Gemeentelijke regelgeving

Verordening commissie bezwaarschriften gemeente Súdwest-Fryslân 2023-2026

Gemeente Súdwest-Fryslân · geldt sinds 1 januari 2023

Aanhef

De raad van de gemeente Súdwest-Fryslân;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 6 september 2022;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 7:13 van de Awb en afdeling 3.4 van het Rechtspositiebesluit decentrale overheden;

besluit vast te stellen:

Verordening commissie bezwaarschriften gemeente Súdwest-Fryslân 2023-2026.

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening/regeling wordt verstaan onder:

a.Awb: Algemene wet bestuursrecht;

b.bestuursorgaan: gemeentelijk orgaan dat het bestreden besluit heeft genomen: de raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester;

c.commissie: adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Awb.

Artikel 2 De commissie

1Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren tegen besluiten van het bestuursorgaan.

2De commissie heeft geen bevoegdheid ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van:

a.een wettelijk voorschrift inzake belastingen of de Wet waardering onroerende zaken;

b.gemeentelijke belastingverordeningen;

c.de Ambtenarenwet en de gemeentelijke rechtspositieregelingen, voor zover die betrekking hebben op functiewaarderingen.

Artikel 3 Samenstelling van de commissie

1De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste vier leden waaronder een plaatsvervangend voorzitter.

2De voorzitter, plaatsvervangend voorzitter en de leden worden door het college benoemd, geschorst en ontslagen.

3De voorzitter, plaatsvervangend voorzitter en de leden van de commissie maken geen deel uit van of zijn werkzaam onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente Súdwest-Fryslân.

Artikel 4 Kamers

1De commissie bestaat uit ten minste twee kamers namelijk:

a.de sociale kamer: deze kamer bereidt adviezen voor met betrekking tot bezwaren tegen besluiten op grond van de socialezekerheidswetgeving;

b.de algemene kamer: deze kamer bereidt adviezen voor van alle bezwaren die niet tot de bevoegdheid van de sociale kamer behoren.

2Het college kan, naar gelang de behoefte, besluiten tot het instellen van een extra kamer.

3Elke kamer bestaat, met inachtneming van het bepaalde in lid 4 en lid 5, uit een voorzitter overeenkomstig artikel 7:13 van de Awb en ten minste twee leden.

4De voorzitter van de commissie is de voorzitter van de algemene kamer.

5De plaatsvervangend voorzitter van de commissie is de voorzitter van de sociale kamer.

6Het college kan voor een kamer ook een plaatsvervangend voorzitter benoemen.

Artikel 5 Secretaris

1De secretaris van de commissie is een door het college aangewezen ambtenaar.

2Het college kan een of meer plaatsvervangers van de secretaris aanwijzen.

3De secretaris maakt geen deel uit van de commissie.

Artikel 6 Zittingsduur

1De voorzitter, plaatsvervangend voorzitter en de leden worden benoemd voor een termijn van vier jaar en kunnen desgewenst ten hoogste één keer voor maximaal vier jaar worden herbenoemd.

2In afwijking van lid 1 kan het college de voorzitter, plaatsvervangend voorzitter of een lid, in een naar het oordeel van het college bijzonder geval, na de tweede termijn zoals genoemd in lid 1 nog éénmaal worden herbenoemd als voorzitter of plaatsvervangend voorzitter voor de maximale periode van vier jaar.

3Het college verleent de voorzitter, plaatsvervangend voorzitter of een lid ontslag wanneer:

a.hij daarom verzoekt;

b.hij een functie heeft aanvaard die bij deze verordening onverenigbaar is verklaard met het lidmaatschap van deze functie;

c.hij naar het oordeel van het college niet langer geschikt is voor het lidmaatschap van de commissie;

d.hij naar het oordeel van het college door handelen of nalaten het aanzien van de commissie ernstig schaadt.

Artikel 7 Verslaglegging

1In afwijking van artikel 7:7 van de Awb wordt van de hoorzitting niet standaard een verslag gemaakt.

2In plaats van een verslag wordt van elke hoorzitting een geluidsopname gemaakt.

3Op verzoek van partijen kan de geluidsopnamen beschikbaar worden gesteld en/of een verslag worden gemaakt.

Artikel 8 Taak van de commissie

1Aan het bestuursorgaan wordt schriftelijk een gemotiveerd advies uitgebracht over de te nemen beslissing op het bezwaarschrift.

2Voordat de commissie advies uitbrengt, stelt zij bezwaarmaker, eventueel andere belanghebbenden en het bestuursorgaan in de gelegenheid te worden gehoord.

3In afwijking van het tweede lid kan de commissie van het horen afzien indien artikel 7:3 van de Awb van toepassing is.

Artikel 9 Uitnodiging hoorzitting

1Bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan worden ten minste twee weken voor de hoorzitting uitgenodigd.

2Binnen drie werkdagen na de uitnodiging kunnen de bezwaarmaker en eventuele andere belanghebbenden onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de hoorzitting te wijzigen.

3De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt binnen drie werkdagen na ontvangst van dit verzoek aan de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan meegedeeld.

4De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen, genoemd in het eerste tot en met derde lid.

Artikel 10 Bevoegdheden van de commissie

1De voorzitter is bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen.

2De voorzitter kan uit eigen beweging of op verzoek van een commissielid bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig daartoe uitnodigen op de hoorzitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden is vooraf machtiging van het college vereist.

Artikel 11 Hoorzitting

1De commissie komt per hoorzitting met drie leden bijeen, waarbij er één als voorzitter fungeert. Wanneer de voor de betreffende kamer als zodanig benoemde (plaatsvervangend) voorzitter niet aanwezig kan zijn, treedt een van de aanwezige leden op als voorzitter.

2In afwijking van het voorgaande lid is voor het horen van belanghebbende vereist dat ten minste de voorzitter, of zijn plaatsvervanger en een lid aanwezig zijn.

3De commissie vergadert zo vaak de secretaris of de voorzitter haar bijeenroept.

4De voorzitter beslist over tegelijk of afzonderlijk horen zoals bedoeld in artikel 7:6, tweede lid Awb.

Artikel 12 Openbaarheid zitting

1De zitting van de sociale kamer is niet openbaar.

2De zitting van de algemene kamer is openbaar.

3In afwijking van lid 2 is de zitting niet openbaar indien de voorzitter van oordeel is dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten.

Artikel 13 Geheimhouding

1De commissie neemt vertrouwelijk kennis van de ongeschoonde stukken waarvan de openbaarmaking of verstrekking is verzocht indien het gaat om een bezwaarschrift tegen een besluit op grond van de Wet open overheid of de Algemene verordening gegevensbescherming.

2In andere gevallen kan een partij de commissie verzoeken slechts onder voorbehoud van geheimhouding kennis te nemen van bepaalde inlichtingen of stukken. De voorzitter van de betreffende kamer beslist op het verzoek. Indien de voorzitter het verzoek inwilligt, kan de commissie slechts met toestemming van de andere partij(en) mede op grondslag van die inlichtingen of stukken advies uitbrengen.

Artikel 14 Jaarverslag

De commissie brengt jaarlijks uiterlijk op 15 mei aan het college verslag uit van haar bevindingen en aanbevelingen.

Artikel 15 Nadere regels

De kamers kunnen nadere regels opstellen voor de uitoefening van de bevoegdheden die haar toekomen.

Artikel 16 Vergoeding

1De voorzitter en de leden ontvangen per bijgewoonde zitting een vergoeding voor het behandelen van maximaal 4 dossiers waarbij partijen worden gehoord.

2De vergoeding in lid 1 bedraagt:

a.voor de voorzitter € 250,00;

b.voor de leden € 195,00;

c.voor de voorzitter en de leden € 50,00 per extra dossier waarin partijen worden gehoord.

3Aan de voorzitter en de leden wordt een vergoeding van € 0,37 per kilometer verstrekt voor het woon-werkverkeer.

Artikel 17 Onvoorziene gevallen

In alle gevallen waarin deze verordening en de Awb niet voorziet, beslist de voorzitter.

Artikel 18 Intrekking oude regelingen

De verordening commissie bezwaarschriften van de gemeente Súdwest-Fryslân 2019-2022 wordt ingetrokken.

Artikel 19 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2023 en vervalt van rechtswege per 1 januari 2027.

Artikel 20 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening commissie bezwaarschriften 2023-2026.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.