Gemeentelijke regelgeving

Verordening commissie bezwaarschriften Terneuzen 2019

Gemeente Terneuzen · geldt sinds 18 november 2019

Aanhef

Verordening commissie bezwaarschriften

De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Terneuzen;

ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft;

gelezen het voorstel van het college;

gelet op artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);

gelet op de artikelen 3.4.1, 3.4.2 en 3.4.3 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers;

besluiten vast te stellen de volgende verordening:

Verordening commissie bezwaarschriften Terneuzen 2019

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen;

b.commissie: vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften.

Artikel 2 Inleidende bepaling commissie

1Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren tegen besluiten van de raad, het college en de burgemeester.

2De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van:

a.een wettelijk voorschrift inzake belastingen of de Wet waardering onroerende zaken;

b.een wettelijk voorschrift inzake rechtspositionele aangelegenheden.

Artikel 3 Samenstelling van de commissie

1De commissie bestaat uit een externe voorzitter en ten minste twee externe leden.

2De voorzitter en de leden worden door het college benoemd, geschorst en ontslagen.

3Het college benoemt een aantal plaatsvervangende leden.

4De commissie regelt de vervanging van de voorzitter.

Artikel 4 Secretaris

1De secretaris van de commissie is een door het college aangewezen ambtenaar.

2Het college wijst tevens een of meer plaatsvervangers van de secretaris aan.

Artikel 5 Zittingsduur

1De voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd voor een termijn van vier jaar. Het is mogelijk één keer herbenoemd te worden.

2De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan het college.

3De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.

Artikel 6 Ingediend bezwaarschrift

Het bezwaarschrift met de daarbij behorende stukken wordt zo spoedig mogelijk in handen van de commissie gesteld.

Artikel 7 Uitoefening bevoegdheden

De bevoegdheden op grond van de hierna genoemde artikelen van de Awb worden uitgeoefend door de voorzitter van de commissie:

a.artikel 2:1, tweede lid;

b.artikel 6:6, wat betreft het de indiener stellen van een termijn;

c.artikel 6:17, voor zover het de verzending van stukken betreft tijdens de behandeling door de commissie;

d.artikel 7:4, tweede lid;

e.artikel 7:6, vierde lid,

Artikel 8 Vooronderzoek, bemiddeling

1De voorzitter van de commissie is bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen.

2De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college vereist.

3De commissie kan onderzoeken of de zaak in de minne kan worden geschikt voordat de zaak in behandeling wordt genomen. De secretaris kan daartoe de nodige handelingen verrichten.

Artikel 9 Hoorzitting

1De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen.

2De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de Awb.

3Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien van het horen, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan.

Artikel 10 Uitnodiging zitting

1De voorzitter nodigt de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten minste twee weken voor de zitting schriftelijk uit.

2Binnen drie dagen na de uitnodiging kunnen de belanghebbenden of het verwerend orgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen.

3De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan meegedeeld.

4De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen die genoemd zijn in het eerste tot en met het derde lid.

Artikel 11 Quorum

Voor het houden van een zitting is vereist dat de meerderheid van het aantal leden, onder wie in elk geval de voorzitter, of zijn plaatsvervanger, aanwezig is.

Artikel 12 Niet-deelneming aan de behandeling

De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn.

Artikel 13 Openbaarheid zitting

1De zitting van de commissie is openbaar.

2De deuren kunnen worden gesloten indien de voorzitter van de commissie of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet.

3Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de zitting plaats achter gesloten deuren.

Artikel 14 Schriftelijke verslaglegging

1Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 Awb vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid.

2Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen.

3Indien de zitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren plaatsvond, of indien belanghebbenden, respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding.

4Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag kunnen worden gehecht.

5Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de commissie.

Artikel 15 Nader onderzoek

1Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de andere commissieleden dit onderzoek houden.

2De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden toegezonden.

3De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de nadere informatie aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist op zo'n verzoek.

4Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Artikel 16 Raadkamer en advies

1De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies.

2De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies.

3Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.

4Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt indien die minderheid dat verlangt.

5Het advies is gemotiveerd en wordt, onder medezending van het verslag als bedoeld onder artikel 14, uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift moet beslissen.

6Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend.

Artikel 17 Vergoeding

1Aan de voorzitter en leden van de commissie bezwaarschriften wordt een

vergoeding toegekend, waarvan de hoogte door het college wordt vastgesteld.

2Op grond van de bijzondere beroepsmatige deskundigheid van de commissieleden

ten aanzien waarvan de vergoeding niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van hun taak en de omvang van de door hen te verrichten arbeid, wordt toepassing gegeven aan artikel 3.4.2 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

3Aan de commissieleden wordt per hoorzitting een vergoeding toegekend voor de

gemaakte reiskosten voor de afstand tussen hun woonplaats en de plaats waar de hoorzitting plaatsvindt en vice versa, conform artikel 3.4.3 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

4Het gestelde in lid 3 geldt ook op het moment dat een commissielid uit hoofde van

zijn functie als voorzitter of lid van de commissie om andere redenen reiskosten moet maken.

Artikel 18 Intrekking oude regeling

De Verordening Commissie bezwaarschriften Terneuzen 2012, vastgesteld op 20 september 2012, wordt ingetrokken met ingang van 7 november 2019.

Artikel 19 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 18 november 2019.

Artikel 20 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening commissie bezwaarschriften Terneuzen 2019.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.