Gemeentelijke regelgeving

Evenementenbeleid

Gemeente Terschelling · geldt sinds 3 december 2024

Hoofdstuk 2: Beleidskader

2.2 Andere beleidsdocumenten

2.2.1 Provincie Fryslân

In 2023 is de groei in de Friese recreatie en toerisme bijgebogen naar ‘slimme groei’. Deze ambitie heeft het Friese provinciaal bestuur vastgelegd in het Bestuursakkoord 2019-2023 (pagina 41). Samenwerking tussen overheden, ondernemers en onderwijs (Toerisme Alliantie Friesland) is in deze sector het uitgangspunt. Het beleid van de provincie is geschreven voor de uitvoering van provinciaal beleid en bindt de gemeente niet. Desondanks kunnen keuzes die de provincie maakt, doorwerken in de keuzes die de gemeente heeft. Om die reden worden die beleidsstukken hieronder samengevat.

De provincie heeft een aantal beleidskaders opgesteld voor de beoordeling van de aanvaardbaarheid van te verlenen vergunningen, denk aan omgevingsvergunningen voor Natura 2000-activiteiten, evenementen op of langs provinciale wegen. Voor activiteiten in een stiltegebied, die lawaai maken (muziekfestivals b.v.), moet een omgevingsvergunning op grond van de omgevingsverordening aan de provincie gevraagd worden. Particulieren mogen alleen (consumenten) vuurwerk afsteken tijdens de jaarwisseling. De rest van het jaar mogen professionele bedrijven, met een speciale vergunning vuurwerk afsteken. Deze bedrijven moeten voor het afsteken van consumenten- en/of professioneel vuurwerk elke keer een melding doen, of een ontbrandingstoestemming vragen aan de provincie. Deze beleidskaders worden hieronder niet beschreven.

2.2.1.1 Beleidsnota Gastvrij Fryslân 2028

Geconstateerd wordt, dat toerisme zonder sturing vooral op reeds drukke plekken en momenten zal groeien. Met deze nota stuurt de provincie niet meer alleen op groei in bijvoorbeeld aantal bezoekers en overnachtingen, maar slim groeien en jaarrond (cultuur)toeristen ontvangen in heel Fryslân. Met als doel gebalanceerde groei en spreiding van toerisme. In tijd: meer (zakelijk) toerisme

naar het laagseizoen te trekken, en geografisch door naast de Wadden meer bezoekers te trekken naar heel Fryslân

3Pagina 14

. In de Omgevingsvisie komt er meer experimenteerruimte voor recreatieve ondernemers.

4Pagina 10

2.2.1.2 Beleidskader Natura 2000 en evenementen

De Omgevingswet geeft (samengevat) een beschermingskader voor gebieden (Natura 2000, hoofdstuk 2 Wnb) en beschermde soorten (hoofdstuk 3 Wnb). Daarnaast kent de Omgevingswet een algemene zorgplicht voor het rekening houden met natuurwaarden door eenieder die weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ten gevolge van zijn activiteiten – samengevat – natuurwaarden kunnen worden aangetast. Die zorgplicht geldt voor eenieder en is bestuursrechtelijk handhaafbaar. Deze norm geldt landelijk en moet worden gezien als een vangnetbepaling. Ze richt zich ook tot degene, die verantwoordelijk is voor het uitvoeren van een evenement.

In dit beleidsdocument wordt aangegeven of een grootschalig evenement kan worden georganiseerd in of nabij een Natura 2000- gebied. Het vormt een kader voor het beoordelen van de aanvaardbaarheid van het houden van evenementen in of nabij een Natura 2000- ebied in het kader van de vergunningverlening en de aanschrijvingsbevoegdheid bij de gebiedsbescherming op grond van de Omgevingswet.

Als uitgangspunt geldt voor de provincie Fryslân dat de provincie in beginsel geen nieuwe festivals of grootschalige evenementen toestaat in en in de directe nabijheid (150 meter vanaf de grens) van Natura 2000 gebieden. Op dit uitgangspunt zijn uitzonderingen mogelijk, die in dit beleidskader worden omschreven.

2.2.1.2.1 Actiepunt

Dit beleidskader is relevant voor de keuzes van locaties waar evenementen zijn toegelaten.

2.2.2 Waddeneilanden

De Waddeneilanden hebben het volgende beleid vastgesteld, dat van invloed is op dit evenementenbeleid.

2.2.2.1 Streekagenda Waddeneilanden Deel A

De Streekagenda Waddeneilanden is de uitvoeringsagenda voor de streek op het gebied van Economie, Toerisme & Cultuur, Leefbaarheid, Voorzieningen & Mobiliteit, Cultuurhistorie & Landschap, Duurzaamheid & Water. De streekagenda is bedoeld om projecten, die bijdragen aan een sterke streek, in samenhang uit te voeren.

Bij het thema Economie, Toerisme en Cultuur wordt benoemd, dat de eilandercultuur maar vooral de evenementen, uitgevoerd in een overweldigend decor, jaarlijks duizenden bezoekers trekken. Er worden steeds meer evenementen georganiseerd en daarmee groeit de behoefte tot aandacht voor afstemming, verduurzaming en kwaliteit.

5Pagina 13

Daarnaast wordt aandacht gevraagd voor het versterken van de eilandercultuur waarvoor bijvoorbeeld doelgroepgerichte evenementen kunnen worden georganiseerd.

6Pagina 14

En opgemerkt wordt, dat de Waddeneilanden zich positief willen onderscheiden als duurzame en zelfvoorzienende regio. Daarvoor wordt ingezet op verduurzaming van evenementen.

7Pagina 21

2.2.3 Uitvoeringsprogramma Toerisme Friese Wadden

De Friese Waddeneilanden hebben - samen met de kustgemeenten – een toeristisch programma opgesteld (TPFW) om gericht in te spelen op trends en ontwikkelingen in recreatie en toerisme, zoals de afnemende belangstelling voor kampeervakanties en de grotere vraag naar een kwalitatief hoogwaardig aanbod. In het Uitvoeringsprogramma Toeristisch Programma Friese Wadden

8Uitvoeringsprogramma Toerisme Friese Wadden, niet gedateerd, maar vermoedelijk rond 2018 opgesteld

wordt als een van de strategieën daarvoor benoemd het toevoegen van beleving aan het aanbod (excursies, evenementen, streekproducten, digitalisering, zorg & wellness, winkels & horeca) om herhalingsbezoek en langer verblijf te stimuleren.

Voor Terschelling is cultuurtoerisme een belangrijke nichemarkt, zowel wat betreft cultuurhistorie als cultuur van nu. Ook zakelijk toerisme, duurzaam toerisme en zorgtoerisme ziet het eiland als kansrijk. Met name de diverse evenementen blijken succesvol en hebben het vakantieseizoen verbreed.

2.2.4 Gemeentelijk beleid

Verder heeft de gemeente Terschelling de navolgende beleidsstukken opgesteld die consequenties hebben voor dit evenementenbeleid.

2.2.4.1 Horecabeleid

Uit dit beleid volgt, dat Terschelling een zeer restrictief beleid voert, als het gaat om het schenken van alcoholische dranken bij evenementen.

9Horecabeleid Terschelling 2013 herziening 24 juni 2014

Hoofduitgangspunt is, dat evenementen waarbij drank geschonken wordt, in principe plaatsvinden in een regulier horecabedrijf. Uitzonderingen zijn:

-het aantal bezoekers van het evenement is te groot voor de horecabedrijven. Dit geldt voor een beperkt aantal bestaande evenementen zoals HT-feest en Oerol. Elke nieuwe aanvraag wordt apart beoordeeld. Horeca Nederland afdeling Terschelling wordt daarbij om advies gevraagd;

-jubilea die vanwege de grootte in een tent moeten worden gehouden (ijsclubs) en die op groot draagvlak bij de bevolking kunnen rekenen.

Voor enkele jaarlijkse evenementen verleent de burgemeester een algemeen geldende ontheffing van het sluitingsuur. Het gaat daarbij om de volgende vaste evenementen:

-Koningsdag

-Fjoertoer

-Harlingen-Terschelling sloepenrace

-3 keer tijdens het Oerolfestival

-Rock’n Roll street festival

-Oudejaarsnacht (31 december)

Naast de vaste evenementen kunnen ook andere bijzondere omstandigheden (nationale of lokale gebeurtenis) voor de burgemeester aanleiding zijn voor een algemeen geldende ontheffing van het sluitingsuur.

Dit restrictieve beleid zorgt ervoor, dat kleinere evenementen niet vaak in aanmerking komen voor een alcoholontheffing. De aanwezigheid van alcoholverkoop bij evenementen wordt voor organisatoren als een belangrijke factor gezien. Niet alleen vanwege de extra inkomsten die alcoholverkoop kan genereren en die daardoor bijdragen aan de kosten van het evenement, maar ook omdat het een randproduct kan zijn, om de beleving van het evenement compleet te maken voor de bezoekers. Daartegenover staan de belangen van de horecaondernemers en het gezondheidsbelang bij alcohol- en drugspreventie. Desondanks wordt aanbevolen om het Horecabeleid nog eens tegen het licht te houden en alle belangen rond dit onderwerp opnieuw af te wegen.

2.2.4.2.1 Actiepunt

Aanbevolen wordt om het Horecabeleid nog eens tegen het licht te houden en alle belangen rond dit onderwerp daarbij opnieuw af te wegen.

2.2.4.2 Kampeerbeleid

In de Kampeerverordening gemeente Terschelling 2010 is opgenomen, dat alleen kampeer-vergunningen worden verleend voor die terreinen die in het bestemmingsplan uitsluitend of mede als kampeerterrein (in het nu vigerende bestemmingsplan buitengebied de terreinen met de bestemming: Recreatie – 1) zijn aangewezen en de terreinen waar op basis van het zogenaamde overgangsrecht aan kampeermiddelen standplaats mag worden geboden. Uitzondering daarop vormen evenementen. Uit de Beleidsregels Kamperen

10Beleidsregels Kamperen 2010

volgt dat een ontheffing kan worden verleend voor het gelegenheid geven tot het plaatsen van kampeermiddelen buiten de hiervoor bedoelde terreinen in het geval het noodzakelijk is om in de nabijheid van het evenemententerrein te kamperen en in situaties waarin kan worden gemotiveerd waarom geen gebruik kan worden gemaakt van een regulier (bestemd) kampeerterrein.

2.2.4.3 Toeristische toekomstvisie Terschelling 2007

In deze wat oudere visie wordt gewezen op het belang van cultuurtoerisme en de kansen die dat biedt voor de vermaaksector.

11Toeristische toekomstvisie Terschelling 2007

Het koesteren van de eilandercultuur wordt breed onderschreven.

Daarbij wordt gewezen op de diverse musea, Oerol, de Terschellinger dorpen en de bunkers, die een toeristische waarde hebben. Ook vallen onder deze categorie huifkartochten, evenementen als de dag van het schaap, de geitenkeuring, de Cyprian paardenrace op het strand en de andere evenementen met paarden, het volksdansen, de fietsroute Sporen in het zand en de waarde van het gebruik van landbouw en streekproducten in het (cultuur)toerisme, waaronder de cranberrycultuur. Gemeld wordt, dat onderzocht zal worden of het mogelijk is om een permanent evenemententerrein te realiseren, waarop goede infrastructuur (drainage, riolering, parkeren van fietsen enz.) aanwezig is.

Ook wordt beschreven dat de gemeente structureel en incidenteel financieel bijdraagt aan op Terschelling georganiseerde evenementen (Oerol, HT-roeirace, Berenloop). Dit vergt ambtelijke inzet. Er werd in 2007 nagedacht om een aantal taken aan een evenementenstichting over te dragen.

12Pagina 6

Verder wordt gewezen op het missen van evenementen die gericht zijn op de eilanderjeugd en de jonge bezoekers.

13Pagina 97

2.2.4.4 Strandnotitie 2005

In deze notitie

14Strandnotitie 2005

geeft het gemeentebestuur vanuit de wettelijke bevoegdheden aan hoe om te gaan met de recreatieve en commerciële activiteiten en de kleinschalige vormen van medegebruik die op de zeestranden plaatsvinden. Daaronder vallen ook feesten en partijen die op het strand worden georganiseerd, denk aan feesten in de strandpaviljoens en activiteiten die op het strand plaatsvinden tijdens evenementen (zoals Oerol).

Het college stelt zich daarbij terughoudend op. Daarnaast wilde het college de geldende regels bij wedstrijden en evenementen herijken. Bij wedstrijden en evenementen worden alleen ontheffingen verleend ten behoeve van de veiligheid op het strand en voor vervoer van materiaal, etc.

2.6 Overige relevante rapporten en onderzoeken

2.6.1 Bezoekersonderzoek Terschelling (onderzoeksperiode 2022 - 2023)

Dit onderzoek is uitgevoerd om de interesse van de bezoekers van Terschelling in kaart te brengen. Het onderzoek is uitgevoerd onder bezoekers die in de periode van een jaar (1 april 2022 en 31 maart 2023) het eiland hebben bezocht. De gemiddelde leeftijd van de respondenten met kleinere gezelschappen is 51, en met grotere groepen is het beeld wisselender, vanaf 20-25 jaar zijn alle groepen goed vertegenwoordigd. Vooral de groep 35-45 jaar is goed vertegenwoordigd.

Uit dit onderzoek volgt dat evenementen voor verblijfsrecreanten een belangrijke reden zijn om het eiland te bezoeken (11% van de bezoekers gaf dit als reden aan). Van de verblijfsbezoekers die een evenement bijwonen, bezocht 70% Oerol en 14% de Fjoertoer. Overige andere evenementen die bezocht werden op Terschelling waren Rock & Roll Street, de HT-race en een yogafestival. De meeste verblijfsbezoekers hadden nog steeds Terschelling bezocht, maar hadden dit op een ander moment gedaan, als het evenement niet had plaatsgevonden (33%). 30% van de verblijfsbezoekers had Terschelling niet bezocht als het evenement niet had plaats gevonden. Uit de reacties volgt dat bezoekers vinden dat het eiland er niet aantrekkelijker op wordt, als er meer grootschalige evenementen zouden plaatsvinden. Aan de respondenten die hebben aangegeven een evenement te bezoeken én die hebben aangegeven Terschelling nogmaals te willen bezoeken, is gevraagd of ze terugkomen voor dit evenement en/of op een ander moment. Hieruit blijkt dat het merendeel van de respondenten zowel terug willen komen voor het evenement dat ze hebben bezocht (73%), als op een ander moment (72%). Uit het onderzoek volgt verder, dat een evenement bijwonen verhoudingsgewijs vaker een aanleiding is voor een bezoek aan Terschelling, dan dit bij Vlieland het geval is.

Hieruit volgt dat het bijwonen van een evenement een van de belangrijke redenen is om het eiland te bezoeken. Vooral Oerol en de Fjoertoer zijn daarvoor belangrijk. Meer grootschaligheid dan het huidige aantal evenementen zal vermoedelijk niet leiden tot meer bezoeken van de huidige groep bezoekers. Evenementen zorgen wel voor meer herhaalbezoeken naar het specifieke evenement, maar ook op ander momenten.

2.6.2 Stichting Terschelling Duurzaam

De Stichting Terschelling Circulair (Projectgroep verduurzaming evenementen Terschelling) heeft een rapport opgesteld om de CO₂ impact van evenementen te verkleinen en Terschelling als een voorbeeld van duurzaam toerisme neer te zetten. Lab Vlieland heeft een onderzoek gedaan naar een inschatting van de CO₂ uitstoot van de Terschellinger evenementen in opdracht van provincie Fryslân. Dit werd gedaan met een bijdrage van Gemeente Terschelling, Stichting Terschelling Circulair was de penvoerder van het project.

Dankzij financiële steun van het Klimaatfonds Terschelling en Vlieland zijn voor evenementen op Terschelling diverse zaken aangeschaft (zoals dixies en dranghekken), die daarom niet meer voor elk evenement naar en van Terschelling vervoerd moeten worden. Vervoer draagt, zo heeft deze groep uitgerekend, veruit het meeste bij aan de CO₂ footprint.

Urgent is de kwestie van netcongestie. Op dit moment zijn de mogelijkheden beperkt om vaste stroomaansluitingen te realiseren of tijdelijk op te hogen. De organisatoren willen graag permanente of flexibele stroomoplossingen realiseren en investeren in duurzame energiebronnen (zoals zonnepanelen en batterijopslag) om in de natuurgebieden de uitstoot te verminderen. De locaties waar de tijdelijke ophoging van capaciteit voor evenementen direct bijdragen aan resultaat, zijn volgens dit onderzoek; het oude voetbalveld op West, Nollekes (zuidkant), SBB camping West, Parkeerplaats Paal 8 West aan Zee, Oosterburen Midsland ter hoogte van de kerk en in het duin bij de Stayokay.

Veel van de uitstoot valt niet direct in de scope van de evenementen, maar is diep vervlochten met de bestaande faciliteiten van het eiland. Denk aan de horeca, het verblijf en de overtochten, zaken die door al het toerisme op Terschelling voor uitstoot zorgen. De verduurzaming daarvan is al bezig en voor de evenementen ligt er een uitgelezen kans om hierin een voortrekkersrol te spelen. Het zijn de ideale proeftuinen om het duurzame toerisme op Terschelling verder te ontwikkelen. Daarvoor zijn de volgende speerpunten aangemerkt:

•Fossielvrij vervoer van mensen en spullen

•Lage CO₂ impact overnachtingen bij campings, hotel en vakantiehuizen

•Een hoofdzakelijk plantaardig dieet

Hoofdstuk 3: Het wettelijke kader

3.1 APV, evenementenvergunning

3.1.1 Evenementen met een meldingsplicht

Kleinere evenementen zijn minder belastend voor de omgeving dan grotere evenementen en er is een kleinere kans op overlast en verstoring van de openbare orde. Voor deze evenementen kan worden volstaan met een melding. Dat geeft organisatoren van een klein evenement meer vrijheid, maar tegelijkertijd ook meer verantwoordelijkheid voor een goed verloop van het evenement.

Hieronder vallen veel lokale evenementen, die vooral zijn gericht op de bewoners, maar ook ondersteunende evenementen. Ondersteunende evenementen zijn gericht op bezoekers die al op het eiland zijn en die het toeristisch product aanvullen en voor extra reuring zorgen, alsmede de beleving versterken.

In art. 2:25 lid 3 APV is bepaald, dat geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien:

a.het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 500 personen;

b.het evenement tussen 09:00 en 23:00 uur plaatsvindt;

c.geen versterkte muziek ten gehore wordt gebracht;

d.het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;

e.slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10 m2 per object;

f.er een organisator is; en

g.de organisator ten minste vier weken voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.

Volgens artikel 2:25 lid 4 APV kan de burgemeester binnen 8 dagen na ontvangst van de melding besluiten om het kleine evenement te verbieden (indien er aanleiding is om te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt).

En uit artikel 2:25 lid 3 APV blijkt dat wanneer de melding minder dan vier weken voorafgaand aan het evenement is gedaan, de uitzondering op de vergunningsplicht niet van toepassing is. Er moet dan gewoon een vergunning worden aangevraagd, ook al voldoet het evenement wel aan de overige vereisten van artikel 2:25 lid 3 APV. Immers, door een late indiening kan het zo zijn dat een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.

3.1.2 Evenementen met een vergunningplicht

Bij grote evenementen, met meer dan 500 bezoekers per dag, kan niet worden volstaan met een melding wegens mogelijk een verhoogd risico op verstoring van de openbare orde, overlast, verkeersveiligheid, publieksveiligheid, volksgezondheid, zedelijkheid, e.d. Om voorschriften op maat te kunnen geven is een vergunning noodzakelijk.

Hieronder vallen ondersteunende evenementen, maar ook autonome trekkers. Autonome trekkers zijn evenementen die primair bezoekers ‘van de overkant’ naar Terschelling trekken. Deze zijn voor het merendeel in het verleden ontstaan om de logiesbezetting in voor- en najaar een extra impuls te geven.

Verder vallen onder deze categorie ook de nieuwe evenementen, waarvoor nadere eisen gelden.

De randvoorwaarden voor alle vergunningen die worden verleend op grond van de APV staan vast. De grenzen van wat wel of niet kan worden bepaald door de weigeringsgronden, zoals deze in de APV staan opgenomen:

Art. 1:8 Weigeringsgronden:

1De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:

a.de openbare orde;

b.de openbare veiligheid;

c.de volksgezondheid;

d.de bescherming van het milieu.

2Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.

Volgens vaste jurisprudentie kan de evenementenvergunning alleen geweigerd worden op één van de in artikel 1:8 APV genoemde weigeringsgronden. De APV heeft van oudsher tot doel de openbare orde en overlast te reguleren.

3.1.3 Categorieën van vergunningplichtige evenementen

Er is een grote verscheidenheid aan evenementen, variërend van kleine buurtfeesten tot grootschalige muziekfeesten. Om mogelijke overlast te beperken, wordt binnen de groep kleine, reguliere evenementen een onderscheid gemaakt.

Als gekeken wordt naar de mate waarin evenementen effect op hun omgeving hebben, ontstaan er twee soorten evenementen:

•Niet-belastende evenementen: evenementen met een klein effect op de omgeving, zoals buurt- en straatfeesten, rommelmarkten en dergelijke.

•Belastende evenementen: evenementen met een verwacht aantal bezoekers van meer dan 2.000 bezoekers per dag en evenementen met een groot effect op de omgeving.

Nieuwe grote evenementen (meer dan 2.000 bezoekers per dag)

Allereerst is er in het toetsingskader een categorie toegevoegd; het gaat om nieuwe evenementen waar meer dan 2.000 bezoekers per dag worden verwacht, waarvoor nadere eisen gelden. Dit als uitvoering van één van de aanbevelingen uit de evenementenvisie, namelijk dat de lat hoog moet worden gelegd voor nieuwe, grote autonome trekkers. Een nieuw evenement is een evenement dat niet of al maximaal één keer (met vergunning) heeft plaatsgevonden en achteraf positief is geëvalueerd. Bij deze evaluatie wordt bijvoorbeeld betrokken, dat er geen overtredingen van de vergunningvoorschriften hebben plaatsgevonden, of alsnog achteraf wordt vastgesteld, dat het evenement in strijd was met de openbare orde en veiligheid. De eerste keer dat een nieuw groot evenement heeft plaatsgevonden, is dus te zien als pilot.

De categorisering als nieuw wil zeggen, dat voor dit evenement eerst een bestuurlijke en uitgebreide beoordeling op de toelaatbaarheid van het evenement moet worden uitgevoerd.

Binnen vier weken nadat de ontvankelijke aanvraag is ontvangen, beslist de burgemeester over de vraag of voor het evenement, gelet op de toetsingscriteria uit de APV, de ervaringen van het afgelopen jaar (indien relevant) en de ruimte binnen de evenementenkalender, de behandeling van de vergunningaanvraag kan worden voortgezet. Dit bestuurlijk oordeel is geen besluit. Maar dient om tijdig een bestuurlijke afweging te maken over de toelaatbaarheid van het evenement. Het oordeel wordt aan de organisator meegedeeld, zodat deze kan besluiten om de aanvraag alsnog in te trekken.

Een positief bestuurlijk oordeel is een van de randvoorwaarden voor het verlenen van een vergunning.

De organisator kan ook besluiten, voorafgaand aan het indienen van de aanvraag, een bestuurlijk oordeel te vragen. In overleg met de gemeente kan in dat geval worden bepaald welke onderzoeken daarvoor noodzakelijk zijn. Via deze route krijgt de organisator in een eerder stadium inzicht in de vraag of het zinvol kan zijn een aanvraag voor een evenementenvergunning in te dienen. Ook in dit geval is het bestuurlijk oordeel geen besluit.

Verder vindt een vooroverleg tussen gemeente en organisator plaats om duidelijkheid te krijgen over de aanvraag. Bij dit overleg kunnen Staatsbosbeheer, Wetterskip Fryslân, Rijkswaterstaat, provincie Fryslân, de Veiligheidsregio Fryslân en de politie worden betrokken.

3.1.4 Actiepunt

Ter uitvoering van de aanbeveling van de raad om de klassiekers, groot en klein, te ondersteunen en het aandachtspunt uit de klankbordgroep om de regeldruk terug te brengen, wordt de burgemeester voorgesteld te beoordelen of het mogelijk is om meer kleine evenementen onder een meldingsplicht te brengen.

3.2 Omgevingswet, eisen aan het gebruik van gronden en gebouwen, omgevingsplan

3.2.1 Fysieke leefomgeving

Als achtergrond wordt opgemerkt, dat het inmiddels vaste jurisprudentie is, dat evenementen expliciet in een omgevingsplan moeten worden toegestaan.

18Zie bijvoorbeeld, AbRvS 30 juni 1990, nr. R03.88.6110, BR 1991/115, en vergelijkbaar AbRvS 5 januari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BO9802, MenR 2011/61,

19AbRvS 16 februari 2011, nr. 200903724/1/R3, Bestemmingsplan ‘Kenniscampus Rengerspark’, TBR 2011/99, m.nt. J.J. Scheltens-Fokke en vergelijkbaar AbRvS 29 februari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV7286, «JM» 2012/48, m.nt. S.M. van Velsen en F. Arents, bestemmingsplan Ellerveld.

Binnen de bescherming van de fysieke leefomgeving staat een evenwichtige toedeling van functies aan locaties centraal, daaronder valt een goed woon- en leefklimaat. Er is geen duidelijke definitie van deze term, maar er wordt gedoeld op een afweging van alle bij een bepaald onderwerp betrokken belangen. Dat gaat verder dan alleen voldoen aan de normen. Ook als er voor bepaalde effecten geen normen in wet- of regelgeving zijn vastgelegd, moeten deze effecten toch in het onderzoek worden meegenomen.

20Zie bijv. AbRvS 19 oktober 2011, nr. 201001729/1/R2, AbRvS 30 januari 2013, nr. 201203524/1/R1, «JM» 2013/40, m. nt. F. Arents en AbRvS 23 oktober 2013, nr. 201301638/1/R1, m. nt. F. Arents, «JM» 2013/162, en geldt ook als er helemaal geen normen zijn, bijvoorbeeld voor geur van siervissenkwekerij, zie bijv. AbRvS 25 april 2012, nr. 201106872/1/R2.

Dit geldt ook in het geval een evenement in het omgevingsplan wordt toegelaten. De toegelaten evenementen zijn bepalend voor de mate van overlast en daarmee de impact op het woon- en leefklimaat. De gemeenteraad moet in zijn besluit over de vaststelling van het omgevingsplan de aanvaardbaarheid van de impact van de toegelaten evenementen op het woon- en leefklimaat afwegen. Onder de rechtspraak die is gewezen onder de Wro moest - als evenementen in een bestemmingsplan werden toegelaten - een regeling worden opgenomen met betrekking tot de intensiteit waarmee het evenemententerrein mag worden gebruikt, zoals het maximaal aantal toegestane bezoekers per evenement en het aantal evenementen per jaar.

21AbRvS 16 februari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP4728, bestemmingsplan ‘Kenniscampus Rengerspark’, Leeuwarden.

Ook het soort evenementen moest worden gespecificeerd en inzichtelijk moest worden gemaakt welke aantallen evenementen zijn toegestaan. Deze verplichting gold niet alleen voor een terrein waaraan de hoofdbestemming ‘evenemententerrein’ is toegekend, maar ook voor gebouwen, parken, pleinen en straten waarin – naast de hoofdbestemming – ook evenementen waren toegelaten

22AbRvS 20 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW8858, bestemmingsplan ‘Emmen, De Verbinding’ en vergelijkbaar AbRvS 24 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2561, bestemmingsplan ‘Thorbeckelaan Zuid’ Barneveld, AbRvS 23 april 2014 ECLI:NL:RVS:2014:1491 bestemmingsplan ‘Kranenburg-Stadspark’, drafbaan Groningen.

en evenementenhallen.

23AbRvS 24 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2561, bestemmingsplan Thorbeckelaan Zuid van de gemeente Barneveld.

De vraag is, hoe deze rechtspraak over verplichtingen en omvang van het onderzoek zich onder de Omgevingswet gaat ontwikkelen.

3.2.2 Omgevingsplannen

De rechtspraak maakt verder duidelijk dat evenementen die niet kort duren of incidenteel zijn, moeten zijn toegelaten in de omgevingsplannen.

24AbRvS 15 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3702 en vergelijkbaar, alhoewel niet over afwijkend gebruik ten behoeve van een evenement: AbRvS 6 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW7611.

Daarbij gaat het om evenementen, die inclusief op en afbouw maximaal een dag duren, de inbreuk op de planologisch toegelaten functie beperkt is en maar (richtlijn is een keer per jaar) op één locatie worden georganiseerd.

Een omgevingsplan wordt door de gemeenteraad vastgesteld. Nieuw ten opzichte van bestemmingsplannen is, dat er meer specifieke sturingsmogelijkheden zijn bij evenementen zoals:

-verbodsbepaling met algemene regels (parkeernormen, geluidnormen, aantallen, soort evenementen en aantallen bezoekers);

-opnemen geluidemissienormen bij horeca- en recreatieondernemingen met een plaatsbepaling waar de norm geldt:

-opnemen van gedetailleerde, toegelaten functies (evenemententerreinen en horecaondernemingen);

-maatwerkvoorschriften en maatwerkregels.

3.2.3 Huidige situatie

In de huidige situatie (2024) wordt een aanvraag voor een omgevingsvergunning getoetst aan het bestemmingsplan of beheerverordening die op grond van het overgangsrecht behorend bij de Omgevingswet, van rechtswege onderdeel zijn van het omgevingsplan van rechtswege.

In vrijwel alle huidige bestemmingsplannen of beheerverordeningen (die onderdeel zijn van het omgevingsplan van rechtswege) is het organiseren van evenementen niet rechtstreeks toegelaten in de planregels door deze aan te merken als verboden gebruik. Wel is veelal een binnenplanse afwijking opgenomen voor het verlenen van een afwijking. De voorwaarden waaronder deze afwijkingen kunnen worden verleend, verschillen in detail, maar in hoofdlijnen komen deze neer op de navolgende regel (die is overgenomen uit de Beheersverordening Natuurgebieden).

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de verbodsbepaling onder de voorwaarden, mits

•het gebruik van gronden en bouwwerken voor culturele voorstellingen en/of evenementen niet langer duurt dan ten hoogste zes weken per jaar;

•geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de woonsituatie, de (verkeers)veiligheid en de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden zoals beschreven in bijlage 1 en bijlage 3 behorende bij deze regels.

Deze voorwaarden zijn niet voldoende om de toegelaten evenementen mee te sturen; ieder evenement dat aan deze voorwaarden voldoet, komt in principe aanmerking voor een omgevingsvergunning. En dezelfde eisen en procedures gelden voor grote en kleine evenementen. En omdat er een omgevingsvergunning wordt verleend, volgt daarna een bezwaarschriftenprocedure, die tot onzekerheden kan leiden of het evenement kan doorgaan.

3.2.4 Aanbeveling

Ter uitvoering van de aanbeveling van de raad om de klassiekers, groot en klein, te ondersteunen en het aandachtspunt uit de klankbordgroep om de regeldruk terug te brengen, wordt geadviseerd om het omgevingsplan te wijzigen en meer differentiatie aan te brengen in een opvolgende regeling.

Voorgesteld wordt, om een omgevingsplan voor alleen het thema Evenementen op te stellen, ook wel een ‘paraplu–omgevingsplan’ genaamd, waarin alle huidige regels voor evenementen worden vervangen door een nieuwe regeling.

Die nieuwe regeling houdt in, dat locaties worden aangewezen waar evenementen rechtstreeks worden toegelaten onder voorwaarden. Dat wil dus zeggen, dat voor de toegelaten evenementen geen vergunning meer noodzakelijk is, als aan de voorwaarden wordt voldaan. Gedacht kan worden om met name de kleinere evenementen, waarbij de effecten op de omgeving min of meer vaststaan, rechtstreeks toe te laten. Dit zorgt voor zekerheid voor deze vergunning vooraf; als het evenement aan de voorwaarden voldoet, mag het plaatsvinden. En omdat er geen vergunning wordt verleend, komt er geen bezwaarprocedure.

Overwogen kan worden om nog een vergunningplicht met algemene binnenplanse afwijkingsmogelijkheid op te nemen voor locaties waar kleinere evenementen kunnen plaatsvinden, zodat enige flexibiliteit mogelijk blijft.

De voorwaarden heten ook wel ‘locatieprofielen’. In het locatieprofiel staat welke beperkingen er gelden voor een bepaalde plek. Een locatieprofiel bestaat veelal uit gebruiksregels (aantallen evenementen per jaar en de soorten evenementen die zijn toegelaten, denk aan het toestaan van kleine lokale of culturele evenementen) en randvoorwaarden (denk aan bezoekersaantallen, uitsluiten van harde muziek door maximale geluidnormen op te nemen, de op- en afbouwtijden). Met een locatieprofiel wordt duidelijkheid gegeven naar omwonenden welke evenementen worden toegelaten en duidelijkheid naar de evenementenorganisaties, opdat zij snel kunnen beoordelen of een locatie geschikt is of niet. Een voorbeeld van een locatieprofiel is als bijlage bijgevoegd.

25https://www.eindhoven.nl/stad-en-wonen/evenement-organiseren#:~:text=In%20de%20zogenoemde%20locatieprofielen%20vind,locatieprofielen%20worden%20in%202024%20herschreven.

De gemeenteraad stelt het paraplu-omgevingsplan vast. Voorafgaand aan het voorbereiden van een ontwerp-omgevingsplan moet participatie plaatsvinden. Aangeraden wordt om dit participatietraject in te zetten voor het opstellen van de locatieprofielen. Daarmee worden alle belanghebbenden rondom de locatie, denk daarbij bijvoorbeeld aan omwonenden en evenementenorganisatoren, betrokken bij de voorwaarden, die aan de locatie worden verbonden. Daarmee kunnen de wensen van die partijen zoveel als mogelijk in het locatieprofiel worden verwerkt. Ook zou bij de keuze van de locatieprofielen kunnen worden beoordeeld in hoeverre kan worden aangesloten bij de voorwaarden, die de provincie stelt aan evenementen in het beleidskader Natura 2000 en evenementen (als beschreven in paragraaf 3.3) en de locaties die Staatsbosbeheer in de recreatiezonering in het buitengebied heeft aangewezen voor het organiseren van evenementen (de stippenkaart).

Aanbevolen wordt om zoveel mogelijk voorwaarden in een beleidsnota voor die locatie op te nemen, zodat deze voorwaarden na evaluatie eenvoudig kunnen worden aangepast, zonder dat het omgevingsplan daarvoor hoeft te worden gewijzigd en er ruimte blijft voor nieuwkomers. Met deze randvoorwaarden kunnen nieuwe, kleinere evenementen worden ingepast, die tegemoetkomen aan de behoefte van zowel bewoners als eilandbezoekers. Na een aantal jaar wordt hiervoor een locatieprofiel geëvalueerd en zo nodig aangepast.

3.2.5 Omgevingsvergunning

De evenementen die niet rechtstreeks worden toegestaan in het omgevingsplan, kunnen alleen plaatsvinden nadat daarvoor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is verleend. Ook in dat geval is een onderbouwing en een afweging van de belangen nodig; deze bevoegdheid en het verlenen van een omgevingsvergunning ligt bij het college.

Echter, de gemeenteraad kan zichzelf met een raadsbesluit als adviseur aanwijzen voor omgevingsvergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. In tegenstelling tot andere gevallen van advisering, is hier sprake van 'bindend advies': het college moet het advies in acht nemen.

26Zie artikel 16.15b van de Omgevingswet

Ter uitvoering van de aanbeveling uit de evenementenvisie, de wens vanuit de klankbordgroep om keuzes te maken en de wens van bezoekers om niet meer grote evenementen toe te staan, zou de gemeenteraad voor grote nieuwe evenementen (meer dan 2000 bezoekers) die voor het eerst een omgevingsvergunning willen aanvragen, een adviesrecht kunnen opnemen. In die gevallen wordt dan de uiteindelijke afweging, of een evenement kan worden georganiseerd, gemaakt door de gemeenteraad. Het college is verplicht dit over te nemen. Aanbevolen wordt, om dit adviesrecht te beperken tot deze categorie, omdat het voor de overige evenementen minder noodzakelijk is, het gaat daarbij om kleinere evenementen of evenementen die zichzelf al hebben bewezen. Een adviesprocedure voor deze categorie is minder efficiënt.

Ook kan de gemeenteraad buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aanwijzen waarvoor participatie verplicht is.

27Art. 16.55 lid 7 Ow

In het participatiebeleid van de gemeente Terschelling

28Participatiebeleid Terschelling, Gem.blad 2023 nr. 496190

, zijn alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aangewezen als categorie waarvoor participatie verplicht is. Op grond van het huidige beleid zou voor evenementen een gemiddelde vorm van participatie moeten plaatsvinden. Voor de categorie ‘grote nieuwe evenementen’ kan aan het beleid worden toegevoegd dat intensieve participatie moet plaatsvinden. Dit ter uitvoering van de aanbeveling uit de evenementenvisie, dat evenementen moeten voortkomen uit de behoefte van het eiland zelf en dus ook zelf voor lokaal draagvlak moeten zorgen. Daarmee worden deze evenementenorganisatoren gedwongen om, voordat er een omgevingsvergunningaanvraag wordt ingediend, eerst met de omgeving te overleggen. Als participatie niet of niet voldoende heeft plaatsgevonden, is dat een aspect dat bij de huidige stand van de jurisprudentie inhoudelijk kan meewegen in het advies van de gemeenteraad.

29AbRvS 12 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2674, AbRvS 23 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3580, AbRvS 18 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4209 en ECLI:NL:RVS:2019:4262.

Ook hiervoor geldt, dat verplichte participatie bij kleinere evenementen die zichzelf al hebben bewezen, niet noodzakelijk is.

Hierbij een schematisch overzicht over de omgevingsvergunning:

3.2.6 Actiepunten

Onderzocht wordt de mogelijkheid, om een speciaal omgevingsplan voor het thema ‘evenementen’ op te stellen, waarin locatieprofielen worden opgenomen voor locaties waar regelmatig kleine evenementen plaatsvinden. De voorwaarden worden zoveel mogelijk in een beleidsnota opgenomen, zodat deze eenvoudig na de evaluatie kunnen worden aangepast. Daarmee wordt de regeldruk teruggebracht, omdat voor die evenementen geen omgevingsvergunning noodzakelijk is.

Om te zorgen voor meer integratie tussen het beleid van een aantal belangrijke actoren, wordt aanbevolen om bij de keuze van de locatieprofielen ook het beleid van de provincie Fryslân, dat in beginsel geen nieuwe festivals of grootschalige evenementen toestaat in en in de directe nabijheid van Natura 2000-gebieden te betrekken, zie paragraaf 2.2.1.2. Dat geldt ook voor de recreatiezonering (de stippenkaart) die door Staatsbosbeheer is opgesteld, zie paragraaf 3.3.

Voorgesteld wordt bovendien, om nieuwe, grootschalige evenementen (meer dan 2.000 bezoekers per dag) op te nemen, als geval waarvoor de gemeenteraad aan het college - voorafgaand aan het verlenen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit - een advies dient te geven. Daarmee kan de raad zelf besluiten over de aanvaardbaarheid van een grootschalig evenement, dat past bij de uitgesproken terughoudendheid in de evenementenvisie voor dit soort evenementen. En, omdat evenementen moeten voortkomen uit de behoefte van het eiland zelf, kan worden gevraagd aan grootschalige evenementen om zelf voor lokaal draagvlak te zorgen. De gemeenteraad kan deze categorie evenementen aanwijzen als categorie, waarvoor intensieve participatie moet plaatsvinden.

3.3 Privaatrechtelijke invloed gemeente op gebruik locaties

3.3.1. Actiepunten

Er wordt een standaardgebruiksovereenkomst opgesteld, die alleen voor details op de locatie hoeft te worden ingevuld. Deze overeenkomst wordt gedeeld op de website, zodat derden daarvan kennis kunnen nemen.

De stippenkaart uit het interne handelingskader van Staatsbosbeheer wordt betrokken bij het kiezen van locaties waar evenementen zijn toegelaten en het opstellen van locatieprofielen in de buitengebieden (indien daarvoor wordt gekozen). Er wordt een overleg gevoerd met Staatsbosbeheer over de samenwerking tijdens een vergunningprocedure en erna. En het inzichtelijk maken van de informatie van Staatsbosbeheer in een (al dan niet digitaal) evenementenloket.

Bij iedere omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een evenement, vragen om de schriftelijke toestemming van de grondeigenaar.

Hoofdstuk 5: Gemeentelijke ondersteuning van evenementen

5.2 Ondersteuning van evenementen met diensten en materialen

5.2.1 Actiepunt

Uit de aanbevelingen van de Stichting Terschelling Circulair Projectgroep verduurzaming evenementen Terschelling volgt als speerpunt om het vervoer van materialen naar het eiland te beperken. Mede gelet op het belang van duurzaamheid, dat als aandachtspunt wordt genoemd in de Streekagenda Waddeneilanden en de gemeentelijke evenementenvisie, zal worden onderzocht of er behoefte bestaat aan het verstrekken van materialen aan niet commerciële organisatoren of organistoren van kleinere evenementen en of het mogelijk is om deze door de gemeente ter beschikking te stellen.

5.3 Ondersteunen van evenementen via een collectieve verzekering

5.3.1 Actiepunt

De gemeente gaat onderzoeken of voor kleinere evenementen een collectieve evenementen-verzekering kan worden afgesloten.

5.4 Communicatie

5.4.1 Communicatie

Met de klankbordgroep wordt nagedacht of en hoe de gemeente een stimulerende rol kan spelen bij de kennisuitwisseling tussen gemeente en evenementenorganisatoren en evenementenorganisatoren onderling.

5.5 Kosten; leges en precario

5.5.1 Actiepunt

Onderzocht zal worden of de hoogte van de legeskosten kan worden gedifferentieerd door de legeskosten voor APV-evenementenvergunningen voor nieuwe, grote evenementen te verhogen.

Hoofdstuk 6: Procedurele eisen

6.1 De procedure

6.1.1 Actiepunten

Bij het opstellen van een evenementenomgevingsplan, onderzoeken of het mogelijk is om evenementen in het omgevingsplan vergunningvrij te maken op het moment dat ze aan de algemene regels uit het locatieprofiel voldoen.

6.5 Beoordelingsregels die voor meerdere vergunningen gelden (geluid, parkeren, verkeersaantrekkende werking)

6.5.1 Geluid

Er worden veel soorten evenementen met versterkt geluid georganiseerd, denk aan film- of sportevenementen of strandfeesten. Geluid draagt vaak in belangrijke mate bij aan de beleving van het evenement. Geluid kan tot overlast bij de bewoners in de omgeving leiden en ongewenste impact op de natuur en leefomgeving hebben. Deze tegenstrijdige belangen moeten zorgvuldig tegen elkaar worden afgewogen met goed gemotiveerde uitleg van die afweging. Er zijn hiervoor geen landelijke regels waarbij de gemeente kan aansluiten, zo staan er bijvoorbeeld geen instructieregels in het Besluit kwaliteit leefomgeving voor het opstellen van een omgevingsplan.

Dat wil zeggen, dat de gemeente zelf geluidsnormen hiervoor moet ontwikkelen. Zorgvuldig onderzoek naar feiten en omstandigheden vormt daarvoor de basis. Geluid dient zowel bij de APV-vergunningen, als in locatieprofielen in het omgevingsplan, of bij het verlenen van een omgevingsvergunning te worden meegewogen. Daarvoor dient beleid te worden opgesteld. Uitgangspunten voor dit geluidsbeleid zijn:

-er mag niet meer geluid worden gemaakt dan strikt noodzakelijk is en zo kort mogelijk en altijd binnen de gestelde begin- en eindtijden en de geluidsnorm in de vergunning;

-een evenement, inclusief opbouw en afbouw, mag geen onnodige overlast veroorzaken voor mens en natuur, dus ook o.a. het transport, het laden en lossen, het bouwen en opbouwen en overige werkzaamheden in aanloop naar en na afloop van het afbouwen en opruimen;

-in de normstelling moet rekening worden gehouden met het Terschellinger karakter; het eiland van rust en ruimte;

-geluidsnormen per locatie en voorwaarden voor het beperken van geluidsoverlast ontwikkelen voor kleinere en grotere evenementen.

Dit beleid kan worden betrokken bij het verlenen van APV-vergunning of ontheffing en het opstellen van de locatieprofielen en de omgevingsvergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten.

6.5.1.1 Actiepunt

Er wordt een overkoepelend geluidsbeleid ontwikkeld op basis van de bovengenoemde actiepunten.

6.5.2 Parkeren en verkeer

Als gemeenten evenementen toelaten in het omgevingsplan, kan dat leiden tot extra verkeer en behoefte aan parkeerplekken voor auto’s en fietsen. Zowel het verkeer naar als het parkeren bij de locatie moeten goed inpasbaar zijn op de evenementenlocatie. Ook moet rekening gehouden worden met de capaciteit van de veerboot voor het vervoeren van bezoekers vanaf de wal. Aan de hand van het gemeentelijke parkeerbeleid kan bepaald worden, of er voldoende ruimte is om het parkeren op te lossen. Ook hiervoor zijn geen landelijke regels. Verkeer en parkeren dienen zowel bij de APV-vergunningen als in locatieprofielen in het omgevingsplan of bij het verlenen van een omgevingsvergunning te worden meegewogen. Daarvoor dient beleid te worden opgesteld, en gelden de volgende uitgangspunten:

-inzicht verkrijgen in de verkeersaantrekkende werking en parkeerbehoefte bij kleinere en grotere evenementen;

-standaardiseren van de verkeersaantrekkende werking en parkeernormen voor kleinere evenementen en ontwikkelen van voorwaarden;

-uitgangspunt is dat voldoende parkeerplaatsen voor fietsen en auto’s beschikbaar zijn op of in de directe nabijheid van het evenemententerrein;

-voor alle vervoersmodaliteiten en tijdens de gehele duur van het evenement dient voldoende ruimte beschikbaar te zijn om het verkeer af te wikkelen en het parkeren op te kunnen lossen.

Dit beleid kan worden betrokken bij het verlenen van APV-vergunningen en het opstellen van de locatieprofielen en de omgevingsvergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, maar mogelijk ook bij het beoordelen van de evenementen in het kader van de evenementenkalender.

6.5.2.1 Actiepunt

Er wordt een overkoepelend parkeer- en verkeersbeleid ontwikkeld op basis van de bovengenoemde actiepunten.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.