Gemeentelijke regelgeving

Regeling ondersteuning lokale duurzaamheidsinitiatieven

Gemeente Terschelling · geldt sinds 6 februari 2015

hoofdstuk

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Lokale duurzaamheidsinitiatieven: initiatieven die op Terschelling worden ondernomen in het kader van het ambitiemanifest Duurzame Waddeneilanden

Hoofdstuk 2. Subsidieverstrekking

Artikel 2. Doel

De subsidieregeling heeft als doel initiatieven in het kader van het Ambitiemanifest Duurzame Waddeneilanden te stimuleren. De initiatieven dienen aanvullend te zijn op het gemeentelijke beleid ofwel vernieuwend te zijn voor Terschelling

Artikel 3. Doelgroep

Subsidie kan worden verleend aan personen die staan ingeschreven in de Basis Registratie Personen van de gemeente Terschelling alsmede aan alle bedrijven die ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel met vestigingsplaats ‘Terschelling’.

Artikel 4. Subsidieplafond

1.Het jaarlijkse subsidieplafond bedraagt minimaal de volgende bedragen:

Jaar

bedrag

2015

€ 40.000,=

2016

€ 20.000,=

2017

€ 20.000,=

2018

€ 20.000,=

2019

€ 20.000,=

2.Het college van burgemeester en wethouders (hierna: college) kan besluiten een

2minimaal bedrag beschikbaar te stellen aan één van de in art. 5 genoemde thema’s en

2doelgroepen(prioritering).

Artikel 5. Subsidiabele activiteiten

1De subsidiabele activiteiten betreffen projecten die bijdragen aan de doelstellingen uit het

Ambitiemanifest Waddeneilanden, zelfvoorzienend in 2020 op het gebied van energie en

water, binnen de volgende sectoren:

1bestaande woningen (woningen bestemd als woningen in bestemmingsplan en in

bezit van particuliere woningbezitters);

2.bestaande woningen (woningen bestemd als woningen in bestemmingsplan en in

bezit van woningbouwcorporatie);

3(verblijfs-)recreatie;

4bedrijven, diensten en utiliteit;

5verkeer en vervoer op het eiland;

6nautisch transport;

2De subsidiabele activiteiten betreffen projecten die bijdragen aan de doelstellingen uit het

Ambitiemanifest Waddeneilanden, zelfvoorzienend in 2020 op het gebied van energie en

water, binnen de volgende thema’s:

1duurzame energieopwekking;

2energiebesparing en isolatie;

3waterbesparing;

4communicatie en voorlichting.

Het college kan besluiten in een jaar thematisch en/of sectorgericht te gaan werken of beide werkwijzen te combineren.

Artikel 6. Beoordeling

1Projectaanvragen worden op volgorde van binnenkomst per kalenderjaar behandeld;

2Een aanvraag wordt getoetst op ontvankelijkheid door het Team beleid en regie van de

gemeente Terschelling;

3Een aanvraag wordt inhoudelijk getoetst door een jaarlijks door het college aan te wijzen

beoordelingscommissie;

4De beoordelingscommissie bestaat minimaal uit:

1representatief vertegenwoordiger van de bewoners;

2representatief vertegenwoordiger van het bedrijfsleven;

3beleidsmedewerker samenlevingszaken;

4beleidsmedewerker fysieke leefomgeving.

Hoofdstuk 3. Indiening van de aanvraag

Artikel 7. Indiening

1Met betrekking tot het indienen van een aanvraag wordt aangesloten bij de artikelen 6, 7

en 8 van de Algemene Subsidieverordening van de gemeente Terschelling (hierna ASV);

2In aanvulling op punt 1. geldt, dat wanneer een aanvrager met toepassing van art. 4:5

van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld zijn aanvraag aan te

vullen, de dag waarop de aanvulling is ontvangen, met betrekking tot de verdeling als

datum van ontvangst geldt;

3Voor de aanvraag van de subsidie dient gebruik te worden gemaakt van het

“Aanvraagformulier ondersteuning lokale duurzaamheidsinitiatieven”.

Artikel 8. Termijn

1In afwijking van artikel 7, lid 2 van de ASV dient een aanvraag uiterlijk in week 20 van het

jaar waarin subsidie aangevraagd wordt, te zijn ingediend om voor dat subsidiejaar in

aanmerking te komen;

2Het college kan in afwijking van punt 1. besluiten om tot subsidieverlening van een

aanvraag ingediend na week 20 over te gaan;

3Aanvragen ingediend na week 20 waarop niet wordt besloten zullen volledig worden

geretourneerd aan de aanvrager.

Hoofdstuk 4. Besluit op de aanvraag

Artikel 9. Verlening

1Bij de verlening van een subsidie wordt aangesloten bij artikel 10 van de ASV;

2Het besluit tot verlening van een subsidie vermeld de subsidiabele kosten, het

subsidiepercentage en het maximale subsidiebedrag.

Artikel 10. Subsidiabele kosten

1De subsidiabele kosten betreffen de ‘redelijk gemaakte kosten die direct verbonden zijn

met de uitvoering van de activiteit’. Hieronder worden verstaan:

1kosten van materialen en hulpmiddelen;

2kosten van machines en apparatuur;

3indirecte kosten;

4loonkosten;

5aan derden betaalde kosten.

2Wanneer aanpassingen aan bouwwerken of investeringen in apparatuur worden gedaan

dienen deze aanpassingen of apparaten minimaal 10 jaar in stand gehouden te worden.

3Het college kan, op schriftelijk verzoek van de aanvrager, afwijken van punt 2.

Artikel 11. Hoogte van de subsidie

1De subsidie bedraagt 20% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 2.000,=

per project;

2De subsidie is stapelbaar met overige voor de activiteit verkregen subsidies;

3Het college kan om moverende redenen het subsidiepercentage en het maximaal te

ontvangen bedrag bijstellen.

Artikel 12. Inhoudelijke beoordeling van de aanvraag

1De jaarlijks door het college aangestelde beoordelingscommissie beoordeelt de

aanvraag en adviseert het college éénmalig over:

1inhoudelijke geschiktheid;

2aandachtspunten;

3effectiviteit van de genomen maatregelen.

2Het staat het college vrij om gemotiveerd van het advies van de beoordelingscommissie

af te wijken.

Hoofdstuk 5. Weigering

Artikel 13. Weigeringsgronden

1Voor het weigeren van een aanvraag wordt aangesloten bij artikel 9, punt 1, 3 en 5 t/m 9

van de ASV;

2Subsidie kan slechts worden verstrekt zolang er voldoende middelen van het voor de

regeling vastgestelde subsidieplafond beschikbaar zijn om het gehele subsidiebedrag

voor de betreffende activiteit uit te kunnen keren.

Hoofdstuk 6. Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel 14

1.Voor wat betreft de verplichtingen van de subsidieontvanger wordt aangesloten bij

1hoofdstuk 6, artikel 12 en 13 van de ASV.

Hoofdstuk 7. Verantwoording en vaststelling subsidie

Artikel 15. Verantwoording

1De subsidie wordt verleend door het college waarbij deze aangeeft dat de subsidie

ambtshalve zal worden vastgesteld binnen 13 weken nadat de activiteiten uiterlijk

moeten zijn verricht;

2De aanvraag tot vaststelling van de subsidie dient te geschieden via het formulier

“Vaststelling subsidie ondersteuning lokale duurzaamheidsinitiatieven”.

Artikel 16 intrekking of wijziging

De subsidie kan onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:48 en 4:50 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) worden ingetrokken of ten nadele van de subsidieontvanger worden gewijzigd, indien:

1de aangevraagde activiteit niet wordt uitgevoerd volgens de voorschriften van deze

regeling of;

2de aangevraagde activiteit niet (meer) in overeenstemming is met het doel van deze

regeling.

Hoofdstuk 8. Overige bepalingen

Artikel 17. Standaardberekeningswijze

1Indien bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van

uurtarieven, dienen deze tarieven door de subsidieaanvrager te worden berekend met

gebruikmaking van een door het college voor te schrijven standaardberekeningswijze;

2Bij het hanteren van de kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt

uitgegaan van door het college bepaalde definities.

Hoofdstuk 9. Slotbepalingen

Artikel 18. Toezicht

1Ten behoeve van de uitvoering van deze regeling kunnen toezichthouders als bedoeld in

artikel 5:11 van de Awb worden aangewezen;

2De in het eerste lid bedoelde toezichthouders zijn belast met het toezicht op de naleving

van de in of krachtens de Awb en in of krachtens deze regeling gegeven voorschriften.

Artikel 19. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag volgend op de bekendmaking.

Artikel 20. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als:

Regeling ondersteuning lokale duurzaamheidsinitiatieven.

Aldus gewijzigd vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terschelling, d.d. 27 januari 2015

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terschelling,

H.M. de Jong,

J.B. Wassink,

secretaris/directeur

burgemeester

Algemene Subsidieverordening gemeente Terschelling 2011

De raad van de gemeente Terschelling,

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Terschelling; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit

vast te stellen de volgende verordening:

Algemene Subsidieverordening gemeente Terschelling 2011

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder: a. College: college van burgemeester en wethouders van Terschelling; b. Subsidie: een subsidie als bedoeld in artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht; c. Raad: de gemeenteraad van Terschelling. d. Subsidieontvanger: elke rechtspersoon met een volledige rechtsbevoegdheid, die zich de behartiging van door het gemeentebestuur erkende belangen van ideële en/of materiële aard ten doel stelt. e. subsidieplafond: het bedrag dat gedurende het gemeentelijke begrotingsjaar ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens een bepaald wettelijk voorschrift; f. subsidiejaarprogramma: een jaarlijks overzicht van te verlenen subsidies, waarbij de doelstellingen, te organiseren activiteiten en prestatie-indicatoren worden vermeld; g. Activiteit: werkzaamheden, gericht op door de gemeente Terschelling nagestreefde doelstellingen van ideële of materiële aard. Deze werkzaamheden of resultaten moeten meetbaar zijn in termen van kwantiteit, kwaliteit of geld; h. Jaarlijkse subsidie: subsidie die per (boek)jaar aan een instelling verstrekt; i. Accountantsverklaring:een verklaring omtrent de uitkomsten van het onderzoek van een accountant overeenkomstig de Verordening Gedrags Code (VGC) en de Nadere Voorschriften Controle en overige standaarden (NV COS) van het NBA. De verklaring van de accountant kan zich beperken tot een zogenaamde Beoordelingsopdracht zoals nader omschreven in NV COS 2400.

Artikel 2. Reikwijdte verordening

1Voor de volgende beleidsterreinen kan subsidie worden verstrekt: - burger en bestuur; - openbare orde en veiligheid; - verkeer, vervoer en waterstaat; - economische zaken; - onderwijs; - kunst, cultuur, sport, recreatie en toerisme; - sociale voorzieningen en maatschappelijke ondersteuning en dienstverlening; - volksgezondheid en milieu; - ruimtelijke ordening en volkshuisvesting.

2Het college kan nadere regels stellen, waarin de te subsidiëren activiteiten, de doelgroepen en de verdeling van het subsidieplafond per beleidsterrein zoals bedoeld in het eerste lid worden omschreven

3Subsidieverstrekking aan instellingen die niet statutair gevestigd zijn in de gemeente kan geschieden als: a het activiteiten betreft waaraan inwoners van de gemeente deelnemen, én b de activiteiten niet door een reeds gesubsidieerde instelling (zouden kunnen) worden ondernomen, én c de activiteiten niet reeds (toereikend) worden gesubsidieerd door een ander overheidsorgaan, én d de activiteiten zijn gericht op uitwerking van gemeentelijke beleidsdoelstellingen die een regionaal draagvlak vereisen en niet al door een in de gemeente gevestigde instelling (kunnen) worden uitgevoerd.

Artikel 3. Bevoegdheid college

1Het college is bevoegd te besluiten over aanvragen van subsidies;

2Het college stelt het subsidiejaarprogramma en de verschillende subsidieplafonds vast;

3Het college kan ter uitvoering van deze verordening beleidsregels vaststellen;

4Het college kan in bijzondere gevallen subsidie verlenen aan aanvragers met een beperkte rechtsbevoegdheid of aan natuurlijke personen.

Artikel 4. Subsidiesoorten

Gemeente Terschelling kent de volgende subsidiesoorten:

Waarderingssubsidie: een subsidie als waardering voor activiteiten, die het college van belang acht, zonder deze - of slechts in beperkte mate - naar aard, inhoud, omvang en/of beoogde effecten te willen beïnvloeden en waarbij niet per definitie een relatie bestaat met het exploitatieresultaat;

Budgetsubsidie: een subsidie in de vorm van een bedrag per prestatie voor de uitvoering van activiteiten die het college naar aard, inhoud, omvang en/of beoogde effecten wil beïnvloeden;

Garantiesubsidie: een eenmalige budgetsubsidie, die wordt verstrekt tot dekking van het door het college vooraf aanvaarde maximale negatieve saldo van de exploitatie van de beoogde activiteit;

Exploitatiesubsidie: een subsidie waar bij de hoogte van de subsidie wordt bepaald door het tekort op het exploitatiesaldo ten aanzien van de te subsidiëren activiteiten;

Eenmalige subsidie: een subsidie die voor een bepaalde, niet structurele of niet regelmatig terugkerende, activiteit wordt verleend;

Hoofdstuk 2. SUBSIDIEPLAFOND EN BEGROTINGSVOORBEHOUD

Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud

1Het college stelt jaarlijks subsidieplafond(s) vast.

2Het college kan nadere regels stellen omtrent de verdeling van het beschikbare bedrag.

3Tenzij door het college anders vastgesteld worden de subsidieaanvragen behandeld op volgorde van binnenkomst van de volledige aanvraag.

4Bij de bekendmaking van een subsidieplafond wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging ervan en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen.

5Indien en voor zover een subsidie wordt verleend ten laste van een begroting die nog niet door de raad is vastgesteld, wordt zij verleend onder de voorwaarde dat de raad voldoende middelen op de begroting beschikbaar stelt.

Hoofdstuk 3. AANVRAAG SUBSIDIES

Artikel 6. Bij aanvraag in te dienen gegevens

1De aanvraag voor een subsidie wordt volgens het vastgestelde aanvraagformulier schriftelijk en ondertekend bij het college ingediend.

2Bij een aanvraag om subsidie overlegt de aanvrager de volgende gegevens: a een beschrijving van de activiteiten waar subsidie voor wordt aangevraagd; b de doelstelling en resultaten, die daarmee worden nagestreefd, en hoe de activiteiten aan dat doel bijdragen. In bijzonder ook in welke mate de activiteiten gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen en op door de gemeente vastgestelde doelen of beleidsterreinen; c een begroting en dekkingsplan van de kosten van de activiteiten, waar de subsidie voor wordt aangevraagd. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij andere bestuursorganen of private organisaties of personen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan; d indien van toepassing bij een jaarlijkse subsidie, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag.

3Indien een aanvrager voor de eerste maal een jaarlijkse subsidie aanvraagt, voegt hij een exemplaar van de statuten, het jaarverslag en de jaarrekening van het voorgaande jaar als bijlage toe bij de aanvraag.

4Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de in het tweede en derde lid genoemde gegevens te verlangen, indien die voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk, respectievelijk voldoende, zijn.

Artikel 7. Aanvraagtermijn

1Een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie wordt gedaan uiterlijk 1 juni in het jaar voorafgaand aan het jaar, of de jaren waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.

2Een aanvraag voor een eenmalige subsidie moet tenminste 8 weken voor de aanvang van de te realiseren activiteit worden ingediend.

3Het college kan andere termijnen stellen voor het indienen van een aanvraag voor daarbij aan te wijzen subsidies.

Artikel 8. Beslistermijn

1Het college beslist op een aanvraag om een eenmalige subsidie en maakt deze beslissing bekend binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag, dan wel, indien het college regels hiertoe heeft opgesteld, 13 weken gerekend vanaf de uiterste indieningtermijn voor het aanvragen van subsidie.

2Het college beslist op een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie en maakt deze beslissing bekend uiterlijk vóór 31 december van het jaar waarop de aanvraag is ingediend.

Hoofdstuk 4. WEIGERING SUBSIDIE

Artikel 9. Weigeringsgronden

De subsidie wordt met inachtneming van artikel 2, lid 3 van deze verordening en artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde gevallen worden geweigerd als: 1. de activiteiten van de aanvrager niet zijn gericht op de gemeente of haar ingezetenen of niet ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; 2. de aanvrager met winstoogmerk werkzaam is; 3. de activiteiten door een reeds gesubsidieerde instelling (zouden kunnen) worden ondernomen; 4. de activiteiten reeds (toereikend) worden gesubsidieerd door een ander overheidsorgaan; 5. de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien, die in strijd zijn met de wet- en regelgeving, het algemeen belang of de openbare orde; 6. de aanvrager niet beschikt over de vergunning(en) en ontheffing(en), indien deze voor de uitvoering van de activiteiten vereist is (zijn); 7. in die activiteiten op een naar het oordeel van het college toereikende wijze anders wordt voorzien; 8. de activiteiten uitsluitend of in hoofdzaak het doel hebben het uitdragen van overtuigingen en denkbeelden van religieuze, levensbeschouwelijke of politieke aard; 9. de activiteiten niet openstaan voor alle groeperingen of personen, zonder onderscheid naar ras, godsdienst, levensovertuiging, sekse of seksuele geaardheid; 10. er geen middelen beschikbaar zijn gesteld in het subsidiejaarprogramma, dan wel het hierin opgenomen subsidieplafond is bereikt.

Hoofdstuk 5. VERLENING SUBSIDIE

Artikel 10. Verlening van subsidie

1Bij het besluit tot verlenen van de subsidie geeft het college aan op welke wijze de verantwoording van de te ontvangen subsidie plaats vindt.

2Het college is bevoegd om verplichtingen aan de beschikking tot subsidieverlening te verbinden met betrekking tot het beheer en gebruik van de subsidie.

Hoofdstuk 6. VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIEONTVANGER

Artikel 11. Tussentijdse rapportage

Bij subsidies, hoger dan 25.000 euro, welke verleend worden voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan het college de verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording omtrent de te verrichten activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. Een dergelijke tussentijdse verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar gevraagd.

Artikel 12. Meldingsplicht en steekproefsgewijze controle

1De subsidieontvanger doet onverwijld melding aan het college, zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet geheel aan de in de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen zal worden voldaan.

2Als uit de ingediende bewijsstukken blijkt dat niet is voldaan aan de meldingsplicht, kan het college de subsidie lager vaststellen of intrekken.

3Het college kan de subsidieontvanger verzoeken mee te werken aan een steekproefsgewijze controle ten aanzien van de gesubsidieerde activiteiten. De subsidieontvanger dient aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

Artikel 13. Overige verplichtingen van de subsidieontvanger

1De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over: a besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, dan wel ontbinding van de rechtspersoon; b relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; c ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden voorwaarden geheel of gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen; d wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het doel van de rechtspersoon.

2De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor handelingen als vermeld in artikel 4:71 Algemene wet bestuursrecht.

Hoofdstuk Nieuw Hoofdstuk

Artikel 14. Verantwoording subsidies t/m € 5.000,-

Subsidies t/m € 5.000,- worden door het college: a. direct vastgesteld of; b. verleend, waarbij het college aangeeft dat de subsidie ambtshalve zal worden vastgesteld binnen 13 weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht of; c. verleend, waarbij het college – voordat het tot ambtshalve vaststelling overgaat - de aanvrager verplicht om op de door hem aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

Artikel 15. Verantwoording subsidies vanaf € 5.001,- t/m € 50.000,-

1Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 5.000,-, maar minder dan € 50.001,-, dient de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten een aanvraag tot vaststelling in bij het college.

2De aanvraag tot vaststelling bevat bij een eenmalige subsidie: a een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht en waarin wordt verklaard dat de subsidie doelmatig en doeltreffend is besteed; b een financieel verslag met de onderliggende facturen en de betalingsbewijzen.

3De aanvraag tot vaststelling bevat bij een jaarlijkse subsidie: a een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht en waarin wordt verklaard dat de subsidie doelmatig en doeltreffend is besteed; b een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); c het in lid 3b genoemde financieel verslag wordt, met uitzondering in geval van waarderingssubsidies, voorzien van een verklaring van een accountant zoals omschreven in artikel 1, onderdeel h van deze verordening.

4Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.

Artikel 16. Verantwoording subsidies hoger dan € 50.000,-

1Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 50.000,-, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college a bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten; b bij een per boekjaar verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 september in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk 8 maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend

2De aanvraag tot vaststelling bevat: a. een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht en waarin wordt verklaard dat de subsidie doelmatig en doeltreffend is besteed; b. een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); c. het in lid 2b genoemde financieel verslag wordt voorzien van een verklaring van een accountant zoals omschreven in artikel 1, onderdeel h van deze verordening.

3Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.

Artikel 17. Vaststelling subsidie

1Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling de subsidie vast.

2Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de subsidie een langere termijn nodig is dan de in het eerste lid genoemde termijn, dan bericht het college de subsidieontvanger daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling.

3Het college kan categorieën van subsidies of subsidieontvangers aanwijzen, waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat de subsidieontvanger een aanvraag voor subsidievaststelling hoeft in te dienen.

4Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het in het eerste lid genoemd tijdstip is ontvangen, gaat het college zes weken na verzenddatum van een eenmalig rappel over tot ambtshalve vaststelling.

Hoofdstuk 8. OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 18. Standaardberekeningswijzen van uurtarieven en uniforme kostenbegrippen

1Indien bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, dienen deze tarieven door de subsidieaanvrager te worden berekend met gebruikmaking van een door het college voor te schrijven standaardberekeningswijze.

2Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van door het college bepaalde definities.

Artikel 19. Hardheidsclausule

Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, met uitzondering van de artikelen 1, 2, 3 en 9 voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Het van toepassing verklaren van dit artikel wordt gemotiveerd in het besluit.

Hoofdstuk 9. OVERGANGS - EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 20. Ontheffing

Het college kan van bepalingen en verplichtingen, gesteld bij of krachtens deze verordening, ontheffing verlenen.

Artikel 21. Intrekking en overgangsbepaling

1Met inachtneming van het bepaalde in lid 2 wordt de Algemene subsidieverordening gemeente Terschelling 2006 ingetrokken.

2Voor aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor 6 mei 2010 blijven de bepalingen van de Algemene subsidieverordening gemeente Terschelling 2006 van kracht.

Artikel 22. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgend op de bekendmaking.

Artikel 23. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als “Algemene Subsidieverordening gemeente Terschelling 2011”.

Sluiting

Terschelling, 26 april 2011. De raad van de gemeente Terschelling voornoemd,

B.A. Wiener, A.Romar griffier plaatsvervangend voorzitter

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.