Aanhef
Inleiding
De treasury zorgt ervoor dat de gemeente altijd over voldoende liquide middelen beschikt om haar activiteiten te betalen. Dit doet de gemeente door aanvullend op de inkomsten, indien noodzakelijk, vreemd kapitaal aan te trekken. Als de organisatie van treasury niet op orde is, worden er beleidsmatige en bedrijfsvoeringsrisico’s gelopen.
De treasuryfunctie wordt als volgt gedefinieerd: ‘’Treasury is het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s’’
In het Treasurystatuut staan de regels voor het beheer van de geldstromen, de beheersing van de risico’s daarvan en de informatievoorziening daarover. Daarnaast geeft het statuut een overzicht wie waarvoor bevoegd is en onder wiens verantwoordelijkheid. Als laatste zijn de uitgangspunten voor de administratieve organisatie en de interne controle opgenomen.
De meeste richtlijnen en limieten zijn bepaald door de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) en de Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden. Aanvullend op deze wetgeving zijn lokale regels toegevoegd zoals hoeveel offertes worden opgevraagd bij het aantrekken van een lening. Daarnaast zijn ook de regels van de gemeentelijke financiële verordeningen relevant.
Om de leesbaarheid te bevorderen zijn niet alleen de aanvullende lokale regels opgenomen, maar ook gedeelten van relevante artikelen uit bovengenoemde wetgeving.
In bijlage 1 zijn de belangrijkste mutaties/aanvullingen ten opzichte van het statuut uit 2015 opgenomen.
1. Begrippenkader
Artikel 1
In dit statuur verstaan wij onder:
Derivaten
Financiële instrumenten belichaamd in contracten waarin de voorwaarden zijn vastgelegd waartegen een transactie op een bepaald moment zal of kan plaatsvinden en waarvan de waarde afhankelijk is van één of meer onderliggende activa, referentieprijzen of indices;
Financiering
Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen;
Garantie
Een borgstelling waarbij de gemeente zich tegenover een geldverstrekker verbindt een of meerdere vorderingen van een geldverstrekker op een debiteur te voldoen indien de debiteur niet aan zijn betalingsverplichtingen voldoet;
Geldstromenbeheer
Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer);
Kasgeldlimiet
Een bedrag op basis van de Wet fido ter grootte van een percentage van het begrotingstotaal van de gemeente bij aanvang van het jaar;
Kredietrisico
De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit;
Liquiditeitenbeheer
Het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar;
Liquiditeitenplanning
Een planning waarin de inkomende en uitgaande kasstromen periodiek gemonitord en geprognosticeerd worden om inzicht te verkrijgen in het verloop ervan. Zo kan tijdig worden ingespeeld op een (verwacht) tekort of overschot van liquiditeiten;
Liquiditeitsrisico
De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen;
Renterisico
Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen;
Renterisiconorm
Een bij de aanvang van enig jaar op basis van de Wet fido gefixeerd percentage van begrotingstotaal van de gemeente dat bij de realisatie niet mag worden overschreden;
Rentetypische looptijd
Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van de door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding;
Rentevisie
Toekomstverwachting over de renteontwikkeling;
Saldobeheer
Het beheren van de dagelijkse saldi op de rekeningen;
Schatkistbankieren
Het verplicht aanhouden van liquide middelen bij het Rijk door gemeenten, provincies, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen.
Treasuryfunctie
De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren- en crediteurenbeheer;
Uitzetting
Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer;
Valutarisico
Het beheersen van risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat op een bepaald moment de waarde van de vreemde valutastromen, uitgedrukt in eigen valuta, afwijkt van hetgeen verwacht werd op het beslissingsmoment;
Werkkapitaal
Decentrale overheden zijn verplicht overtollige middelen in ’s Rijks schatkist aan te houden op het werkkapitaal na. Het werkkapitaal is gelijk aan een vastgesteld drempelbedrag als percentage van het begrotingstotaal
1De drempel is gelijk aan 2,0% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 miljoen, waarbij het drempelbedrag minimaal 1 miljoen bedraagt.
.
2. Doelstellingen treasuryfunctie
Artikel 2
De treasuryfunctie van de gemeente Terschelling dient tot:
1Het verkrijgen van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities;
2Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s;
3Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities;
4Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) en de limieten en richtlijnen van dit treasurystatuut.
Met betrekking tot het risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten:
3. Risicobeheer
3.1 Uitzettingen uit hoofde van de publieke taak
Artikel 3
1De gemeente kan leningen of garanties uit hoofde van de ‘’publieke taak’’ uitsluitend verstrekken aan door de gemeenteraad goedgekeurde derde partijen met een maatschappelijk belang.
2Het rentepercentage voor een lening zoals omschreven in artikel 3 lid 1 wordt bepaald op basis van de dagkoers gepubliceerd via de BNG, lineair voor dezelfde looptijd plus een opslag voor administratieve kosten.
3In afwijking van hetgeen in artikel 3 lid 1 genoemd is, is het verstrekken van leningen conform de Verordening Starterslening Terschelling aan het college gemandateerd.
3.2 Uitzettingen uit hoofde van treasury
Artikel 4
1Conform artikel 2 lid 1 (verplicht schatkistbankieren) van de Wet fido worden liquide middelen op het dagelijkse werkkapitaal na, bij de Nederlandse Staat aangehouden op een rekening-courant of in deposito.
2In afwijking van hetgeen in artikel 4 lid 1 genoemd is, mogen conform artikel 2 lid 3 van de wet fido liquide middelen ook uitgezet worden in de vorm van leningen bij andere openbare lichamen mits er geen verticale toezichtsrelatie bestaat.
3Bij het uitzetten van middelen zoals beschreven in lid 2 worden minimaal 2 offertes opgevraagd en in een proces verbaal vastgelegd.
4Valutarisico’s worden uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken of te garanderen in euro’s.
5Er wordt geen gebruik gemaakt van derivaten.
3.3 Renterisicobeheer
Artikel 5
1Bij het aantrekken van kortlopende financieringsmiddelen wordt de kasgeldlimiet conform de Wet fido niet overschreden;
2Bij het afsluiten van leningen en het maken van renteafspraken wordt gezorgd dat de renterisiconorm niet wordt overschreden;
3Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning;
4De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt afgestemd op de actuele en verwachte rentestand en rentevisie;
5Binnen de kaders gesteld onder lid 3 en lid 4, streeft de gemeente naar een spreiding in de rentetypische looptijden van de leningen/uitzettingen.
Artikel 6
Bij het verstrekken van leningen uit hoofde van de publieke taak worden, indien mogelijk, zekerheden of garanties geëist.
3.4 Intern liquiditeitsrisicobeheer
Artikel 7
De gemeente beperkt haar interne liquiditeitsrisico’s door haar treasuryactiviteiten te baseren op een korte termijn liquiditeitenplanning (looptijd tot één jaar), en een meerjarige liquiditeitenplanning met een looptijd van minimaal vier jaar.
4. Financiering
Artikel 8
Bij het aantrekken van financieringen gelden de volgende uitgangspunten:
1Conform artikel 2 lid 1 van de Wet fido mogen financieringen enkel aangetrokken worden ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak;
2Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken teneinde de renterisico’s te minimaliseren en het renteresultaat te optimaliseren;
3Naast financiële instellingen die vallen onder het Nederlands toezicht kunnen gelden conform artikel 2 lid 3 van Wet fido ook bij een decentrale overheid aangetrokken worden.
4Eventuele tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM).
5Bij het aantrekken van gelden voor een periode langer dan 1 jaar worden minimaal twee offertes gevraagd.
6Het aantrekken van financiering geschiedt tegen zo gunstig mogelijke condities en de financiering wordt zodanig gekozen dat deze past binnen het risicobeleid.
7Het aantrekken van financieringen met het oogmerk om deze winstgevend weg te zetten, is niet toegestaan;
8Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen zijn onderhandse leningen, kasgeld- en rekening-courant leningen.
9Afwijkingen van bovenstaande punten dienen door het college te worden besloten.
10Bij het opereren op de financiële markten wordt zodanig gehandeld dat de toegang tot de markten niet in gevaar komt.
5. Kasbeheer
5.1 Geldstromenbeheer
Artikel 9
Om de kosten van het geldstromenbeheer te beperken wordt:
1Het liquiditeitsgebruik beperkt door geldstromen op gemeenteniveau op elkaar en de liquiditeitenplanning af te stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen;
2Het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd door één bank.
5.2 Saldo- en liquiditeitenbeheer
Artikel 10
Voor het saldo- en liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen:
1Toegestane instrumenten bij liquiditeitsbehoefte zijn kasgeldleningen en kredietlimiet op rekening courant;
2Conform artikel 3, lid 1 Wet fido wordt hierbij de kasgeldlimiet niet overschreden;
3Uitzettingen van gelden vinden plaats door middel van Schatkistbankieren (automatisch afromen);
4De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten.
6. Administratieve organisatie en interne controle
6.1 Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle
Artikel 11
Aanvullend op de algemene regels van de controleverordening en de financiële verordening van de gemeente Terschelling, gelden in het kader van de treasuryfunctie de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle:
1De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze vastgelegd in artikel 12 en 13 van dit statuut;
2Bevoegdheden zijn via delegatie en mandaat nader schriftelijk vastgelegd;
3Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste uitgangspunten;
a.iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (vier ogen principe);
b.de uitvoering en de controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen;
c.de uitvoering en de registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen;
4Na ontvangst van de transactiebevestiging controleert de medewerker van de financiële administratie de transactie.
6.2 Verantwoordelijkheden
Artikel 12
De verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie staan in de onderstaande tabel gedefinieerd.
Functie
Verantwoordelijkheden
Gemeenteraad
•Het vaststellen van treasurydoelstellingen, het treasurybeleid, globale richtlijnen en limieten door middel van het treasurystatuut;
•Het vaststellen van de paragraaf financiering in de begroting en jaarrekening;
•Besluit wat onder de publieke taak valt;
•Het houden van toezicht op de uitvoering van het treasurybeleid.
College van B&W
•Is verantwoordelijk voor het uitvoeren van het treasurybeleid (formele verantwoordelijkheid);
•Het rapporteren aan de gemeenteraad over de uitvoering van het treasurybeleid;
•Het evalueren en als gevolg daarvan voorstellen tot (eventueel) bijstellen van het treasurybeleid.
Portefeuillehouder Financiën
•Het uitvoeren van het treasurybeleid (politieke eindverantwoordelijkheid)
Controller
•Ziet toe op de naleving van de kaders en richtlijnen en ziet toe op de uitvoering van de administratieve organisatie en de werking van de interne controle.
-Adjunct directeur
-Teamleider Ondersteuning
-Secretaris directeur
-Loco secretaris
•Formeel eindverantwoordelijk voor de kwaliteit van de informatievoorziening over treasury in de planning en control instrumenten;
•Is op basis van mandaat verantwoordelijk voor de treasuryfunctie;
•Is verantwoordelijk voor de inrichting van de treasuryfunctie;
•Het controleren van de volledigheid en betrouwbaarheid van de informatievoorziening van de treasuryfunctie;
•Het bewaken van de kwaliteit van de treasuryprocessen.
•Is budgetverantwoordelijk voor de kostenplaats rente en financiering.
Teamleiders andere teams
•Het zorg dragen voor een goede kwaliteit van de informatie die hun team aanlevert aan de Financieel adviseur/1e medewerker bedrijfsvoering met betrekking tot toekomstige uitgaven en ontvangsten.
Financieel adviseur*
•Het uitvoeren van de activiteiten met betrekking tot de volgende deelfuncties: het risicobeheer, gemeentefinanciering (financiering, uitzetting en relatiebeheer) en kasbeheer.
•Het aantrekken en uitzetten van gelden in het kader van het saldo- en liquiditeitenbeheer;
•Het beheren van geldstromen;
•Het onderhouden van contacten met banken, geldmakelaars en overige financiële instellingen;
•Het afsluiten van financiële contracten voortvloeiend uit bovenstaande deelfuncties;
•Het vastleggen van de treasurytransacties en het doorgeven hiervan aan de financiële administratie;
•Het voorbereiden van beleidsvoorstellen op treasurygebied;
•Het adviseren over financiële gevolgen bij projecten;
•Het afleggen van verantwoording aan de Teamleider Ondersteuning over de uitvoering van de aan hem/haar gemandateerde activiteiten.
Medewerker bedrijfsvoering B & Medewerker bedrijfsvoering A
•Het overboeken van saldi tussen bankrekeningen;
•Het afhandelen van het contante en girale betalingsverkeer;
•Het aanleveren van tijdige, volledige en betrouwbare gegevens aan de gemeentelijke organisatie;
•Het rapporteren aan de Teamleider Ondersteuning over de uitvoering van de aan hem/haar gemandateerde taken;
Accountant
•Adviseert en controleert in het kader van haar reguliere controletaak omtrent de feitelijke naleving van het treasurystatuut.
*Bij afwezigheid worden de taken overgenomen door de 1e medewerker bedrijfsvoering van de afdeling Ondersteuning
6.3 Bevoegdheden
Artikel 13
In onderstaande tabel staan de bevoegdheden met betrekking tot de treasuryactiviteiten weergegeven alsmede de daarbij benodigde fiattering
2Bij autorisatie geld altijd het 4-ogenprincipe
.
Treasuryactiviteiten
Bevoegd functionaris
Autorisatie
Saldo-, liquiditeiten- en geldstromenbeheer
1Het aantrekken van middelen via kasgeld en rekening-courantkredieten (< 2 miljoen)
-1e medewerker bedrijfsvoering
-Financieel Adviseur
-Adjunct directeur
-Teamleider Ondersteuning
-Directeur secretaris
-Loco secretaris
2Schatkistbankieren
-Medewerker bedrijfsvoering A & B
-Adjunct directeur
-Teamleider Ondersteuning
-Directeur secretaris
-Loco secretaris
3Betalingsopdrachten voorbereiden (1e handtekening)
-Medewerker bedrijfsvoering A & B
-Adjunct directeur
-Teamleider Ondersteuning
-Directeur secretaris
-Loco secretaris
4Betalingsopdrachten versturen (2e handtekening)
-1e medewerker bedrijfsvoering
-Financieel adviseur
-Adjunct directeur
-Teamleider Ondersteuning
-Directeur secretaris
-Loco secretaris
Bankrelatiebeheer
1Bankrekeningen openen/sluiten/wijzigen
-1e medewerker bedrijfsvoering
-Financieel adviseur
-Adjunct directeur
-Teamleider Ondersteuning
-Directeur secretaris
-Loco secretaris
2Bankcondities en tarieven afspreken en afsluiten van contracten
-1e medewerker bedrijfsvoering
-Financieel adviseur
-Adjunct directeur
-Teamleider Ondersteuning
-Directeur secretaris
-Loco secretaris
3Autorisatie medewerkers
-Aangewezen medewerker klantbeheerder
-Adjunct directeur
-Teamleider Ondersteuning
-Directeur secretaris
-Loco secretaris
4Invulling toegangsrechten en wijzigingen geautoriseerde medewerkers
-Aangewezen medewerker klantbeheerder
-Adjunct directeur
-Teamleider Ondersteuning
-Directeur secretaris
-Loco secretaris
Financiering en uitzetting
1Het vaststellen van kredietfaciliteiten (< 2 miljoen)
-1e medewerker bedrijfsvoering
-Financieel adviseur
-Adjunct directeur
-Teamleider Ondersteuning
-Directeur secretaris
-Loco secretaris
2Het aantrekken van middelen via onderhandse leningen (< 2 miljoen)
-1e medewerker bedrijfsvoering
-Financieel adviseur
-Adjunct directeur
-Teamleider Ondersteuning
-Directeur secretaris
-Loco secretaris
3Het uitzetten van gelden via onderhandse geldleningen (< 2 miljoen)
-1e medewerker bedrijfsvoering
-Financieel adviseur
-Adjunct directeur
-Teamleider Ondersteuning
-Directeur secretaris
-Loco secretaris
4Het verstrekken van leningen aan derden uit hoofde van de publieke taak
-College van B&W
-Gemeenteraad
5Het garanderen van middelen uit hoofde van de publieke taak
-College van B&W
-Gemeenteraad
Financieringen & uitzettingen boven de € 2 miljoen
1Bovenstaande is toegestaan tot een bedrag van € 2 miljoen. Voor alles daarboven geldt:
-Teamleider Ondersteuning
-Burgemeester
-Loco burgemeester
-Directeur secretaris
-Loco secretaris
6.4 Informatievoorziening
Artikel 14
Met betrekking tot de treasuryactiviteiten dient tenminste de in de onderstaande tabel opgenomen informatie te worden verstrekt door de betreffende functionarissen:
Informatie
Frequentie
Informatie-
verstrekker
Informatie-
ontvanger
1Gegevens m.b.t. toekomstige uitgaven en ontvangsten voor de liquiditeitenplanning
Doorlopend
-Teamleiders
-1e medewerker bedrijfsvoering
-Financieel adviseur
2Liquiditeitenplanning
Halfjaarlijks
-1e medewerker bedrijfsvoering
-Financieel adviseur
-Teamleider Ondersteuning
3Beleidsplannen treasury in paragraaf Financiering van de begroting
Jaarlijks
-Teamleider Ondersteuning
-Financieel adviseur
-Gemeenteraad
4Evaluatie treasuryactiviteiten in paragraaf Financiering van de jaarrekening
Jaarlijks
-Teamleider Ondersteuning
-Financieel adviseur
-Gemeenteraad
5Verantwoording onderdelen paragraaf Financiering via jaarverslag
Jaarlijks
-Teamleider Ondersteuning
-Financieel adviseur
-Gemeenteraad
6Informatie aan derden zoals genoemd in art. 8 Wet fido
Jaarlijks
-Teamleider Ondersteuning
-Financieel adviseur
-Provincie/CBS
7. Slotbepalingen en Inwerkingtreding
Artikel 15
In alle gevallen waarin dit statuut niet voorziet besluit het College van burgemeester en wethouders, gehoord de zienswijze van de Raad.
Dit treasurystatuut treedt in werking op de dag van elektronische bekendmaking in het Gemeenteblad. Op die datum vervalt het treasurystatuut vastgesteld op 26 januari 2016.
Bijlage 1 - Wijzigingen
Algemeen
Naast de onderstaande wijzigingen is het statuut gescreend op leesbaarheid en tekstuele verduidelijkingen. Op dergelijke mutaties wordt niet verder ingegaan.
Mutaties
Artikel 3, uitgangspunten risicobeheer is opgesplitst in artikel 3 & 4. De strekking blijft hetzelfde, maar de artikelen zijn nu duidelijker en beter leesbaar.
Het artikel met betrekking tot de valutarisico’s is komen te vervallen. verwijzing hier naar wordt nu gedaan in artikel 4 lid 4.
De artikelen 8,9 en 10 zijn samengevoegd tot artikel 8.
Verantwoordelijkheden
Bij de Gemeenteraad is de volgende verantwoordelijkheden toegevoegd:
-‘’Besluit wat onder de publieke taak valt’’
-‘’Het houden van toezicht op het treasurybeleid en de uitvoering hiervan’’
Bij het College van B&W zijn de volgende verantwoordelijkheden toegevoegd:
-‘’Het rapporteren aan de gemeenteraad over de uitvoering van het treasurybeleid’’
-‘’Het evalueren en als gevolg daarvan voorstellen tot (eventueel) bijstellen van hettreasurybeleid.’’
De volgende verantwoordelijkheid is verwijderd omdat dit onder het treasurybeleid valt:
-‘’Is verantwoordelijk voor het betalingsverkeer’’
De functie Portfeuillehouder Financiën is toegevoegd. De portfeuillehouder Financiën is verantwoordelijk voor de uitvoering van het treasurybeleid en heeft politieke eindverantwoordelijkheid.
De functie controller is toegevoegd. De controller ziet toe op de naleving van de kaders en richtlijnen en ziet toe op de uitvoering van de administratieve organisatie en de werking van de interne controle.
De functie Adjunct directeur is vervangen door Teamleider Ondersteuning. De verantwoordelijkheden zijn duidelijker opgeschreven.
De functie ‘’Teamleider andere teams’’ is toegevoegd. De teamleiders van de teams, Beleid en Regie, Staf, Publiek en Techniek zijn verantwoordelijk voor het aanleveren van informatie met betrekking tot toekomstige uitgaven en ontvangsten.
Bij de functie 1e medewerker bedrijfsvoering zijn de taken gespecificeerder omschreven. Daarnaast kan bij de afwezigheid van de 1e medewerker bedrijfsvoering de financieel adviseur deze taken overnemen.
De functie Financiële administratie is toegevoegd. De verantwoordelijkheden van deze medewerkers waren nog niet vastgelegd in het statuut.
Bevoegdheden
De volgende activiteiten zijn toegevoegd:
-Schatkistbankieren
-Betalingsopdrachten voorbereiden en versturen zijn aparte activiteiten geworden
-Autorisatie nieuwe medewerkers (vastgelegd conform huidige praktijk)
-Wijzigen bevoegdheden reeds geautoriseerde medewerkers (vastgelegd conform huidige praktijk)
-Bij financieringen, uitzettingen en het aantrekken van kasgelden boven de 2 miljoen moet een vier ogen principe worden toegepast.
Daarnaast zijn de titels van de functionarissen aangepast naar de huidige praktijk.
Het verstrekken en garanderen van leningen is bevoegdheid van het college en gemeenteraad conform hetgeen vermeld in artikel 3.
De activiteit ‘’afsluiten van derivaten transacties’’ is verwijderd. In artikel 4 lid 5 staat dat de gemeente hier geen gebruik van maakt.
Informatievoorziening
In de tabel zijn de titels van functionarissen aangepast naar de huidige praktijk.
Daarnaast is het volgende aangepast:
-Het verstrekken van informatie m.b.t. toekomstige uitgaven en ontvangsten vindt doorlopend plaats, in plaats van maandelijks/incidenteel.
-Verantwoording in de paragraaf financiering vindt jaarlijks plaats via de jaarrekening/jaarverslag
-Omdat de gemeente Terschelling een kleine gemeente is hoeft zij de IV3 niet per kwartaal in te vullen. Verantwoording van treasury in de IV3 vindt alleen plaats bij de IV3 behorend bij de jaarrekening.