Gemeentelijke regelgeving

Gedragscode bestuurlijke integriteit Gemeente Terschelling

Gemeente Terschelling · geldt sinds 18 november 2015

GEDRAGSCODE BESTUURLIJKE INTEGRITEIT

Artikel 1

De code is van toepassing gemaakt op zowel raadsleden, wethouders als de burgemeester. Daarmee wordt in één handeling aan drie artikelen van de Gemeentewet voldaan.

De burgemeester is vanwege zijn onafhankelijke positie de meest aangewezen persoon om als eerste aanspreekpunt te fungeren. Indien de burgemeester ten aanzien van zichzelf met vragen rond integriteit zit kan hij dit uiteraard met de raad of het college bespreken. Een andere mogelijkheid is het houden van ruggespraak met de Commissaris der Koningin of diens kabinetschef.

Artikel 2

Bij lid 3 gaat het om het voorkomen van belangenverstrengeling. Dit betreft ook het voorkomen van de schijn van belang. Voor raadsleden en wethouders wordt in de gemeentewet (resp. art. 13, lid 3, sub c en art. 36b, lid 3 sub c) al een uitzondering gemaakt voor ambtenaren die werkzaam zijn aan een school voor openbaar onderwijs. In deze verordening is die uitzondering met het oog op de locale situatie uitgebreid.

Lid 5 noemt het onthouden van deelname aan de besluitvorming bij familie- of vriendschapsbetrekkingen of anderszins persoonlijke betrekkingen. Dit is een aanvulling op artikel 28 van de Gemeentewet en het afleggen van de eed of belofte.

Artikel 28 zegt dat er niet gestemd mag worden over aangelegenheden die een politieke ambtsdrager rechtstreeks of middellijk (lees: alle terzake doende intensieve relaties) aangaan of waarbij hij als vertegenwoordiger betrokken is.

De ambtseed of –belofte (artikelen 14, 41a en 65 van de Gemeentewet) betreft het rechtstreeks noch middellijk aannemen van enig geschenk of belofte.

De gedragscode is dus iets uitgebreider dan de wettelijke bepalingen. Enerzijds worden de familie- en vriendschapsbetrekkingen bij naam genoemd en anderzijds is de formulering onthouden van deelname aan de besluitvorming (lees: niet deelnemen aan de beraadslaging, het debat) ruimer gesteld. Teneinde de schijn te voorkomen verdient het aanbeveling dat de politieke ambtsdrager de vergadering verlaat.

Het voert in het kader van deze toelichting te ver om voorbeelden uit de jurisprudentie aan te halen. In voorkomende gevallen verdient het aanbeveling deze er tijdig op na te slaan.

Artikel 12 van de Gemeentewet regelt dat leden van de raad openbaar moeten maken welke andere functies dan het raadslidmaatschap zij vervullen. Bij de aanvang van de vierjarige raadsperiode is deze opgave gedaan. Artikel 12 is (via artikel 41b, lid 3 resp. artikel 67, lid 3 van de Gemeentewet) van overeenkomstige toepassing op de wethouders en de burgemeester. Zij dienen ook hun voornemen tot het aanvaarden van een dergelijke functie aan de raad te melden.

In de praktijk dragen de griffier (voor leden van de raad) en de gemeentesecretaris (voor de leden van het college) zorg voor het verzamelen en ter inzage leggen van de opgaven.

De verantwoordelijkheid voor het opgeven van tussentijdse wijzigingen ligt uiteraard geheel bij de politieke ambtsdrager zelf. Griffier of gemeentesecretaris kan hierbij een attenderende rol vervullen.

In artikel 2, lid 1, van deze gedragscode is opgenomen dat een politieke ambtsdrager ook opgave doet van zijn financiële belangen in ondernemingen en organisaties. Deze opgave kan gecombineerd worden met de opgave van de nevenfuncties.

Artikel 3

Dit artikel spreekt voor zich.

Artikel 4

Het (niet) aannemen van geschenken en giften om iets te doen of te laten is geregeld in de ambtseed of –belofte. De gedragscode geeft aan dat geschenken en giften die buiten deze formulering vallen moeten worden gemeld en geregistreerd. Het melden kan geschieden bij de griffier (voor raadsleden) en de gemeentesecretaris (voor collegeleden), die de schenking of gift vervolgens registreert op een daartoe aangelegde lijst. Deze lijst is openbaar.

Uiteraard kan in bijzondere gevallen ook melding gedaan worden in de vergadering van de raad of het college.

Het bedrag van € 50,00 is een gangbaar bedrag. Periodiek zal bezien moeten worden in hoeverre dit bedrag bijstelling nodig heeft.

Artikel 5

Dit artikel noemt in lid 4 een door de raad of het college vastgestelde administratieve procedure. Het is praktisch hiervoor één procedure vast te stellen. In verband met het afsluiten van het boekjaar dient de slotdeclaratie per 31 december uiterlijk op 15 januari te zijn ingediend.

Lid 10 zegt dat zakelijk gebruik van apparatuur in bruikleen binnen de normen van de integriteit valt.

De leden 11 t/m 17 spreken in grote lijnen voor zich. Er is gekozen voor inhoudelijke en financiële verslaglegging aan het eigen orgaan, de gemeenteraad of het college. De vorm is vrij gelaten. Sommige gemeenten vermelden buitenlandse reizen in hun jaarverslagen.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.