1. Beleidskader sociaal domein: iedereen doet mee in Terneuzen
Autonomie en zelfbeschikking
We gaan er vanuit dat mensen autonoom zijn en zelf beschikken over hun leven. Dit geldt
ook voor mensen met een sociaal-maatschappelijke kwetsbaarheid. We erkennen,
waarderen en respecteren ieders eigenheid.
Herstel regie en zelfredzaamheid
Centraal in de dienstverlening aan en ondersteuning van inwoners staat het behoud en
herstel van regie en zelfredzaamheid. We sluiten aan bij wat mensen kunnen en kunnen
leren. Dit doen we door hun inzicht in hun situatie en hun eigen mogelijkheden te vergroten.
We doen wat nodig is: passend maatwerk voor iedereen
Uitgaan van eigenheid en regie van inwoners betekent dat we mensen ondersteunen op een
wijze die bij hen past. Ondersteuning die aansluit bij de oplossingen die inwoners zelf
aandragen en waarvoor ze zelf in beweging komen.
Inclusief Terneuzen
Belangrijkste doel van de inspanningen van de gemeente Terneuzen op het sociaal domein is dat
iedereen kan (en mag) meedoen in Terneuzen.
We willen een samenleving waarin iedereen mee kan doen. Dit geldt voor alle inwoners, van alle
leeftijden. Zo’n samenleving is in elk opzicht een inclusieve samenleving. En een samenleving
waarin het veilig is om in op te groeien en om je te ontwikkelen. Een vitale samenleving waarin alle
mensen zich uitgenodigd en uitgedaagd voelen om het beste in zichzelf naar boven te halen. Een
samenleving waarin mensen goed voor zichzelf en elkaar zorgen. Kortom, een samenleving met
ruimte voor inwoners en hun initiatieven. Een samenleving die iedere inwoner in zijn waarde laat en
blijft benaderen als mens.
Op het goede spoor
Om de ambities waar te kunnen maken, volgen we een aantal sporen:
-Een goede basis: we zorgen voor goede basisvoorzieningen en een goede
infrastructuur. Deze zorgen ervoor dat mensen zich optimaal kunnen ontwikkelen, (al
dan niet arbeidsmatig) participeren, zelfstandig en zelfredzaam kunnen zijn, voor
elkaar kunnen zorgen en uitgenodigd worden om gezond te leven (bewegen,
gezonde voeding, ontmoeting, ontspanning). We hebben het dan bijvoorbeeld over
goed onderwijs, kinderopvang, over sport- en culturele voorzieningen, over
preventieve jeugdgezondheidszorg, ondersteuning van mantelzorgers. Het gaat dan
ook over beweegvriendelijke en veilige inrichting van de openbare ruimte. Van belang
hierbij is dat deze voorzieningen voor iedereen toegankelijk zijn, ongeacht beperking.
En belangrijk is dat deze voorzieningen daadwerkelijk waarde toevoegen en werken
vanuit dezelfde uitgangspunten. Hoe beter we de basis op orde hebben, des te
minder mensen gebruik hoeven te maken van professionele ondersteuning.
-Vroeg erbij: we zorgen ervoor dat als er problemen ontstaan we zo snel mogelijk
ondersteuning inzetten. Vroegtijdige aanpak voorkomt dat problemen groter en
complex worden. Dit vraagt om goed vormgeven van vroegtijdige signalering.
-Passende ondersteuning: we zorgen voor ondersteunings- en hulpaanbod dat past
bij wat mensen hier nodig hebben, dat aansluit bij onze basisvoorzieningen, effectief,
dichtbij en betaalbaar.
-Stimuleren en ondersteunen van burgerinitiatieven en zelfregie: we geven
burgers de ruimte om voor zichzelf en elkaar te zorgen. Dit doen we door initiatieven
van burgers te ondersteunen. Vrijwilligers, inwoners, buurten, sociale cohesie zijn
belangrijk om een stad een prettige plek om te wonen te maken. Initiatieven die
aansluiten bij het sociaal domein faciliteren we.
Voorwaarden voor succes
Om ervoor te zorgen dat inwoners zo snel en goed mogelijk ondersteund worden nu en in de
toekomst, richten we ons op de volgende zaken.
-Integrale benadering van vragen
Effectieve ondersteuning vraagt om een integrale benadering van de vraag. We
kijken met inwoners integraal naar behoeften en mogelijkheden. Integraal wil zeggen
dat we bij een aanvraag of melding naar de gehele leefsituatie kijken van de
betreffende inwoner en naar die van zijn of haar gezin. Daarbij zorgen we ervoor dat
een inwoner met een vraag één centrale contactpersoon heeft. (1 gezin, 1 plan, 1
casusregisseur.)
-Samenwerking
Om te zorgen dat we de juiste dingen doen en op de goede manier gaan we de
dienstverlening inrichten samen met inwoners en relevante partijen. We houden vast
aan het principe van gezamenlijke verantwoordelijkheid, zoals bij de inkoop van de
Wmo, en breiden dit waar mogelijk uit.
-Monitoring
Ontwikkelingen in de samenleving gaan snel en zijn niet te voorspellen. Om ervoor te
zorgen dat we de juiste ondersteuning blijven bieden, houden we vinger aan de pols
en stellen we zo snel mogelijk bij.
-Kostenbeheersing
We kunnen ons geld maar een keer uitgeven. Om het aan de juiste zaken uit te
geven is het nodig dat we onderzoek blijven doen naar de effectiviteit en
rechtmatigheid van de geleverde ondersteuning. We zetten in op kwaliteitsbewaking
en we onderzoeken de aanpak van complexe ondersteuningsvragen en dure zorg.
We zetten in op efficiënte ondersteuning waarbij we ook ‘buiten de lijnen’ kleuren
indien dit zorgt voor het substantieel terugdringen van maatschappelijke kosten.
Afstemmen van gemeentelijk beleid
Voor de gemeentelijke organisatie betekent bovenstaande dat we intern nog meer moeten
samenwerken. Dit doen we door binnen het sociaal domein en gemeente breed in het beleid
niet de uitvoering van wettelijke taken maar de aanpak van maatschappelijke vraagstukken
centraal te stellen. Dit betekent tevens dat we ook vanuit andere begrotingsposten kunnen
bijdragen aan de doelstellingen in het sociaal domein.
2. Wettelijk kader: de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening
Uitvoeringsplan
De uitvoering, de manier waarop we schuldhulpverlening organiseren, de kwaliteit en de
juridische context worden in het beleidsuitvoeringsplan opgenomen. De beleidsregels
schuldhulpverlening en het uitvoeringsplan zijn een bevoegdheid van het college van
burgemeester en wethouders. Zoals afgesproken komen deze wel ter kennisname naar de
gemeenteraad. Het nog op te stellen uitvoeringsplan en de nieuwe beleidsregels stemmen
we af op de nieuwe wet.
3. De stand van zaken
Landelijke aantallen
Veel mensen hebben een hypotheek- of studieschuld, maar dat hoeft geen probleem te zijn. Wanneer
de vaste lasten echter niet meer betaald kunnen worden, spreken we van schulden in de zin van
financiële problemen. Financiële problemen hebben een grote impact op iemands leven en op de
maatschappij, en daarom is het zaak ze zo vroeg mogelijk op te sporen en te verhelpen. De ervaring
leert dat mensen gemiddeld vijf jaar wachten voordat zij hulp zoeken bij de gemeente of andere
schuldhulpverleningsinstanties. Met als gevolg dat in vijf jaar een kleine betalingsachterstand is
uitgegroeid tot een grote schuld. In 2018 hebben 86.200 mensen zich gemeld met een vraag om
financiële hulp bij een organisatie die lid is van de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK),
gericht op schuldhulpverlening en sociaal bankieren. Dat is een terugloop van tien procent ten
opzichte van het jaar daarvoor (NVVK, 2019). De schuldproblematiek lijkt echter niet te zijn
afgenomen. Nog steeds heeft een op de vijf huishoudens financiële problemen (Schonewille en
Crijnen, 2018). Hiervan heeft ongeveer de helft lichte en de andere helft zware financiële problemen.
Het totaal aantal huishoudens met ernstige financiële problemen wordt geschat op tussen de 500.000,
Slechts een klein deel van de huishoudens met ernstige financiële problemen weet dus de weg te
vinden naar de schuldhulpverlening.
Uit: veel schuldenaren weten schuldhulp slecht te vinden (Nibud, 2019)
Doelgroepen
Het geschetste landelijke beeld klopt grotendeels ook voor Terneuzen. De doelgroep bestaat
ook hier voornamelijk uit mensen met een uitkering en een laag inkomen. Wij hebben in
Terneuzen geen specifiek doelgroepen beleid. Alle trajecten die we inzetten zijn maatwerk.
Omdat we willen voorkomen dat schulden te hoog en onbeheersbaar zijn, richten we ons
met nadruk op jongeren en gezinnen met kinderen. Vooral voor jonge mensen is het van
belang om vroeg in te grijpen. Vroeg ingrijpen is ook bij statushouders belangrijk. Daarom
komen statushouders standaard in budgetbeheer als ze in de gemeente komen wonen.
Inzet in de voorgaande beleidsperiode
In de jaren van het vorige beleidsplan (2014 tot nu) zetten we ons in voor het verlagen van
de drempel voor schuldhulpverlening. Voor klanten en samenwerkingspartners was de
gemeente als schuldhulpverlener en uitvoerder van de Wgs nieuw en niet altijd makkelijk te
vinden. We investeerden in voorlichting (van folders tot congressen) met als doel de
toegankelijkheid te vergroten. Meer bekendheid van gemeentelijke schuldhulpverlening kan
stijging van bewindvoering(skosten) voorkomen. We investeren in het maken van
samenwerkingsafspraken met partners als de woningcorporaties, energieleveranciers,
zorgverzekeraars, enzovoort. Direct actie ondernemen bij signalen staat in de
kinderschoenen en werken we de komende periode verder uit.
In de uitvoering lag de nadruk op intensieve begeleiding. Statushouders budgetteren we
altijd als ze aankomen in Terneuzen. Zo voorkomen we het ontstaan van schulden.
In juli 2019 stopte de Kredietbank West Brabant met alle activiteiten voor andere gemeenten
dan Breda. Het regelen van schulden brachten we als gevolg hiervan onder bij een andere
externe partij. We leveren mensen aan voor de schuldenregeling. Dit verloopt goed, snel en
voor dezelfde kosten als voorheen bij de kredietbank. Hoe we dat structureel regelen komt in
het uitvoeringsplan te staan.
4. Beleidskader voor schuldhulpverlening
Vroeg erbij: vroegsignalering
Alleen een deel van de problematiek in Terneuzen is bij de gemeente bekend. Veel mensen
met schulden weten de weg naar schuldhulpverlening nog niet te vinden. De afgelopen jaren
richtten we ons op ons netwerk zodat snelle doorverwijzing mogelijk is. We zullen de
komende jaren vooral inzetten op vroegsignalering. Door het zo vroeg mogelijk signaleren
van problemen is er uiteindelijk minder professionele ondersteuning nodig. Als een
samenwerkingspartner een eerste betalingsachterstand meldt (bijvoorbeeld van huur, of
ziektekostenpremie, banken) kunnen ergere problemen voorkomen worden.
We verwachten dat financiële problemen als we er vroeg bij zijn, kleiner zijn en sneller
kunnen worden opgelost. Dit leidt op langere termijn tot lagere instroom en minder
schuldenregelingen.
Maatwerk
Mensen met problematische schulden zijn (tijdelijk) niet zelfredzaam. Het doel van de
schuldhulpverlening is naast het bieden van een oplossing voor de schulden ook het zorgen
voor gedragsverandering en het leren van vaardigheden. Zodat mensen zelf hun financiën
(en daarmee samenhangende problemen) kunnen regelen. Meer en meer doen we een
beroep op de eigen verantwoordelijkheid. Hierbij zetten we ook het sociale netwerk van de
klant in. Maatwerk houdt in dat we doen wat nodig is. Dit kan voor iedereen een ander traject
met andere hulpverleners betekenen. Na afloop van een schuldenregeling verlenen we altijd
nazorg. We vragen hoe het gaat en mensen kunnen nog met vragen bij ons terecht. De
bedoeling is terugval voorkomen.
Integraal
Bij het bieden van hulp en inzet van gemeentelijk geld gaan we uit van een activerende
overheid. Deze stuurt op meer zelforganiserend vermogen en de mogelijkheid om mee te
doen in de samenleving. We kijken niet naar enkelvoudige problemen maar naar de hele
situatie. We kijken niet naar het individu maar naar het totale gezin(ssysteem). Onder
mensen die een beroep doen op de schuldhulpverlening heeft een steeds groter deel
meerdere problemen, zoals psychische of psychiatrische problemen, werkloosheid,
relatiebreuk, verslaving of ziekte. Een groot gedeelte van de mensen dat zich meldt bij de
gemeente voor ondersteuning op het gebied van schulden heeft contact met een andere
vorm van hulpverlening.
We zorgen dat er bij een traject een casusregisseur is. We werken bij het bieden van
ondersteuning samen met alle integrale partijen. In de komende jaren geven we ons zelf de opdracht integraal werken door te ontwikkelen. We moeten nu niet alleen opschrijven in
notities wat we willen maar ook de daad bij het woord voegen.
Een integrale aanpak is ook een preventieve aanpak. Een integrale, preventieve aanpak kan
meehelpen aan het bereiken van andere doelen zoals bijvoorbeeld (arbeids)participatie, het
voorkomen of stoppen van geweld binnen een gezin, het verkleinen van spanning in een
gezin, het verbetering van de opvoeding van kinderen en het verbeteren van de lichamelijkeen
geestelijke gezondheid van de klanten.
Resultaten
Het streven is dat preventief werken er toe leidt dat er binnen 3 jaar 25% minder aanvragen
voor schuldhulpverlening zijn.
35% van de tot de schuldhulpverlening toegelaten klanten is na drie jaar schuldenvrij.
Voor alle andere tot de schuldhulpverlening toegelaten klanten worden de schulden
beheersbaar.
100% van de klanten krijgt nazorg: dit leidt tot minimale uitval en minimale recidive.
Nieuwe taken uitwerken
Samengevat levert dit de volgende concrete taken voor de uitvoering van de
schuldhulpverlening op:
-vroeg erbij, vroegsignalering;
-drempel verlagen, schaamte aanpakken;
-aansluitende armoede aanpak;
-casusregie invoeren en uitwerken;
-maatwerk;
-verder verbeteren samenwerking met andere uitvoeringsorganisaties binnen het
sociaal domein;
-monitoren van de resultaten.
Deze taken werken we nader uit in het beleidsuitvoeringsplan.