Aanhef
In hun vergadering van 22 februari 2011 heeft het college besloten om regels vast te stellen inzake de ‘verruiming bijgebouwenregeling bij woningen in het Buitengebied’.
Artikel 1: Algemeen
Deze beleidsregels zijn van toepassing op – een als zodanig in een bestemmingsplan positief bestemde – burgerwoning, waarbij sprake is van:
-een minimale inhoudsmaat van de woning van 1.500 m³;
-die woning is gelegen op een perceel, waarvan de oppervlakte minimaal 2,5 hectare dient te bedragen en deze volledig in eigendom is van de eigenaar van de woning.
Artikel 2: Oppervlakte bijgebouwen
a.Indien aan de minimale oppervlakten wordt voldaan, als gesteld in artikel 1, mag maximaal 375 m² aan bijgebouwen worden gerealiseerd;
b.De oppervlakte onder a. betreft de gecumuleerde oppervlakten van bijgebouwen inclusief eventuele vergunningsvrije bouwwerken;
c.De oppervlakte van een bijgebouw mag nooit groter zijn dan 300 m²;
d.De inhoud van een bijgebouw mag niet meer dan 1.200 m³ bedragen.
Artikel 3: Aanvullende voorwaarden
Indien voldaan wordt aan artikel 1 en 2, wordt slechts meegewerkt indien:
lid a: de noodzakelijke verevening middels een privaatrechtelijke overeenkomst is gewaarborgd. De in de ‘Handreiking verevening 2010’ opgenomen Vereveningstabel is hierop van toepassing, hetgeen inhoud dat bij meer dan 450 m³ aan bijgebouwen, een vereveningsbijdrage van € 20,= per m³ wordt doorberekend;
lid b;
-sprake is van een goede landschappelijke inpassing, hetgeen moet blijken uit een door aanvrager te overleggen ‘Landschaps-inpassingsplan’;
-sprake is van een concentratie van bebouwing op het perceel;
-de verschijningsvorm van het bijgebouw aansluit bij het hoofdgebouw;
-de overige regels van het geldende bestemmingsplan in acht worden genomen.
Artikel 4: Inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden in werking op de dag na publicatie.