is ook hoe vaak en op welke manier(en) de initiatiefnemer de omgeving betrekt. Zo hoort initiatiefnemer van direct omwonenden en de lokale omgeving hoe zij aankijken tegenover de hiervoor aangegeven onderwerpen van het project. Daarnaast organiseert de initiatiefnemer digitale bijeenkomsten om de lokale omgeving enthousiast te maken voor de financiële participatie in die gevallen waarin dat van toepassing is.
De initiatiefnemer geeft in het participatieplan aan welke mediakanalen hij inzet om de omgeving te betrekken (inclusief financiële participatie). Daarbij kan worden gedacht aan:
•artikelen in lokale kranten en huis-aan-huisbladen;
•artikelen in de online pers;
•artikelen voor de eigen media van de gemeente, zoals de digitale nieuwsbrieven en sociale media. Een en ander kan aangeleverd worden in overleg met de betreffende communicatie- afdelingen;
2Invulling van financiële participatie
De gemeente Texel vindt het belangrijk dat de omgeving zoveel mogelijk mede-eigenaar kunnen worden in solar carports. Dit geldt speciaal voor de direct omwonenden en de lokale omgeving. Zie voor definities hiervoor hoofdstuk 5. De wensen en eisen die de gemeente hanteert staan omschreven in paragraaf 2.3.3.2.
De initiatiefnemer geeft in het participatieplan aan hoe hij dit gaat organiseren.
Geen verplichting voor initiatieven gericht op zelfvoorzienendheid.
De financiële participatie geldt niet als verplichting voor plannen voor solar carports die volledig bedoeld zijn om in de eigen energiebehoefte te voorzien.
Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Uitnodigingskader Solar Carports.
ving van artikel 3 en andere voorwaarden uit de Participatiewet.
Bijlage I: overzicht subsidiemogelijkheden
Er zijn 19 parkeerplaatsen op Texel waarbij een technische potentie is om solar carports met een vermogen van 420 kWP of hoger te realiseren. Solar carport-projecten met een vermogen dat gelijk aan of hoger is dan 420 kWp maken kans op subsidie vanuit de subsidieregeling zonneenergieleverende parkeerterreinen Noord-Holland. Dit kan de business case voor deze parkeerplaatsen aantrekkelijker maken. Kleinere projecten zijn uitgesloten van deze subsidieregeling.
Er kunnen redenen zijn waarom de technische potentie van deze parkeerplaatsen niet benut kan worden. Bijvoorbeeld wanneer deze in Natura 2000-gebied liggen of wanneer het vanuit landschappelijk oogpunt niet gewenst is op deze locatie; in dat geval kan er geen solar carport worden gerealiseerd.
Bijlage II: participanten, stakeholders en grote afnemers
Voor iedere parkeerplaats dienen andere stakeholders betrokken te worden. Sommige stakeholders zijn echter eiland-breed betrokken, zoals:
•Natuurorganisaties (Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten)
•Texelse betrokken organisaties
•Recreatieorganisaties/wielerbond/fietsersbond
•Bij kernen: de Dorpscommissies
•Bij de waddendijk zal UNESCO betrokken moeten worden vanuit het waddengebied.
Qua inwoners gaat het om direct omwonenden. Het aantal direct omwonenden is sterk afhankelijk van de locatie. Uiteraard wonen de meeste mensen in de kernen, maar ook in het Oudeland is sprake van relatief veel verspreide bewoning. In de strand- en zeepolders en in de duinen wonen (vrijwel) geen mensen.