Ambtenarenwet
Artikel 125ter
Het bevoegd gezag en de ambtenaar zijn verplicht zich als een goed werkgever en een goed ambtenaar te gedragen.
hoofdstuk
Artikel 125quater
Het bevoegd gezag van ambtenaren die door of vanwege het rijk, de provincies, de gemeenten of de waterschappen zijn aangesteld,
1voert een integriteitsbeleid dat is gericht op het bevorderen van goed ambtelijk handelen en dat in ieder geval aandacht besteedt aan het bevorderen van integriteitsbewustzijn en aan het voorkomen van misbruik van bevoegdheden, belangenverstrengeling en discriminatie;
2zorgt ervoor dat het integriteitsbeleid een vast onderdeel uitmaakt van het personeelsbeleid in ieder geval door integriteit in functioneringsgesprekken en werkoverleg aan de orde te stellen en door het aanbieden van scholing en vorming op het gebied van integriteit;
3draagt zorg voor de totstandkoming van een gedragscode voor goed ambtelijk handelen;
4stelt in overeenstemming met de Tweede Kamer, onderscheidenlijk provinciale staten, de raad of het algemeen bestuur, vast op welke wijze jaarlijks verantwoording wordt afgelegd over het gevoerde integriteitsbeleid en over de naleving van de gedragscode.
Artikel 125quinquies
1Voor zover deze onderwerpen niet bij of krachtens de wet zijn geregeld, worden voor de ambtenaren, door of vanwege het rijk aangesteld, bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voorschriften vastgesteld betreffende:
a.de verplichte aflegging van de eed of belofte door de ambtenaar bij zijn aanstelling;
b.de melding en de registratie van nevenwerkzaamheden die de belangen van de dienst voor zover deze in verband staan met de functievervulling, kunnen raken;
c.de openbaarmaking van de krachtens onderdeel b geregistreerde nevenwerkzaamheden van ambtenaren aangesteld in een functie waarvoor ter bescherming van de integriteit van de openbare dienst openbaarmaking van nevenwerkzaamheden noodzakelijk is;
d.het verbieden van nevenwerkzaamheden waardoor de goede vervulling van de functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met de functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd;
e.de melding van financiële belangen respectievelijk van het bezit van en transacties in effecten, die de belangen van de dienst voor zover deze in verband staan met de functievervulling, kunnen raken voor ambtenaren aangesteld in een functie waaraan in het bijzonder het risico van financiële belangenverstrengeling of het risico van oneigenlijk gebruik van koersgevoelige informatie verbonden is;
f.een procedure voor het omgaan met bij een ambtenaar levende vermoedens van misstanden binnen de organisatie waar hij werkzaam is.
2Het bevoegd gezag van provincies, gemeenten en waterschappen stelt voor de ambtenaren door of vanwege deze lichamen aangesteld, onder gelijk voorbehoud voorschriften vast omtrent de onderwerpen, genoemd in het eerste lid. Als ambtenaar aangesteld door of vanwege een waterschap wordt aangemerkt hij die is aangesteld door het in het reglement van die instelling daartoe aangewezen gezag teneinde in dienst van het waterschap werkzaam te zijn.
3De ambtenaar die te goeder trouw de bij hem levende vermoedens van misstanden meldt volgens de procedure, bedoeld in het eerste lid onder f, zal als gevolg van het melden van die vermoedens geen nadelige gevolgen voor zijn rechtspositie ondervinden tijdens en na het volgen van die procedure.
Algemene wet bestuursrecht:
Art. 2:4. [Gebod van onpartijdigheid]
1Het bestuursorgaan vervult zijn taak zonder vooringenomenheid.
2Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden.
Art. 2:5. [Geheimhoudingsplicht]
1Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.
2Het eerste lid is mede van toepassing op instellingen en daartoe behorende of daarvoor werkzame personen die door een bestuursorgaan worden betrokken bij de uitvoering van zijn taak, en op instellingen en daartoe behorende of daarvoor werkzame personen die een bij of krachtens de wet toegekende taak uitoefenen.
Wetboek van Strafrecht:
Artikel 359
De ambtenaar of een ander met enige openbare dienst voortdurend of tijdelijk belast persoon, die opzettelijk geld of geldswaardig papier dat hij in zijn bediening onder zich heeft verduistert of toelaat dat het door een ander weggenomen of verduisterd wordt, of die ander daarbij als medeplichtige ter zijde staat, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Artikel 360
De ambtenaar of een ander met enige openbare dienst voortdurend of tijdelijk belast persoon, die opzettelijk boeken of registers, uitsluitend bestemd tot controle van de administratie, valselijk opmaakt of vervalst, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Artikel 361
De ambtenaar of een ander met enige openbare dienst voortdurend of tijdelijk belast persoon, die opzettelijk zaken bestemd om voor de bevoegde macht tot overtuiging of bewijs te dienen, akten, bescheiden of registers, welke hij in zijn bediening onder zich heeft verduistert, vernielt, beschadigt of onbruikbaar maakt, of toelaat dat zij door een ander worden weggemaakt, vernield, beschadigd of onbruikbaar gemaakt, of die ander daarbij als medeplichtige ter zijde staat, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren en zes maanden of geldboete van de vijfde categorie.
Artikel 362
De ambtenaar die een gift of belofte aanneemt, wetende dat zij hem gedaan wordt ten einde hem te bewegen om, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, in zijn bediening iets te doen of na te laten, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de vijfde categorie.
Artikel 363
Met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft de ambtenaar:
· die een gift of belofte aanneemt, wetende dat zij hem gedaan wordt ten einde hem te bewegen om, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen of na te laten;
· die een gift of belofte aanneemt, wetende dat zij hem gedaan wordt ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening is gedaan of nagelaten.
CAR/UWO
Artikel 15:1
De ambtenaar is gehouden zijn betrekking nauwgezet en ijverig te vervullen en zich ook overigens te gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt.
Artikel 15:1a
De ambtenaar is verplicht de eed of belofte af te leggen die bij wet, bij instructie of bij besluit van burgemeester en wethouders is voorgeschreven.
Persoonlijk gebruik van goederen of diensten
Artikel 15:1b
Het is de ambtenaar verboden, behoudens toestemming verleend door of namens het college in bijzondere gevallen, ten eigen bate:
a.diensten te laten verrichten door personen in gemeentedienst;
b.aan de gemeente toebehorende eigendommen te gebruiken;
c.gebruik te maken van hetgeen hem in of in verband met zijn betrekking ter kennis is gekomen.
Aannemen van geschenken en gelden
Artikel 15:1c
Het is de ambtenaar verboden:
a.in verband met zijn betrekking vergoedingen, beloningen, giften of beloften van derden te vorderen, te verzoeken of aan te nemen, anders dan met toestemming van burgemeester en wethouders;
b.steekpenningen aan te nemen.
Artikel 15:1d
1De ambtenaar is verplicht zich te gedragen naar de maatregelen van orde die ten aanzien van het verblijf in de kantoren, werkplaatsen of op andere arbeidsterreinen zijn vastgesteld.
2Indien de ambtenaar verhinderd is zijn betrekking te vervullen, is hij verplicht dit zo spoedig mogelijk mede te delen of te doen mededelen.
Nevenwerkzaamheden
Artikel 15:1e
1De ambtenaar is verplicht aan het college, op een door dit orgaan te bepalen wijze, opgave te doen van de nevenwerkzaamheden die hij verricht of voornemens is te gaan verrichten, die de belangen van de dienst, voorzover deze in verband staan met zijn functievervulling, kunnen raken.
2Er wordt een registratie gevoerd op basis van de ingevolge het eerste lid gedane opgaven.
3Het is de ambtenaar verboden nevenwerkzaamheden te verrichten waardoor de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voorzover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd. Omtrent dit verbod kunnen nadere regels worden gesteld.
4Het college regelt de openbaarmaking van de in het eerste lid bedoelde nevenwerkzaamheden van de gemeentesecretaris en directeuren van gemeentelijke diensten en bedrijven, alsmede van andere ambtenaren aangesteld in een functie waarvoor ter bescherming van de integriteit van de openbare dienst openbaarmaking van nevenwerkzaamheden noodzakelijk is.
Melding financiële belangen
Artikel 15:1f
1Het college wijst ambtenaren aan die zijn aangesteld in een functie waaraan in het bijzonder het risico van financiële belangenverstrengeling of het risico van oneigenlijk gebruik van koersgevoelige informatie verbonden is.
2De ambtenaar bedoeld in het eerste lid meldt aan het college, op een door dit orgaan te bepalen wijze, zijn financiële belangen respectievelijk bezit van en transacties in effecten, die de belangen van de dienst, voor zover deze in verband staan met de functievervulling, kunnen raken.
3Er wordt een registratie gevoerd van de meldingen bedoeld in het tweede lid.
4Het is de ambtenaar verboden financiële belangen te hebben, effecten te bezitten en transacties in effecten te verrichten waardoor de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd. Omtrent dit verbod kunnen nadere regels worden gesteld.
Aanneming en levering ten behoeve van de openbare dienst
Artikel 15:1g
· Het is de ambtenaar verboden middellijk of onmiddellijk deel te nemen aan aannemingen en leveringen ten behoeve van de openbare dienst.
· Burgemeester en wethouders kunnen regelen stellen betreffende het deelnemen van de ambtenaar, middellijk of onmiddellijk, aan aannemingen en leveringen ten behoeve van anderen.
Klokkenluiders
Artikel 15:2
1Het college stelt een regeling vast voor het omgaan met vermoedens van misstanden.
2Ambtenaren en door het college aangewezen interne vertrouwenspersonen die misstanden conform de vast te stellen regeling aan de orde stellen, mogen niet om die reden worden ontslagen of anderszins in hun positie binnen de gemeente benadeeld worden.
Bijlage 3 Implementatie, handhaving en evaluatie
Naleving gedragscode
De naleving van deze gedragscode is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van elke ambtenaar in de dagelijkse praktijk van het werk. Leidinggevenden hebben een voorbeeldfunctie en behoren medewerkers zo nodig op hun gedrag aan te spreken, maar ook van ambtenaren onderling mag dit worden verwacht. Tijdens sollicitatiegesprekken wordt dit onderwerp ter sprake gebracht, in ieder geval bij 'integriteitgevoelige' functies.
Deze gedragscode zit in het introductiepakket dat nieuwe medewerkers, stagiaires, etc. van P&O ontvangen.
Aan het onderwerp wordt onder meer aandacht besteed:
· bij de introductie van nieuw personeel (ambtseed/-belofte). Voordat een aanstelling verleend wordt aan een ambtenaar zal een verklaring omtrent het gedrag worden gevraagd;
· regelmatig (2 x per jaar) in het werkoverleg;
· in functionerings- en beoordelingsgesprekken, zeker bij kwetsbare functies.
Overtreding van de gedragscode door ambtenaar
Overtreding van de gedragscode levert plichtsverzuim op en daarop staan sancties, in ambtelijk jargon “disciplinaire straffen” genoemd. Deze staan in hoofdstuk 16 van de CAR-UWO. Tegen een besluit tot het toepassen van sancties kan bezwaar en beroep worden aangetekend overeenkomstig de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht. Verder bevat het Wetboek van Strafrecht een aantal misdrijven, bijvoorbeeld het aannemen van steekpenningen, die extra zwaar worden gestraft omdat ze door een ambtenaar in functie zijn begaan. Van elke ambtenaar mag worden verwacht dat hij reageert wanneer op de werkplek iets gebeurt dat in strijd is met deze gedragscode. Dit geldt des te meer bij een vermoeden van ernstige overtredingen, zoals fraude en corruptie.
In alle gevallen waarin getwijfeld wordt of iets kan of mag, dient de leidinggevende te worden aangesproken. Daarbij mag iedere ambtenaar van zijn leidinggevende verwachten dat hij open en respectvol met personeel omgaat en de melding vertrouwelijk weet af te handelen. Als een ambtenaar geen of onvoldoende gehoor vindt bij zijn leidinggevende of wanneer deze zelf betrokken is bij de overtreding, kan de ambtenaar zich wenden tot de vertrouwenspersoon of het bestuur. Indien de ambtenaar het niet eens is met het standpunt van het college of indien daarvoor zwaarwegende redenen zijn kan de ambtenaar gebruik maken van de “regeling melding vermoeden misstand” via het externe meldpunt.
Actualisatie gedragscode
De gedragscode zal door wijziging van wetgeving en de veranderende maatschappij aan veranderingen onderhevig zijn. Van tijd tot tijd zal worden bezien of de gedragscodes en de daarbij behorende regelgeving aangepast moet worden.