Gemeentelijke regelgeving

Bodemkwaliteitskaart PFAS Zeeuws-Vlaanderen

Gemeente Terneuzen · geldt sinds 11 maart 2021

1. INLEIDING

1.1 Aanleiding: de PFAS-problematiek

Tijdelijk handelingskader d.d. 8 juli 2019: onderzoeksplicht voor PFAS

Op 8 juli 2019 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat een Kamerbrief verstuurd met het ‘Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ (lit. 1). De inhoud hiervan wordt op termijn in de regelgeving opgenomen middels een wijziging van de Regeling bodemkwaliteit.

Het handelingskader is gericht op het aantreffen in het milieu van de stoffen perfluoroctaanzuur (PFOA), perfluoroctaansulfonaat (PFOS) en HFPO-DA (GenX). Deze stoffen behoren tot de stofgroep poly- en prefluoralkylstoffen (stofgroep PFAS), een stofgroep die uit ruim 6000 stoffen bestaat. Volgens het handelingskader moeten initiatiefnemers, tot duidelijk is of er onbelaste gebieden in Nederland zijn, in het kader van de zorgplicht het gehalte aan PFAS meten in te verzetten grond en baggerspecie, die uit land- en waterbodem wordt ontgraven.

Op de website van Rijkswaterstaat-Bodem+ is een advieslijst d.d. 12 juli 2019 gepubliceerd met 30 (28 waarvan 2 lineair en vertakt) te meten PFAS. GenX is niet opgenomen in de advieslijst van te meten PFAS, maar onderaan de advieslijst is vermeld dat men GenX alleen bij verdenking hoeft te meten.

Stagnatie in projecten door PFAS

In de afgelopen jaren leidde het in de bodem van land en water aantreffen van PFAS met name in de Randstad tot problemen bij grondverzet en baggerwerkzaamheden. Zo is een groot gebied verontreinigd geraakt door de jarenlange uitstoot van PFAS door de fabriek van Dupont-Chemours in Dordrecht. Het tijdelijk handelingskader van 8 juli 2019 was beoogd om die projecten weer vlot te trekken.

Voor PFAS is in de landelijke regelgeving nog geen normering vastgelegd. Formeel volgt uit de landelijke regelgeving dat bij niet-genormeerde stoffen in het kader van de zorgplicht wordt getoetst aan de bepalingsgrens. In het tijdelijk handelingskader is deze voor PFAS gesteld op 0,1 μg/kgds. Als interpretatie van de zorgplicht was derhalve aanvankelijk voor de bodemfunctie landbouw/natuur in het tijdelijk handelingskader van 8 juli 2019 een normwaarde opgenomen van 0,1 μg/kgds.

Inmiddels is bekend dat in den lande meestal hogere gehalten PFAS worden gemeten dan deze 0,1 μg/kgds. Dat geldt ook voor de provincie Zeeland.

Het aantreffen van hogere gehalten dan 0,1 μg/kgds en onzekerheid over de juridische consequenties van de aanwezigheid van PFAS in grond en bagger leidde per saldo tot meer stagnatie in de GWW-sector.

Geactualiseerde versie tijdelijk handelingskader d.d. 29 november 2019

Het RIVM heeft op 28 november 2019 een advies uitgebracht voor tijdelijke landelijke achtergrond-waarden voor PFAS (lit. 2), gebaseerd op een compilatie van diverse onderzoeken naar PFAS uit verschillende delen van Nederland. De Minister voor Milieu en Wonen heeft deze als voorlopige achtergrondwaarden overgenomen in de geactualiseerde versie van het tijdelijk handelingskader voor PFAS d.d. 29 november 2019 (lit. 3), die zij op 1 december 2019 aan de Tweede Kamer heeft gezonden.

Daarnaast bevat dit tijdelijk handelingskader voorlopige toepassingswaarden voor een aantal andere situaties.

De voorlopige achtergrondwaarden uit het tijdelijk handelingskader van 29 november 2019 zijn als volgt:

•voor alle individuele PFAS: 0,8 μg/kgds. met uitzondering van PFOS

•voor PFOS: 0,9 μg/kgds

Voor de bodemkwaliteits- en bodemfunctieklassen wonen en industrie vermeldt het tijdelijk handelingskader de volgende toepassingswaarden (ook wel aangeduid als de 3/7/3/3 waarden):

•voor alle individuele PFAS: 3 μg/kgds. met uitzondering van PFOA

•voor PFOA: 7 μg/kgds

Deze 3/7/3/3 waarden gelden voor toepassingen op de landbodem boven grondwaterniveau (tot ten hoogste 1 meter onder het maaiveld bij gebieden met een hoge grondwaterstand).

Het tijdelijk handelingskader voor PFAS en de hierin opgenomen toepassingswaarden waaronder de voorlopige achtergrondwaarden hebben echter nog niet de formele status van regelgeving. Dit is pas het geval na opname van deze voorlopige achtergrondwaarden en overige toetsingswaarden in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit en bekendmaking hiervan in de Staatscourant.

Het is de bedoeling dat op termijn wel een definitieve normstelling voor PFAS wordt opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit . Daarvoor moet eerst landelijk nog een aantal onderbouwende onderzoeken worden afgerond. In afwachting van deze onderzoeken zijn de toepassingswaarden uit het tijdelijk handelingskader veilig gekozen. Het valt daarom niet te verwachten dat de definitieve normering strenger uitpakt dan de voorlopige toepassingswaarden.

Van gemeenten wordt verwacht dat zij bodemkwaliteitskaarten en eventueel gebiedsspecifiek beleid voor PFAS vaststellen.

Tijdelijk handelingskader PFAS d.d. 2 juli 2020 met definitieve achtergrondwaarden

Eind juni heeft het RIVM het onderzoek naar de landelijke achtergrondwaarden van PFAS in de Nederlandse bodem afgerond (lit. 5). Deze zijn als definitieve achtergrondwaarden opgenomen in een nieuwe versie van het tijdelijk handelingskader PFAS (lit. 6), dat op 3 juli 2020 door de Staatssecretaris voor Infrastructuur en Waterstaat is toegezonden aan de Tweede Kamer.

Deze definitieve landelijke achtergrondwaarden zijn als volgt:

•PFOA (som lineair + vertakt): 1,9 μg/kgds

•PFOS (som lineair + vertakt): 1,4 μg/kgds

De overige PFAS zijn in het onderzoek van het RIVM zelden boven de detectiegrens aangetoond. In het tijdelijk handelingskader is opgenomen dat voornoemde achtergrondwaarde van PFOS (1,4 μg/kgds) ook als toepassingswaarde geldt voor de overige PFAS.

Voornoemde achtergrondwaarden worden naar verwachting in het voorjaar van 2021 in de regelgeving verankerd middels een wijziging van de Regeling bodemkwaliteit.

1.2 Bodemkwaliteitskaart PFAS Zeeuws-Vlaanderen en achtergrondwaarden PFAS in Zeeland

Onderzoeksgegevens PFAS

In de zomer van 2019 waren binnen Zeeuws-Vlaanderen (en de rest van Zeeland) slechts incidenteel meetgegevens voor PFAS bekend.

Sindsdien zijn langs twee sporen onderzoeksgegevens van PFAS beschikbaar gekomen:

•met een gestratificeerd aselecte steekproef zijn 40 meetlocaties in het buitengebied van Zeeuws-Vlaanderen bepaald, waar de bodem bemonsterd en geanalyseerd is op de PFAS uit de advieslijst van Bodem+ d.d. 12 juli 2019;

•bij bodemonderzoeken ten behoeve van projecten zijn – veelal met het oog op hergebruik van vrijkomende grond – tevens analyses op PFAS uitgevoerd. Deze gegevens zijn vervolgens opgenomen in het gezamenlijke bodeminformatiesysteem (Nazca) van de Zeeuwse gemeenten en de provincie.

Deze dataset wordt toegelicht in hoofdstuk 2.

Bodemkwaliteitskaart PFAS Zeeuws-Vlaanderen

Op basis van de onderzoeksgegevens uit Zeeuws-Vlaanderen is voorliggende bodemkwaliteitskaart opgesteld van PFAS in Zeeuws-Vlaanderen (gemeenten Hulst, Sluis en Terneuzen). De bodemkwaliteits-kaart PFAS wordt toegelicht in hoofdstuk 3.

Deze bodemkwaliteitskaart PFAS vormt een aanvulling op de bestaande bodemkwaliteitskaarten en de nota bodembeheer van Zeeuws-Vlaanderen (lit. 7 t/m 9).

De afzonderlijke rapportage voor PFAS heeft een tijdelijk karakter, om de voortgang van projecten te bespoedigen. Bij de eerstvolgende actualisatie van de bestaande bodemkwaliteitskaarten wordt voorliggende bodemkwaliteitskaart PFAS geïntegreerd in desbetreffende rapportages.

De bodemkwaliteitskaart van de gemeente Hulst is in december 2019 al specifiek voor de zone ‘H Hertogin Hedwigepolder’ aangevuld met PFAS in verband met de voorgenomen werkzaamheden in dit gebied (lit. 8). Bijlage 5 bevat de statistische kengetallen voor PFAS van deze zone (getoetst aan het tijdelijk handelingskader van 2 juli 2020, verder ongewijzigd overgenomen uit lit. 8).

Samenvatting statistische kengetallen PFAS Zeeuws-Vlaanderen (bovengrond) :

PFOA (som lineair+vertakt)

PFOS (som lineair+vertakt)

Rekenkundig gemiddelde

95-percentiel-waarde

Rekenkundig gemiddelde

95-percentiel-waarde

Zone PFAS Zeeuws-Vlaanderen

0,4 μg/kgds

1,0 μg/kgds

0,6 μg/kgds

1,4 μg/kgds

Zone H: Hertogin Hedwigepolder

0,7 μg/kgds

0,9 μg/kgds

0,8 μg/kgds

1,5 μg/kgds

Achtergrondwaarden PFAS in Zeeland

In een afzonderlijk rapport zijn de achtergrondwaarden voor PFAS in Zeeland bepaald (lit. 10).

Daarbij is aangesloten op de methodiek waarmee begin deze eeuw in het AW2000-project (lit. 11) voor een groot aantal stoffen de landelijke achtergrondwaarden zijn bepaald. De achtergrondwaarden uit het AW2000-project geven de bandbreedte van gehalten aan die in het relatief onbelaste buitengebied van Nederland voorkomen en zijn als normering opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit.

Voor PFOA en PFOS worden in de bovengrond meestal gehalten boven de detectiegrens gemeten.

Voor de provincie Zeeland zijn de volgende achtergrondwaarden bepaald:

•PFOA (som lineair + vertakt): 1,2 μg/kgds

•PFOS (som lineair + vertakt): 1,2 μg/kgds

Deze provinciale achtergrondwaarden zijn hoger dan de voorlopige achtergrondwaarden uit het tijdelijk handelingskader uit november 2019, maar lager dan de definitieve achtergrondwaarden uit het tijdelijk handelingskader PFAS van 2 juli 2020.

Toepassingsnormen voor PFAS

Zoals hiervoor al opgemerkt heeft het tijdelijk handelingskader voor PFAS geen formele, juridische status. In een nieuw hoofdstuk 7 van de nota bodembeheer (lit. 12) is daarom vastgelegd hoe de achtergrondwaarden en de toepassingswaarden uit het tijdelijk handelingskader worden gehanteerd in Zeeuws-Vlaanderen.

2 VERANTWOORDING DATASET

2.1 Gestratificeerd aselecte steekproef in het buitengebied

Steekproef van 40 meetpunten in het buitengebied van Zeeuws-Vlaanderen

In het najaar van 2019 is een gestratificeerd aselecte steekproef genomen van 40 locaties verspreid over het buitengebied van Zeeuws-Vlaanderen. Daarvoor is het buitengebied ingedeeld in 40 vakken met een ongeveer gelijke oppervlakte. Binnen deze vlakken zijn punten gegenereerd met random x- en y-coördinaten.

Bij deze steekproef is geen onderscheid gemaakt op basis van het landgebruik. De steekproef bevat meetpunten in akkers, weilanden, (voormalige) boomgaarden en natuur.

Toelichting op de steekproef

De locaties zijn geselecteerd in het gebied dat in de bodemfunctiekaart de bodemfunctieklasse ‘overig’ (landbouw/natuur) heeft.

Uit dit gebied zijn weggesneden:

•de grote oppervlaktewaterlichamen van het Kanaal van Gent naar Terneuzen, de Braakman en de spaarbekkens bij Philippine;

•de Hertogin Hedwigepolder (al onderzocht en verwerkt in de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Hulst).

Aanvullend is een gebied van circa 60 hectare meegenomen in het steekproefgebied dat sinds 2015 de bodemfunctieklasse Wonen heeft, maar nu nog landbouwgebied is.

Dit levert een steekproefgebied op van 644,8 km2, oftewel 1 meetpunt per 16 km2.

De steekproef is vervolgens gestratificeerd aselect uitgevoerd:

•het gebied is ingedeeld in 40 rechthoekige vakken die ongeveer dezelfde oppervlakte buitengebied bevatten;

(vakken op basis van hele of halve kilometers in het Nederlands coördinatenstelsel)

•per vak zijn 5 trekkingen gedaan (genummerd van 1 t/m 5) door random x- en y-coördinaten binnen deze rechthoekige vakken te bepalen;

•meestal is uitgegaan van de 1e trekking, maar als het meetpunt buiten het gebied valt (in de Westerschelde of België) dan wel op wegen of bebouwing terechtkomt is de volgende trekking genomen;

•voor twee vakken (35 en 37) leverde deze eerste steekproef geen geschikt meetpunt op en is aanvullend een tweede steekproef gedaan.

Dieptetraject en monsternamestrategie in het veld

Er is gekozen voor bemonstering van de dieptetrajecten 0,0 - 0,5 m-mv en 0,5 - 1,0 m-mv. In aanvulling hierop zijn 6 boringen dieper doorgezet om ook het dieptetraject 1,0 – 2,0 m-mv te bemonsteren en analyseren.

Er is volstaan met enkelvoudige boringen als meest zuivere steekproef van de gehalten (in plaats van samenstellen van mengmonsters uit meerdere boringen).

Bij de uitvoering leverde de toegankelijkheid bij een aantal locaties uit de steekproef problemen op vanwege toestemming van terreineigenaren. In voorkomende gevallen zijn de boringen in de uitvoering een stukje verplaatst, in het algemeen naar een vergelijkbare plek op hooguit een paar honderd meter afstand. In één geval is een alternatieve locatie uit de steekproef aangeleverd.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.