Gemeentelijke regelgeving

Reglement van Orde voor de raad en de raadscommissies Súdwest-Fryslân 2023

Gemeente Súdwest-Fryslân · geldt sinds 30 juni 2023

Aanhef

De raad van de gemeente Súdwest-Fryslân;

gelezen het voorstel van het Fractievoorzittersoverleg d.d. 22 mei 2023;

gelet op de Wet Bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur en artikel 16 en 82 Gemeentewet;

besluit:

vast te stellen het

Reglement van Orde voor de raad en de raadscommissies Súdwest-Fryslân 2023

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

a.voorzitter: de voorzitter van de raad of zijn plaatsvervanger;

b.griffier: griffier van de raad, of zijn plaatsvervanger;

c.commissiegriffier: griffier van een raadscommissie, of zijn plaatsvervanger;

d.commissielid: lid van een raadscommissie of zijn plaatsvervanger;

e.commissievoorzitter: voorzitter van een raadscommissie of zijn plaatsvervanger;

f.raadslid: lid van de raad;

g.vergadering: vergadering van de raad of een raadscommissie;

h.amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing;

i.subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement;

j.motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;

k.initiatiefvoorstel: een voorstel van een raadslid voor een verordening of een ander voorstel;

l.wet: Gemeentewet.

Artikel 2 Het fractievoorzittersoverleg

1Er is een fractievoorzittersoverleg dat bestaat uit de voorzitter van de raad en alle fractievoorzitters.

2Fractievoorzitters kunnen zich laten vervangen door een ander raadslid uit de fractie.

3Het fractievoorzittersoverleg wordt voorgezeten door de voorzitter van de raad.

4De voorzitter kan bij wijze van uitzondering voorstellen een of meer wethouders of de gemeentesecretaris uit te nodigen voor het fractievoorzittersoverleg.

5De vergaderingen van het fractievoorzittersoverleg zijn besloten, tenzij het fractievoorzittersoverleg anders bepaalt.

6Alle stukken van het fractievoorzittersoverleg zijn niet openbaar, tenzij het fractievoorzittersoverleg anders bepaalt.

7Het fractievoorzittersoverleg bespreekt alle raadsbrede onderwerpen die niet in het presidium thuis horen (waaronder personele aangelegenheden en strafrechtelijke zaken).

8Het fractievoorzittersoverleg heeft als taak het voordragen van voorzitters voor de raadscommissies, en leden van de auditcommissie, het presidium en andere werkgroepen.

9Het fractievoorzittersoverleg kan voorstellen doen aan de raad.

10Elke fractievoorzitter en de voorzitter heeft een stem in het fractievoorzittersoverleg.

11Het fractievoorzittersoverleg komt bijeen als de voorzitter dat nodig acht of als drie of meer fractievoorzitters een verzoek daarvoor indienen bij de voorzitter.

Artikel 3 Het presidium

1Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter van de raad, minimaal één van de voorzitters van de raadscommissies en nog maximaal vier raadsleden uit nog niet vertegenwoordigde fracties.

2Twee leden van het presidium zijn bij voorkeur eveneens lid van de werkgeverscommissie en/of de auditcommissie.

3De leden van het presidium worden door de raad benoemd.

4Het presidium wordt voorgezeten door de voorzitter van de raad.

5De voorzitter kan voorstellen anderen uit te nodigen voor een vergadering.

6De vergaderingen van het presidium zijn besloten.

7Het presidium heeft tot taak:

a.het voorlopig vaststellen van de commissie- en raadsagenda’s, daaronder begrepen het verplaatsen van stukken van de ene commissie naar de andere als dit bijdraagt aan een meer gelijke verdeling;

b.het bespreken van de dagelijkse gang van zaken in de commissies en de raad;

c.het doen van aanbevelingen aan de raad over de organisatie van de werkzaamheden van de raad en de commissies;

d.te zorgen voor een goede onderlinge afstemming tussen commissies en raad, commissies, raad en werkgroepen en werkgroepen onderling;

e.het in overleg met het fractievoorzittersoverleg instellen van werkgroepen;

f.het bewaken van de lange termijn agenda (LTA);

g.het vaststellen van de vergadercyclus van de raad en de raadscommissies;

h.het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet en lid 10 van dit artikel.

8Elk lid heeft een stem in het presidium.

9De vergaderingen van het presidium gaan door als ten minste de helft van het aantal leden, onder wie ten minste de voorzitter aanwezig is.

10Het presidium vergadert in ieder geval in de week waarin de commissiestukken worden gepubliceerd en verder als de voorzitter het nodig acht of ten minste twee leden daarom verzoeken.

Artikel 4 Fractie

1Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd.

2Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren.

3De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.

4Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of als één of meer raadsleden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter.

5Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G3 van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.

Artikel 5 De griffier

1De griffier is in elke raadsvergadering, het presidium en het fractievoorzittersoverleg aanwezig of wordt vervangen door een door de raad aangewezen plaatsvervanger.

2De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.

Artikel 6 Commissiegriffier

1De griffier stelt ter ondersteuning van iedere raadscommissie een medewerker van de griffie beschikbaar als commissiegriffier.

2De commissiegriffier is in iedere commissievergadering aanwezig of wordt vervangen door een daartoe door de griffier aangewezen medewerker van de griffie.

3De commissiegriffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan de beraadslagingen in de commissievergadering deelnemen.

Artikel 7 Benoeming raadsleden en wethouders

1De raad stelt aan het begin van elke raadsperiode een vaste commissie in bestaande uit drie leden en een plaatsvervanger afkomstig uit de raad.

2De commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. In het advies wordt indien van toepassing ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt.

3Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen.

4Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

5In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter in afwijking van het voorgaande een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

6Bij de benoeming van een wethouder onderzoekt de commissie genoemd in het eerste lid of de kandidaat voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b eerste, derde en vierde lid en 41c, eerste lid van de Gemeentewet. Op de werkwijze van deze commissie is het tweede lid van overeenkomstige toepassing.

7De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder.

8De burgemeester kan voor aanvang van iedere ambtstermijn opdracht geven om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad.

Hoofdstuk 2. Raadscommissies

Artikel 8 Instelling raadscommissies

De raad stelt de volgende raadscommissies in:

a.raadscommissie Doarp, Stêd en Omkriten, waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen:

•Ruimtelijke Ontwikkeling en Wonen;

•Monumentenzorg;

•Vergunningverlening;

•Mobiliteit;

•Openbare ruimte;

•Duurzaamheid;

•Water;

•Landbouw, natuur en landschap.

b.raadscommissie Boarger en Mienskip, waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen:

•Kernenbeleid;

•Leefbaarheid;

•Werk, inkomen en zorg;

•Onderwijs;

•Jeugd;

•Cultuur;

•Frysk;

•Sport en bewegen;

•Ontmoetingsplaatsen.

c.raadscommissie Bestjoer en Finânsjes, waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen:

•Financiën;

•Gemeentelijke belastingen;

•Openbare orde en veiligheid;

•Communicatie;

•Dienstverlening;

•Regionale en Europese aangelegenheden;

•Intergemeentelijke samenwerking;

•Brandweer;

•Economische Zaken;

•Grondzaken;

•Handhaving en toezicht;

•Burger en bestuur;

•Recreatie en Toerisme.

Artikel 9 Taken

Een raadscommissie:

a.brengt advies uit aan de raad over die onderwerpen waarop haar werkzaamheden betrekking hebben;

b.kan advies uitbrengen aan de raad over andere onderwerpen dan bedoeld onder a, en

c.voert overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval de door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de onderwerpen, bedoeld onder a.

Artikel 10 Samenstelling

1Een raadscommissie bestaat uit ten minste één en maximaal drie commissieleden per fractie naar evenredigheid van het aantal zetels in de raad.

2De commissieleden worden door de raad op voordracht van de fracties benoemd.

3Een commissielid kan zowel raadslid als niet-raadslid zijn, met dien verstande dat elk raadslid zitting heeft in of voorzitter is van ten minste één van de drie raadscommissies. De artikelen 10, 11, 12 en 13 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op commissieleden die geen raadslid zijn.

4Een commissielid dat afwezig is, kan worden vervangen door een raads- of commissielid van dezelfde fractie.

5De raad benoemt de commissievoorzitters en zijn plaatsvervanger. De voorzitter van een raadscommissie is geen commissielid.

Artikel 11 Zittingsduur en vacatures

1De zittingsperiode van een commissielid en -voorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad.

2Een commissielid en zijn plaatsvervanger houden op lid te zijn van een raadscommissie als zij niet meer voldoen aan de in artikel 13, derde lid, gestelde eisen van de wet.

3De raad kan een commissielid ontslaan op voorstel van de fractie die het lid heeft voorgedragen voor benoeming.

4De raad kan de voorzitter van een raadscommissie ontslaan.

5Een commissielid en de commissievoorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.

6Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van artikel 13 van de wet.

7Het lidmaatschap van commissieleden, benoemd op voordracht van een fractie die niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt van rechtswege.

Artikel 12 Spreekrecht

1Burgers hebben spreekrecht in de vergaderingen van een raadscommissie. Zij kunnen het woord voeren over geagendeerde onderwerpen.

2Het woord kan niet gevoerd worden over:

a.een besluit van het gemeentebestuur waartegen een bezwaar- en/of beroepsschrift is ingediend of de rechter om een uitspraak is gevraagd en de uitspraak nog niet onherroepelijk is;

b.benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen.

3Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit binnen een redelijke termijn voor de aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil.

4De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De commissievoorzitter kan van de volgorde afwijken, als dit in het belang is van de orde van de vergadering.

5De inspreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.

6De totale beschikbare spreektijd bedraagt maximaal 30 minuten, met een maximum van 5 minuten per inspreker. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over het aantal insprekers als het aantal insprekers meer dan 6 bedraagt. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.

Artikel 13 Gemeentewet van overeenkomstige toepassing

Artikel 20 (Opening vergadering en quorum), artikel 23 (Besloten vergadering) en artikel 26 (Handhaving orde en schorsing) van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op raadscommissies.

Hoofdstuk 3. Vergadering

Paragraaf 1. Voorbereiding

Artikel 14 Oproep en voorlopige agenda

1De voorzitter zendt ten minste 10 dagen voor een vergadering de leden een oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken.

2In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt met de daarbij behorende stukken aan de leden verzonden en openbaar gemaakt.

3Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 15, derde lid, van toepassing.

4Bij aanvang van de vergadering wordt de agenda vastgesteld.

Artikel 15 Ter inzage leggen van stukken

1De agenda en de daarbij behorende stukken zijn voor een ieder elektronisch raadpleegbaar via de gemeentelijke website na het verzenden van de oproep.

2Als na het verzenden van de oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden.

3Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier.

Artikel 16 Openbare kennisgeving

Vergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging in het elektronisch gemeenteblad.

Paragraaf 2. Vergaderorde

Artikel 17 Presentielijst

1De (commissie)griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van vergaderingen.

2Na binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder raads- of commissielid de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de (commissie)griffier door ondertekening vastgesteld.

Artikel 18 Aantal spreektermijnen

1De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad of raadscommissie anders beslist.

2Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.

3Per onderwerp is er maximaal één woordvoerder per fractie.

4Een raads- of commissielid mag in een termijn niet vaker dan eenmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.

5Het vierde lid is niet van toepassing op het raadslid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel.

6Bij de bepaling hoe vaak een raads- of commissielid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.

Artikel 19 Deelname aan de beraadslaging door anderen

Onverminderd artikel 21 van de wet kan de raad of een raadscommissie op enig moment besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.

Artikel 20 Voorstellen van orde

Leden kunnen tijdens een vergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad of raadscommissie beslist hier direct over.

Paragraaf 3. Stemmingen

Artikel 21 Advies raadscommissie

1De raadscommissie adviseert de raad een raadsvoorstel als bespreek- of hamerstuk te agenderen voor de eerstvolgende raadsvergadering.

2Als een voorstel op advies van slechts één of twee fracties als bespreekstuk wordt geagendeerd voor de eerstvolgende raadsvergadering, moet dit verzoek tijdens de vergadering worden gemotiveerd.

3In een commissievergadering vinden slechts stemmingen plaats over geheimhouding en met betrekking tot de orde. Ieder ter vergadering aanwezig commissielid heeft bij stemming een stem.

Artikel 22 Algemene bepalingen over stemming

1Wanneer de voorzitter van de raad vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist.

2Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing.

3De voorzitter van de raad vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Als geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen.

4Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag toelichten.

5Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of overeenkomstig artikel 28 van de wet niet aan de stemming te hebben deelgenomen.

6Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad.

7Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De voorzitter wijst het lid aan bij wie de stemming begint. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst.

8Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden, tenzij overeenkomstig artikel 28 van de wet niet aan de stemming deel behoren te nemen, hun stem uit door 'voor' of 'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging.

9Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het moment dat de voorzitter de beraadslagingen sluit. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming.

10De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee en doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.

Artikel 23 Stemming over amendementen en moties

1Als een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd en vervolgens, indien nodig, over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel.

2Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft.

3Als meerdere amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd.

4Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken.

Artikel 24 Stemming over personen

1Bij stemming over personen voor voordrachten of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau.

2Aanwezige raadsleden zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de wet niet aan de stemming deel behoren te nemen.

3Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje.

4In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau.

Paragraaf 4. Verslaglegging; ingekomen stukken

Artikel 25 Besluitenlijst

1De (commissie)griffier draagt zorg voor verslagen en besluitenlijsten van vergaderingen.

2De verslaglegging bestaat uit een vastlegging van de vergadering op een digitale gegevensdrager en een besluitenlijst van de vergadering. De digitale vastlegging wordt in het archief bewaard.

3Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de vergadering openbaar gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze.

4De besluitenlijst van de raad bevat ten minste:

a.de namen van de voorzitter, de griffier en de ter vergadering aanwezige leden, portefeuillehouders en overige personen die het woord gevoerd hebben alsmede de namen van de leden die afwezig waren;

b.een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;

c.een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist;

d.de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen;

e.bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 22 van de wet door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen;

f.de genomen besluiten.

5De besluitenlijst van de raadscommissie bevat ten minste:

a.de namen van de commissievoorzitter, de commissiegriffier en de ter vergadering aanwezige leden, portefeuillehouders en overige personen die het woord gevoerd hebben alsmede de namen van de leden die afwezig waren;

b.een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;

c.bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 22 van de wet;

d.het advies van de raadscommissie om een raadsvoorstel als bespreek- of hamerstuk te agenderen voor de raadsvergadering en overige adviezen en genomen besluiten;

e.als op advies van één of twee fracties een voorstel als bespreekstuk wordt geagendeerd voor de raadsvergadering, vermeldt de besluitenlijst de naam van die fractie(s) alsmede de motivatie.

6De vastgestelde besluitenlijst wordt op de website geplaatst en ten behoeve van het archief door de voorzitter en de (commissie)griffier ondertekend.

Artikel 26 Ingekomen stukken

1Bij de raad of raadscommissie ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van het college aan de raad of raadscommissie, worden voor raads- en commissieleden digitaal ter inzage gelegd.

2Het college dan wel de burgemeester informeert de raad via digitale terinzagelegging over de wijze van afdoening van aan de raad of raadscommissie gerichte stukken waarvan de afwikkeling tot de bevoegdheden van de burgemeester of het college behoort.

Hoofdstuk 4. Rechten van raadsleden

Artikel 27 Amendementen

1Raadsleden dienen amendementen en subamendementen in bij de voorzitter voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben.

2Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben.

3Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.

Artikel 28 Moties

1Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter.

2De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel daarop het betrekking heeft.

3De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld.

4Intrekking door de indiener(s) van de motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.

Artikel 29 Initiatiefvoorstel

1Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college.

2Het college kan binnen 8 (acht) weken nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen.

3Een voorstel wordt nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dat geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende vergadering geplaatst.

Artikel 30 Collegevoorstel

1Het presidium kan een voorstel van het college terugsturen met een verzoek tot wijziging of aanvulling (op technische aspecten als leesbaarheid en volledigheid) of instemmen met een verzoek van het college tot het terugnemen van een voorstel als dat gebeurt op enig moment voorafgaand aan een raadscommissievergadering.

2Een raadsvoorstel kan op voorstel van het college en met instemming van een raadscommissie gewijzigd, aangevuld of teruggenomen worden voordat het voorstel in de raad wordt behandeld.

3Een voorstel van het college aan de raad dat vermeld staat op de agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad.

4Als de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het derde lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

Artikel 31 Interpellatie

1Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen.

2De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders.

3Als het verzoek ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering is ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt over het verzoek tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering.

4De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe toestemming geeft.

Artikel 32 Schriftelijke vragen

1Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier. Daarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat.

2De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester.

3Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 30 dagen nadat de vragen zijn ingediend.

4Als de vragen ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend, vindt mondelinge beantwoording plaats in de eerstvolgende raadsvergadering, tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden.

5Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier aan de raadsleden toegezonden.

6De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering nadere inlichtingen vragen over het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.

Artikel 33 Actuele vragen

1Na aanvang van de raadsvergadering is er ruimte voor actuele vragen, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip de actuele vragen eindigt.

2Het raadslid dat tijdens de actuele vragen vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp voor 12.00 uur op de dag voorafgaand aan de raadsvergadering via de griffier bij de voorzitter.

3De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens de actuele vragen aan de orde worden gesteld.

4Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven.

5Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.

6Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.

7Tijdens de actuele vragen kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten.

Artikel 34 Inlichtingen

1Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de wet schriftelijk in bij de griffier.

2De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester.

3De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de raad verschaft, in ieder geval binnen 30 dagen nadat het verzoek is ingediend.

Hoofdstuk 5. Besloten vergadering

Artikel 35 Algemeen

Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.

Artikel 36 Besluitenlijst

1De besluitenlijst van een besloten raadsvergadering wordt niet verspreid, maar berust bij de griffier.

2De besluitenlijst van een besloten commissievergadering wordt niet verspreid, maar ligt uitsluitend voor de commissieleden ter inzage bij de griffier.

3De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad of raadscommissie een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op deze besluitenlijst.

4De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en de (commissie)griffier ondertekend.

Artikel 37 Geheimhouding

1Als aan de raad op grond van artikel 88, tweede, derde of vierde lid, van de wet stukken worden verstrekt waarop geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage.

2Als aan de raadscommissie op grond van artikel 88, eerste, tweede of derde lid, van de wet stukken worden verstrekt waarop geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken onder berusting van de griffier en verleent deze de commissieleden op verzoek inzage.

Artikel 38 Opheffing geheimhouding

1Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is om de geheimhouding op de aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, indien de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd, daarover in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd.

2Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is om de geheimhouding op de aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt met het bestuursorgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd daarover in een besloten raadsvergadering overleg gevoerd.

Hoofdstuk 6. Toehoorders en pers

Artikel 39 Toehoorders en pers

1De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.

2Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden.

Artikel 40 Geluid- en beeldregistraties

Degenen die in de vergaderzaal tijdens een openbare raadsvergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 41 Uitleg reglement

1In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad of raadscommissie op voorstel van de voorzitter ten tijde van de vergadering.

2Nadere uitwerking van dit reglement kan plaatsvinden door het vaststellen van Richtlijnen door het presidium.

Artikel 42 Intrekken oude reglement

Het Reglement van orde voor de raad en de raadscommissies Súdwest-Fryslân 2014 wordt ingetrokken.

Artikel 43 Inwerkingtreding en citeertitel

1Dit reglement treedt in werking met ingang van de eerste dag na de dag van de bekendmaking;

2Dit reglement wordt aangehaald als Reglement van Orde voor de raad en de raadscommissies Súdwest-Fryslân 2023.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 22 juni 2023,

mr.drs. J.A. de Vries, voorzitter

G.W. Stegenga, griffier

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.